Bijlage 2. Notitie bindend raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. Erp
Tekst van het document
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp Gemeente Meierijstad Concept
colofon
projectnaam Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp datum 8 juli 2025 projectnummer P06403 opdrachtgever Gemeente Meierijstad Concept 20 juni 2025 Ontwerp 20 juni 2025 Vaststelling 20 juni 2025 BRO projectleider JRi projectteam KTj bron kaft BRO review JRi
Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl
Inhoudsopgave 1
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 6 6 7
Aanleiding initiatief Plangebied Aanleiding voorliggende notitie raadsadvies Juridisch-planologisch kader 1.4.1
1.5
2
3
4
5
Vigerend (tijdelijk) Omgevingsplan Meierijstad
7
Juridisch-planologische strategie
9
1.5.1 1.5.2 1.5.3
9 10 10
Planvoorbereiding Gefaseerde ontwikkelstrategie: BOPA en WOP Procedure wijziging Omgevingsplan (WOP)
Planbeschrijving
12
2.1 2.2
12 12
Huidige situatie Toekomstige situatie
Beknopte beleidstoets
15
3.1 3.2 3.3
15 16 17
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
Toetsing milieu- en omgevingsaspecten
19
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16
19 20 20 20 20 21 21 21 22 22 22 22 23 24 24 24
Activiteiten en milieuzonering Akoestiek (spoor)wegverkeer Archeologie Bodem Cultuurhistorie Duurzaamheid en klimaatadaptatie Elektromagnetische straling Geur agrarisch Gezondheid Luchtkwaliteit Milieueffectrapportage Natuur en landschap Omgevingsveiligheid Trillingen Verkeer en parkeren Weging van het waterbelang
Toetsing haalbaarheid
26
5.1 5.2 5.3
26 26 26
Kostenverhaal Participatie Conclusie
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
3
BIJLAGEN Bijlage 1 - Ruimtelijk kader Bijlage 2 - Visualisatie procedure strategie Bijlage 3 - Regiekaart Bijlage 4 - Lagenbenadering Bijlage 5 - Kwaliteitsberekening
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
4
1
Inleiding
1.1
Aanleiding initiatief
De gemeente Meierijstad is voornemens een multifunctioneel sportpark te ontwikkelen voor de gemeenschap van Erp, genaamd Omnipark. Bij de realisatie van het Omnipark werken het waterschap Aa en Maas, de stichting Beheer Gemeenschapshuizen en de diverse aanwezige sportverenigingen, samen met de gemeente Meierijstad om het Omnipark te realiseren. Het Omnipark zal bestaan uit een ‘sportzone’, ‘parkzone’ en een ‘beekherstelzone’. Binnen de sportzone worden diverse sportvelden aangelegd, welke ruimte zullen bieden voor de sportactiviteiten zoals voetbal, korfbal, tennis en padel. Binnen deze sportzone zal tevens een multifunctionele accommodatie (MFA) worden gerealiseerd, de sportverenigingen zullen gezamenlijk gebruik maken van deze accommodatie. De MFA zal mede functioneren als gemeenschapshuis voor sociaal-culturele activiteiten en zal dienen als centrale ontmoetingslocatie voor Erp. De sportzone zal aan de oostzijde worden voorzien van een stuk natuur. De entree van de sportzone is gelegen aan de Heesakker ten noorden van het plangebied. Bij de entree wordt een parkeerterrein aangelegd ten behoeve van het te realiseren programma.
Figuur 1: Ligging en begrenzing plangebied (Bron: PDOK viewer)
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
5
Door het verplaatsen van de huidige sportvelden naar de sportzone zal nieuwe ruimte ontstaan. Beoogd is om deze ruimte te gebruiken voor het inrichting van een aantrekkelijke parkzone, welk zal dienen als aantrekkelijk uitloopgebied dat Erp zal verbinden met het stroomgebied van de Aa en de nieuwe sportzone. In het noordwestelijke gedeelte van de parkzone zal tevens ruimte worden gereserveerd voor (eventuele) toekomstige woningbouw. De ontwikkeling van het Omnipark geeft ook aanleiding gegeven om de ambities van het waterschap vorm te geven en het beekdal van de Aa te ontwikkelen tot een robuust en toekomstbestendig watersysteem.
1.2
Plangebied
Het plangebied bestaat uit diverse percelen gelegen binnen de kern Erp, onderdeel van de gemeente Meierijstad. Door het plangebied heen meandert de Aa. In Figuur 1 is de globale begrenzing van het plangebied aangeduid.
1.3
Aanleiding voorliggende notitie raadsadvies
Beoogd wordt om het Omnipark gefaseerd te ontwikkelen. Om gefaseerde ontwikkeling mogelijk te maken maar wel uniformiteit, samenhang en duidelijkheid in de stukken te kunnen garanderen wordt gewerkt met een alomvattende ruimtelijke motivering voor de totale gebiedsontwikkeling, welk tevens kan dienen als ruimtelijke motivering voor afzonderlijke planologische besluiten. Het kan hierbij gaan om de BOPA’s voor concrete bouwplannen binnen het gebied, maar ook ter verantwoording van de wijziging van het omgevingsplan waarin de ruimtelijke en functionele ontwikkelkaders zullen worden opgenomen en geborgd. Hiermee wordt het mogelijk om bepaalde planonderdelen – binnen afzienbare tijd – te kunnen gaan realiseren. Gelet op de langere doorlooptijd van een omgevingsplanwijziging, is het niet wenselijk om te wachten op de inwerkingtreding van dit omgevingsplan. Mede gelet op de complexiteit en de planning van de gemeentelijke veegrondes voor de wijziging van het omgevingsplan (halfjaarlijks), zullen dus voor enkele planonderdelen individuele planologische besluiten worden genomen. Ter onderbouwing van deze besluiten dient de alomvattende ruimtelijke motivering te worden aangevuld met een oplegnotitie waarin de specifieke effecten zijn beschreven en concreet is aangegeven om welke planonderdelen het gaat.
Waar nodig zullen in de beschikking voorschriften worden opgenomen ter borging van bepaalde uitvoeringsaspecten zoals compenserende en mitigerende maatregelen, nadere onderzoek plichten, e.d. Als onderdeel van de allesomvattende ruimtelijke motivering is een gebiedsvisie in de vorm van een ruimtelijk kader opgesteld waarin de ontwikkelingsrichting van het Omnipark is beschreven, de doelstellingen en uitganspunten voor de planuitwerkingen van Omnipark zijn bepaald. Het Ruimtelijk kader is opgenomen als bijlage B01 van voorliggende notitie. De Raad zal dit stuk vaststellen. Daarmee fungeert het document als voldoende ruimtelijk kader zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit adviesrecht BOPA gemeente Meierijstad. Waarom naar de raad? Door initiatiefnemer (gemeente) wordt een aanvraag omgevingsvergunning voorbereid voor een deel van de gebiedsontwikkeling Omnipark te Erp. Voor de realisatie van de MFA en het sportpark (incl. bijbehorende voorzieningen) is het voornemen de uitgebreide voorbereidingsprocedure te doorlopen voor de verlening van de omgevingsvergunning (BOPA). De raad wordt gevraagd om op basis van artikel 16.15a Ow en het Besluit adviesrecht Bopa Gemeente Meierijstad vooruitlopend op de formele aanvraag omgevingsvergunning (voor oa.
buitenplanse omgevingsplanactiviteit) positief advies te geven en daarmee in te stemmen met het voornemen van het college een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het omgevingsplan voor de
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
6
locatie, Omnipark te Erp, ondermeer onder de voorwaarden dat er wordt voldaan aan de inrichtings- en realisatie-eisen voor onder andere openbaar groen, natuurcompensatie vanwege herbegrenzing van Natuurnetwerk Brabant (NNB), compensatie van leefgebied van de das en waterbergingsopgaven. Er is een ruimtelijk kader opgesteld. Op grond van artikel 5.12 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant is het vereist, als er sprake is van nieuwe activiteiten in het Landelijk gebied (buitengebied) een onderbouwing op te stellen dat de nieuwe activiteiten in de ontwikkelingsrichting van het gebied passen. Het Ruimtelijk kader geeft hier invulling aan en is gebaseerd op onder andere de lagenbenadering en een programma van eisen dat zorgvuldig met de stakeholders tot stand is gekomen. Het Ruimtelijk kader vormt de ontwikkelingsrichting van het gebied en is de grondslag voor het planologischjuridische spoor. Gemotiveerd kan worden dat de plannen binnen deze gebiedsvisie/ ruimtelijk kader passen.
1.4
Juridisch-planologisch kader
1.4.1
Vigerend (tijdelijk) Omgevingsplan Meierijstad
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 gelden alle huidige bestemmingsplannen van rechtswege als het tijdelijke deel van het omgevingsplan van iedere gemeente (art. 22.1, onder a Omgevingswet; artikel 4.6, lid 1 Invoeringswet). Het initiatief voor het nieuwe Omnipark past niet binnen het huidige omgevingsplan van de gemeente Meierijstad, dat sinds 14 mei 2025 van kracht is als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Om realisatie van het Omnipark mogelijk te maken, is een wijziging dan wel afwijking van het omgevingsplan noodzakelijk. Ter plaatse van het plangebied zijn de volgende bestemmingsplannen (onderdeel van het (tijdelijk) Omgevingsplan van de gemeente Meierijstad) vigerend: -
‘Erp’, vastgesteld op d.d. 23 mei 2013, geheel onherroepelijk in werking;
-
‘Buitengebied’, vastgesteld op d.d. 22 oktober 2015, deels onherroepelijk in werking. Sinds uitspraak Raad van State, geheel onherroepelijk in werking gesteld op d.d. 2 maart 2016;
-
Paraplubestemmingsplan parkeren, vastgesteld op d.d. 31 januari 2019, deels onherroepelijk in werking. Sinds uitspraak Raad van State, geheel onherroepelijk in werking gesteld op d.d. 24 maart 2021;
-
Harmonisatie van diverse regelingen – Laaghangend fruit, vastgesteld op d.d. 27 januari 2021, geheel onherroepelijk in werking;
-
Paraplusbestemmingsplan archeologie, vastgesteld op 10 april 2025, geheel onherroepelijk in werking.
Bestemmingsplan ‘Erp’ Het grootste gedeelte van het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Erp’, onderdeel van het (tijdelijk) Omgevingsplan van de gemeente Meierijstad, vastgesteld door de voormalige gemeente Veghel op 23 mei 2013. Op de planlocatie rusten de enkelbestemmingen ‘Sport’, ‘Maatschappelijk’, ‘Groen’ en ‘Water’. Tevens gelden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’ en ‘Waarde – Ecologie’. Bestemmingsplan ‘Buitengebied’ Het noordoostelijke deel van het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, onderdeel van het (tijdelijk) Omgevingsplan van de gemeente Meierijstad, vastgesteld door de voormalige gemeente Veghel op 22 oktober 2015. Aan de hand van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, rust op het plangebied de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Tevens rust op het plangebied aan de hand van dit bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’ en enkele gebiedsaanduidingen: ‘beekdalontwikkeling’, ‘groenblauwe mantel’, ‘oude akkers’, ‘reconstructiewetzone – verwervingsgebied 2’ en ‘vrijwaringszone – radar’.
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
7
Paraplubestemmingsplan Archeologie Op d.d. 10 april 2025 is door de gemeente Meierijstad het paraplubestemmingsplan archeologie vastgesteld. Dit paraplubestemmingsplan is onderdeel van het (tijdelijk) Omgevingsplan van de gemeente Meierijstad. Door de vaststelling van het paraplubestemmingsplan archeologie worden bepaalde, eerder aangeduide archeologische waarden binnen oudere bestemmingsplannen overschreden. Aan de hand van het paraplubestemmmingsplan archeologie, beschikt een groot gedeelte van het bestemmingsplan over ‘Waarde – Archeologie 6’ en ‘Waarde – Archeologie 7’. Een klein deel van het plangebied beschikt over ‘Waarde – Archeologie 2’, tot slot beschikt een andere klein deel van het plangebied over ‘Waarde – Archeologie 4’. Harmonisering van diverse regelingen – Laaghangend fruit Op d.d. 1 januari 2017 zijn de gemeenten Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel gefuseerd tot de gemeente Meierijstad. Dit heeft er voor gezorgd dat er harmonisatie van verordeningen en bestemmingsplannen diende plaats te vinden voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, mede door technische eisen. Het plangebied van het bestemmingsplan bestaat uit het gehele grondgebied van de gemeente Meierijstad, op enkele uitzonderingen na. Beoogde planlocatie valt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is vastgesteld op d.d. 27 januari 2021.
Aan de hand van dit bestemmingsplan is een gedeelte van het plangebied gelegen binnen de stedelijke bebouwde kom van Erp en een deel in het landelijk gebied. Paraplubestemmingsplan Parkeren Op d.d. 31 januari 2019 is door de gemeente het Paraplubestemmingsplan Parkeren gepubliceerd, en is door een uitspraak van de Raad van State op d.d. 23 maart 2021 geheel onherroepelijk in werking. Het 'paraplubestemmingsplan parkeren' heeft tot doelstelling om voor de bestemmingsplannen van de gemeente Meierijstad die daar nog niet in voorzien, de juridische link te leggen met “geldend parkeerbeleid” waar gemeentelijke parkeernormen onderdeel vanuit maken. Voorliggend initiatief dient te voldoen aan de gestelde parkeernormen behorende bij het bestemmingsplan of daar gemotiveerd van af te wijken. Zie figuur 2 voor de uitsnede van de vigerende bestemmingsplannen. Aan de hand van de vigerende bestemmingsplannen (onderdeel van het (tijdelijk) omgevingsplan) beschikt een groot deel van het projectgebied niet over de juiste bestemming en/of bouwmogelijkheden om de beoogde ontwikkeling te realiseren. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient te worden afgeweken van het juridisch-planologisch regime.
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
8
Figuur 2: Uitsnede bestemmingsplannen, plangebied aangeduid middels rode omlijning (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
1.5
Juridisch-planologische strategie
1.5.1
Planvoorbereiding
De procedure tot wijziging van het omgevingsplan is gestart in 2023 met een vooroverleg tussen initiatiefnemers en de gemeente. In deze fase zijn de kaders verkend en is vastgesteld welke onderzoeken noodzakelijk zijn voor een zorgvuldige afweging van het plan. Gedurende 2023 tot en met september 2025 zijn er diverse omgevingsonderzoeken uitgevoerd, in paragraaf/hoofdstuk is een overzicht opgenomen van deze onderzoeken en de stand van zaken. Deze onderzoeken zijn vereist op grond van de Omgevingswet en het
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
9
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), en vormen de basis voor de motivering van de wijziging van het omgevingsplan. 1.5.2
Gefaseerde ontwikkelstrategie: BOPA en WOP
Voor onderhavig initiatief is sprake van een gefaseerde ontwikkeling. Eerst zal de nieuwe locatie voor de sportvelden en het MFA (inclusief parkeervoorzieningen en andere bijbehorende voorzieningen) gereed gemaakt moeten worden voordat de huidige sportlocatie kan worden ontmanteld en worden heringericht als ‘park- en beekherstelzone’. Gelet op de doorlooptijden van een wijziging van het omgevingsplan, en de stand van zaken van het concreet uitgewerkte bouw- en inrichtingsplan van de MFA en het sportpark, in combinatie met de lange voorbewerking tijd om tot bespeelbare natuurgrasvelden te kunnen komen, is er voor gekozen om voor deze planonderdelen een separate planologische procedure te doorlopen in de vorm van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Voor de ontwikkeling van de MFA en het sportpark is een omgevingsvergunning voor een BOPA het geschikte instrument. Om de samenhang en uniformiteit te kunnen garanderen tussen de verschillende planonderdelen is een allesomvattende ruimtelijke motivering opgesteld, gebaseerd op een ruimtelijk kader waarin de gebiedsvisie met ontwikkelrichting is uiteengezet. In het kader zijn de randvoorwaarden en uitgangspunten voor de ontwikkeling van het gebied vastgelegd.
In de allesomvattende ruimtelijke motivering me bijbehorende (globale) onderzoeken is op hoofdlijnen aangetoond dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Vervolgens kunnen op basis van het ruimtelijk kader en de allesomvattende motivering kunnen ook andere (deel)plannen worden uitgewerkt en worden opgepakt door het indienen van aanvragen om omgevingsvergunning voor een BOPA. Gedacht kan hierbij worden aan de herontwikkeling en herbestemming van de huidig aanwezige sportpaviljoens. Een aanvraag omgevingsvergunning dient te passen binnen het ruimtelijk kader en dient in overeenstemming te zijn met het criterium van ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. In het kader van de individuele omgevingsvergunning kan indien nodig specifieker onderzoek gedaan worden naar planspecifieke elementen om ETFAL aan te tonen. Vervolgens kan de gemeente medewerking verlenen aan de ontwikkeling van een (deel)plan, door af te wijken van het bestaande omgevingsplan via een omgevingsvergunning voor een BOPA. Parallel aan de eerste BOPA zullen de kaders, randvoorwaarden en uitgangspunten vanuit het ruimtelijk kader en de allesomvattende ruimtelijke motivering worden doorvertaald in een wijziging van het omgevingsplan.
Wanneer het omgevingsplan in werking is getreden, kunnen vergunningen worden aangevraagd en verleend op basis van de nieuwe kaders die in het omgevingsplan zijn opgenomen. In dat geval is er geen BOPA vergunning meer nodig maar een vergunning van een omgevingsplanactiviteit (OPA). 1.5.3
Procedure wijziging Omgevingsplan (WOP)
De gemeente Meierijstad werkt met veegrondes, deze veegrondes vinden plaats in oktober en maart. Beoogd wordt om 2026 het ontwerp-omgevingsplan ter inzage te leggen gedurende zes weken. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden zienswijzen indienen. Na verwerking van de zienswijzen stelt de gemeenteraad het gewijzigde omgevingsplan vast in maart 2026. Indien er geen beroep wordt ingesteld of het beroep ongegrond wordt verklaard, wordt het omgevingsplan in juni 2026 onherroepelijk. Vanaf dat moment is het planologisch-juridisch kader gereed voor de uitvoering van het Omnipark. Eventuele vergunningen (zoals de omgevingsvergunning voor bouwen of milieu) kunnen dan worden aangevraagd en verleend binnen het nieuwe planologische regime. Door het vaststellen van het Ruimtelijk kader is het mogelijk om middels BOPA procedure(s), vooruitlopend op het vaststellen van het WOP, over te gaan op realisatie van enkele plan onderdelen. Op navolgende pagina in is een visuele uiteenzetting gemaakt van de strategie. De visualisaties van deze strategie zijn tevens opgenomen in bijlage B02.
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
10
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
11
2
Planbeschrijving
2.1
Huidige situatie
Voorgenomen plangebied is gelegen in Erp, onderdeel van de gemeente Meierijstad. Het project gebied is aan de hand van de huidige situatie te splitsen in twee delen, het deel gelegen boven de Aa (Deelgebied A) en het deel gelegen onder de Aa (Deelgebied B). Deelgebied A Het gebied bestaat in de huidige situatie voor een deel uit agrarisch grondgebied. Het andere gedeelte bestaat uit vier grote sportvelden, twee sportzalen en een clubhuis. Tevens is er een sport- en ontmoetingscentrum gesitueerd. Dit deel van het plangebied is ook voorzien van een parkeerplaats ten behoeve van de huidig aanwezige sportverenigingen. Deelgebied B Dit deel van het plangebied is gelegen onder de Aa. In de huidige situatie zijn op dit deel van het gebied diverse sportverenigingen gesitueerd. betreffende een tennis-, padel- en korfbalvereniging. De korfbalvereniging beschikt over twee velden. De tennis vereniging beschikt over 4 padelbanen en 7 tennisbanen en 1 minitennisbaan. Beide verenigingen beschikken over een eigen clubhuis. Op de grens van het plangebied aan de Watermolenweg zijn parkeerplaatsen gesitueerd, evenals bij het clubhuis van de korfbalvereniging. Ook is er een skatepark gesitueerd in dit deel van plangebied.
2.2
Toekomstige situatie
Beoogd initiatief is onder te verdelen in drie deelgebieden met enkele sub gebieden, De deelgebieden zijn tevens visueel weergegeven in figuur 4: 1. Sportzone a. Inclusief de realisatie van een multifunctionele accommodatie (MFA) 2. Beekherstelzone a. Beekherstelzone 1: Robuuste groenzone (met dassenburcht) b. Beekherstelzone 2: Oeverlijn met natuurvriendelijke oevers aan beide kanten van ca. 25-30 meter 3. Parkzone a. Parkzone 1: Huidige RKVV Erp en Ter Aa b. Parkzone 2: Huidige sportvelden TV Hertog Jan en Korfrakkers Sportzone De sportzone zal ruimte bieden voor de realisatie van vier (kunst)grasvelden en een trainingsveld/multifunctioneel sportveld, vier padelbanen met een ruimte reservering voor een vijfde padelbaan, een pannaveld, zeven tennisbanen, twee korfbalvelden en een multifunctioneel centrum (MFA). Binnen deze sportzone is tevens ruimte voor de bestaande handboogvereniging, het bestaande pand van deze verenging zal behouden blijven. Ten behoeve van het te realiseren (sport)programma wordt binnen de sportzone ruimte gereserveerd voor het realiseren van parkeervoorziening, ca. 240 parkeerplaatsen. Voor een verdere uiteenzetting van deze zone verwijzen we naar het Ruimtelijk Kader. Beekherstelzone De Beekherstelzone van het Omnipark wordt ingericht als een natuurlijk en klimaatbestendig beekdal voor de Aa.
Deze zone biedt ruimte voor waterberging, ecologische kwaliteiten en natuurbeleving. Het vormt een
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
12
groene en ecologische verbinding binnen en buiten het park en draagt bij aan biodiversiteit en klimaatadaptatie. Op deze manier kan de beekzone een bevinding vormen tussen het dorp, het omliggende landschap, water en kan er worden gerecreëerd op een duurzame manier. Voor een verdere uiteenzetting van deze zone verwijzen we naar het Ruimtelijk Kader. Parkzone De parkzone van het Omnipark is bedoeld als gorene ruimte voor recreatie, wonen, ontmoeting en beweging. Hier kunnen inwoners wandelen, spelen, sporten en ontspannen in een natuurlijke en groene omgeving. De zone biedt ook ruimte voor toekomstige woningbouw (kleinschalig, max 21 wooneenheden), zorgvuldig ingepast in het landschap. Zo verbindt de sportzone wonen, welzijn, recreatie en buitenleven op een toegankelijke manier. Voor een verdere uiteenzetting van deze zone verwijzen we naar het Ruimtelijk Kader.
Figuur 3: De zonering van het Omnipark in Erp met de sportzone, beekherstelzone en parkzone.
Voor de wijziging van het Omgevingsplan in d.d. 2026 is voor dit ontwerp door BRO een regiekaart opgesteld welk als onderlegger zal fungeren voor het WOP. De regiekaart is opgenomen in figuur 5 en als bijlage B04 van voorliggend notitie.
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
13
Figuur 4: Regiekaart Omnipark te Erp.
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
14
3
Beknopte beleidstoets
3.1
Rijksbeleid
De ontwikkeling voldoet aan de instructieregels van het Bkl. Het plangebied ligt voor een deel in het bestaand stedelijk gebied, echter is een groot gedeelte ook gelegen buiten dit bestaand stedelijk gebied. Door de ligging binnen het landelijk gebied is de instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand van toepassing op onderhavig initiatief. Deze is opgenomen in art. 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden beoordeeld of: er behoefte is aan die stedelijke ontwikkeling en; de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied (waaronder stedelijk groen) mogelijk is. Nieuwe stedelijke ontwikkeling Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandel voorziening, of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is (art. 5.129g lid 1 Bk). Er is geen wettelijke ondergrens voor de genoemde ontwikkelingen. Op basis van vaste jurisprudentie wordt gesteld dat bij een woningbouwplan van 12 woningen of meer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.1 Voor alle andere stedelijke functies wordt over het algemeen een oppervlakte van 500 m2 bruto vloeroppervlak aangehouden als ondergrens.2 Daarnaast is een vereiste dat het moet gaan om een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Dit wordt beoordeeld aan de hand van het nieuwe planologische ruimtebeslag dat met de stedelijke ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt of wanneer wordt voorzien in een functiewijziging van enige omvang.3 Behoefte In lid 2 van artikel 5.129g Bkl wordt ingegaan op de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als een wijziging van het omgevingsplan of een BOPA een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Belangrijk bij de toepassing van de ladder is dat aandacht wordt besteed aan de behoefte (marktruimte, maatschappelijk, ruimtelijk, beleidsmatig) en de effecten op de leegstand van vastgoed in de relevante regio. Daarnaast zijn de gevolgen voor het regionale woon-, leef- en ondernemersklimaat van belang. Er is sprake van een nieuwe stedelijk ontwikkeling, hoewel grotendeels sprake is van een verplaatsing van bestaande functies van sport, is er sprake van een toename aan sport en maatschappelijke voorzieningen, deels gelegen binnen het landelijk gebied. Gezien er sprake is van een stedelijk ontwikkeling wordt er een laddertoets uitgevoerd. Deze gaat in op de behoefte in het algemeen, trends en ontwikkelingen op sport- en maatschappelijk gebied. Meer specifiek wordt ingegaan op de Sportnota van Meierijstad en de Toekomstvisie. Hieruit komt het volgende naar voren: Ontwikkeling
Een mooie, samenhangende en innovatieve combinatie van sport, recreatie, natuur, water en landschap op korte afstand van de woonomgeving van de inwoners van Erp en omgeving (primaire doelgroep).
1 2 3
ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953. ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724. ABRvS 20 april 2016; ECLI:NL:RVS:2016:1075.
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
15
Doordat de nieuwe MFA een brede betekenis krijgt voor zowel maatschappelijke doeleinden als sport (inclusief gemeenschappelijke faciliteiten voor de buitensporten), is er sprake van duurzaam ruimtegebruik op de meest geschikte (centrale) locatie. De huidige verenigingsgebonden gebouwen worden geamoveerd, wat het gebied groener en overzichtelijker maakt.
Behoefte
De ontwikkeling speelt in op de groeiende behoefte van mensen aan een prettige leefomgeving, recreatie, beweging en sport.
Daarnaast groeit de behoefte aan ontspanning, ontmoeting, inclusiviteit en bijvoorbeeld verkoeling. De elementen natuur en water dragen hier in hoge mate aan bij.
Sport en beweging worden steeds belangrijker voor mensen, in diverse opzichten. De planologische toename van de functie sport is vooral bedoeld voor de aanleg van twee voetbalvelden (samen circa 14.000 m² BVO). Het planologisch beschikbare oppervlak voor de andere sportactiviteiten wordt per saldo iets kleiner, door een meer efficiënte ordening en inrichting. De toename van het vloeroppervlak voor sport is kortom verantwoord.
De MFA refereert aan een groeiende behoefte voor lokale ontmoeting, educatie, cultuur en inspiratie. Het versterkt de sociale cohesie in Erp. Door haar uitvoering, programma en locatie krijgt het MFA een belangrijke verbindende functie voor het gehele plangebied en de vijf deelgebieden daarbinnen.
Bovendien gaat de nieuwe MFA ook diverse, gemeenschappelijke faciliteiten voor sportaccommodaties huisvesten, die nu door de verenigingen afzonderlijk worden aangeboden. Feitelijk zijn dit dus sportvoorzieningen.
De toename van het vloeroppervlak van de MFA is kortom beperkt en verantwoord.
Ontwikkeling deels buiten stedelijk gebied
Omnipark wordt deels in het buitengebied gerealiseerd. Er zijn binnen het stedelijk gebied Erp echter geen alternatieve locaties beschikbaar voor het programma, als beoogd in het Omnipark. Bovendien zijn de functies natuur en openluchtrecreatie vanuit hun aard, omvang en bezoekgedrag per definitie veelal gebonden aan het buitengebied.
We beoordelen dit aspect derhalve als verantwoord, vanuit de essenties en doelstellingen van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Effecten
Mede door de aangetoonde behoefte zal de ontwikkeling van Omnipark te Erp geen (negatieve) effecten hebben op het woon-, leef- en werkklimaat in de regio. Het genereert aldaar geen leegstand van vastgoed omdat het merendeel van de bestaande voorzieningen wordt gesloopt dan wel dat er hergebruiksmogelijkheden worden geboden.
3.2
Provinciaal beleid
Aan de hand van de omgevingsverordening Noord-Brabant is het plangebied voor het grootste gedeelte gelegen binnen het ‘landelijk gebied’ en voor een deel gelegen binnen ‘groenblauwe waarden’. Het andere gedeelte van het plangebied is gelegen binnen het ‘stedelijk gebied’. Zie figuur 6 voor een uiteenzetting van het plangebied binnen het ‘landelijk gebied’ dan wel ‘stedelijk gebied’. In het figuur is teven te zien hoeveel nieuwe stedelijke functies worden gerealiseerd binnen het landelijk gebied (in vierkante meters).
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
16
Figuur 5: Het nieuwe planologische regime geprojecteerd op huidige contouren stedelijk gebied. Te zien is waar de uitbreiding van stedelijke functies in het landelijk gebied plaatsvinden.
De realisatie van het beoogde Omnipark heeft geen directe invloed op de vier gestelde ambities uit de provinciale omgevingsvisie Noord-Brabant. Wel moet de ontwikkeling in lijn zijn met de basisopgaven waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. Deze ambities worden gewaarborgd binnen het plan, het plan sluit hiermee aan op de basisopgaven van de provincie. Op basis van het Ruimtelijk kader met daarin de opgenomen ontwikkelingsrichting en een uitwerking van de lagenbenadering alsmede uitwerking van de kwaliteitsverbetering van het landschap, is beleidsmatig verantwoord dat de ontwikkeling in lijn is met de uitgangspunten van het provinciale beleid. De lagenbenadering is opgenomen in bijlage B04 van voorliggende notitie. De kwaliteitsberekening is opgenomen in bijlage B05 van voorliggende notitie.
3.3
Gemeentelijk beleid
De Fusiegemeente Meierijstad heeft de afgelopen 8 jaar een grote ontwikkeling doorgemaakt. Dit is de aanleiding geweest om het toekomstperspectief voor de gemeente Meierijstad te actualiseren. De gemeente Meierijstad heeft besloten om één integrale strategische visie voor de toekomst van Meierijstad op te stellen: de ‘Toekomstvisie Meierijstad’. In deze visie staan strategische uitspraken op zowel het sociaal-maatschappelijk, het economisch, het ruimtelijk en het bestuurlijke domein. De ontwerp Toekomstvisie Meierijstad, met
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
17
de daarbij behorende Omgeving Effect Rapportage (OER), hebben een termijn van zes weken ter inzage gelegen (d.d. 17 maart 2025 tot en met d.d. 28 april 2025). Alle opbrengsten van inwoners en belanghebbenden heeft de gemeente samengevat in zes kernkwaliteiten. De gemeente heeft aan de hand van deze input en het doorlopen proces bij de totstandkoming van de toekomstvisie 11 hoofdopgaven en ambities richting 2040 opgesteld. Aangegeven is dat er spraken is van een ‘Meerkernig Meierijstad: divers en veelzijdig’. De diversiteit van de gemeente wordt volgens de inwoners gevonden in het voorzieningenniveau, hier wordt tevens het aanbod aan sportclubs aangehaald. Dit komt wederom naar voren binnen de kernkwaliteit ‘Samenleven in Meierijstad: gemeenschapskracht’. Het voorzieningenniveau met waaronder de sportvoorzieningen wordt dan ook als een kernkwaliteit gezien dat in de toekomst niet verloren mag gaan. Het belang van de sportclubs en sportvoorzieningen wordt in de toekomstvisie dan ook onder meerdere van de gestelde ambities aangehaald: -
Inclusieve samenleving
-
Zorgtransitie
-
Gezonde en veilige leefomgeving
Binnen de ambitie ‘inclusieve samenleving’ wordt gestreefd naar ‘sport en bewegen voor iedereen’. De gemeente wilt zo inclusief mogelijk zijn op gebied van verenigingen en voorzieningen. Aan de hand van de ambitie ‘zorgtransitie’ zijn In de toekomt de (sport)accommodaties duurzaam ingericht en voeren ze actief beleid om minimaal 90% van alle kinderen lid te maken van aan sportvereniging of van club op het terrein van kunst en cultuur. Onder de ambitie ‘gezonde en veilige leefomgeving’ geeft de gemeente aandacht aan groen en bewegen in de openbare ruimte. Dit stimuleert ontmoeting en de sociale cohesie op buurt- en wijkniveau. Ook ontmoeten mensen elkaar bij sportvoorzieningen en komen samen om te sporten of te bewegen op sportveldjes en sportplekken in de groene zones van de wijken. Het is dan ook duidelijk dat er waarde wordt gehecht aan de bestaande sportvoorzieningen, waar tegelijkertijd nog ambities voor zijn in de toekomst om deze voorzieningen uit te breiden dan wel toekomstbestendig te maken. Het Omnipark voorziet in de behoefte en gestelde ambities, het bestaande sportpark zal worden uitgebreid en vernieuwd. Hierdoor wordt het mogelijk dat er meer ruimte is voor diverse sporten dan wel nieuwe verenigingen. Tevens wordt op deze manier een sportpark gerealiseerd dat toekomstbestendig is en waar rekening is gehouden met de nodige duurzaamheidsambities.
Met de realisatie van het Omnipark wordt tevens een grote parkzone gerealiseerd waarbinnen ruimte is voor ontmoeting en beweging in de openbare ruimte. Deze parkzone draagt ook bij aan het groene karakter van de gemeente. Aan deze parkzone wordt tevens een nieuwe beekzone gerealiseerd door het waterschap. Zo wordt er naast een kwaliteitsimpuls van het sportpark ook een kwaliteitsimpuls gegeven aan het aanwezige groen en de Aa.
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
18
4
Toetsing milieu- en omgevingsaspecten
In het kader van de WOP en de beoogde BOPA-procedure(s) zijn diverse milieu- en omgevingsaspecten beschouwd en onderzocht. Hieronder wordt per aspect een beknopte samenvatting gegeven.
4.1
Activiteiten en milieuzonering
In opdracht van BRO is door Kragten een onderzoeksrapportage opgesteld. Het plan is gelegen in het beekdal van de Aa te Erp. In en rondom het plangebied zijn onder andere gronden met de bestemming ‘Sport’, ‘Wonen’, ‘Gemengd’, ‘Maatschappelijk‘, ‘Bedrijf’, ‘Bedrijventerrein’ en ‘Agrarisch’ gelegen. Voor de beschouwing van de mogelijke milieuhinder is een typering als ‘rustige woonwijk’ in de lijn van de milieutechnische situatie4. Uit de uitgevoerde beoordeling blijkt dat de beoogde herbestemming van de ter plaatse van gronden van de omgevingsplannen ‘Erp’ en ‘Buitengebied’ vanuit milieutechnisch oogpunt mogelijk is, waarbij wel nader onderzoek verricht dient te worden naar de geluidbelasting vanuit de herbestemming ‘sport’ naar omliggende woningen. Indien ook daar een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Akoestisch onderzoek locatie gebonden activiteit in de nabijheid van geluidgevoelige gebouwen In opdracht van Gemeente Meierijstad te Veghel is door HMB B.V. een akoestisch onderzoek uitgevoerd op locatie Omnipark de Brug te Erp. Voor het toelaten van een zogenoemde ‘locatiegebonden activiteit’ in de nabijheid van geluidgevoelige gebouwen gelden op grond van het ‘Besluit kwaliteit leefomgeving’ (Bkl) instructieregels.
Het doel van dit onderzoek is het toetsen van het optredende geluid aan de waarden uit het Omgevingsplan, en de algemene taak tot ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. LAr,LT: uit het onderzoek volgt dat aan alle geldende eisen voldaan kan worden. LAmax: voor LAmax treedt bij één woning (Wasaa 9) een overschrijding op van de grenswaarde in de nacht. Deze wordt veroorzaakt door vertrekkende voertuigen opnde bestaande parkeerplaats bij de handboogvereniging (alleen nachtperiode). Dit is een bestaande activiteit, waaraan in principe niets veranderd. Sterker nog: doordat de hoofdontsluiting van het sportpark in de nieuwe situatie niet langer aan de Wasaa ligt, maar verplaatst wordt naar de Heesakker, zal het aantal pieken bij deze woning afnemen, waardoor de situatie juist zal verbeteren. Bovendien mag voor een goed onderhouden woning en geluidreductie verwacht worden van minimaal 20 dB. Bij de berekende geluidbelasting (64 dB in de nacht) is een aanvaardbare binnenwaarde (≤ 45 dB in de nacht) gewaarborgd. Met nadruk wordt vermeld dat alle in dit rapport genoemde uitgangspunten en te treffen akoestische voorzieningen nageleefd moeten worden.
Uit het onderzoek volgt dat de ontwikkeling vanuit akoestisch oogpunt met inachtneming van bovenstaande alleszins inpasbaar is in de lokale omgeving, en dat er sprake blijft van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal)’. Lichthinderonderzoek Ten behoeve van beoogde ontwikkeling is door Newea in opdracht van de gemeente een lichtplan opgesteld voor de beoogde sportvelden en is berekend op sprake is van lichthinder naar de omgeving. Geconcludeerd kan worden dat in de nieuwe situatie er veel minder lichtvervuiling is naar de NNB dan in de huidige situatie.
4
Dit sluit aan bij hetgeen in omgevingsplan ‘Hezelstraat/Den Uil, Erp’ is aangegeven (‘Voor de woningen aan Den Uil wordt uitgegaan van een omgevingstype rustige woonwijk, aangezien deze woningen niet direct aan de hoofdinfrastructuur zijn gelegen.’)
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
19
Zowel aan de noord- als de zuidkant van de NNB-zone is de lichtvervuiling minder groot. Dit is vooral goed terug te zien aan de veel lagere gemiddelde verlichtingssterkte in de nieuwe situatie. De uitgevoerde lichthinderonderzoeken tonen duidelijk aan dat de nieuwe verlichtingsinstallaties voor zowel de omwonende als de omliggende natuur een forse beperking van de lichthinder veroorzaakt. Voor de omwonende geldt dat het lichtplan voldoet aan alle geldende eisen. De hoeveelheid licht die op de Natuurnetwerk Brabant zone valt wordt door de nieuwe verlichtingsinstallaties ook beduidend minder. Dit aspect vormt geen belemmering voor beoogde ontwikkeling.
4.2
Akoestiek (spoor)wegverkeer
Beoogde ontwikkeling realiseert in eerste instantie geen geluidsgevoelige functie, sportvelden en/of –banen zijn niet geluidgevoelig. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek (spoor)wegverkeer is dan ook niet noodzakelijk. Indien woningbouw wordt beoogd binnen de opgenomen ruimtereserveringen dient te zijner tijd een akoestisch onderzoek naar (spoor)wegverkeer te worden uitgevoerd om aan te tonen dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit aspect vormt geen belemmering voor beoogde ontwikkeling.
4.3
Archeologie
De gemeente Meierijstad beschikt over een Paraplubestemmingsplan Archeologie welk is opgenomen in het tijdelijk Omgevingsplan van de gemeente. Aan de hand van het plangebied beschikt het grootste gedeelte van het plangebied over ‘Waarde – Archeologie 6, ‘Waarde – Archeologie 7’. Tevens beschikt een gedeelte van het plangebied over ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 4’. Ten behoeve van beoogd planvoornemen is door Aeres Milieu een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (d.d. januari 2024). Aan de hand van het bureauonderzoek is gesteld dat voor het gehele plangebied een archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk wordt geacht. Voor sommige delen van het plangebied is het noodzakelijk archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van proefsleuven. Voor het uitvoeren van deze werkzaamheden wordt een PVE opgesteld. Voor de BOPA-procedure(s) zal gewerkt worden met een voorschrift in de vergunning en voor het beoogde WOP wordt voor alsnog gewerkt met dubbelbestemmingen (werkingsgebieden) ter bescherming van het archeologische bodemarchief. Dit aspect vormt geen belemmering voor beoogde ontwikkeling.
4.4
Bodem
In opdracht van Gemeente Meierijstad is door ATKB B.V. een historisch onderzoek uitgevoerd op de locatie Omnisportpark te Erp (d.d. mei 2023). Ter aanvulling op dit onderzoek is ter advisering van de omgevingsdienst Brabant Noord op het voorgaand onderzoek een nader bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek heeft niet geleidt tot bodemverontreiniging waar saneringsmaatregelen voor benodigd zijn. Dit aspect vormt geen belemmering voor beoogde ontwikkeling. Het plangebied gelegen binnen het buitengebied is tevens onderzocht naar ontplofbare oorlogsresten, het plangebied is als onverdacht verklaard. Dit vormt dan ook geen belemmering voor beoogde ontwikkeling.
4.5
Cultuurhistorie
Aan de hand van de Cultuurhistorische Waardenkaart 2024 van de provincie Noord-Brabant is te concluderen dat het plangebied is gelegen binnen de aanduiding ‘Archeologische waarden’ met een waarde ‘hoge trefkans’. Hier is verder op ingegaan in paragraaf 4.3 archeologie. Te zien is dat er binnen het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle monumenten zijn gelegen dan wel Rijksmonumenten. Ook hoort het be-
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
20
oogde plangebied niet tot de historische stedenbouw van Erp. Wel is het plangebied omringd door historische geografische lijnen van redelijk hoge waarde. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarde van deze wegen, aangezien deze wegen niet veranderd worden.
4.6
Duurzaamheid en klimaatadaptatie
Doel van de Omgevingswet is een duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Bij het opstellen van het Ruimtelijk Kader is duurzaamheid geïnterpreteerd vanuit de filosofie: people, planet, profit. Ook klimaatverandering is een gelangrijk aandachtspunt waarbinnen de ontwikkeling rekening mee is gehouden. Voor het Omnipark is in d.d. 2020 een Ambitiedocument opgesteld, deze is opgenomen als bijlage bij het Ruimtelijk Kader. Tijdens het planontwerp is door de stedenbouwkundige op meerdere aspecten rekening gehouden met het aspect Duurzaamheid. Door de bestaande sportpark te verplaatsen en uit te breiden wordt er een deel van het buitengebied omgezet naar sportfunctie. Hierdoor zal een deel agrarisch grondgebied verloren gaan, echter zorgt de verplaatsing van het sportpark er voor dat er meer kwalitatief groen kan worden gerealiseerd. Dit aspect vormt geen belemmering voor beoogde ontwikkeling.
4.7
Elektromagnetische straling
Het voorzorg beleid adviseert de 0,4 microtesla magneetveldzone te berekenen als het project van een gevoelige gebouw zoals een woning, school of kinderopvang binnen de indicatieve magneetveldzone van een bovengrondse hoogspanningslijn zoals opgenomen op de RIVM-netkaart plaatsvindt. Ten behoeve van voorliggend planinitiatief is de RIVM-netkaart geraadpleegd. Aan de hand van deze kaart is te zien dat het plangebied op zeer ruimte afstand is gelegen van de hoogspanningslijn. De hoogspanningslijn betreft een lijn van 150 kV, welk een magneet-veldzone heeft van 100 meter aan weerszijden. Het plangebied is ruim buiten deze zone gelegen, het aspect vormt dan ook geen belemmering.
4.8
Geur agrarisch
Ten behoeve van voorliggend planvoornemen is in opdracht van BRO een agrarisch geur onderzoek uitgevoerd door onderzoeksbureau Kragten. In de voorliggende situatie is de ligging van het multifunctioneel sportpark te beschouwen als binnen de bebouwde kom. Voor een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom geldt een norm van 3 OUE/m3 voor veehouderijen met landbouwdieren met een geuremissie en een vaste afstand van 100 meter voor landbouwhuisdieren zonder geuremissie en paarden/pony’s. In het onderzoek zijn alle veehouderijen in een straal van 2 kilometer rondom het plangebied meegenomen. In een straal van 2 kilometer rondom het plangebied zijn 60 veehouderijen gelegen, waarvan 23 met landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor en paarden/pony’s (VA-dieren) en 37 intensieve veehouderijen met landbouwhuisdieren met geuremissie (OU-dieren). Van aantasting van de planologische geurrechten kan slechts sprake zijn indien de nieuw te realiseren geurgevoelige objecten de maatgevende beperking vormen voor een veehouderij. In de onderhavige situatie liggen er bestaande geurgevoelig objecten tussen de veehouderij en het plangebied. Derhalve kan worden gesteld dat de planontwikkeling geen inbreuk maakt op de planologische gebruiksmogelijkheden voor geur van de omliggende veehouderijen.
Ten behoeve van beoogde woningbouw is volledigheidshalve ook een onderzoek gedaan naar de archergrondbelasting en voorgrondbelasting. Uit het onderzoek is gebleken dat er sprake is van een ‘redelijk goed’ dan wel ‘goed’ woon- en leefklimaat op de aspecten ‘voorgrondgeurbelasting’ en ‘ach-tergrondgeurbelasting’. Vanuit het aspect geur agrarisch is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
21
4.9
Gezondheid
In artikel 1.3 van de Omgevingswet worden de maatschappelijke doelen van de wet uiteengezet, waaronder het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving. De inrichting van de fysieke leefomgeving kan direct bijdragen aan de gezondheid van inwoners. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners namelijk als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden. De gemeente Meierijstad geeft dan ook op diverse manieren aandacht aan dit onderwerp ‘gezondheid’ in de Toekomstvisie. Met onderhavig initiatief wordt hier invulling aan gegeven. Het Omnipark realiseert een nieuw multifunctioneel sportpark waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, dit kan op de sportverenigingen maar ook in het multifunctioneel centrum (MFA) wat deels zal fungeren als buurthuis. Tevens kunnen mensen elkaar ontmoeten in de openbare groene parkzone, binnen deze parkzone is ruimte voor recreatie en zal worden aangelegd als groen raamwerk dat aansluit op de beekzone van het waterschap. Deze beekzone zal bijdragen aan de biodiversiteit en zal daarmee het groene raamwerk versterken. Binnen de parkzone wordt tevens een zone ingericht voor spel, er wordt gezorgd voor voldoende zit- en speelgelegenheden voor jong en oud. Dit aspect vormt geen belemmering voor beoogde ontwikkeling.
4.10
Luchtkwaliteit
De beoogde projectlocatie valt niet in een van de aandachtsgebieden voor zowel NO2 als PM10 of voor alleen PM10. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is daarom niet benodigd. Om aan te tonen dat beoogde ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op de luchtkwaliteit zal een berekening plaatsvinden middels de NIBM-tool. Dit zal gedaan worden aan de hand van de verkeersgeneratie behorende bij het te realiseren programma, naar verwachting zal dit geen belemmeringen vormen. Dit mede gezien er in de huidige situatie al sprake is van verkeersbewegingen van de aanwezige sportverenigingen, doordat er sprake is van een uitbreiding aan sportvoorzieningen zal er wel sprake zijn van een toename.
4.11
Milieueffectrapportage
Voorgenomen ontwikkeling betreft een stedelijk ontwikkelingsproject. Voor een stedelijk ontwikkelingsproject is een mer-plicht niet van toepassing, er is sprake van aanleg, wijziging of uitbreiding, waarvoor een merbeoordelingsplicht geldt. Zodra alle benodigde milieutechnische onderzoeken zijn uitgevoerd zal een meraanmeldnotitie worden opgesteld, deze zal worden bijgevoegd als bijlage bij de te doorlopen ruimtelijke procedure(s).
4.12
Natuur en landschap
Natura 2000-gebieden Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Deurnsche Peel & Mariapeel”, bevindt zich op circa 18 kilometer afstand ten zuidoosten van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase dient uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er bij zowel de bouwfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. NNN/NNB Binnen het plangebied is zowel NNB, GBM als een EVZ aanwezig. Gezien de nabijheid van NNB zullen de wezenlijke waarden en kenmerken van NNB mogelijke worden aangetast. Hiertoe dient een effectenanalyse te worden uitgevoerd en een compensatieplan opgesteld te worden. Het uitvoeren van deze rapportages is
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
22
reeds in werking. Naar verwachting vormt dit geen belemmering voor onderhavig initiatief, er is namelijk sprake van herbegrenzing van het NNB. Soortenbescherming Ten behoeve van onderhavig initiatief is een QuickScan Flora en Fauna uitgevoerd. Aan de hand van de QuickScan is gebleken dat nader onderzoek naar huismus, gierzwaluw, vleermuizen, steenuil, marterachtigen, das, bever en grote modderkruiper noodzakelijk is. Dit nadere onderzoek is uitgevoerd. Huismus Binnen het plangebied is essentieel leefgebied van de huismus aanwezig. Deze huismussen nestelen in de woningen aan de Den Uil, en maken veelvuldig gebruik van het opgaand groen binnen het plangebied. Om de functionaliteit van de nesten te kunnen garanderen dient er ten aller tijde voldoende (jaarrond groenblijvend) opgaand groen aanwezig te zijn ter plaatse. Indien dit opgaand groen wordt verwijderd betreft dit een vergunningsplichtige flora- en fauna-activiteit betreffen met betrekking tot de huismus. Vleermuzien De Aa betreft essentieel foerageergebied en/of vliegroute voor 1 of meerdere soorten vleermuizen. Om verstoring te voorkomen dient een ecologische werkprotocol opgesteld te worden. Binnen dit ecologische werkprotocol worden maatregelen benoemd die worden genomen om verstoring met betrekking tot licht en geluid te voorkomen tijdens de werkzaamheden.
Wezel en bunzing Binnen het plangebied is de aanwezigheid van wezel en bunzing aangetoond. Met de voorgenomen plannen zullen rust- en verblijfplaatsen en leefgebied van beide soorten worden verwijderd. Dit betreft een overtreding op de Omgevingswet. Voor het verwijderen van rust- en verblijfplaatsen en leefgebied van de wezel en bunzing dient een vergunning voor een flora- en faunactiviteit te worden verkregen. Das Binnen het plangebied is 1 dassenbucht aangetroffen. Gezien de aanwezigheid van dassen binnen en in de directe omgeving van het plangebied, betreft het plangebied essentieel foerageergebied. De dassenburcht ligt ter plaatse van een houtwal in het noorden van het plangebied. Deze houtwal zal worden verwijderd voor, ter plaatse zijn sportvelden voorzien. Hierbij zal de dassenburcht worden vernietigd. Dit betreft een overtreding op de Omgevingswet. Voor het verwijderen van de dassenburcht dient een vergunning voor een flora- en faunactiviteit te worden verkregen. Steenuil, bever en grote modderkruiper Een vergunningsplichtige flora- en fauna-activiteit met betrekking tot steenuil, bever en grote modderkruiper is uitgesloten. Er hoeft geen vergunning te worden verkregen, noch zijn er enige vervolgstappen noodzakelijk met betrekking tot deze soort(groep)en.
Ten behoeve van de Das wordt een dassenplan opgesteld, in nauwe samenwerking met Kragten is gewerkt aan een passende groene zone waar een nieuwe dassenbucht kan worden gerealiseerd.
4.13
Omgevingsveiligheid
In opdracht van de gemeente Meierijstad is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van de ontwikkeling van een multifunctioneel sportpark. Uit een inventarisatie is gebleken dat het plangebied voor een klein gedeelte binnen het explosieaandachtsgebied van een LPG-
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
23
tankstation is gelegen. Overige relevante risicobronnen zijn niet aanwezig. Dit betreft het LPF-tankstation Bijveld, gelegen aan de Cruijgenstraat 34 te Erp. Op grond van de ruimtelijke scheiding vormen de PR 10-6 contouren geen aandachtspunt voor de planvorming. Het explosieaandachtsgebied van vulpunt en reservoir van 160 meter liggen wel voor een klein gedeelte over het plangebied. Dit aspect vormt geen belemmeringen voor het initiatief.
4.14
Trillingen
In de nabijheid van het plangebied is geen spoorlijn gesitueerd welk trillingen kan genereren welke van invloed kunnen zijn op het beoogde planinitiatief.
4.15
Verkeer en parkeren
Ten behoeve van beoogd initiatief en nieuw te realiseren (sport)programma is sprake van een toename aan verkeersgeneratie dan wel parkeerbehoefte. Door onderzoeksbureau Kragten is een parkeer- en verkeeronderzoek uitgevoerd voor beoogde ontwikkeling. Door de uitbreiding van het bestaande sportprogramma zal een toename plaatsvinden aan verkeersbewegingen, echter is gekozen om een nieuwe ontsluiting te realiseren op de Heesakker. Het verkeer zal zich via de Heesakker spreiden over de oostelijke rijrichting op de N605 en in westelijke richting via de Cruijgenstraat op de N616. Aan de noordzijde van het plangebied zal dan ook een volledig nieuw parkeerterrein worden aangelegd wat zal voorzien in minimaal 240 parkeerplaatsen (conform de berekende behoefte). Vanuit dit aspect zijn geen belemmeringen te verwachten voor onderhavig initiatief.
4.16
Weging van het waterbelang
De hydrologische situatie ter plaatse het plangebied wordt gevormd door één belangrijke primaire waterloop, namelijk de Aa, die het plangebied doorkruist in oostwestelijke richting. Langs de Aa ligt tevens een vrije ruimte, waarbinnen geen objecten/ bebouwing mag worden geplaatst. Naast de Aa komt er in het plangebied één A-watergang voor. Deze watergang loopt vanuit de Aa in noordoostelijke richting over het terrein. Het water in deze watergang wordt door middel van verschillende stuwen gereguleerd. Verder liggen er in het gebied nog enkele sloten, deze zijn echter niet aangeduid op de Vastgestelde Legger Oppervlaktewater (Waterschap Aa en Maas). Dit betreffen dan ook zaksloten en hebben geen watervoerende functie. De Aa is aangemerkt als ecologische verbindingszone en behoort het tot het Natuurnetwerk van Nederland. Ook de reeds aanwezige groenstructuren langs de Aa maken onderdeel uit van dit natuurnetwerk. Het beekstelstel van de Aa en de A-watergang vormen een natte verbinding in het plangebied. Het planvoornemen heeft een groot effect op het huidige watersysteem. Er dient dan ook rekening te worden gehouden met het aanwezige waternetwerk in het plangebied, zodat het watersysteem niet wordt aangetast en toekomstige problemen voorkomen twee nevengeulen aan te brengen langs de Aa zal er meer ruimte vrij worden gemaakt voor het beekstelsel.
Dit zorgt voor een klimaatbestendige invulling en biedt eveneens kansen voor natuurontwikkeling. Wel zal de A-watergang binnen het plangebied komen te vervallen, ter realisatie van de nieuwe sportvelden. Met onderhavig initiatief wordt dus tevens gewerkt aan een nieuwe beekherstelzone van de Aa. Het waterschap Aa en Maas is dan ook in een vroegtijdig stadium benaderd en betrokken bij de planvorming. Het waterschap zal zelf een ontwerp opstellen voor het beoogde robuuste beekdal. Er is een inrichtingsvoorstel gedaan door Kragten, dit inrichtingsplan is de basis voor verdere uitwerking. In het WOP wordt rekening gehouden met de ruimte die benodigd is voor dit beekherstel.
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
24
Binnen het plangebied kan daarnaast worden voorzien in de benodigde waterbergingsopgaven, volgend uit de toename aan verharding. In het ontwerp wordt dan ook rekening gehouden met de aanleg van deze voorzieningen in de Beekherstelzone.
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
25
5
Toetsing haalbaarheid
5.1
Kostenverhaal
Beoogd initiatief is een initiatief van de gemeente Meierijstad, gemeente Meierijstad is grondeigenaar van een groot deel van de benodigde gronden. Niet alle gronden zijn nog in eigendom, echter wordt hier hard aan gewerkt om dit in orde te maken. Voor de ontwikkeling zal de gemeente zelf kosten maken zoals, plankosten ambtelijke inzet, bijdrage bovenwijkse voorzieningen en bovenplanse investeringen in infrastructuur en leges.
5.2
Participatie
Op d.d. 11 december 2024 heeft in het gemeenschapshuis ter Aa in Erp de aftrap plaatsgevonden van het omgevingsdialoog voor het Omnipark. Tijdens deze bijeenkomst zijn diverse schetsontwerpen voor het parkdeel gepresenteerd aan bewoners en belangstellenden. In een interactieve setting gingen gemeentelijke adviseurs in gesprek met de aanwezigen, die hun ideeën, zorgen en vragen konden delen. Dit heeft gezorgd voor een waardevolle input voor de verdere planuitwerking. Het omgevingsdialoog kreeg in de maanden daarna een vervolg met meerdere participatierondes, gericht op het parkdeel van het Omnipark. Op d.d. 25 januari 2025 vond de eerste verdiepende sessie plaats, gevolgd door vervolgbijeenkomsten in maart, eind juni en begin juli. Tijdens deze momenten werd het voorlopig ontwerp (VO) van het Omnipark gepresenteerd en verder aangescherpt op basis van de inbreng van inwoners en betrokkenen.
5.3
Conclusie
Alle relevante aspecten voor de fysieke leefomgeving zijn op hoofdlijnen onderzocht en afgewogen. Op basis van de toetsing en afweging van de relevante aspecten kan vooralsnog worden geconcludeerd dat de beoogde activiteit leidt tot een situatie waarin sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Uiteraard wordt dit nader beschreven, toegelicht en onderbouwd in de alomvattende ruimtelijke motivering die wordt opgesteld voor de beoogde procedures. Op grond van de voorgaande onderbouwingen kan geconcludeerd worden dat de uiteindelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit adequaat gemotiveerd kan worden voordat het WOP is vastgesteld. Dit door het vaststellen van het Ruimtelijk kader en het afgegeven van een positief advies.
Notitie bindend Raad advies gebiedsontwikkeling Omnipark e.o. te Erp
26
Bijlage 1 - Ruimtelijk kader
• • • • • •
• • • •
•
•
•
•
•
• • • • • • •
o o o
o o
• • • • • • • • •
• • • • • •
• • • • • • • • •
• • • • • • • • • • o o o o o
Stichtingskosten Omnipark Erp opgenomen in meerjarenbegroting 2023-2026
Voorbereiding
Bestemmingsplan Grondaankoop Noodverband RKVV Erp Voorbereiding Omnipark
€ € €
72.000,00 p.m. 72.000,00 854.237,95 €
Beekzone (waterschap) Robuust beekdal
€
Sportzone
€ 3.000.846,89 € 1.884.854,42 € 866.003,40
Omnipark sportzone (voetbal) Omnipark sportzone (tennis korfbal) Omnipark sportzone (parkeren)
-
€
998.237,95 -
€ 5.751.704,70 Parkzone
Omnipark park zones
€ 1.132.377,52 € 1.132.377,52
MFA
Voorbereiding MFA MFA Omnipark
€ 688.580,61 € 14.274.812,48 € 14.963.393,09 € 22.845.713,27
Bijdragen
Bijdrage uit DMJOP vastgoed Groen blauw Subsidies en bijdragen
€ -1.272.527,00 € -500.000,00 p.m. € -1.772.527,00 € 21.073.186,27
Organisatiekosten
Interne organisatiekosten Inhuur
€ €
302.195,59 330.000,00 €
632.195,59
Totaal excl. btw Btw 21%
€ 21.705.381,85 € 4.558.130,19
Totaal incl. btw
€ 26.263.512,04
• • • • • • • •
16:00
-
17:00
721
17:00
-
18:00
794
18:00
-
19:00
457
19:00
-
20:00
299
20:00
-
21:00
216
21:00
-
22:00
159
22:00
-
23:00
130
• • • • • •
• • • • • • •
• • • • • • • • • • • • • • • • •
• • • • •
• • •
• • •
• • • •
• • • •
•
• • • •
• •
• • • • •
• • • •