Bijlage 2.3 - Selectieadvies BO
Tekst van het document
Gemeente Meierijstad Selectieadvies BO, 2-9-2024
Selectieadvies archeologische monumentenzorg Gemeente Meierijstad Philippusstraat 25 te Sint-Oedenrode Inventariserend Veldonderzoek door middel van Boringen Lycens rapport 379 (versie 01-08-2024)
Opsteller
Naam
Afdeling/bedrijf
Datum
Johan Verspay
senior KNA archeoloog, gemeente ’s-Hertogenbosch afdeling SO / Erfgoed
2-9-2024
Controle Karlijn Kersten gemeente Meierijstad
medewerker Erfgoed gemeente Meierijstad
Paraaf
Selectieadvies AMZ – Philippusstraat 25 te Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad – Booronderzoek – Lycens
Inleiding In opdracht van Woonmeij heeft Lycens een verkennend booronderzoek uitgevoerd op het plangebied aan de Philippusstraat 25 in Sint-Oedenrode. Dit onderzoek is verricht vanwege de geplande herontwikkeling van de huurwoningen aan de Philippusstraat, het voormalige KPN-gebouw op nummer 25, en vier bestaande woningen aan de Coeveringslaan (nrs. 41-47). In het gebied worden drie appartementsblokken gerealiseerd. 1
Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Meierijstad ligt het plangebied grotendeels binnen twee beleidszones: categorie 4 en categorie 6. In categorie 4 is er een verwachting van archeologische resten uit de tijd van jagers en verzamelaars, vroege en late landbouwers, en staatssamenlevingen. Hier is archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen groter dan 250 m² en dieper dan 30 cm. Categorie 6 betreft watergerelateerde resten, zoals beekafzettingen en veen, met een drempel van 500 m² en 30 cm diepte. Alleen de uiterste zuidoostelijke hoek valt buiten deze voorwaarden. Omdat de herontwikkeling de vrijstellingsgrenzen overschrijdt, is archeologisch onderzoek verplicht. Eerder bureauonderzoek wees uit dat er een middelhoge tot hoge verwachting bestaat op archeologische vondsten in het plangebied, variërend van het laat-paleolithicum tot de nieuwe tijd. Dit vormde de aanleiding voor het aanvullende booronderzoek. De gemeente Meierijstad houdt als bevoegde overheid toezicht op het archeologisch erfgoed en het beheer van het bodemarchief. Het archeologisch bureauonderzoek en het selectieadvies zijn voorgelegd aan de afdeling SO/Erfgoed van de gemeente 's-Hertogenbosch. 2 Archeologisch Verkennend Booronderzoek Onderzoeksbureau Lycens deed verslag van het booronderzoek in het rapport: De Roller, G.J. & Y.R.
Csonka, 2024: Inventariserend veldonderzoek (IVO-O) Sint Oedenrode, Philippusstraat 25, Gemeente Meierijstad (NB) Zwolle (Lycens Rapport 379).
Dit onderzoek komt voort uit het de eerder uitgevoerde bureaustudie: Csonka, Y.R. 2024: Bureauonderzoek (BO), Sint-Oedenrode, Philippusstraat 25, Gemeente Meierijstad (NB), Zwolle (Lycens Rapport 325).
Doelstelling
Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van de specifieke archeologische verwachtingen. Op basis van de verzamelde informatie wordt het verwachtingsmodel voor het plangebied aangescherpt, zodat er een goed onderbouwd advies kan worden gegeven voor het verdere verloop van de plannen. Methode en werkwijze Tijdens het verkennende booronderzoek is aanvullende informatie verzameld over de geomorfologische, geologische en bodemkundige kenmerken. Hierbij is beoordeeld in hoeverre de bodemopbouw nog intact is. Op basis van deze informatie kan een inschatting worden gemaakt van de gaafheid van een mogelijke archeologische vindplaats. Binnen het plangebied zijn 13 boringen uitgevoerd, verspreid buiten de bestaande bebouwing. De eerste meter werd geboord met een Edelmanboor (∅ 7 cm). Bij het aantreffen van slappe zand- of leemlagen werd verder geboord met een gutsboor (∅ 3 cm). Vanaf een diepte van 1,5 tot 2 meter kon er vanwege de aanwezigheid van grondwater niet langer in het zand worden geboord De meeste boringen konden op de geplande locaties worden uitgevoerd. Boring 4 is echter verplaatst omdat er op de oorspronkelijke locatie in de tuin op een diepte van circa 0,3 meter onder het maaiveld puin werd aangetroffen. Alle boringen zijn beschreven conform NEN 5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB 5.2).
Gemeente Meierijstad, versie 2 september 2024
2 van 4
Selectieadvies AMZ – Philippusstraat 25 te Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad – Booronderzoek – Lycens
Bevindingen Op basis van het eerder uitgevoerde bureauonderzoek geldt binnen het plangebied een hoge verwachting bestaat op de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode van het laatpaleolithicum tot en met het vroeg-neolithicum. Voor de periode van het midden-neolithicum tot en met de middeleeuwen geldt een middelhoge verwachting, evenals voor de periode van de Nieuwe Tijd. Archeologische resten worden verwacht in de top van het pleistocene niveau, dat bestaat uit beekafzettingen of dekzand, of in de daarop gelegen holocene beekafzettingen of veen. Uit het booronderzoek blijkt dat de bodem bestaat uit dekzand dan wel beekafzettingen, met daarop een eerddek of recent opgebrachte grond. De verstoringsdiepte varieert van 0,25 tot 1,3 onder maaiveld. De natuurlijke afzettingen bevinden zich op een diepte van 0,8 tot 1,5 m -mv. In de natuurlijke afzettingen is geen podzolbodem of afgedekt vegetatieniveau waargenomen. Er is ook geen veenlaag aangetroffen. Vermoedelijk waren landschappelijke omstandigheden in het verleden te nat voor de vorming van een podzol. Een andere mogelijkheid is dat de podzolbodem door ploegwerkzaamheden is opgenomen in het eerddek. De eerdlaag is ontstaan door agrarische ontginningen van het beekdal, waarbij bemesting is toegepast.
Het betreft de oude, historische bovengrond of bouwvoor, die vermoedelijk is ontstaan in de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. In een deel van de boringen is een vergraven toplaag aangetroffen die direct op de C-horizont van het dekzand of de beekafzettingen ligt. Hier is het eerddek vermoedelijk volledig vergraven. Op locaties waar het eerddek nog intact is, is de bodemverstoring relatief beperkt, waardoor er een kans bestaat op het aantreffen van archeologische sporen in de top van de beekafzettingen of het dekzand. Deze sporen zouden kunnen wijzen op het gebruik van het beekdal in de periode van de bronstijd tot en met de nieuwe tijd. In de eerdlaag zelf zijn in principe alleen losse vondsten uit de middeleeuwen tot de nieuwe tijd te verwachten. Gezien de afwezigheid van een podzol of oude bodem in de top van het dekzand en de beekafzettingen, is de kans op het aantreffen van vondstlagen en vuursteenspreidingen in de top van de natuurlijke afzettingen klein. Daarom kan de archeologische verwachting voor de periode van het laat-paleolithicum tot en met het neolithicum worden bijgesteld naar laag.
Advies Lycens Uit het booronderzoek dat de bodem in aanzienlijke delen van het plangebied voldoende intact is dat eventuele archeologische resten nog bewaard zullen zijn gebleven. Lycens adviseert bodemingrepen in deze zone met een (middel)hoge archeologische verwachting zoveel mogelijk te beperken en de verstoringsdiepte te beperken tot hooguit 0,9 m onder maaiveld. Indien dit niet mogelijk is, moet aanvullend archeologisch onderzoek worden uitgevoerd, zoals een proefsleuvenonderzoek of archeologische begeleiding tijdens de bouwwerkzaamheden. Uitgaande van de bekende diepte van strokenfundering van de naooorlogse woningen (58-71 cm -mv ter plaatse van funderingsstroken en tot 163 cm -mv ter plaatse van de kleine kelders) is het niet nodig de sloop van deze panden archeologisch te begeleiden wanneer daar geen andere bodemingrepen bij plaatsvinden. In andere delen van het terrein kunnen watergerelateerde vondsten aanwezig zijn die moeilijk op te sporen zijn via vooronderzoek. De uitvoerder dient hier alert op te zijn 3 Beoordeling Verkennende booronderzoek namens / door de Gemeente Meierijstad Het onderzoek is naar volle tevredenheid uitgevoerd en het verslag is zorgvuldig opgesteld en biedt voldoende informatie om tot een selectiebesluit te komen.
Gemeente Meierijstad, versie 2 september 2024
3 van 4
Selectieadvies AMZ – Philippusstraat 25 te Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad – Booronderzoek – Lycens
3.1 Selectieadvies Gemeente Meierijstad De gemeente Meierijstad keurt het onderzoeksrapport goed en gaat mee in het advies van Lycens om een archeologisch proefsleuvenonderzoek te verlangen in het intacte deel van het plangebied (de rood gemarkeerde zone) wanneer voorgenomen bodemingrepen dieper reiken dan 0,9m onder maaiveld. In het gebied daarbuiten (groene) zone wordt geen vervolgonderzoek vereist. Wel dient de initiatiefnemer er rekeneng mee te houden dat het, ondanks de uitkomsten van het booronderzoek, altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2024 moet in dat geval hier zo spoedig mogelijk melding worden gemaakt bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de gemeente Meierijstad.
Gemeente Meierijstad, versie 2 september 2024
4 van 4