bijlage 2 inspreekreactie mevr. Brouwers.pdf
Tekst van het document
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Op het hoger beroep tegen deze uitspraak is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Op grond van artikel 1.6a van de Crisis- en herstelwet kunnen na genoemde zes weken geen gronden meer worden aangevoerd.
Bijlage Regeling omgevingsrecht Artikel 3.2. Gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met planologische voorschriften In of bij de aanvraag om een vergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet, verstrekt de aanvrager gegevens en beschiden over: a. het beoogde en het huidige gebruik van de gronden en de bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft;
(…)
Voorbereidingsbesluit van 15 april 2020 1. te verklaren dat een bestemmingsplan wordt voorbereid voor de percelen als weergegeven op bijgevoegde verbeelding (het plangebied); 2. te bepalen dat het verboden is om: a. het gebruik van gronden en/of bouwwerken in het plangebied te wijzen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of bouwwerken te slopen in het plangebied; 3. te bepalen dat het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning kan afwijken van: a. het onder 2 genoemde verbod mits de voorgenomen wijziging van het gebruik niet strijdig is met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan zoals toegelicht in het raadsvoorstel; b. het onder 3 genoemde verbod mits de voorgenomen werken, werkzaamheden of sloop niet strijdig zijn met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan zoals toegelicht in het raadsvoorstel; 4. te bepalen dat dit voorbereidingsbesluit in werking treedt daags na de dag van terinzagelegging en bekendmaking; 5. te bepalen dat geheimhouding wordt opgelegd over: a. het in de besloten raadsvergadering behandelde; b. de inhoud van de stukken die aan de raad zijn overgelegd; c. de geluidsopname en conceptbesluitenlijst; 6. te bepalen dat de opgelegde geheimhouding onder 5 komt te vervallen op het moment van bekendmaking van het voorbereidingsbesluit. Aldus besloten in zijn besloten vergadering van 8 april 2020
Artikel 3.7 wet Ruimtelijke ordening De gemeenteraad kan verklaren dat een bestemmingsplan wordt voorbereid. 2 Bij het voorbereidingsbesluit wordt bepaald voor welk gebied het geldt en met ingang van welke dag het in werking treedt. 3 Om te voorkomen dat een bij het voorbereidingsbesluit aangewezen gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van de daaraan bij het plan te geven bestemming, kan artikel 3.3 overeenkomstig worden toegepast. 4 Om te voorkomen dat een bij een voorbereidingsbesluit aangewezen gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van een daaraan bij het plan te geven bestemming, kan bij het besluit tevens worden bepaald dat het verboden is het gebruik van daarbij aangewezen gronden of bouwwerken te wijzigen. Hierbij kan mede worden bepaald dat binnen de bij het voorbereidingsbesluit te geven regels bij een omgevingsvergunning van het verbod kan worden afgeweken.
Artikel 3.3. Wabo Indien de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of b, houdt het bevoegd gezag, in afwijking van artikel 3.9, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht, de beslissing aan, indien er geen grond is de vergunning te weigeren
maar voor het gebied waarin de activiteit zal worden verricht vóór de dag van ontvangst van de aanvraag: a. een voorbereidingsbesluit in werking is getreden; (…)
Paraplubestemmingsplan Parkeren Artikel 4 Afwijkingsmogelijkheid Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in Artikel 2 of Artikel 3 indien: a. . er in voldoende parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien op een andere wijze; of; b. . het ruimtelijk gezien niet wenselijk is de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte op eigen terrein te voorzien; en; c. . er voldoende openbare parkeerplaatsen binnen een acceptabele afstand aanwezig zijn; en; d. . er een parkeertelling aanwezig is die aantoont dat er voldoende parkeerplaatsen in de openbare ruimte aanwezig zijn die benut kunnen worden, of; e. . aangetoond kan worden dat volstaan kan worden met een lagere parkeernorm. Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.