CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Ruimtelijk functioneel programma van eisen

Raadsvergadering 24 juni 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Instemming ruimtelijk/functioneel programma van eisen MFA de Groene Long14.102 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

MFA De Groene Long, ‘plus-variant’ Ruimtelijk-functioneel PvE / haalbaarheid Definitief, 12 mei 2021

Inhoudsopgave 1

Inleiding

1

5

Relaties / opzet gebouw / footprint

37

1.1

Achtergrond en vraagstelling

1

5.1

Clustering en relaties

37

1.2

Werkwijze en betrokkenen

1

5.2

Flexibiliteit en uitbreiding

43

1.3

Status rapportage

5

5.3

Footprint

43

1.4

Leeswijzer

6

6

Conclusies en aanbevelingen

45

2

Achtergrond, visie en uitgangspunten

7

6.1

Samenvatting en conclusies

45

2.1

Inleiding

7

6.2

Aanbevelingen

46

2.2

Visie op de MFA

7

2.3

Plan van wensen / draagvlak

9

2.4

Te onderzoeken kader - RIB

11

2.5

Uitgangspunten voor het onderzoek c.q. het PvE

12

3

Ruimtebehoefte – overwegingen per onderdeel

13

3.1

Onderwijs

13

3.2

Kinderopvang

14

3.3

Wijk

15

3.4

Sport

16

3.5

Samenvatting en uitwerking

23

4

Ruimteprogramma

25

4.1

Kaders en normen

25

4.2

Ruimteprogramma, FNO en BVO

25

4.3

Totaal ruimteprogramma en vergelijking met RIB

35

Bijlage 1

Analyse bezetting sporthal De Streepen en sportzaal Kienehoef

1 Inleiding 1.1

Achtergrond en vraagstelling

1.2

Werkwijze en betrokkenen

Reeds in 2015 was er in de toenmalige zelfstandige gemeente

Voor de uitvoering van het onderzoek en als basis voor het PvE is gebruik

Sint-Oedenrode sprake van vervangende nieuwbouw voor de basisscholen

gemaakt van de volgende stukken:

OBS De Springplank en BS Kienehoef in de vorm van één MFA. Diverse

•

Plan van wensen, Stichting Zet, 30 maart 2020;

plannen hebben sindsdien de revue gepasseerd. Ook in de nieuwe

•

Visie MFA De Groene Long, 30 april 2020;

gemeente Meierijstad, waarvan Sint-Oedenrode sinds 2017 deel uitmaakt,

•

Raadsinformatiebrief van 29 september 2020;

is het plan opgenomen in het IHP. In eerste instantie werd uitgegaan van

•

Concept stedenbouwkundige opzet (geen status).

de vervangende nieuwbouw van de beide basisscholen en een gymzaal,

Er is een aantal uitgangspunten, gebaseerd op bovenstaande stukken,

maar gebruikers en de wijkraad hebben een ruimere omvang van de

geformuleerd vanuit de gemeentelijke projectleiding. In hoofdstuk 2 wordt

sportzaal ter vervanging van de huidige microsporthal en bovendien een

hierop verder ingegaan.

ruimte voor ontmoeting in de wijk geadviseerd. Ook is er kinderopvang nodig in relatie tot het basisonderwijs. De verzoeken en nader onderzoek

Vanwege coronamaatregelen heeft overleg veelal digitaal plaatsgevonden.

hebben geleid tot het opstellen van een zogenaamde plusvariant. De

Inventarisatie van gegevens heeft in eerste instantie, mede door de digitale

haalbaarheid hiervan wordt onderzocht in voorliggend rapport.

werkvorm, per gebruiker plaatsgevonden. Er zijn digitale sessie en overleggen gehouden met werkgroepen van beide scholen afzonderlijk, met

Zowel in voorbereiding van de ontwerpopgave als onderdeel van deze

de kinderopvang, wijkraad/seniorenraad en de vertegenwoordiging van de

haalbaarheidsstudie is er behoefte aan een programma van eisen voor de

sportverenigingen en aanvullend hierop nader overleg met de

MFA in de plusvariant. Aan Team Sygma is gevraagd een Programma van

turnvereniging Dioscuri’94 en judovereniging Dai Ippo. Met de

Eisen (PvE) op te stellen. In eerste instantie betreft het een ruimtelijk-

schooldirecties, hun adviseurs en besturen is extra overleg geweest. Ook

functioneel Programma van Eisen. In dit PvE dient aandacht te bestaan

voor sport heeft extra overleg plaatsgevonden met een vertegenwoordiging

voor de benodigde footprint en een ‘vlekkenplan’/relatiefiguur, die kunnen

van de gemeentelijke projectleiding en afdeling sport. Tenslotte is er na de

worden gebruikt als input voor een stedenbouwkundige analyse in relatie

inventarisatie en analyse een tweetal plenaire overleggen gehouden: één

tot de haalbaarheid. Het zal bovendien mede als basis dienen voor het

met beide scholen samen en één met een vertegenwoordiging van alle

technisch PvE en een investerings- en exploitatieopzet.

partijen.

1

Het project is geleid door Ester van Winkel van Team Sygma. De volgende

Wijkfunctie:

mensen zijn op diverse manieren betrokken geweest bij de planvorming:

•

Nel van Manen (wijkraad KCKRooi)

OBS De Springplank:

•

Peter Driessen (Welzijn de Meierij)

•

Marieke van Boxtel (directeur)

•

Rens Polderdijk (wijkraad KCKRooi)

•

Adri van de Sande

•

IJbe van Nielen (seniorenraad Meierijstad)

•

Anja den Dekker

•

Annemieke van der Leest

Sportzaal:

•

Eefke van der Linden

•

John Liewes (BV Rooi, namens gebruikers sportzaal)

•

Evelien Bardie

•

Bram Marinus (TTV Attaque, namens gebruikers sportzaal)

•

Julisa Coenders

•

Marinka de Wit

Dioscuri’94 (valkuil):

•

Norma Strik

•

Marlou van Roosmalen

•

Steffi van Velthoven

•

Wouter Verwaard

•

Yvonne Willemse

•

Inge Hoogers (directeur bedrijfsvoering SAAM)

Dai Ippo (dojo):

•

Frank van Wetten (stafmedewerker huisvesting SAAM)

•

Cor van der Heijden

•

Sjoerd Rutten (adviseur, SORS adviesgroep)

•

Gerard Klokgieters

Basisschool Kienehoef:

Gemeente Meierijstad:

•

Emely Teeuwen (directeur)

•

Richard Kinderdijk (projectleider)

•

Marieke Kapteijns

•

Geert van Etten (vastgoed / onderwijshuisvesting)

•

Nadia Savelkouls

•

Aron van Balveren (sport)

•

Sandra van Kasteren

•

Lieke Reinders (verenigingsadviseur)

•

Paul Meesen (directeur-bestuurder SKOSO)

•

Astrid Wieland (bedrijfsleider accommodatie)

•

Gernard van Uden (huisvestingsmanager, De Dommelgroep)

•

Nadina Hamzic-Ibrahimovic (buurtadviseur)

•

Roland Simons (projectmanager, Altavilla)

Overig (sport totaal i.r.t. gebouweisen / afmetingen) De Verbinding (kinderopvang): •

Ingrid van den Biggelaar (directeur)

•

Patty van den Biggelaar (directeur)

•

Ton van de Braak (Galjoen Beheer, adviseur sportaccommodaties gemeente)

3

•

1.3

Status rapportage

De opdracht is enerzijds het samenstellen van een PvE dat kan dienen als input voor de ontwerpfase; anderzijds (nog) de haalbaarheid onderzoeken

Door de ruimtebehoefte op te bouwen in varianten van minimaal naar optimaal ruimteprogramma, op basis van zorgvuldige afwegingen in overleg met de gebruikers, ambtenaren en adviseurs, wordt anderzijds input

van de PLUS-variant.

gegeven over de haalbaarheid en het gestelde kader uit de RIB.

Bij MFA’s komt deze hybride vraagstelling vaker voor. Om besluitvorming

Met voorliggende rapportage ligt er een stevige basis voor een definitief

over de definitieve kaders mogelijk te maken, is er meer inzicht nodig in de totale behoefte en randvoorwaarden. Dit betekent ook dat de initiatief- en definitiefase enigszins in elkaar overlopen. Om echter een definitief PvE te maken, is er ook een definitief kader nodig. Waar er nog gezocht wordt naar de consequenties van keuzes, die mede gevolgen hebben voor de

PvE. Daarvoor is definitieve besluitvorming over het ruimtelijk kader, en daarmee het financieel kader, nodig. Hierbij geldt dat de geraamde investeringen voor (maximaal) de PLUS-variant zijn opgenomen in de begroting.

behoefte, geeft een (voorlopig) PvE al wel een concreet en helder beeld.

Het ruimteprogramma en de relaties kunnen op dat moment op basis van

Dit geldt ook voor deze opgave. Alhoewel een aantal uitgangspunten in de

beeldverwachting en nadere omschrijving waar nodig (inclusief

Raadsinformatiebrief (RIB) in ruimtelijke kaders zijn benoemd, bleek tijdens het proces ook dat er nog marge nodig was in het zoeken naar optimale

voorliggende rapportage worden bijgesteld en worden aangevuld met terreineisen). Bij voorkeur is er op dat moment ook een nadere invulling van de stedenbouwkundige randvoorwaarden, opdat alle kaders voor de

synergie en kwaliteit.

ontwerpfase inzichtelijk zijn.

In de beantwoording van de opdracht is dan ook aangesloten bij de

Samenvattend ligt er nu een PvE met een enkele opties, waar nog uit

tweeledige vraagstelling door op basis van de kaders uit de RIB enerzijds tot een PvE te komen met de focus op ruimteprogramma en daarmee

gekozen dient te worden op bestuurlijk niveau. Op basis van de keuzes kan het PvE worden aangescherpt en aangevuld en definitief gemaakt worden.

samenhangend clusters en relaties, zodat meer inzicht wordt gegeven in de mogelijke opzet van het gebouw. Met deze onderdelen is ook input gegeven voor de footprint .

5

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de stukken die gebruikt zijn als basis voor voorliggende rapportage. In hoofdstuk 3 zijn afwegingen en keuzes in relatie tot het kader beschreven, gebaseerd op de overleggen met de gebruikers, het beoogde gebruik en/of normen en richtlijnen. Dit hoofdstuk is interessant in het kader van het onderdeel haalbaarheid maar gaat mogelijk wat te veel de diepte in voor een PvE. Het geeft wel de keuzes weer die ten grondslag liggen aan het PvE. Hoofdstukken 4 en 5 betreffen vervolgens daadwerkelijk de PvE-onderdelen met respectievelijk het ruimteprogramma en een weergave van de relaties en opzet van het gebouw. Tenslotte is hoofdstuk 6, met conclusies en aanbevelingen, weer toegevoegd in het kader van de haalbaarheid.

2 Achtergrond, visie en uitgangspunten 2.1

Inleiding

•

wordt en in die hoedanigheid sterk bijdraagt in het faciliteren van

In dit hoofdstuk wordt teruggeblikt op de stappen die reeds zijn gemaakt

activiteiten waardoor mensen zolang mogelijk in hun eigen omgeving

en geleid hebben tot de PLUS-variant en de invulling hiervan (paragrafen

kunnen verblijven en maximale ontwikkelkansen en sociale activiteiten

2.2 tot en met 0). In § 2.5 wordt de brug gemaakt naar het onderzoek ten

biedt voor iedere buurtbewoner.

behoeve van voorliggend PvE door de uitgangspunten op basis van voorgaande onderzoeken en besluiten te benoemen.

2.2

Visie op de MFA

In de notitie “Visie Multifunctionele Wijkaccommodatie De Groene Long” van 30 april 2020 heeft de werkgroep stakeholders (bestaande uit dezelfde stakeholders die voor voorliggend rapport zijn benaderd, verwoord waar zij voor staan en welke visie er is voor de MF(W)A. De notitie benoemt de behoefte aan de zogenaamde PLUS variant, die naast onderwijs en kinderopvang tevens sport, zorg gerelateerde functies, cultuur, welzijns- en seniorenvoorzieningen en ontmoetingsactiviteiten moet kunnen faciliteren. In de visie staat benoemd dat: •

Behoud en zelfs uitbreiding van sport belangrijk is voor een vitale maatschappij;

•

De accommodatie een toekomst dient te bieden waarin het huidige programma aan activiteiten (dat nu versnipperd in de drie gebouwen of elders in de wijk plaatsvindt) kan blijven bestaan, worden doorontwikkeld en/of uitgebreid;

De te bouwen MFWA de centrale verbindende voorziening in de wijk

De voorziening moet een plek zijn die verbindt, omarmt en verzorgt. Een plek waar ontmoeten, cultuur, sport en onderwijs bij elkaar komen. Een plek waar alle partijen elkaar versterken in de te ondernemen activiteiten. Het bovenstaande betekent dat wordt toegewerkt naar het concept van een ‘PLUS variant’, waarbij zowel onderwijs, kinderopvang, sport-, zorg gerelateerde functies, cultuur, welzijns-/seniorenvoorzieningen en ontmoetingsactiviteiten in een optimale samenwerking worden aangeboden. Het onderzoek van ZET (zie § 2.3) en de inbreng van de stakeholders onderschrijven deze behoefte tot onderlinge samenwerking en daarvoor benodigde ruimte. De stakeholders onderschrijven de volgende uitgangspunten: •

“Iedereen is welkom in de MFWA;

•

Er wordt kwalitatief goed onderwijs en opvang gerealiseerd;

•

Kinderen moeten zich breed kunnen ontwikkelen volgens de eisen die aan hedendaags en toekomstgericht onderwijs worden gesteld;

7

Figuur 1

scenario’s uit rapportage stichting ZET

•

Er zijn sportfaciliteiten waarbij sport mogelijk is voor zowel ouderen als

2.3

jongeren; lessen bewegingsonderwijs, jongeren op gezond gewicht

In maart 2020 is door de stakeholders, met begeleiding van Stichting ZET,

maar ook bewegingslessen voor ouderen. Ook vinden sportverenigingen hier uitstekende faciliteiten; •

De MFWA is een veilige plek waar jong en oud zich thuis voelen en een vertrouwde plek kunnen vinden;

•

Er is ruimte om elkaar te ontmoeten én zorg voor elkaar te bieden.

•

Jong en oud versterken elkaar;

•

Het gebouw is goed toegankelijk voor mensen met een beperking.

•

Er wordt gestreefd naar een optimaal gemeenschappelijk gebruik van (ruimten in) het gebouw, zodat dit zo compact en efficiënt mogelijk kan

Plan van wensen / draagvlak

ook het rapport “Plan van wensen, draagvlak MFA De Groene Long in beeld” opgeleverd. Er zijn twee scenario’s opgesteld (naast de ‘huidige situatie’), zie Figuur 1: 1. Twee basisscholen met kinderopvang en wijkfunctie binnen het budget van IHP, met eventuele toevoeging microsporthal (meer dan gymlokaal): •

gezamenlijk gebruik van een deel van de ruimtes. Dit geldt ook

worden gerealiseerd en geëxploiteerd; • •

voor kinderopvang. Huisvesting van de wijkfuncties geschiedt in

De partners zoeken actief verbinding met buurt- en andere verenigingen; Er is een basis van gelijkwaardigheid, vertrouwen en wederzijds respect.”

In de notitie wordt gesproken over benodigde extra meters, zonder daar een concrete oppervlakte bij te benoemen.

Scholen hebben ieder hun eigen ruimtes en er is sprake van

combinatie met andere functies (geen extra meters); •

Er wordt een microsporthal (twee zaaldelen en een dojo) toegevoegd. kantinefunctie kan gecombineerd worden met de ontmoetingsfunctie;

2. Conform scenario 1, maar met aanvullend budget en aanvullende oppervlakte: ”In overleg worden ruimtes gedeeld met wijkpartijen, die aanvullend eigen vierkante meters hebben.” Er wordt gesproken over een eventuele spreekuur-/spreekkamerfunctie en naast eigen wijkruimtes ook potentiële andere partners. In het rapport wordt bij scenario 1 en 2 aangegeven dat “zicht op de mate waarin scholen onderling ruimtes gaan delen ”nog een vraagteken is”.

9

Figuur 2

oppervlaktekader MFA De Groene Long per bouwdeel uit de RIB

Voor scenario 2 is aangegeven dat dit scenario voortkomt uit de

2.4

inventarisatie naar draagvlak en inspeelt op toekomstbestendigheid, maar

In De Raadsinformatiebrief (RIB) van 29 september 2020 wordt de raad

dat dit (extra1) aanvullende middelen behoeft. Qua wijkfunctie zijn er diverse activiteiten benoemd in de bijlages, ook aansluitend bij de benoemde verbreding naar andere partners. Voor de scholen staat ook hier dat: “De scholen een gezamenlijk lijstje [hebben] opgesteld met ruimtes die nodig zijn. Dit lijstje is een eerste inventarisatie, waarin nog niet aangegeven is welke ruimte eventueel gezamenlijk benut kan worden, of op welke tijdstippen de genoemde ruimtes eventueel vrij zijn voor gebruik door andere partijen.” Samenvattend wordt in het rapport een scenario (1) geschetst waarin beide scholen, kinderopvang, sport en wijk samen huizen en de intentie is te onderzoeken of er ruimtes gedeeld kunnen worden. Dit scenario zou vervolgens nog verbreed kunnen worden (scenario 2) met een grotere autonomie voor de wijk met eigen ruimtes en aanvulling van voorzieningen van andere passende (zorg- en welzijn-)partners. De invulling van de scenario’s dient nog uitgewerkt te worden.

Te onderzoeken kader - RIB

geïnformeerd over het besluit van het college om onderzoek te doen naar de haalbaarheid van de realisatie van de PLUS-variant. Hierbij is de PLUS-variant omschreven als “één gebouw dat ruimte biedt voor twee basisscholen, kinderopvang, een sportvoorziening (microsporthal) voor bewegingsonderwijs en verschillende sportverenigingen en een wijkfunctie, gericht op ontmoeting en het organiseren van wijkactiviteiten.” In de RIB is echter ook de oppervlakte per onderdeel/bouwdeel geconcretiseerd. Geconcludeerd kan worden dat de PLUS-variant aansluit bij scenario 1 uit het rapport van ZET. In het overzicht is geen extra voorziening voor spreekfunctie voor de wijk opgenomen. Nieuwe toevoeging betreft de optie om een valkuilvoorziening voor de turnvereniging toe te voegen, inclusief extra toestellenberging 2. Er is uitgegaan van vermindering van de normatieve oppervlakte van de scholen op basis van leerlingenprognoses, ter grootte van de oppervlakte van twee speellokalen. Deze keuze is voortgekomen uit de keuze voor een tweede sportzaaldeel, waardoor voor het onderwijs ook zonder de speellokalen in voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs en spelen voor de kleuters wordt voorzien. Op deze manier wordt zo efficiënt mogelijk omgegaan met beschikbare ruimte en leegstand overdag beperkt. Dit uitgangspunt is besproken met de schoolbesturen.

1

Immers: de microsporthal uit scenario 1 vergt al aanvullende middelen t.o.v. het IHP (dat oorspronkelijk uitging van de bouw van één gymlokaal).

2

NB. de valkuil was nog niet met oppervlakte opgenomen in de RIB; de berging al wel.

11

Feitelijk is bij het opstellen van de PLUS-variant als uitgangspunt gesteld

2.5

dat een tweede gymzaal(-deel) enkel mogelijk is indien de twee

Bij het opstellen van het PvE is de tabel met metrages uit de RIB in basis

speellokalen voor het onderwijs niet worden gebouwd. Tenslotte wordt, hierbij aansluitend, gesteld dat er gestreefd wordt naar een “zo compact mogelijk gebouw” en dat de beoogde vergaande mate van samenwerking tussen de toekomstige gebruikers van het gebouw mogelijk kan leiden tot “een verdere reductie van het aantal vierkante meters van het gebouw”, een en ander in samenhang met de financiële ruimte van de gemeente en de opgenomen bedragen in de begroting. Vanuit het onderwijs is hierbij aangegeven dat 'compact bouwen' het verzorgen van hoogwaardig en eigentijds onderwijs niet in de weg mag staan.

Uitgangspunten voor het onderzoek c.q. het PvE

als kader gehanteerd. Echter, uit de contacten met de verschillende gebruikers en voortschrijdend inzicht tijdens de inventarisatie is gebleken dat dit kader op onderdelen om aanpassing vroeg. Omdat de opdracht ook inhoudt het beoordelen van de haalbaarheid, en concretisering vanuit de gebruikers nog bijna volledig diende plaats te vinden, is ervoor gekozen om het RIB als kader aan te houden doch eventuele aanvullende of gewijzigde eisen en wensen, met bijbehorende argumenten, in voorliggende rapportage op te nemen. Op basis van de rapportage kan nadere besluitvorming plaatsvinden over het definitieve kader. Ook ontstaat inzicht in de benodigde footprint en ruimte in stedenbouwkundige context.

3 Ruimtebehoefte – overwegingen per onderdeel 3.1

Onderwijs

Met OBS De Springplank en BS Kienehoef zijn separate sessies gehouden. Intentie was om op basis van de bouwstenen uit die sessies verder in gezamenlijke sessies van onderwijs en kinderopvang de ‘kindfuncties’ verder in te vullen. De intentie van beide scholen, op basis van het voortraject, was om ook nadrukkelijk te zoeken naar mogelijkheden om ruimtes met elkaar te delen. Echter, doordat de in te delen normatieve oppervlakte verkleind is door de oppervlakte van de speellokalen in mindering te brengen op de norm (met daartegenover gebruik van een tweede sportzaaldeel, ook voor kleuters), bleek dat de overblijvende oppervlakte volledig nodig is voor directe onderwijs- en kantoorfuncties. Dat wil zeggen: voor groepslokalen en bijbehorende nevenruimtes (toiletten, garderobes, bergingen), leerplekken buiten de klas, algemene bergingen en ruimtes voor directie, interne begeleiding en administratie. Deze ruimtes zijn zo eigen aan de school en in praktijk vol in gebruik dat onderling gebruik niet direct voor de hand ligt, wenselijk is en/of

Natuurlijk is ook gesproken over gezamenlijk gebruik. Echter, waar de intentie was om samen een speellokaal te delen en de oppervlakte van het tweede speellokaal in te zetten voor aanvullende functies in gezamenlijk gebruik, is er die ruimte niet binnen het opgestelde programma van beide scholen. Er is gesproken over een gezamenlijke teamkamer, maar BS Kienehoef kiest hier niet voor, mede vanwege het feit dat personeel kinderen heeft op OBS De Springplank. Juist in de pauzes kunnen collega’s elkaar spreken over leerlingen of privacygevoelige onderwerpen en ook zijn dit de momenten waarop collega’s elkaar kunnen spreken en het team prevaleert. De teamruimte is overigens vol benut voor de school in de vorm van vergader- en spreekruimte. Samenvoegen van de teamruimtes zou niet leiden tot ruimtewinst.

meerwaarde oplevert.

De voorlopige conclusies op basis van de eerste sessies per school hebben

Een speellokaal heeft vaak een extra functie als (uitbreiding van) de

besturen. Uiteindelijk is een programma uitgewerkt binnen het kader, maar

gemeenschapsruimte, zeker in een kleine school als De Springplank. Deze

geleid tot extra overleg, ook met de bestuurders en adviseurs van de daarnaast ook met varianten.

grotere multifunctionele ruimte kan het ‘hart’ van een school worden. Dit ‘hart’ ontbreekt nu enigszins in beide schoolgebouwdelen. Ook samen is het niet te realiseren omdat deze extra oppervlakte niet beschikbaar is binnen de normen uit de RIB.

13

Deze varianten zijn gebaseerd op een eventuele kleine-scholen-toeslag voor

3.2

De Springplank, aansluitend bij een voorstel binnen het IHP-traject dat

De Verbinding verzorgt peuteropvang bij beide scholen. Beide scholen

parallel wordt uitgewerkt3, en daarnaast de inzet van de oppervlakte voor één gezamenlijk speellokaal. In het plenaire onderwijsoverleg hebben de scholen ervoor gekozen om een ontmoetingsfunctie voor het personeel en derden, in de vorm van combinatie van centrale bezoekersentree, conciërge en koffiecorner bij voorkeur centraal in de MFA, te realiseren uit ‘hun meters’. Dit is ook ingebracht in het plenaire overleg met alle gebruikers en positief ontvangen. Zo ontstaat toch een gezamenlijke ruimte voor niet enkel onderwijs, maar voor alle gebruikers: een ruimte waar ontmoeting kan plaatsvinden. Zie hiervoor het ruimteprogramma en de bespreking van de relaties binnen de MFA (hoofdstuk 0 en 5). Ook voor wat betreft het schoolterrein is uitgesproken dat dit grotendeels een gezamenlijk terrein mag worden, opdat de kinderen uit de wijk ook tijdens schooltijd elkaar kunnen en mogen ontmoeten en diverse inrichtingselementen van het terrein door beide doelgroepen gebruikt kunnen worden.

3

De toeslag is bedoeld om inclusief onderwijs en modern onderwijs met meer gepersonaliseerd onderwijs te kunnen faciliteren. Dit leidt met name tot een diversiteit aan (leerling-)werkplekken en meer spreekruimten.

Kinderopvang

kennen geen volle groep; in de MFA is er behoefte aan één volle groep van zestien kindplaatsen. Dit is in overleg met de scholen vastgesteld. Daarnaast is de wens van de scholen om ook kinderdagopvang 4 te kunnen bieden in de MFA. De Verbinding heeft eigen ruimtes voor buitenschoolse opvang bij de korfbal en tennisbaan, en ook een groep kinderdagopvang in het tennispaviljoen. Toch wil De Verbinding tegemoet komen aan deze wens door, naast de kinderopvanggroepen bij onder andere tennis, een groep van twaalf kindplaatsen te verzorgen in de MFA 5. Dit sluit ook aan bij de keuzes in andere schoolgebouwen / kindcentra. Voor de buitenschoolse opvang (BSO) wordt uitgegaan van twee groepen à twintig kindplaatsen. Hiervoor worden geen extra meters voorzien. Uitgegaan wordt van één groep in de ruimte voor de peuters (aangevuld met andere ruimte om tot de minimale 70 m² FNO te komen) en één groep die gebruik maakt van ruimtes in de scholen of andere ruimtes binnen de MFA.

4

Voor kinderen van 0-4 jaar (kinderdagverblijf).

5

Een en ander is mede afhankelijk van de huurprijs.

3.3

Wijk

De wijk heeft behoefte aan ruimte(s) voor diverse activiteiten, waarbij gedacht wordt aan onder andere: •

Servicepunt voor ouderen;

•

Eetpunt

•

Buurtcafé / koffie-uurtje

•

Hobbyclub / knutselclub / breiclub

•

Cursussen en trainingen

•

Repair café / techniekles / ontdeklab

•

Ruimte voor dansles

•

Toneel / optredens (inclusief podium)

•

Eventueel: biljart.

De wijkvoorziening mag volledig bestaan uit multifunctioneel te gebruiken

Met een goede verbinding vanuit de huiskamer naar de keuken kan de huiskamer zelf ingezet worden om voedsel voor te bereiden, waarna er samen gegeten kan worden. In de keuken kunnen twee tot drie mensen zich goed bewegen. Het is natuurlijk wel fijn als de keuken multifunctioneel is en ook door onderwijs en/of BSO kan worden gebruikt, naast het gebruik voor de wijk en de sporters. Voor toneel en optredens is de sporthal geschikt, maar er is wel behoefte aan een podium. Indien er een bouwkundig podium kan worden gecreëerd kan de ruimte onder het podium wellicht als extra bergruimte worden ingezet. Een mobiel podium is ook mogelijk, maar dan is er bergruimte voor de podiumstukken nodig. Tenslotte zou een eventueel handvaardigheidslokaal of atelierruimte van de

ruimtes, maar er dient wel ruimte in het rooster te zijn voor de activiteiten.

school / scholen ingezet kunnen worden voor ontdeklab / repair café en

De regelmatige beschikking over ruimtes verzekert het bestaansrecht van

Mogelijk kan ook hiervoor de huiskamer ingezet worden (er is extra berging

de wijkvoorziening. Als ruimtes constant gebruikt worden door de scholen en verenigingen is een planning met wijkactiviteiten erg moeilijk. Overdag zullen er voor verschillende activiteiten circa acht tot twaalf mensen aanwezig zijn; ’s avonds kunnen er dat meer zijn. Het eetpunt vindt

knutselruimte. Dit zit echter niet in het programma van de scholen. voor de wijk voorzien) en eventueel ’s avonds een ruimte van de scholen. Heel graag zou men ook een biljart zien in de MFA. Dit zou naar verwachting ouderen en jonge senioren trekken naar de MFA. Er is nu een biljart in zorgcentrum Odendael, in Eerschot (in een café) en in centrum

wekelijks plaats, breiclub en koffie-uurtje twee keer in de maand.

Sint-Oedenrode, maar niet in Kienehoef. De afstand naar de andere

Veel van de activiteiten kunnen plaatsvinden in een soort ‘huiskamer’ voor

hier vooralsnog niet van uitgegaan.

biljartplekken is te groot. Omdat deze ruimte niet in het RIB-kader zit ,is

de wijk, tevens te gebruiken als (sport-)kantine. Qua eetpunt gaat het niet enkel om een kleine keukenvoorziening maar vooral om dingen samen klaar te maken.

15

Qua toegankelijkheid geldt dat de ruimtes bereikbaar moeten zijn voor

Voor basketbal geldt zelfs dat een veld formeel 15 x 28 meter is, plus twee

mindervaliden en scootmobielen. De huiskamer/kantine mag op de

meter uitloop rondom; dat betekent 19 x 32 meter. In de huidige zaal past

verdieping liggen met dien verstande dat er een geschikte lift moet zijn in

dat, in een zaal van 28 meter lengte niet. Er is een mogelijkheid om het

de nabijheid van in ieder geval de huiskamer/kantine.

basketbalveld inclusief uitloop 30 x 19 (veld van 26 meter lengte i.p.v. 28 meter) te maken maar ook dat past niet in 22 x 28 meter.

3.4

Sport

3.4.1 Sportzaal De huidige sportzaal heeft een oefenoppervlakte van 22 x 32 meter (twee keer 16 x 22). De RIB gaat (impliciet) uit van twee keer 14 x 22 meter 6. Voor bewegingsonderwijs van de basisscholen sluit dit aan bij het jongste advies van de KVLO (Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding) en NOC*NSF. Echter: in de zaal trainen als vaste gebruikers ook BV Rooi (basketbal) en RBC (badminton). Voor met name deze twee sporten geldt dat een verkleining van 32 meter naar 28 meter lengte ongunstig is en voor basketbal zelfs ongeschikt. Een badmintonveld is niet zo groot maar door de huidige breedte van een halve zaal kunnen er drie veldjes in een halve en zes in een hele zaal. Bij een breedte van veertien meter kunnen er maar twee respectievelijk vier velden in en kunnen er dus minder mensen tegelijk trainen.

6

In de RIB is de eerste zaal gekwantificeerd op 530 m² BVO. Deze bruto vloeroppervlakte hoort bij een gymlokaal van 14x22 m², zoals ook in de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Gemeente Meierijstad 2018, bijlage III, deel D.3.1., is opgenomen (minimale netto vloeroppervlakte van een lokaal bewegingsonderwijs is 308 m² = 14x22).

Er is daarom met betrokkenen gekeken naar de wijziging van de oppervlakte van 22x28 = 616 m² naar 19x32 = 608 m². Alhoewel beide scholen zich flexibel hierin hebben opgesteld is in overleg met de gemeente bepaald dat dit vanuit toekomstbestendigheid en multifunctionaliteit niet gewenst is. Er zouden dan immers twee zaaldelen van 16x19 ontstaan, wat een vierkantere vorm is en zowel voor bewegingsonderwijs als voor andere sporten ook nadelen kan opleveren, of twee ongelijke zaaldelen. Dat laatste zou voor onderwijs momenteel wel mogelijk en bespreekbaar zijn, maar de vraag is of het toekomstbestendig is als het ene zaaldeel kleiner is dan het andere wanneer onderwijs meer groepen zou krijgen, met twee groepen tegelijk wil sporten vanwege het rooster of meer uren bewegingsonderwijs worden vereist (beleid op bewegen).

Uiteindelijk blijkt dit ook voor basketbal zelf niet wenselijk te zijn omdat

Echter, op één of twee avonden blijft het dan toch tot knelpunten leiden als

momenteel met twee groepen tegelijk op twee oefenvelden in de breedte

alle verenigingen op dezelfde dagen willen blijven trainen. De analyse van

wordt geoefend. Met 22 meter is dit al een aangepast veld, maar met 19

eventuele wisselingen in het kader van inzet van de MFA voor turnen is

7

meter breedte wordt dit onmogelijk . Tenslotte, nog steeds met als

bijgevoegd in bijlage 18.

uitgangspunt dat 22x28 voor onderwijs en sport in het algemeen zou kunnen voldoen (zie ook § 3.4.2), is gekeken naar wisselmogelijkheden met verenigingen in grote sporthal De Streepen, eveneens in Sint-Oedenrode gelegen. Uit antwoorden op enquêtes aan de verenigingen blijkt dat de meeste verenigingen niet onwelwillend staan tegenover trainen in de andere zaal dan waar zij nu trainen. Voor zaalvoetbal, korfbal en zaalhockey geldt dat enkel de sporthal voldoet qua afmetingen. Korfbal traint echter buiten in het zomerseizoen en de verschillende (korfbal-)verenigingen maken in de winter samen een rooster voor de inzet van de diverse accommodaties. Omdat ook turnen bij realisatie van een valkuil in de MFA deels lessen zal verplaatsen (zie § 0), ontstaat op sommige momenten vanzelf de behoefte en ruimte om te ruilen van zaal.

7

Het veld wordt dan nog korter, kleiner qua oppervlakte en de baskets komen nog dichter bij elkaar te staan waardoor het trainen met een groep niet meer mogelijk is volgens BV Rooi. Ook badmintonveldjes kunnen dan niet meer in de breedte van de zaal kunnen worden gelegd. Trainen met meer leden / groepen tegelijkertijd betekent niet alleen dat de zaal voor minder uren hoeft te worden afgehuurd maar ook dat trainers efficiënter kunnen worden ingezet en ingeroosterd.

8

In de bijlage is voor de twee afgelopen seizoenen de bezetting van beide accommodaties in beeld gebracht, voor het (vollere) winterseizoen. De

turnvereniging heeft het plan met de selectieteams over te gaan en de recreanten in de sporthal te houden. Dit betekent dat maandag, woensdag en zondag volledig overgaan en zaterdag deels. Sporthal De Streepen is in het weekend iets minder bezet door turnen, wat meer mogelijkheden biedt voor het houden van wedstrijden in andere sporten. Zie ook bijlage 1.

17

3.4.2 Vernieuwing maatvoering ruimtes voor bewegingsonderwijs

In de ontvangen notitie wordt aangegeven dat de klassen tegenwoordig

Tenslotte is een gesprek met een adviseur op het gebied van

groter zijn12, en onderwijs wordt aangepast op niveau en meerdere

sportaccommodaties gevoerd om de bevindingen te rapporteren en

leersituaties. Er dienen ook meerdere lessituaties mogelijk te zijn in een les

eventuele opties qua vloerafmetingen en velden te bespreken om zo

(differentiatie), met andere inventaris en uit voorgaande argumenten volgt

volledig mogelijk te kunnen zijn in het advies. Daaruit is gebleken dat

de behoefte aan een grotere ruimte. Behalve de argumenten voor een

momenteel in opdracht van het Ministerie van VWS nieuwe adviezen voor

groter oefenoppervlak wordt ook verwezen naar het “2+1+2-model”. Dit

richtlijnen voor bewegingsonderwijs zijn opgesteld die dienen voor de

model sluit aan op het doel kinderen meer en met plezier te laten bewegen

vernieuwing van het handboek NOC*NSF (digitaal handboek

en gaat uit van twee uur bewegingsonderwijs 13, één uur specialistisch

sportinfrastructuur). Dit handboek wordt ontwikkeld door NOC*NSF, VSG

bewegen en twee uur breed bewegen en sporten. De eerste twee uren

(vereniging sport en gemeenten) en BSNC (branchevereniging sport en

betreft het bewegingsonderwijs en bestaat uit minimaal twee lesuren, in

cultuurtechniek, buitensport). In een notitie van januari 2021 10, wordt

principe ook voor voorschoolse organisaties. De ‘+1’ staat voor een extra

aangegeven dat de normen uit de modelverordening niet meer actueel

uur bewegingsonderwijs en/of specialistisch bewegen: bewegend leren,

9

zijn.

11

De KVLO (Koninklijke Vereniging Lichamelijke Opvoeding) is mede-

motorische remedial teaching, talentklassen (sport), dynamische schooldag

auteur. Door auteurs is aangegeven dat de notitie ook als input zal dienen

en pauzesport. De laatste ‘+2’ staat voor meer bewegen en sporten.

voor de (model-)Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs van de

Dit is in principe naschools maar gaat uit van een verbinding /

VNG, De status is op dit moment adviserend. In de modelverordening

samenwerking tussen vakleerkrachten, buurtsportcoaches,

wordt momenteel nog uitgegaan van een gymlokaal van 12x21 m²; het is

sportverenigingen et cetera voor kinderen tussen 2 en 18 jaar.

de vraag of een vergroting als geadviseerd als harde eis wordt overgenomen.

9 10 11

Ton van de Braak, Galjoen Beheer B.V. Auteurs: Ton van de Braak (adviseur namens VGS), Jorieke Steenaart (KVLO), Odin Wenting (adviseur). Dit is ook geconstateerd door de gemeente Meierijstad, die zich voor de afmetingen voor bewegingsonderwijs heeft gebaseerd op 14x22 m² en niet op de in de modelverordening nog steeds gehanteerde 12x21 m².

12

Deze stelling wordt niet onderschreven. De andere argumenten zijn wel herkenbaar maar zeer verschillend per school. Wel wordt al enkele jaren gepleit voor meer beweging, ook in de vorm van gymnastiek aan leerlingen. Enkele jaren geleden leek de minimum tijd voor bewegingsonderwijs te worden vergoot van 1,5 naar 2 klokuren. Uiteindelijk is echter gesproken over 2 lesuren, wat alsnog neerkomt op 1,5 uur.

13

Onduidelijk is of hier klok- of lesuren worden bedoeld; zie ook noot 11.

•

Wat speelt er? •

Het aantal uren ‘gym’ zal eerder groter dan kleiner worden. Ook

houden opdat de sportvloer multifunctioneler kan worden ingezet voor

kleuters (en peuters!) vallen onder de scope van extra bewegen (dat mag in een speellokaal). Bij 16 groepen zijn er normatief 11 groepen

verschillende sporten (binnen onderwijs en voor verenigingen): De aanbeveling tenslotte gaat uit van 15,4x26 m² om ook een wat groter trainingsveld voor basketbal te kunnen realiseren. Deze

per gymlokaal;

aanbeveling geldt met name waar minder voorzieningen zijn en/of

Er is in de MFA volop kans verbindingen te leggen met verenigingen

sprake is van één gymlokaal/-vloer. Dit is niet van toepassing; •

Voor een speellokaal wordt een minimale maatvoering aangehouden

scholen en Dai Ippo, wat als zeer succesvol wordt ervaren;

van 100 m² én minimaal 4 m² per kind (‘voorschrift’). Dat wil zeggen

Een school (bevoegd gezag) kan het college verzoeken meer klokuren

dat bij (gemiddeld?) 30 kinderen in een groep van 120 m² dient te

in te roosteren dan het aantal klokuren dat door het waarvoor de

worden uitgegaan. Gemiddeld lijkt 100 m² dus wel te voldoen. De

school voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt (art. 29

huidige maatvoering wordt meestal gebaseerd op de oude norm van

Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente

84 m²;

Meijerijstad 2018); •

•

45 minuten: 16,5 klokuren bij een maximale bezetting van 26 klokuren

(‘+2’). Op dit moment is er al schooljudo in samenwerking van de •

15,40x22,3 m² (344 m²);

14

van 6 jaar en ouder: 11x2=22 lesuren gymonderwijs (stel lesuren van

•

Qua richtlijn wordt echter geadviseerd om een iets andere vorm aan te

Qua grootte wordt in het advies (genoemd ‘voorschrift’!) niet meer

•

Voor de berging van een speellokaal wordt als minimale maatvoering 10 m² aangehouden; de aanbeveling is 12 m² (oude norm 6 m²).

aangehaakt op het vrij recent door KVLO geadviseerde en in het huidige handboek van NOC*NSF opgenomen oefenoppervlak van

De richtlijn voor een ‘gymlokaal’ sluit aan bij de eerder geconstateerde

14x22 m² (308 m²) voor een ‘gymlokaal’, maar van 14x24 m² (336

‘mismatch’ bij hanteren van een oppervlakte van 22x28 voor badminton en

m²);

basketbal. Als er gekozen wordt voor 2x(15,40x22) ontstaat een deelbare sportzaal van 30,80 x 22 m² met twee vloerdelen van 15,40x22,30 meter. Dit is weliswaar iets kleiner dan de huidige sportzaal, maar voldoet voor BV Rooi om op eenzelfde manier te trainen als nu en laat ook ruimte om zes (trainings-)badmintonvelden te handhaven.

14

Splitsingstabel ‘modelbeleidsregel bekostiging lokalen’

19

3.4.3 Behoefte aan een speellokaal

In de geldende normeringen (Verordening Voorzieningen Huisvesting

De scholen hebben een sterke wens om een speellokaal te realiseren. Dit

Onderwijs Gemeente Meierijstad 2018, conform de modelverordening van

kan echter niet meer uit de overblijvende normatieve oppervlakten na

de VNG) is een speellokaal voor het basisonderwijs impliciet meegenomen

aftrek van de 90 m² (per school) die daarvoor bedoeld zouden zijn als er

in de normering. In eerdere normeringen werd ervan uitgegaan dat bij het

geen sprake van een tweede zaaldeel was.

vormen van een veertiende groep onderwijs en/of de vijfde groep kleuters recht ontstond op een tweede speellokaal (en 90 m² BVO).

Als argumenten voor een speellokaal zijn genoemd: •

•

De kleuters hebben een gemoedelijke ruimte nodig: het speellokaal is

OBS De Springplank en BS Kienehoef hebben samen zestien groepen (en

kleinschaliger qua vloeroppervlak en qua hoogte. Kinderen voelen zich

hierbij werd aan de hand van een ‘splitsingstabel’ gerekend met vijf

er veiliger. Daarnaast heeft de leerkracht in een oogopslag beter

groepen onderbouw). Als zodanig kan gesteld worden dat de behoefte van

overzicht over de groep.

beide scholen om naast de sportzaal toch één speellokaal te realiseren,

Het speellokaal is een multifunctionele ruimte. De multifunctionaliteit zit

aansluit bij voormalige rekenregels / normen.

bijvoorbeeld in de culturele lessen zoals muziek en dans die hierin gegeven kunnen worden, er kan een klein optreden verzorgd worden,

Tenslotte geldt dat het gymlokaal ook, zij het beperkt, overdag wordt

groepen kunnen er samenkomen voor groepsactiviteiten met andere

gebruikt door derden. De wijk gaat naar verwachting meer gebruik maken

werkvormen en samenwerkingsvormen. Een speellokaal is voor de

van faciliteiten. Mogelijk wordt ook meer bewegingsonderwijs tijdens

scholen echt een extra ruimte om met een gehele groep onderwijs te

schooltijd geambieerd. Er is zelfs geopperd om peuters en kleuters en

verzorgen op een andere manier. Hiermee kan ook invulling worden

ouderen samen te laten bewegen.

gegeven aan de ‘+1’ qua bewegingsbeleid; Het gezamenlijke speellokaal kan ook multifunctioneel ingezet worden ten Wanneer voor de huidige groepen van beide scholen enkel de formele uren

behoeve van de peuters en de kinderdagopvang (naast de wijk en

bewegingsonderwijs voor de huidige (groottes van) scholen worden

uitbreiding van de dojo – zie § 0).

gerekend, voor zowel kleuters als de 6-12-jarigen past dit ruimschoots in de sportzaal (twee delen). Hierbij moet echter bedacht worden dat een

Voor de volledigheid wordt verwezen naar de geadviseerde grotere

speellokaal niet enkel ten behoeve van bewegingsonderwijs wordt ingezet

maatvoering voor een speellokaal, zoals geschetst in de vorige paragraaf.

(3,75 klokuur per groep), maar ook voor spelen als het buiten slecht weer is.

3.4.4 Dojo Dai Ippo heeft in het kader van de eerste onderzoek een visiestuk

Geconcludeerd is dat dojo’s in bijvoorbeeld Veghel en Schijndel veel groter

opgesteld waarin wordt uitgegaan van een minimale maatvoering van de

zijn; eerder in de trant van 22x10 m². Wanneer die afmetingen ook in de

dojoruimte (matten plus één meter uitloop rondom) van 130 m², maar een

MFA zouden kunnen worden gerealiseerd zou het aanbod kunnen worden

uitdrukkelijke wens van 150 m². Overleg met de vereniging leert echter dat

uitgebreid, zowel voor judo als aanverwante bewegingsvormen,

dit nog steeds zeer minimaal is. Sommige worpen moeten in de praktijk

krachttraining en balanstraining en initiatie aan jonge kinderen. Bovendien

worden afgebroken omdat men te dicht op de muren staat. Gevorderden

is voor schooljudo een voldoende groter ruimte nodig omdat dit volle

kunnen dit, maar dit is beperkend voor de training. Geconstateerd wordt

klassen zijn.

dat vereniging meerdere kampioenen telde, die echter in grotere dojo’s gaan trainen. Dit betekent dat de laag eronder ook uitdaging en

In het programma is een oplossing gevonden in de combinatie van de

trainingspartners mist en dit betekent dat de vereniging niet echt kan

eerder gestelde minimumafmeting van 120 m² met een speellokaal. Op die

doorgroeien. Voor minder gevorderden is het gevaarlijk en er zijn in de

manier ontstaat tijdens schooltijden een groter speellokaal (conform de

huidige dojo dan ook ‘lambrizeringen’ aangebracht om kwetsuren te

voornoemde adviezen, waarbij dan weliswaar een deel van matten is

voorkomen.

voorzien), een voldoende grote ruimte voor schooljudo, en buiten

De judobond stelt dat een trainingsruimte minimaal 13x13 m² (=169 m²,

schooltijden een voldoende grote ruimte voor judo en overig lesaanbod van

met een hoogte van 3,5 meter) dient te bedragen

Dai Ippo. Er is ook rekening gehouden met een iets grotere bergruimte

(https://www.jbn.nl/uploads/Handboek-accommodaties.pdf ).

voor de aanvullende activiteiten en doelgroepen.

De vereniging biedt naast de ‘normale’ judolessen ook separaat

Dit betekent wel dat indien geen speellokaal wordt gerealiseerd, alsnog

krachttraining aan, zowel aan de judoka’s als aan andere groepen in het

bekeken dient te worden hoe in een geschikte ruimte voor judo wordt

kader van longevity en blessurevermindering en -preventie.

voorzien.

De laatste groep betreft bijvoorbeeld ook dames die zich in een normale sportschool minder thuis voelen maar wel aan hun lichaam willen werken. Ook aan peuters en kleuters worden lessen gegeven, waarvoor bijvoorbeeld grote opblaasballen worden gebruikt. De verschillende bewegingsvormen vergen feitelijk materiaal aan de wand (wandrek), meer berging. Veel oefeningen hoeven niet per se op de matten gedaan te worden.

21

3.4.5 Valkuil turnen

Om vanuit de verschillende trainingsopstellingen weer uit de bak te komen

Aanvullend op de oppervlaktes als genoemd in de RIB is in de RIB ook

is een loopstuk in het midden voorzien. Dit biedt nog ruimte om ook een

eventuele toevoeging van een valkuil voor de turnvereniging benoemd. In

vaste rekstok op te nemen. Uitgaande van deze opstelling en veilig werken

eerste instantie is onderzocht of de mogelijkheid van uitwisseling van de

in de binnenmaat van de valkuil minimaal 14,5x8 meter, uitgaande van

lessen turnen vanuit De Streepen naar MFA De Groene Long mogelijk zou

veilige afstand en diepte.

zijn in het rooster (zie bijlage 1). Dit leek mogelijk. In overleg met de

Er is dan nog behoefte om ook in de breedte van de zaal (=de lengte van

gemeente is vervolgens besloten om de wens en mogelijkheden te

een zaaldeel = 22 of 22,30 meter) nog een extra aanloopbaan met los

bespreken met de turnvereniging Dioscuri’94. Er zijn twee opties opgesteld

toestel te kunnen gebruiken. Hiervoor gaat men uit van 3 meter verlenging

door de turnvereniging: volledige overgang, wat echter inhoudt dat er extra

van de 22 meter, met een breedte van 4 meter15. Deze ruimte kan echter

ruimte voor de vele groepen die tegelijk trainen moet worden gevonden,

worden ingezet als berging voor toestellen en materialen, die tijdens een

naast volledig gebruik van de sportzaal én de dojo.

turnles in de ruimte worden opgesteld. Dit vergt geen extra ruimte binnen

Deze optie is niet uitgewerkt in het programma, omdat dit zowel extra

de reeds in de RIB benoemde ruimte van 100 m² berging ten behoeve van

uitbreiding en budget zou betekenen in afwijking van het gestelde in de

turnen. Overigens wordt een deel van die (100 m²) berging en toestellen

RIB, maar ook omdat de dojo te vaak tegelijk bezet is zodat dubbelgebruik

die daarin staan ook voor bewegingsonderwijs gebruikt.

op de trainingstijden niet realistisch is. Het idee is dat ook andere turnverenigingen gebruik kunnen maken van de valkuilvoorziening. Vanwege de aanlooplijnen wordt de valkuil aan de lengte van de sportzaal uitgebreid. Zo kunnen twee toestellen of één toestel en tumblingbaan

Dioscuri’94 heeft aangegeven te denken aan volledige overgang van de

uitkomen op de kuil. Daarnaast is uitgegaan van een vaste opstelling van

selectieteams naar De Groene Long.

een spanbrug over de valkuil.

Dat betekent de lessen van maandag, woensdag en zondag en deels van zaterdag. In bijlage 1 is te zien wat dit betekent qua roosters van sporthal de Streepen en de nieuwe sportzaal in MFA De Groene Long (nu Kienehoef).

15

Voorstel is aan de korte zijde van de zaal een soort nis van 4 meter breed en 3 meter lengte toe te voegen (22+3=25 m.), aan de andere zijde van de (lengte) van de zaal dan de valkuil.

3.5

Samenvatting en uitwerking

Geconstateerd is dat de genoemde oppervlaktekaders uit het RIB op een

In het volgend hoofdstuk is het ruimteprogramma opgenomen en per onderdeel inzichtelijk gemaakt.

aantal punten als te krap worden ervaren, alhoewel de oppervlaktes uit het kader in eerste instantie zijn afgestemd met de gebruikers. In de gesprekken en analyse is gebleken dat dit niet zozeer komt door onrealistische wensen. Dat wil niet zeggen dat bij de programmering vervolgens het kader niet alsnog als bepalend voor de uitwerking van de ruimteprogramma’s heeft gediend. Waar het programma het kader licht heeft overschreden is duidelijk aangegeven op welke manier en op basis van welke argumenten de (licht grotere) variant is opgenomen. Steeds is gezocht naar gezamenlijk gebruik en multifunctionele inzet: inzet van de sportzaal voor spelen en gymmen van de scholen, dojo en speellokaal combineren opdat de door beide gewenste grotere ruimte ontstaat en volgtijdelijk gebruikt (denk ook aan BSO), maar ook voor bijvoorbeeld schooljudo. Voor turnen is gekeken naar efficiënte inzet van de sportzaal en zo efficiënt mogelijk creëren van valkuil, overige opstellingen en bergruimte. Voor de wijk wordt uitgegaan van een ‘huiskamer’, tevens kantine, ,die in onderling overleg door de andere gebruikers kan worden gebruikt. Daardoor komen de dojo en de wijkfunctie iets groter uit dan de ramingen per onderdeel in de RIB.

Aan de andere kant is de sportzaal inclusief nevenruimtes iets kleiner; voornamelijk vanwege de kleinere oefenvloer (dan bestaand) en efficiënte inzet van de extra berging voor turnen.

23

4 Ruimteprogramma 4.1

Kaders en normen

Voor primair onderwijs gelden de kaders uit de Wet op het Primair Onderwijs en de hieruit voortvloeiende gemeentelijke verordening: ‘Voorzieningen huisvesting onderwijs. Voor het onderwijs geldt een norm

Bij de samenstelling is continu in relatie tot het kader uit het RIB gewerkt. Dit betekent onder andere dat van de normen voor de scholen de oppervlakte van de speellokalen is afgetrokken. Zoals aangegeven is er alsnog in de optimale variant één speellokaal toegevoegd, waarvan is

(in bruto vloeroppervlak: BVO) van 200+5,03 x aantal leerlingen.

aangetoond dat dit nodig is.

Voor het bewegingsonderwijs wordt voor de minimale variant aangesloten

Ook is in de optimale variant 50 m² BVO meegerekend conform voorgesteld

bij de huidige aanbevelingen als opgenomen in de RIB, betreffende een oefenoppervlakte per zaaldeel van 14x22 m². Voor de optimale variant

wordt in het lopende IHP-traject voor kleine scholen (i.e. De Springplank).

wordt aangesloten bij de in ontwikkeling zijnde richtlijn van

4.2

Ruimteprogramma, FNO en BVO

15,40x22,30 m². Deze laatste norm past ook beter bij de sportnormen voor

Het programma is per onderdeel weergegeven op de volgende bladzijdes.

trainings- en wedstrijdveld voor onder andere basketbal. Dit is besproken

In paragraaf 4.3 wordt een totaaloverzicht gegeven.

met de ambtenaren van de gemeente; de afwegingen zijn toegevoegd in bijlage 3.

Het kader wordt gegeven in vierkante meters bruto vloeroppervlak (m² BVO). De afmetingen in het in dit hoofdstuk opgenomen

Voor diverse andere ruimtes binnen de sportaccommodatie is eveneens

ruimteprogramma (de ruimtestaat) worden weergegeven in functioneel

aangesloten bij normen en aanbevelingen uit het handboek NOC*NSF.

nuttig vloeroppervlak (FNO). De totaalsom van de FNO wordt

Denk aan kleed- en doucheruimtes, toestellenberging, EHBO en dergelijke.

vermenigvuldigd met een bruto/nuttig-factor ofwel ‘tarra’. Op deze manier wordt de behoefte in bruto vloeroppervlak (BVO) verkregen. Van deze

Voor kinderopvang geldt dat er 3,5 m² vrije speelruimte per kindplaats

‘tarra’ moet ruimte voor circulatie (‘gangen’), constructie en installaties

aanwezig moet zijn. Voor BSO kan dat zijn in dubbelgebruik van andere

worden gerealiseerd.

ruimtes van onderwijs en/of sport, mits er bij aanvang van de BSO wel een stamgroepruimte aangewezen is.

25

27

29

31

33

Figuur 3

overzicht totalen en vergelijking met kader uit de RIB

NB. door afronding van het programma is De Springplank hier op 805 m² BVO uitgekomen; formeel is de norm 804 m² BVO. Het totaal komt dan op 4.008 m² BVO.

4.3

Totaal ruimteprogramma en vergelijking met RIB

Voor het programma van onderwijs geldt ook het volgende. Er is een

In Figuur 3 zijn de totalen voor onderwijs, kinderopvang en sport & wijk

reservering voor installatieruimte gereserveerd binnen de norm voor

opgenomen voor twee varianten. De varianten verschillen voor OBS De Springplank (toeslag kleine school), het al dan niet meenemen van het (autonome tweede) speellokaal en qua sport de grootte van de oefenvloer, dojo en de valkuil. Ook de wijkfunctie is iets groter dan in de

(B)ENG bouwen. Aan de andere kant is (daarom) de buitenberging vooralsnog uit het programma gehaald. Deze dient wel uit het budget bekostigd te worden maar vormt meestal geen onderdeel van het gebouw zelf en kent een lagere investering per m².

RIB aangenomen. Voor sport en wijk geldt echter dat het geheel exclusief de valkuil uiteindelijk binnen de in de RIB meegegeven 1.550 m² zijn

4.3.2 Sportzaal en wijk

geprogrammeerd.

Met de gebruikers is de ‘minimale’ variant besproken en aangepast tot een optimalere variant. In eerste instantie was die groter dan het meegegeven

De exacte verschillen zijn te vinden in de ruimteprogramma’s in de vorige

kader. In overleg met de gemeentelijke projectleiding is vervolgens een

paragraaf; de argumenten in hoofdstuk 3.

extra slag gemaakt om het totale programma voor sport en wijk aan te laten sluiten op het kader. De valkuil is een extra aanvulling, maar de

4.3.1 Onderwijs en opvang In het programma voor OBS De Springplank is een tweetal varianten zichtbaar: eenmaal zonder de toeslag voor kleine scholen en eenmaal met de toeslag. Een speellokaal is toegevoegd in het programma voor de gezamenlijke hal. De scholen hebben hier ook een deel van hun ‘meters’ naartoe geschoven. Voor De Springplank geldt dat de conciërgeruimte

berging voor turnen zit binnen het kader. Voor sport is de tarra hoger aangehouden dan in de bestaande hal (1,25 versus een kleine 1,21). Ook hier wordt uitgegaan van hedendaagse normen en bijvoorbeeld de mogelijkheid om een vieze- en schonevoetengang te onderscheiden.

vooralsnog alleen in de grotere norm is meegenomen. Mocht de kleinescholentoeslag niet doorgaan, zal bekeken moeten worden hoe de

4.3.3 Conclusie

conciërgerie vorm krijgt.

Afwijkingen op het kader treden op door het meenemen van de toeslag kleine scholen, een speellokaal en de valkuil (naast de kleinere vraag van

Opvang vraagt minder oppervlakte dan aangenomen in de RIB. De

de kinderopvang). Met deze wijzigingen ontstaat een optimaal programma

definitieve deelname in de MFA voor met name de tweede groep

met draagvlak bij de gebruikers. Zie hiervoor ook hoe het concept en

(kinderdagopvang 0-4 jaar) hangt mede af van de huurprijs. Overigens zou

relaties vorm kunnen krijgen in de MFA, zoals geschetst in het volgende

tegenover de extra meters wel huur staan.

hoofdstuk.

35

Figuur 4

relatiefiguur

5 Relaties / opzet gebouw / footprint 5.1

Clustering en relaties

In Figuur 4 is de gewenste opzet van het gebouw weergegeven. De sport is gericht richting de winkels, de scholen richting het park. Voor het overige kan de figuur gespiegeld worden of verschoven, mits de relaties worden gerespecteerd; het is geen plattegrond. Herkenbaar zijn de hoofdcluster van onderwijs & opvang enerzijds en sport & wijk anderzijds. Deze twee hoofdonderdelen zijn gekoppeld door een hal en gebruikers komen elkaar tegen in de hal die beide onderdelen verbindt. De schakel die letterlijk beide onderdelen bindt wordt voor een groot deel gevormd door het speellokaal, dat hier (multifunctionele) ruimte toevoegt waardoor de hal ruimte krijgt. Hier bevinden zich de bezoekersingang van de scholen, met conciërge van beide scholen, en een koffiecorner waar personeel onderling elkaar kan ontmoeten. Ook bezoekers en bewoners van de wijk zijn hier welkom. De primaire ruimte voor de wijk – de huiskamer/kantine - bevindt zich ook hier, maar mogelijk op de verdieping (huidig beeld). Alle gebruikers zullen zo van de faciliteiten op de Begane Grond en ook de huiskamer gebruik kunnen maken. Er is bij voorkeur een ruime (tribune-?)trap en hier bevindt zich ook de lift. De (gewenste) hogere hoogte van speellokaal en dojo (3,5 meter vrije ruimte) zou aanleiding kunnen geven voor een vide naar de hal / speellokaal.

Eventueel kan het verschil aan hoogte met sportzaal (vrije hoogte 7 meter) en de scholen

De scholen kunnen binnendoor naar de sportzaal. De dojo is gekoppeld aan het speellokaal. Beide zalen kunnen tot één zaal gekoppeld worden. Zo ontstaat een groter speellokaal overdag maar ook een grotere dojo in de avond / het weekend. Door hier eventueel in de buurt ook de EHBO- en scheidsrechtersruimte te situeren kunnen deze ruimtes door diverse gebruikers worden gebruikt als extra spreekruimte. Aan de architect wordt gevraagd om te bezien of bouwkundig een podium kan worden gerealiseerd naar de sporthal, en/of eventueel (ook) binnen de ruimte aan het speellokaal. Wel is het wenselijk dat de kleuters, die vaak in ondergoed sporten, niet direct zichtbaar zijn vanuit de bezoekersentree en hal (en huiskamer en eventuele vide vanuit de sportkant). Een andere wens is om naast de huiskamer/kantine extra ruimte voor toeschouwers (ouders) te creëren, buiten de kantine, om naar de trainingen te kijken. Wellicht is dit mogelijk via de hal en/of via de gang van het sportdeel en/of de gang naar de kantine. Ideaal voor de sporters zou wel zijn dat er aan de sportvloer een schonevoetengang is, vervolgens de kleedlokalen en dan aan de buitenzijde een vuilevoetengang. De middenzone met kleedkamers verhindert dan waarschijnlijk grotendeels direct zicht vanuit de gang op de sportvloer. Mogelijk is er toch plek voor een glaspui.

(twee bouwlagen) om een deel van de installaties weg te werken en hiermee een visuele en akoestische buffer te creëren naar de omgeving.

37

Figuur 5

schets uitgangspunten opzet turnen met inzet sportzaal en uitbreiding valkuil

5.1.1 Onderwijs

5.1.3 Sportzaal

De scholen kennen beide een onderbouw die op de Begane Grond moet komen. De overige lokalen vormen ook clusters. BS Kienehoef kent een cluster middenbouw en een cluster bovenbouw, die samen een leerplein delen dat ook kan worden ingezet voor kleinere bijeenkomsten binnen de school.

In Figuur 7 is aangegeven hoe de sportzaal in grote lijnen dient te worden

•

Vanuit de kleed- en doucheruimte dient de dojo ook bereikbaar te zijn;

De Springplank kent één cluster voor midden- en bovenbouw, dat bij elkaar moet blijven

•

Bij voorkeur is er een schonevoetengang aan de sportvloer;

•

De valkuil dient aan een korte zijde van de (gehele) zaal te liggen

opgezet. Er is uitgegaan van toestellenberging en kleden/douchen aan de lengte van de sportzaal. Dit mag ook (deels) aan de korte zijdes. Wel geldt in ieder geval het volgende:

omdat zo de minimale aanloopbaan (25 m.) behaald wordt (tumbling,

5.1.2 Turnen De turnvereniging heeft een voorbeeld gemaakt voor de mogelijke plattegrond (zie Figuur 5). Het gaat met name om de situering van de valkuil (links of recht aan de lange zijde van de sportzaal), en een (extra) berging (‘6’) die kan worden bijgetrokken als aanloopruimte in de breedte van de zaal, aan de andere kant als de valkuil (om kruisende aanlooplijnen te voorkomen). NB. er is in het programma geen tribune opgenomen maar er is wel behoefte aan zicht op de ruimte. Deels kan dit worden ingevuld vanuit de ‘huiskamer’/kantine. Daarnaast dient afhankelijk van het ontwerp bepaald te worden hoe, zonder de logistiek te verstoren (denk aan vuilevoetengang / schonevoetengang) aanvullend zicht geboden kan worden. Wellicht via een gang, eventueel aanvullend via een camera en scherm. Zie ook de relaties met de sportzaal in de volgende paragraaf.

sprongen); •

De valkuil ligt met de lange zijde aan de zaal;

•

De diepte (breedte) van de valkuil bedraagt minimaal 6 meter (ook opgenomen in ruimteprogramma);

•

Het valkuilgedeelte dient te kunnen worden afgesloten van de zaal (veiligheid)

•

De ruimte boven de valkuil is minimaal 6 meter; de hoogte van de zaal bedraagt minimaal 7 meter;

•

Dwars op de aanloopbaan wordt een extra sprongopstelling gecreëerd; hiervoor is een paar meter extra lengte nodig, die echter kan worden dubbel gebruikt als berging omdat de turnvereniging de toestellen en matten gebruikt tijdens de les;

•

De toestellenberging dient een diepte van minimaal 5 meter te hebben en niet veel meer voor de optimale functionaliteit (bereikbaarheid materialen en toestellen. Hij is bereikbaar vanuit beide zaaldelen;

•

De zaal / de kleedlokalen dienen bereikbaar te zijn vanuit de centrale hal;

39

Figuur 6

basisprincipe opzet sportzaal

•

Er is zicht op de zaal vanuit de huiskamer / kantine en zo mogelijk aanvullend direct vanuit een gang of de hal voor extra toeschouwers (ouders), kleine tribune of iets dergelijks (geen extra m²);

•

Vanuit multifunctioneel zaalgebruik dient in het ontwerp rekeningen gehouden te worden met een vast podium of een plek voor een podiumsysteem;

•

De zaal dient in twee ongeveer gelijke delen te kunnen worden gesplitst voor onder andere gymnastiekonderwijs; echter: het kan voordelen bieden om de scheiding iets uit het midden te leggen om ook bij afhuur van één zaaldeel een afmeting van 15,40 breedte overblijft;

•

Ook de EHBO- en scheidsrechter-/docentenkleedruimte dienen direct vanuit de oefenruimte bereikbaar te zijn. De hal zal door sportverenigingen meestal, en zeker bij wedstrijden, volledig en ongedeeld worden gebruikt – er is rekening gehouden met één scheidsrechter-docentenkleedruimte. De douche is hierbij gesitueerd maar als aparte ruimte.

Voor overige eisen wordt verwezen naar het handboek van NOC*NSF.

41

Onderdeel

Kienehoefschool De Springplank (incl. toeslag kleine scholen)

m² gebouw (BVO) (NB. geen terrein)

Waarvan BG (footprint in m² BVO)

1.242

543

804

485

90 177 1.695

90 177 1.583

4.008

2.878

Hal onderwijs (+?) in ‘scholen’ Speellokaal (extra) Kinderopvang Sport + wijk (uitgangspunt dojo op BG, huiskamer/kantine op verdieping) TOTAAL Figuur 7

bepaling footprint

5.2

Flexibiliteit en uitbreiding

Voor onderwijs (en mogelijk ook kinderopvang) dient uitbreiding in de toekomst mogelijk te zijn, wanneer leerlingenaantallen zouden stijgen. Wanneer de ene school groeit en de andere krimpt, dient een aantal

Voor de wijk is het geen probleem als de huiskamer op de verdieping ligt mits deze ook goed te bereiken is door ouderen en mindervaliden, door middel van een goede trap en lift.

lokalen uitwisselbaar te zijn.

De totale footprint ten opzichte van het totale programma is samengevat in

5.3

stedenbouwkundige analyse dient rekening gehouden met ontwerpkeuzes

Footprint

De minimale footprint is af te leiden uit de ruimteprogramma’s in

Figuur 7. Dit is de minimale footprint! Bij de footprint en en met een mogelijke uitbreiding van onderwijsoppervlakte.

hoofdstuk 4. Voor de scholen is in de tabellen in de rechterkolommen aangegeven wat de minimale footprint is en uit welke ruimte deze bestaat (vereiste ligging op de Begane Grond). Voor kinderopvang geldt dat alle ruimtes uit het programma op de Begane Grond gesitueerd moeten zijn. Voor sport en wijk komt enkel de huiskamer/kantine in aanmerking om op de verdieping te situeren (geen eis). Dit heeft de voorkeur voor bijvoorbeeld de turnvereniging, opdat de werking in de lessen volledig transparant en zichtbaar is16. Wel is het zo dat de valkuil in deze opzet ver weg ligt. Wellicht is het mogelijk via de gang dichterbij dit onderdeel te kijken.

16

Dioscuri geeft aan dat men zeer tevreden is over sporthal De Strepen qua opzet en sfeer; ook daar ligt de kantine op de verdieping.

43

6 Conclusies en aanbevelingen 6.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=36005c71-bde1-4e56-9639-47cc4747f6a4