Bijlage 2: Regels Venushoek 38 - bijlage 4
Tekst van het document
Kort samengevat: - Zeer hoge cultuurhistorische waarde: in principe potentiële gemeentelijke monumenten, integraal behoud middels gemeentelijke Erfgoedverordening; alternatief is in standhouden/herstel van hoofdvorm/kap, gevelbeeld, belangrijke gevelelementen en materiaalgebruik, regelen via aanduiding “waarde-cultuurhistorie” in bestemmingsplan (omgevingsvergunning, met objectgerichte en ruimtelijke (welstands)criteria); bij sloopaanvraag of verbouwingsplan dient cultuurhistorische / bouwhistorische verkenning (met waardering) te worden overlegd. - Hoge cultuurhistorische waarde: karakteristieke historische panden, in standhouden/herstel van hoofdvorm/kap en gevelbeeld, belangrijke gevelelementen en materiaalgebruik, regelen via aanduiding “waarde-cultuurhistorie” in bestemmingsplan (omgevingsvergunning, met objectgerichte en ruimtelijke (welstands)criteria); bij sloopaanvraag of verbouwingsplan dient cultuurhistorische / bouwhistorische verkenning (met waardering) te worden overlegd, in ieder geval bij objecten met een bouwhistorische verwachting.
- Middelhoge cultuurhistorische waarde: beeldondersteunende panden, behoud van hoofdvorm/kap, schaal en betekenis voor het historische ensemble, regelen via bestemmingsplan (omgevingsvergunning, met vooral ruimtelijke criteria); karakteristieke gebouwen; bij gebouwen met een bouwhistorische verwachting kan overwogen worden een cultuurhistorische / bouwhistorische verkenning te verlangen bij sloopaanvraag of verbouwingsplan. - Lage cultuurhistorische waarde: geen instandhouding vanuit cultuurhistorisch perspectief.
4.4.2
Adviezen voor onderzoek van panden met bouwhistorische kwaliteit
Aan een aantal objecten is een bouwhistorische kwaliteit toegekend. Het betreft zowel rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten, als gebouwen met een zeer hoge en hoge cultuurhistorische waarde, waarvan bekend is of verwacht wordt dat er (intern) historische bouwconstruc-
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[49]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
ties en bouwsporen van belang en daterend uit de periode voor circa 1850 (zeldzaam in de gemeente Schijndel) bewaard zijn gebleven. Om deze gebouwen, in geval van sloopaanvraag of ruimtelijke transformatie, op hun juiste cultuurhistorische waarden te kunnen schatten is bouwhistorisch onderzoek noodzakelijk. Bouwhistorisch onderzoek dient een wetenschappelijk doel, omdat de verkregen informatie en documentatie de kennis over het gebouw én het bouwen in het verleden aanzienlijk vergroten. In de gemeente Schijndel is de ontwikkeling van het hallehuis en de daaruit ontstane typen een belangrijk onderzoeksthema, dat aan de onderzoekers meegegeven kan worden. Bovenal heeft het onderzoek tot doel, om de waardevolle onderdelen van oude gebouwen beter te kunnen definiëren en daarmee beter te kunnen behouden. Bouwhistorisch onderzoek brengt die waarden in beeld. Overigens wordt bouwhistorisch onderzoek ook steeds vaker ingezet bij de transformatie van jongere gebouwen. Bouwhistorisch onderzoek (van globaal verkennend tot zeer gedetailleerd ontledend) kan worden ingezet bij transformatie en herbestemming van monumenten en gebouwen met een zeer hoge en hoge cultuurhistorische waarde. De onderzoeksresultaten (bouwhistorische informatie, bouwgeschiedenis, waardenstelling) dienen als inspiratiebron en referentiepunt voor het verbouwingsplan.
In de vergunningsprocedure dient het bouwhistorisch onderzoek als basis voor de bouwplantoetsing of als toetsing van de eventuele sloopaanvraag. Aan de hand van de waardenstelling wordt dan snel duidelijk of de cultuurhistorische waarden op adequate wijze in het plan zijn geborgd. Is dat het geval, dan zal het ontwerp waarschijnlijk niet op gespannen voet staan met de cultuurhistorische waarden. Een soepele planbeoordeling levert zo tijdwinst op in het vergunningstraject. Een bouwhistorisch onderzoek dient te voldoen aan de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek. Op de cultuurhistorische waardenkaart is aangegeven bij welke panden bouwhistorisch onderzoek kan worden ingezet om tot een betere toetsing van het restauratie- of verbouwingsplan te komen en uiteindelijk tot een betere borging van de cultuurhistorische waarden van het object. Ten slotte kan hier worden opgemerkt, dat een hoge bouwhistorische kwaliteit reden kan zijn om een niet-beschermd pand aan te wijzen als monument. De diepgang van het onderzoek is afhankelijk van de impact van de voorgestelde ingreep. In de regel zal een bouwhistorische verkenning voldoende informatie opleveren voor de bouwplantoetsing.
4.4.3 Eisen aan onderzoek bij ruimtelijke ontwikkelingen in omgeving van gebouwde monumenten en cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Er kunnen in het welstandsbeleid door middel van bijzondere (in de volgende alinea vermelde) criteria aanvullende eisen worden gesteld aan plannen binnen de invloedssfeer van monumenten en andere cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, om zo recht te doen aan de bijzondere kwaliteiten ervan. Zo zou extra aandacht kunnen worden gevraagd voor de inpassing van nieuwbouwplannen, waardoor bouwactiviteiten met een negatieve invloed op de ruimtelijke structuur en de karakteristiek van de bebouwing kunnen worden tegen gegaan. Voor monumenten geldt natuur-
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[50]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
lijk overigens dat alle bouwactiviteiten vergunningplichtig zijn. Dat betekent dat ook kleine ingrepen in principe vooraf moeten worden getoetst aan redelijke eisen van welstand. Als aanvullende welstandscriteria voor toetsen van bouwplannen aan of nabij monumenten en in beschermde dorpsgezichten en andere cultuurhistorisch hoogwaardige ensembles kan worden gedacht: - het bouwplan moet zich voegen in de omgeving en de historische context/gebiedskarakteristiek zoveel mogelijk respecteren; - het bouwplan mag een beschermd monument of een ander gebouw met een hoge / zeer hoge cultuurhistorische waarde niet fysiek of visueel afsluiten/isoleren van zijn omgeving; - het bouwplan mag niet conflicteren met de cultuurhistorische waarden, zoals in de regel ook vermeld in de redengevende omschrijving van een monument; - het bouwplan mag geen afbreuk doen aan de omgeving door gebrek aan kwaliteit van het ontwerp, een onzorgvuldige detaillering, inferieur materiaalgebruik en/of conflicterend kleurgebruik. Bij de ruimtelijke ontwikkelingen in omgeving van gebouwde monumenten dient nader onderzoek plaats te vinden waarbij voldoende relevante informatie wordt verzameld om te kunnen bepalen of wordt voldaan aan bovenstaande randvoorwaarden.
4.4.4 Adviezen voor bouwkundige ensembles met hoge cultuurhistorische waarden Vanuit het perspectief van de historische gebouwde omgeving is op de beleidskaart een aantal gebieden en ensembles gemarkeerd, die vanwege de zeer duidelijk aanwezige gebiedskarakteristiek, de gave structuren en een hoge dichtheid aan waardevolle (beschermde) gebouwen een hoge cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen. Het gaat dus om op dit moment niet beschermde gebieden. Er is vooral gelet op de samenhang tussen historische stedenbouw, dorpsstructuren, landschap, groen en bebouwing. De criteria (op gemeentelijk niveau) waaraan deze gebieden en ensembles zijn getoetst zijn: - het belang van het gebied of ensemble als voorbeeld of onderdeel van één van de cultuurhistorische gebiedskarakteristiek en de ontwikkelingsgeschiedenis/historische gelaagdheid; - het belang van het gebied vanwege de bijzondere betekenis voor het beeld van de omgeving, vanwege opmerkelijke ligging, zichtlijnen, aanwezigheid van landmarks, etc.; - de structurele gaafheid en herkenbaarheid van het gebied; - de dichtheid en kwaliteit van de aanwezige beschermde en/of karakteristieke bebouwing, waarbij gelet is op herkenbaarheid, gaafheid en (in mindere mate) zeldzaamheid.
In het kader van de nieuwe erfgoedvisie om cultuurhistorie een factor te laten zijn bij het plannen van de ruimtelijke inrichting van ons land, is het aan te bevelen om aan de in waardevolle gebieden bijzondere aandacht te besteden en ze te benoemen in de bestemmingsplannen als uit-
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[51]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
gangspunt bij het vaststellen van criteria en omgevingsvergunningen. Ook kunnen ze worden opgenomen in structuurvisies en de welstandsnota. Ten slotte bestaat de mogelijkheid te overwegen de hoogst scorende van deze gebieden als gemeentelijk beschermd (dorps)gezicht aan te wijzen. De gemeentelijke erfgoedverordening biedt deze mogelijkheid. Nadere studie, inventarisatie, duiding, begrenzing en waardering van deze gebieden met een hoge cultuurhistorische waarde is dan noodzakelijk.
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[52]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
Literatuur Aa, A.J. van der, 1848. Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden. Gorcum. Baas, H. & N. Brand, 2011. ‘We zijn als wetenschappelijke discipline onvolwassen gebleven’: een interview met Jelle Vervloet naar aanleiding van zijn afscheid als hoogleraar historische geografie van het Nederlandse landschap aan de Wageningen Universiteit. Historisch-geografisch tijdschrift 29-2. Beijers, H. (red.), 2003. Het Schijndelse landschap. Cultuurhistorische notities rond bodemarchief, landschapsontwikkelingen en historische perceelsnamen. Heemkundekring/Gemeente Schijndel, Schijndel. Berkvens, R. & K.A.H.W. Leenders, 2013. Schijndels erfgoed 2013. Toelichting op de erfgoedkaart van de gemeente Schijndel. Gemeente Schijndel. Bont, Chr. de, 1993. ‘…al het merkwaardige in bonte afwisseling…’. Een historische geografie van Midden- en Oost-Brabant. Brabants Heem, Waalre. Hidding, M., J. Kolen & Th. Spek, 2001. De biografie van het landschap. Ontwerp voor een interdisciplinaire benadering van de landschapsgeschiedenis. Essay NWOStimuleringsprogramma ‘Bodemarchief in Behoud en Ontwikkeling’. Uitgave NWO. Den Haag. Nederlandsche Heidemaatschappij, 1941. Boerderijen in Nederland, Amsterdam. Spek, Th., 2004. Het Drentse esdorpenlandschap. Een historisch-geografische studie. Matrijs, Utrecht. Stenvert, R., C. Kolman, S. Broekhoven & B. Olde Meierink, 2000. Monumenten in Nederland.
Noord-Brabant, Zeist/Zwolle. Stichting de Brabantse Boederij, 2007. Quickscan waardevolle bebouwing buitengebied Schijndel, niet gepubliceerd. Timmers, J., J. Toebast & M. Bimmel, 2012. Historische boerderijen van Peelland tor Land van Cuijk – Handreikingen voor het behoud van het ruraal erfgoed, uitgave van de Stichting de Brabantse Boerderij, Geertruidenberg. Veen, L. van der, 1985. Boerderijen in Nederland, ’s-Gravenhage. Vera, H.L.M., 2011. … dat men het goed van den ongeboornen niet mag verkoopen. Gemene gronden in de Meierij van Den Bosch tussen hertog en hertgang 1000-2000. Moergestel.
Websites www.bonas.nl/archiwijzer www.watwaswaar.nl www.delpher.nl www.wederopbouwdatabank.nl www.bagviewer.geodan.nl
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[53]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
Overzicht van figuren, tabellen en kaartbijlagen Figuur 1.
Ligging van het plangebied; inzet: ligging in Nederland.
Tabel 1.
De onderscheiden landschaps- en nederzettingstypen, met de onderscheiden hoofden subtypen.
Tabel 2.
Waardering gaafheid van de historische situatie in de huidige topografie.
Tabel 3.
Waardering gaafheid van de fysiognomie ten opzichte van de historische situatie omstreeks 1850.
Tabel 4.
Scores en klassen van de waardering.
Tabel 5.
Waarderingstabel voor landschapselementen.
Tabel 6.
Historische stedenbouw, waarden.
Kaartbijlage 1.
Inventarisatie van historisch cultuurlandschap, landschapselementen en his-
torische bouwkunst. Kaartbijlage 2.
Waardering van historisch cultuurlandschap, landschapselementen en histo-
rische bouwkunst. Bijlage 1. Excel-database met historische bebouwing. Bijlage 2. Excel-database met stedenbouwkundige vlakken.
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[54]