CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Vastgesteld plan Bijlagenboek BP Pastoor Smitsstraat 1a Olland

Raadsvergadering 6 april 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Pastoor Smitsstraat 1a te Olland'16.896 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Pastoor Smitsstraat 1a, Olland Bijlagenboek

Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48

Betreffende

Bijlagen bestemmingsplan Pastoor Smitsstraat 1a, Olland

Planstatus

vastgesteld

Projectnummer

NL.IMRO.1948.OLL000BP0022021P-VG01

Datum

april 2023

Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Archeologisch bureau- en veldonderzoek

6

Bijlage 2

Quickscan flora en fauna

23

Bijlage 3

Bodemonderzoek

68

Bijlage 4

KLIC-melding

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek

254

Bijlage 6

Geuronderzoek

281

Bijlage 7

Advies Veiligheidsregio

311

Bijlage 8

Notitie beantwoording zienswijzen

314

NL.IMRO.1948.OLL000BP0022021P-VG01



Pagina: 3 van 320

243

Datum:30-01-2023

Bijlagen bij toelichting

NL.IMRO.1948.OLL000BP0022021P-VG01

Pagina: 5 van 320

Datum:30-01-2023

Bijlage 1 Archeologisch bureau- en veldonderzoek

NL.IMRO.1948.OLL000BP0022021P-VG01

Pagina: 6 van 320

Datum:30-01-2023

Buro de Brug Quickscan B21-463 versie 2

Archeologische Quickscan, Pastoor Smitsstraat 1a, Olland, Gemeente Meierijstad. 14 juni 2021

Colofon Auteur(s)

H. de Weerd & J.W. Oudhof

Copyright © 2021 Buro de Brug www.burodebrug.nl

Inhoud

1

Samenvatting ......................................................................................................................... 3

2

Inleiding................................................................................................................................. 4

3

Beleid .................................................................................................................................... 6

4

Cultuurhistorie, geologie en archeologie ................................................................................... 7

5

Advies ...................................................................................................................................12

6

Bronnen ................................................................................................................................13

Buro de Brug B21-463

Quickscan Pastoor Smitsstraat 1a, Olland

2

1

Samenvatting

Voorafgaand aan de ontwikkeling van de Pastoor Smitsstraat 1a te Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad is met deze quickscan onderzocht welke archeologische waarden en verwachtingen binnen het perceel liggen. Het plangebied ligt binnen de dorpskern van Olland dat is aangewezen als terrein van hoge archeologische waarde. Het kent een middelhoge archeologische verwachting voor de (late) Middeleeuwen en een lage archeologische verwachting voor de prehistorie en de Nieuwe Tijd. Vanuit het gemeentelijk beleid worden ingrepen vrijgesteld van archeologisch onderzoek die de bodem niet meer dan 30 cm. onder maaiveld verstoren of binnen 100 m2 blijven. Als de bouwplannen groter zijn dan deze vrijstellingsgrenzen, adviseert Buro de Brug het bevoegd gezag om een inventariserend veldonderzoek (IVO) uit te laten voeren in de vorm van een verkennend booronderzoek, waarbij de contouren van de te ontgraven delen onderzocht dienen te worden.

Buro de Brug B21-463

Quickscan Pastoor Smitsstraat 1a, Olland

3

2

Inleiding

Op verzoek van Dhr. Exters is deze quickscan uitgevoerd voor het perceel aan de Pastoor Smitsstraat 1a te Olland, gemeente Meierijstad. Het doel van de quickscan is inzicht te bieden in eventuele aanwezige archeologische waarden of verwachtingen op in de directe omgeving van de locatie. Op het moment van schrijven zijn er nog geen bouw- of ontwikkelingsplannen bekend.

Afbeelding 1. Locatie van het plangebied (perceel, zwarte stippellijn) op de luchtfoto.

Het perceel (ODR01 - I – 6973) meet 636 m2, is momenteel gedeeltelijk bebouwd met een schuur (bouwjaar rond 1955) met een ‘industriefunctie’ en bestaat verder uit gras en een verhard pad. 1

1

Bron: Basisregistratie Adressen en Gebouwen. De dateringen van de panden zijn overigens niet altijd juist vermeld.

Buro de Brug B21-463

Quickscan Pastoor Smitsstraat 1a, Olland

4

In december 2017 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor het opsporen van eventuele bodemverontreiniging, voorafgaand aan de aan- of verkoop van het perceel. Hierbij is in beperkte mate verontreiniging met PAK, minerale olie en asbest aangetroffen. Dit vormt echter geen noodzaak voor verder onderzoek of belemmering voor het gebruik van het terrein. 2 In de boringen ter hoogte van de schuur en aan de straatzijde zijn resten puin, baksteen en beton aangetroffen. Dit duidt op eerdere bebouwing. Deze archeologische indicatoren zijn afkomstig van bouw en sloop van (bij)gebouwen in de periode 1900-1980. 3

2

Zie Van Kessel-Tiebosch, 2017.

3 Topotijdreis.nl

Buro de Brug B21-463

Quickscan Pastoor Smitsstraat 1a, Olland

5

3

Beleid

De gemeente Meierijstad heeft in 2018 de Erfgoedverordening vastgesteld en naar verwachting volgt een geactualiseerde archeologische verwachtingenkaart later dit jaar. De regels voor de omgang met archeologische waarden zijn geregeld in de bestemmingsplannen. Het verstoren van de bodem is niet toegestaan binnen een archeologisch monument of daar waar archeologische vondsten worden verwacht. Het perceel ligt binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Olland’ (vastgesteld op 24-09-2007). Er geldt een dubbelbestemming Waarde – Archeologie in het hele plangebied. Dit houdt in dat het niet toegestaan is om de bodem te verstoren, behalve in deze gevallen: a. ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of veranderd; b. de bouw van een bijgebouw of de uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met ten hoogste 100 m²; c. bouwwerken voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld.

Op de archeologische beleidskaart van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode (BAAC 2007) kent het plangebied een hoge archeologische verwachting (afb. 6).

Buro de Brug B21-463

Quickscan Pastoor Smitsstraat 1a, Olland

6

4

Cultuurhistorie, geologie en archeologie

Cultuurhistorie Het dorp Olland ligt grofweg 4 kilometer ten noordwesten van Sint-Oedenrode, dat in de Middeleeuwen de centrale plaats vormt in het gebied. Het toponiem Olland is vermoedelijk afgeleid van Onlant als in ‘slecht land’ of ‘moerasland’ en wordt voor het eerst genoemd in 1290. Rond deze tijd worden de woeste gronden in cultuur gebracht voor landbouw en dit vormt vermoedelijk de start van de nederzetting Olland. Het plangebied ligt aan de centrale doorlopende weg tussen Sint-Oedenrode en Boxtel. Het perceel is op het Kadastrale Minuutplan van omstreeks 1830 niet bebouwd (afb. 2). Het gebied wordt aangeduid als ‘Broeklanden’, ook een indicatie van lager liggende, natte gronden. De eerste Nieuwetijdse bebouwing op het perceel is zichtbaar op kaarten van rond 1900 (afb. 3). <<< Afbeelding 2. Het plangebied (rode cirkel) op het Kadastrale Minuutplan omstreeks 1830.

In de loop van de 20e eeuw worden diverse (bij)gebouwen opgericht en weer gesloopt, zoals zichtbaar op historische topografische kaarten. 4

Afbeelding 2. De eerste bebouwing (uit de Nieuwe Tijd) verschijnt rond 1900 op het perceel. >>>

Geologie en bodem Olland ligt binnen het Pleistocene dekzandlandschap (Formatie van Boxtel), wat tijdens de laatste ijstijd is gevormd. Door permanente bevriezing van de ondergrond moest smelt- en regenwater over het oppervlak afstromen, waardoor bestaande dalen verder afsleten en de zogenaamde Brabantse leem naar de laagten werd vervoerd. Later, in de koudste periode van het Weichselien, raakte het landschap overstoven met dekzand laagpakket van Wierden). 5 Op de geomorfologische kaart wordt het gebied aangeduid als ‘dekzandvlakte’.

4 5

Bron: Topotijdreis.nl Berendsen 2004.

Buro de Brug B21-463

Quickscan Pastoor Smitsstraat 1a, Olland

7

Bron Bodem 6 (1:50.000)

Geomorfologie 8 (1:50.000)

Informatie pZn23. Gooreerdgronden; lemig fijn zand En zEz21: Hoge zwarte enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand. Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek. M51: Dekzandvlakte.

Hoogteligging 9

Rond + 9.3 meter t.o.v. NAP.

Geologie 7 (1:600.000)

De bodem van het plangebied ligt op de grens van gooreerdgronden en enkeerdgronden. Eerstgenoemde bodem ontstaat in nattere lager gelegen delen in het pleistocene zandlandschap. Een enkeerdgrond is door bemesting opgehoogd waardoor een vruchtbaar bouwlanddek ontstaat. Onder een esdek zijn archeologische resten doorgaans goed bewaard gebleven. Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3, afb. 4) is te zien dat de percelen aan de weg wat hoger liggen dan het omliggende gebied; vermoedelijk door het opbrengen van een esdek.

Afbeelding 4. Het perceel (zwarte stippellijn) op het Actueel Hoogtebestand Nederland. De dorpskern (richting noordwesten) ligt duidelijk wat hoger dan het plangebied.

6 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, Alterra.

TNO-NITG 2005; www.dinoloket.nl; kaart 2010. Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000, versie 2017, Alterra. 9 AHN, www.ahn.nl. 7 8

Buro de Brug B21-463

Quickscan Pastoor Smitsstraat 1a, Olland

8

Archeologie Bekende waarden:

Het perceel ligt binnen een terrein van hoge archeologische waarde, zoals zichtbaar op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK), zie afb. 5. Dit is de (deels vermoedde) oude dorpskern van Olland. Zoals de toelichting aangeeft, is dit AMK-terrein deels op 20e -eeuwse kaarten gebaseerd, wanneer ook de eerste, nieuwetijdse, bebouwing op het plangebied verschijnt. De dorpskern lijkt hier te groot begrensd te zijn, aangezien op de kaart van 1830 geen bebouwing aanwezig is. AMK nummer Status Toelichting (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

16856 Terrein van hoge archeologische waarde. Toponiem: Olland, late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. Terrein met de oude dorpskern van Olland. Middeleeuwse bewoning voor 1250. Op de AMK-Noord Brabant zijn historische stads- en dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De selectie en begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 16deeeuwse (Van Deventer) en vroeg 20e-eeuwse kaarten (Bonnebladen). Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van Laat Middeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege en Volle Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet per se hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning.

In de omgeving is eerder archeologisch onderzoek uitgevoerd. Bij de Sint-Martinuskerk, ten noorden van de Pastoor Smitsstraat zijn agrarische sporen gevonden van onder andere een hopplantage uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd (BAAC 2011). Meer naar het oosten zijn twee bureauonderzoeken met boringen uitgevoerd. Op basis van de grondboringen bleek de bodem (diepgaand) verstoord en deze plangebieden zijn vrijgegeven. 10 Zie voor de locatie ook afb. 5. Naast het eerder genoemde AMK-terrein liggen in de directe omgeving nog monument 2136 ‘Berg’ met sporen uit de Bronstijd, IJzertijd en Romeinse tijd en monument 2151 ‘Laageind’ met sporen uit de Bronstijd, IJzertijd en Late Middeleeuwen.

Verwachtingen:

Op de Archeologische Verwachtingskaart van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode (afb. 6) valt het plangebied binnen een hoge archeologische verwachting, vermoedelijk gebaseerd op de bodemgesteldheid. De hoger gelegen dekzanden vormden geschikte gronden voor bewoning in de prehistorie. In het landelijk registratiesysteem ARCHIS 3 zijn vondstmeldingen uit de Romeinse tijd, Middeleeuwen en Nieuwe Tijd opgenomen in de omgeving van het plangebied. Waarschijnlijk werd er in de Romeinse tijd al gewoond op de hogere delen in de Dommelvallei, en vanaf de Late Middeleeuwen wordt het hele gebied in cultuur gebracht. Aanwijzingen voor bewoning in de Vroege Middeleeuwen zijn er niet. 11

10 11

Van der Feest 2017. Mostert 2011, Cuijpers 2006.

Buro de Brug B21-463

Quickscan Pastoor Smitsstraat 1a, Olland

9

Afbeelding 5. Onderzoeksmeldingen, vondstmeldingen en AMK-terreinen in de omgeving van het plangebied. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / ARCHIS 3.

Buro de Brug B21-463

Quickscan Pastoor Smitsstraat 1a, Olland

10

Afbeelding 6. Het plangebied (blauwe stip) op de Archeologische Verwachtingskaart van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode. Bron: BAAC 2007.

Buro de Brug B21-463

Quickscan Pastoor Smitsstraat 1a, Olland

11

5

Advies

Gespecificeerde archeologische verw achting Prehistorie: lage verwachting. Voor de in de nabijheid gelegen AMK-terreinen ‘Berg’ en ‘Laageind’ geldt een hoge archeologische verwachting voor de prehistorie en Romeinse tijd. In deze perioden vormden de wat hoger liggende delen van het dekzandlandschap aantrekkelijke locaties voor bewoning. Het plangebied ligt echter beduidend lager dan de prehistorische AMK-terreinen; hier is een natte bodem ontwikkeld. Dit matigt de verwachting naar ‘laag’. Middeleeuwen: middelhoge verwachting Aangezien er geen directe aanwijzingen zijn voor Middeleeuwse bewoning in de directe omgeving van het plangebied, kent de locatie wel een middelhoge verwachting voor met name de Late Middeleeuwen. De ligging van het plangebied aan een doorgaande weg op korte afstand van de dorpskern zorgt voor een middel hoge trefkans voor verspreide bewoning of andere archeologische sporen die samenhangen met de ontginning en cultivering van het gebied in deze periode. Nieuwe Tijd: lage verwachting Het gegeven dat het perceel omstreeks 1830 niet bebouwd is en relatief laaggelegen zorgt voor een lage archeologische verwachting voor de vroegere Nieuwe Tijd. Het lijkt erop dat pas aan het begin van de 20e eeuw het plangebied bebouwd raakt. Algemeen: Vanwege de relatief lage ligging van het perceel, het voorkomen van een natte gooreerdgrond.

de afwezigheid van bebouwing op historische kaarten en de (te) ruime begrenzing van het AMK-terrein, geldt alleen een middelhoge archeologische verwachting voor de Late Middeleeuwen.

Advies Vanuit het gemeentelijk beleid worden ingrepen vrijgesteld van archeologisch onderzoek die de bodem niet meer dan 30 cm. onder maaiveld verstoren of binnen 100 m2 blijven. Als de bouwplannen groter zijn dan deze vrijstellingsgrenzen, adviseert Buro de Brug het bevoegd gezag om een inventariserend veldonderzoek (IVO) uit te laten voeren in de vorm van een verkennend booronderzoek, waarbij de contouren van de te ontgraven delen onderzocht dienen te worden. Het doel hiervan is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, het onderzoeken van de staat van de bodem en eventuele verstoringen en het inventariseren van archeologische indicatoren alsmede de diepteligging van mogelijk aanwezige archeologische niveaus. Op basis van het verkennend booronderzoek dient een nader selectieadvies te worden uitgebracht.

Buro de Brug B21-463

Quickscan Pastoor Smitsstraat 1a, Olland

12

6

Bronnen

Berendsen, H.J.A., 2004: De vorming van het land. Fysische geografie van Nederland, Assen. Cuijpers, J.J & J. de Jong 2006: Gemeente Sint-Oedenrode, erfgoedplan. Adviesbureau Cuijpers, project

35.001

Feest, N.J.W. van der. 2017: Archeologisch bureau-en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen Ollandseweg te Sint-Oedenrode. Aeres Milieu projectnummer AM16253. Gemeente Meierijstad 2018: Erfgoedverordening Meierijstad 2018 Gemeente Sint-Oedenrode 2007: Erfgoedplan (kaartmateriaal BAAC 2007). Mostert, M. 2013: Olland Pastoor Smitsstraat, Definitieve Opgraving. BAAC rapport A-11.0134. Kessel-Tiebosch, I. van 2017: Verkennend bodemonderzoek aan de Pastoor Smitsstraat 1A te Olland.

Rapport van Vleuten Consult bv. Online bronnen: ARCHIS 3

Actueel Hoogtebestand Nederland 3 (www.ahn.nl) Ruimtelijke plannen (ruimtelijkeplannen.nl) PDOK-loket (www.pdok.nl)

Buro de Brug B21-463

Quickscan Pastoor Smitsstraat 1a, Olland

13

Gemeente Meierijstad Selectieadvies AMZ, 21-07-2021

536

Selectieadvies archeologische monumentenzorg Gemeente Meierijstad Archeologische Quickscan Pastoor Smitsstraat 1a te Olland Gemeente Meierijstad Buro de Brug Quickscan B21-463 Buro de Brug (definitieve versie QS)

Naam

Afdeling/bedrijf

Datum

Opsteller

Juan van der Roest

senior archeoloog, 21-07-2021 gemeente ’s-Hertogenbosch afdeling SO/Erfgoed

Controle

Stefan Molenaar

senior archeoloog, 21-07-2021 gemeente ’s-Hertogenbosch afdeling SO/Erfgoed

Controle Gemeente Meierijstad

Mark van den Broek

medewerker Erfgoed gemeente Meierijstad

21-07-2021

Paraaf

SM

Selectieadvies AMZ - Pastoor Smitsstraat 1a te Olland, gemeente Meierijstad - QS - Buro de Brug - 536

1 Inleiding In opdracht van dhr. Exters heeft Buro de Brug in februari 2021 een quickscan archeologie uitgevoerd voor een locatie aan de Pastoor Smitsstraat 1a te Olland. Deze quickscan is blijkbaar bedoeld als archeologische onderbouwing bij een nieuw op te stellen bestemmingsplan voor deze locatie. De gemeente Meierijstad is - als bevoegde overheid - nu gevraagd deze quickscan te beoordelen. Deze is daartoe voorgelegd aan de afdeling SO/Erfgoed van de gemeente ’s-Hertogenbosch. 1.1 Het plangebied Het plangebied ligt aan de Pastoor Smitsstraat 1a te Olland en is 636 m2 groot. Het is kadastraal bekend als ODR01, sectie I, nr. 6973. Het perceel is momenteel gedeeltelijk bebouwd met een schuur van rond 1955 met een ‘industriefunctie’ en bestaat verder uit gras en een verhard pad. Voor de ligging en begrenzingen van het plangebied wordt verwezen naar de quickscan. 1.2 Aard van de bedreiging De toekomstige inrichting kan gevolgen hebben op het in-/ ex-situ behoud van mogelijk aanwezige archeologische waarden. Geplande werkzaamheden kunnen eventueel aanwezige waarden verstoren. Echter bij het opstellen van deze quickscan waren er nog geen bouw- of ontwikkelingsplannen bekend. 2 Archeologische quickscan Buro de Brug heeft in februari 2021 een quickscan opgesteld : De Weerd, H., en J.W.

Oudhof, 2021 : Archeologische Quickscan, Pastoor Smitsstraat 1a, Olland, Gemeente Meierijstad - Buro de Brug Quickscan B 21-463 - versie 2, 14 juni 2021. Eerder was de conceptversie (15 februari 2021 ) van deze quickscan beoordeeld ; daarbij waren enkele op- en aanmerkingen geplaatst die in deze versie in voldoende mate zijn verwerkt, zie 3 Beoordeling . Deze quickscan dient als bijlage bij het VOBP ‘Pastoor Smitsstraat 1a te Olland ’. 2.1 Resultaten en conclusie onderzoek Het perceel ligt binnen AMK-terrein (16856), een terrein van hoge archeologische waarde. Het gaat om de (deels vermoede) oude dorpskern van Olland. Dit AMK-terrein is deels op 20e-eeuwse kaarten gebaseerd, wanneer ook de eerste, nieuwetijdse, bebouwing op het plangebied verschijnt. De dorpskern lijkt hier te groot begrensd te zijn, aangezien op de kaart van 1830 geen bebouwing aanwezig is. Op de archeologische verwachtingskaart van de voormalige gemeente St.-Oedenrode valt het plangebied binnen de hoge archeologische verwachting, vermoedelijk gebaseerd op de bodemgesteldheid. De hoger gelegen dekzanden vormden geschikte gronden voor bewoning in de prehistorie. De gespecificeerde archeologische verwachting is als volgt : Prehistorie Voor de nabijgelegen AMK-terreinen ‘Berg ’ en ‘Laageind ’ geldt een hoge verwachting voor de prehistorie en Romeinse Tijd.

In deze perioden vormden de wat hoger liggende delen van het dekzandlandschap aantrekkelijke locaties voor bewoning. Het plangebied ligt echter beduidend lager dan deze AMK-terreinen ; er heeft zich een natte bodem ontwikkeld. Dit matigt de verwachting naar ‘laag ’. Middeleeuwen Daar er geen directe aanwijzingen zijn voor middeleeuwse bewoning in de directe omgeving van het plangebied, geldt er wel een middelhoge verwachting voor met name de Late Middeleeuwen. De ligging aan een doorgaande weg op korte afstand van de dorpskern zorgt voor een middelhoge trefkans voor verspreide bewoning of andere sporen die samenhangen met de ontginning en cultivering van het gebied in deze periode. Nieuwe Tijd Omdat het perceel rond 1830 niet bebouwd is en relatief laaggelegen is, geldt een lage verwachting voor de vroegere Nieuwe Tijd. Pas aan het begin van de 20e eeuw lijkt het perceel bebouwd te raken. Algemeen

Vanwege de relatief lage ligging van het perceel, het voorkomen van een natte gooreerdgrond, de afwezigheid van bebouwing op historische kaarten en de (te) ruime begrenzing van het AMK-terrein, geldt alleen een middelhoge verwachting voor de Late Middeleeuwen.

Gemeente Meierijstad, versie 21 juli 2021

2 van 3

Selectieadvies AMZ - Pastoor Smitsstraat 1a te Olland, gemeente Meierijstad - QS - Buro de Brug - 536

2.2 Advies Buro De Brug Op grond van de resultaten van de quickscan adviseert Buro De Brug het volgende : Vanuit het gemeentelijk beleid worden ingrepen vrijgesteld van archeologisch onderzoek die de bodem niet meer dan 30 cm -mv verstoren of binnen 100 m2 blijven. Als de bouwplannen groter zijn dan deze vrijstellingsgrenzen, adviseert Buro de Brug het bevoegd gezag om een inventariserend veldonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een verkennend booronderzoek, waarbij de contouren van de te ontgraven delen onderzocht dienen te worden. Het doel hiervan is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, het onderzoeken van de staat van de bodem en eventuele verstoringen en het inventariseren van archeologische indicatoren alsmede de diepteligging van mogelijk aanwezige archeologische niveaus. Op basis van het verkennend booronderzoek dient een nader selectieadvies te worden uitgebracht. 3 Beoordeling quickscan namens / door de Gemeente Meierijstad De uitgevoerde quickscan is nu completer en duidelijker opgesteld en bevat voldoende informatie voor een adequaat advies en besluit. Er zijn bij deze versie verder dan ook geen op- of aanmerkingen geplaatst. Het rapport (quickscan) kan dan ook worden goedgekeurd.

3.1 Selectieadvies Gemeente Meierijstad Gezien het voorgaande kan de gemeente nu geheel instemmen met de inhoud en strekking van de quickscan opgesteld door Buro de Brug. De gemeente neemt dan ook het advies van Buro de Brug over om een inventariserend veldonderzoek, een verkennend booronderzoek, noodzakelijk te achten als er ingrepen gaan plaatsvinden die de geldende vrijstellingsgrenzen overschrijden, die dus dieper gaan dan 30 cm -mv of groter zijn dan 100 m2. Hoewel bij het opstellen van de quickscan de bouw- of ontwikkelingsplannen nog niet verder waren uitgewerkt, zal uitgaande van standaard aanlegdieptes voor aanleg van funderingen, waarbij ook nog eens sprake is van enige mate van “bodemverbetering ” en zaken als sleuven voor riolering, kabels en leidingen e.d., het eerste zeker het geval zijn. Deze versie (v. 2 ) is bij dezen goedgekeurd en kan direct als definitieve versie worden vastgesteld.

Gemeente Meierijstad, versie 21 juli 2021

3 van 3

Bijlage 2 Quickscan flora en fauna

NL.IMRO.1948.OLL000BP0022021P-VG01

Pagina: 23 van 320

Datum:30-01-2023

Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 1-3 te Olland Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid <Status>

colofon

titel rapport Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 1-3 te Olland datum 8 maart 2021 projectnummer P03903 opdrachtgever De heer G. Exters BRO projectleider JR opgesteld door NL interne controle RdM bron Kaft NL

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

“Als we anderen de ruimte niet gunnen zullen we zelf steeds meer opgesloten raken.” Prof. Hans Galjaard

Inhoudsopgave 1

Inleiding Werkwijze quickscan flora en fauna

3 3

2

Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie

4 4 4

3

Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing beschermde houtopstanden

6 6 6 7

4

Toetsing soortenbescherming Vogels Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelde diersoorten Vaatplanten

8 9 9 10 10 10 10 10 11

5

Conclusie Vervolgtraject en advies

12 12

Soortgericht onderzoek

6

12

Aanbevelingen

12

Samenvatting Geraadpleegde bronnen

13 14

maandag 8 maart 2021

2

1 Inleiding Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 1-3 te Olland

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de realisatie van een woning, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

1

Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 18 februari 2021 tussen 09.00 – 10.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 8°C, vrijwel geheel bewolkt, zonder neerslag, met een zuidenwind van 3 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd.

Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

maandag 8 maart 2021

3

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 1-3 te Olland

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen in de gemeente Meierijstad. Het betreft een perceel gelegen aan de Pastoor Smitsstraat tussen de nummers 1 en 3. Pastoor Smitsstraat is een bebouwingslint net ten zuidoosten van de kern Olland. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit een met gras gegroeid, gedeeltelijk verhard perceel. Op de achterzijde van het perceel staat een schuur welke in gebruik is voor opslag. Verder is er geen opgaand groen aanwezig binnen het plangebied. In figuur 3 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Toekomstige situatie De initiatiefnemer is voornemens een herinvulling aan het perceel tussen de Pastoor Smitsstraat nummers 1 en 3 te geven door het realiseren van een vrijstaande woning van één laag met kap. Hiervoor zal de huidige schuur worden geamoveerd. Figuur 2 geeft een beeld van de toekomstige situatie.

maandag 8 maart 2021

Figuur 3: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

Figuur 2: Toekomstige situatie plangebied

4

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 1-3 te Olland

Figuur 5: Schuur binnen plangebied

Figuur 6: Binnenkant schuur

Figuur 4: Plangebied gezien vanaf de Pastoor Smitsstraat

Figuur 7: Opslag voor haardhout binnen plangebied

maandag 8 maart 2021

Figuur 8: Vogelschroot onder dak

Figuur 9: Detail schuur binnen plangebied

5

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 1-3 te Olland

3

Toetsing gebiedsbescherming

Wettelijke gebiedsbescherming

voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Kampina & Oisterwijkse Vennen”, bevindt zich op circa 7,8 kilometer afstand ten westen van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten.

Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.

Daar de voorgenomen ontwikkeling de sloop van een schuur en realisatie van een vrijstaande woning betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde. Uit het vervolgonderzoek met een AERIUS-berekening zijn bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen depositieresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op

Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 330 meter ten westen van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig.

maandag 8 maart 2021

Figuur 10: Ligging NNB (groen) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

6

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 1-3 te Olland

Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt en er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

maandag 8 maart 2021

7

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 1-3 te Olland

4

Toetsing soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:   

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde

maandag 8 maart 2021

soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.

Tabel 1

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de

Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

-

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

-

-

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

8

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 1-3 te Olland

jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.

Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 14 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).

maandag 8 maart 2021

Op het terrein is gedeeltelijk geschikte bebouwing aanwezig. Onder de dakrand aan de zuidoostzijde van de schuur zit vogelschroot waardoor hier geen geschikte invliegopeningen zijn. Hierdoor kunnen broedlocaties van soorten als kerkuil, huismus en gierzwaluw worden uitgesloten. Aan de westzijde zit geen vogelschroot onder de dakrand waardoor er geschikte invliegopeningen zijn voor huismus. Daarnaast zit aan de voorkant van de schuur een opening bij de nok van het dak welke geschikt kan zijn voor huismus. In de omgeving van het plangebied zijn tevens verschillende huismussen waargenomen tijdens het veldbezoek maar geen binnen het plangebied en op de schuur. De aanwezigheid van een nestlocatie van huismus binnen de schuur kan op basis van deze quickscan niet worden uitgesloten. Volgens informatie van de opdrachtgever hebben er in het verleden kraaien in de schuur gezeten maar zijn deze ook niet meer aanwezig in de schuur. In de opgaande beplanting rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen. Toetsing Bij sloop van de schuur bestaat de kans dat er één of meerdere nesten van de huismus verloren gaan. Nesten van de huismus zijn jaarrond beschermd.

Middels een vervolgonderzoek dient duidelijk te worden of zich onder de daken van de gebouwen nesten van de huismus bevinden. Op basis van het vervolgonderzoek wordt bepaald of er bij uitvoering van de sloop sprake is van overtreding, en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsprocedure aan de orde is alvorens er mag worden gesloopt. Bij de werkzaamheden kunnen tevens nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van de schuur buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen

vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten. Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis. De ruimtes tussen het dak en het dakbeschot van de schuur zijn van een dergelijke grote waardoor tocht en wind er grip op hebben. Hierdoor is het aanwezige microklimaat binnen de ruimten redelijkerwijs niet geschikt voor een vleermuissoort. Er is geen sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes, gezien het ontbreken van aspecten als grote hoeveelheden opgaand groen, oppervlaktewater en lijnvormige landschapselementen.

Toetsing De schuur bevat geen potentiële verblijfplaatsen. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rustof verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen.

9

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 1-3 te Olland

Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als konijn, egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten bunzing, wezel, eekhoorn en bever voor. Gezien de beperkte omvang en het relatief stenige habitat, betreft het hier geen essentieel habitat voor de betreffende kleine marterachtigen.

Daarnaast wordt voor de kleine marterachtigen bij voorbaat geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht, aangezien het plangebied kleiner dan 1 hectare betreft en bij de werkzaamheden geen leefgebied in potentie doorsneden wordt (Bouwens, 2017). De aanwezigheid van eekhoorn, bever en andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten.

maandag 8 maart 2021

Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen.

Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen. Vissen

Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied geen waarnemingen bekend van beschermde reptielen. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt tevens geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing.

Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten. Ongewervelde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van iepenpage, kleine ijsvogelvlinder en teunisbloempijlstaart. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig.

10

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 1-3 te Olland

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van de beschermde soort dreps bekend. Deze soort stelt echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.

maandag 8 maart 2021

11

5 Conclusie Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 1-3 te Olland

5

Conclusie

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: 

Met betrekking tot de sloop van de schuur zijn overtredingen ten aanzien van het verstoren/verwijderen van nestlocaties van huismus op basis van de quickscan niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hieromtrent uitsluitsel te geven; Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van de schuur buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

maandag 8 maart 2021

Vervolgtraject en advies

Aanbevelingen

Soortgericht onderzoek

Het plangebied biedt in de huidige situatie weinig mogelijkheden voor nest- en verblijfsmogelijkheden voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen, terwijl de ligging en omgeving van het plangebied zich hier wel voor lenen. Met een geringe inspanning, bijvoorbeeld door het inbouwen van neststenen of vleermuiskasten en/of de dakranden/spouwmuren toegankelijk te maken, kan de nieuwbouw wel gaan fungeren als vaste rust- en verblijfplaats voor huismussen, gierzwaluwen en/of vleermuizen. Gelet op het steeds verder verdwijnen van broed- en verblijfsgelegenheid kunnen relatief eenvoudige maatregelen een positief effect hebben op de lokale populatie van een soort.

De sloop van de bebouwing binnen het plangebied kan negatieve gevolgen hebben voor huismus, wat een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming betreft. Daarom zal middels soortgericht vervolgonderzoek eerst inzichtelijk moeten worden of in de huidige situatie nestplaatsen aanwezig zijn van de betreffende soort(groep)en. Een onderzoek naar de huismus begint echter al eerder en loopt van april tot half mei. Bij de daadwerkelijke aanwezigheid van een of meerdere huismusnesten zal door het treffen van maatregelen; zoals het aanbieden van tijdelijke nestkasten, werken buiten de gevoelige periode en het geschikt maken van de nieuwe situatie, de functionaliteit van de nesten behouden moeten blijven en schade aan individuen moeten worden voorkomen. Daarnaast dient voor het verwijderen van de huidige nestplaats een ontheffing te worden aangevraagd bij de betreffende provincie of omgevingsdienst, in dit geval de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Een ontheffingsaanvraag dient te worden onderbouwd met een activiteitenplan waar juridische en ecologische aspecten als de specifieke maatregelen en werkzaamheden, de gunstige staat van instandhouding, het wettelijk belang, een alternatievenafweging en de planning in zijn opgenomen.

Na het verkrijgen van de ontheffing kunnen de werkzaamheden ter plaatse van de aangetroffen verblijfplaats worden uitgevoerd, mits aan alle voorwaarden uit de ontheffing wordt voldaan en de gevoelige periodes worden ontzien. De ODBN neemt normaliter binnen 13 weken een besluit over de aanvraag. Indien nodig kan dit termijn met 7 weken worden verlengd.

Vogelbescherming Nederland heeft samen met BAM Utiliteitsbouw een checklist ontwikkeld, waarmee een bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. Door middel van het beantwoorden van enkele ja/nee vragen, kunnen eenvoudige maatregelen worden toegepast die goed zijn voor de stadsnatuur en speciaal voor vogels. Deze checklist is voor iedereen gratis te downloaden van de website van Vogelbescherming (www.vogelbescherming.nl/checklist/). Daarnaast is er tevens een brochure beschikbaar omtrent het vleermuisvriendelijk bouwen. Deze brochure is onder andere te vinden op de website van de Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl/brochureverschenen-over-vleermuisvriendelijk-bouwen/).

12

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 1-3 te Olland

6

Samenvatting

Tabel 2

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Tabel 3

Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

Gebiedsbescherming

Afstand tot gebied

Sprake van aantasting

Vervolgtraject

Bijzonderheden / opmerkingen

Natura 2000

Ca. 7,8 km

Nee

-

Geen externe verstorende factoren

Natuurnetwerk Nederland

Ca. 330 m

Nee

-

Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk

Houtopstanden

-

Nee

-

Niet van toepassing

Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep

Potentieel aanwezig

Sprake van overtreding

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Algemeen

Ja

Te voorkomen

Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf

Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus

Jaarrond beschermd

Ja

Mogelijk

Vervolgonderzoek naar huismus

Bij aanwezigheid is voor de sloop een ontheffing nodig

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

-

-

Foerageerhabitat

Nee

Nee

-

-

Vliegroutes

Nee

Nee

-

-

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

-

Reptielen

Nee

Nee

-

-

Amfibieën

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

-

Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

Broedvogels

Vleermuizen

maandag 8 maart 2021

13

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 1-3 te Olland

Geraadpleegde bronnen Algemene Literatuur  Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.  Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.  Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.  Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.  SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.

Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)

Provinciale websites  Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant  Brabant.nl (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant)  Dassenwerkgroepbrabant.nl (gegevens das in NoordBrabant)  Kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank (grenzen beschermde gebieden)

Algemene websites  Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)  Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)  Floron.nl (soortgegevens planten)  Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)  Sovon.nl (soortgegevens vogels)  Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)  Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)  Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)  Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)

maandag 8 maart 2021

14

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 1-3 te Olland

Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Tegelen Industriestraat 94 5931 PK Tegelen

www.bro.nl | info@bro.nl

maandag 8 maart 2021

T +31 (0)77 373 06 01

15

Resultaten vervolgonderzoek huismus Pastoor Smitsstraat 1-3 te Olland

colofon

titel rapport Resultaten vervolgonderzoek huismus datum 25 mei 2021 projectnummer P03903 opdrachtgever De heer G. Exters BRO projectleider JR opgesteld door RdM interne controle MvdS bron Kaft RdM

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

1 Inleiding Resultaten vervolgonderzoek huismus

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel

3 3 3

2

Omschrijving plangebied 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

3 3 3

3

Werkwijze

5

4

Resultaten 4.1 Huismussen

6 6

4.1.1 Nestlocaties

6

4.1.2 Leefgebied

6

4.1.3 Omgevingscheck

6

4.2 Overige soorten

6

5

Effectenbeoordeling en toetsing 5.1 Huismussen 5.2 Overige soorten

7 7 7

6

Conclusie

7

7

Bronnen

8

8

Verklarende Woordenlijst

9

dinsdag 25 mei 2021

2

1 Inleiding Resultaten vervolgonderzoek huismus

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Opdrachtgever is voornemens de schuur op het perceel tussen Pastoor Smitsstraat nummers 1 en 3 te slopen, om de realisatie van een vrijstaande woning mogelijk te maken. Middels een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan), uitgevoerd door BRO1, is vastgesteld dat de schuur geschikte nestplaatsen bevat voor huismus. Naar aanleiding hiervan is huismusonderzoek uitgevoerd in het seizoen van 2021, om nesten van huismus vast te stellen dan wel met voldoende zekerheid uit te sluiten. In dit rapport worden de resultaten van dit nader onderzoek gepresenteerd.

1.2

Doel

Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen:  Zijn er nestplaatsen van de huismus aanwezig binnen het plangebied?  Zo ja, hoeveel nestplaatsen van huismus betreft het hier?  Leiden de werkzaamheden tot verlies of verstoring van nestplaatsen?  Leidt de dakrenovatie tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk?

worden onderbouwd middels een separaat activiteitenplan. Hierbij moet vast komen te staan dat de functies die de gebouwen hebben voor de soort(en) behouden blijven. Ook dient te worden getoetst of de huidige staat van instandhouding van de soort(en) niet in het geding is.

2

Omschrijving plangebied

2.1

Huidige situatie

Ten behoeve van het eventueel indienen van een ontheffingsaanvraag dienen ook aspecten als doel, (wettelijk) belang en alternatievenafweging te worden onderbouwd. Deze eventuele vervolgfase ten behoeve van een ontheffingstraject maakt geen deel uit van onderhavig vervolgonderzoek.

Het plangebied is gelegen in de gemeente Meierijstad. Het betreft een perceel gelegen aan de Pastoor Smitsstraat tussen de nummers 1 en 3. Pastoor Smitsstraat is een bebouwingslint net ten zuidoosten van de kern Olland. In figuur 2 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Het plangebied bestaat momenteel uit een met gras begroeid, gedeeltelijk verhard perceel. Op de achterzijde van het perceel staat een schuur welke in gebruik is voor opslag. Verder is er geen opgaand groen aanwezig binnen het plangebied. In figuur 3 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 1, 4 t/m 6 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

2.2

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens een herinvulling aan het perceel tussen de Pastoor Smitsstraat nummers 1 en 3 te geven door het realiseren van een vrijstaande woning van één laag met kap. Hiervoor zal de huidige schuur worden geamoveerd.

Indien bij aanwezigheid van beschermde soorten het treffen van maatregelen noodzakelijk is, omdat de huidige nestplaatsen komt te vervallen/wordt verstoord, dan zullen deze (ten behoeve van een ontheffingsaanvraag) voldoende moeten 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=e6d13c03-5a12-4a58-9200-8317f84f7e20