Bijlage 2 BHIC Was-wordt lijst vs5
Tekst van het document
Directie
De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde. Hij is in de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig en heeft daarin een adviserende stem. Met inachtneming van artikel 14, vijfde lid, worden alle stukken, die van het algemeen of het dagelijks bestuur uitgaan door de directeur mede ondertekend.
Rol directie
Het overige personeel wordt in dienst genomen, geschorst of ontslagen door het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur is bevoegd deze bevoegdheden aan de directeur te mandateren.
Evaluatie
1.
Het dagelijks bestuur stelt de rechtspositie- en arbeidsvoorwaardenregeling vast.
Rechtspositie personeel
2.
Het dagelijks bestuur volgt bij de vaststelling van de regelingen, bedoeld in het eerste lid, zoveel mogelijk de rechtspositieregeling van de provincie Noord-Brabant, zoals deze thans luidt en in de toekomst na wijziging zal luiden. Een regeling die afwijkt van de in het tweede lid bedoelde rechtspositieregeling, behoeft de instemming van de regionale vakbondsbestuurders.
1.
2.
Benoeming, schorsing en 29. ontslag directeur Directie
30.
1.
2. 3.
Rol directie
31.
1.
2.
Benoeming, schorsing en 32. ontslag overig personeel
Rechtspositie personeel 33.
3.
Toetreding tot de regeling
Huidige tekst
Nieuw
sub
1.
30.
Nieuwe tekst
Toelichting
De colleges en de dagelijkse besturen van de waterschappen doen het dagelijks bestuur mededeling van de bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen en plannen die voor de behartiging van de belangen, bedoeld in artikel 2, voor het Brabants Historisch Informatie Centrum van belang zijn. Deze bepaling is aangepast ivm de uittreding van de minister van OCW en de algemene besturen De colleges en de dagelijkse besturen van de waterschappen kunnen, bij de in het eerste lid van de waterschappen. bedoelde mededeling, het gevoelen vragen van het dagelijks bestuur. Ook ongevraagd kan het dagelijks bestuur zijn zienswijze daaromtrent aan de gemeenten of de waterschappen kenbaar maken.
2.
Het dagelijks bestuur beslist omtrent het aannemen, de schorsing en het ontslag van de directeur van het Brabants Historisch Informatie Centrum.
1.
Het dagelijks bestuur stelt voor de directeur een instructie vast.
2.
Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur.
Aangepast ivm de WNRA.
De directie heeft geen formele bestuursrechtelijke bevoegdheden of taken, maar werkt onder mandaat van het dagelijks bestuur. Alleen een archivaris heeft eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
31.
1.
1.
2.
2.
De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde. Hij is in de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig en heeft daarin een adviserende stem. Met inachtneming van artikel 14, vijfde lid, worden alle stukken, die van het algemeen of het dagelijks bestuur uitgaan door de directeur mede ondertekend.
De werking van de regeling wordt geëvalueerd wanneer het algemeen bestuur daartoe besluit. Het oorspronkelijke artikel. is vervallen ivm de WNRA. Personeel heeft een arbeidsovereenkomst. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan het algemeen bestuur voorleggen. Het nieuwe artikel vloeit voort uit de WGR-wijziging van 2022. Uitgangspunt is dat er geen evaluaties plaatsvinden waar niemand op zit te wachten. Daarom ligt de verantwoordelijkheid te beslissen tot een evaluatie bij het algemeen bestuur.
32.
Dit artikel is vervallen i.v.m. de WNRA. Er geldt nu een CAO als het goed is.
Toetreding tot de regeling kan geschieden bij een daartoe strekkende besluiten van de minister, de colleges en de algemene en dagelijkse besturen van de waterschappen, na verkregen toestemming van de raden van de gemeenten, alsmede de toe te treden bestuursorganen of rechtspersonen.
Toetreding tot de regeling
1.
Uittreding uit de regeling kan geschieden door toezending van een daartoe strekkende besluiten van de minister, de colleges en de algemene en dagelijkse besturen van de waterschappen. De colleges overleggen daarbij ook het besluit tot toestemming van de raden van de gemeenten.
Uittreden uit de regeling 34.
2.
3.
34.
Uittreden uit de regeling 35.
sub
Toetreding tot de regeling kan geschieden bij daartoe strekkende besluiten van de colleges en de dagelijkse besturen van de waterschappen, alsmede de toe te treden bestuursorganen of rechtspersonen, onverminderd het bepaalde in artikel 61 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
33.
1.
Uittreding uit de regeling geschiedt door toezending van het daartoe strekkende besluit van het college van de uittredende gemeente onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van het uittredende waterschap. Het college onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van het waterschap overlegt daarbij ook het besluit tot toestemming van de raad van de gemeente onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap.
Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding. De uittreding gaat in op de eerste dag van het jaar volgend op dat waarin door de zorg van het dagelijks bestuur de bekendmaking van de uittreding in de Nederlandse Staatscourant is geschied.
2.
De kosten van uittreding komen voor rekening van het uittredend college van burgemeester van wethouders van een gemeente, het uittredend algemeen of dagelijks bestuur van een waterschap of, in geval van uittreding van de minister, voor rekening van de minister.
3.
Een college onderscheidenlijk het dagelijkse bestuur van het waterschap zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van één jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de colleges en de dagelijkse besturen van de waterschappen unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen. Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan.
4.
Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uitredingsplan vast. De daarin voor de uittredende gemeente onderscheidenlijk het uittredende waterschap omschreven financiële verplichtingen zijn bindend.
5.
Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende gemeente onderscheidenlijk het uittredende waterschap gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittreder omschreven financiële verplichtingen aan het openbaar lichaam te voldoen.
Pagina 7 van 8
Deze bepaling is aangepast aan de uittreding van de minister van OCW en de algemene besturen van de waterschappen. Daarnaast zijn enkele verbeteringen doorgevoerd om beter aan te sluiten bij de nieuwe procedures in de Wgr.
Aangepast ivm WGR-wijziging 2022 overeenkomstig voorstel BoelsZanders voor alle RHC's en ivm uittreden algemene besturen waterschappen.
BHIC Was-wordt lijst Huidig info
Wijziging regeling
artikel lid
36.
1.
2.
Opheffing regeling
Inwerkingtreding
1.
2.
Titel
39.
Huidige tekst
Deze regeling kan worden gewijzigd bij gezamenlijk besluit van de minister, de algemene en dagelijkse besturen van de waterschappen en van de colleges.
Nieuw
info
artikel lid
Procedure uittreding
35.
Wijziging regeling
sub
Nieuwe tekst
Toelichting
1.
Het in artikel 34, derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg Aangepast ivm wijziging WGR-2022, overeenkomstig advies BoelsZanders aan alle RHC's. zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende gemeente onderscheidenlijk het uittredende waterschap.
2.
De uittreedsom wordt als volgt bepaald: de uittredende gemeente onderscheidenlijk het uittredende waterschap betaalt over het eerste kalenderjaar na de uittreding 100% van de jaarlijkse bijdrage, over het tweede jaar 80%, over het derde jaar 60%, over het vierde jaar 40% en over het vijfde jaar 20% van de jaarlijkse bijdrage.
3.
Voor wat betreft de juridische, personele en organisatorische consequenties geldt dat het algemeen bestuur met de uittredende gemeente onderscheidenlijk het uittredende waterschap de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten onderzoekt. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de gemeente onderscheidenlijk het waterschap.
4.
De colleges en de dagelijkse besturen van de waterschappen kunnen unaniem besluiten af te wijken van hetgeen in dit artikel is bepaald. Artikel 61, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn van overeenkomstige toepassing op het besluit tot afwijking.
Deze regeling kan worden gewijzigd bij eensluidend besluit van de dagelijkse besturen van de waterschappen en van de colleges, onverminderd het bepaalde in artikel 61 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
36.
Deze afwijkingsmogelijkheid is opgenomen zodat in de toekomst ook andere afspraken kunnen worden gemaakt, bijv. na een herindeling. Voor het Rijk en de algemene besturen van de waterschappen wordt thans immers ook niet de normale uittredingsregeling gevolgd. Omdat wel wordt afgeweken van de afspraken in de GR is opgenomen dat de raden en algemene besturen zienswijzen mogen geven. Het raakt hen immers ook.
Men moet dezelfde besluiten nemen, maar doet dat afzonderlijk, niet gezamenlijk.
De colleges hebben voor het besluit tot wijziging van de regeling de toestemming van de raden van hun gemeenten nodig.
Deze regeling kan worden opgeheven bij besluit van de minister, de algemene en dagelijkse besturen van de waterschappen en de colleges. Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan op dat voorziet in de verplichting van de minister en van de waterschappen en de gemeenten om alle rechten en plichten van het openbaar lichaam over de minister, de waterschappen en de gemeenten te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.
37.
38.
sub
Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de kalendermaand, volgend op de bekendmaking in de Staatscourant door de minister.
Opheffing regeling
Inwerkingtreding
37.
38.
1.
Deze regeling kan worden opgeheven bij gezamenlijk besluit van alle colleges en dagelijkse besturen van de waterschappen minus één. Het besluit van een college van een gemeente onderscheidenlijk een dagelijks bestuur van een waterschap tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de gemeenten onderscheidenlijk de algemene besturen van de waterschappen gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van het waterschap te brengen.
2.
Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan op dat voorziet in de verplichting van de gemeenten en waterschappen om alle rechten en plichten van het openbaar lichaam over de gemeenten en de waterschappen te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.
3.
Bij opheffing van deze gemeenschappelijke regeling worden de daarvoor in aanmerking komende documenten overgebracht naar de decentrale archiefdienst. Documenten die niet voor overbrenging in aanmerking komen, worden door het dagelijks bestuur overgedragen aan het in tweede lid van dit artikel aangewezen college. Van deze overdracht wordt een verklaring opgemaakt.
4.
Bij opheffing van deze gemeenschappelijke regeling worden de daarvoor in aanmerking komende documenten overgebracht naar de decentrale archiefdienst van de gemeente Boekel, behoudens de documenten die berusten in de archiefdienst van het Rijk, bedoeld in artikel 2, eerste lid. Documenten die niet voor overbrenging in aanmerking komen, worden door het dagelijks bestuur overgedragen aan het college van de gemeente Boekel. Van deze overdracht wordt een verklaring opgemaakt. De colleges en de dagelijkse besturen van de waterschappen kunnen unaniem besluiten af te wijken van hetgeen in dit lid is bepaald.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de kalendermaand, volgend op de bekendmaking, overeenkomstig artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het college van de gemeente Boekel wordt aangewezen als college dat de bekendmaking regelt.
De colleges zenden de regeling aan gedeputeerde staten van de provincie.
Deze regeling kan worden aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling Brabants Historisch Informatie Centrum.
Titel
39.
Pagina 8 van 8
Deze regeling kan worden aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling Brabants Historisch Informatie Centrum.
Deze bepaling is aangepast ivm de uittreding van de minister van OCW en de algemene besturen van de waterschappen
Opgenomen ivm Archiefwet 2021 (Zie ook voorstel BoelsZanders voor alle RHC's). Hoofdregel is rijksarchief gaat terug naar de minister (en wrs dus naar Nationaal Archief), overige archieven gaan terug naar de gemeenten/waterschappen en het BHIC-archief naar Boekel (als gemeente die ook de bekendmaking doet), tenzij men unaniem iets anders regelt.
Deze bepaling is aangepast aan de Wet elektronische publicaties. Normaal gesproken doet het college van de plaats van vestiging dit, maar Den Bosch is geen deelnemer. Dus een ander moet dit doen. Aangepast overeenkomstig beslissing algemeen bestuur, na consultatie portefeuillehoudersoverleg