CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Nota Parkeernormen Meierijstad

Raadsvergadering 26 juni 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling Parkeerplan en Nota Parkeernormen Meierijstad 202520.654 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Enkele oprit: 2,5 meter breedte parkeervak, 0,5 meter breedte ‘beweegruimte’ = totaal 3,0 meter.

Dubbele oprit: 2 maal 2,5 meter breedte parkeervak, 0,5 meter breedte ‘beweegruimte’ = totaal 5,5 meter.

Dus, per oprit wordt 1 maal de ‘beweegruimte’ ingetekend.

51

Bijlage 9 – Kwaliteitseisen fietsparkeren Het gebruik van een fietsparkeervoorziening hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid en het comfort van die voorziening. Ook de routing binnen de voorziening, de sociale veiligheid en de afmeting van de fietsparkeerplaatsen beïnvloeden het gebruik. De Leidraad Fietsparkeren (CROW-publicatie 741), het Besluit bouwwerken leefomgeving 2024 (artikel 4.171) en FietsParKeur gaan in op kwaliteitsrichtlijnen voor fietsenstallingen. Hierna zijn de belangrijkste kwaliteitseisen opgenomen die leidend zijn voor het ontwerp en de inrichting van fietsparkeervoorzieningen bij bouwontwikkelingen in Meierijstad: Positionering Om gebruik van de fiets te stimuleren is de fiets, ten opzichte van andere vervoersmiddelen, bij voorkeur de eerste vervoerskeuze die gebruikers tegenkomen bij vertrek en kan de fiets op de beste plek staan bij aankomst. Om fietsgebruik te stimuleren, wordt bij voorkeur de fietsparkeervoorziening dichter bij de entree geplaatst dan de parkeerplaatsen voor auto’s. Dit om het gebruik van de fiets makkelijker te maken dan het gebruik van de auto. Als dat niet mogelijk is, dan moet de fietsparkeervoorziening eenvoudig vindbaar en bereikbaar zijn voor alle gebruikers. Toegankelijkheid De belangrijkste kwaliteitseisen voor een toegankelijke fietsparkeervoorziening zijn:       

Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de fietsparkeervoorziening duidelijk zichtbaar en herkenbaar. De fietsparkeervoorziening heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming. De afstand mag maximaal circa 50 meter zijn van de fietsparkeervoorziening tot de hoofd-/ neven- /personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de fietsparkeervoorziening is bestemd. De toegang vanaf de weg naar een fietsparkeervoorziening op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, elektrische fietsen, scootmobielen en fietsen met afwijkende maten (kratten, brede sturen, brede banden, lange fietsen, etc.). Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22%; een trap heeft ideaal een hellingspercentage van maximaal 18%, met een aantrede van 50 cm en een optrede van 9 cm of met een aantrede van 60 cm en een optrede van 10 cm. Naast een trap horen fietsgoten, bij voorkeur aan beide zijden. Voor een fietsparkeervoorziening waar ook scooters, bakfietsen, scootmobielen en andere zware fietsen in gestald worden kan geen trap worden toegepast. Het hellingpercentage moet zodanig zijn dat het hoogteverschil door bakfietsen, elektrische fietsen, scootmobielen en scooters zonder ondersteuning overbrugd kan worden.

Een gebruiker moet de toegang van een fietsparkeervoorziening gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een eenvoudig te bedienen drukknop of kaartlezer.

Inrichting en bruikbaarheid De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goede inrichting en goed bruikbare fietsparkeervoorziening zijn:    

De fietsparkeervoorziening moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld. Binnen en vanuit de fietsparkeervoorziening naar de bijbehorende bestemming is een logische, snelle en eenvoudige routing. Bij voorkeur kunnen gebruikers vanuit de fietsparkeervoorziening rechtstreeks (liefst binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de fietsparkeervoorziening. De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding. Als een fietsparkeervoorziening openbaar toegankelijk is kan (camera)toezicht of bewaking overwogen worden. Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de fietsparkeervoorziening kunnen passeren.

52

    

Stallingssystemen voor fietsen moeten voldoen aan de eisen van FietsParkeur of zijn gelijkwaardig daaraan, met een hart op hart afstand van minimaal 40 cm. De minimale vrije hoogte in een gebouwde fietsparkeervoorziening is 290 cm om dubbellaags rekken te kunnen plaatsen. Bij gebouwen voor kinderen kan dit 230 cm zijn, omdat dubbellaags rekken ongeschikt zijn voor kinderen. De hart op hart-afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een stallingssysteem op gelijk niveau is minimaal 800 mm breed. De hart op hart-afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een hoog/laag fietsparkeersysteem is minimaal 40 cm breed voor zowel onder- als bovenlaag; De gangpaden in de fietsparkeervoorziening zijn minimaal 210 cm breed en een hoofdgang is minimaal 300 cm breed, zowel voor fiets als scooter. Een parkeersysteem waarin naast standaard fietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur. Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard of scootmobielen kunnen worden gestald.

53

Bijlage 11 – Rekenvoorbeelden Om de toepassing van onze parkeernormen te illustreren, zijn hierna een aantal rekenvoorbeelden opgenomen. Rekenvoorbeeld 1 | Toets op dubbelgebruik Een bouwontwikkeling omvat 700 m2 BVO kringloopwinkel met daarboven 6 koopappartementen van elk 65 m2 BVO. De ontwikkeling ligt in de rest bebouwde kom van Veghel, Gebied C. Stap 1 – Berekenen normatieve parkeervraag (per functie) Functie Koopwoningen_Koop appartement_ Woning kleiner dan 75 m2 BVO:

6 koopappartementen * ( 1,7 bewonersparkeernorm + 0,15 bezoekersparkeernorm ) = 6 * (1,7 + 0,15) = 11,1 parkeerplaatsen Functie Kringloopwinkel:

700 m2 BVO winkeloppervlak / 100 m2 BVO functie eenheid * 5,1 parkeernorm = 700 / 100 * 5,1 = 35,7 parkeerplaatsen

54

Normatieve parkeervraag: 11,1 + 35,7 = 46,8 parkeerplaatsen Stap 2 – Rekening houden met bestaande parkeersituatie In de bestaande situatie zijn er geen parkeerplaatsen gerelateerd aan de huidige functie (braakliggend terrein). Stap 3 – Vaststelling van de parkeervraag Dus, de parkeervraag voor deze bouwontwikkeling bedraagt 47 parkeerplaatsen. Stap 4 – Mobiliteitscorrectie om de (auto)parkeereis te verlagen De bouwontwikkeling ligt niet in een nabijheid van 400 meter loopafstand of 1500 meter fietsafstand van een multimodale knoop. Daarom wordt er GEEN verlaging op de (auto)parkeereis in de vorm van een mobiliteitscorrectie toegepast. Stap 5 – Parkeerplaatsen op eigen terrein als uitgangspunt Aangezien een mix van functies gerealiseerd zal worden binnen deze bouwontwikkeling, is een toets op dubbelgebruik toepasselijk. Met de aanwezigheidspercentages per moment van de week voor de functies wonen en detailhandel is de parkeereis per moment van de week te bepalen.

In de volgende tabel is de parkeereis per moment van de week weergegeven: Functie Ochtend Bewoners Bezoekers Kringloopwinkel Totaal

6,1 0,4 10,7 17,2

Werkdag Middag Avond

Nacht

KoopAvond

Vrijdag Middag Avond

Zaterdag Middag Avond

Zondag Middag

6,1 0,5 21,4 28,0

10,2 0,0 0,0 10,2

8,2 0,6 26,8 35,6

7,1 0,5 21,4 29,1

7,7 0,9 35,7 44,3

7,7 0,8 21,4 29,9

9,2 0,7 3,6 13,4

7,1 0,9 21,4 29,5

8,2 0,9 0,0 9,1

Uit dit rekenvoorbeeld volgt de zaterdagmiddag als het maatgevende moment met een parkeereis van 44 autoparkeerplaatsen.

55

Rekenvoorbeeld 2 | Toepassing saldering In een bestaand kantoorpand in het centrumgebied, Gebied A, worden 25 appartementen van 40 m2 BVO gerealiseerd. Het gebouw heeft een oppervlakte van 1.500 m2 BVO. Stap 1 – Berekenen normatieve parkeervraag (per functie) Functie Koopwoningen_Koop appartement_ Woning kleiner dan 75 m2 BVO

25 koopappartementen * ( 1,00 bewonersparkeernorm + 0,10 bezoekersparkeernorm ) = 25 * (1,00 + 0,10) = 27,5 parkeerplaatsen Normatieve parkeervraag = 28 parkeerplaatsen Stap 2 – Rekening houden met bestaande parkeersituatie De oude functie heeft een parkeernorm van 1,5 per 100 m2 BVO.

Dit wil zeggen dat er voor de kantoorfunctie parkeerplaatsen beschikbaar zijn: 1.500 m2 BVO kantooroppervlak / 100 m2 BVO functie eenheid * 1,5 parkeernorm = 1.500 / 100 * 1,5 = 22,5 parkeerplaatsen

56

De parkeervraag van de huidige functie (kantoor/bedrijf), mag in mindering worden gebracht op de parkeervraag van de toekomstige functie (woningen bewoners + woningen bezoekers). Hierbij moet rekening worden gehouden met de verschillen in aanwezigheidspercentages van beide functies:

In de volgende tabel is de parkeereis per moment van de week weergegeven: Functie Nieuw Bewoners Bezoekers Oud Kantoor Parkeereis na saldering

Werkdag Middag Avond

Nacht

KoopAvond

Vrijdag Middag Avond

Zaterdag Middag Avond

Zondag Middag

15,0 1,0

15,0 1,3

22,5 1,9

25,0 0,0

20,0 1,8

17,5 1,5

17,5 2,5

18,8 2,5

20,0 2,5

18,8 2,3

-22,5

-22,5

-1,1

-0,0

-1,1

-13,5

-13,5

-0,0

-0,0

-0,0

-6,5

-6,3

23,3

25,0

20,6

5,5

6,5

21,3

22,5

21,0

Ochtend

Ten opzichte van de huidige situatie neemt de parkeervraag op de werkdagochtenden en werkdagmiddagen af door de bouwontwikkeling. Op de overige momenten van de week ontstaat een hogere parkeervraag. Uit dit rekenvoorbeeld volgt de werkdagnacht als het maatgevende moment met een parkeereis van 25 autoparkeerplaatsen voor de nieuwe bouwontwikkeling. Stap 3 – Vaststelling van de parkeervraag Dus, de parkeervraag voor deze bouwontwikkeling bedraagt 25 parkeerplaatsen. Stap 4 – Mobiliteitscorrectie om de (auto)parkeereis te verlagen De bouwontwikkeling ligt niet in een nabijheid van 400 meter loopafstand of 1500 meter fietsafstand van een multimodale knoop. Daarom wordt het GEEN verlagen op de (auto)parkeereis in de vorm van een mobiliteitscorrectie toegepast. Stap 5 – Parkeerplaatsen op eigen terrein als uitgangspunt Aangezien de parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd zullen worden en exclusief toegankelijk zijn voor bewoners en hun bezoekers, is dubbelgebruik alleen mogelijk tussen bewoners en bezoekers onderling. Uit dit rekenvoorbeeld volgt de werkdagnacht als maatgevend moment met een parkeereis van 25 autoparkeerplaatsen. Vanuit de bestaande situatie kunnen 23 autoparkeerplaatsen aangesproken worden (salderen). De resterende 2 parkeerplaatsen (25 – 23) gelden als de nog te realiseren (door ontwikkelaar) parkeereis.

57

Rekenvoorbeeld 3 | Toepassing mobiliteitscorrectie Nabij busstation Veghel, Gebied A, worden 20 appartementen gerealiseerd met elk een omvang van 80 m2 BVO. De bouwontwikkeling ligt in het gereguleerd gebied (blauwe zone). De toekomstige bewoners van de bouwontwikkeling komen op de POET-lijst (Parkeren Op Eigen Terrein) waarmee zij in beginsel niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning in de openbare ruimte of een ontheffing voor de blauwe zone. De initiatiefnemer zou graag een correctiefactor inzet deelmobiliteit toepassen. Stap 1 – Berekenen normatieve parkeervraag (per functie) Functie Koopwoningen_Koop appartement_ Woning kleiner dan 75 m2 BVO

20 koopappartementen * ( 1,00 bewonersparkeernorm + 0,10 bezoekersparkeernorm ) = 20 * (1,00 + 0,10) = 22,0 parkeerplaatsen Normatieve parkeervraag = 22 parkeerplaatsen Hiervan zijn 20 parkeerplaatsen bestemd voor bewonersparkeren en 2 voor bezoekersparkeren. Stap 2 – Rekening houden met bestaande parkeersituatie In de bestaande situatie zijn er geen parkeerplaatsen gerelateerd aan de huidige functie (braakliggend terrein). Stap 3 – Vaststelling van de parkeervraag Dus, de parkeervraag voor deze bouwontwikkeling bedraagt 22 parkeerplaatsen. Stap 4 – Mobiliteitscorrectie om de (auto)parkeereis te verlagen De bouwontwikkeling ligt in een nabijheid van 400 meter loopafstand of 1500 meter fietsafstand van een multimodale knoop (busstation Veghel). Ook is de bouwontwikkeling gesitueerd in gereguleerd gebied (blauwe zone). Daarom wordt er een correctiefactor op de autoparkeereis in de vorm van een mobiliteitscorrectie toegepast: De correctiefactor bedraagt een maximale reductie van 10% op de autoparkeereis. Deze is alleen van toepassing op de autoparkeereis i.r.t. bewonersparkeren. Na toepassing van de correctiefactor inzet deelmobiliteit bedraagt de autoparkeereis: 20 koopappartementen * ( (1,00 * 90%) bewonersparkeernorm + 0,10 bezoekersparkeernorm ) = 20 * (0,90 + 0,10) = 20,0 parkeerplaatsen

58

Stap 5 – Parkeerplaatsen op eigen terrein als uitgangspunt De totale parkeereis komt daarmee op 20 parkeerplaatsen. In dit geval worden de parkeerplaatsen exclusief gereserveerd voor bewoners en hun bezoek. Dubbelgebruik zal dus voor die twee functies gecontroleerd worden.

Als tegenprestatie voor het toepassen van de mobiliteitscorrectie bij de inzet van een deelconcept, moeten 2 parkeerplaatsen voor deelauto’s op eigen terrein worden geplaatst (per 25 wooneenheden 1 deelauto, met een minimaal totaalaanbod van 2 deelauto’s). De parkeerplaatsen die nodig zijn voor het parkeren van deze deelauto’s moet bij de parkeereis worden opgeteld en zijn exclusief beschikbaar voor de deelauto’s (gereserveerd). Functie Nieuw Bewoners Bezoekers Gereserveerd Deelauto’s Totaal

Werkdag Middag Avond

Nacht

KoopAvond

Vrijdag Middag Avond

Zaterdag Middag Avond

Zondag Middag

12,0 0,8

12,0 1,0

18,0 1,5

20,0 0,0

16,0 1,4

14,0 1,2

14,0 2,0

15,0 2,0

16,0 2,0

15,0 1,8

2,0 14,8

2,0 15,0

2,0 21,5

2,0 22,0

2,0 19,4

2,0 17,2

2,0 18,0

2,0 19,0

2,0 20,0

2,0 18,8

Ochtend

Uit dit rekenvoorbeeld volgt de werkdagnacht als het maatgevende moment met een parkeereis van 22 autoparkeerplaatsen.

59

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=07aa397f-6354-4dca-9254-21499c069b76