Bijlage 2 Notitie beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
Tekst van het document
NOTITIE BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN EN AMBTSHALVE WIJZIGINGEN
Tweede wijzigingsronde omgevingsplan
Inhoud 1.
Inleiding ........................................................................................................................................................... 2
2.
De procedure .................................................................................................................................................. 3
3.
Zienswijzen ..................................................................................................................................................... 3
4.
De ontvankelijkheid ........................................................................................................................................3
5.
Leeswijzer ....................................................................................................................................................... 4
6.
Reactie op de zienswijzen .............................................................................................................................5
7.
Ambtshalve wijzigingen ...............................................................................................................................10
8.
Conclusie en advies .....................................................................................................................................10
Notitie beantwoording zienswijzen tweede wijzigingsronde omgevingsplan
1
1. Inleiding Het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad heeft de tweede wijzigingsronde van het omgevingsplan in procedure gebracht. In deze ronde is meegenomen dat een nationale regeling wordt verwerkt, dat voor een gebied regels over verwerking van hemelwater worden aangepast, dat voor enkele locaties een onherroepelijke vergunning wordt verwerkt en dat één ontwikkeling wordt gefaciliteerd. In het ontwerp waren de onderdelen als volgt benoemd: a. doorwerking van de verbetering van de Vangnetregeling Omgevingswet van het Rijk (Staatscourant 2024, 17658, 29 mei 2024); b. doorwerking geven aan de gebiedsaanwijzing verwerking hemelwater waartoe het college van burgemeester en wethouders op 10 september 2024 besloot voor een deel van het buitengebied van Zijtaart en Sint-Oedenrode; c. faciliteren van het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning en statische opslag (caravanstalling) en verbieden van agrarische bedrijfsactiviteiten naar aanleiding van het beëindigen van het agrarisch bedrijf ter plaatse aan de Boerdonksedijk 18 te Erp; d. verwerken van een op 29 september 2023 vergunde burgerwoning aan de Versantvoortstraat 2a te Veghel; e. verwerken van een op 2 april 2020 vergunde siertuin aan de Oetelaarsestraat 33 te Schijndel. Er zijn zienswijzen ingediend op enkele van de onderdelen van deze wijzigingsronde.
Notitie beantwoording zienswijzen tweede wijzigingsronde omgevingsplan
2
2. De procedure Meierijstad wil haar (tijdelijke) omgevingsplan beheren met halfjaarlijks een wijzigingsronde. De procedure voor een wijziging is vervat in de paragrafen 16.3.1 en 16.3.5 Omgevingswet en afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht. Het voornemen van deze tweede wijzigingsronde is op 16 oktober 2024 gepubliceerd in het elektronisch Gemeenteblad. Daarbij zijn genoemd de vijf inhoudelijke onderdelen van de voorgenomen wijziging en de op 2 december 2024 te houden inloopbijeenkomst. De tekst van de ontwerpregeling is op 22 november 2024 gepubliceerd in het elektronisch Gemeenteblad. Op 25 november 2024 is in het elektronisch Gemeenteblad gepubliceerd dat het ontwerp van deze wijzigingsronde met ingang van 26 november 2024 gedurende zes weken ter inzage zou liggen. Eenieder had tot en met 6 januari 2025 gelegenheid een zienswijze in te dienen, schriftelijk of mondeling. Het ontwerp is, met zijn werkingsgebieden op de digitale kaart, gepubliceerd in het Omgevingsloket (https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/). Deze Notitie beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen vormt een bijlage bij het participatieverslag. Dat participatieverslag is vervat in de paragraaf Participatie van het op 11 februari 2025 door het college uitgebrachte voorstel aan de raad.
3. Zienswijzen In reactie op het ontwerp van de wijziging omgevingsplan zijn de volgende zienswijzen ontvangen: 1. op 16 december 2024 de zienswijze van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant gedateerd 16 december 2024, provinciaal kenmerk C2347342/6043613; 2. op 6 januari 2024 de zienswijze van het waterschap De Dommel gedateerd 6 januari 2025, kenmerk 280791/285469. Van het waterschap Aa en Maas is op 17 december 2024 het bericht ontvangen dat het geen op- of aanmerkingen had en dat er dus geen zienswijze wordt ingebracht. Later stelde Aa en Maas wel belang in de beantwoording van de zienswijze van De Dommel. Ter bescherming van de persoonsgegevens van reclamanten is deze notitie beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen geanonimiseerd voor zover natuurlijke personen zienswijzen hebben ingediend.
4. De ontvankelijkheid Een zienswijze is ontvankelijk als deze uiterlijk de laatste dag van de periode van terinzagelegging is verzonden en binnen één week na deze dag is ontvangen (artikel 6:9 lid 2 Algemene wet bestuursrecht). De zienswijzen 1 en 2 zijn binnen deze periode ontvangen en zijn daarom ontvankelijk.
Notitie beantwoording zienswijzen tweede wijzigingsronde omgevingsplan
3
5. Leeswijzer In onderdeel 6 van deze notitie wordt inhoudelijk ingegaan op de zienswijzen. Indien deze leiden tot aanpassing van de wijziging omgevingsplan wordt die aanpassing aangegeven. In dat geval wordt voorgesteld het ontwerp van de wijziging omgevingsplan overeenkomstig gewijzigd vast te stellen. In onderdeel 7 van deze notitie staan eventuele ambtshalve wijzigingen. Ten slotte wordt in onderdeel 8 een overzicht geboden van de voorgestelde aanpassingen ten opzichte van het ontwerp van de wijziging omgevingsplan.
Notitie beantwoording zienswijzen tweede wijzigingsronde omgevingsplan
4
6. Reactie op de zienswijzen In dit onderdeel 6 wordt per zienswijze een samenvatting gegeven van de inhoud van de zienswijze en dan het antwoord daarop van onze gemeente. 1. Gedeputeerde staten Noord-Brabant Gedeputeerde staten menen dat de wijziging op onderdelen onvoldoende rekening houdt met in instructieregels vertaalde provinciale belangen. Voor wat betreft de locatie Boerdonksedijk 18 Erp schetst de provincie dat het ontwerp de activiteit wonen toevoegt maar dat de onderliggende activiteit, die agrarisch was, blijft bestaan. Volgens de provincie wordt zo niet geborgd dat overtollige bebouwing wordt gesloopt als vereist in artikel 5.77 lid 2 sub b Omgevingsverordening Noord-Brabant. Voor wat betreft de locatie Versantvoortstraat 2a Veghel ziet de provincie in het ontwerp een uitgebreidere regeling. Zij vraagt om de regeling voor Boerdonksedijk 18 aan te passen indachtig de regeling voor Versantvoortstraat 2a.
Voor wat betreft de locatie Boerdonksedijk 18 Erp schetst de provincie nog dat het ontwerp onvoldoende ingaat op de volgens artikel 5.11 Omgevingsverordening Noord-Brabant vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap bij een omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning: niet inzichtelijk is of de landschappelijke inpassing voldoende en passend is binnen het gebied, en niet in de regeling is geborgd dat de landschappelijk inpassing wordt aangelegd en duurzaam in stand gehouden. Voor wat betreft de locatie Versantvoortstraat 2a Veghel schetst de provincie dat een omgevingsvergunning, of die nu onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dan wel onder de Omgevingswet is verleend, onvoldoende borgt dat overtollige bebouwing wordt gesloopt en dat geen bebouwing meer terug komt zoals artikel 5.77 lid 2 sub b Omgevingsverordening Noord-Brabant verlangt. De provincie vraagt om in aanvulling op de borging van aanleg en duurzame instandhouding van de landschappelijke inpassing in de vergunning, nog met het omgevingsplan te voorzien in die borging. Beantwoording Voor wat betreft de uitsluiting van agrarische activiteiten op de locatie Boerdonksedijk 18 Erp… a. In artikel 24.12 van de ontwerpregeling is bepaald dat agrarische bedrijfsactiviteiten (zowel agrarisch bedrijf als agrarische bedrijfsvoering) verboden zijn.
In artikel 24.13 wordt vervolgens bepaald dat agrarisch grondgebruik wel toegestaan is. Het werkingsgebied van artikel 24.13 zal aangepast worden, zodat dit agrarisch grondgebruik uitsluitend toegestaan wordt buiten het werkingsgebied waar op grond van artikel 24.14 woonactiviteiten toegestaan worden. b. De bedrijfsbeëindiging op de locatie Boerdonksedijk 18 Erp gaat niet gepaard met het slopen van nog aanwezige bedrijfsgebouwen. De op het perceel aanwezige 361 m2 bijgebouwen wordt in artikel 24.15 lid 3 positief bestemd. Zoals in de motivering is aangegeven, wordt 283 m2 van deze bijgebouwen gebruikt voor statische opslag (vastgelegd in een gebruiksregel in artikel 24.14 lid 3 sub d). c. De sleufsilo gelegen aan de achterzijde van het perceel, met een oppervlakte van 140 m2, is overtollig en dient te worden verwijderd. In de gebruiksregels is dit geborgd door een gebruiksregel: artikel 24.15 lid 3 sub b. Deze stelt dat er sprake is van met het omgevingsplan strijdig gebruik, zolang er geen sloop plaatsgevonden heeft. d. Voor (nieuwe) bouwactiviteiten op deze locatie moet op grond van artikel 24.15 lid 2 van de ontwerpregeling voldaan worden aan artikel 26 van bestemmingsplan Buitengebied en artikel 7 van het
Notitie beantwoording zienswijzen tweede wijzigingsronde omgevingsplan
5
paraplubestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen – Laaghangend fruit. Dat zijn de bouwregelingen die horen bij wonen. Het oprichten van nieuwe bedrijfsbebouwing is daarmee niet meer aan de orde. Voor wat betreft de borging ruimtelijke kwaliteitsverbetering op de locatie Boerdonksedijk 18 Erp… a. Hoe de landschappelijke inpassing zich verhoudt tot de Omgevingsverordening Noord-Brabant is nader beschreven in de op de wijziging betrekking hebbende stukken: paragraaf 5.16 van het document Goede onderbouwing fysieke leefomgeving Boerdonksedijk 18 Erp. De vindplaats van de op het besluit betrekking hebbende stukken is vermeld in de kennisgeving van de ontwerpregeling. b. Bij de voorbereiding is het landschappelijke inpassingsplan voorgelegd aan de provincie Noord-Brabant en op 30 april 2024 is dat ambtelijk akkoord bevonden, met de opmerking dat het plan valt binnen de kaders van artikel 5.77 lid 2 van de verordening. c. In de gebruiksregels is het landschappelijke inpassingsplan geborgd door een gebruiksregel in artikel 24.15 lid 3 sub c. Deze stelt dat er sprake is van met het omgevingsplan strijdig gebruik, zolang de landschappelijke inpassing niet is gerealiseerd en duurzaam in stand gehouden wordt.
De landschappelijke inpassing Boerdonksedijk 18 die vereist wordt, maakt reeds onderdeel uit van de ontwerpregeling (er zit in het artikel een koppeling naar een document bijlage). Voor wat betreft de borging ruimtelijke kwaliteitsverbetering op de locatie Versantvoortstraat 2a Veghel… a. Op de locatie Versantvoortstraat 2a bevinden zich alleen nog de woning en een bijgebouw van 96 m2. Een kas van circa 167 m2 die nog aanwezig was ten tijde van het verlenen van de omgevingsvergunning, is inmiddels gesloopt. Voor (nieuwe) bouwactiviteiten op deze locatie moet op grond van artikel 24.7 lid 2 van de ontwerpregeling voldaan worden aan artikel 26 van bestemmingsplan Buitengebied en artikel 7 van het paraplubestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen – Laaghangend fruit. Dat zijn de bouwregelingen die horen bij wonen. Het oprichten van nieuwe bedrijfsbebouwing is daarmee niet meer aan de orde. b. In vergelijking met de ontwikkeling Boerdonksedijk 18 Erp volstond voor de ontwikkeling Versantvoortstraat 2a Veghel een beperktere landschappelijke inpassing. Die was, als document, ook minder uitgewerkt. Zie onderstaande afbeelding. Wel waren de realisatie en de instandhouding van deze landschappelijke inpassing als het vierde voorschrift verbonden aan de verleende vergunning. Er was dus al een mogelijkheid tot zonodig bestuursrechtelijk handhaven.
Deze omstandigheden gaven ons aanleiding om in het ontwerp van de wijziging omgevingsplan deze landschappelijke inpassing niet op dezelfde wijze te borgen als voor Boerdonksedijk 18 Erp. In navolging van deze zienswijze zijn wij echter bereid om een bepaling als 24.14 lid 3 aanhef en sub c van het ontwerp ook te hanteren voor Versantvoortstraat 2a Veghel.
Notitie beantwoording zienswijzen tweede wijzigingsronde omgevingsplan
6
Afbeelding: Beplantingsplan: Landschappelijke inpassing: Versantvoortstr. 2a
2. Waterschap De Dommel Voor wat betreft de gebiedsaanwijzing met het verbod om een aansluiting op het vuilwaterriool in stand te houden, onderschrijft het waterschap in beginsel de wenselijkheid dat perceeleigenaren regenwater dat op hun perceel valt niet mogen afvoeren naar de riolering. Het is het waterschap echter nog onduidelijk welke effecten de regeling heeft op het oppervlaktewatersysteem. Daarom vraagt het waterschap om in de motivering een weging van het waterbelang toe te voegen en daarbij aandacht te besteden aan: a. het aantal af te koppelen aansluitingen op de riolering, de hoeveelheid af te koppelen verhard oppervlak en de hoeveelheid afstromend regenwater; b. de wijze waarop het afstromend regenwater wordt verwerkt als het is afgekoppeld en de vraag of perceeleigenaren het regenwater op eigen perceel kunnen verwerken, mede gezien de geschiktheid van de bodem voor infiltratie en de grootte van de percelen; c. de wijze waarop overlast naar en vanuit het oppervlaktewatersysteem als gevolg van de regeling wordt voorkomen, in het bijzonder is er aandacht aan te geven dat het deelgebied zuidelijk van Sint-Oedenrode
Notitie beantwoording zienswijzen tweede wijzigingsronde omgevingsplan
7
deels overlapt met waterbergingsgebied en dat het deelgebied oostelijk van Sint-Oedenrode grenst aan waterbergingsgebied, waar in extreme situaties het watersysteem geen extra regenwater kan verwerken. Het waterschap vraagt om het genoemde verbod aan te vullen met het gebod regenwater in beginsel op het eigen perceel te verwerken, daarbij de beleidsmatige voorkeursvolgorde toepassend: ten eerste hergebruiken, ten tweede infiltreren, ten derde bergen en vertraagd afvoeren en ten vierde afvoeren naar oppervlaktewater. Beantwoording Laat ons voorop stellen dat Meierijstad en zowel De Dommel als Aa en Maas vanuit een goeddeels gedeelde visie samenwerken aan aspecten van bodem, water en riolering, dat op verschillende niveaus en op verschillende locaties. Hierbij wordt regelmatig overleg gevoerd. Deze gebiedsaanwijzing is een uitvloeisel van ons Programma water en riolering Meierijstad 2022-2026. Daar staat op pagina 27: ‘Drukriolering is niet bedoeld voor het transport van hemelwater. In onze Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad hebben wij de mogelijkheid om via een gebiedsaanwijzing het lozen van hemelwater op de drukriolering te verbieden. Op dit moment is deze gebiedsaanwijzing er nog niet. In het werkatelier openbaar gebied werken wij dit nader uit.
Wij gaan handhavend optreden met betrekking tot de foutieve aansluitingen in het buitengebied.’ Op 22 september 2021 reageerde De Dommel op de conceptversie van het programma, vermeldde dat het intensief betrokken was bij de totstandkoming van dat programma en dat het instemde met dat programma (zijn kenmerk Z65608/U135399). Wij erkennen evenwel dat het overleg met De Dommel in het najaar van 2024 minder intensief was dan wenselijk ware geweest en dat dit ten koste is gegaan van betrokkenheid bij en begrip van deze gebiedsaanwijzing. Dat is intussen gerepareerd in het onderling overleg. De eigenaar van een perceel is als eerste verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater. Op ons gemeentebestuur rust de taak van een doelmatige inzameling, en transport en verwerking, van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen (artikel 2.16 lid 1 aanhef en sub a aanhef en ten 1e Omgevingswet). Hoe wij hiermee omgaan is uitgewerkt in het Programma water en riolering Meierijstad 2022-2026. Over het aansluiten op drukriolering is in het programma aangegeven dat drukriolering niet bedoeld is voor het transport van hemelwater. Dit hemelwater mag dan ook niet worden aangesloten op drukriolering en moet lokaal in het milieu worden gebracht.
Beleid heeft echter geen rechtstreekse werking en is dan ook niet afdoende om te handhaven. Hiertoe zijn juridische regels nodig. Artikel 6.4 Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad, waarvan dat hoofdstuk 6 sinds 1 januari 2024 van rechtswege onderdeel is van het omgevingsplan, regelt nu al het zogenoemde afkoppelen. Bij een nieuw bouwwerk of verharding is het verboden hemelwater te lozen op de riolering of op openbaar terrein. De eigenaar van een perceel is verplicht het hemelwater op eigen terrein te verwerken, waarbij we uitgaan van ten minste 60 mm per m2 verhard oppervlak die verwerkt kan worden. Artikel 6.4 voorziet in de mogelijkheid van een gebiedsaanwijzing voor een verbod om een hemelwaterafvoerleiding aangesloten te houden op het vuilwaterriool. Dan gaat het ook om bestaande bebouwing. Van die mogelijkheid was nog geen gebruik gemaakt. Met deze tweede wijzigingsronde omgevingsplan gebeurt dat wel. Dan staan juridische regels en handhaving echter niet op zichzelf, maar maken onderdeel uit van een breder project met publiekscommunicatie en advies. Omdat drukriolering niet bedoeld én niet geschikt is voor de afvoer van hemelwater, hebben perceelseigenaren in gebieden met zulke riolering normaliter geen hemelwater(aansluitingen) op het vuilwaterriool.
Destijds met de sanering van de ongerioleerde lozingen in het buitengebied zijn bewoners hierover geïnformeerd en is het in
Notitie beantwoording zienswijzen tweede wijzigingsronde omgevingsplan
8
bepaalde gevallen ook in overeenkomsten met eigenaren vastgelegd. In de loop der tijd is echter onbedoeld hemelwater bij bijvoorbeeld aanbouw aangesloten op de drukriolering (zogenoemde foutaansluitingen). Eerder waren bij ons locaties al bekend en is hydraulisch onderzoek van het drukrioleringssysteem uitgevoerd. Hieruit is geconcludeerd dat door hoge aanvoer van water problemen ontstaan in de werking van het drukrioleringsstelsel. Vanwege de grote toename aan storingen en klachten bij neerslag kunnen we er van uitgaan dat hemelwater is aangesloten op het stelsel. In het natte najaar van 2023 en voorjaar 2024 zagen we een enorme toename van storingen en wateroverlast, en stankproblemen tot zelfs in de woningen, zodanig dat actie noodzakelijk is in de gebieden die nu onderdeel uitmaken van de gebiedsaanwijzing. Aangezien naar verwachting op sommige aansluitingen al jaren hemelwater zit, gaan we niet direct handhaven op basis van de gebiedsaanwijzing. We richten ons eerst met behulp van communicatie op vrijwillige afkoppeling. Daarnaast willen we voorkomen dat de afkoppeling bij eventuele overlast weer teniet wordt gedaan, ongeacht dat de overlast is veroorzaakt door de afkoppeling. We willen ook niet de overlast verschuiven of afwentelen.
We zijn in 2024 gestart met de aankondiging inclusief informatie en het uitvoeren van foutaansluitingenonderzoek per object in het gebied ten zuiden van Zijtaart. Binnenkort vindt de hercontrole plaats. In de brief zal ook een afkoppelcoach worden aangeboden. Na Zijtaart zijn de panden in het buitengebied ten zuiden van Sint-Oedenrode aangeschreven, echter heeft daar het onderzoek nog niet plaatsgevonden. Bij het gebied ten noord-noordoosten van Sint-Oedenrode is het traject nog niet gestart. Verder is op onze website is een speciale pagina met betrekking tot dit onderwerp ingericht: https://www.meierijstad.nl/Alle_onderwerpen/Wonen/Onderwerpen_wonen/Bouwen_en_verbouwen/Regenwate r_afkoppelen_van_het_drukriool Door communicatie en inzet van een afkoppelcoach trachten we wel de voorkeursvolgorde te stimuleren. Daarnaast zal de gemeente het ontharden van de percelen ook in het buitengebied blijven stimuleren met bijvoorbeeld acties rondom NK Tegelwippen. Voor de vervolgaanpak naar aanleiding van de onderzoeken wordt een afspraak ingepland met de waterschappen. Uiteraard delen we de uitkomsten van de onderzoeken, zodat een beeld kan worden gevormd en kan worden gezien dat het afkoppelen en daarmee het effect op watersysteemniveau zeer minimaal is.
Het aangesloten verhard oppervlak van de verspreid liggende percelen zal veelal ver beneden de ondergrens van 500 m2 per perceel uit het huidige waterschapsbeleid blijven. Naast dat minder schoon regenwater naar de rioolwaterzuivering stroomt, is juist bij drukrioleringsgebieden het niet aangekoppeld houden van hemelwaterafvoer de beste oplossing tegen de laagste maatschappelijke kosten. Dit in verband met hogere kosten door hoog energieverbruik, versnelde vervanging van de drukrioleringspompen en in dit geval extra inzet door onze buitendienst en een externe partij voor het frequent leegzuigen van de putten bij regenval. Daarnaast voorkomt het afkoppelen minder verontreiniging van water en bodem en geeft het minder volksgezondheidsrisico’s. Bewoners creëren namelijk zelf noodoverstorten vanuit particuliere riolen op oppervlaktewater of de bodem om wateroverlastproblemen in hun woning te voorkomen. Overigens heeft de gebiedsaanwijzing geen betrekking op bedrijven die een specifieke vergunning hebben om het hemelwater te lozen op het drukriool van de gemeente.
Notitie beantwoording zienswijzen tweede wijzigingsronde omgevingsplan
9
7. Ambtshalve wijzigingen Er worden geen ambtshalve wijzigingen aangebracht in relatie tot de inhoud die was opgenomen in het ontwerp Tweede wijzigingsronde omgevingsplan. Wel wordt ambtshalve een toevoeging gedaan in relatie tot de Eerste wijzigingsronde... In de voorgaande wijzigingsronde is onder andere een voorrangsregel opgenomen voor het actualiseren van de bestemming van Langesteeg 14 Sint-Oedenrode. Die voorrangsregel (artikelen 23.1-23.3) in het wijzigingsbesluit dat de raad vaststelde op 26 september 2024, verwees naar het bestemmingsplan “Buitengebied Sint-Oedenrode”. Naar aanleiding van het beroep dat is ingesteld tegen dat besluit, is duidelijk geworden dat de voorrangsregel beter niet alleen verwijst naar het genoemde moederplan maar ook naar de actualisatie “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4”. De voorrangsregel wordt daarmee aangevuld. Deze toevoeging aan het wijzigingsbesluit van de tweede ronde kan deel gaan uitmaken van de beroepszaak over de eerste ronde, zodat bij deze toevoeging ook rechtsbescherming voor de belanghebbenden bij die locatie verzekerd is.
8. Conclusie en advies De zienswijzen geven aanleiding tot de volgende aanpassingen van het ontwerpbesluit Tweede wijzigingsronde omgevingsplan… a. Aan artikel 24.6 wordt een lid 3 toegevoegd dat luidt ‘In aanvulling op het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel, gelden de volgende gebruiksregels op de locatie Versantvoortstraat 2a in Veghel: er is sprake van strijdig gebruik met de activiteit wonen indien de landschappelijke inpassing, zoals aangeduid in “Beplantingsplan: Landschappelijke inpassing: Versantvoortstr. 2a”, niet is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden.’ b. Het werkingsgebied van artikel 24.13 wordt aangepast, zodat dit agrarisch grondgebruik uitsluitend toegestaan wordt buiten het werkingsgebied waar op grond van artikel 24.14 woonactiviteiten toegestaan zijn. c. Aan Bijlage IV wordt het document “Beplantingsplan: Landschappelijke inpassing: Versantvoortstr. 2a” toegevoegd. Verder wordt het ontwerpbesluit Tweede wijzigingsronde omgevingsplan aangevuld met een aanscherping van een voorrangsregel uit de Eerste wijzigingsronde omgevingsplan voor de locatie Langesteeg 14 SintOedenrode… d. De tekst ‘het bestemmingsplan “Buitengebied Sint-Oedenrode” zoals’ in de artikelen 23.1, 23.2 lid 1 en 23.3 wordt uitgebreid tot de tekst ‘de bestemmingsplannen “Buitengebied Sint-Oedenrode” en “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4” zoals’.
Notitie beantwoording zienswijzen tweede wijzigingsronde omgevingsplan
10