Bijlage 2.2. Quickscan Flora en Fauna
Tekst van het document
QUICK SCAN FLORA EN FAUNA
Groothees 7, Erp
Datum
: 5 oktober 2023
Rapportnummer
: 223-EGr7-nw-v1
Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519
Project
: Quick scan flora en fauna in de omgeving Groothees 7 te Erp
Opdrachtgever
: Arvalis
Datum rapport
: 5 oktober 2023
Van toepassing zijnde certificaat Van toepassing zijnde protocollen Nummer certificaat
: NEN-EN-ISO 9001, 2015 : -: EC-KWA-00044
Projectleider Collegiale toets
: Dhr. Ir. W.A. van Aerle : Dhr. A.H.M. Janssen
Voor akkoord: W.A. van Aerle
Voor akkoord: A.H.M. Janssen
Groothees 7, Erp
M&A Omgeving BV
Inhoudsopgave Hfdst.
Titel
Blz.
1.
Inleiding
1
2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Inventarisatie flora en fauna Algemeen Beschrijving literatuuronderzoek Natuurnetwerk Nederland Vleermuissoorten Informatie door de KNNV Beschermde natuurgebieden
2 2 3 4 5 6 6
3.
Veldonderzoek door M&A
7
4.
Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling
9
5.
Conclusie
12
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
: Situatietekening en luchtfoto : Foto’s onderzoekslocatie en omgeving : Natuurgegevens provincie Noord Brabant
Groothees 7, Erp
M&A Omgeving BV
1. Inleiding Op 5 augustus 2023 is door Arvalis aan M&A Omgeving BV opdracht verleend tot het uitvoeren van een quick scan flora en fauna voor de sloop van een gedeelte van een kas en de hierop volgende nieuwbouw van twee extra woningen op het perceel aan de Groothees 7 in Erp. De uitvoering van de quick scan is een eerste stap om te vermijden dat soorten verstoord of vernietigd kunnen worden bij de uitvoering van nieuwe ontwikkelingen. Met een bureauonderzoek en veldwerkonderzoeken wordt vastgesteld of er bij de plannen sprake kan zijn op overtreding van de Wet natuurbescherming, of dat deze met eenvoudige maatregelen zijn te voorkomen. In verband met de sloop en nieuwbouw op de locatie dient te worden aangetoond dat er geen negatieve consequenties gelden voor de natuurwaarden in het gebied. De onderzoekslocatie is gesitueerd in het buitengebied ten oosten van de bebouwde kom van Erp (gemeente Meierijstad). Dit natuurwaardenonderzoek beschrijft of het voornemen van de sloop en nieuwbouw consequenties kunnen hebben voor de in het gebied aanwezige beschermde flora en fauna en met name voor jaarrond beschermde soorten. De luchtfoto en situatietekening van de locatie is weergegeven in bijlage 1.
1
Groothees 7, Erp
M&A Omgeving BV
2. Inventarisatie flora en fauna 2.1 Algemeen In dit onderzoek zijn de huidige natuurwaarden onderzocht middels actuele literatuurgegevens. Hiervoor kan op een drietal manieren informatie worden verkregen: 1. Literatuuronderzoek door gegevens op te vragen bij het Natuurhistorisch Genootschappen, de provincie, SOVON, Vlinderstichting, RAVON, FLORON, VZZ en EIS. 2. Literatuuronderzoek middels het nemen van contact met plaatselijke natuur- en milieu instanties als IVN-afdelingen, vogelwachten, kringen van het Natuurhistorisch Genootschap etc. 3. Aanvullende hierop, het uitvoeren van een veldonderzoek. In onderhavige situatie zijn in eerste instantie stappen 1 en 3 uitgevoerd. Het opnemen met plaatselijke natuurverenigingen was ons inziens in dit geval niet noodzakelijk, daar de inventarisatie voldoende duidelijke gegevens opleverde. Algemeen doel van het onderzoek is een beeld te krijgen van de aanwezige flora en fauna. Daarbij is de nadruk gelegd op beschermde, bedreigde en schaarse soorten en soorten die specifieke milieuomstandigheden indiceren.
2
Groothees 7, Erp
M&A Omgeving BV
2.2 Literatuuronderzoek Bij het literatuuronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd; 1. Het Natuurloket (SOVON, De Vlinderstichting, RAVON, EIS Nederland, FLORON, VZZ, BLWG, NMV) 2. Ministerie EZ; Vogel- en Habitatrichtlijngebieden 3. Natuurnetwerk Nederland (natuurbeheerplan Provincie Noord Brabant) 4. Wet natuurbescherming (van kracht per 1-1-2017) Vervolgens is gekeken naar de status van de waarnemingen binnen de Wet natuurbescherming (Wnb), Commissie van Bern en de Nederlandse Rode Lijst. Voor deze en een aantal extra soorten geldt het “Nee, tenzij” principe als deze soorten in het plangebied voorkomen en bij ingrepen die het leefgebied aantasten. Indien beschermde vogel- en/of zoogdiersoorten voorkomen, gelden binnen de Wet natuurbescherming bij de aanleg van een nieuwe functie in een gebied de voorwaarden van hoofdstuk 3. Hierin wordt voor soorten volgens de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn het verbod om dieren te doden en verwonden, te verontrusten en de nesten, holen of andere voortplantings- of vaste verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren, te beschadigen of weg te nemen. Dit betekent voor permanente nest- en/of verblijfplaatsen van beschermde soorten dat altijd een ontheffing van de Wnb aangevraagd dient te worden bij Gedeputeerde Staten. Binnen het broedseizoen wordt geen ontheffing verleend voor de verstoring hiervan.
Voor beschermde soorten die alleen in het broedseizoen op de locatie nestelen en/of verblijven, betekent dit dat geen bouw- en sloopwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd in deze periode. Over het algemeen betreft deze periode het voorjaar en begin van de zomer, globaal van 15 maart tot 15 juli. Indien binnen deze periode bouw- en / of sloopwerkzaamheden worden verricht, dan moet een ontheffing in het kader van de Wnb bij Gedeputeerde Staten worden aangevraagd. Conclusie Op basis van het literatuuronderzoek is vastgesteld dat in de omgeving van de onderzoekslocatie allerlei soorten broedvogels, weidevogels, vleermuizen en andere zoogdieren kunnen worden aangetroffen. 3
Groothees 7, Erp
M&A Omgeving BV
2.3 Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (voorheen ecologische hoofdstructuur) is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Planten en dieren kunnen zich zo van het ene naar het andere gebied verplaatsen. Op plekken waar gaten in het netwerk zitten, legt de provincie nieuwe natuur aan. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn geen Natura 2000 gebieden aanwezig. De locatie is niet gesitueerd op een perceel dat aangewezen is in het Natuurnetwerk Noord Brabant. Op 600 meter ten zuiden is een ecologische verbindingszone gesitueerd. De sloop van het gebouw en de latere nieuwbouw op de locatie hebben geen effect op de natuurwaarden.
4
Groothees 7, Erp
M&A Omgeving BV
2.4 Vleermuissoorten De meest voorkomende soorten in Nederland volgens de ‘Verspreidingsatlas vleermuizen’, maar ook in het betreffende gebied, zijn de Bruine Grootoorvleermuis, de Gewone Dwergvleermuis en de Ruige Dwergvleermuis. Verder komen in de regio de Laatvlieger, Rosse Vleermuis en Baardvleermuis veelvuldig voor in de bebouwde omgeving.
Gewone Dwergvleermuis
Bruine Grootoorvleermuis
De vleermuissoorten hebben een divers leefgebied (bossen, begroeide landschappen, nabij open water etc.). Vleermuizen hebben hun habitat (winter-, kraam-, zomer- en paar-verblijfplaatsen) vaak in bebouwing, bomen of opgaande gewassen. Foerageergebieden en vlieg-/migratieroutes zijn afhankelijk van landschappelijke kenmerken zoals water, lijnvormige landschapselementen (kust, dijken, duinen, rivierdalen en waterpartijen) en kleinschalige groenelementen (parken, kleine bossen). Mogelijke verblijfplaatsen van de zoogdieren zijn gebouwen, bomen, grotten, groeves, kelders, bruggen, tunnels of andere objecten met ruimte.
5
Groothees 7, Erp
M&A Omgeving BV
2.5 Informatie door het KNNV Bij het KNNV te Zeist, Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, een vereniging voor veldbiologie, is navraag gedaan over informatie met betrekking tot natuurdata over de locatie Groothees 7 in Erp. Uit dit telefonisch contact is duidelijk geworden dat de vereniging van de omgeving geen nadere natuurinformatie heeft.
2.6 Resultaten literatuuronderzoek 2.6.1 Vogel- en Habitatrichtlijngebieden Via het ministerie van EZ zijn de Vogel- en Habitatrichtlijnkaarten beschouwd en hieruit kan worden geconcludeerd dat er geen Natura 2000 gebieden in de omgeving aanwezig zijn. De ontwikkelingen op het perceel hebben gezien de afstand tot de gebieden geen significante invloed op beschermde natuurgebieden. De aanwezige natuurwaarde van het perceel en de omgeving blijven ook in de nieuwe situatie ongestoord aanwezig.
6
Groothees 7, Erp
M&A Omgeving BV
3. Veldonderzoek door M&A Op 11 september 2023 zijn veldonderzoeken uitgevoerd op de onderzoekslocatie, door W.A. van Aerle. De heer van Aerle heeft deskundigheid op het gebied van flora en fauna en in het bijzonder in inheemse zoogdieren en broedvogels. De buitentemperatuur bedroeg op 11 september ongeveer 17 °C (van 7.00 tot 9.00 uur), luchtvochtigheid 60% en 2/8 bewolkingsgraad.. Er was geen neerslag. Broedvogelsoorten Tijdens de veldbezoeken is gekeken naar flora en fauna. Daarbij is op de locatie van de te slopen bebouwing, zijnde een kas met bewerkingsruimte) rastermatig het gebied verkend. De milieuhinder (geluid, geur, luchtkwaliteit, licht etc.), door de sloop van de bebouwing, zal reeds op een afstand van 100 meter minimaal zijn. Eventuele natuurwaarden op grotere afstand zullen geen enkele invloed meer ondervinden van de werkzaamheden. De loods van de tuinbouwlocatie is ter plaatse van de aansluitingen van muren en dak volledig afgetimmerd. Ook de woning is hermetisch gesloten voor fauna. Tijdens het veldonderzoek in september 2023 zijn een aantal inheemse soorten (Spreeuwen, Merel, Vinken, Koolmezen) waargenomen. Tijdens het veldonderzoek in de dagperiode zijn geen (verlaten) verblijfplaatsen / nesten van jaarrond beschermde soorten zoals bijvoorbeeld Huismussen of Gierzwaluwen waargenomen.
Gierzwaluwen zijn op de locatie niet waarschijnlijk, omdat de mogelijke uitvlieghoogten beperkt zijn van het gebouw. De woning is onderzocht op eventuele nesten / verblijfplaatsen van vogels, vleermuizen en uilen. Hierbij is niets aangetroffen. Er zijn geen openingen in de wanden, waar dieren kunnen verblijven. Bij de inventarisatie is ook speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten, zoals uitwerpselen en achtergelaten nestmateriaal. In de gebouwen is met name gelet op de aanwezigheid of kenmerken van voormalige aanwezigheid van uilen, vleermuizen of broedvogels.
7
Groothees 7, Erp
M&A Omgeving BV
Vleermuizen Bij het veldbezoek is met name speciaal gelet op de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor vleermuizen. Deze zijn echter niet aangetroffen in het te slopen gebouw. Op de onderzoekslocatie zijn geen juiste bomen aanwezig, waar de boombewonende vleermuizen een verblijfplaats kunnen hebben. Bij de veldbezoeken op 11 september 2023 in de avondperiode (van 20.00 uur tot ongeveer 22.30 uur) is gebruik gemaakt van een vleermuisdetector van het type Baton en een laptop met BatScan-software voor het herkennen van vleermuisspectra. Met de detector zijn ter plaatse van het onderzoeksperceel en de omgeving geen waarnemingen van vleermuissoorten gedaan. Het onderzoek naar vleermuizen is niet volgens het Vleermuisprotocol, maar is enkel bedoeld ter onderbouwing van het niet aantreffen van geschikte verblijfplaatsen in de bebouwing. Het gebruik van de detector is dus indicatief van aard. Andere hulpmiddelen, zoals een mistnetonderzoek of boomcamera zijn niet toegepast, omdat met de veldbezoeken reeds voldoende informatie is verkregen m.b.t. de aanwezigheid van vleermuizen. Overige soorten Voor de overige soorten is met name gelet op marterachtigen, zoals de steenmarter, bunzing en hermelijn. Er zijn geen sluip-, vraat- of keutelsporen aangetroffen van deze soorten. De kans dat deze zullen worden aangetroffen zijn als klein te beschouwen.
De bebouwing leent zich namelijk niet als verblijfplaats voor deze soorten, vanwege het feit dat het gebouw nagenoeg hermetisch is afgesloten. Op weilanden rondom de onderzoekslocatie is het mogelijk dat de Das deze als foeragegebied gebruikt. Er zijn op de onderzoekslocatie geen sporen van de Das of marterachtigen aangetroffen.
8
Groothees 7, Erp
M&A Omgeving BV
4. Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling De fysieke ontwikkeling ter plaatse betreft de sloop van een gedeelte van de kas met bewerkingsruimte en de nieuwbouw van twee extra woningen op het perceel. Het aantal verkeersontwikkelingen zal door de werkzaamheden toenemen. De emissie van geluid, geur of stof zal door de nieuwe ontwikkeling ruimschoots binnen de te stellen normering blijven. Per natuursoort zal worden aangegeven wat de invloed van de ontwikkeling is op de mogelijk voorkomende natuursoorten zal zijn. Flora Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten planten aangetroffen. Er is dus geen invloed van de ontwikkeling hierop. Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied geschikt is als onderdeel van het foerageergebied. Er zijn tijdens het veldonderzoek een aantal inheemse soorten waargenomen. Er zijn in de te slopen bebouwing geen broed- / verblijfplaatsen aanwezig. De bebouwing is grotendeels hermetisch afgesloten. Omdat bij de inventarisatie geen beschermde soorten zijn waargenomen, is het niet waarschijnlijk dat verstoring optreedt bij de werkzaamheden. In de nieuwe situatie blijven de foerageermogelijkheden aanwezig, zodat er netto geen wijzigingen in het gebied optreden voor broedvogelsoorten.
Ook in de omgeving blijven ruimschoots voldoende mogelijkheden over, zodat de invloed op de vogels buiten het broedseizoen te verwaarlozen is.
9
Groothees 7, Erp
M&A Omgeving BV
Zoogdieren Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied mogelijk geschikt is voor grondgebonden zoogdieren. Tijdens het veldbezoek zijn echter geen sporen aangetroffen van beschermde zoogdieren. Rondom het plangebied zijn geen sporen of mogelijk verblijfplaatsen aangetroffen van vleermuizen. De te slopen bebouwing is hierop degelijk onderzocht. De bebouwing is nagenoeg hermetisch afgesloten voor vleermuizen. Het is wel mogelijk dat het gebied wordt gebruikt als foerageergebied. De werkzaamheden tijdens de sloop zullen dus geen verstoring betekenen van eventueel vleermuizen. Ook hiervoor geldt dat er voldoende mogelijkheden in de directe omgeving resteren, zodat de invloed van de ontwikkeling op genoemde soorten als klein beschouwd kan worden. Op de weilanden rondom het perceel zijn geen sporen van de Das en kleine marterachtigen aangetroffen. Deze gebruiken het gebied mogelijk als foeragegebied, maar op de onderzoekslocatie zelf zijn geen sporen aangetroffen. Reptielen en amfibieën Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat de omgeving van het onderzoeksgebied niet geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel reptielen als amfibieën. De voorwaarde hiervoor is de aanwezigheid van water in de onmiddellijke nabijheid en dat is hier niet het geval.
Voor reptielen die op droge gronden habiteren is het perceel minder geschikt, vanwege de schaarste in lage begroeiing. In de omgeving zijn er ruimschoots habitats mogelijk voor deze soorten. Vlinders en libellen Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksperceel zelf minder geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel vlinders als libellen, vanwege het ontbreken van waadplanten op het perceel en van water in de directe nabijheid. In de omgeving van het onderzoeksgebied is wel een juiste biotoop voor vlinders en libellen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten geconstateerd.
10
Groothees 7, Erp
M&A Omgeving BV
Mieren en kevers of overige ongewervelden Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied niet geschikt is voor beschermde soorten kevers, omdat er geen geschikte biotopen aanwezig zijn. Voor het voorkomen van beschermde soorten mieren is de aanwezigheid van open naaldbossen een voorwaarde. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten geconstateerd. Ook hier geldt dat de ontwikkeling op het perceel geen invloed heeft op de aanwezigheid van mieren, kevers of overige ongewervelden in het gebied. Vissen Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat in de omgeving van het onderzoeksgebied geen vissen kunnen voorkomen, omdat er geen water in de directe nabijheid aanwezig is.
11
Groothees 7, Erp
M&A Omgeving BV
5. Conclusie Door het literatuuronderzoek van de inventarisatie is aangetoond dat het mogelijk is dat in het gebied beschermde flora of fauna (voornamelijk vleermuizen, broed- en wintervogels) voor kunnen komen (zie inventarisatie Natuurloket). In de nabijheid van het perceel zijn tijdens het veldbezoek in september 2023 echter geen waarnemingen gedaan van schaarse soorten. Ook rondom het perceel zijn bij de inventarisaties geen waarnemingen gedaan van beschermde soorten (waaronder jaarrond beschermde soorten, zoals bijvoorbeeld Huismussen, (nesten van) Gierzwaluwen, uilen en vleermuissoorten. De veldonderzoeken, uitgevoerd in de dag- en avondperioden op 11 september 2023, zijn buiten het broedvogelseizoen uitgevoerd. Daarom is er speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten. Onder andere uitwerpselen van broedvogelsoorten, achtergebleven nestmaterialen en vraatsporen zijn kenmerken waarop speciaal is gelet. Het veldonderzoek kan daarom als vrij uitvoerig worden beschouwd. Bij de inventarisaties is ook aandacht besteed aan verblijfplaatsen van vleermuizen en nestkasten en -mogelijkheden in het gebied. Bij de inventarisatie van de vleermuizen is extra aandacht besteed aan mestsporen, keutels en vraatsporen. De te slopen kas met bewerkingsruimte is voor het grootste gedeelte hermetisch afgesloten voor fauna.
Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor verblijfplaatsen van fauna. De afstanden tot de ecologische verbindingszones zijn voldoende groot om te kunnen stellen dat de ontwikkelingen in het plangebied geen negatieve invloed zullen hebben op de beschermde natuurgebieden. Door de sloop van de bebouwing op de locatie en de hierop volgende (toekomstige) nieuwbouw van twee nieuwe woningen, wordt het karakter van het gebied enigszins beïnvloed. Er verdwijnen echter geen verblijfs- of broedmogelijkheden, gezien de resultaten van de veldonderzoeken. De bestaande woning blijft verder intact.
12
Groothees 7, Erp
M&A Omgeving BV
Bij de werkzaamheden dient niettemin aandacht te worden besteed aan eventuele verstoring van natuurwaarden in het algemeen. Door extra zorg hieraan de besteden tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden, wordt vermeden dat de dieren hiervan teveel hinder zullen ondervinden. De zorgmaatregelen bestaan in elk geval uit de volgende aspecten: 1. Voor algemeen voorkomende broedvogels (waarvan het nest gedurende broedperiode beschermd is) dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden: • Voer eventuele snoeiwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven. • Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden te worden totdat de werkzaamheden zijn afgerond. • Indien werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, dient door een deskundig ecoloog onderzocht te worden of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn. 2. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: • Indien verstoring plaatsvindt, dient een passende vluchtroute beschikbaar te zijn.
Dit geldt in het bijzonder voor grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels), maar ook voor vogels, om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. • Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. • Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken en groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen).
13
Groothees 7, Erp
3.
4.
M&A Omgeving BV
Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. • Ook voor mogelijke aanwezigheid van egel en vestiging van de rugstreeppad dient de zorgplicht in acht te worden genomen. Voorkom opslag van materialen waaronder dieren kunnen gaan verblijven. Het ontstaan van poeltjes en plassen op het terrein dient gedurende het zomerhalfjaar (vanaf april) te worden voorkomen. Als deze soorten worden waargenomen, dienen zij zichzelf in veiligheid te kunnen brengen. Indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden.
Op grond van deze inventarisatie gelden er geen belemmeringen voor de plannen op grond van de natuurwaarden.
14
Groothees 7, Erp
M&A Omgeving BV
Bijlage 1 : Situatietekening en luchtfoto
Groothees 7, Erp
M&A Omgeving BV
Bijlage 2 : Foto’s onderzoekslocatie en omgeving
Groothees 7, Erp
M&A Omgeving BV
Bijlage 3 : Natuurgegevens provincie Noord Brabant