CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 toelichting

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Vresselseweg 13, Sint-Oedenrode'29.948 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rapport:

VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK EN VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode

Opdrachtgever:

Familie Van der Linden Mosbulten 6 5491 PB Sint Oedenrode

Rapportnummer:

2100747

Rapportdatum: Status:

10 mei 2022 Definitief

Auteur:

ing. T.M.C. van der Meeren

Kwaliteitscontrole:

ing. W.J.H. van den Heuvel

Lankelma Geotechniek Zuid BV Postbus 38, 5688ZG Oirschot KvK. nr.: 17131641

Versie: 1

Tel. 0499-578520 Website: www.lankelma-zuid.nl E-mail: info@lankelma-zuid.nl

IBAN: NL98ABNA0590577670 BIC ABNANL2A BTW: NL 8105.11.654.B.01

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

Inhoudsopgave 1

Inleiding ...........................................................................................................................................1 1.1 Opdrachtvorming ......................................................................................................................1 1.2 Doelstelling ...............................................................................................................................1 1.3 Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage .............................................................................1 2 Vooronderzoek ................................................................................................................................3 2.1 Locatiegegevens ......................................................................................................................3 2.2 Historische informatie ...............................................................................................................4 2.3 Gebiedsgericht beleid en/of kwaliteit grond en grondwater .....................................................4 2.4 Bevindingen bodemonderzoeken en/of archief onderzoek ......................................................4 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................4 2.6 Resumé

....................................................................................................................................5 3 Hypothese en Onderzoeksstrategie ..............................................................................................6 3.1 Hypothese ................................................................................................................................6 3.2 Onderzoeksstrategie verkennend bodem- en asbestonderzoek .............................................6 3.3 Onderzoeksstrategie nader bodemonderzoek .........................................................................7 4 Veldwerkzaamheden .......................................................................................................................8 4.1 Grond ........................................................................................................................................8 4.2 Asbest .......................................................................................................................................9 4.2.1 Visuele inspectie maaiveld en weersomstandigheden .....................................................9 4.2.2 Visuele inspectie grove fractie ..........................................................................................9 4.3 Grondwater

............................................................................................................................ 10 4.4 Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018 .............................................. 10 5 Analyses en resultaten laboratoriumonderzoek ....................................................................... 11 5.1 Samenstelling en analyseparameters ................................................................................... 11 5.2 Toetsingscriteria .................................................................................................................... 11 5.2.1 Generiek referentiekader Wet bodembescherming (Wbb)............................................ 11 5.2.2 Generiek referentiekader kader Besluit bodemkwaliteit (Bbk) ...................................... 11 5.2.3 Asbest in grond .............................................................................................................. 12 5.3 Handelingskader PFAS ......................................................................................................... 12 5.3.1 Geactualiseerd Tijdelijk handelingskader PFAS (13 december 2021) .......................... 12 5.3.2 Grond en baggerspecie toepassen op landbodem .......................................................

12 5.3.3 Grond en baggerspecie grootschalig toepassen op de landbodem .............................. 13 5.4 Toetsingen ............................................................................................................................. 13 5.4.1 Grond ............................................................................................................................. 13 5.4.2 Asbest ............................................................................................................................ 14 5.4.3 Grondwater .................................................................................................................... 15 5.5 Verklaring analyseresultaten ................................................................................................. 15 5.5.1 Vresselseweg 13 ........................................................................................................... 15 5.5.2 Vresselseweg 77a ......................................................................................................... 16 6 Conclusie en aanbeveling ........................................................................................................... 17 6.1 Conclusie ...............................................................................................................................

17 6.1.1 Vresselseweg 13 ........................................................................................................... 17 6.1.2 Vresselseweg 77a ......................................................................................................... 18 6.2 Resumé en aanbeveling ........................................................................................................ 18

Bijlagen Bijlage 1: Regionale ligging locatie Bijlage 2: Situatietekening met boorlocaties Bijlage 3: Profielbeschrijvingen Bijlage 4: Analysecertificaten grond en grondwater Bijlage 5: Toetsingstabellen grond en grondwater Bijlage 6: Fotorapportage Bijlage 7: Asbestconcentratieberekening

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

1 Inleiding 1.1

Opdrachtvorming

In opdracht van familie Van der Linden heeft Lankelma Geotechniek Zuid B.V. een verkennend en nader bodemonderzoek en een verkennend onderzoek asbest uitgevoerd op twee locaties gelegen aan de Vresselseweg 13 en 77a te Sint Oedenrode, gemeente Meierijstad. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1. De aanleiding voor het laten uitvoeren van een bodemonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van de onderzoekslocatie. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). Opgemerkt wordt dat bij een bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering die erop is gericht om te kunnen beoordelen of (mogelijke) bodemverontreinigingen aanwezig zijn, evenals het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Het verkennend bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse normen NEN5740/A1 en NEN5707/C2.

Het veldwerk is onder certificaat uitgevoerd op grond van beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000. Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse norm NTA5755. Het hierbij behorende procescertificaat en keurmerk van Lankelma Geotechniek Zuid B.V. is van toepassing op het gehele proces van het veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, vanaf acceptatie tot aan de overdracht van de veldgegevens en monsters. Lankelma Geotechniek Zuid B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. Verder is zij gecertificeerd in het kader van ISO-9001 en de BRL-SIKB 2000 “veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” en de daarbij behorende protocollen. Hierbij gelden de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versies van deze documenten. 1.2

Doelstelling

De doelstelling van het onderzoek wordt onderstaand puntsgewijs benoemd:  historisch onderzoek naar bodembedreigende activiteiten/situaties binnen de locatie middels welke een inschatting wordt gemaakt of en waar op de locatie bodemverontreiniging te verwachten is;  bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie;  op basis van de resultaten vaststellen of in het kader van de Wbb sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging;  bepalen of de bodem wel dan niet verdacht is voor asbest. 1.3

Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage

De werkzaamheden zijn door Lankelma Geotechniek Zuid B.V. onder certificaat uitgevoerd, te weten conform BRL-SIKB 2000 en de daaraan gekoppelde protocollen:  2001: “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”;  2002: “Het nemen van grondwatermonsters”;  2018: “Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem”.

1

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

In de BRL-SIKB 2000 wordt verwezen naar de Nederlandse normen voor bodemonderzoek die eveneens bepalend zijn voor de uitvoering van het bodemonderzoek. De belangrijkste en meest bepalende normeringen zijn de NEN5725:2017 “Bodem-landbodem-strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek” en de NEN5740/A1: 2016 “Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek”. Evenals de NTA5755 “Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging”, en de NEN5707/C2: 2017 “Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in de bodem en partijen grond”. Voorliggend rapport presenteert de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2), de onderzoekshypothese en –strategie (hoofdstuk 3) en de resultaten van het veldwerk (hoofdstuk 4) en analytisch onderzoek en de aan het onderzoek te verbinden interpretatie van de onderzoeksresultaten (hoofdstuk 5) en conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6).

2

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.3 opgenomen informatie is afkomstig van/uit:  terreininspectie;  het archief van Lankelma Geotechniek Zuid B.V.;  archiefonderzoek door een ambtenaar van de gemeente Meierijstad;  omgevingsrapportage van de gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord-Brabant;  informatie opdrachtgever;  TNO (Regis);  website www.topotijdreis.nl;  website www.bodemloket.nl. Vermeld dient te worden dat de verantwoordelijkheid voor de resultaten van onderhavig onderzoek worden beperkt tot de aan deze resultaten ten grondslag liggende en op het moment van onderzoek ter beschikking staande gegevens alsmede de bij de terreininspectie geconstateerde situatie. Aanleiding en aspecten van het vooronderzoek De aanleiding voor het opstellen van onderhavig vooronderzoek sluit aan bij A ‘opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’, uit de NEN5725. 2.1

Locatiegegevens

Algemeen De onderzochte locaties zijn gelegen aan de Vresselseweg 13 en 77a te Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad. Kadastraal is de locatie bekend onder kadastrale gemeente Sint Oedenrode, sectie L, nrs. 674, 847 en 848, ged. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn x = 162,8 en y = 395,6 voor de Vresselseweg 13 en x = 163,6 en y = 392,9 voor de Vresselseweg 77a. De deellocatie Vresselseweg 13 heeft een oppervlak van 6.187 m 2. Ten tijde van de uitvoering van het onderzoek was onderhavige locatie bebouwd met een woonhuis en stallen. Een deel van de stallen was voorzien van asbestverdachte dakbedekking. Op de locatie was een puinhoudend pad aanwezig. Het overige deel van de locatie was verhard met klinkers, in gebruik als tuin en als agrarische weide. De locatie grenst aan de westzijde aan de geasfalteerde weg ‘Vresselseweg’. Ten noorden van de locatie bevindt zich een woning. De overige zijden grenzen aan agrarische percelen. Het oppervlak van de deellocatie Vresselseweg 77a is 1.115 m 2. Ten tijde van de uitvoering van het onderzoek was de locatie bebouwd met een stal welke was voorzien van een asbestverdacht dak. Op de locatie was een puinhoudend pad aanwezig. Het overige deel van de locatie was verhard met klinkers en beton of in gebruik als tuin. De locatie grenst ten westen aan een stal/schuur. De noordzijde grenst aan een onverharde weg.

De overige zijden grenzen aan bebost terrein. In bijlage 2 is voornoemde situatie van de onderzoekslocatie weergegeven. Onderhavige locatie is zuidoostelijk gelegen ten opzichte van het centrum van Sint-Oedenrode. Terreininspectie Door een gecertificeerd medewerker van Lankelma Geotechniek Zuid B.V. is een terreininspectie uitgevoerd voorafgaande aan de veldwerkzaamheden. Foto’s van de locaties zijn in bijlage 6 toegevoegd. De locatie is daadwerkelijk in gebruik zoals in voorgaande alinea omschreven. Behoudens de eerder genoemde asbestverdachte dakbedekking en puinhoudende paden zijn tijdens de terreininspectie geen bijzonderheden (zoals verdachte plekken, artefacten of bodembeschermende voorzieningen, puin en/of asbest op het maaiveld, asbest beschoeiingen, verzakkingen, verhogingen, verkleuringen, brandplaatsen) geconstateerd, welke een aanwijzing zouden kunnen zijn voor een mogelijke bodemverontreiniging.

3

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

2.2

Historische informatie

Uit het historisch kaartmateriaal blijkt dat ter plaatse van deellocatie Vresselseweg 13 eind 19de eeuw sprake was van een agrarische bestemming. Omstreeks 1964 is de eerste bebouwing op onderhavige locatie zichtbaar. De bebouwing is met name begin jaren 80 uitgebreid. Sindsdien zijn geen veranderingen zichtbaar. Ter plaatse van deellocatie Vresselseweg 77a was eind 19de eeuw sprake van een agrarische bestemming. Omstreeks 1982 is de schuur gebouwd. Sindsdien hebben geen wijzigingen plaatsgevonden. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend van activiteiten die de bodem mogelijk negatief hebben kunnen beïnvloeden. Er is niets bekend over een (voormalige) ondergrondse c.q. bovengrondse brandstoftank. Voormalige stortlocatie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is voor zover bekend geen sprake van een (voormalige) stortlocatie. Explosieven De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) geeft voor Nederland een landelijk overzicht op een kleine schaal van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed. De onderzoekslocatie is gesitueerd in de zone ‘Marketgarden’. Er kunnen statische structuren worden verwacht, zoals resten van stellingen, versperringen, loopgraven, ondersteunende posten e.d.

Ook inslagen van granaten en mortieren kunnen worden verwacht, vaak in de vorm van beschadigingen aan bestaande bouw of bomen en als microreliëf. Asbestverdachte activiteiten Op beide deellocaties is bebouwing aanwezig waarin asbesthoudende bouwmaterialen zijn verwerkt, dan wel is de bebouwing in het verleden niet gerenoveerd met toepassing van asbesthoudende producten met een reële kans dat asbestresten op of in de bodem terecht is gekomen, bijvoorbeeld door bewerking, beschadiging of door verwering van asbesthoudende materialen. Daarnaast is ter plaatse van beide deellocaties sprake van een puinhoudend pad. 2.3

Gebiedsgericht beleid en/of kwaliteit grond en grondwater

Het onderhavige onderzoeksgebied is gelegen binnen een gebied waarvoor een bodemkwaliteitskaart is opgesteld (Bodemkwaliteitskaart regio Noordoost Brabant, Lievense, documentcode 16M1041.RAP001, d.d. 28 februari 2019). Volgens de kaart valt het onderzoeksgebied binnen een schoon deelgebied. Op basis van de kaart/beleidsplan kan worden aangenomen dat de bodem ter plaatse niet verontreinigd is. De milieuhygiënische kwaliteit wordt als zijnde de achtergrondwaarde beschouwd. 2.4

Bevindingen bodemonderzoeken en/of archief onderzoek

Bij de gemeente Meierijstad en via de omgevingsrapportage zijn geen gegevens bekend van bodemonderzoeken en/of potentieel bodembedreigende activiteiten ter plaatse van en/of in de directe omgeving van de deellocaties. 2.5

Regionale bodemopbouw en geohydrologie

De op basis van de geraadpleegde bronnen verwachte ondiepe geologie op de locatie is weergegeven in tabel 2.1. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het de geologische bodemopbouw betreft die door TNO is geïnterpoleerd op basis van onderzoek in de omgeving. De werkelijke laagopbouw en –samenstelling kunnen hiervan afwijken.

4

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

tabel 2.1 Geohydrologische bodemopbouw*

*

Diepte [m-mv]

Formatienaam

Lithologie

0,00 – 2,50

Formatie van Boxtel

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind

2,50 – 4,30

Formatie van Boxtel

Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit leem, weinig fijn en midden zand en een spoor veen en grof zand

4,30 – 27,60

Formatie van Boxtel

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind

Bron: Landelijk DGM model V1.3 – 2009, NITG-TNO, de werkelijke diepte en formatienaam kan afwijken (met name nabij geologische breukzones)

De grondwaterstand van het freatisch pakket bedraagt circa 1,3 m-mv. Het grondwater in het ondiepe (freatische) grondwater stroomt regionaal gezien in overwegend noordelijke richting. De locatie ligt niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning c.q. een grondwaterbeschermingsgebied. 2.6

Resumé

Uit het vooronderzoek is geen informatie naar voren gekomen waaruit zou kunnen blijken dat op of in de directe nabijheid van de locatie (<25 meter) sprake is, of is geweest van (bedrijfsmatige) activiteiten welke een bedreiging voor de bodemkwaliteit zouden kunnen vormen met betrekking tot de reguliere parameters. Op basis van de resultaten van dit bodemonderzoek is de locatie als zijnde “onverdacht” gekwalificeerd ten aanzien van grondverontreiniging. Hiermee wordt bedoeld dat er geen stoffen in gehalten boven de generieke achtergrondwaarden vallen. Uit het vooronderzoek dient grond (bodemlaag vanaf maaiveld tot 0,5 m-mv) ter plaatse van de asbestverdachte daken en puinhoudende paden als verdacht voor de parameters asbest en PCB beschouwd te worden.

5

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

3 Hypothese en Onderzoeksstrategie 3.1

Hypothese

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn beide locaties ten aanzien van de grond en het grondwater als ‘onverdacht’ gekwalificeerd. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn de deellocaties, met betrekking tot de parameter asbest als ‘verdachte’ locatie gekwalificeerd. 3.2

Onderzoeksstrategie verkennend bodem- en asbestonderzoek

Grond en grondwater Voor de onderzoekslocatie is bij het vaststellen van de onderzoeksstrategie de boor-, bemonsteringsen analysestrategie gehanteerd, zoals beschreven in de NEN5740/A1 ‘Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie’ (ONV-NL, tabel 3.1). Asbest Voor de onderzoekslocatie is bij het vaststellen van de onderzoeksstrategie de boor-, bemonsteringsen analysestrategie gehanteerd, zoals beschreven in de NEN5707 ‘Onderzoeksstrategie voor een kleinschalige onverdachte locatie’ (tabel 4). In tabel 3.1 en tabel 3.2 zijn overzichten opgenomen van de uit te voeren veldwerkzaamheden en laboratoriumwerkzaamheden. tabel 3.1 Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden verkennend bodemonderzoek Deellocatie / oppervlak

Veldwerk

Vresselseweg 13 / 6.187 m2 Vresselseweg 77a / 1.115 m2

0,5 m-mv 12 6

Analyses 2 m-mv1 3 1

peilbuis2 1 1

bovengrond 2 x NEN57403 1 x NEN57403

ondergrond 2 x NEN57403 1 x NEN57403

grondwater 1 x NEN57404 1 x NEN57404

1

Handboring tot minimaal 0,5 m- freatische grondwaterstand of 1 m-mv, maximaal tot 2,5 meter. Indien visueel schoon dan boren tot opgegeven einddiepte, anders boren tot 0,5 meter minus verdachte bodemlaag.

2

Indien een grondwaterspiegel wordt aangetroffen dieper dan 5 m-mv behoeft geen peilbuis te worden geplaatst.

3

Standaard NEN5740 pakket voor grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), organische parameters (PAK (som 10), minerale olie, PCB (som 7)), lutum en organische stof.

4

Standaard NEN 5740 pakket voor grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen, minerale olie, vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, Som1,2-dichlooretheen, 1,1-dichlooretheaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, Somdichloorpropaan, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen, bromoform.

tabel 3.2 Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden asbestbodemonderzoek Deellocatie

Veldwerk Asbestgaten

Boringen

4 druppelzones stallen

9

9

puinhoudend pad

3

-

2 druppelzones stal

8

8

puinhoudend pad

4

-

Analyses Grondmengmonsters

plaatmateriaal

Vresselseweg 13 3 x NEN5898 3 x PCB 1 x NEN5898

Indien aangetoond

2 x NEN5898 2 x PCB 1 x NEN5898

Indien aangetoond

Indien aangetoond

Vresselsweg 77a

6

Indien aangetoond

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

3.3

Onderzoeksstrategie nader bodemonderzoek

Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek is een nader bodemonderzoek uitgevoerd. In tabel 3.3 is een overzicht opgenomen van de uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden. tabel 3.3 Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden nader bodemonderzoek Deellocatie Vresselseweg 13 Inkadering PAK PB20 Herbemonstering grondwater PB20 Vresselseweg 77a Uitsplitsing MM1 Uitsplitsing MM2 Verticale inkadering druppelzone noordzijde Verticale inkadering druppelzone zuidzijde

Veldwerk

Analyses

1,0 m-mv

1,5 m-mv

peilbuis

bovengrond

ondergrond

grondwater

4 -

1 -

-

4 x PAK -

1 x PAK -

1 x barium 1 x minerale olie

3 5 -

4

-

3 x PCB 5 x PCB 1 x PCB

1 x PCB

-

-

4

-

1 x PCB 1 x PFAS (noord- en zuidzijde)

1 x PCB

-

7

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

4 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL-SIKB 2000, conform de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Evenals de daaraan gekoppelde Nederlandse Eenheidsnormen (NEN). 4.1

Grond

Het plaatsen van de boringen en de peilbuizen ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek is door de erkende veldwerkers de heer D. Vervoort (Lankelma Geotechniek Zuid B.V.), de heer S. Dieleman en de heer J. Schoonhoven (beide Bodex Milieu B.V.) uitgevoerd op 23 en 25 februari 2022. Op instructie en onder controle van voornoemde erkende persoon zijn de (veld)werkzaamheden gedeeltelijk uitgevoerd door de veldwerkers in opleiding de heer B. van de Sande en de heer N. Coppens. De veldwerkers verklaren hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. Ten tijde van het verkennend bodemonderzoek is op de deellocatie Vresselseweg 13 een van de asbestverdachte daken niet als dusdanig herkend. Op 25 april 2022 zijn in de druppelzone alsnog boringen geplaatst door de erkende veldwerker de heer L. Dijks (Bodex Milieu B.V.). Het betreft de boringen B109 en B110. Omdat de druppelzone niet eerder is onderzocht worden deze boringen tot het verkennend bodemonderzoek gerekend. De veldwerkzaamheden ten behoeve van het nader bodemonderzoek zijn door de erkende veldwerker de heer L. Dijks uitgevoerd op 22 en 25 april 2022.

De veldwerker verklaart hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. In tabel 4.1 zijn ten behoeve van het onderzoek de uitgevoerde werkzaamheden opgenomen. tabel 4.1 Uitgevoerde werkzaamheden Boring Verkennend bodemonderzoek Vresselseweg 13 B24 t/m B29, B31 t/m B35 B30 B109, B110 B21 t/m B23 PB20 Vresselseweg 77a B06* B03 t/m B05, B07, B08 B02 PB01 Nader bodemonderzoek Vresselseweg 13 B20a B20b t/m B20e Vresselseweg 77a B06a*, B101*, B102* B01a, B02a, B03a, B04a, B05a, B07a, B08a B103 t/m B110

Diepte [m-mv]

Filterdiepte [m-mv]

0,50 1,00 1,50 2,00 3,10

2,10 – 3,10

0,21 0,50 2,00 2,80

1,80 – 2,80

1,00 1,50

-

0,16 1,00 1,50

-

*Boring gestaakt op beton

De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 3,10 m-mv overwegend uit matig fijn, matig siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. De situering van de onderzoekslocatie en de geplaatste boringen en peilbuizen is opgenomen in bijlage 2. Voor de complete boorbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 3. In de uitkomende grond zijn lokaal waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. In tabel 4.3 volgt per monsternametraject een opsomming van de waargenomen afwijkingen.

8

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

4.2

Asbest

Veiligheid Indien het vochtpercentage in de bodem meer bedraagt dan 10%, zijn er geen risico’s aanwezig met betrekking tot het vrijkomen van asbestvezels. Voorafgaande aan en tijdens de werkzaamheden zijn vochtmetingen verricht. Hieruit bleek dat aan de eis van meer dan 10% is voldaan. 4.2.1 Visuele inspectie maaiveld en weersomstandigheden De veldwerkzaamheden zijn door de erkende veldwerkers de heer S. Dieleman (Bodex Milieu B.V.) en de heer D. Vervoort (Lankelma Geotechniek Zuid B.V.) uitgevoerd op respectievelijk 23 februari en 15 maart 2022. Op instructie en onder controle van de heer Dieleman zijn de (veld)werkzaamheden op 23 februari gedeeltelijk uitgevoerd door de veldwerker in opleiding de heer B. van de Sande. Op 15 maart 2022 is de heer Vervoort ondersteund door de assistent de heer T. van Laarhoven. Op 25 april 2022 zijn bij het voornoemde asbestverdachte dak twee aanvullende asbestgaten gegraven (G109 en G110) door de erkende veldwerker de heer L. Dijks (Bodex Milieu B.V.). De veldwerkers verklaren hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van het protocol 2018. Bij de uitgevoerde inspectie van het maaiveld zijn, behoudens de eerder genoemde puinhoudende paden, geen bodemvreemde materialen, kleuren e.d. aangetroffen, welke een aanwijzing zou kunnen voor een mogelijke bodemverontreiniging.

Asbestverdachte materialen zijn eveneens niet aangetroffen. In het asbestgat G109 (0-20 cm-mv) is wel asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. In tabel 4.2 is een overzicht opgenomen waarin de bevindingen zijn opgenomen. tabel 4.2 Overzicht bevindingen visuele maaiveld inspectie Monsternummer G109-2

Soortmateriaal en aantal Asbestverdachte plaat

Hoeveelheid (gr)* 60

*gewogen in het veld

De inspectie efficiëntie bedraagt circa 50% (lees: de locatie was deels verhard met klinkers en beton of begroeid met vegetatie), op basis van de uitgevoerde visuele inspectie van het maaiveld. De weersomstandigheden kunnen als volgt worden omschreven:  regenval minder dan 10 mm, kleine plasvorming;  geen hagel en/of sneeuwval;  tussen zonsop- en -ondergang;  geen mist (zicht > 50 meter). 4.2.2 Visuele inspectie grove fractie Op basis van de opgestelde onderzoeksstrategie zijn in totaal 24 inspectiegaten gegraven (G01 t/m G22, G109 en G110). Voor de uiteindelijke situering van inspectiegaten, verwijzen wij naar bijlage 2 van dit schrijven. In bijlage 3 zijn de boorprofielen weergegeven. In bijlage 6 zijn relevante foto’s toegevoegd. De uitkomende bodemmaterialen zijn naast het inspectiegat uitgespreid en visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Behoudens de eerder genoemde asbestverdachte plaat in gat G109 zijn hierbij geen asbestverdachte materialen >20 mm aangetroffen. Vervolgens is de grond gezeefd met een grove zeef (maaswijdte 20 mm). Ook hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Wel zijn asbestverdachte materialen aangetroffen in de vorm van bodemvreemde bijmengingen zijnde puinresten, baksteen, beton en asfalt. Plaatselijk is een laag volledig freesasfalt aangetroffen. zie tabel 4.3.

Van de fijne fractie zijn vervolgens mengmonsters samengesteld op basis van samenstelling van grond.

9

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

tabel 4.3 Waargenomen afwijkingen. Boring Verkennend bodemonderzoek PB01 B05 B06 PB20 Nader bodemonderzoek G01a B05a B06a B07a B08a B20a B20b B20c B20d B20e B104 B109 B110 Verkennend onderzoek asbest G01 G02 G03 G04 G09 G10 G11 G12 G13 G14 G15 G17 G109 G110

4.3

Diepte

Afwijking

0,00 – 0,25 0,00 – 0,50 0,00 – 0,21 0,00 – 0,40

Matig puinhoudend, matig baksteenhoudend Brokken beton Brokken puin Zwak puinhoudend, brokken asfalt

0,00 – 0,30 0,00 – 0,30 0,00 – 0,16 0,00 – 0,50 0,00 – 0,25 0,00 – 0,50 0,00 – 0,30 0,30 – 0,50 0,00 – 0,30 0,30 – 0,50 0,00 – 0,30 0,30 – 0,50 0,00 – 0,30 0,30 – 0,50 0,00 – 0,20 0,00 – 0,20 0,20 – 0,50 0,00 – 0,20 0,20 – 0,50

Matig puinhoudend Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend Sporen puin Sporen puin Matig puinhoudend, matig asfalthoudend Uiterst puinhoudend Volledig freesasfalt Uiterst puinhoudend Volledig freesasfalt Uiterst puinhoudend, zwak verbrandingsresten Volledig freesasfalt Uiterst puinhoudend, brokken asfalt Volledig freesasfalt Sporen puin Sporen puin, zwak asbestverdacht materiaal houdend Sporen puin Sporen puin Sporen puin

0,00 – 0,21 0,00 – 0,21 0,00 – 0,16 0,00 – 0,21 0,00 – 0,35 0,00 – 0,35 0,00 – 0,35 0,00 – 0,35 0,00 – 0,50 0,00 – 0,41 0,00 – 0,16 0,00 – 0,20 0,00 – 0,20 0,20 – 0,50 0,00 – 0-20 0,20 – 0,50

Matig baksteenhoudend Matig baksteenhoudend Matig baksteenhoudend Matig baksteenhoudend Matig puinhoudend Matig puinhoudend Matig puinhoudend Matig puinhoudend Matig puinhoudend Matig puinhoudend Matig puinhoudend Brokken asfalt Sporen puin, zwak asbestverdacht materiaal houdend Sporen puin Sporen puin Sporen puin

Grondwater

De peilbuizen zijn, na inachtneming van de geldende rustperiode van minimaal een week door de erkende veldwerker de heer D. Vervoort bemonsterd op d.d. 15 maart 2022. Hij is hierbij ondersteund door de assistent de heer T. van Laarhoven. Naar aanleiding van de resultaten is peilbuis PB20 op 22 april 2022 opnieuw bemonsterd door de erkende veldwerker de heer L. Dijks (Bodex Milieu B.V.). De veldwerkers verklaren hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van protocol 2002. In tabel 4.4 zijn de gegevens hiervan weergegeven: tabel 4.4 Peilbuisgegevens Peilbuisnummer Datum bemonstering Diepte grondwaterspiegel [m-mv] Filterstelling [m-mv] Toestroming Beluchting Zuurgraad [pH] Elektrische geleidbaarheid [Ec, S/cm] Troebelheid (NTU) Waargenomen afwijkingen Drijflaag

4.4

PB01 15 maart 2022 1,45 1,80 – 2,80 goed niet belucht 6,38 242 8,4 geen geen

PB20 15 maart 2022 1,70 2,10 – 3,10 goed niet belucht 5,47 2253 9,7 geen geen

PB20 herbemonstering 22 april 2022 2,05 2,10 – 3,10 goed niet belucht 5,74 108 3,9 geen geen

Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018

Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden in het kader van de BRL-SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018.

10

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

5 Analyses en resultaten laboratoriumonderzoek 5.1

Samenstelling en analyseparameters

De grond(meng)monsters en de grondwatermonsters zijn in het laboratorium van Eurofins Analytico B.V. te Barneveld (door de RvA erkend) chemisch geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000. Het aantal samengestelde en/of analytisch onderzochte grond(meng)monsters en grondwatermonsters is niet in overeenstemming met de onderzoeksstrategie zoals opgenomen in hoofdstuk 3. Er zijn extra grondmonsters geanalyseerd teneinde de verontreinigingen volledig in te kaderen. In onderstaande tabel 5.2 en tabel 5.2 is inzichtelijk gemaakt hoe de betreffende grondmonsters (verkennend en nader bodemonderzoek) zijn samengesteld (o.a. zintuiglijke waarnemingen en diepte geanalyseerde bodemlaag). De resultaten van het asbestonderzoek zijn weegegeven in tabel 5.3. Tevens zijn in tabel 5.4 de resultaten van het grondwateronderzoek weergegeven. De analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 4. De resultaten zijn getoetst aan de achtergrondwaarden en interventiewaarden en weergegeven in bijlage 5. 5.2

Toetsingscriteria

Teneinde de mate van verontreiniging van de bodem te kunnen beoordelen, zijn de chemische analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters getoetst aan de richtlijnen die zijn vastgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (de zogenaamde generieke referentiewaarden). 5.2.1 Generiek referentiekader Wet bodembescherming (Wbb) De gehalten en concentraties van de milieuschadelijke stoffen in respectievelijk de grond- dan wel grondwatermonsters worden gerelateerd aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering (Per 1 juli 2013), die een onderdeel vormt van de Wet bodembescherming (Wbb). Bij de referentiewaarden wordt onderscheid gemaakt in zogenaamde generieke ofwel landelijke achtergrondwaarden (in geval van grond), streefwaarden (in geval van grondwater) en de interventiewaarden (zowel grond als grondwater): achtergrondwaarde (grond) of S-waarde (grondwater) ½ (AW of SW+I) waarde of bodemindex

=

waarde voor een schone, multifunctionele bodem

=

interventiewaarde of I-waarde

=

Waarde waarbij men een aanvullend/nader onderzoek in overweging dient te nemen ((achtergrond- of streefwaarde + interventiewaarde) / 2) interventiewaarde voor sanering(sonderzoek)

De referentiewaarden voor grond zijn mede afhankelijk gesteld van het gehalte lutum (fractie <2m) en organische stof. Dit betekent dat bij elk (verkennend) bodemonderzoek de gemeten waarden moeten worden omgerekend als zijnde “standaard bodem” (10% organische stof en 25% lutum). De omgerekende waarden worden vervolgens getoetst aan de vigerende referentiewaarden. Ten aanzien van de resultaten van de toetsing wordt in voorliggend rapport de volgende terminologie gehanteerd:  licht verhoogd gehalte: gehalte tussen de achtergrondwaarde (grond) c.q. streefwaarde (grondwater) en de ½ (AW+I) waarde;  matig verhoogd gehalte: gehalte tussen de ½ (AW of SW+I) waarde of bodemindex en gelijk interventiewaarde;  sterk verhoogd gehalte: gehalte groter dan de interventiewaarde. 5.2.2 Generiek referentiekader kader Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Bij het op basis van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) toepassen van een partij grond, volgens het generieke toetsingskader, spelen de kwaliteit en de functie van de ontvangende bodem een belangrijke rol. In verband met hergebruiksmogelijkheden van de grond voor een toepassing als zijnde landbodem, zijn de in de grond(meng)monsters gemeten gehalten indicatief getoetst aan de waarden afkomstig uit de Regeling bodemkwaliteit (Bijlage B, tabellen 1 en 2). Dit is geschied met behulp van het toetsingsinstrument BoToVa (Bodemtoets- en validatieservice). 11

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

Ten aanzien van de resultaten van de toetsing wordt in voorliggend rapport de volgende terminologie gehanteerd:  achtergrondwaarden: grond die vrij toepasbaar is bij elke bodemfunctie en elke bodemkwaliteit;  wonen: grond kan worden toepast bij de bodemfuncties en bodemkwaliteiten ‘wonen’ en ‘industrie’;  industrie: grond kan worden toegepast bij bodemfunctie en bodemkwaliteit ‘industrie’;  niet toepasbaar: grond kan niet elders worden toegepast en dient te worden afgevoerd naar een erkend verwerker. 5.2.3 Asbest in grond De resultaten van het asbestonderzoek ‘grond’ zijn getoetst aan interventiewaarde opgenomen in bijlage B (grond en baggerspecie) van de Regeling bodemkwaliteit. Deze is van toepassing wanneer men de grond wil hergebruiken. In deze bijlage is opgenomen dat een concentratie van 100 mg/kgds wordt gehanteerd. Dit op basis van de gewogen norm (concentratie serpentijn asbest + 10 x concentratie amfibool asbest). In de NEN5707 (2017) is opgenomen dat indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde (afkomstig uit de Circulaire bodemsanering), het statistisch aannemelijk is dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest.

Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogst bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. 5.3

Handelingskader PFAS

5.3.1 Geactualiseerd Tijdelijk handelingskader PFAS (13 december 2021) In het geactualiseerd tijdelijk handelingskader PFAS zijn de toepassingsnormen opgenomen. De toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem zijn in onderstaande tabel 5.1 opgenomen. Voor andere toepassingen wordt verwezen naar het geactualiseerd tijdelijk handelingskader PFAS (13 december 2021). tabel 5.1 Toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau1 (in µg/kg d.s.) – categorie 4.1 uit tabel 12 Functieklasse in de zin van het Besluit bodemkwaliteit landbouw/natuur

PFOS

PFOA

GenX

Overige PFAS

1,4

1,9

1,4

1,4

landbouw/natuur, bij hogere achtergrond-waarde dan 0,1 wonen

de gemeten achtergrond waarde, ten hoogste 3,0 3,0

de gemeten achtergrond waarde, ten hoogste 7,0 7,0

de gemeten achtergrond waarde, ten hoogste 3,0 3,0

de gemeten achtergrond waarde, ten hoogste 3,0 3,0

industrie

3,0

7,0

3,0

3,0

1 Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. 2 Op de waarden uit deze tabel hoeft (tot 10%) geen bodemtypecorrectie toegepast te worden overeenkomstig de systematiek zoals die op dit moment al voor PAK geldt).

5.3.2 Grond en baggerspecie toepassen op landbodem Voor de bodemfunctieklasse landbouw/natuur moet in beginsel worden uitgegaan van de bepalingsgrens van 1,4 μg/kg d.s. Omdat de achtergrondwaarde die voor PFAS in Nederland wordt aangetroffen, op dit moment nog niet bekend is, wordt overeenkomstig het voorzorgbeginsel de bepalingsgrens als voorlopige achtergrondwaarde gehanteerd. Als op de plaats waar de grond of baggerspecie wordt toegepast echter een hogere achtergrondwaarde wordt gemeten, kan de gemeten achtergrondwaarde voor de bodemfunctieklasse landbouw/natuur als toepassingsnorm worden gehanteerd, omdat in dat geval wordt voldaan aan het uitgangspunt stand-still. Als de gemeten achtergrondwaarde boven de toepassingsnormen voor de bodemfunctieklasse wonen ligt, moeten de voor die bodemfunctieklasse vastgestelde toepassingsnormen worden gehanteerd. Wat betreft de dubbele toets die bij het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem volgens het Besluit bodemkwaliteit moet worden uitgevoerd, wordt opgemerkt dat het bepalen voor PFAS van de kwaliteit van de bodem waarop PFAS-houdende grond of baggerspecie wordt toegepast (de ontvangende bodem), alleen noodzakelijk is voor landbodems die zijn ingedeeld in de 12

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur en/of de bodemfunctieklasse landbouw/natuur. Als de landbodem reeds is ingedeeld in de bodemkwaliteitsklassen wonen en industrie levert het vaststellen van de bodemkwaliteit geen informatie op die relevant is om PFAS-houdende grond of baggerspecie te mogen toepassen. De indeling van de bodem in de klasse wonen of industrie kan door aanvullend onderzoek naar PFAS in de ontvangende bodem namelijk niet veranderen. Hierdoor moet bij de dubbele toets het gehalte aan PFAS in toe te passen grond of baggerspecie daar altijd aan de norm voor wonen voldoen. Om te bepalen of aan deze eis wordt voldaan kan dan worden volstaan met het meten van het gehalte aan PFAS in de grond of baggerspecie. 5.3.3 Grond en baggerspecie grootschalig toepassen op de landbodem Voor PFAS-houdende grond en baggerspecie kunnen nog geen toepassingsnormen worden vastgesteld die uitgaan van optredende emissies. Daarnaast gelden voor grootschalige toepassen de toepassingsnormen voor de bodemfunctieklasse industrie.

In lijn met de regeling die in het Besluit bodemkwaliteit voor grootschalig toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem is getroffen, gelden voor PFAS-houdende grond en baggerspecie bij grootschalig toepassen de toepassingsnormen voor de bodemfunctieklasse industrie, ook als de bodem is ingedeeld in de klasse landbouw/natuur, dit laatste in afwijking van de toepassingsnormen voor categorie 4.1 (toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem). 5.4

Toetsingen

5.4.1 Grond In tabel 5.2 zijn alleen de onderzochte parameters vermeld, waarvan de concentraties de betreffende achtergrondwaarden overschrijden. tabel 5.2 Resultaten verkennend grondonderzoek MonsterSamenstelling (cm-mv) nr. Vresselseweg 13 MM6 PB20 (100-150) PB20 (150-200) B21 (150-200) MM7 B22 (50-100) B23 (50-100)

Bodemsamenstelling/ bijmengingen

Analyseparameters

Parameters >AW

Toets (Wbb)

Bbk

Matig fijn siltig zand

-

-

AW

PCB

*

AW

MM8

B22 (0-50) B24 (0-50) B25 (0-50) B26 (0-50) B28 (0-50) B30 (20-50) B31 (0-50) B32 (0-50) B34 (0-50) B35 (0-50) PB20 (0-40)

Matig fijn siltig zand, humeus

NEN5740 pakket grond NEN5740 pakket grond NEN5740 pakket grond

-

-

AW

Matig fijn siltig zand, humeus, sterk grindig, zwak puinhoudend, brokken asfalt, matig steenhoudend

NEN5740 pakket grond

Matig fijn siltig zand, humeus, matig grindig, brokken asfalt Uiterst fijn siltig zand, humeus Matig fijn siltig zand, humeus Matig fijn siltig zand, humeus, sporen puin, zwak asbestverdacht materiaal houdend

PCB

* * * * ** -

NT

G16 (0-20) G17 (0-20) G18 (0-20) G19 (0-20) G20 (0-20) G21 (0-20) G22 (0-20) B109 (0-20) B110 (0-20)

Zink Cadmium Lood Minerale olie PAK -

PCB PCB PCB

PCB PCB

* *

AW WO IND

Vresselseweg 77a MM1 PB01 (0-25) B05 (0-50) B06 (0-21)

Matig fijn siltig zand, humeus, matig grindig, brokken beton

NEN5740 pakket grond

Matig fijn siltig zand, humeus

NEN5740 pakket grond

** * * * * ***

NT

MM2

PCB Zink Cadmium Lood PAK PCB

Matig fijn siltig zand

NEN5740 pakket grond

PCB

*

AW

Matig fijn siltig zand, humeus, matig baksteenhoudend Matig fijn siltig zand, humeus

PCB

PCB

***

NT

PCB

PCB

***

NT

PB20-1

MM9* MM10* MM11* MM103*

MM3

MM4* MM5*

B02 (0-50) B03 (0-50) B04 (0-20) B07 (0-50) B08 (0-50) PB01 (90-130) PB01 (130-180) PB01 (180-200) B02 (100-150) B02 (150-200) G01 (0-21) G02 (0-21) G03 (0-16) G04 (0-21) G05 (0-20) G06 (0-20) G07 (0-20) G08 (0-20)

Matig fijn siltig zand, humeus

*Analyse PCB in druppelzone asbestverdachte daken

13

AW

NT

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

tabel 5.2 Resultaten nader grondonderzoek Vresselseweg 13 Inkadering PAK PB20 B20a-2 B20a (50-100) B20b-1 B20b (0-30) B20c-1

B20c (0-30)

B20d-1

B20d (0-30)

B20e-1

B20e (0-30)

Vresselseweg 77a Uitsplitsing MM1 B01a-1 B01a (0-30) B05a-1

B05a (0-30)

B06a-1

B06a (0-16)

Uitsplitsing MM2 B02a-1 B02a (0-50) B03a-1 B03a (0-50) B04a-1 B04a (0-50) B07a-1

B07a (0-50)

B08a-1

B08a (0-25)

Verticale inkadering druppelzone noordzijde MM101 B103 (20-50) B104 (20-50) MM104 B103 (50-70) B104 (50-100) Verticale inkadering druppelzone zuidzijde MM102 B105 (20-50) B106 (20-50) B107 (20-50) B108 (20-50) MM105 B105 (50-80) B106 (50-100) B107 (50-80) B108 (50-80) PFAS PFASMM01 B101 (0-16) B102 (0-16) B103 (0-20) B104 (0-20) B105 (0-20) B106 (0-20) B107 (0-20) B108 (0-20)

AW WO IND NT Bbk

Matig fijn siltig zand, humeus Matig fijn siltig zand, humeus, uiterst puinhoudend Matig fijn siltig zand, humeus, uiterst puinhoudend Matig fijn siltig zand, humeus, uiterst puinhoudend, zwak verbrandingsresten Matig fijn siltig zand, humeus, uiterst puinhoudend, brokken asfalt

PAK PAK

PAK

*

AW WO

PAK

PAK

*

IND

PAK

PAK

*

WO

PAK

PAK

*

WO

Matig fijn siltig zand, humeus, matig puinhoudend matig fijn siltig zand, humeus, zwak puinhoudend Matig fijn siltig zand, humeus, zwak puinhoudend

PCB

PCB

*

IND

PCB

PCB

*

IND

PCB

PCB

*

IND

Matig fijn siltig zand, humeus Matig fijn siltig zand, humeus Matig fijn siltig zand, humeus, matig grindhoudend Matig fijn siltig zand, humeus, sporen puin Matig fijn siltig zand, humeus, zwak puinhoudend

PCB PCB PCB

PCB PCB

*** *

NT AW IND

PCB

PCB

*

IND

PCB

PCB

*

IND

Matig fin siltig zand, humeus Matig fijn siltig zand, humeus

PCB PCB

PCB PCB

*** *

NT IND

Matig fijn siltig zand, humeus

PCB

PCB

***

NT

Matig fijn siltig zand, humeus

PCB

PCB

*

IND

Matig fijn siltig zand, humeus

PFAS

-

-

n.v.t.

Verklaring gebruikte afkortingen: voldoet aan bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde 2000 voldoet aan bodemkwaliteitsklasse wonen voldoet aan bodemkwaliteitsklasse industrie voldoet aan bodemkwaliteitsklasse niet toepasbaar indicatief getoetst aan Besluit bodemkwaliteit

* ** *** -

Verklaring van de tekens: groter dan AW en kleiner of gelijk aan de bodemindex groter dan bodemindex (0,5), kleiner of gelijk interventiewaarde groter dan interventiewaarde gehalte niet verhoogd t.o.v. AW dan wel detectiegrens

5.4.2 Asbest In tabel 5.3 is een overzicht weergegeven van de totale gehalten aan asbest. In de tabel zijn per traject alleen de gemiddelde totaal gewogen gehalten opgenomen per (deel)locatie (lees: wanneer sprake is van een verkennend asbestonderzoek), wanneer is voldaan aan de homogeniteitstoets. Het berekende totale gewogen gehalte is een sommatie van de grove fractie (indien aangetoond tijdens de visuele inspectie van de sleuven/gaten) en de concentratie van de fijne fractie (analytisch gemeten in het laboratorium). De asbestconcentratieberekening is opgenomen in bijlage 7 van deze rapportage.

14

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

tabel 5.3 Resultaten verkennend asbest in grondonderzoek Monsternr. Vresselseweg 13 ASBMM04 ASBMM05 ASBMM06 ASBMM07 G109-1 G110-1 ASBMM08 Vresselseweg 77a ASBMM01 ASBMM02 ASBMM03

Samenstelling en bodemlaag [m-mv]

Gewogen asbestconcentratie [mg/kg.ds] Grove fractie

Fijne fractie

Totaal

Toets

G13 (0-50) G14 (0-40) G15 (0-15) G16 (0-20) G17 (0-20) G18 (0-20) G19 (0-20) G20 (0-20) G21 (0-20) G22 (0-20) G109 (0-20) G110 (0-20) G109 (20-50) G110 (20-50)

n.a.

<0,4

<0,4

--

n.a.

<0,4

<0,4

--

n.a. n.a. 253 n.a. n.a.

11 0,4 27,9 4,5 11

11 0,4 280,9 4,5 11

+ -

G01 (0-20) G02 (0-20) G03 (0-15) G04 (0-20) G05 (0-20) G06 (0-20) G07 (0-20) G08 (0-20) G09 (0-35) G10 (0-35) G11 (0-35) G12 (0-35)

n.a.

<0,4

<0,4

--

n.a.

5,9

5,9

-

n.a.

12

12

-

Verklaring van de tekens: + +/--

concentratie overschrijdt samenstellingswaarde (=grenswaarde) concentratie gelegen tussen de detectiegrens en de samenstellingswaarde (=interventiewaarde) concentratie lager dan de detectiegrens concentratie overschrijdt niet de helft van de grenswaarde

5.4.3 Grondwater In tabel 5.4 zijn alleen de onderzochte parameters vermeld, waarvan de concentraties de betreffende streefwaarden overschrijden. tabel 5.4 Resultaten grondwateronderzoek Monsternr.

Analyse

Parameters >SW

Toets (Wbb)

PB01

NEN5740 grondwater

Zink

*

PB20

NEN5740 grondwater

PB20 herbemonstering

Barium, minerale olie

Cadmium Barium Minerale olie Barium Minerale olie

* ** ** * **

Verklaring van de tekens: * groter dan streefwaarde en kleiner of gelijk ½ (streefwaarde+I) waarde ** groter dan ½ (SW+I) waarde en kleiner of gelijk interventiewaarde *** groter interventiewaarde gehalte niet verhoogd t.o.v. streefwaarde dan wel detectiegrens

5.5

Verklaring analyseresultaten

5.5.1 Vresselseweg 13 Grond In het grondmonster PB20-1 (bijmengingen met puin en asfalt) zijn analytisch licht verhoogde gehalten met zink, cadmium, lood en minerale olie aangetoond. PAK is aangetoond in een gehalte groter dan ½ (S+I). In het grondmengmonster MM8 (bovengrond) zijn analytisch geen verhoogde gehalten met de onderzochte stoffen aangetoond. In het grondmengmonster MM6 (ondergrond) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondmengmonster MM7 (ondergrond) is analytisch een licht verhoogd gehalte met PCB’s aangetoond. In de grondmengmonsters MM10, MM11 en MM103 (toplaag druppelzones asbestverdachte daken) zijn ten hoogste licht verhoogde gehalten met PCB’s aangetoond. Naar aanleiding van de matige verhoging met PAK zijn aanvullende boringen geplaatst rondom de peilbuis PB20. In het grondmonster B20a-2 is geen verhoogd gehalte met PAK aangetoond. In de grondmonsters B20b-1 t/m B20e-1 zijn slechts licht verhoogde PAK-gehalten aangetoond. Er is geen sprake van een sterk verhoogd PAK-gehalte in de grond. 15

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

Asbest In de grondmengmonsters ASBMM04 (puinhoudend pad) en ASBMM05 (druppelzone asbestverdacht dak) zijn geen verhoogde asbestgehalten aangetoond. De gehalten overschrijden de detectiegrens niet. In de grondmonsters ASBMM06 en ASBMM07 (druppelzones asbestverdachte daken) zijn verhoogde asbestgehalten aangetoond. Deze overschrijden de detectiegrens, doch niet de grens voor nader onderzoek. In het grondmonster G109-1 is asbest aangetoond in een gehalte van 280,9 mg/kg d.s. Deze overschrijding van de interventiewaarde wordt volledig veroorzaakt door een stuk asbestverdacht plaatmateriaal dat in de bovenste centimeters van de grond is aangetroffen. Het asbestgehalte in de fijne fractie is ruim onder de interventiewaarde gelegen (27,9 mg/kg). In de grond(meng)monsters G110-1 en ASBMM08 is asbest aangetoond in gehalten van respectievelijk slechts 4,5 en 11 mg/kg d.s. Grondwater In het grondwater uit de peilbuis PB20 is analytisch een licht verhoogde concentratie met cadmium aangetoond. Barium en minerale olie zijn aangetoond in concentraties groter dan ½ (S+I). Bij herbemonstering is wederom een matig verhoogde concentratie met minerale olie aangetoond. Barium is slechts licht verhoogd aangetoond. Er is geen sprake van een overschrijding van de interventiewaarde voor minerale olie.

5.5.2 Vresselseweg 77a In het grondmengmonster MM1 (bovengrond) is analytisch PCB’s aangetoond in een gehalte groter dan ½ (S+I) alsmede licht verhoogde gehalten met zink, cadmium, lood en PAK. Bij uitsplitsing van het grondmengmonster MM1 zijn slechts licht verhoogde gehalten met PCB aangetoond in alle individueel geanalyseerde grondmonsters. In het grondmengmonster MM2 (bovengrond) is analytisch een sterk verhoogd gehalte met PCB’s aangetoond. Bij uitsplitsing van het grondmengmonster MM2 is een sterk verhoogd PCB-gehalte aangetoond in het grondmonster B02a-1. In alle overige individueel geanalyseerde grondmonsters zijn ten hoogste licht verhoogde gehalten met PCB’s aangetoond. Boring B02a valt samen met de zuidelijke druppelzone. In de grondmengmonsters MM4 en MM5 (druppelzones asbestverdachte daken) zijn sterk verhoogde gehalten met PCB’s aangetoond. Er is slechts een licht verhoogd gehalte met PCB’s aangetoond in het grondmonster MM3 (ondergrond). In de grondmengmonsters MM101 (noordelijke druppelzone, 20-50 cm-mv) en MM103 (zuidelijke druppelzone (20-50 cm-mv) zijn sterk verhoogde PCB-gehalten aangetoond. In de onderliggende bodemlaag (grondmengmonsters MM104 en MM105) zijn slechts licht verhoogde gehalten met PCB aangetoond. In het grondmengmonster PFASMM01 is geen verhoogd gehalte met PFAS aangetoond.

Asbest In het grondmengmonster ASBMM01 is geen verhoogd asbestgehalte aangetoond. Het gehalte overschrijdt de detectiegrens niet. De asbestgehalten in de grondmengmonsters ASBMM02 en ASBMM03 overschrijden de detectiegrens, doch niet de grens voor nader onderzoek. Grondwater In het grondwater uit peilbuis PB01 is slechts een licht verhoogd gehalte met zink aangetoond. Deze overschrijdt de streefwaarde, doch niet de interventiewaarde.

16

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

6 Conclusie en aanbeveling In opdracht van familie Van der Linden heeft Lankelma Geotechniek Zuid B.V. een verkennend en nader bodemonderzoek en een verkennend onderzoek asbest uitgevoerd op twee locaties gelegen aan de Vresselseweg 13 en 77a te Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad. De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie. Als gevolg hiervan is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. Daarnaast is door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). 6.1

Conclusie

Algemeen De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 3,1 m-mv overwegend uit matig fijn siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. In de uitkomende grond zijn met name in de bovengrond lokaal bijmengingen (puin, baksteen, beton en asfalt) gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. Plaatselijk is een laag volledig freesasfalt aangetroffen. Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek is een nader bodemonderzoek uitgevoerd. 6.1.1 Vresselseweg 13 Grond In het grondmonster PB20 (0-50 cm-mv) is een matig verhoogd gehalte met PAK aangetoond. In de aanvullende boringen rondom PB20 zijn ten hoogste licht verhoogde PAK-gehalten aangetoond. Er is geen sprake van een overschrijding van de interventiewaarde voor PAK. Alle overige onderzochte stoffen zijn ten hoogste in licht verhoogde gehalten aangetoond. Grondwater In het grondwater zijn in eerste instantie matig verhoogde concentraties met barium en minerale olie aangetoond. Bij herbemonstering van het grondwater is wederom een matig verhoogde concentratie met minerale olie aangetoond. Barium is slechts in een licht verhoogde concentratie aangetoond. Er is geen sprake van een overschrijding van de interventiewaarde voor minerale olie. Nader onderzoek naar het grondwater wordt derhalve niet zinvol geacht.

Asbest In het grondmonster G109 (0-20 cm-mv) is analytisch asbest aangetoond boven de interventiewaarde als gevolg van slechts één stuk plaatmateriaal. In de fijne fractie is asbest aangetoond in een gehalte van 27,9 mg/kg d.s. In alle overige grond(meng)monsters zijn ten hoogste overschrijdingen van de detectiegrens aangetoond. De grens voor nader onderzoek wordt in geen van de overige grondmonsters overschreden. Formeel is een nader asbestonderzoek nodig in de druppelzone waar de asbestgaten G109 en G110 zijn geplaatst. Dit wordt echter niet zinvol geacht om navolgende redenen:  De fijne fractie overschrijdt in geen van de druppelzones de (helft van) de interventiewaarde.  In de grondmonsters G110-1 en ASBMM08, afkomstig uit dezelfde druppelzone als het grondmonster G109-1, zijn slechts minimale overschrijdingen van de detectiegrens aangetoond;  In de overige elf asbestgaten en op het maaiveld zijn geen asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen. Het is derhalve aannemelijk dat sprake is van een incident;  Het plaatmateriaal is meegenomen voor analyse en is niet langer in de bodem aanwezig. In de huidige situatie is daarom geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging op deellocatie Vresselseweg 13.

17

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

6.1.2 Vresselseweg 77a Grond In beide druppelzones van de asbesthoudende daken zijn sterk verhoogde gehalten met PCB aangetoond. In alle overige grondmonsters zijn ten hoogste licht verhoogde gehalten met de onderzochte stoffen aangetoond. De sterke verontreiniging met PCB heeft een einddiepte van maximaal 50 cm-mv. In horizontale richting is de verontreiniging ingekaderd met de grondmonsters B05a-1 en B06a-1. In verticale richting is de sterke verontreiniging ingekaderd met de grondmengmonsters MM104 en MM105. Het oppervlak van de sterke verontreiniging wordt geschat op circa 120 m2. Het volume wordt geschat op circa 65 m3, hetgeen inhoudt dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De interventiecontour is weergegeven in bijlage 2. Grondwater In het grondwater uit peilbuis PB01 is slechts een licht verhoogd gehalte met zink aangetoond. Deze overschrijdt de streefwaarde, doch niet de interventiewaarde. Asbest In het grondmengmonster ASBMM01 is geen verhoogd asbestgehalte aangetoond. In de grondmengmonsters ASBMM02 en ASBMM03 zijn verhoogde asbestgehalten aangetoond. Deze overschrijden de detectiegrens, doch niet de grens voor nader onderzoek. Toetsing hypothese De hypothese ‘verdacht’ kan op basis van de resultaten worden aanvaard.

Toetsing hypothese asbest De hypothese ‘diffuse bodembelasting met een heterogeen verdeeld’ kan op basis van de resultaten worden aanvaard. 6.2

Resumé en aanbeveling

Middels onderhavig bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. In het kader van de Wet bodembescherming zijn aanvullende procedures noodzakelijk. Op basis van de bevindingen uit onderhavig bodemonderzoek zijn er, ons inziens, vanuit milieuhygiënisch oogpunt derhalve belemmeringen c.q. beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie. Wanneer men (graaf)werkzaamheden en/of wijzigingen uit gaat voeren, dient men rekening te houden met de volgende zaken:  Er dient een plan van aanpak of saneringsplan te worden ingediend bij het bevoegd gezag waarna de verontreiniging onder milieukundige begeleiding en door een BRL 7000-gecertificeerde aannemer dient te worden gesaneerd.

18

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

Bijlage 1 : Regionale ligging locatie

Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest, Vresselseweg 13 en 77a Sint Oedenrode rapport: 2100747 versie 1, 10 mei 2022

Bijlage 2 : Situatietekening met boorlocaties

r

B24

11a 11-

wei L847 VP

B21 G19

B25

G21 G20 VP

G22

asbestverdacht dak

G18

B20b

asbestverdacht dak VP

B20e

VP

machine-opslag

B26

PB20 B20a B20c B20d

G17

B34

VP

G13

puin

r

B109 G109 stv

be

G16 B30

klinkers

wei

as

G14

B28

B27

ak

td

B33

g

we

lse

se

ch

es

Vr

B110 G110

a erd

klinkers

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=c191c112-e3e4-449f-b036-3e4cf07013f2