Bijlage 2 Uitgangspunten programmabegroting 20274 en meerjarenraming 2028-2030
Tekst van het document
Uitgangspunten programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030
Inleiding De uitgangspunten voor de begroting 2027 bestaan uit twee delen, de algemene (financiële) kaders en de technische uitgangspunten voor het samenstellen van de begroting 2027. Algemene (financiële) kaders In het coalitieakkoord “Samen bouwen aan Meierijstad” zijn als algemene (financiële) kaders opgenomen. Voor het behouden van die gezonde financiële huishouding zijn de volgende uitgangspunten van toepassing: • Ieder eerste begrotingsjaar heeft een structureel sluitend karakter. • Vanwege de onzekerheid rondom het gemeentefonds worden de daaropvolgende jaren niet sluitend gemaakt middels ingrijpende bezuinigingen. Uitgangspunt is dat de structurele tekorten beheersbaar blijven en zoveel mogelijk worden beperkt. • Structurele lasten dekken we met structurele baten. Jaarlijks terugkerende taken moeten met de jaarlijks terugkerende opbrengsten kunnen worden bekostigd. • De reservepositie en het weerstandsvermogen blijven op orde conform de financiële verordening. • De lokale lasten blijven zo laag mogelijk. Voor de lasten rekenen we in principe met een trendmatige aanpassing van de tarieven. • De afvalstoffenheffing en de rioolrechten zijn 100% kostendekkend. • Leges worden meer kostendekkend. Voor het opnemen van (nieuwe) ontwikkelingen in de begroting 2027 hanteert het college de volgende uitgangspunten: •
•
We gaan een beleidsarme begroting opstellen, waarin uitsluitend wettelijke en / of noodzakelijke uitgaven worden opgenomen. Aanvullend op deze beleidsarme begroting zal een collegewerkprogramma worden opgesteld met financiële vertaling. Deze aanvulling ‘amendeert’ als het ware de beleidsarme begroting. Geen nieuw beleid zonder dekking. Uitgangspunt daarbij is: “Nieuw voor oud”.
1
Technische uitgangspunten programmabegroting 2027-2030 Algemeen We ramen de lasten en baten op basis van het bestaande beleid, inclusief de besluiten die de raad tot en met juli 2026 neemt. Gezien de financiële situatie nemen we in principe geen nieuw beleid op. Alleen autonome ontwikkelingen waar nauwelijks bestuurlijke keuze mogelijk is, verhoging van bestaande budgetten om wettelijke taken en lokaal beleid uit te voeren. Algemene uitkering De algemene uitkering uit het gemeentefonds is de grootste bron van inkomsten voor gemeenten. Naast stortingen en onttrekkingen vanwege taakwijzigingen kent het gemeentefonds een autonome groei, het accres. Daarmee moeten gemeenten onder andere de stijgende kosten door inflatie, loonontwikkeling en bevolkingsgroei opvangen. De algemene uitkering ramen we op basis van de meicirculaire 2026. Als de septembercirculaire 2026 hiertoe aanleiding geeft doet het college voorstellen bij de behandeling van de begroting 2027. We verwerken een toenemend aantal inwoners als basis voor de berekening van de algemene uitkering. Het uitgangspunt voor de berekening van de algemene uitkering voor de begroting is om het inwonersaantal jaarlijks te laten stijgen met 600 inwoners.
Werkwijze bij taakmutaties Door wijziging in de taken (taakmutaties) verandert de algemene uitkering. Bij nieuwe taken wordt geld toegevoegd en bij het weghalen van taken bij gemeenten wordt geld uit de algemene uitkering gehaald. We hanteren de volgende uitgangspunten voor taakmutaties in het gemeentefonds: -
-
Nieuwe middelen voor een bepaald taakveld reserveren we binnen het taakveld Algemene Uitkering tot de eerstvolgende kaderbrief/programmabegroting. Op basis van een apart voorstel vindt onderbouwing plaats waarom het geld nodig is binnen dat taakveld. Bij het collegewerkprogramma/programmabegroting vindt integrale afweging plaats. Op basis van de integrale afweging zetten we middelen in voor het betreffende taakveld of voegen dit toe aan de algemene middelen. Als bestaande middelen geoormerkt zijn, dan oormerken we ook de verhoging/verlaging uit taakmutaties.
Overheveling van budgetten In de kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV staan de manieren die toegestaan zijn voor het overhevelen van budgetten. Wij kiezen voor de mogelijkheid om de uitvoering van de ‘overgehevelde’ activiteiten en bijhorende lasten ten laste te brengen van de exploitatie in het nieuwe jaar. Bij het vaststellen van de jaarrekening van het oude jaar stemt de gemeenteraad in met het overhevelen van de niet aangewende middelen naar het nieuwe begrotingsjaar.
2
Budgetoverheveling vindt alleen plaats als: • er een beleidsinhoudelijke noodzaak is om het geld te behouden voor uitvoering in het nieuwe jaar • er in het nieuwe jaar geen middelen beschikbaar om deze uitgaven te dekken (financiële noodzaak) • de uitvoering in het nieuwe jaar past binnen de planning van het werkatelier • de daadwerkelijke realisatie uiterlijk plaatsvindt in het nieuwe jaar d.w.z. er kan één keer budgetoverheveling plaatsvinden • het over te hevelen budget minimaal € 25.000 bedraagt. De eenmalige budgetten worden beoordeeld op deze spelregels van budgetoverheveling. Loonkosten De huidige cao heeft een looptijd van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027. De financiële consequenties hiervan nemen we op. De loonkosten van het gemeentelijk personeel berekenen we op basis van de formatie per 1 mei 2026. De ontwikkeling van de loonkosten 2027 (na afloop van de huidige cao) baseren we op de verwachtingen van het Centraal Plan Bureau (CPB). Bron: Centraal Economisch Plan 2026, loonvoet sector overheid. De loonkosten ramen we op basis van het maximum van de salarisschaal. Prijsindexering We reserveren het bedrag voor prijsstijging op één verzamelbudget binnen het programma Financiële informatie programmaplan onder “overige baten en lasten”. De verwachte prijsontwikkelingen baseren we op verwachtingen van het Centraal Plan Bureau (CPB).
Bron: Centraal Economisch Plan (CEP) 2026, Prijs netto materiële overheidsconsumptie (IMOC). Als prijsstijgingen contractueel zijn bepaald, dan verhogen we het desbetreffende budget met als dekking het verzamelbudget. Huren en pachten De huren en pachten die de gemeente in rekening brengt indexeren we met het percentage wat contractueel is bepaald. Wanneer contractueel geen indexering is vastgelegd hanteren we de verwachtingen van het Centraal Plan Bureau (CPB). Bron: Centraal Economisch Plan (CEP) 2026, Prijs netto materiële overheidsconsumptie (IMOC).
3
Subsidies Het aantal subsidies en de samenstelling baseren we op het desbetreffende subsidiebeleid. We indexeringen subsidies volgens de algemene subsidieverordening Meierijstad. Hiervoor zijn bepalend de prijsindexen Centraal Plan Bureau (CPB) die in de septembercirculaire 2026 worden opgenomen. Omdat de hoogte van de indexering pas bij de septembercirculaire 2026 bekend is vindt bijstelling van de subsidiebedragen in de begroting plaats bij het eerstvolgende P&C document. De dekking hiervoor is het verzamelbudget (zie prijsindexering). Rekenrente De rekenrente (ook voor de grondexploitaties) is gebaseerd op de BBV (notitie rente). Voor de programmabegroting 2026 actualiseren we het percentage. Voor de meerjarenraming houden we de rekenrente gelijk aan 2027. Kapitaallasten We begroten kapitaallasten vanaf het jaar na geplande afronding van het project. Onroerende zaakbelasting De waardebepaling voor woningen en niet-woningen baseren we op waarde peildatum 1 januari 2026. Waarde mutaties compenseren we in het tarief, hierbij blijft de geraamde opbrengst gelijk. De toename van de waarde WOZ als gevolg van nieuwbouw nemen we op als extra inkomsten. Voor de indexering hanteren we de verwachtingen van het Centraal Plan Bureau (CPB) Bron: Centraal Economisch Plan 2026, prijs netto materiele overheidsconsumptie (IMOC).
Tarieven rioolheffing en afvalstoffenheffing De tarieven voor rioolheffing en afvalstoffenheffing zijn maximaal 100% kostendekkend. Leges, overige belastingen en overige heffingen Voor de indexering van leges, overige belastingen en overige heffingen hanteren we de verwachtingen van het Centraal Plan Bureau (CPB). Bron: Centraal Economisch Plan (CEP) 2026, Prijs netto materiële overheidsconsumptie (IMOC). Uitgezonderd die situaties waarin maximale kostendekking is gerealiseerd of sprake is van (maximale) doorberekening van rijksleges. Onvoorziene uitgaven Jaarlijks ramen we een bedrag voor onvoorziene uitgaven van € 100.000. Dit bedrag kan het college in dat jaar inzetten voor het dekken van incidentele tegenvallers in de exploitatie van bestaand beleid en ter dekking van lasten voor activiteiten die van tevoren niet voorzien zijn, maar die gedurende het begrotingsjaar wel belangrijk zijn. Het college rapporteert bij de bestuursrapportages en de jaarrekening over het verloop en aanwending van deze post. Grondzaken Een actieve en regisserende rol op de verwerving van en ontwikkeling van woningbouw- en bedrijventerreinlocaties middels integrale gebiedsontwikkeling door een actief grondbeleid. We streven er naar dat alle grondexploitaties samen minimaal kostendekkend worden uitgevoerd. Ieder jaar bekijken we welke grondexploitaties we kunnen afsluiten.
Een eventueel positief resultaat voegen we toe aan de algemene reserve. Vervangingsinvesteringen
4
Vervangingsinvesteringen vragen we opnieuw aan als investering bij de begroting. Voor 2027 vindt inventarisatie plaats van vervangingsinvesteringen. Opnemen van vervangingsinvesteringen 2027 wordt integraal afgewogen bij de begroting 2027. Verbonden partijen De bijdragen voor verbonden partijen zijn gebaseerd op de kadernota’s en begrotingen 2027 van de verbonden partijen.
5