Bijlage 2: Het onafhankelijke advies van het adoptiepanel ODBN
Tekst van het document
Het adoptiepanel van de ODBN geeft een onafhankelijk advies over P&C-gerelateerde voorstellen die door het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur worden aangeboden. In het adoptiepanel is vertegenwoordigd: Bernheze, Den Bosch, Meierijstad, Land van Cuijk, Provincie Noord-Brabant Vergaderdatum Algemeen Bestuur:
13-7-2022
Datum uitgebracht advies:
25-4-2022
Opmerkingen voorafgaand Het adoptiepanel gaat in op de ontwerpbegroting 2023. Adviezen zijn voorzien van een pijltje. Ontwerpbegroting 2023 Opmerkingen vooraf: - Systematiek Het bedrag dat deelnemers betalen aan de omgevingsdienst bestaat uit: - De hoeveelheidscomponent. Hoeveel koopt een opdrachtgever (gemeente/provincie) in? Dat bepaalt de opdrachtgever deels zelf, op basis van wettelijke taken, beleid en behoefte. Het VTH-uitvoeringsprogramma per opdrachtgever is hiervoor het fundament. o Een deel van de hoeveelheidscomponent bestaat uit een bijdrage aan de collectieve taken. De omvang hiervan wordt wél via de begroting bepaald. - Een prijscomponent. Hoeveel kost een ingekocht uur? • Daar gaat deze begroting over, vanuit de eigenaarsrol van gemeenten en provincie: de prijscomponent dus. Het beïnvloeden van wat deelnemers uiteindelijk betalen, wordt dus via deze twee knoppen bepaald. De prijscomponent wordt in de praktijk (in de opdrachtuitvoering) bepaald door de functionele uurtarieven. Wat valt op? - Op basis van de begroting is sprake van een gezond financieel beeld en een robuuste begroting. In 2023 begroot de ODBN een positief resultaat van € 42.000. - Het gemiddelde uurtarief 2023 stijgt met 3,2% van € 101,21 in 2022 naar € 104,45 in 2023. o Dit tarief is lager dan de in de kadernota 2023 aangekondigde € 105,33.
De verlaging komt omdat de door de ABP aangekondigde premiestijging niet doorgaat. Een belangrijke oorzaak van deze tariefstijging is dat de ODBN verwacht dat haar gemiddelde declarabiliteit per persoon zal dalen naar 1.316 in plaats van de eerder begrote 1.350. Hierdoor moeten de kosten over minder uren worden verdeeld. - De productieve uren stijgen van naar 269.000 in 2022 naar 294.444 in 2023. De ODBN ziet een trend in een grotere vraag en stelt de verwachting daarom bij. o De groei zit in hoofdzaak in de werkprogramma’s. In de aanvullende verzoektaken (die buiten de werkprogramma’s om gaan) voorziet de ODBN juist een dalende trend o.a. doordat meer taken in werkprogramma’s terechtkomen. - De combinatie van meer arbeidsvolume en een lagere productiviteit leidt tot meer benodigde formatie; die stijgt van 257 fte begroot naar 288 fte in 2023. Hiervan is 23% overheadpersoneel. - De begrote omzet stijgt naar € 31,3 miljoen in 2023 (+ 13%).
1
-
Het verwachte weerstandsvermogen in 2023 om gewogen financiële risico’s af te dekken bedraagt € 1.852.000. Dit voldoet aan de norm en komt uit op de weerstandsratio van 1,28. Dit betekent dat de reservepositie ruim voldoende is om de door de ODBN gekwantificeerde risico’s ter waarde van € 1.446.000 op te kunnen vangen.
Het gesprek in het panel sprak o.a. over het volgende: - Tariefontwikkeling. Het tarief stijgt met 3,2 % meer dan je zou verwachten op basis van de Maco Economische Verkenning; dan zou het tarief met circa 2,1% stijgen. De hogere stijging is het gevolg van de effecten van de CAO, die hogere kosten met zich meebrengt dan waarmee het CPB rekende.
De keuze om 6 bovenwettelijke verlofdagen geheel ten laste te brengen van de declarabliteitsnorm drijft het uurtarief op. In ons eerdere advies over de kadernota gaven we aan (citaat): “Het adoptiepanel vraagt om te onderbouwen welke keuze(s) hierin gemaakt zijn en het cijfermatige effect hiervan in het uurtarief. De kadernota geeft immers niet aan wat écht onvermijdelijk is en waar keuzes mogelijk zijn. Verder is ons verzoek om aan te geven voor welke periode deze dan geldt en dit te goed te blijven monitoren. Bovenliggende vraag is over welke periode deze verlaging, en in welke mate, noodzakelijk is.” Soortgelijke reacties van deelnemers op de kadernota 2023 hebben niet geleid tot een aanpassing aan die verlaagde norm. De ODBN daarvoor (blz. 75) licht toe dat zij gekeken heeft aan welke knoppen zij kan draaien, maar dat zij het onverstandig vindt om dit (deels) te verwerken in de improductiviteit, met name gezien verwachte noodzakelijke tijd voor opleidingen. De in de afgelopen jaren hogere gerealiseerde productiviteit is volgens de ODBN niet maatgevend voor de komende jaren. We begrijpen de uitleg, en constateren dat het een keuze is die voor discussie vatbaar is waarbij het bestuur een afweging heeft gemaakt. Onze reflectie en advies om aan te geven voor welke periode dan geldt en dit te blijven monitoren blijft in stand.
2
Onderdeel van de improductiviteit (naast bijv. opleidingsuren) is het ziekteverzuim; de norm bij de ODBN is reeds jaren 5,5%. Is dat nog realistisch als norm? Hoewel het daadwerkelijke ziekteverzuim iets hoger is dan de norm, blijkt uit het overleg dat de aard van het ziekteverzuim anders dan voorheen; minder langdurig zieken, meer kortfrequent verzuim. Als Corona (en de impact daarvan) achter ons ligt, zit hierin mogelijk nog potentie om de norm te verlagen. Ook dit is onderdeel van de monitoring en een uiteindelijk mogelijke herijking van de declarabiliteitsnorm. Onzekerheden Sinds de publicatie van de Macro-Economische Verkenning in september 2021 weten we dat de realiteit die ingehaald heeft. Een sterkere inflatie, de oorlog in Oekraïne zijn daarvan belangrijke voorbeelden. Dit heeft ongetwijfeld een negatief effect op de financiën; waar en in welke mate is nog lastig aan te geven. Een belangrijk punt is wel wat de CAO die vanaf 2023 in werking treedt zal omvatten. Het is denkbaar dat die kosten hoger zijn dan nu voorzien. Daarnaast zijn de onzekerheden op het gebied van de ambities en ontwikkelingen op rijksniveau (energie, stikstof, saneringsregeling) en wat dit uiteindelijk betekent voor de werkprogramma’s.
Uitgangspunt is dat wat de ODBN wél weet (zoals de overdracht van bodemtaken) deze zijn meegenomen in de conceptwerkprogramma’s, die de basis vormen voor de ontwerpbegroting 2023. Zodra duidelijk (in te schatten) wordt welke effecten er zijn, informeer deelnemers hierover en breng ze indien nodig in positie voor besluitvorming via de reguliere P&C-momenten. Opleidingskosten De ODBN heeft haar opleidingssom verhoogd van € 536.000 (begroting 2022) naar € 841.000 in 2023. Dat was aangekondigd in het AB van 10 november j.l., waarin aangekondigd werd om het opleidingsbudget met 1% op te hogen naar 3% van de omzet. Dat was onderdeel van een plan om de (eerder door het AB vastgestelde) reserve ‘HR-instrumentarium’ ter waarde van € 400.000 in te zetten voor 3 dominante pijlers van het HR-beleid: proactieve arbeidsmarktbenadering, permanente educatie en duurzame inzetbaarheid. Informeer en rapporteer over het effect van deze intensivering, en ook de mate waarin deze begrote middelen daadwerkelijk structureel nodig blijken.
Bezetting adoptie-panel Het adoptie-panel bestaat uit diverse mensen met een financiële en/of VTH-achtergrond: - Bernheze: Anthony Bouwmans (a.bouwmans@bernheze.org) - Meierijstad: John Vlemminx (jvlemminx@meierijstad.nl), William van Breugel (WvanBreugel@meierijstad.nl) - Den Bosch: Edwin Dovern (e.dovern@s-hertogenbosch.nl) - Land van Cuijk: Marja Klaver (marja.klaver@landvancuijk.nl), Anja Dreesen (anja.dreesen@cmg.nl), - Provincie Noord-Brabant: voorzitter Emiel Broere (ebroere@brabant.nl) Van de ODBN: Jasmijn Baart, Wilko Remmits, Esther Emmelkamp Vragen / opmerkingen? Neem gerust contact op met Emiel Broere.
3