Bijlage 2: Bijlagenboek Past. Smitsstraat 48
Tekst van het document
9OHHUPXL]HQ Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en watervleermuis. De voormalige herberg bevat geschikte rust- en verblijfplaatsen voor een vleermuizensoort in de vorm van kierende dakranden en andere openingen naar ruimtes onder het dak of in de spouw. Er is geen sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes, gezien het ontbreken van
aspecten als grote hoeveelheden opgaand groen, oppervlaktewater en lijnvormige landschapselementen. Toetsing Indien er werkzaamheden aan het dak of spouwmuren plaats gaan vinden, bestaat de kans dat er één of meerdere verblijfplaatsen van een vleermuissoort verloren gaan. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd. Middels een vervolgonderzoek dient duidelijk te worden of zich in de te renoveren bebouwing verblijfplaatsen van een vleermuissoort bevinden. Op basis van het vervolgonderzoek wordt bepaald of er bij uitvoering van werkzaamheden sprake is van overtreding, en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsprocedure aan de orde is alvorens er mag worden gewerkt. *URQGJHERQGHQ]RRJGLHUHQ Het plangebied vormt weinig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen incidenteel in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel.
Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten wezel, bunzing, boommarter, steenmarter, eekhoorn, das en bever
9
7RHWVLQJVRRUWHQEHVFKHUPLQJ Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 48 te Olland
voor. Gezien de binnenstedelijke ligging, de beperkte omvang en het relatief stenige habitat, betreft het hier geen essentieel habitat voor de wezel, bunzing, boommarter en steenmarter. Daarnaast wordt voor de kleine marterachtigen bij voorbaat geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht, aangezien het plangebied kleiner dan 1 hectare betreft en bij de werkzaamheden geen leefgebied in potentie doorsneden wordt (Bouwens, 2017). Er zijn tevens geen holen of nesten in de grond, in de bomen of binnen de bebouwing aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nestplaats voor deze soorten. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen. Gezien het ontbreken van geschikt leefgebied, kan de aanwezigheid van bever en das op voorhand worden uitgesloten. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde.
In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. 5HSWLHOHQ Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis en hazelworm. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt
maandag 8 maart 2021
habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten. $PILELHsQ In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde rugstreeppad, poelkikker, boomkikker, heikikker, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing. Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen. 9LVVHQ Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.
Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten. 2QJHZHUYHOGHGLHUVRRUWHQ In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, teunisbloempijlstaart, gevlekte witsnuitlibel en speerwaterjuffer. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, vermiljoenkever, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. 9DDWSODQWHQ In de directe omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten vaatplanten. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen.
Gezien het aanwezige biotoop en binnenstedelijke ligging van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten.
10
7RHWVLQJVRRUWHQEHVFKHUPLQJ Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 48 te Olland
Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.
maandag 8 maart 2021
11
&RQFOXVLH Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 48 te Olland
&RQFOXVLH
9HUYROJWUDMHFWHQDGYLHV
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen:
Werkzaamheden aan het dak of spouwmuur van de voormalige herberg, kunnen negatieve gevolgen hebben voor vleermuizen, gierzwaluw en/of huismus, wat een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming betreft. Daarom zal, indien deze werkzaamheden plaats gaan vinden, middels soortgericht vervolgonderzoek eerst inzichtelijk moeten worden of in de huidige situatie nest- of verblijfplaatsen aanwezig zijn van de betreffende soort(groep)en. Een vervolgonderzoek naar vleermuizen loopt van half mei tot en met eind september. Een vervolgonderzoek naar gierzwaluwen valt binnen de onderzoeksperiode van vleermuizen. Een onderzoek naar de huismus begint echter al eerder en loopt van april tot half mei.
Indien er werkzaamheden aan het dak of spouwmuur van de voormalige herberg plaats gaan vinden, zijn overtredingen ten aanzien van het verstoren/verwijderen van nestlocaties van huismus en gierzwaluw en verblijfplaatsen van een vleermuissoort op basis van de quickscan niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hieromtrent uitsluitsel te geven; Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
maandag 8 maart 2021
6RRUWJHULFKWRQGHU]RHN
Bij de daadwerkelijke aanwezigheid van een of meerdere huismus- en/of gierzwaluwnesten zal door het treffen van maatregelen; zoals het aanbieden van tijdelijke nestkasten, werken buiten de gevoelige periode en het geschikt maken van de nieuwe situatie, de functionaliteit van de nesten behouden moeten blijven en schade aan individuen moeten worden voorkomen. Bij de aanwezigheid van een vaste rusten verblijfplaats van een vleermuizensoort is één van de onderdelen van de noodzakelijke maatregelen het tijdig aanbieden van temporele alternatieve verblijfsmogelijkheden (bijvoorbeeld vleermuiskasten). Afhankelijk van de aanwezige verblijfsfunctie(s), dienen meerdere geschikte alternatieve verblijfsmogelijkheden te worden aangeboden die de te verstoren/verwijderen verblijfplaatsen (tijdelijk) kunnen opvangen. Daarbij geldt conform de Wet natuurbescherming voor de vervanging van verblijfplaatsen, afhankelijk van de aangetroffen verblijfsfunctie, een gewenningsperiode van minimaal 3 à 6 maanden waarin vleermuizen actief zijn, alvorens met de sloopwerkzaamheden ter plaatse van de verblijfplaats
mag worden gestart. De wintermaanden mogen hierbij dus niet worden meegerekend. Bij de aanwezigheid van een kraamverblijf dienen alternatieve kraamverblijven zelfs minimaal een volledig kraamseizoen (mei – juli) aanwezig te zijn geweest tegelijkertijd met de huidige verblijfplaats. Dit kan tot gevolg hebben dat bij het aantreffen van een verblijfplaats pas in het seizoen na het verlenen van de ontheffing voor het verstoren ervan kan worden gesloopt. Voor een initiatiefnemer is dat vaak een extra jaar tijdverlies. Indien de projectplanning van essentieel belang is, adviseert BRO om vooraf aan het vleermuizenonderzoek al alternatieve verblijfplaatsen te plaatsen, conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument van de te verwachten soorten en verblijffuncties. Hiermee kan eventuele vertraging van de planning worden beperkt. Daarnaast dient voor het verwijderen van de huidige nest- en verblijfplaats een ontheffing te worden aangevraagd bij de betreffende provincie of omgevingsdienst, in dit geval de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Een ontheffingsaanvraag dient te worden onderbouwd met een activiteitenplan waar juridische en ecologische aspecten als de specifieke maatregelen en werkzaamheden, de gunstige staat van instandhouding, het wettelijk belang, een alternatievenafweging en de planning in zijn opgenomen.
Na het verkrijgen van de ontheffing kunnen de werkzaamheden ter plaatse van de aangetroffen verblijfplaats worden uitgevoerd, mits aan alle voorwaarden uit de ontheffing wordt voldaan en de gevoelige periodes worden ontzien. De ODBN neemt normaliter binnen 13 weken een besluit over de aanvraag. Indien nodig kan dit termijn met 7 weken worden verlengd.
12
6DPHQYDWWLQJ Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 48 te Olland
6DPHQYDWWLQJ
Tabel 2
In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.
Tabel 3
Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen
*HELHGVEHVFKHUPLQJ
$IVWDQGWRWJHELHG
6SUDNHYDQDDQWDVWLQJ
9HUYROJWUDMHFW
%LM]RQGHUKHGHQRS PHUNLQJHQ
Natura 2000
Ca. 7 km
Nee
-
Geen externe verstorende factoren
Natuurnetwerk Nederland
Ca. 320 m
Nee
-
Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk
Houtopstanden
-
Nee
-
Niet van toepassing
Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen
6RRUWJURHS
3RWHQWLHHODDQZH]LJ
6SUDNHYDQRYHUWUHGLQJ
9HUYROJWUDMHFWPDDWUHJHOHQ
%LM]RQGHUKHGHQRSPHUNLQJHQ
Algemeen
Ja
Te voorkomen
Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf
Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus
Jaarrond beschermd
Ja
Mogelijk
Indien werkzaamheden aan het dak plaats gaan vinden dient vervolgonderzoek naar huismus en gierzwaluw uitgevoerd te worden
Bij aanwezigheid is voor de werkzaamheden een ontheffing nodig
Verblijfplaatsen
Ja
Mogelijk
Indien werkzaamheden aan het dak of de spouw plaats gaan vinden dient vervolgonderzoek naar gebruik van gebouw door vleermuizen uitgevoerd te worden
Bij aanwezigheid is voor de werkzaamheden een ontheffing nodig
Foerageerhabitat
Nee
Nee
-
-
Vliegroutes
Nee
Nee
-
-
Grondgebonden zoogdieren
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de egel
Reptielen
Nee
Nee
-
-
Amfibieën
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de gewone pad
Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Nee
Nee
-
-
Broedvogels
Vleermuizen
maandag 8 maart 2021
13
6DPHQYDWWLQJ Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 48 te Olland *HUDDGSOHHJGHEURQQHQ Algemene Literatuur Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.
Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)
Provinciale websites Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant Brabant.nl (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant) Dassenwerkgroepbrabant.nl (gegevens das in NoordBrabant) Kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank (grenzen beschermde gebieden)
Algemene websites Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten) Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden) Floron.nl (soortgegevens planten) Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen) Sovon.nl (soortgegevens vogels) Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden) Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten) Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen) Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)
maandag 8 maart 2021
14
6DPHQYDWWLQJ Quickscan flora en fauna Pastoor Smitsstraat 48 te Olland
+RRIGYHVWLJLQJ%R[WHO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 9HVWLJLQJ$PVWHUGDP Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 9HVWLJLQJ7HJHOHQ Industriestraat 94 5931 PK Tegelen
www.bro.nl | info@bro.nl
maandag 8 maart 2021
T +31 (0)77 373 06 01
15
%LMODJH $(5,86EHUHNHQLQJ
NL.IMRO.1948.OLL000BP0012021P-VG01
Pagina: 59 van 161
Datum:29-06-2023
Memo
memo
AERIUS-berekening Pastoor Smitsstraat 48 Olland
project AERIUS-berekening Pastoor Smitsstraat 48 Olland datum 13 januari 2023 opdrachtgever Particulier projectnummer P02762 opgesteld door TSc
Inleiding De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het projectgebied ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied.
Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ is gelegen op circa 7,3 kilometer. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het projectgebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van vijf woningen (twee twee-onder-een-kap woningen en drie rijwoningen) betreft, kan een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de aanleg- en gebruiksfase op omliggende Natura 2000-gebieden niet op voorhand worden uitgesloten.
i.a.a. JRi
7,3 km
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
Figuur 1 Ligging plangebied t.o.v. natura 2000-gebied
1
Memo AERIUS-berekening Pastoor Smitsstraat 48 Olland
AERIUS-berekening Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUSberekening uitgevoerd. Uit deze berekeningen blijkt dat bij de aanlegfase en gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. In de bijlagen zijn de door AERIUS gegenereerde rapportages voor de aanlegfase en gebruiksfase opgenomen. In het voorliggende document wordt de invoer op sommige punten kort toegelicht. Aanlegfase Het planvoornemen betreft de herontwikkeling van de percelen, kadastraal bekend als gemeente Sint-Oedenrode, sectie I, nummer 4858, en heeft een oppervlakte van circa 945 m². De locatie aan de Pastoor Smitsstraat te Olland bestaat uit bebouwing welke gebruikt wordt voor horecadoeleinden. Er worden maximaal vijf woningen gerealiseerd in het plangebied. Bij de realisatie van het plan wordt gebruik gemaakt van meerdere (mobiele) werktuigen en vinden verkeersbewegingen plaats. Dit zorgt voor een emissie van stikstof. Deze emissie is berekend.
Figuur 2: Invoergegevens bouwfase
wegen gemodelleerd, waarbij 100% van de bewegingen in
De verwachte verkeersaantrekkende werking van het plan-
twee richtingen is ingevoerd.
voornemen is berekend op basis van de CROW-publicatie 381. Het plan zorgt in totaal voor maximaal 39,8 mvt/etmaal.
(Mobiele) werktuigen Voor de inzet van (mobiele) werktuigen is uitgegaan van een gemiddeld gebruik van mobiele werktuigen bij de bouw van de vijf woningen en de aanleg van de gronden daar omheen, gebaseerd op informatie uit eerdere berekeningen. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volgende tabel en bijgevoegde AERIUS-rapportage.
Conclusie Het depositieresultaat met de ingevoerde mobiele werktuigen en het daarbij horende bouwverkeer is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. Gebruiksfase
Daarnaast zijn er 2 middelzware- en twee zware vrachtverkeersbewegingen per week meegenomen in de berekening voor de gebruiksfase. Deze bewegingen zijn over de aanliggende wegen gemodelleerd waarbij 100% van de bewegingen over twee richtingen zijn ingevoerd. Hiermee zijn dus meer verkeersbewegingen meegenomen in de berekening
In totaal wordt er maximaal 5 woningen gerealiseerd in het
dan dat feitelijk gaat plaatsvinden. Ook voor de berekening
Verkeer bouw en aanleg
plan. De woningen zullen gasloos worden opgeleverd en zor-
van de gebruiksfase is gebruik gemaakt van puntbronnen op
Ten behoeve van de bouw en aanleg vinden ook verkeersbe-
gen daarmee niet voor de uitstoot van stikstof (NOx) of am-
een locatie op een afstand van minder dan 5 kilometer van
wegingen plaats, onder andere in de vorm van vrachtwagens
moniak (NH3). De verkeersbewegingen die met de gebruiks-
stikstofgevoelige habitattypen. Voor meer informatie verwij-
en busjes. De totale verkeersgeneratie is weergegeven in de
fase samenhangen zorgen hier echter wel voor.
zen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage.
navolgende tabel. De bewegingen zijn over de aanliggende
vrijdag 13 januari 2023
2
Memo AERIUS-berekening Pastoor Smitsstraat 48 Olland
Conclusie Het depositieresultaat van de gebruiksfase met de ingevoerde verkeersgeneratie is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j.
Resultaat en conclusie Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen depositieresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.
vrijdag 13 januari 2023
3
Bijlage 1 AERIUS-berekening Aanlegfase
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
BRO Pastoor Smitsstraat 48, - Olland
Omschrijving Toelichting
Pastoor Smitsstraat 48 Realisatie van 5 woningen aan de Pastoor Smitsstraat 48 te Olland
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Rj1qqGoo6qkc 13 januari 2023, 16:13 Wnb-rekengrid
Berekening
Totale emissie
Aanlegfase 5 woningen - Beoogd
Resultaten
Aanlegfase 5 woningen - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
Rj1qqGoo6qkc (13 januari 2023)
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste depositie
Hexagon
Gebied
2023 -
2,2 kg/j
54,6 kg/j
2/8
Projectberekening
Aanlegfase 5 woningen (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 4 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen Verkeersnetwerk
Rj1qqGoo6qkc (13 januari 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
2,1 kg/j 0,2 kg/j
51,4 kg/j 3,2 kg/j
3/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. Rj1qqGoo6qkc (13 januari 2023)
4/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase 5 woningen" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
Rj1qqGoo6qkc (13 januari 2023)
-
Hoogste totale Met toename (ha Grootste toename Met afname (ha Grootste afname depositie (mol gekarteerd) (mol N/ha/jr) gekarteerd) (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
-
-
5/8
Projectberekening
Aanlegfase 5 woningen, Rekenjaar 2023
1 Wegverkeer | Weg Naam Wegverkeer aanlegfase route 1 Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m 2 Wegverkeer | Weg Naam Wegverkeer aanlegfase route 2 Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m 3 Wegverkeer | Weg Naam Wegverkeer bouwplaats Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m
Rj1qqGoo6qkc (13 januari 2023)
Links Rechts NOₓ 1,5 kg/j Type scherm - NO₂ 0,3 kg/j Hoogte - NH₃ 83,8 g/j Afstand tot de weg - -
Links Rechts NOₓ 1,6 kg/j Type scherm - NO₂ 0,3 kg/j Hoogte - NH₃ 90,3 g/j Afstand tot de weg - -
Links Rechts NOₓ 0,1 kg/j Type scherm - NO₂ 6,9 g/j Hoogte - NH₃ 1,2 g/j Afstand tot de weg - -
6/8
Projectberekening
4
Naam
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Mobiele werktuigen
NOₓ NH₃
Naam
Stageklasse
Sloopkraan
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 909 l/j ja
24 u/j 54 l/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 372 l/j ja
24 u/j 22 l/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 743 l/j ja
48 u/j 44 l/j
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja 2163 l/j
60 u/j 129 l/j
Bulldozer
Laadschop Mobiele hijskraan
BrandstofverbruikDraaiurenAdBlue verbruik
2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 1065 l/j Graafmachine Stage-IV, ja Trilplaat
Betonstorter
Verreiker
51,4 kg/j 2,1 kg/j
Stof Emissie
NOₓ 5,3 kg/j NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 2,3 kg/j
NH₃ 89,3 g/j NOₓ 4,5 kg/j NH₃ 0,2 kg/j
NOₓ 12,3 kg/j NH₃ 0,5 kg/j
56 u/j 63 l/j
NOₓ 6,4 kg/j NH₃ 0,3 kg/j
Stage-IIIA, 2006-2010, <= 56 kW, diesel, SCR: 59 l/j nee
16 u/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 1500 l/j ja
40 u/j 90 l/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 1815 l/j ja
40 u/j 108 l/j
NOₓ 1,9 kg/j NH₃ 0,0 kg/j NOₓ 8,3 kg/j NH₃ 0,4 kg/j
NOₓ 10,4 kg/j NH₃ 0,4 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rj1qqGoo6qkc (13 januari 2023)
7/8
Projectberekening
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2021.2_20221219_f040e7fca7 Database versie 2021.2_f040e7fca7 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Rj1qqGoo6qkc (13 januari 2023)
8/8
Bijlage 2 AERIUS-berekening Gebruiksfase
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
BRO Pastoor Smitsstraat 48, - Olland
Omschrijving Toelichting
Gebruik 5 woningen Pastoor Smitsstraat 48 Gebruik van 5 woningen aan de Pastoor Smitsstraat 48 te Olland
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RS1M4J4qftx2 13 januari 2023, 16:16 Wnb-rekengrid
Berekening
Totale emissie
Gebruiksfase 5 woningen - Beoogd
Resultaten
Gebruiksfase 5 woningen - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RS1M4J4qftx2 (13 januari 2023)
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste depositie
Hexagon
Gebied
2023 -
0,3 kg/j
5,5 kg/j
2/6
Projectberekening
Gebruiksfase 5 woningen (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Woningen | Gebruiksfase 5 woningen Verkeersnetwerk
RS1M4J4qftx2 (13 januari 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,3 kg/j
5,5 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RS1M4J4qftx2 (13 januari 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase 5 woningen" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RS1M4J4qftx2 (13 januari 2023)
-
Hoogste totale Met toename (ha Grootste toename Met afname (ha Grootste afname depositie (mol gekarteerd) (mol N/ha/jr) gekarteerd) (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
-
-
5/6
Projectberekening
Gebruiksfase 5 woningen, Rekenjaar 2023 1
Wonen en Werken | Woningen
Naam Gebruiksfase 5 Uittreedhoogte woningen Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
1,0 m 0,000 MW
2 Wegverkeer | Weg Naam Wegverkeer gebruiksfase route 1 Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Voertuigtype/euroklasse
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
3 Wegverkeer | Weg Naam Wegverkeer gebruiksfase route 2 Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m
Links Rechts NOₓ 2,6 kg/j Type scherm - NO₂ 0,5 kg/j Hoogte - NH₃ 0,2 kg/j Afstand tot de weg - Voertuigen
40 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/maand 8 p/maand 8 p/maand 0 p/maand
In file
10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 10,0 % 10,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 2,9 kg/j Type scherm - NO₂ 0,6 kg/j Hoogte - NH₃ 0,2 kg/j Afstand tot de weg - -
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2021.2_20221219_f040e7fca7 Database versie 2021.2_f040e7fca7 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RS1M4J4qftx2 (13 januari 2023)
6/6
%LMODJH 9HUNHQQHQGERGHPRQGHU]RHN
NL.IMRO.1948.OLL000BP0012021P-VG01
Pagina: 79 van 161
Datum:29-06-2023
Verkennend bodemonderzoek Pastoor Smitsstraat 48-48a te Olland
Verkennend bodemonderzoek Pastoor Smitsstraat 48-48a te Olland Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM20285 : Definitief (versie 1) : 3 mei 2021
Opdrachtgever
: BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel
Opgesteld door Paraaf
: BEd L. Koomen :
Gecontroleerd door Paraaf
: ing. T.K.P.G. Thijssen :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
2001 + 2002 + 2018
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2
AM20285
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................4 2.
VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................5 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5
2.2
Topografische beschrijving ........................................................................................................................................................................5
2.3
Historisch overzicht en omgeving .........................................................................................................................................................6
2.4
Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................6
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie .......................................................................................................................................................7
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................7
2.7
Asbest ................................................................................................................................................................................................................8
2.8
Bodemkwaliteitskaart regio Noordoost Brabant................................................................................................................................8
2.9
Onderzoekshypothese .................................................................................................................................................................................8
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE ................................................................................................................................................................................9 3.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................9
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740 ...............................................................................................................................................................9
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707 ............................................................................................................................................................ 10
4.
VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................................................................... 11 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 11
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 11
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 12
5.
LABORATORIUMONDERZOEK..................................................................................................................................................................... 14 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 14
5.2
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie) ........................................................................................................................................ 14
5.3
Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket .......................................................................................................................................... 15
5.4
Grondwatermonster(s) .............................................................................................................................................................................. 16
5.5
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 17
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................................................................................................... 18
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen Verklaring veldmedewerker Analyserapport grondmengmonsters asbest (fijne fractie) Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monster(s) Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonster(s)
Pagina | 3
AM20285
1. INLEIDING In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Pastoor Smitsstraat 48-48a te Olland
Gemeente
: Meierijstad
Kadastrale registratie
: Sint-Oedenrode, sectie I, nr. 4858
Oppervlakte
: circa 990 m2
Huidig gebruik van de locatie
: horecagelegenheid
Toekomstig gebruik
: wonen
Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740 en NEN 5707. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Ter plaatse is woningbouw voorzien.
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven.
Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in april 2021. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Pagina | 4
AM20285
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •
de opdrachtgever;
•
het kadaster;
•
topotijdreis.nl;
•
gemeente Meierijstad;
•
omgevingsdienst Brabant Noord;
•
het dinoloket;
•
terreininspectie.
In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie ligt aan de Pastoor Smitsstraat 48-48a te Olland. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente SintOedenrode, sectie I, nr. 4858. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 156.344/ Y = 399.092. Zie bijlage 1 voor een kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.
Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (Bron luchtfoto: PDOK Viewer)
Pagina | 5
AM20285
2.3
Historisch overzicht en omgeving
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op de kaart uit het jaar 1900 is zichtbaar dat de onderzoekslocatie al bebouwd is. Volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) dateert de bebouwing uit 1879. Op de kaart uit 1984 is voor het eerst een bijgebouw zichtbaar op de onderzoekslocatie. Tevens is op diverse kaarten goed de toename van bebouwing rondom de onderzoekslocatie waar te nemen.
1900
1955
1963
1984
1999
2013
Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (Bron kaarten: topotijdreis.nl)
2.4
Dossieronderzoek
Via de website van de omgevingsdienst Brabant Noord is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. Uit de rapportage blijkt dat er op de onderzoekslocatie niet eerder bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 4 februari 2021 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Meierijstad. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwetof milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks, gegevens over calamiteiten en eventuele asbestinventarisaties. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GenX.
Pagina | 6
AM20285
In het gemeentelijk archief waren echter geen, voor het verkennend bodemonderzoek relevante, bouw- en milieuvergunningsdossiers beschikbaar. Binnen het plangebied is de in tabel 2.1 weergegeven asbestinventarisatie uitgevoerd. Kenmerk
Bijzonderheden
Asbestinventarisatie 2011.370
Opslagloods en bijkeuken, Pastoor Smitsstraat nummer 48 Olland. Dak en wandplaat opslagloods
door: Adviesbureau
asbesthoudend. Dak bijkeuken asbesthoudend. Eindcontrole sanering uitgevoerd op: 17-10-2011
Asbestsanering en Sloopwerken
(door middel van onder meer een visuele inspectie).
b.v. d.d.: 13-05-2011 Tabel 2.1: Asbestinventarisatie uitgevoerd op onderzoekslocatie
Op de locatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Op het buurperceel (nummer 50) heeft tot in 1990 een ondergrondse Hbo tank gelegen. De tank is onklaar gemaakt door: ISOTANK, referentienummer: 90513 210.423.001. Er is een bevestiging van buitengebruikstelling, hierbij is geen verontreiniging aangetroffen. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden.
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.2. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0,0 – 3,0
Formatie van Boxtel,
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit leem, weinig fijn en midden zand en
Laagpakket van Liempde
een spoor veen en grof zand
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig
3,0 – 22,2
zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind 22,2 – 31,0
Formatie van Boxtel
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, midden en fijn zand, weinig klei, veen en grof zand
31,0 – 34,5
Formatie van Sterksel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei
Tabel 2.2: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket identificatienummer B51B0104)
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 8,9 m+NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 8,0 m+NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 8 april 2021 is een veldinspectie uitgevoerd, hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein.
Pagina | 7
AM20285
Op de onderzoekslocatie bevindt zicht een horecagelegenheid. Rondom de bebouwing is het gehele terrein verhard met klinkers of tegels. Noordelijk op de onderzoekslocatie bevindt zicht een overkapping met een berging. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of
bronnen van
verontreinigingen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door een speeltuin en de tuinen van de Schoolstraat nummer 8 en 10, aan de oostzijde door de straat ‘Het Binnenveld’, aan de zuidzijde door de Pastoor Smitsstraat, en aan de westzijde door een woning aan de Pastoor Smitsstraat 50.
2.7
Asbest
Uit het dossieronderzoek is gebleken dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden. In 2011 heeft er een asbestsanering van het golfplaten dak van bijkeuken en de wandbeplating en dak van de opslagloods plaatsgevonden.
2.8
Bodemkwaliteitskaart regio Noordoost Brabant
Uit de bodemkwaliteitskaart voor de regio Noordoost Brabant (rapport Lievense Milieu B.V., d.d. 28-02-2019) blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘Landbouw/natuur’ geldt voor zowel de bovengrond als ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘Wonen’.
2.9
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem kan niet worden uitgesloten. Derhalve is de onderzoekslocatie als “verdacht” beschouwd op het voorkomen van asbest in de bodem.
Pagina | 8
AM20285
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond) en NEN 5707 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘ONV’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'ONV' Aantal boringen
Aantal te onderzoeken (meng)monsters
oppervlakte (m²)
tot 0,5 m
èn tot 2 m
èn met peilbuis
bovengrond
ondergrond
grondwater
990
4
1
1
1
1
1
NEN-grond incl. lutos
NEN-grond incl. lutos
NEN-grondwater
Analysepakket
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 ‘ONV’ Uit elke boring worden monsters genomen in trajecten van ten hoogste 0,5 m.
Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie
Pagina | 9
AM20285
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707
Voor het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest in bodem is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De veldwerkzaamheden bestaan uit het uitvoeren van een maaiveldinspectie en het graven van inspectiegaten. In principe worden de asbestgaten willekeurig verspreid over het asbestverdachte gedeelte van de onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van een eventuele verontreiniging met asbest in de bodem zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. Indien noodzakelijk blijkt bij de uitvoering, worden aanvullende (meng)monsters genomen. Oppervlakte
990 m
2
Minimaal aantal te
Gaten in de verdachte laag
Gaten tot onderzijde
Aantal te analyseren
inspecteren punten van
tot maximaal 0,5 m in de
verdachte laag met een
(meng)monsters
het maaiveld
verdachte laag
maximum van 2 m
5
5
1
1
Tabel 3.2: Onderzoeksopzet verkennend onderzoek asbest
Pagina | 10
AM20285
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Op 8 april 2021 zijn de boringen geplaatst en asbestinspectiegaten gegraven conform protocol 2001 en 2018. Een deel van de asbestinspectiegaten en boringen zijn gecombineerd. Zie bijlage 3 voor de situering van de geplaatste asbestinspectiegaten en boringen. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de inspectie was het droog en helder weer. De asbestverdachte locatie is voor 70% bebouwd, 20% verhard en bestaat voor 10% uit braakliggend terrein. De inspectie efficiëntie van het terrein is ingeschat op 30-40%. Tijdens de inspectie zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. Verdeeld over de locatie zijn in totaal 5 asbestinspectiegaten gegraven van minimaal 0,3 x 0,3 m tot 0,5 m-mv. (inspectiegaten ABG1 t/m ABG5). In asbestinspectiegat ABG2 is met behulp van de Edelmanboor (ø 12 cm) een boring verricht tot 2,0 m-mv. Het uitkomende materiaal is voorbehandeld (gezeefd) en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. In het uitgegraven materiaal van alle asbestinspectiegaten zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen.
Op basis van de visuele waarnemingen zijn in het veld 2 mengmonsters samengesteld. De boringen voor het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging.
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). Pagina | 11
AM20285
In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring
Diepte boring (m -mv) 3,70
1
2
2,00
4
1,50
Traject (m -mv) 0,15 – 0,50
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand
Zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend
0,50 – 0,75
Zand
Sporen slakken, sporen baksteen
0,15 – 0,50
Zand
Zwak baksteenhoudend
0,50 – 0,75
Zand
Sporen baksteen
0,0 – 0,50
Zand
Sporen baksteen
0,5 – 1,00
Zand
Sporen baksteen
Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen
Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater is een boring afgewerkt met een peilbuis (zie bijlage 2). Deze is centraal op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van boorpunt 1. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuis is op 16 april 2021 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer H. van den Tillaar. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 1
Filterdiepte (m-mv.) 2,70 – 3,70
Grondwaterstand (m-mv.) 0,90
pH (-) 6,45
Ec (µS/cm) 559
Troebelheid (NTU) 166
Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden.
Pagina | 12
AM20285
In het grondwater uit de peilbuis is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter groter dan 1,0. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen.
Pagina | 13
AM20285
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie)
Van de uitgezeefde fijne fractie (<20 mm) is een mengmonster samengesteld van minimaal 10 kg. Het mengmonster is genomen door per asbestinspectie gat evenredige grepen van de gezeefde grond te nemen. In tabel 5.1 is de samenstelling van het mengmonster weergegeven. Mengmonster
Inspectiegat
Traject (m-mv.)
Visuele waarnemingen (%>20 mm)
ABM1
ABG1
0,15 - 0,5
Zwak puin- en baksteenhoudend (10%)
Asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen Nee
ABG2
0,08 – 0,5
Zwak baksteen houdend en sporen puin
Nee
Geselecteerd voor analyse
Ja
(5%) ABM2
ABG3
0,05 – 0,5
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
Nee
ABG4
0 – 0,5
Sporen baksteen (1%)
Nee
ABG5
0,05 – 0,5
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
Nee
Nee
Tabel 5.1: Schemagrond(meng)monster fijne fractie
De berekende concentratie is bepaald door sommatie van de asbestconcentratie in de grond (mg/kg d.s.) en de bijdrage van de materiaalmonsters uit het inspectiegat (mg/kg d.s. voor het geschouwd volume), gecorrigeerd voor het drooggewicht grond. Zie bijlage 6 voor de analyserapport. Monster
ABM1
Visuele waarneming
Vastgestelde hoeveelheid asbest
Bijmengingen met baksteen en puin
grove fractie [mg/kg d.s.]
fijne fractie [mg/kg d.s.]
serpentijn
amfibool
serpentijn
amfibool
n.a.
n.a.
<2
<2
Indicatieve asbestconcentratie [mg/kg d.s.kg]
<2
Tabel 5.2: Analysemonsters grondmonsters fijne fractie n.a. = niet aangetroffen/aangetoond
n.o. = niet onderzocht
In het onderzochte monster ABM1 is geen verhoogde asbestconcentratie aangetoond in de fijne fractie.
Pagina | 14
AM20285
5.3
Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Analysemonster
Deelmonsters
Analysepakket
MM1
Traject (m -mv) 0,0 – 0,50
1-1, 2-1, 4-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM2
0,50 – 1,00
1-2, 2-2, 4-2
Standaardpakket incl. lu/os
Tabel 5.3: samenstelling analysemonsters en analysepakket
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor het analyserapport. (Meng)monster MM1
Traject (m -mv) 0,0 – 0,50
Zintuiglijke waarnemingen Zwak baksteenhoudend, sporen
Verhoogde component Zink
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 183 *
Zink
148
baksteen, zwak puinhoudend MM2
0,50 – 1,00
Sporen slakken, sporen baksteen
*
Tabel 5.4: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat bovengrondmengmonster MM1 (dieptetraject 0,0 – 0,50 m-mv.) licht verhoogd is met zink. Ondergrondmengmonster MM2 (dieptetraject 0,50 – 1,00 m-mv.) is eveneens licht verhoogd met zink.