Bijlage 2 - ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Zonnepark Schootseweide - St. Oedenrode Zonnepark Schootseweide - St. Oedenrode
Statkraft Statkraft 13 DECEMBER 2022
13 DECEMBER 2022
Statkraft Internal
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Contact
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
2 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
5
INLEIDING
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Planbeschrijving
5
1.3
Benodigde vergunningen
7
1.4
Leeswijzer
8
BELEID
9
2.1
Europees en Rijksbeleid
9
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
11
2.3
Gemeentelijk beleid
13
MILIEU
17
3.1
Natuur
17
3.2
Landschappelijke analyse en cultuurhistorie
19
3.3
Archeologie
22
3.4
Bodem
22
3.5
Water
22
3.6
Licht
24
3.7
Geluid
24
3.8
Luchtkwaliteit
24
3.9
Verkeer en parkeren
25
3.10
Externe veiligheid
25
3.11
Conventionele explosieven
26
3.12
M.e.r-beoordeling
26
UITVOERBAARHEID
29
4.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
29
4.2
Financiële uitvoerbaarheid
29
CONCLUSIE
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
30
3 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
BIJLAGE 1 LANDSCHAPPELIJKE ONTWERP EN VISUALS
31
BIJLAGE 2 BEPLANTINGSPLAN
32
BIJLAGE 3 TECHNISCHE DETAILTEKENINGEN
33
BIJLAGE 4 RAPPORTAGE QUICKSCAN NATUUR
34
BIJLAGE 5 RAPPORTAGE QUICKSCAN NGCE
35
BIJLAGE 6 IMPACT BODEMKWALITEIT EN CIRCULARITEIT
36
BIJLAGE 7 IMPACT ZONNEPARK GOLFBAAN
37
BIJLAGE 8 PLAN FINANCIELE DEELNAME
38
COLOFON
39
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
4 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
Nederland heeft het oorspronkelijke doel om in 2020 14% van het energieverbruik te voorzien uit duurzame hernieuwbare bronnen niet gehaald. In 2023 moet 16% van het energieverbruik uit duurzame hernieuwbare bronnen komen. Ook is in de Energieagenda in 2016 gesteld dat de energievoorziening in 2050 bijna helemaal duurzaam moet zijn. Zonne-energie is een van de pijlers om de doestellingen met betrekking tot energie te bereiken. Dit is mede de aanleiding geweest voor de gemeente Meierijstad om ook als doelstelling te hanteren in 2050 CO2-neutraal te willen zijn. In 2020 is er door de gemeenteraad besloten dat er ruimte voor 50 hectare aan zonneparken beschikbaar zou worden gesteld. Uit de 38 initiatieven die hiervoor zijn ingediend, heeft de gemeente 7 kansrijke initiatieven aangewezen die verder uitgewerkt gaan worden. Onderhavige rapportage betreft de ruimtelijke onderbouwing van een van deze zeven initiatieven, gelegen aan de hoek van de Schootsedijk te SintOedenrode. Statkraft Markets B.V. is de ontwikkelaar voor de realisatie van het zonnepark, van circa 9 hectare, op deze locatie. Het zonnepark zal worden ingericht voor een periode van 25 jaar (ingaand vanaf de datum van ingebruikname van het zonnepark, bij aanmelding CertiQ1). Het te realiseren zonnepark is strijdig met het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Sint-Oedenrode”.
Op de betreffende locatie rust momenteel de bestemming “Agrarisch met waarden - Landschapswaarden”, waarbinnen een zonnepark niet is toegestaan. Om het zonnepark planologisch mogelijk te maken, kan worden afgeweken van het vigerende bestemmingsplan, middels een aanvraag omgevingsvergunning conform artikel 2.1, eerste lid onder c, jo. Artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3 Wabo. Onderhavige integrale ruimtelijke onderbouwing is opgesteld ter onderbouwing van de aanvraag van de omgevingsvergunning, waarin wordt gemotiveerd dat voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening.
Figuur 1 Locatie plangebied
1.2
Planbeschrijving
Locatie De locatiegegevens van het toekomstige zonnepark zijn weergegeven in Tabel 1 en de figuren 1 en 2.
1 CertiQ is de Nederlandse instantie die Garanties- en Certificaten van Oorsprong uitgeeft voor duurzaam
opgewekte elektriciteit.
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
5 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
. Tabel 1 Locatiegegevens
Kadastrale gegevens Gemeente Meierijstad
Sint Oedenrode R 36
Oppervlakte (in m2) 92.815
Eigenaar Hadolaar B.V.
Figuur 2 Ligging kadastrale begrenzing
Huidige situatie Familie Van de Laar zijn momenteel actief met agrarische activiteiten, die worden beheerd via hun bedrijf Hadolaar BV. Met aandacht voor het milieu, zijn zij de transitie van hun landbouwgrond voor de integratie van een zonnepark als een zinvolle bijdrage aan een duurzame toekomst. Met het oog op de transitie, heeft de grondeigenaar de mogelijkheden met Statkraft onderzocht. De planlocatie betreft momenteel onbebouwde gras- en akkerlanden, doorkruist met twee greppels. Aan de zuidkant wordt het plangebied begrensd door de weg de Schootsedijk, aan de westkant door de Gagel en aan de noordkant door de Gaspeldoorn. De omgeving van het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit half-open agrarisch landschap met enkele houtwallen of kleine bospercelen. Aan de noord- en (indirect) aan de oostzijde van het plangebied bevindt zich het golfterrein “Golf & Country Course Sint Oedenrode”. Verder aan de zuidzijde bevindt zich een bomenkwekerij.
Toekomstige situatie Het zonnepark heeft als doel om op 6 ha van het perceel (totale perceelgrote is 9,3 ha) duurzame energie op te wekken door middel van grondgebonden zonnepanelen. De verwachting is dat het zonnepark per jaar
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
6 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
voldoende duurzame energie zal opwekken voor de jaarlijkse consumptie van ruim 2.500 huishoudens uitgaande van een jaarlijks verbruik van 3.500 kWh per huishouden. Het ontwerp zoals gepresenteerd in het principeverzoek ging uit van een eenduidig patroon verdeeld over het perceel, omwille van minimale visuele hinder. Sindsdien zijn er meerdere gesprekken met belanghebbenden gevoerd en bewonersavonden georganiseerd, om het ontwerp mee te bespreken. Dit heeft geleid tot een optimalisatie van het ontwerp, zoals die in onderhavige ruimtelijke onderbouwing wordt beschreven. De afweging tussen deze alternatieven komt ook terug in de verschillende paragrafen van hoofdstuk drie. Een overzicht van de wijzigingen is als volgt: • • • • • • •
• • •
De hoogte van de opstellingen is verlaagd van circa 2,0 m naar circa 1,6m, ter behoud van de openheid van het ontwerp; Voor de onderlinge afstand tussen de rijen blijft de ruimte geborgd op 2 meter. Uit onderzoek is gebleken dat hiermee voldoende mogelijkheid geboden wordt voor direct zonlicht op maaiveld omwille van de ontwikkeling van (inheemse) vegetatie;2 Ruimte onder de panelen is verlaagd van 0,8 meter naar 0,6 meter. Dit is gedaan om de optimale hellingshoek van 11 graden van de panelen te waarborgen. Nutsgebouwen en onderhoudspad zijn verplaatst naar de noordzijde van het perceel; De ontsluiting is verplaatst van de Schootsedijk naar de Gaspeldoorn aan de noordzijde van het perceel. Om zo aan de zuidzijde enerzijds de toegevoegde waarde in habitat voor struweelvogels te maximaliseren, en tegelijkertijd de uitstraling van het zonnepark op de omgeving te minimaliseren; Brede stroken van 27 meter breed ter hoogte van de sloten worden ingezaaid met akkerbloemmengsel ten behoeve van de struweelvogels. Dit sluit uit aan bij bestaande situatie; Besdragend struweel met een hoogte van circa 5 meter wordt aangeplant aan de noord-, zuid- en westzijde van het perceel ter bevordering van het habitat voor de gewenste struweelvogels en visuele afscherming van het zonnepark.
Aan de oostzijde wordt een landschappelijke, deels besdragende, haag aangeplant met een hoogte van circa 2 meter, omwille van verdere visuele afscherming van het zonnepark, maar behoud van de landschappelijke kamerstructuur. Onder en tussen de panelen kan zich spontane vegetatie ontwikkelen. In de zuidoostelijke hoek van het plangebied zijn een aantal zonnepanelen verwijderd, om een minimale afstand van 100 meter te borgen tussen het zonnepark en de dichtstbijzijnde woning gelegen aan de Schootsedijk 21.
Het ontwerp voor zonnepark Schootseweide voldoet op deze manier aan de gestelde kaders, is “natuurinclusief” en versterkt zo de aanwezige natuurwaarden en biodiversiteit. Het zonnepark betreft een tijdelijke functie. Aan het einde van de levensduur (circa 25 jaar, ingaand vanaf de datum van ingebruikname van het zonnepark) wordt het ontmanteld en wordt de oorspronkelijke bestemming opgeleverd. Zowel de bouw als de ontmanteling zal circa 20 weken in beslag nemen, het tijdspad is afhankelijk van planning en voortgang van aanbesteding en uitvoering. Dit betekent een hoge mate van omkeerbaarheid en voldoende gelegenheid voor toekomstig ruimtegebruik. Voor de technische en landschappelijke ontwerp- en detailtekeningen verwijzen we naar bijlagen 1, 2 en 3.
1.3
Benodigde vergunningen
In tabel 2 zijn de benodigde vergunningen voor de uitvoering van de werkzaamheden opgenomen. Het betreft hier de zogenaamde “permanente” vergunningen. Tijdelijke, uitvoeringsgerelateerde, vergunningen zullen ook benodigd zijn (zoals tijdelijke verkeersmaatregelen). Deze zijn echter afhankelijk van de uiteindelijke uitvoeringsmethode, die nu nog niet bekend is. De verantwoordelijkheid voor het tijdig
2 Verkenning van Bodem en Vegetatie in 25 zonneparken in Nederland, WUR, 2021.
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
7 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
aanvragen en verkrijgen van de uitvoeringsgerelateerde vergunningen ligt bij de toekomstige aannemer. Het naleven van de voorschriften van de vergunning wordt opgenomen als contracteis richting de aannemer. Tabel 2 Benodigde vergunningen
Procedure
Omschrijving Strijdig gebruik Onderhavig document dient ter onderbouwing van de aanvraag omgevingsvergunning voor ontheffing op het handelen in strijd met regels voor de ruimtelijke ordening.
Omgevingsvergunning: Strijdig gebruik, bouwen en werk of werkzaamheden uitvoeren
Bouwen Er wordt, vanwege hun afmeting, vergunning aangevraagd voor de bouw van de panelentafels, het hekwerk, het weerstation en het ontvangststation (klantstation). De schakelruimte, power station (omvormer / transformatorstation) en controlekamer zijn aan te merken als een nutsvoorziening. In oppervlak zijn deze kleiner dan 15m 2 en lager dan 3m (zie bijlage 3 voor details). Op grond van artikel 2.18 onder a, Bijlage II Bor, zijn deze daarmee vrijgesteld van vergunningsplicht zoals bedoeld in de Wabo, artikel 2.1 onder a en c (bouwen en strijdigheid). Uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Dit onderdeel is van toepassing aangezien er circa 750 m2 toegangspad (215m x 3,5m) wordt aangelegd. Het pad wordt uitgevoerd in halfverharding en is doorlaatbaar voor hemelwater en vormt om die reden geen belemmering.
Zoals uiteengezet in paragraaf 3.1, bestaat er geen noodzaak voor een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming. Er worden geen werkzaamheden uitgevoerd binnen de beschermzone van een watergang, de Waterwet is zodoende niet van toepassing binnen dit project. Het zonnepark is bovendien een type A inrichting waarvoor de algemene regels uit het Activiteitenbesluit van toepassing zijn, maar geen melding vereist is.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader toegelicht op de verschillende van toepassing zijnde niveaus, waarbinnen de activiteit plaatsvindt. In hoofdstuk 3 worden de milieu- en omgevingsaspecten van het initiatief getoetst. Hoofdstuk 4 behandelt de maatschappelijke en financiële haalbaarheid van het plan. Hoofdstuk 5 bevat de conclusies.
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
8 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
2
BELEID
In dit hoofdstuk wordt het initiatief getoetst aan de verschillende vigerende planologische beleidskaders. De toetsing aan de milieuhygiënische- en omgevingsaspecten, waaronder natuur, vindt plaats in hoofdstuk 3.
2.1
Europees en Rijksbeleid
Klimaatakkoord Verenigde Naties Het klimaatakkoord Parijs 2020-2050 is een internationaal verdrag waarbij afspraken zijn gemaakt tussen 195 landen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Dit akkoord is in december 2015 gepresenteerd tijdens de VN-klimaattop in Parijs: de Conference of Parties (COP21). Nederland heeft daar ingestemd met een nieuw VN Klimaatakkoord. Nederland heeft het Klimaatakkoord in 2016 geratificeerd. De belangrijkste punten van het akkoord zijn onder andere, de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2°C, met inspanningen om de stijging verder te beperken tot 1,5°C. Het Klimaatakkoord treedt dit jaar, 2020, in werking. Het Klimaatakkoord vraagt van landen om nationale klimaatplannen op te stellen. Daarom zijn in het regeerakkoord van Rutte III in 2017 doelstellingen vastgelegd om het Klimaatakkoord te halen. De belangrijkste doelstelling is dat de uitstoot van broeikasgassen fors omlaag moet, 49% minder dan in 1990. Dit doel dient in 2030 behaald te worden. De Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs 2015 zijn op 28 juni 2019 gepubliceerd in het klimaatakkoord. Een pakket aan maatregelen met afspraken tussen verschillende sectoren (elektriciteit, landbouw en landgebruik, industrie, mobiliteit) waarmee het politieke reductiedoel van 49% in 2030 wordt gerealiseerd.
Onderhavig project draagt bij aan deze doelstellingen.
Europees beleidskader voor klimaat en energie (2020-2030) Al in 2009 hebben de lidstaten van de Europese Unie afgesproken de concentraties van broeikasgassen in de atmosfeer te beperken. Beschikking 406/2009/EG verplicht lidstaten broeikasgassen met 30% te reduceren tegen 2020 ten opzichte van het niveau van 1990. Een toename van de opwekking van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen is een belangrijk middel om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. De lidstaten streven, in het kader van Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009, naar de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen. Deze richtlijn stelt dat het aandeel hernieuwbare energie in de EU tenminste 20% moest zijn in 2020. In 2018 is deze richtlijn herzien (Richtlijn EU 2018 /2001)door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie. Daarbij is voorgesteld om het streefcijfer voor verbruikte hernieuwbare energie binnen de Unie tegen 2030 op ten minste 27 % vast te stellen. Onderhavig project draagt bij aan deze doelstellingen.
Gedragscode Zon op Land In november 2019 heeft Holland Solar, binnen een consortium met meerdere landelijke natuurorganisaties en projectontwikkelaars (waaronder huidig initiatiefnemer Statkraft zelf, Greenpeace, Vogelbescherming, Milieudefensie en Natuurmonumenten) een gedragscode opgesteld. Naar eigen zeggen een “Code voor de fysieke en procesmatige wijze van ontwikkeling, inpassing, vormgeving en beheer van zon op land projecten”. Er worden principes geschetst die bij de vormgeving en totstandkoming van een zonnepark in acht genomen dienen te worden. Drie principes zijn daarbij leidend: • • •
Samenwerking met stakeholders. Meerwaarde voor de omgeving. Oorspronkelijk grondgebruik mogelijk.
Het voorliggend ontwerp is tot stand gekomen mede met behulp van input van de stakeholders, waaronder omwonenden, de lokale weidevogelvereniging en lokale energiecoöperatie. Zoals ook in volgend hoofdstuk wordt toegelicht, is in het ontwerp nadrukkelijk rekening gehouden met een toegevoegde waarde voor de aanwezige natuurwaarden. Het park kan en zal na 25 jaar ingebruikname volledig ontmanteld worden, waarna het oorspronkelijk grondgebruik weer mogelijk. Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
9 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Onderhavig project ligt daarmee in lijn met de principes van de Gedragscode Zon op Land.
Energieakkoord en klimaatakkoord In september 2013 werd het Energieakkoord voor duurzame groei gesloten. Het akkoord heeft als doel het terugbrengen van de energievraag door middel van energiebesparingen met gemiddeld 1,5% per jaar, het terugdringen van het gebruik van aardgas en een toename van het aandeel hernieuwbare energieopwekking naar 14% in 2020 en 16% in 2023. Dit vraagt een intensieve inzet op verschillende bronnen van hernieuwbare opwekking, zoals wind op land, wind op zee, diverse vormen van lokale opwekking zoals zonne-energie, en de inzet van biomassa. In 2019 is het klimaatakkoord tot stand gekomen uit onder andere het energieakkoord, en werd op 28 juni 2019 gepresenteerd door het kabinet. In het akkoord staan meer dan 600 afspraken om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Hierin ligt de nadruk op CO2-reductie In het klimaatakkoord (hoofdstuk C5.5) wordt zonne-energie, samen met wind op land, benoemd als een van de primaire manieren van energieopwekking op land. Onderhavig project draagt bij aan deze doelstellingen.
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Rijksoverheid werkt aan een nieuwe Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie naar de Tweede Kamer gestuurd. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. Belangrijke pijlers zijn: • • • •
Meer duurzame energie gebruiken; Aanpassen aan klimaatverandering De ontwikkeling van een circulaire economie; Omschakeling naar kringlooplandbouw.
Het ruimtelijk beleid voor wind- en zonneparken valt onder de opgave meer duurzame energie gebruiken. De volgende twee beleidskeuzen uit de NOVI zijn relevant: 1. We maken de energie-infrastructuur geschikt voor duurzame energiebronnen en reserveren daarvoor ruimte, en; 2. We realiseren de opgave van duurzame energie met oog voor de kwaliteit van de omgeving en combineren deze zoveel mogelijk met andere functies. Voor de inpassing op land van de opgave voor duurzame energie worden regionale energiestrategieën (RES) opgesteld. Onderhavig project draagt bij aan deze doelstellingen.
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040, door deze te vertalen naar een aantal Nationale Belangen. In het tweede geformuleerde belang (paragraaf 3.1 van het SVIR) is gesteld dat er voorzien dient te zijn in ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie. Voor de economische ontwikkeling op de lange termijn is een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening nodig, zowel vanwege geopolitieke verhoudingen en uitputting van fossiele brandstoffen als vanwege de ambities voor beperking van de CO2-uitstoot. Daarbij zijn de Europese doelstellingen op het gebied van energietransitie het uitgangspunt. In het SVIR is gesteld dat het primair de taak is van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorziening zoals zonne-energie en biomassa. Het ruimtelijk rijksbeleid voor Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
10 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
(duurzame) energie beperkt zich daarom enkel tot grootschalige windenergie op land en op zee, gelet op de grote invloed op de omgeving en de omvang van deze opgave. Voor andere energiefuncties is geen nationaal ruimtelijk beleid nodig naast het faciliteren van ontwikkelingen door het aanpassen van wet- en regelgeving en het delen en ontwikkelen van kennis.
RES-directive (herziene versie 2018) Vanuit Europa verplicht de Renewable Energy Directive (RES-directive), oftewel de EU-richtlijn Hernieuwbare energie, lidstaten om met duurzame energie aan de slag te gaan. De EU heeft als doel om de uitstoot van broeikasgassen in de EU-landen te verminderen en om andere landen te bewegen om hetzelfde te doen. Eén van de doelstellingen van deze richtlijn is tegen 2030 het aandeel duurzame energie, waaronder zonne-energie, te verhogen tot 32% van het totale energieverbruik in de EU. Hierbij zit een clausule voor een mogelijke verhoging van de doelstelling tegen 2023. Onderhavig project draagt bij aan deze doelstellingen.
Ladder voor Duurzame Verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking (gebaseerd op de ‘SERladder’) vastgelegd. Hieruit volgt de verplichte motivering die moet worden opgenomen bij ieder plan voor een nieuwe stedelijk ontwikkeling, waarbij het initiatief aan de ladder wordt getoetst. Per 1 juli 2017 bestaat de ladder niet meer uit ‘treden’, maar is de tekst van art. 3.1.6. lid 2 Bro als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” De behoefte aan de nieuwe ontwikkeling moet worden onderzocht. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied is voorzien, moet eerst worden onderzocht of de ontwikkeling niet (deels) binnen bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen. Een zonnepark is niet te kwalificeren als stedelijke ontwikkeling volgens artikel 3.1.6 van het Bro. Bovendien kan een grote behoefte aan hernieuwbare energieopwekking, gezien de omvang van de opgave op gebied van energietransitie en het zonnepark in kwestie, niet worden opgevangen c.q. gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied.
Conclusie Het voornemen past binnen de Europese en nationale ambities om te komen tot een meer duurzame vorm van energievoorziening. Er is geen sprake van strijdigheid met Europees of Rijksbeleid. Verder is middels de Ladder voor Duurzame Verstedelijking gemotiveerd dat het initiatief voorziet in een behoefte op een daartoe geschikte locatie.
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
Omgevingsvisie De Omgevingsvisie van Brabant welke is vastgesteld in december 2018 omvat een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities en doelen op het gebied van de energietransitie, een klimaatproef Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Het Brabantse beleid ten aanzien van de energietransitie is gekoppeld aan het Rijksbeleid en de nationale doelen. Brabant heeft zich ten doel gesteld voor 2050 100% over te gaan op duurzame energie. Voor 2030 is het tussendoel geformuleerd om ten minste 50% reductie van broeikasgassen ten opzichte van de uitstoot in 1990 te realiseren en over te gaan op ten minste 50% duurzame energie. Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
11 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
In de Omgevingsvisie zijn de eerste stappen opgenomen om hiertoe te komen waaronder het voornemen voor het opstellen van een regiokoers en het combineren van de energietransitie met andere maatschappelijke opgaven en zorgvuldig ruimtegebruik. Onderhavig project draagt bij aan de doelstellingen van de Omgevingsvisie.
Interim Omgevingsverordening Brabant In de Interim Omgevingsverordening zijn de fysieke regels voor de regels gebundeld. Ook het afwegingskader ten aanzien van duurzame energie heeft hierin zijn plek gekregen. Voor duurzame energie in het landelijke gebied is specifiek Artikel 3.41 van belang. In dit artikel zijn eisen geformuleerd overeenkomstig met de Ladder voor Duurzame Verstedelijking en de Gedragscode Zon op Land. De provincie Noord-Brabant heeft haar regels voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in de geconsolideerde Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (01-10-2022). De voorkeur van de provincie is de plaatsing van zonnepanelen op daken of op braakliggende gronden in of aansluitend op stedelijk gebied. Dit is echter onvoldoende om in de energiebehoefte te voorzien. Daarom biedt de provincie ook de mogelijkheid om zonneparken te ontwikkelen buiten bestaand stedelijk gebied. Het plangebied ligt volgens de omgevingsverordening in het landelijke gebied van de provincie. Conform artikel 3.41 lid 1 is nieuwvestiging van zonneparken binnen landelijk gebied mogelijk om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie. In dit artikel zijn tevens eisen geformuleerd overeenkomstig met de Ladder voor Duurzame Verstedelijking en de Gedragscode Zon op Land, welke in vorige paragraaf reeds gemotiveerd zijn.
De voorwaarden die volgen uit de Omgevingsverordening zijn als volgt: • • •
Er dient een noodzaak te zijn omdat de capaciteit voor het opwekken van duurzame energie in bijvoorbeeld stedelijk gebied onvoldoende is. De gemeente Meierijstad heeft uiteengezet dat hiervan sprake is, wat in beginsel de aanleiding was voor onderhavig initiatief. Er is gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit waarbij de ontwikkeling qua omvang inpasbaar is in de omgeving en een maatschappelijke meerwaarde geeft. De maatschappelijke meerwaarde wordt onderbouwd vanuit de criteria meervoudige ruimtegebruik, het beperken van de impact op de omgeving en de bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen.
Bij de zoektocht naar geschikte locaties voor energieopwekking is het plangebied bestaande uit jonge (heide)ontginningen aangemerkt als landschapstype waar zonne-energie redelijk in te passen is. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing is mede opgesteld om aan te tonen dat het initiatief inpasbaar is in de omgeving. Maatschappelijke meerwaarde wordt gecreëerd door naast energieopwekking ook de ecologische en recreatieve waarde van het plangebied te versterken. Aan de vereiste omgevingsvergunning worden verder eisen gesteld omtrent de tijdelijkheid. De vergunning geldt voor maximaal 25 jaar. Na het verstrijken van de termijn wordt het zonnepark verwijderd en de situatie van voor de realisatie van het zonnepark hersteld. Onderhavig project voldoet daarmee aan de gestelde eisen uit de Verordening.
Regionale Energie Strategie In februari 2020 is de definitieve versie van het concept-RES Noordoost Brabant vastgesteld. In maart 2021 is de RES 1.0 van Regio Noordoost Brabant gepubliceerd. De RES 1.0 is het resultaat van samenwerking tussen de gemeenten in de regio, de provincie Noord-Brabant, Waterschappen Aa en Maas en De Dommel en netbeheerder Enexis. De RES 1.0 is een verdere uitwerking van de concept-RES die in 2020 door dezelfde partijen is vastgesteld. Hierin is de omvang van de opgave in Noordoost Brabant beschreven, en zijn alle gemeenten in de regio een resultaatverplichting aangegaan voor hun deel van die opgave. De regio heeft een energieopgave van 1,6 TWh hernieuwbare energie in 2030, daarmee draagt de regio 4,6% bij aan de landelijke opgave van 35 TWh. De RES-regio moet 0,7 TWh met wind of zon-op-veld projecten opwekken (48 windmolens of 794 ha aan zonnevelden), de gemeente Meierijstad dient 17% van Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
12 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
deze opgave te realiseren wat neerkomt op 0,28 TWh. Om de ambities tot uitvoering te brengen heeft de RES-regio enkele leidende principes opgesteld om richting te geven aan de energietransitie. Deze principes behelzen een sterke lokale participatie waarbij de lokale democratie besluit over de borging en uitvoering van de RES-opgave en de omgeving evenredig profiteert van de lusten ten opzichte van de lasten van de energietransitie. Daarbij is het noodzaak dat verschillende regionale en lokale partijen samenwerken om afgewogen, technisch haalbare projecten vóór 2025 vergund te krijgen. Hierbij geldt een adaptieve benadering en een streven naar zorgvuldig en waar mogelijk meervoudige ruimtegebruik. Het plangebied ligt binnen de zone ‘lokaal bepaalde zoekgebieden voor grondgebonden zonne-energie’ van de RES-regio. De jonge (heide)ontginningen van de Meierij is als landschapstype aangemerkt waar zonneenergie redelijk in te passen is. Om vervolgens energieprojecten daadwerkelijk te realiseren is een regionaal afwegingskader ontwikkeld. Het afwegingskader geeft partijen een handvat, eventueel aanvullend op eigen kaders, om lokaal keuzes af te wegen gericht op realisatie van de opgave. Het afwegingskader omvat vijf pijlers: 1. Potentie: theoretische potentie op basis van techniek en wet- en regelgeving voor warmte en elektriciteit. 2.
Landschap: behoud en versterking van belangrijke landschappelijke waarden en beleving en betekenis van de leefomgeving voor mens en dier. 3. Maatschappelijke kosten & baten: de effecten van de energietransitie uitgedrukt in ‘harde data’ (geld of andere kwantiteiten) gecombineerd met ‘zachte data’ (maatschappelijke effecten, leefbaarheid en kwaliteit). 4. Koppelkansen: kansen en knelpunten combineren met andere (regionale - en lokale) opgaven, zoals landbouwtransitie, natuurlijke ontwikkeling, goed waterbeheer en klimaatadaptatie. Het gaat om ruimtebeslag en het effectief benutten hiervan. 5. Maatschappelijke acceptatie: het gaat om het betrekken van inwoners, bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties, waardoor de verandering in de leefomgeving door de energietransitie geaccepteerd wordt.
Het beoogde zonnepark heeft potentie, het lokale elektriciteitsnetwerk heeft momenteel de capaciteit om het zonnepark aan te sluiten. Belangrijke landschappelijke kenmerken blijven behouden in het ontwerp en worden waar mogelijk versterkt omwille van de biodiversiteit. Er is een mogelijkheid om (financieel) te participeren in het initiatief (zie hoofdstuk 4). Het ontwerp is zodanig vormgegeven dat (inheemse) vegetatie goed ontwikkeld in het gehele park, de watergangen worden bewust niet aangetast. Daarnaast is gedurende de gehele totstandkoming actief contact gezocht met stakeholders (zie hoofdstuk 4). Het plan en de locatie zijn in lijn met de beginselen zoals geformuleerd in de RES.
Conclusie Vanuit provincie en regio is beleid opgesteld die tot doel heeft, binnen bepaalde ruimtelijke principes, de productie van duurzaam opgewekte energie te stimuleren. Het voornemen past binnen het Provinciaal en regionaal beleid, er is geen sprake van strijdigheid.
2.3
Gemeentelijk beleid
Duurzaamheidsvisie Meierijstad In september 2018 heeft de gemeente Meierijstad de duurzaamheidsvisie Meierijstad opgesteld. Hieruit blijkt dat de gemeente achterloopt op de rest van Noord-Brabant met betrekking tot de opwekking van duurzame energie. In Brabant wordt gemiddeld 7% van energie duurzaam opgewekt, in de gemeente Meierijstad slechts 3%. Hier valt dus een inhaalslag te maken. Een van de prioritaire deelprojecten is een visie op grootschalige energieopwekking in het landelijk gebied, het rapport ‘de toekomst van zon en wind in Meierijstad’.
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
13 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
De toekomst van zon en wind in Meierijstad De gemeente Meierijstad heeft als doelstelling om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Dit wordt bewerkstelligd door een combinatie van energiebesparing, duurzame opwekking en compensatie van de CO2-uitstoot. Meierijstad verwacht een totale energiebehoefte van 5.751 TJ in 2050 waarvan 2.707 TJ benodigd is in elektriciteit. Wind- en zonneparken zijn nodig om dit op te wekken en de doelstellingen te halen. Het rapport ‘de toekomst van zon en wind in Meierijstad’ (18-11-2019) biedt een concreet afwegingskader voor zonneparken. Meierijstad gaat het benodigde oppervlakte voor zonneparken uitgeven in tranches. De eerste tranche beslaat een netto oppervlakte van 50 hectare, initiatiefnemers konden tot 10 april 2020 een plan indienen om tot deze eerste tranche te behoren. Het huidige plangebied is door het college goedgekeurd om verder uit te werken. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing is onderdeel van de uitwerking van het zonnepark. De kwaliteit van het plan is beoordeeld op drie hoofdprincipes: 1. Landschap is leidend; 2. Meerwaarde is nodig; 3. Participatie is vereist. Het zonnepark dient te voldoen aan elf ontwerpprincipes: 1. Volg de hoofdrichting van het landschap 2. Volg de bestaande verkavelingsstructuur 3. Respecteer belangrijke zichtlijnen naar het achterliggende landschap 4.
Gebruik en behoud gebiedseigen beplantingen en/of landschapselementen 5. Houd afstand tot infrastructuur 6. Houd afstand tot woningen 7. Sluit aan op bestaande (hoofd)structuren (barrières) in het landschap 8. Handhaaf openheid 9. Creëer een passende overgang naar de omgeving (rand) 10. Creëer een verzorgd totaalbeeld 11. Geef de bodem ademruimte
Genoemde elf principes zijn leidend geweest bij het opstellen van het ontwerp en de landschappelijke inpassing van het zonnepark, zoals ook toegelicht in volgend hoofdstuk. De hoofdrichting en structuur van het landschap blijven intact. Het ontwerp kent enkel gebiedseigen beplantingen. Middels fysieke afstand en genoemde beplanting wordt voldoende afstand tot de infrastructuur gehouden. De afstand tot de enige nabijgelegen woning bedraagt minimaal 100 meter en direct zicht op het zonnepark wordt in het huidige ontwerp ontnomen door aan de volledige oostzijde een lage haag aan te planten. Het betreft hier een haag opgebouwd uit dicht vertakte en deels groenblijvende soorten, opdat afscherming ook in de winter geborgd is. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de beoogde vegetatiesoorten. Dit is in lijn met de kenmerkende kamerstructuur van het landschap. Het hekwerk wordt overal achter de vegetatie geplaatst, waarmee een passende overgang wordt gecreëerd, in combinatie met het aanhouden van voldoende afstand tot de infrastructuur. Daarnaast is burgerparticipatie een vereiste voor het ontwikkelen van het zonnepark. Statkraft heeft de omwonenden en andere belanghebbenden betrokken bij de totstandkoming van onderliggend initiatief. Zie paragraaf 4.1 voor een beschrijving van het participatieplan en uitvoering daarvan.
Naast procesparticipatie bestaat er ook financiële participatie. Hierbij profiteert de omgeving financieel mee en vloeit de toegevoegde waarde niet weg. Ook financiële participatie kan zorgen voor meer draagvlak en acceptatie voor het ontwikkelen van het zonnepark. Er zijn diverse mogelijkheden voor financiële participatie, afhankelijk van de schaal van de beoogde ontwikkeling. Hierbij denkt de gemeente bijvoorbeeld aan het mede-eigenaar maken van burgers en/of omwonenden middels het oprichten van een lokale energiecoöperatie. Er geldt hierbij een inspanningsverplichting om actief te streven naar 50% lokale financiële participatie. Statkraft heeft, ook bij de bewonersavonden, kenbaar gemaakt te streven naar een systeem met 100% lokale financieel eigendom. Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
14 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode” Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied SintOedenrode’, vastgesteld door de gemeenteraad vastgesteld op 15 maart 2012. In figuur 3 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan weergegeven. Hieruit blijkt dat de gronden de volgende bestemmingen zijn toegekend: • • •
Enkelbestemming: Agrarisch met waarden – Landschapswaarden. Gebiedsaanduiding: Leefgebied struweelvogels. Gebiedsaanduiding: Reconstructiewetzone – extensiveringsgebied.
Figuur 3 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan, met in oranje de indicatie van het plangebied
Regels De enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ is bestemd voor hoofdzakelijk agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen. Specifiek gebruik is benoemd en wordt op de verbeelding middels een aanduiding weergegeven. Een zonnepark is binnen deze bestemming niet toegestaan. Er is dus sprake van strijdig handelen met de regels van het bestemmingsplan. Om het zonnepark planologisch mogelijk te maken, kan worden afgeweken van het vigerende bestemmingsplan, middels een aanvraag omgevingsvergunning conform artikel 2.1, eerste lid onder c, jo. Artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3 Wabo. De afwijking wordt aangevraagd voor een periode van 25 jaar, ingaand vanaf de datum van ingebruikname van het zonnepark. In artikel 4.6 zijn de werken en/of werkzaamheden benoemd die binnen deze de aanduiding ‘Leefgebied struweelvogels’ omgevingsvergunningsplichtig zijn, voor wat betreft het onderdeel ‘werken en/of werkzaamheden uitvoeren’. Het betreft: de werkzaamheden onder punt 8, 12 en 13 in de tabel die bij dit artikel hoort: • • •
Verwijderen van houtgewas; Verwijderen van perceelsindelingen zoals sloten en greppels, Aanleggen van paden groter dan 100 m2 per perceel.
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
15 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Van verwijderen houtgewassen of perceelindelingen is geen sprake. Wel wordt een toegangspad aangelegd van circa 750 m2, waarmee dit onderdeel van de omgevingsvergunning van toepassing is.
Conclusie Voor het plangebied is er sprake van strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan, vanwege het feit dat een te bouwen zonnepark niet “ten dienste” staat aan de enkelbestemming “Agrarisch met waarden landschapswaarde”. Met de komst van het rapport ‘de toekomst van zon en wind in Meierijstad’ heeft de gemeente de mogelijkheid om afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van een zonnepark te vergunnen. Het zonnepark voldoet aan de gestelde eisen in het rapport.
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
16 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
3
MILIEU
3.1
Natuur
Door de voorgenomen ingreep is mogelijk sprake van negatieve effecten op beschermde soorten of kwalificerende waarden van Natura 2000-gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) of effecten op wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Om deze reden is een Quickscan Natuur uitgevoerd (zie bijlage 4 ) om eventuele negatieve effecten op beschermde soorten en gebieden en benodigde vervolgstappen in het kader van de Wnb en beleid rond het NNN in beeld te brengen. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen tijdelijke effecten (gedurende de aanlegfase) en permanente effecten (na gebruiksfase).
Gebiedsbescherming Het plangebied ligt ten oosten van de Natura 2000-gebieden: “Kampina & Oisterwijkse Vennen” (9,25 km), “Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek” (12,5 km) en “Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen” (16,25 km) (zie Figuur 4).
Figuur 4 Ligging plangebied (oranje ster) ten opzichte van N2000-gebieden
Door de ligging (afstand tot gevoelige habitattypen van de Natura 2000-gebieden) en de voorgenomen ingreep zijn directe negatieve effecten (geluid, trilling) als gevolg van de uitvoeringswerkzaamheden uit te sluiten. Negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie zijn eveneens uit te sluiten: •
In de realisatiefase van het zonnepark geldt dat de aanvoer van materieel als zelfstandige verplaatsing via de openbare weg wordt beschouwd. Dit vanwege het feit dat voor de realisatie het plangebied tijdelijk ontsloten wordt aan de Schootsedijk, ter plaatse van de huidig aanwezige ontsluiting (zuidwest hoek). De emissie van stikstof is niet van toepassing op het project zelf. Op het terrein zelf zal gebruik worden gemaakt van volledig elektrisch aangedreven mobiele werktuigen, waarbij geen sprake is van emissie. Voertuigbewegingen voor personenverkeer zijn beperkt tot het direct parkeren van de voertuigen op het terrein, grenzend aan de Schootsedijk.
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
17 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
•
Tijdens de gebruiksfase van het park zal hoogstens incidenteel sprake zijn van een noodzaak voor inzet van mobiele werktuigen bij beheer en onderhoud. Indien dat noodzakelijk is, wordt ook hier volledig elektrisch aangedreven mobiele werktuigen ingezet.
Soortenbescherming Voor het onderdeel soortbescherming zijn een bureauonderzoek en een veldbezoek uitgevoerd. Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van vrij beschikbare informatie, zoals verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen vijf jaar (periode 01-01-2016 t/m 31-12-2021). Daarnaast is gebruik gemaakt van de verspreidingsatlas (verspreidingsatlas.nl) voor de verspreidingsgegevens van beschermde soorten. Als onderdeel van het ecologisch onderzoek is een veldbezoek uitgevoerd. Het onderzoek bestond uit het uitvoeren van een habitatgeschiktheidsbeoordeling. Dit is een veldonderzoek waarbij op basis van de uitkomsten van het bureauonderzoek en de fysieke kenmerken van het plangebied een indicatie wordt gegeven van het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten. Tijdens het veldbezoek is globaal geïnventariseerd of en zo ja welke soorten (mogelijk) in en om het gebied aanwezig zijn. Hierbij is aandacht besteed aan alle relevante soortgroepen en beoordeeld of mogelijke standplaatsen, verblijfplaatsen, voortplantingsplaatsen of leefgebieden binnen of in de directe omgeving van het plangebied (kunnen) worden aangetast bij ontwikkelingen. In het plangebied komen verschillende beschermde marterachtigen en vogelsoorten voor.
Voor de meeste soorten geldt een vrijstelling, waardoor op basis van mitigerende en zorgplichtmaatregel overtreding van de Wnb is uitgesloten. Enkel voor beschermde planten en kleine marterachtigen is dit niet uitgesloten, die aanwezig (kunnen) zijn in de bestaande ingezaaide strook voor akkervogels. Mede om deze reden is bewust gekozen om de strook ongemoeid en intact te laten, om het bestaande habitat te behouden. Rondom de andere greppel in het plangebied wordt een vergelijkbare strook ingezaaid, om zo dit habitat te verdubbelen binnen het plangebied. Daarnaast, wordt het hekwerk op circa 15cm boven maaiveld geplaatst, zodat het zonnepark passeerbaar blijft voor kleine zoogdieren. Er is zodoende geen noodzaak voor een ontheffing of vervolgstappen in het kader van de Wnb.
Natuurnetwerk Brabant Zoals blijkt uit figuur 5, ligt het plangebied niet binnen of nabij het Natuurnetwerk Brabant. Door de voorgenomen plannen zijn effecten op het Natuurnetwerk Brabant uitgesloten op basis van de ligging en de vastgestelde doelen van het Natuurnetwerk Brabant. Hierdoor zijn geen vervolgstappen noodzakelijk.
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
18 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Figuur 5 Indicatieve ligging plangebied ten opzichte van Natuurnetwerk Brabant
Kansen voor natuur Natuurvriendelijke inrichting van het plangebied biedt verschillende kansen voor het versterken van de natuurwaarden in en rondom het plangebied. Verschillende soortengroepen komen al voor of zijn te verwachten vanuit de omgeving. Belangrijkste factor hierin is het versterken van de leefgebieden van akkeren struweelvogels. Juist om die reden is er in het ontwerp voor gekozen om besdragend struweel aan te planten. Om daarmee het voedselaanbod voor de akker- en struweelvogels en insecten te verhogen. Er is bewust voor gekozen geen (honing)bijenkorven te plaatsen, omdat dit ten koste zou gaan van de voedselvoorraad van de lokaal aanwezige wilde bijen. Andere soortgroepen zoals met name zoogdieren liften mee met deze maatregelen.
Conclusie Het onderdeel natuur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
3.2
Landschappelijke analyse en cultuurhistorie
Historie van het gebied De beoogde locatie voor het zonnepark maakt onderdeel uit van het jonge heide-ontginningslandschap. Eeuwenlang bestond dit gebied uit uitgestrekte heidevelden, waarop de nabijgelegen boeren hun schapen lieten grazen. Aan het einde van de 19e eeuw werd dit gebied verdeeld onder de nabijgelegen boeren. De boeren lieten hun percelen omheinen met houtwallen om het vee binnen de percelen te houden. De verdeling onder de boeren eind 19e eeuw werd in dit gebied ook wel de ‘eerste ruilverkaveling’ genoemd. In het begin van de 20e eeuw werden sommige van deze heidepercelen omgevormd tot bos- en akkerbouwpercelen. Na de Tweede Wereldoorlog vond in dit gebied voor de tweede keer ruilverkaveling plaats. Het gebied werd verkaveld in grote vierkante en rechthoekige percelen, zodat ze meer geschikt werden voor grootschalige landbouw. De bestaande en de nieuwe wegen werden beplant met bomenrijen. Aan het eind van de 20e eeuw kwamen er meer verschillende functies in het gebied erbij. Er kwamen bijvoorbeeld diverse boom- en fruitkwekerijen en aangrenzend aan het perceel werd een golfbaan aangelegd. In figuur 6 zijn een aantal historische kaarten verzameld die dit proces visualiseren. Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
19 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Figuur 6 Historische topografische kaarten (bron: www.topotijdreis.nl)
Huidige landschappelijke karakteristieken Tot op de dag van vandaag zijn de fysieke ingrepen van de twee ruilverkavelingen in het gebied goed waar te nemen. Het orthogonale landschapspatroon is bijvoorbeeld nog sterk zichtbaar. De wegen werden Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
20 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
destijds veelal beplant met bomenrijen. Deze bomenrijen zijn nog steeds rijkelijk in het landschap aanwezig. De bomenrijen omzomen de grootschalige landbouwkavels en vormen als het ware kamers in het jonge heide-ontginningslandschap. Lange vergezichten zijn door de kamerstructuur in dit gebied diffuser in vergelijking met een grootschalig open landschap. De bomenrijen langs de wegen zijn zeer divers en bestaan uit eik, berk, den, linde en es. Binnen twee van de landschappelijke kamers is in de jaren ’90 een golfbaan aangelegd. Deze golfbaan is omringd met een zoom van struweel. Vanuit de omgeving valt de golfbaan daardoor nauwelijks op. Door de hoge diversiteit aan boomsoorten zijn de bomenrijen en de struwelen zeer aantrekkelijk voor diverse soorten (struweel) vogels. De beoogde locatie van het zonnepark bevindt zich ook in (een deel) van een kamer. De kamer wordt omringd door bomenrijen (zie figuur 7). Op dit moment is het perceel in gebruik als akkerland. Op het perceel bevinden zicht twee sloten die het water van de akker afwateren op de sloten langs de randen van het perceel. De sloten maken onderdeel uit van de integrale waterhuishouding van het heideontginningslandschap. Bovendien staan deze sloten ook op de legger van het waterschap De Dommel.
Figuur 7 Analysekaart van het landschap
Landschappelijke inpassing zonnepark De panelen van het zonnepark krijgen een zuid-opstelling en zijn zo gepositioneerd dat ze passen binnen de verkaveling van het heide-ontginningslandschap. Het park wordt ingepast in het landschap door middel van brede randen die worden ingezaaid met een bloem- en kruidenrijk grasmengsel. Deze bloemrijke graslanden zijn zeer aantrekkelijk voor insecten. Door de komst van meer insecten is er ook meer voer voor de in de aangrenzende struwelen en bomenrijen verblijvende vogels. Aan de buitenzijde van het hekwerk worden aan noord-, zuid- en westzijde laag, besdragend, struweel geplaatst van circa 5m hoog. Tijdens de tweede bewonersavond is een voorstelling van het park gemaakt vanaf de oostzijde. Deze zijde open houden heeft meerwaarde voor de openheid van de kamer. Maar een voorkeur werd uitgesproken voor het aanplanten van vegetatie, om zo het zicht op het zonnepark te minimaliseren. Er is voor gekozen om een lage, deels besdragende, haag van circa 2m hoog aan te planten. Zo wordt het zicht op de panelen vanaf maaiveldhoogte ontnomen, maar blijft de openheid van de kamerstructuur intact. Daarnaast is in het ontwerp rekening gehouden met een minimale afstand van 100 meter tot de dichtstbijzijnde woning. Het ontwerp van zonnepark Schootseweide en visuals is opgenomen in bijlage 1. Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
21 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Struweelvogels vinden in zowel het struweel als de haag, behalve voedsel, ook nest- en schuilgelegenheid. Er is bewust voor gekozen om soorten te kiezen die dicht vertakt zijn, en/of het gehele jaar bladdragend. Zo is de visuele afscherming in elk seizoen gegarandeerd. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van het beplantings-, beheer- en onderhoudsplan. De sloten blijven intact, zodat deze het afstromende water van panelen naar de omliggende sloten kunnen afvoeren. De nutsgebouwen zoals de omvormerstations en controlekamer worden aan de noordzijde van het zonnepark geplaatst, binnen de nieuw aan te brengen vegetatie, zodat ze zowel vanuit de Schootsedijk als vanaf de golfbaan zo min mogelijk opvallen.
Conclusie Het ontwerp van het park is tot stand gekomen met respect en behoud van de bestaande landschappelijke kenmerken. De beleving van het zonnepark vanaf maaiveldhoogte is geminimaliseerd doordat aan alle zijden dicht vertakte, deels groenblijvende vegetatie wordt aangebracht. Er is zodoende maatwerk geleverd aangezien dit ontwerp mede tot stand is gekomen met input verkregen van de omwonenden. Waar mogelijk is het habitat versterkt voor struweelvogels.
3.3
Archeologie
Op grond van bestemmingsplan “Buitengebied Sint Oedenrode” valt het plangebied niet binnen een archeologische dubbelbestemming. Voor de realisatie van het zonnepark is geen verder archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Conclusie Er geldt geen vergunningsplicht, of noodzaak voor archeologisch onderzoek, ten behoeve van het voorgenomen grondverzet. Het onderdeel archeologie vormt daarmee geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
3.4
Bodem
Via de webiste van de provincie zijn gegevens gevraagd over de uitgevoerde bodemonderzoeken via https://noord-brabant.omgevingsrapportage.nl/. Er zijn geen bodemonderzoeken bekend van de planlocatie. Er zijn geen gevallen van bodemverontreiniging bekend, noch is er aanleiding deze te verwachten. Er kan dus worden geconcludeerd dat de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. De realisatie van een zonnepark geld niet als bodembedreigende activiteit. Evenzo, is in opdracht van Statkraft een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke uitloging van stoffen naar de bodem, opgenomen als bijlage 6. Conclusie van het onderzoek is dat er geen aanleiding is om significante uitloging te verwachten. van gevaarlijke stoffen naar de bodem. Indien breuk optreedt bij een paneel wordt dit automatisch gedetecteerd en zo spoedig mogelijk hersteld. De zonnepanelen zo zijn ontworpen dat ze natuurkrachten in de vorm van onweer en hagel kunnen weerstaan. Dat geldt ook voor eventuele inkomende golfballen. Daarnaast wordt het terrein omheind door een afrastering waardoor de kans op vandalisme beperkt wordt.
Conclusie Het aspect bodem levert geen belemmering op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.
3.5
Water
Grondwater Het dichtstbijzijnde grondwaterbeschermingsgebied ligt ruim 1 kilometer van het plangebied. Er is geen sprake van het onttrekken van grond- of oppervlaktewater, en er komt geen water vrij bij de gebruiksfase van het zonnepark.
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
22 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Oppervlaktewater
Figuur 8 Uitsnede legger, met oranje omlijnd de ligging van het plangebied
Aan de rand van de planlocatie en in het plangebied liggen watergangen die in het beheer zijn van Waterschap de Dommel en opgenomen zijn in de Keur. In figuur 8 is een uitsnede van de legger met de ligging van de watergangen opgenomen. Hieruit blijkt dat enkel de oostelijk gelegen watergang leggerplichtig is, de westelijk gelegen watergang niet. Deze watergangen kennen een beschermzone van 2m. Daar is in het ontwerp rekening mee gehouden door binnen deze zone geen werkzaamheden uit te voeren.
Hemelwater Hemelwater kan vrij afstromen van de zonnepanelen en nutsgebouwtjes. Tussen de horizontale rijen van panelen wordt bewust een uitsparing van enkele centimeters open gehouden langs de volledige breedte, opdat hemelwater diffuus op het maaiveld terecht kan komen en in de bodem infiltreren. En dus niet enkel via de onderste rij panelen op het maaiveld terecht komt. Het nieuw te realiseren toegangspad wordt uitgevoerd met materiaal dat waterdoorlatendheid is (zie bijlage 3 voor details).
Conclusie Het aspect water levert geen belemmering op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.
Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
23 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
3.6
Licht
Hinder als gevolg van licht kan door het ontwerp worden uitgesloten. Aangezien de panelen zuidgericht zijn, is reflectie naar de noordkant (richting golfbaan) niet mogelijk. Doordat het gehele park omzoomd wordt met bestaande bomen en nieuw aan te brengen dichtvertakte, deels jaarrond bladdragende vegetatie van 2 a 5m hoog, is reflectie in andere richtingen eveneens uit te sluiten. Evenzo, wordt vermeld dat de panelen zijn ontworpen met een speciale coating die ervoor zorgt dat het zonlicht juist wordt geabsorbeerd, en niet gereflecteerd. Hinder voor de omliggende golfclub is eveneens uitgesloten. Dat is uiteengezet in een aparte memo, opgenomen als bijlage 7. Opgemerkt wordt dat in die memo nog een uitsnede van een eerder ontwerp is weergegeven. Voor de conclusies van de uiteenzetting is dat niet relevant. Het ontwerp zoals opgenomen in bijlage 1 is leidend.
Conclusie Het aspect licht vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling
3.7
Geluid
Met de realisatie van een zonnepark wordt geen geluidgevoelige functie gerealiseerd. De zonnepanelen produceren bovendien geen geluid. Alleen de ventilatoren (koeling) van de omvormers en transformatorstations (powerstations genoemd in bijlage 3) zullen enigszins geluid produceren. De omvormers kunnen vergeleken worden met elektriciteitsdistributiebedrijven van, in dit geval <10MVA, zoals bedoeld in de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering. Voor deze activiteit betekent dat voor het aspect geluid 30 meter afstand als richtafstand dient te worden gehouden ten opzichte van de dichtstbijzijnde woning. Aan deze afstand wordt voldaan, de dichtstbijzijnde woning bevindt zich op circa 200 m van de omvormers. Het zonnepark is bovendien een type A inrichting waarvoor de algemene regels uit het Activiteitenbesluit van toepassing zijn. Er is geen reden om aan te nemen dat niet aan de regels uit het Activiteitenbesluit kan worden voldaan.
Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.8
Luchtkwaliteit
Er is geen sprake van emissies naar de lucht die wijziging van de luchtkwaliteit tot gevolg kunnen hebben in de gebruiksfase van het zonnepark. Voor de aanleg van het zonnepark zijn wel verkeersbewegingen nodig. Dit zorgt voor een toename van luchtverontreinigende stoffen in de lucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), omdat deze stoffen het dichtst bij de vigerende grenswaarden (bijlage 2 van de Wet milieubeheer) liggen. Wanneer voldaan wordt aan de grenswaarden voor deze stoffen, zal ook voldaan worden aan de grenswaarden voor andere luchtverontreinigende stoffen uit bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Wanneer een project ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan een verslechtering van de concentraties NO2 en PM10, vervalt toetsing aan de grenswaarden. Een project draagt NIBM bij wanneer de toename als gevolg van het project op toets locaties lager is dan 1,2 μg/m³ NO2 en PM10. Voor kleine projecten is een tool ontwikkeld om eenvoudig te kunnen toetsen of een project NIBM bijdraagt. Deze tool, de NIBM-tool van Infomil, rekent conform Standaardrekenmethode 1 uit de Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit 2007, met een aantal worstcase aannames.
Een berekening met de NIBM tool, zie figuur 9, laat zien dat de realisatie van onderliggend project ‘Niet in betekenende mate’ bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Bij de berekeningen is uitgegaan van de volgende uitgangspunten: 1. Op deze locatie komen naar verwachting circa 13.080 zonnepanelen. Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
24 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
2. Een vrachtwagen vervoert circa 700 zonnepanelen per keer. Met een heen- en terugreis komt dat neer op 40 bewegingen van vrachtverkeer (naar boven afgerond). Daarnaast vinden bewegingen van vrachtverkeer plaats voor het vervoeren van constructie en leidingwerk. Hiervoor wordt nog eens 40 bewegingen gehanteerd (totaal 80 bewegingen). 3. Daarnaast ontstaan ook voertuigbewegingen door personenverkeer voor bijvoorbeeld bouwvakkers en technici. Hiervoor is uitgegaan van 5 voertuigen per werkdag, met een totaal van 100 werkdagen. Dat betekent met een heen- en terugreis in totaal 1.000 bewegingen van personenverkeer. 4. Dat maakt een weekdaggemiddelde van (afgerond) 11 extra voertuigbewegingen (1.080 / 100) en 8% aandeel zwaar vrachtverkeer (80 / 1.080).
De bijdragen liggen met respectievelijk 0,01 en 0,0 µg/m3 ruim onder de norm van 1,2 µg/m3.
Figuur 9 Uitsnede NIBM-tool
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.9
Verkeer en parkeren
Het zonnepark heeft in de gebruiksfase geen verkeer aantrekkende werking. Enkel gedurende de realisatiefase is er sprake van het aanleveren van materiaal. In het ontwerp wordt de toegang van het zonnepark voor incidenteel beheer en onderhoud gerealiseerd vanaf de Gaspeldoorn. Dit deel van de weg maakt onderdeel uit van een wandelroute. Tijdens de realisatiefase wordt gebruik gemaakt van de bestaande ontsluiting van het perceel aan de Schootsedijk. Er wordt niet geparkeerd op, of anderzijds gebruik gemaakt van de Schootsedijk. Hinder voor het verkeer is daarmee uitgesloten. Het zonnepark is zowel tijdens realisatie, als de gebruiksfase niet openbaar toegankelijk.
Conclusie Het aspect verkeer en parkeren leveren geen belemmering op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.
3.10
Externe veiligheid
Op basis van de Algemene Risicokaart van Nederland (bezocht op: 10-11-2022) zijn geen risicovolle objecten in het plangebied of de directe omgeving aanwezig die in het kader van externe veiligheid nader geanalyseerd moeten worden, zie figuur 10. Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
25 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Figuur 10 Uitsnede Algemene Risicokaart van Nederland
Binnen het plangebied worden geen objecten gerealiseerd waar personen kunnen verblijven. Zodoende is toetsing aan externe veiligheid niet noodzakelijk. Een zonnepark is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in die zin dat het geen object is van hoge infrastructurele waarde.
Conclusie Het aspect externe veiligheid levert geen belemmering op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.
3.11
Conventionele explosieven
Ten behoeve van het zonnepark is een Quickscan niet gesprongen conventionele explosieven uitgevoerd. De Quickscan is opgenomen in bijlage 5. In de literatuur is vooral gezocht naar eventuele gevechtshandelingen in de meidagen van 1940 en het moment dat het onderzoeksgebied bevrijd is door het geallieerde leger in 1944/1945. Het onderzoek toont aan dat in de regio oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. Er kan niet worden uitgesloten dat uit een formeel vooronderzoek NGCE volgens het WSCS-OCE zal blijken dat gebieden verdacht zullen zijn op NGCE. Voordat de werkzaamheden zullen aanvangen, zal een genoemd onderzoek worden uitgevoerd. Mochten de conclusies van dat onderzoek er aanleiding toe geven, worden passende maatregelen getroffen om de bouw van het zonnepark alsnog mogelijk te maken zoals in onderhavig rapport beschreven.
Conclusie Het gebied is aangemerkt als verdacht op NGCE, om welke reden zal een vooronderzoek moeten worden uitgevoerd voorafgaand aan grondroerende werkzaamheden Dit is verder niet van invloed op het ontwerp en vormt aldus geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
3.12
M.e.r-beoordeling
Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm), in samenhang met het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.), moet bij initiatieven voor (het wijzigen van) bepaalde activiteiten worden beoordeeld of er sprake is van milieueffecten. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten planMER-plichtig, projectMER-plichtig of m.e.r.beoordelingsplichtig zijn. Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 13 december 2022
26 van 39
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Er is geen sprake van een activiteit die wordt benoemd in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r., waardoor er geen sprake is van een m.e.r.-plicht. Van een m.e.r.-beoordelingsplicht is sprake als de activiteit en het te nemen besluit voldoen aan de beschrijvingen uit kolommen 1, 2 en 4 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. De drempelwaarden genoemd in bijlage D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. zijn richtwaarden. Wanneer een project de in bijlage D, kolom 1, beschreven activiteiten bevat is het, ongeacht de omvang van de activiteiten, noodzakelijk om te toetsen of sprake is van een project met belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het zonnepark is getoetst aan mogelijk relevante categorieën uit de bijlage bij het Besluit m.e.r. De resultaten zijn gepresenteerd in Tabel 3. Tabel 3 Relevante categorieën bijlage bij het besluit m.e.r. Activiteit