CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 OER Toekomstvisie Meierijstad incl bijlagen

Raadsinformatiebrieven 31 december 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Ter inzage leggen ontwerp-toekomstvisie 2040, d.d. 11-03-202533.126 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

RAPPORT Omgevingseffectrapport (OER) Toekomstvisie Meierijstad 2040 Klant:

Gemeente Meierijstad

Referentie:

BJ9389-OER-RP-03

Status:

Definitief/01

Datum:

13 maart 2025

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V. Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Netherlands Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 Telefoon: +31 88 348 20 00 Fax: +31 33 463 36 52 Email: info@rhdhv.com Website: royalhaskoningdhv.com

Titel document: Ondertitel: Referentie: Uw kenmerk Status: Datum: Projectnaam: Projectnummer:

Omgevingseffectrapport (OER) Toekomstvisie Meierijstad 2040 BJ9389-OER-RP-03 Click or tap here to enter text. Definitief/01 13 maart 2025 OER Meierijstad 2040 BJ9389

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

ii

Inhoud Samenvatting

1

1

Waarom een Toekomstvisie en Omgevingseffectrapport?

4

1.1

De procedure van het OER

5

1.2

Waar bestaat dit OER uit?

6

2

Waar gaat de Toekomstvisie over en hoe is deze gemaakt?

7

3

Hoe is dit OER gemaakt?

13

3.1

Doorlopen stappen en onderdelen

13

3.2

Beoordelingskader

14

4

Wat laat de ‘foto van de leefomgeving’ zien?

15

4.1

Kwaliteitsniveaus, knelpunten en aandachtspunten

16

4.2

Aandachtspunten voor verdere uitwerking van de Toekomstvisie

17

5

Welke scenario’s zijn er onderzocht en wat zijn de gevolgen daarvan?

19

5.1

Totstandkoming scenario’s

19

5.2

Onderzochte scenario’s

19

5.3

Beoordeling

22

6

Wat is het voorkeursscenario dat in de Toekomstvisie is opgenomen?

25

6.1

Totstandkoming voorkeursscenario

25

6.2

Beoordelingswijze

25

7

Wat zijn de gevolgen van het voorkeursscenario?

32

8

Wat zijn de gevolgen voor Natura 2000-gebieden?

36

9

Is het nieuwe beleid consistent?

38

10

Draagt het nieuwe beleid bij aan het halen van de gestelde ambities?

40

11 Met welke mitigerende maatregelen kunnen negatieve effecten voorkomen of verminderd worden? 45 12

Wat komt er na dit OER?

49

Begrippenlijst

13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

53

BJ9389-OER-RP-03

iii

Bijlagen A1

Foto van de leefomgeving

A2

Specificatie beoordelingsaspecten

A3

Resultaten en onderbouwing scenariobeoordeling

A4

Scores scenariobeoordeling per beoordelingsaspect

A5

Presentatie scenariobeoordeling

A6

Resultaten en onderbouwing beoordeling voorkeursscenario

A7

Passende beoordeling Natura 2000

A8

Resultaten en onderbouwing botsproeven

A9

Effectscores doelbereik

A10

Zoneringskaart voorkeursscenario

13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

iv

Samenvatting Toekomstvisie en Omgevingseffectrapport De Gemeente Meierijstad stelt een integrale strategische visie op voor de toekomst van Meierijstad: de ‘Toekomstvisie Meierijstad 2040’. Deze toekomstvisie bevat strategische uitspraken op zowel het sociaalmaatschappelijk, het economisch, het ruimtelijk en het bestuurlijke domein. De Toekomstvisie bevat ook de hoofdlijnen van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Het geldt daarmee gelijk ook als de Omgevingsvisie voor Meierijstad. Om het milieu en de leefomgeving op een volwaardige manier mee te wegen bij de besluitvorming over de Toekomstvisie is een Omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. Dat is gedaan conform de procedure en vereisten van de milieueffectrapportage (mer) volgens de Omgevingswet. Hoe is dit OER gemaakt? In het OER zijn de kwaliteiten van de leefomgeving in Meierijstad in brede zin in beeld gebracht. Dat is gedaan voor nu en in de toekomst bij ongewijzigd beleid, en onder invloed van autonome trends en ontwikkelingen (bijvoorbeeld klimaatverandering). Vervolgens is voor twee mogelijke scenario’s voor nieuw beleid beoordeeld wat daarvan de effecten kunnen zijn in de leefomgeving. Daarmee is de gemeente Meierijstad gekomen tot een voorkeursscenario voor nieuw beleid in de Toekomstvisie.

Daarvan is in het OER beoordeeld wat de effecten kunnen zijn in de leefomgeving en in hoeverre het bij kan dragen aan de gestelde ambities in de Toekomstvisie. Met ‘botsproeven’ is beoordeeld in hoeverre het nieuwe beleid tot onderlinge versterking (synergie) of afbreuk (tegenstrijdigheid) kan leiden. Voor de mogelijke effecten op buiten Meierijstad gelegen Natura 2000-gebieden is een ‘passende beoordeling’ opgesteld. Het OER bevat mitigerende maatregelen en beleidsopties voor het wegnemen of verminderen van negatieve effecten van nieuw beleid en resterende knelpunten. De beoordeling in het OER is gedaan op hoofdlijnen, in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten – in lijn met het karakter van de Toekomstvisie: hoofdlijnenbeleid voor de lange termijn. Dit hoofdlijnenbeleid wordt in vervolgbeleid verder uitgewerkt en daar waar aan de orde ook meer in detail beoordeeld op effecten in opvolgende mer-procedures. In het OER is beschreven hoe het vervolg van beleidsuitwerking na vaststelling van de toekomstvisie er uit ziet.

Wat zijn de belangrijkste bevindingen van dit OER? Hoge kwaliteiten op sociaal-maatschappelijk vlak, sommige klimaat- en energie-aspecten en werkgelegenheid – met kansen op versterking in voorkeursscenario Meierijstad kent richting de toekomst bij ongewijzigd beleid en onder invloed van autonome trends en ontwikkelingen hoge kwaliteiten van de leefomgeving op sociaal-maatschappelijk vlak (sociale veiligheid, maatschappelijke deelname), op sommige klimaat- en energie-aspecten (uitstoot broeikasgassen, energiebehoefte en besparing, energiezuinige woningen) en op het vlak van werkgelegenheid. Voor deze aspecten bevat het voorkeursscenario van de Toekomstvisie nieuw beleid dat sociale veiligheid, maatschappelijke deelname en werkgelegenheid verder kan versterken. Dat hangt vooral samen met nieuw beleid gericht op het versterken van voorzieningen in kernen en wijken, nieuwe kleinschalige woonvormen met ruimte voor behoeften van kwetsbare inwoners, binnenstedelijke transities naar gemengde gebieden met wonen en voorzieningen, nieuwe hotels en ruimte voor uitbreiding van watergebonden bedrijvigheid.

Knelpunten op het vlak van sommige andere klimaat- en energie-aspecten, enkele mobiliteit gerelateerde aspecten en oppervlaktewater – met afwisselend kansen en risico’s in voorkeursscenario en resterende knelpunten • Knelpunten zijn er bij ongewijzigd beleid op sommige andere klimaat- en energie-aspecten (droogte, hemelwateroverlast, duurzame energieopwekking en warmtebronnen), mobiliteit gerelateerd 13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

1

•

•

(verkeersveiligheid, openbaar vervoer, duurzame mobiliteit) en oppervlaktewater. Het voorkeursscenario van de Toekomstvisie bevat nieuw beleid dat overwegend kansen op positieve effecten kent op het vlak van oppervlaktewater, droogte en hemelwateroverlast. Dat hangt samen met nieuw beleid gericht op meer ruimte voor natuur en water in zowel het stedelijk als het buitengebied. Voor oppervlaktewater mogelijk in die mate dat het een gelijkblijvende autonome trend ombuigt richting een verbeterende trend; voor droogte en hemelwateroverlast mogelijk van een verslechterende naar een gelijkblijvende trend. Gezien sterke autonome trends en ontwikkelingen is het niet aannemelijk dat het genoeg gaat zijn om ‘uit het rood’ te komen, wat ook afhankelijk is van uitwerking in vervolgbeleid. Dit OER bevat daar mitigerende maatregelen en beleidsopties voor. Op het vlak van duurzame mobiliteit biedt het voorkeursscenario eveneens kansen op positieve effecten, die de autonome trend kan beïnvloeden van gelijkblijvend naar verbeterend. Voor openbaar vervoer zijn er zowel kansen als risico’s, en voor verkeersveiligheid overwegend risico’s op negatieve effecten. Dat laatste hangt vooral samen met verkeersaantrekkende werking door nieuwe ontwikkelingen (meer woningen, meer voorzieningen, meer bedrijvigheid), wat meer verkeersdruk oplevert en daarmee risico op verkeersveiligheidsknelpunten.

Het voorkeursscenario bevat nieuw beleid gericht op verkeersluwe zones en snelheidsremmende maatregelen; het is de vraag of dat voldoende gaat zijn om het risico op verslechtering van verkeersveiligheid weg te nemen bij een al tekort schietend kwaliteitsniveau. Wat betreft duurzame energieopwekking en warmtebronnen bevat het voorkeursscenario beperkt voldoende concreet nieuw beleid met kansen op positieve effecten, naar verwachting niet genoeg om ‘uit het rood’ te komen. Het voorkeursscenario bevat wel meerdere uitspraken gericht op duurzame energieopwekking (ruimte voor zonnevelden, ruimte voor windenergie, ruimte voor inpassing energieopwekkend bedrijf, realiseren lokaal collectief energienetwerk), maar omdat niet is ingevuld in welke omvang en op welke plekken dat ingevuld gaat worden is het niet mogelijk om dat in deze fase in het OER te beoordelen. Deze uitspraken bieden potentieel kansen op positieve effecten op het vlak van duurzame energieopwekking; in welke mate kan beoordeeld worden na verdere invulling in vervolgbeleid.

Overwegend risico’s op omgevingsveiligheid, geurhinder, grondstoffen en circulariteit en autobereikbaarheid Bij omgevingsveiligheid, geurhinder, grondstoffen en circulariteit en autobereikbaarheid levert het voorkeursscenario overwegend risico’s op negatieve effecten op. Voor omgevingsveiligheid komt dat door toevoegen nieuwe woningen en daardoor risico op toename kwetsbare objecten binnen risicocontouren. Voor geurhinder en grondstoffen en circulariteit hangt dat vooral samen met nieuw beleid dat voorziet in nieuwe ontwikkelingen en daarmee risico op toename van objecten binnen geurcontouren en beroep op grondstoffen. Op beide aspecten bevat het voorkeursscenario geen tot nauwelijks specifiek beleid. Dit OER bevat daar mitigerende maatregelen en beleidsopties voor. Zowel kansen als risico’s bij geluidhinder, luchtkwaliteit, biodiversiteit, landschappelijke waarden, broeikasgassen, energiebehoefte en -besparing Bij deze aspecten zijn er in het voorkeursscenario zowel kansen op positieve effecten als risico’s op negatieve effecten. Dit vraagt daarmee om de nodige aandacht bij de uitwerking in vervolgbeleid.

Overwegend kansen op positieve effecten: woningaanbod en -behoefte, beweegvriendelijke leefomgeving, maatschappelijke basisvoorzieningen, bodem, grondwater, hittestress, onderwijs en vrijetijdseconomie Deze kansen hangen vooral samen met nieuw beleid in het voorkeursscenario gericht op meer woningen, versterken van voorzieningen en onderwijs en ontwikkelprincipes gericht op bodem en water sturend en randvoorwaarden over klimaatmitigatie en -adaptatie bij nieuwe ontwikkelingen.

13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

2

Botsproeven: overwegend kansen op onderlinge versterking De uitgevoerde botsproeven laten zien dat het nieuwe beleid in het voorkeursscenario vooral kansen biedt op onderlinge versterking (synergie). Bijvoorbeeld: bij gebiedsontwikkelingen kunnen de ontwikkelprincipes toegepast worden in de vorm van inrichtingseisen, kan groen toegevoegd worden, voorzieningen geoptimaliseerd en snelheidsbeperkende maatregelen genomen worden om het betreffende gebied aantrekkelijker en veiliger te maken. Er zijn enkele risico’s op onderlinge afbreuk/strijdigheid geconstateerd. Die hangen vooral samen met mogelijk conflicterende ruimteclaims. Bijvoorbeeld: door stedelijke inbreiding is er mogelijk beperkt ruimte voor het toevoegen van bomen, sloten en wadi’s en vice versa. Doelbereik: voorkeursscenario biedt overwegend kansen op bijdragen aan behalen van ambities Het voorkeursscenario biedt overwegend kansen op bijdragen aan het behalen van de gestelde ambities in de Toekomstvisie op het vlak van betaalbaar wonen, inclusieve samenleving, toegankelijke zorg, kennis en talent aantrekken en klimaatadaptatie en biodiversiteit.

Dat hangt vooral samen met nieuw beleid gericht op realiseren meer woningen, versterken van voorzieningen, realiseren zorgpoli, gericht uitbreiden van onderwijsaanbod en ontwikkelprincipes op het vlak van bodem en water sturend en randvoorwaarden klimaatmitigatie en – adaptatie bij nieuwe ontwikkelingen. Bij ambities gericht op mobiliteitstransitie, gezonde en veilige leefomgeving en circulaire economie zijn er naast kansen ook meerdere risico’s op afbreuk geconstateerd voor het bijdragen aan het behalen. Dat hangt vooral samen met nieuw beleid gericht op meer woningen en voorzieningen. Dat leidt tot meer verkeer met impact op luchtkwaliteit, geluidhinder, verkeersveiligheid, doorstroming van verkeer. Ook doet het een beroep op grondstoffen, terwijl concreet daarop gericht beleid ontbreekt. Passende beoordeling: meerdere risico’s op negatieve effecten in nabij gelegen Natura 2000-gebieden, maar naar verwachting wel mitigeerbaar Binnen Meierijstad zijn geen Natura 2000-gelegen. Vanaf zo’n 5-6 kilometer buiten Meierijstad liggen er wel meerdere Natura 2000-gebieden binnen de invloedssfeer van Meierijstad. Die gebieden kennen nu en bij voortzetting huidig beleid knelpunten, waaronder op het gebied van stikstofdepositie. Het is de verantwoordelijkheid van Rijk en provincies om maatregelen te nemen om bestaande en autonome knelpunten in Natura 2000-gebieden weg te nemen.

Het voorkeursscenario van de Toekomstvisie bevat nieuw beleid met risico’s op negatieve effecten in Natura 2000-gebieden. Die hangen vooral samen met nieuw beleid gericht op meer woningen, voorzieningen en bedrijvigheid. Dat brengt stikstofuitstoot met zich mee, met daardoor risico op toename stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om die negatieve gevolgen van gemeentelijk beleid te voorkomen. Uit de passende beoordeling volgt dat die negatieve gevolgen naar verwachting mitigeerbaar zijn, en daarmee in principe uitvoerbaar binnen kaders van de Omgevingswet. Vervolg na OER: verdere uitwerking van hoofdlijnenbeleid in programma’s en omgevingsplan Het in de Toekomstvisie opgenomen hoofdlijnenbeleid wordt verder uitgewerkt in programma’s en het omgevingsplan. Waar aan de orde vindt dan ook nadere en meer gedetailleerde beoordeling van effecten op de leefomgeving plaats in een vervolg MER-en of OER-en.

13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

3

1

Waarom een Toekomstvisie en Omgevingseffectrapport?

Toekomstvisie gemeente Meierijstad In 2017 zijn de gemeenten Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel samengegaan in de nieuwe gemeente Meierijstad. In 2019 is al eens gestart met de ontwikkeling van een voorontwerp omgevingsvisie (2020). Destijds was de insteek ‘beleidsneutraal’, met het oog op het samenvoegen van het beleid van de drie voormalige gemeenten. Hierdoor bleven de actuele en toekomstige opgaven onderbelicht. Voor de Toekomstvisie is het uitgangspunt ‘beleidsneutraal’ losgelaten en is een nieuw traject gestart. De Gemeente Meierijstad heeft besloten om één integrale strategische visie voor de toekomst van Meierijstad op te stellen (genaamd de ‘Toekomstvisie Meierijstad’). Deze toekomstvisie bevat strategische uitspraken op zowel het sociaal-maatschappelijk, het economisch, het ruimtelijk en het bestuurlijke domein. De Toekomstvisie Meierijstad 2040 beschrijft hoe Meierijstad zich zal ontwikkelen richting 2040 en wat de gemeente daarin wil doen. Naast de wens tot het opstellen van een strategische toekomstvisie, heeft de gemeente vanuit de Omgevingswet de verplichting om een omgevingsvisie op te stellen: een integrale langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving. De gemeente steekt het zo in dat de Toekomstvisie Meierijstad ook de hoofdlijnen van het beleid voor de fysieke leefomgeving bevat.

De Toekomstvisie Meierijstad moet daarmee gelijk ook gelden als de omgevingsvisie voor Meierijstad, met de daarbij behorende inhoudelijke 1 en procedurele 2 eisen conform de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit. Van daaruit heeft de gemeente Meierijstad de Toekomstvisie Meierijstad 2040 opgesteld. Omdat de Toekomstvisie ook over de fysieke leefomgeving gaat, wordt het ook als gemeentelijke omgevingsvisie in de zin van de Omgevingswet vastgesteld. In het vervolg van dit Omgevingseffectrapport wordt gesproken van Toekomstvisie, waarmee gelijk ook de omgevingsvisie wordt bedoeld. De toekomstvisie is een strategische beleidsvisie waarin opgaven en ambities zijn opgenomen voor de lange termijn (2040) en richtinggevende keuzes op hoofdlijnen waarmee de gemeente invulling wil geven aan het behalen van de ambities. Verdere uitwerking van die keuzes op het vlak van de fysieke leefomgeving vindt na vaststelling van de Toekomstvisie plaats in instrumenten zoals bijvoorbeeld het omgevingsplan en programma’s in de zin van de Omgevingswet. Naast het inhoudelijke proces van het opstellen van de Toekomstvisie, wordt ook een wettelijke besluitvormingsprocedure. Onderdeel van de besluitvormingsprocedure vanwege de Omgevingsvisie is het opstellen van een Omgevingseffectrapport (OER). Dat wordt gedaan op grond van de procedure van de milieueffectrapportage (mer) volgens de Omgevingswet.

Het doel van mer is het belang van het milieu en de leefomgeving op een volwaardige manier meewegen bij de besluitvorming over in dit geval de Toekomstvisie Meierijstad 2040. Het college van burgemeesters en wethouders stellen de Toekomstvisie vast door middel van de uitgebreide voorbereidingsprocedure. 3 Er komt eerst een ontwerp-Toekomstvisie en daarna een definitieve Toekomstvisie. In het OER is de ontwerp-Toekomstvisie onderzocht.

1

De omgevingsvisie bevat volgens de Omgevingswet de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied en de hoofdzaken van het beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving. 2 Afstemming met andere bestuursorganen, participatie in de vorm van betrekken burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties, voorbereidingsprocedure met mogelijkheid tot indienen zienswijzen en beroep. 3 Algemene wet bestuursrecht, Afdeling 3.4. 13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

4

Waarom een Omgevingseffectrapport? De Toekomstvisie vormt het kader voor zogenaamde ‘mer-(beoordelings)plichtige activiteiten’ 4, die mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor (onder andere) beschermde natuur in Natura 2000gebieden. In die gevallen is het opstellen van een OER verplicht, omdat er dan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu op kunnen treden. In het OER moeten dan de effecten van Toekomstvisie op de leefomgeving beschreven worden. Het OER laat zien hoe het milieu en de bredere leefomgeving er nu en bij ongewijzigd beleid in de toekomst voor staat, en hoe het nieuwe beleid in de Toekomtsvisie dat beïnvloedt. De gemeente wil het OER inzetten om de informatie te leveren die nodig is voor een zorgvuldig besluit over de Toekomstvisie. Daarnaast wil zij het OER gebruiken om keuzes te maken bij de invulling van de Toekomstvisie. Dit OER is opgesteld op een abstractieniveau passend bij de Toekomstvisie: op hoofdlijnen, met effecten in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. Net zoals verdere uitwerking en detaillering van het hoofdlijnenbeleid plaatsvindt in instrumenten zoals het omgevingsplan en programma’s, kan meer gedetailleerde effectbeoordeling plaatsvinden op basis van dat vervolgbeleid.

Wat is OER en wat is mer? Mer staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure volgens de Omgevingswet waarin een MER wordt opgesteld. MER staat voor ‘Milieueffectrapport’ en bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen een mer. Als daarbij breder dan alleen naar milieueffecten gekeken wordt, dan wordt in plaats van over een MER van een Omgevingseffectrapport (OER) gesproken. Als het om een MER bij een Omgevingsvisie gaat, wordt gesproken van een planMER. Het OER heeft dan de status van een planMER, en doorloopt de wettelijke mer-procedure. Daar waar in dit OER wordt gesproken van OER, wordt dan ook bedoeld een planMER dat de wettelijke mer-procedure doorloopt.

1.1

De procedure van het OER

Het OER is opgesteld volgends de mer-procedure in de Omgevingswet. Dat bestaat uit de volgende stappen. 1. Openbare kennisgeving van het voornemen door bevoegd gezag De mer-procedure is gestart met een bekendmaking van het voornemen tot opstellen van OER bij de Toekomstvisie Meierijstad 2040, via een openbare kennisgeving en publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De NRD heeft ter inzage gelegen van 6 december 2024 tot en met 17 januari 2025. Een ieder heeft daar zienswijzen voor in kunnen dienen bij de gemeente Meierijstad. Op de NRD zijn geen zienswijzen binnengekomen. 2. Raadplegen betrokken instanties over reikwijdte en detailniveau van het OER en vaststellen reikwijdte en detailniveau De gemeente Meierijstad heeft bij het opstellen van de NRD verschillende instanties geraadpleegd 5. Daar is geen concrete input uit naar voren gekomen. 3. Opstellen OER en passende beoordeling Natura 2000 Vervolgens is het OER opgesteld. Omdat negatieve gevolgen vanwege de Toekomstvisie voor Natura 4

Dat zijn activiteiten die voort kunnen komen uit het programma en waarvoor een mer(beoordelings)-procedure doorlopen moet worden. Het gaat daarbij om activiteiten zoals benoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit. In de context van de Toekomstvisie Meierijstad 2040 kan dat bijvoorbeeld gaan om stedelijke ontwikkelingsprojecten vanaf een bepaalde omvang en aanleg van bepaalde weginfrastructuur. 5 Provincie Noord-Brabant, Waterschap De Dommel, Waterschap Aa en Maas. 13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

5

2000-gebieden op voorhand niet uitgesloten konden worden, is ook passende beoordeling gericht op Natura 2000-gebieden opgesteld. De passende beoordeling is een bijlage bij het OER. 4. Ter inzage leggen OER en ontwerp-omgevingsvisie Het OER wordt 14 maart 2025 samen met de ontwerp Toekomstvisie zes weken ter inzage gelegd. Iedereen heeft in deze zes weken de gelegenheid zienswijzen in te dienen. De Commissie voor de milieueffectrapportage toetst in deze periode de kwaliteit van het OER en beoordeelt of de juiste (milieu)informatie aanwezig is om een besluit over de Toekomstvisie te kunnen nemen. 5. Besluit en vervolg De Toekomstvisie en het OER worden vastgesteld door het bevoegd gezag, dat is de gemeenteraad van de gemeente Meierijstad.

1.2

Waar bestaat dit OER uit?

Dit OER bestaat uit de volgende hoofdstukken: • Hoofdstuk 2: Waar gaat de Toekomstvisie over en hoe is deze gemaakt? • Hoofdstuk 3: Hoe is het OER gemaakt? • Hoofdstuk 4: Wat laat de ‘foto van de leefomgeving’ zien? • Hoofdstuk 5: Welke scenario’s zijn er onderzocht en wat zijn de gevolgen daarvan? • Hoofdstuk 6: Wat is het voorkeursscenario dat in de Toekomstvisie is opgenomen? • Hoofdstuk 7: Wat zijn de gevolgen van het voorkeursscenario? • Hoofdstuk 8: Wat zijn de gevolgen voor Natura 2000-gebieden? • Hoofdstuk 9: Is het nieuwe beleid consistent? • Hoofdstuk 10: Draagt het nieuwe beleid bij aan het halen van de gestelde ambities? • Hoofdstuk 11: Met welke mitigerende maatregelen kunnen negatieve effecten voorkomen of verminderd worden? • Hoofdstuk 12: Wat komt er na dit OER? Na hoofdstuk 12 is een begrippenlijst opgenomen met per OER-gerelateerd begrip dat in dit OER voorkomt een uitleg wat het betekent.

13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

6

2

Waar gaat de Toekomstvisie over en hoe is deze gemaakt?

Het Collegewerkprogramma Thuis in Meierijstad, waarin is vastgelegd dat een strategische Toekomstvisie ter vaststelling wordt voorgelegd aan de gemeenteraad, vormde de start voor het opstellen van de Toekomstvisie. De Toekomstvisie is vervolgens opgesteld met het doorlopen van de onderstaande fasen. Voorbereidingsfase Hierin is op de ‘Dag van de Verbeelding’ (september 2022) een podium geboden voor organisaties en inwoners van Meierijstad om dromen over hun toekomstig Meierijstad te delen. De gemeente heeft een ‘Raad van Verbeelding’ laten onderzoeken wat de identiteit van Meierijstad is. Dat heeft een ‘Atlas van de verbeelding’ opgeleverd. Droomfase In 2023 heeft de gemeente inwoners uitgenodigd om mee te dromen over de toekomst van Meierijstad. Dat heeft de verbeelding in onderstaande figuur opgeleverd. Figuur 2.1: Droombeelden inwoners Meierijstad.

13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

7

Vanuit de droombeelden van inwoners, aangevuld met ideeën, visies en meningen van andere belanghebbenden is de gemeente gekomen tot onderstaande kernkwaliteiten van de gemeente Meierijstad. Figuur 2.2: Kernkwaliteiten Meierijstad.

Denkfase Met de opbrengsten van de voorgaande fasen is de gemeente de ‘Denkfase’ ingegaan. Vragen die daarbij centraal staan: welke belangrijke thema’s spelen er in Meierijstad? Welke keuzen en knelpunten liggen er voor? En wat zijn de ambities? Daarbij is gekomen tot een set aan hoofdthema’s en ambities over waar de gemeente in 2040 zou willen staan. Daarbij zijn de ‘Sustainable Development Goals’ (SDG’s) van de Verenigde Naties als kapstok gebruikt. Dat zijn doelen gericht op het bereiken van een duurzame wereld, waarin niemand wordt buitengesloten. In onderstaande tabel zijn de hoofdopgaven van de Toekomstvisie opgenomen. De in grijs weergeven thema’s komen in het OER niet aan de orde, die staan te ver af van de fysieke leefomgeving.

13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

8

Tabel 2.1. Hoofdthema’s en ambities Toekomstvisie Meierijstad 2040.

6

Thema

Relatie met SDG 6

Ambitie

Wonen en voorzieningen:

SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen.

Betaalbaar wonen voor iedereen: verstedelijking en dorpse gemoedelijkheid gaan hand in hand Meierijstad heeft in 2040 een passend en betaalbaar woningaanbod voor iedere doelgroep. De kernen hebben hun eigen identiteit en de basisvoorzieningen in alle kernen zijn op peil.

Inclusieve samenleving

SDG 1: Geen armoede SDG 5: Gendergelijkheid SDG 10: Ongelijkheid verminderen.

Inclusieve samenleving, iedereen doet mee: de Meierijstadse samenleving voelt zich verbonden en kijkt naar elkaar om In 2040 kan iedereen meedoen aan het maatschappelijk verkeer ongeacht beperking, religie, gender, geaardheid of afkomst. Zo voelt iedereen zich thuis in Meierijstad. Werk of een zinvolle dagbesteding is daarbij belangrijk. Voor inwoners in een kwetsbare situatie is er laagdrempelige en toegankelijke ondersteuning. Inwoners ervaren bestaanszekerheid op het gebied van inkomen, gezondheid, gezin en participatie.

Zorgtransitie

SDG 3: Goede gezondheid en welzijn.

Zorgtransitie: de zorg is toegankelijk, betaalbaar en kwalitatief In alle levensfasen bieden we met elkaar passende ondersteuning. Met extra aandacht voor jeugdigen en gezinnen die hulp nodig hebben. Er voor elkaar zijn en zorgen is vertrekpunt. Hiervoor versterken we de sociale basis en ontwikkelen zorgzame wijken.

(Circulaire) economie

SDG 8: Waardig werk en economische groei SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie.

(Circulaire) economie: sterk en samen duurzaam ondernemen in Meierijstad Meierijstad kent een relatief hoge werkgelegenheid en lage werkloosheid, een aantrekkelijk ondernemingsklimaat en een goed sociaal voorzieningenniveau. Dit is een prima uitgangspositie voor welzijn en brede welvaart in Meierijstad. Dit willen wij richting 2040 vasthouden en versterken. In 2040 ligt Meierijstad op koers om in 2050 een circulaire leef- en werkomgeving te hebben. Hieronder verstaan we hergebruik van grondstoffen en mate van restafval. Deze ambitie ligt in lijn met de afspraken van Parijs.

https://www.sdgnederland.nl/de-17-sdgs/ [geraadpleegd oktober 2024].

13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

9

7

Thema

Relatie met SDG 7

Ambitie

Kennis en talenten aantrekken en behouden

SDG 4: Kwaliteitsonderwijs.

Kennis en talenten aantrekken en behouden: een leven lang ontwikkelen We creëren gelijke kansen voor alle kinderen. Dit willen we via doorlopende ontwikkellijnen van kinderopvang naar de basisschool en vervolgens naar het voortgezet onderwijs. In 2040 hebben we laaggeletterdheid verder teruggedrongen. Er is een intensievere samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang en jeugdhulp. Ook is er een stevige samenwerking tussen Onderwijs-Overheid-Ondernemers tot stand gekomen. We zetten in op een leven lang ontwikkelen.

Mobiliteitstransitie

SDG 9: industrie innovatie en infrastructuur. SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen

Mobiliteitstransitie: beter bereikbaar via weg en water en een boost voor de fiets en het OV Meierijstad is in 2040 duurzaam bereikbaar voor wonen, werken en leven. Voorzieningen zijn voor iedereen bereikbaar. De verkeersveiligheid, het fietsgebruik, en de verduurzaming van automobiliteit zijn verbeterd, zodat de leefbaarheid vergroot.

Energiesysteem

SDG 7: Betaalbare en duurzame energie.

Energiesysteem van de toekomst: een hoogwaardig en robuuste energievoorziening In 2040 zijn we op koers met de ontwikkeling van een duurzaam energiesysteem (opwek, opslag en infrastructuur). Hiermee heeft Meierijstad in 2050 een CO2-neutrale, leef- en werkomgeving. Dit is in lijn met de afspraken van Parijs. Het betekent in elk geval dat we in 2030 het doel van 49% CO2-reductie via de sectoren Gebouwde Omgeving en Elektriciteit hebben behaald. Dit is volgens afspraak in de RES.

Agrarische sector

SDG 2: Geen honger. (In Nederland ligt de nadruk van dit doel op de duurzaamheid van de voedselproductie en de impact ervan op de kwaliteit van de leefomgeving en het dierenwelzijn.)

Agrarische sector: ruimte voor een vitaal en agrarisch buitengebied In 2040 hebben we een toekomstbestendige agrarische sector in Meierijstad. Deze levert op een duurzame manier een bijdrage aan de voedselproductie.

https://www.sdgnederland.nl/de-17-sdgs/ [geraadpleegd oktober 2024].

13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

10

Thema

Relatie met SDG 8

Ambitie

Gezonde en veilige leefomgeving

SDG 3: Goede gezondheid en welzijn. SDG 6: Schoon water en sanitair. (De toegang tot schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen is goed geregeld in Nederland. De focus van deze SDG ligt in Nederland op waterkwaliteit en de efficiëntie van watergebruik.)

Gezonde en veilige leefomgeving: een sterk groen raamwerk voor ontmoeten en het bevorderen van gezondheid In 2040 zijn we gezonder gaan leven. Hier hebben we onze leefomgeving op aangepast. De bodem- en waterkwaliteit zijn in 2040 verbeterd. We werken toe naar de WHO- advieswaarden voor luchtkwaliteit en geluid. Ook gaan we verantwoord om met risico’s voor de omgevingsveiligheid.

Klimaatbestendig en biodivers

SDG 13: Klimaatactie. SDG 14: Leven in het Water. SDG 15: Leven op het land.

Klimaatbestendig en biodiversiteit: verbonden en klimaatadaptief In 2040 zijn we op koers om een klimaatbestendige leef- en werkomgeving te creëren. Het landgebruik is in 2040 beter bestand tegen de opwarming van de aarde en is waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. We koesteren de landschappelijke kwaliteiten. De biodiversiteit is in 2040 niet verder afgenomen, en op onderdelen verbeterd.

Democratische transitie

SDG 16: Vrede, rechtvaardigheid en sterke publieke diensten. SDG 17: Partnerschap om de doelen te bereiken.

Democratische transitie: gemeente pakt regie, gevoed door de gebiedskennis van haar stakeholders Meierijstad is een bestuurskrachtige gemeente. We hanteren burger- en overheidsparticipatie op maat. Ook bieden we dienstverlening dicht bij de inwoner, waarover de inwoners meer dan tevreden zijn. Met participatie bieden we burgers een stem.

Durffase In de durffase zijn 2 scenario’s uitgewerkt die beknopt zijn samengevat in tabel 2.2. 9 Deze zijn op 26 september 2024 vastgesteld door de Gemeenteraad. 10 De scenario’s zijn gericht op het op verschillende mogelijke manieren behalen van de gestelde ambities.

8

https://www.sdgnederland.nl/de-17-sdgs/ [geraadpleegd oktober 2024]. In hoofdstuk 5 over de scenariobeoordeling wordt verder inzicht gegeven in de scenario’s. 10 https://meierijstad.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/f3457290-121a-4e1f-b3e9-f2e0277ca1bc (agendapunt 26) 9

13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

11

Tabel 2.2. Scenario’s voor behalen ambities Toekomstvisie Meierijstad 2040. Scenario 1 • • • • • • • •

Scenario 2

Geleidelijke groei We doen het samen, met (basis)voorzieningen in elke kern Verbonden kernen en duurzame mobiliteit Een agrarisch landschap Sterk en samen ondernemen in Meierijstad Een leefbaar landschap Samen voor fossielvrij Meierijstad: verantwoord, samen en ondernemend

• • • • • •

Schaalsprong naar een verstedelijkt Meierijstad Voorzieningen en culturele hotspot Investeringen in regionale mobiliteit Landschap als innovatieve proeftuin voor agrifood Fossielvrije en ijzersterke economische positie Toekomstbestendig en toonaangevend Meierijstad

Voorkeursscenario Vanuit bovenstaande scenario’s en de beoordeling daarvan in het OER, is tot het voorkeursscenario gekomen zoals beschreven in hoofdstuk 6. Dat zijn de uiteindelijke gemaakte keuzes voor nieuw beleid die in de Ontwerp Toekomstvisie zijn opgenomen.

13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

12

3

Hoe is dit OER gemaakt?

3.1

Doorlopen stappen en onderdelen

Dit OER is opgesteld op basis van de onderstaand doorlopen stappen. 1. Opstellen Foto van de leefomgeving De Foto van de leefomgeving beschrijft hoe de leefomgeving er nu (huidige situatie) en bij ongewijzigd beleid in de toekomst (autonome ontwikkeling) voor staat. Dat is gedaan op basis van de indicatoren zoals opgenomen in het beoordelingskader van het OER, zie paragraaf 3.2). De Foto van de leefomgeving is de referentiesituatie waar de effecten van het nieuwe beleid in de Toekomstvisie tegen afgezet zijn. 2. Beoordelen scenario’s voor mogelijk nieuw beleid Op basis van het beoordelingskader is in beeld gebracht hoe de scenario’s ten opzichte van elkaar scoren. Hiermee leverde het OER de leefomgevingsinformatie voor de keuze voor een voorkeursscenario dat in de ontwerp Toekomstvisie is opgenomen. De beoordeling van effecten in het OER sluit aan op het abstractieniveau van de Toekomstvisie. De effecten van de scenario’s zijn in lijn met het strategische karakter (hoofdlijnenbeleid) beoordeeld in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. Dat is kwalitatief gedaan, op basis van deskundigenoordeel (‘expert-judgement’). 11 De resultaten van de scenariobeoordeling zijn aan de opstellers van Toekomstvisie gepresenteerd (zie presentatie in bijlage A5), als input voor het komen tot een voorkeursscenario. 3.

Beoordelen voorkeursscenario met gekozen nieuw beleid Op dezelfde manier als bij de scenario’s, is het voorkeursscenario beoordeeld. Ook weer in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. Kwalitatief, op basis van deskundigenoordeel (‘expert-judgement’).11 4. Beoordelen doelbereik Het nieuwe beleid is ook beoordeeld op het behalen van de ambities van de Toekomstvisie (‘doelbereik’): dit laat zien in hoeverre verwacht wordt dat het nieuwe beleid bijdraagt aan het halen van de ambities die met de Toekomstvisie nagestreefd worden. 5. Botsproeven consistentie in beleid Hoewel de Toekomstvisie streeft naar consistentie in beleidsambities en -inhoud, kan er ook sprake zijn van onderlinge strijdigheid. Daarom is in het OER met zogenaamde ‘botsproeven’ beoordeeld in hoeverre er risico’s zijn dat nieuw beleid tot onderlinge strijdigheid kan leiden. Daarbij is ook gekeken naar kansen op onderlinge versterking van beleidsonderdelen. 6. Mitigerende maatregelen In geval van geconstateerde risico’s op negatieve effecten, zijn er in het OER mogelijke ‘mitigerende maatregelen’ opgenomen: maatregelen waarmee negatieve effecten weggenomen of verminderend kunnen worden. Passende beoordeling Natura 2000 Van het voorkeursscenario is beoordeeld wat de gevolgen daarvan zijn voor Natura 2000-gebieden.

Ook daarbij is aangesloten bij het abstractieniveau van de visie: beoordeling op hoofdlijnen, kwalitatief, op 11

Betrokken expertises bij de beoordeling: geluidhinder, luchtkwaliteit, bodem, water, klimaat, duurzaamheid, natuur.

13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

13

basis van deskundigenoordeel (‘expert-judgement’) door een ecoloog. De passende beoordeling is opgenomen in bijlage A7, en verwerkt in dit OER.

3.2

Beoordelingskader

De kwaliteiten van de leefomgeving en de effecten van de Toekomstvisie zijn in beeld gebracht aan de hand van een beoordelingskader met leefomgevingsthema’s. Naast de aspecten binnen het domein van de Omgevingswet (de fysieke leefomgeving), bevat het beoordelingskader ook sociale en economische aspecten. Met een dergelijk breed beoordelingskader – breder dan gangbaar bij mer – kan een OER bijdragen aan een goede weging van belangen in de Toekomstvisie in brede zin. Belangrijk is dat een beoordelingskader voldoende breed moet zijn om de staat van de leefomgeving en het behalen van ambities goed te kunnen duiden. Het beoordelingskader is daarom afgestemd met de ambities uit de Toekomstvisie. Hierdoor sluit het beoordelingskader aan bij de specifieke leefomgeving in Meierijstad. Van daaruit is tot het beoordelingskader gekomen zoals in onderstaande tabel opgenomen. De beoordelingen in het OER zijn gedaan op basis van de tabel opgenomen beoordelingsaspecten. In bijlage A3 is een specificatie van de beoordelingsaspecten opgenomen, met daarbij per aspect aangegeven waar specifiek op beoordeeld is. Tabel 3.1. Beoordelingskader OER.

Thema

Beoordelingsaspect

Omgeving

Geluidhinder, luchtkwaliteit, geurhinder

Veiligheid

Omgevingsveiligheid, sociale veiligheid, verkeersveiligheid

Welzijn

Beweegvriendelijke leefomgeving, maatschappelijke basisvoorzieningen, maatschappelijke deelname

Bodem en water

Bodem, grondwater, oppervlaktewater

Natuur

Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Brabant, biodiversiteit

Landschap en cultureel erfgoed

Landschappelijke waarden, archeologie en cultuurhistorische waarden

Klimaat

Broeikasgassen, hittestress, droogte, hemelwateroverlast

Duurzaamheid

Grondstoffen en circulariteit, duurzame energieopwekking en warmtebronnen, energiebehoefte en besparing, energiezuinige woningen

Wonen

Woningaanbod en -behoefte

Economie

Werkgelegenheid, agrarische sector, werklocaties en bedrijventerreinen, onderwijs, vrijetijdseconomie

Mobiliteit

Autobereikbaarheid en doorstroming, fiets- en wandelnetwerk, openbaar vervoer, duurzame mobiliteit

13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

14

4

Wat laat de ‘foto van de leefomgeving’ zien?

De Foto van de leefomgeving beschrijft de staat van de leefomgeving in de huidige situatie, en in de toekomst op basis van vaststaand beleid en autonome trends. Dit vormt de referentiesituatie in het OER. In het voorliggende hoofdstuk is de Foto van de leefomgeving samengevat. De volledige beschrijvingen van de methodiek en de uitkomsten zijn terug te vinden in bijlage A2 . Onderstaand figuur geeft de staat van de leefomgeving in Meierijstad weer in een ‘rad van de leefomgeving’. Het witte transparante vlak geeft de huidige situatie weer, de donkerblauwe stippellijn de autonome ontwikkeling in 2030. Het verschil tussen de autonome ontwikkeling en de huidige situatie geeft weer in hoeverre er sprake is van een negatieve of positieve autonome trends. De positie van de lijnen in het Rad is per indicator bepaald zoals beschreven in bijlage A2. 12 Figuur 4.1: Rad van de leefomgeving gemeente Meierijstad.

12

Voor een aantal aspecten is vanwege veelal onvoldoende passende informatie geen kwaliteitsniveau toegekend. Die aspecten worden in de Foto van de leefomgeving kwalitatief beschreven. Voor de zichtbaarheid en compleetheid zijn ze wel in het Rad van de leefomgeving opgenomen, maar dan als zwarte punten – die representeren geen kwaliteitsniveau.

13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

15

4.1

Kwaliteitsniveaus, knelpunten en aandachtspunten

Huidige situatie: wisselend kwaliteitsbeeld De huidige staat van de fysieke leefomgeving in Meierijstad laat een wisselend beeld zien. Vooral voor de aspecten sociale veiligheid, maatschappelijke deelname, broeikasgassen, energiebesparing en -behoefte, energiezuinige woningen en werkgelegenheid staat de fysieke leefomgeving er op dit moment over het algemeen goed voor (‘groen’). Leefomgevingsaspecten met een laag kwaliteitsniveau (‘rood’) zijn verkeersveiligheid, oppervlaktewater, Natura 2000, Natuurnetwerk Brabant, hemelwateroverlast, duurzame energieopwekking en warmtebronnen, fiets- en wandelnetwerk, openbaar vervoer en deelmobiliteit en duurzame mobiliteit. Autonome ontwikkeling 2030: negatieve en positieve trends De autonome ontwikkeling in Meierijstad laat wisselende trends zien in de kwaliteit van de leefomgeving. Tabel 4.1 laat zien welke aspecten er in de toekomst goed voor staan, bij welke aspecten het beter kan en met welke aspecten het slecht gaat. Tabel 4.1: De autonome ontwikkeling in de gemeente Meierijstad. Hoe gaat het in de toekomst met de gemeente Meierijstad? Het gaat goed • • • • • •

Het kan beter

Sociale veiligheid = Maatschappelijke deelname ↘ Broeikasgassen = Energiebehoefte en besparing = Energiezuinige woningen = Werkgelegenheid ↘

• • • • • • • • • • • • • • •

Geluidhinder = Luchtkwaliteit ↗ Geurhinder = Omgevingsveiligheid ↗ Beweegvriendelijke leefomgeving = Maatschappelijke basisvoorzieningen ↗ Bodem ↘ Grondwater ↘ Natuurnetwerk Brabant ↗ Biodiversiteit ↗ Hittestress ↘ Woningaanbod- en behoefte ↗ Werklocaties en bedrijventerreinen ↘ Autobereikbaarheid en doorstroming = Fiets- en wandelnetwerk ↗

Het gaat slecht • • • • • • • •

Verkeersveiligheid = Oppervlaktewater = Natura 2000 ↗ Droogte ↘ Hemelwateroverlast ↘ Duurzame energieopwekking en warmtebronnen = Openbaar vervoer ↗ Duurzame mobiliteit =

Bij de meeste aspecten die in de huidige situatie ‘in het rood’ staan, wordt ook bij autonome ontwikkeling (2030) een laag kwaliteitsniveau verwacht. Daarbij wordt voor hemelwateroverlast een verslechterende trend verwacht (binnen kwaliteitsniveau ‘rood’). Ook voor droogte wordt een verslechterende trend verwacht, van ‘oranje’ naar ‘rood’. Voor verkeersveiligheid, oppervlaktewater, duurzame energieopwekking en duurzame mobiliteit wordt een gelijkblijvend kwaliteitsniveau verwacht, waarmee bij autonome ontwikkeling nog steeds sprake is van ‘rood’. Voor Natura 2000 en openbaar vervoer en deelmobiliteit wordt een verbeterende autonome trend verwacht, maar niet voldoende om ‘uit het rood’ te komen. Vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij alle bovengenoemde aspecten de belangrijkste opgaven voor de Toekomstvisie. De aspecten bodem, grondwater, hittestress en werklocaties en bedrijventerreinen zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, en laten autonoom een verslechterende trend zien. Ook voor deze aspecten liggen belangrijke opgaven voor de Toekomstvisie.

13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

16

Daarentegen zijn de aspecten natuurnetwerk Brabant en fiets- en wandelnetwerk in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘rood’, maar is de verwachting dat deze autonoom verbeteren naar kwaliteitsniveau ‘oranje’. De aspecten geluidhinder, geurhinder, beweegvriendelijke leefomgeving en autobereikbaarheid en doorstroming zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, en laten autonoom geen verandering zien. De aspecten luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid, maatschappelijke basisvoorzieningen, biodiversiteit en woningaanbod en -behoefte zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en laten autonoom een verbetering binnen ‘oranje’ zien. De aspecten maatschappelijke deelname en werkgelegenheid laten een autonome verslechterende trend zien binnen kwaliteitsniveau ‘groen’. Sociale veiligheid, broeikasgassen, energiebehoefte en -besparing en energiezuinige woningen laten een gelijkblijvende autonome trend zien binnen kwaliteitsniveau ‘groen’.

4.2

Aandachtspunten voor verdere uitwerking van de Toekomstvisie

De beoordelingsaspecten die in de huidige situatie en autonome ontwikkeling beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en ‘oranje met verslechterende trend’ zijn aangemerkt als knelpunt en aandachtspunt. Vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij deze aspecten de belangrijkste opgaven voor de Toekomstvisie. De aspecten waar het om gaat en specifieke aandachtspunten zijn hieronder omschreven. Knelpunten Knelpunten zijn de aspecten die in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en autonoom ‘in het ‘rood’ blijven of van ‘oranje’ naar ‘rood’ verslechteren. Verkeersveiligheid Het aantal verkeersdoden per 100.000 inwoners in Meierijstad is hoger dan andere weinig stedelijke gemeenten, de provincie Noord-Brabant en Nederland. Oppervlaktewater De meeste KRW-waterlichamen voldoen wat betreft chemische en ecologische toestand niet aan de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Natura 2000 In de Natura 2000-gebieden rondom Meierijstad worden de instandhoudingsdoelstellingen niet behaald. De stikstofdeposities in die gebieden liggen boven de kritische depositiewaarden. Droogte Bijna alle natuur in de gemeente is zeer droogtegevoelig. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) ligt bijna overal in de gemeente te diep onder het maaiveld (meer dan 1,5 meter), voornamelijk in de kernen.

Hemelwateroverlast Op veel plekken in de stedelijke gebieden is sprake van water op straat na een extreme bui (eens per 100 jaar) en het percentage verhard oppervlak in de bebouwde omgeving van de gemeente is overwegend groter dan 70%. Met name op bedrijventerreinen is er veel verharding en veel water op straat. Duurzame energieopwekking en warmtebronnen Het aandeel duurzaam opgewekte energie voldoet niet aan de doelen uit het klimaatakkoord van Parijs zoals opgesteld door de Europese Unie. 13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

17

Openbaar vervoer De gemiddelde afstand tot een treinstation en een andere OV-halte is in Meierijstad groter dan het landelijk gemiddelde en de ontsluitingskwaliteit is slechter dan gemiddeld genomen over Nederland. Duurzame mobiliteit Alle indicatoren (energieverbruik, aantal deelauto’s per 100.000 inwoners, aantal elektrische auto’s per 1.000 inwoners, aantal (semi)publieke laadpalen en modal split (fiets) liggen in Meierijstad lager dan het provinciale gemiddelde. Aandachtspunten Aandachtspunten zijn de aspecten die in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en autonoom verbeteren naar ‘oranje’ of in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en autonoom verslechteren binnen ‘oranje’. Bodem De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, omdat er meerdere verontreinigde locaties zijn (‘zinkassen’). In de toekomst is in Sint-Oedenrode sprake van risico op toename van bodemdaling. Grondwater De kwaliteit van het grondwater is over het algemeen goed, maar de gemiddelde grondwaterstand is van dien aard dat sprake is van risico op verdroging. Onder invloed van klimaatverandering kan dat dat richting 2030 toenemen.

Natuurnetwerk Brabant Het doel van de provincie Noord-Brabant is om uiterlijk in 2027 alle nieuwe natuur en ontbrekende schakels voltooid te hebben, het is onzeker of dat overal in Meierijstad gaat lukken Hittestress Het stedelijk hitte eiland effect is op plekken binnen de bebouwde kom, zoals Veghel en Schijndel, matig (tussen de 1°C en 2°C) en er sprake is van nachtelijke hittestress van maximaal een week. Er is risico dat bestaand beleid niet genoeg is om toename van hittestress vanwege klimaatverandering te verminderen. Werklocaties en bedrijventerreinen Het aanbod aan werklocaties en bedrijventerreinen kan niet volledig voorzien in de marktvraag, op korte termijn wordt een tekort verwacht. Met name voor doorgroei en uitbreiding van bestaande bedrijven is weinig plek. Het harde aanbod aan werklocaties en bedrijventerrein is bij autonome ontwikkeling in 2030 in het segment modern-gemengd niet in evenwicht met de provinciale vraagraming. Fiets- en wandelnetwerk De score van het fietsnetwerk van de Fietsersbond ligt in Meierijstad voor nagenoeg alle indicatoren (onder andere beleving, onderhoud, netwerk) onder het landelijke gemiddelde en er is in grotere mate sprake van ontbrekende schakels in het fiets- en wandelnetwerk.

Bestaand gemeentelijk beleid voorziet in verbeteren van het fiets – en wandelnetwerk, maar zal vooral de subjectieve indicatoren (zoals beleving) van de fietsscore van de Fietsersbond positief beïnvloeden. Naast bovenstaande aandachtspunten geldt dat de aspecten geluidhinder, geurhinder, beweegvriendelijke leefomgeving en autobereikbaarheid en doorstroming in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en autonoom geen verbetering of verslechtering laten zien. Ook hier liggen opgaven voor de Toekomstvisie.

13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

18

5

Welke scenario’s zijn er onderzocht en wat zijn de gevolgen daarvan?

De gemeente Meierijstad heeft twee scenario’s voor nieuw beleid opgesteld. Beide scenario’s zijn in het OER op effecten beoordeeld. Dat is als volgt gedaan: • Selecteren ‘be-OERbare’ beleidsuitspraken: voor de beoordelingen zijn uitspraken in de scenario’s geselecteerd die: o nieuw zijn ten opzichte van de autonome ontwikkeling, en o voldoende concreet om een relatie te leggen met de beoordelingsaspecten in het beoordelingskader. • Op basis van expert-judgement beoordelen van de beleidsuitspraken, door aan elke uitspraak een kwalitatieve effectscore toe te kennen. Effectscore

Betekenis

++

kans op positief effect

+

kans op positief effect, in geringe mate 13

0

geen of verwaarloosbare effecten te verwachten

-

risico op negatief effect, in geringe mate12

--

risico op negatief effect

n.v.t.

geen relatie tussen beoordelingsaspect en beleidsonderdeel

5.1

Totstandkoming scenario’s

Met de invulling van de scenario’s zijn de ‘randen van het speelveld’ opgezocht. Er zijn twee scenario’s opgesteld waarin de eerder geïdentificeerde hoofdopgaves en kernkwaliteiten van de gemeente terugkomen. De kernkwaliteiten zijn in beeld gebracht tijdens het interne- en externe participatietraject. In scenario 1 is Meierijstad beperkt gegroeid en ligt de focus voornamelijk op de landschappelijke kwaliteit, de diversiteit aan kernen en hun gemeenschapskracht. Dit sluit ook aan bij de bevindingen uit de ‘Foto van de Leefomgeving’ waaruit blijkt dat aspecten zoals ‘maatschappelijke deelname’ en ‘sociale veiligheid’ een goed kwaliteitsniveau hebben. Dit scenario ziet erop om deze kwaliteiten te behouden en versterken. Omdat dit scenario uitgaat van beperkte groei en verstedelijking ligt ook de nadruk op de versterking van de landschappelijke kwaliteit, welke als kernkwaliteit wordt gezien maar volgens de foto van de leefomgeving wel aandacht behoeft. In scenario 2 is Meierijstad meer gegroeid en in de grote kernen meer verstedelijkt. In dit scenario ligt de focus voornamelijk op de agrifood en de maakindustrie, de geografische ligging en de culturele hotspots.

Dit sluit aan bij de Foto van de leefomgeving waaruit blijkt dat de gemeente een goed kwaliteitsniveau heeft bij werkgelegenheid, maar dat gerelateerde aspecten zoals vraag- en aanbod van werklocaties en (duurzame)mobiliteit achterblijven. Daarnaast bleek dat een passend woningaanbod en -behoefte een aandachtpunt is. Scenario 2 is primair gericht op het behouden dan wel verbeteren van voornoemde aspecten.

5.2

Onderzochte scenario’s

Scenario 1 Meierijstad is gegroeid, maar in beperkte mate. De focus ligt vooral op landschappelijke kwaliteit, de diversiteit aan kernen en gemeenschapskracht. De gemeente is karakteristiek en gemoedelijk en

13

In geringe mate vanwege beperkte geografische omvang, kleine effectomvang en/of van toepassingen op een deel van het betreffende beoordelingsaspect

13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

19

daarnaast ook duurzaam en innovatief. In Meierijstad worden stad en natuur verbonden. De beleidsuitspraken van scenario 1 staan in onderstaande tabel. Tabel 5.1. Beoordeelde beleidsuitspraken scenario 1. Beleidsuitspraken - scenario 1 1

Wonen

Nieuwe woningen voor inwoners van nu en generaties van de toekomst, met: a) in eerste instantie inbreiding, d.m.v. woningsplitsing, compacter en hoger bouwen. In grote kernen inbreiding door transformatie van vrijgekomen locaties. b) in tweede instantie uitbreiding: in kleine kernen d.m.v. ‘straatje-erbij’-principe, en op locaties waarbij het op basis van water en bodem passend is; in grote kernen meer groei, potentiële uitbreidingslocaties (vanuit bodem en water) benutten.

2

Groene ruimte

Investeren in groene openbare ruimtes, te gebruiken voor recreatie en ontspanning, met klimaatadaptieve functies (verkoelen omgeving, opvangen en vasthouden regenwater).

3

Basisvoorzieningen

Elke kern en wijk heeft een buurthuis en een basisschool.

4

Activiteiten

Waar nodig faciliteren en ondersteuning door gemeente bij organiseren activiteiten en (kleinschalige) evenementen op gebied van sport en bewegen en kunst en cultuur in buurthuis of sportvereniging die draaien op een sterk vrijwilligersnetwerk.

5

Nieuwe voorzieningen

Optimaliseren en toevoegen voorzieningen bij blijk aan behoefte en financiële rentabiliteit, passend bij demografische ontwikkeling van de kern.

6

Ondersteunen inwoners

Actief stimuleren en ondersteunen van inwoners op gebied van bestaanszekerheid, fysieke en mentale gezondheid en goed functionerend gezin, vanuit buurthuizen en sociale teams en digitale producten en diensten.

7

Fietsnetwerk

Optimaliseren fietsnetwerk, met meerdere snelfietsroutes (F50 Uden-Veghel, snelfietspaden tussen Veghel, Eindhoven, Den Bosch).

8

Duurzame mobiliteit

In elke kern komen verschillende vormen van duurzame mobiliteit samen (fiets, OV/bus, deelauto).

9

Landelijk gebied

Duurzame, natuurinclusieve land- en tuinbouw met ook landschaps- en natuurbeheer, aangepast aan beschikbaarheid (grond)water, energie en grondstoffen zonder deze uit te putten; bodemkwaliteit en watersysteem zijn leidend; verbreding naar andere functies (eigen energieproductie, benutten van reststromen, recreatie, horeca, opslag).

10

Innovatie

Ondernemers gebruiken nieuwe, schone energiebronnen en werken met nieuwe technieken om efficiënt (in ruimte) en meer circulair te zijn.

11

Bedrijventerreinen

Niet meer maar betere bedrijventerreinen, gericht op efficiënt ruimtegebruik met waar passend verticale bedrijfsuitbreiding; t.b.v. nieuwe bedrijven die bijdragen aan het bestaande ecosysteem; actieve ondersteuning van bedrijven met de overgang naar fossielvrije energiebronnen; vooral bestaande ondernemers die minder ruimteclaims leggen; kleinere bedrijven.

12

Onderwijs

Koppelen bedrijven en kennisinstellingen, onderwijs met praktijk combineren; gericht op bedrijfstakken waar al groot is: agrifood en maakindustrie; enkel blijven richten op onderwijskoppelingen die passen bij deze bedrijvigheid, zoals MBO in de technische sector.

13

Natuurgebieden

Versterken natuurgebieden en beter beschermen landschappelijk erfgoed; natuurgebieden beter met elkaar verbinden door aanleg van nieuwe natuur, afronding van het Natuurnetwerk Brabant en door natuurinclusieve landbouw.

14

Beekdalen

Beschermen en versterken beekdalen Aa, Dommel en Leijgraaf door ze meer ruimte te geven, nieuwe (woning)bouwontwikkelingen daar niet toegestaan; ruimte benutten voor waterberging, delen vrijhouden als overstromingsgebied.

15

Sustainable development

In het handelen van de gemeente Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties verankeren via praktische initiatieven om voedselverspilling tegen te gaan, voor verantwoord watergebruik of een inclusieve arbeidsmarkt.

16

Duurzame opwek

Gebruikmaken van eigen energiesystemen, verspreid over de gemeente opgewekt - bijvoorbeeld via zonneparken of windturbines (in combinatie met landbouw); samenwerking met lokale coöperaties, bestaande uit ondernemers, burgers of een combinatie daarvan, met maatwerk in het opwekken van energie en het verduurzamen van de leefomgeving.

13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

20

Scenario 2 Meierijstad is gegroeid, en in de kernen sterk verstedelijkt. De focus ligt vooral op agrifood en maakindustrie, geografische ligging en culturele hotspot. De gemeente is een dynamische omgeving geworden waar veel ruimte wordt gegeven aan wonen, werken en ondernemen. De beleidsuitspraken van scenario 2 staan in onderstaande tabel. Tabel 5.2. Beoordeelde beleidsuitspraken scenario 2. Beleidsuitspraken - scenario 2 1

Wonen

Forse groei in woningen: tweemaal de woningbouwprognose die in 2024 voor 2040 was vastgesteld; voor eigen inwoners en van buitenaf; in- en uitbreiding in alle kernen, passend bij grootte en aard van de kern; grootste groei in grotere kernen Veghel (grootste groei, hoogbouw, i.c.m. met openbare plekken om te werken en te ontmoeten, levendig woonmilieu), Schijndel (minder hoogbouw, passend bij schaal karakter kern), Sint-Oedenrode (minder inbreiding, uitbreiding met extra woonwijk aan rand kern), vooral door inbreiding, sterke transformatie van de centrumgebieden met hoogbouw.

2

Winkels

In grote kernen minder winkeloppervlak in kern, t.b.v. inbreiding woningbouw.

3

Groen straatbeeld

In grote kernen groen toevoegen in straatbeeld (bomen en waterelementen) en groene daken.

4

Voorzieningen toevoegen

In grote kernen: a) toevoegen grootstedelijke voorzieningen, nieuwe sportcentra, horecagelegenheden. b) ontwikkeling multifunctionele accommodaties met breed aanbod aan sport en bewegen en kunst en cultuur. c) In Veghel multifunctionele accomodaties ontwikkelen waar ook HBO onderwijs gevolgd kan worden op het terrein van techniek en zorg; polikliniek voor medisch consult en kleine behandelingen.

5

Dorpse identiteit

In kleine kernen groei (‘straatje-erbij’, uitbreiden bestaande wijk) met behoud van dorpse identiteit, zonder afbreuk aan cultuurhistorische elementen en identiteitskenmerken; toevoegen groen.

6

Basisvoorzieningen

Elke kern en woonwijk heeft een buurthuis en een basisschool.

7

Inburgering

Ontwikkelen integraal inburgeringsprogramma voor nieuwe inwoners, gericht op wonen, welzijn en werk.

8

Evenementen

Ruimte bieden aan nieuwe festivals en evenementen.

9

A50

Realiseren nieuwe op-/afrit A50.

10

N279

Omlegging N279 bij Veghel.

11

Infrastructuur

Ondersteunende infrastructuur, zoals een aantal provinciale wegen en de rondwegen rond SintOedenrode en Schijndel is voltooid.

12

OV-netwerk

Intensiveren OV-netwerk naar regio, busverbindingen versterken; Bus Rapid Transit (BRT, snelle busverbinding) wordt actief gebruikt om snel tussen de kernen en regionaal te verplaatsen; voorbereidingen voor de realisatie van een lightrail-verbinding richting Eindhoven en in de toekomst Den Bosch zijn recent gestart.

13

Wandel- en fietsnetwerk

Optimaliseren wandel- en fietsnetwerken.

14

Duurzame mobiliteit

Creëren lokale en regionale mobiliteitshubs, met deelmobiliteit, voorzieningen, overstap OV en parkeervoorzieningen aan rand van centra; o.a. regionale hub langs A50 bij Sint-Oedenrode, waar BRT-lijnen vanuit Eindhoven, Den Bosch en Oss samenkomen.

15

Duurzame opwek

Verdeeld over gemeente realiseren van grote centrale energiehubs met opwek (wind, zon), opslag, conversie en aansluiting op waterstof leidingnetwerk (Delta Rhine Corridor).

16

Duurzame opwek bedrijven

Realiseren fossielvrij bedrijventerrein, met innovatieve oplossingen voor energieproductie en opslagcombinaties met bedrijvigheid door zon-op-dak, kleine windturbines op bedrijventerreinen, en restwarmte uitwisselen tussen bedrijven en met woonwijken.

13 maart 2025

OER MEIERIJSTAD 2040

BJ9389-OER-RP-03

21

Beleidsuitspraken - scenario 2 17

Bedrijventerreinen

Uitbreiding ruimte voor bedrijvigheid in agrifood en maakindustrie en nieuwe bedrijvigheid uit Brainport-ecosysteem; nieuwe beginnende bedrijven in landelijk gebied nabij bedrijventerreinen; nieuwe bedrijvigheid zoveel mogelijk bij elkaar zetten voor uitwisseling, restwarmte, elektriciteit; nabij bedrijventerreinen grootschalige huisvesting voor internationale werknemers; meer en intensievere bedrijvigheid in het havengebied van Veghel aan de Zuid-Willemsvaart, waardoor beter gebruikt wordt gemaakt van het watertransport.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=442cbf64-d800-48ab-b992-9cfcaf25d464