CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.12 - Activiteitenplan Soortenbescherming

Raadsvergadering 20 februari 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Afgifte positief advies voor voornemen tot verlening omgevingsvergunning voor herontwikkeling locatie Philippusstraat te Sint-Oedenrode4.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Activiteitenplan Soortbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

Activiteitenplan Soortbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode Projectnummer: 2023-0541

Datum: 29-11-2024 Versie 1

Opdrachtgever: Woonmeij

Bram van den Bor

Ben ten Oever

b.vandenbor@lycens.nl

b.tenoever@lycens.nl

Adviseur Ecologie M 06 261 510 08

Projectleider Ecologie M 06 160 074 42

Inhoudsopgave

1. Inleiding ...................................................................................................................... 4 2. De ontwikkeling ........................................................................................................... 5 2.1.

Plangebied .............................................................................................................................................................. 5

2.3.

Onderzoeksgebied................................................................................................................................................. 7

2.2. 2.4.

Voorgenomen activiteiten .................................................................................................................................... 6 Planning en periode omgevingsvergunning...................................................................................................... 7

3. Nader soorten onderzoek ............................................................................................ 8 4. Resultaten ................................................................................................................. 10 5. Belang, doel en alternatieven ..................................................................................... 12 5.1.

Belang.................................................................................................................................................................... 12

5.3.

Alternatieven ........................................................................................................................................................ 12

5.2.

Doel ontwikkeling en motivatie van belangen ................................................................................................ 12

6. Verbodsbepalingen ................................................................................................... 14

7. Effecten ..................................................................................................................... 15

8. Gunstige staat van instandhouding ............................................................................ 16 8.1. 8.2.

Gewone dwergvleermuis .................................................................................................................................... 16 Zorgvuldig handelen ........................................................................................................................................... 16

9. Maatregelen .............................................................................................................. 17 9.1.

Ecologisch werkprotocol .................................................................................................................................... 17

9.3.

Effectiviteit maatregelen .................................................................................................................................... 21

9.2. 9.4.

3

Doel maatregelen ................................................................................................................................................ 21 Monitoring............................................................................................................................................................. 21

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

1. Inleiding

Woonmeij is voornemens een bestaand en verouderd woongebied in Sint-Oedenrode te herontwikkelen. Het voorgenomen initiatief betreft de herontwikkeling van de bestaande huurwoningen aan de Philippusstraat, het

voormalige KPN-gebouw aan de Philippusstraat 25 en 4 bestaande woningen aan de Coeveringslaan (nr. 41 t/m

47) in Sint-Oedenrode. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kon op voorhand niet uitgesloten worden dat de Omgevingswet overtreden werd. Daarom is Lycens B.V. gevraagd om de wettelijke consequenties van voorgenomen activiteiten in het kader van de Omgevingswet in beeld te brengen. Uit veldbiologisch onderzoek 1,

dat in 2023 en 2024 is uitgevoerd, is gebleken dat gewone dwergvleermuizen een kraamverblijfplaats in het

voormalige KPN-gebouw bezetten. Door het uitvoeren van sloopwerkzaamheden worden vaste rust- en voortplantingsplaatsen van de gewone dwergvleermuis vernield en kunnen vleermuizen verstoord worden.

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het plangebied en de voorgenomen activiteiten van het project. Hoofdstuk 3

beschrijft de methode van het nader onderzoek en in hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de resultaten van het nader

onderzoek. In hoofdstuk 5 worden de belangen, doelen en alternatieven gemotiveerd. De verbodsbepalingen worden in hoofdstuk 6 beschreven. In hoofdstuk 7 worden de effecten van de voorgenomen activiteiten

beschreven. De gunstige staat van instandhouding van de soort komen in hoofdstuk 8 aan bod. In hoofdstuk 9

komen de te treffen maatregelen aan bod met daarin het ecologisch werkprotocol, doel en effectiviteit van de maatregelen en de monitoring hiervan.

1

Nader Onderzoek Ecologie Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode, 20 augustus 2024, projectnummer 2023-0541, auteur Y. Grobben

4

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

2. De ontwikkeling 2.1.

Plangebied

Situering

Het plangebied is gesitueerd in het centrum van Sint-Oedenrode en wordt omgeven door stedelijk gebied. In figuur 2.1 wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Figuur 2.1: Globale ligging van het plangebied

Beschrijving

Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding, gazon en beplanting. De woningen aan de Philippusstraat 1a

tot en met 23 komen uit het bouwjaar 1950 behalve de woningen aan de Philippusstraat 2b, 2a en 2. Deze woningen en de woningen aan de Coeveringslaan 41, 32, 45 en 47 komen uit het bouwjaar 1954. Het KPN-gebouw aan de Philippusstraat 25 komt uit het bouwjaar 1962.

Alle bebouwing beschikt over bakstenen buitengevels met luchtspouw. De woningen beschikken allen over een met dakpannen gedekt zadeldak waarbij de hoekwoningen beschikken over kantpannen welke aansluiten op de buitengevels. Tussen de kantpannen en buitengevels zijn kieren aanwezig. De woningen uit het bouwjaar 1954 beschikken over ventilatiesleuven in de buitengevels. De woningen uit het bouwjaar 1962 beschikken eveneens over ventilatiesleuven maar deze zijn afgedekt met roosters. Verder zijn in de tuinen enkele schuren aanwezig

welke eveneens gedekt zijn met een zadeldak van dakpannen. Enkele dakpannen ontbreken. Verder sluiten de 5

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

dakpannen nauw aan met de buitengevels. Daarnaast beschikken enkele schuren over een dakbedekking van golfplaten. Her en der zijn gaten en kieren aanwezig in de buitengevels van de woningen. In de tuinen staan wat

struikjes en jonge bomen. Er is gazon en verharding aanwezig en de tuinen zijn omgeven met schuttingen en heggen.

Ten noordoosten van het plangebied is een speeltuin aanwezig. De speeltuin bestaat uit een strak gemaaid gazon, een zandbak, speeltoestellen en enkele beukenbomen.

Het KPN-gebouw beschikt over een met dakpannen gedekt schilddak. Daarnaast is een daklijst aanwezig en er

zijn ventilatieopeningen aanwezig welke zijn afgedicht met roosters. Rondom de bebouwing is verharding

aanwezig en er groeit beplanting wegens achterstallig onderhoud. Rondom de bebouwing is een ijzeren hekwerk aanwezig van circa 2,5 meter hoog. Onder het hekwerk is een kleine ruimte aanwezig. In figuur 2.2 wordt de begrenzing (blauw kader) van het plangebied weergegeven.

Figuur 2.2: Begrenzing van het plangebied

2.2.

Voorgenomen activiteiten

Initiatiefnemer is voornemens de woningen en het KPN-gebouw te slopen om ruimte te creëren voor nieuwe

woningen. Ten behoeve van de woningen wordt verharding verwijderd en beplanting gerooid. Na de realisatie wordt verharding en beplanting aangelegd. Figuur 2.3 geeft het wenselijke eindbeeld weer.

6

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

Figuur 2.3: Impressie van het wenselijke eindbeeld (bron: nieuwblauw, 2023)

2.3.

Onderzoeksgebied

Om de effecten van de voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het van belang ook buiten

het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het plangebied aan openbare ruimte en woningen van derden. Vanwege de lokale invloedsfeer, wordt het onderzoeksgebied gelijkgesteld aan het plangebied. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het onderzoeksgebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties.

2.4.

Planning en periode omgevingsvergunning

De start van uitvoering wordt medio 2025 verwacht. Voor de sloop van het voormalig KPN-gebouw wordt deze

ongeschikt gemaakt. Na de sloop wordt het terrein bouwrijp gemaakt en de woningen gerealiseerd. De totale

duur van deze werkzaamheden bedragen ca. 1,5 jaar. De looptijd van de omgevingsvergunning zal derhalve voor de periode van 5 jaar moeten gelden (inclusief eventuele onvoorziene uitloop).

7

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

3. Nader soorten onderzoek

Uit de Quickscan flora & fauna bleek het noodzakelijk een nader soorten onderzoek uit te voeren naar de

aanwezigheid van de huismus, gierzwaluw en vleermuizen binnen het plangebied. Dit veldbiologisch onderzoek is in 2023 en 2024 uitgevoerd 2.

Bureauonderzoek

Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van landelijke, provinciale en indien beschikbaar regionale verspreidingsinformatie.

Uit landelijke verspreidingsinformatie uit atlassen en op basis van de Nationale Databank Flora & Fauna (NDFF) moet blijken of binnen/nabij het onderzoeksgebied in het verleden strikt beschermde soorten zijn aangetroffen.

Methode Vleermuizen

Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021. Voor het in kaart brengen van vleermuizen is zowel visueel als auditief geïnventariseerd. Met behulp van een Echo Meter Touch 2 met opname-

en vertragingsfunctie en een Batlogger M is de echolocatie die vleermuizen uitzenden voor ons hoorbaar gemaakt. Op basis van frequentie, klank en ritme zijn met zekerheid de soorten bepaald. Door de dieren ook zoveel mogelijk visueel waar te nemen is de determinatie geverifieerd en is het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied)

vastgesteld. Dit onderzoek is specifiek gericht op het in kaart brengen van verblijfplaatsen, soortsamenstelling en

gebiedsgebruik. Tijdens het onderzoek is ook gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar Helion xq28). Een dergelijke camera is van grote meerwaarde bij het waarnemen met zwermende dieren, tijdens de

baltsperiode en voor het waarnemen van vleermuizen met een extreem zachte sonar, zoals de gewone grootoorvleermuis.

Het onderzoek is opgezet om duidelijkheid te krijgen over de functie van de bebouwing als verblijfplaats voor vleermuizen. Het onderzoek is afgestemd op het mogelijk voorkomen van alle gebouwbewonende soorten. De gebouwen lijken geschikt als zomer-, kraam-, en paarverblijfplaats.

Het onderzoek is uitgevoerd door te posten met een batdetector bij de te slopen bebouwing. De onderzoekers hebben het onderzoeksgebied te voet bezocht waarbij specifiek gelet is op uit- en invliegende dieren en baltsende

mannelijke gewone- en ruige dwergvleermuizen in het najaar. Per bezoek waren vijf onderzoekers aanwezig. Gelet

op de omvang van het onderzochte gebied is dat voldoende om een goed beeld te krijgen van mogelijk aanwezige vleermuizen.

2

Nader Onderzoek Ecologie Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode, 20 augustus 2024, projectnummer 2023-0541, auteur Y. Grobben

8

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

Veldonderzoek Vleermuizen

Voor het in beeld brengen van de betekenis van de bebouwing voor vleermuizen zijn vijf verschillende bezoeken

aan het onderzoeksgebied gebracht. De bezoeken in augustus en september 2023 zijn uitgevoerd voor het

vaststellen van paarverblijven van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis, de bezoeken in mei, juni

en juli 2024 zijn uitgevoerd voor het in kaart brengen van kraam- en zomerverblijven. In tabel 3.1 worden de

verschillende bezoekdata weergegeven. Het onderzoek is uitgevoerd conform de 75% regel van het vleermuis protocol 2021. Hiervoor zijn er bij elk bezoek 5 ecologen aanwezig geweest. Tabel 3.1: Bezoekschema vleermuisonderzoek in het onderzoeksgebied Datum

Tijdstip

Zon op/ zon onder 20:01

5

Paarverblijfplaats

Heldere hemel, Tb 23⁰C Te 19⁰C,

12-9-2023

04:00-07:03

07:03

5

Paarverblijfplaats

Heldere hemel, Tb 20⁰C Te 24⁰C,

23-5-2024

21:30-00:00

21:38

5

Zomerverblijfplaatsen

13-6-2024

21:45-00:15

21:59

5

Zomerverblijfplaatsen

Licht bewolkt, Tb 13⁰C Te 12⁰C,

2-7-2024

02:18-05:18

05:18

5

Zomerverblijfplaatsen

Licht bewolkt, Tb 15⁰C Te 14⁰C,

21-8-2023

20:01-00:01

Aantal onderzoekers

Doel

& kraamkolonies

& kraamkolonies

& kraamkolonies

Weersomstandigheden droog, wind 0-1 Bft

droog, wind 0-1 Bft

Heldere hemel, Tb 15⁰C Te 14⁰C,

droog, wind 0-1 Bft droog, wind 3 Bft

motregen, wind 0-1 Bft

Overige soorten

Er is tevens een nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de gierzwaluw en huismus binnen het

onderzoeksgebied. Tijdens de veldbezoeken is ook gekeken naar andere beschermde soorten met een rust- of voortplantingsplaats.

9

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

4. Resultaten Vleermuizen

Verblijfplaatsen

Tijdens het vierde bezoek is er een verblijfplaats van een laatvlieger gevonden net buiten het projectgebied waar

één individu is waargenomen. Tijdens het derde veldbezoek, het eerste bezoek in de voorjaarsperiode, is er een kraamverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in het voormalige KPN-gebouw gevonden waar minimaal 120

individuen waargenomen zijn (figuur 4.2). Tenslotte zijn er nog twee baltsende gewone dwergvleermuizen in en rondom het onderzoeksgebied waargenomen, maar deze hebben geen directe binding met een gebouw

aangetoond. Mannetjes vliegen tijdens de balts vaak roepend rond waarbij ze veelal vaste trajecten gebruiken. Dit

maakt het lastig om de exacte locatie van de paarverblijfplaats aan de hand van baltsroep van de gewone dwergvleermuis te traceren. Figuur 4.1 laat alle waarnemingen zien op een topografische kaart.

Figuur 4.1: Resultaten verspreidingsonderzoek vleermuizen

10

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

Figuur 4.2: Locatie van kraamkolonie

Foerageergebied

Tijdens alle veldbezoeken werden er meerdere foeragerende gewone dwergvleermuizen, laatvliegers en enkele

ruige dwergvleermuizen waargenomen. Deze vleermuizen foerageerden rond het parkje in het noordoosten van het onderzoeksgebied en tussen de gebouwen.

Naar verwachting zal het verwijderen van groen leiden tot een marginaal verlies van foerageerbiotoop. Echter zal

de nieuwe situatie veel groen terugbrengen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied blijft voldoende

opgaande beplanting behouden waar vleermuizen kunnen foerageren. Het onderzoeksgebied wordt dan ook niet als essentieel foerageergebied beschouwd.

Vliegroute

Er zijn vele vliegbewegingen van diverse soorten verspreid over het onderzoeksgebied waargenomen. In stedelijk

gebied is dit typerend voor vliegbewegingen van vleermuizen doordat veel verschillende lijnvormige elementen

gebruikt worden als vliegroute. Door de aanwezigheid van diverse elementen rondom het onderzoeksgebied

worden de elementen binnen het onderzoeksgebied niet als essentieel beschouwd. Overige soorten

Uit het nader onderzoek naar de huismus en gierzwaluw is gebleken dat huismussen en gierzwaluwen geen nestplaatsen bezetten binnen het onderzoeksgebied en het onderzoeksgebied niet bestaat uit essentieel

leefgebied voor de huismus. Er zijn tevens tijdens het veldwerk geen aanwijzingen gevonden dat overige

beschermde diersoorten een rust- of voortplantingsplaats bezetten in het onderzoeksgebied.

11

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

5. Belang, doel en alternatieven 5.1.

Belang

Omgevingsvergunningen flora- en fauna-activiteit kunnen alleen verleend worden als de handeling wordt

uitgevoerd overeenkomstig een wettelijk belang. De belangen verschillen per beschermingsregime. Wettelijk belang gewone dwergvleermuis

Voor de gewone dwergvleermuis wordt een beroep gedaan op het volgende wettelijk belang: In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot

openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten.

5.2.

Doel ontwikkeling en motivatie van belangen

Gewone dwergvleermuis

Om nieuwe woonruimtes te kunnen realiseren dient de bestaande bebouwing inclusief het voormalige KPN gebouw te worden gesloopt. Landelijk maar ook in Sint-Oedenrode is sprake van een woningtekort met een

woningtekort van 4 tot 5% in het woningmarktgebied. Naar verwachting zal het woningtekort stijgen tot 5 tot 6% in 2031 3 . Het gevolg hierdoor is dat de prijzen stijgen waardoor er onvoldoende ruimte is voor starters en jonge

gezinnen. Een gevarieerd aanbod is dan ook belangrijk. In de huidige plannen worden 50 sociale appartementen

gerealiseerd (zie figuur 2.3). Deze appartementen vallen allen onder sociale huur wat het voor starters en jonge gezinnen mogelijk maakt om een woning te huren wat ten goede komt aan het woningtekort in Sint-Oedenrode.

Het voormalige KPN gebouw vervult momenteel geen functie en kan niet omgebouwd worden tot woningen welke voldoen aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de huidige woning behoeften en standaarden.

Gezien de ligging van het plangebied binnen de bebouwde kom vormt de huidige locatie de ideale plek voor nieuwbouw zonder het omliggende buitengebied van Sint-Oedenrode aan te tasten.

5.3.

Alternatieven

Alternatieve locatie

Het project is locatie-specifiek; het betreft een oud pand zonder gebruik. Door de sloop van het voormalig KPN gebouw en naastgelegen woningen wordt voldoende ruimte gecreëerd voor de bouw van 50 appartementen binnen de bebouwde kom van Sint-Oedenrode. Alternatieve inrichting

Het voormalige KPN gebouw is ongeschikt om te dienen als woning. Door een gebrek aan ramen, isolatie en een

ongeschikte inrichting zullen verbouw werkzaamheden om de woningen te laten voldoen aan de moderne

3

Primos-prognose 2024, Prognose van bevolking, huishoudens en woningbehoefte

12

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

bouwvoorschriften zo grootschalig uitgevoerd moeten worden dat de aanwezige kraamverblijfplaats tevens zal verdwijnen. Om ruimte te creëren dient de huidige bebouwing gesloopt te worden. Alternatieve werkwijze en planning

Bij de werkzaamheden in het onderzoeksgebied wordt het aantasten en vernielen van bezette nestenplaatsen

zo veel mogelijk voorkomen. De planning is dusdanig opgezet dat alternatieve verblijfplaatsen voor vleermuizen worden opgehangen voordat de sloop begint. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd buiten de

kraam en winterrust periode van de gewone dwergvleermuis. Opdrachtgever, uitvoerder en ecoloog hebben uitvoerig overleg gevoerd om het effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde dieren in het plangebied, tot een minimum terug te brengen.

13

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

6. Verbodsbepalingen

Er wordt een kraamverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot overtreding van de volgende bepalingen:

Gewone dwergvleermuis

Werkzaamheden leiden tot overtreding van het beschermingsregime soorten van de Habitatrichtlijn (hoofdstuk 11 paragraaf 46 Bal).

Art. 11.46 lid 1d (Bal). Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen

of te vernielen.

Door het slopen van de bebouwing wordt de vaste rust- en voortplantingsplaats van de gewone dwergvleermuis permanent vernield.

Art. 11.46 lid 1b (Bal). Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. Er wordt opzettelijk een vleermuis verstoord door het slopen van bebouwing.

14

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

7. Effecten

Gewone dwergvleermuis Effect kwaliteit

Door het slopen van de bebouwing wordt de kwaliteit van de vaste rust- en voortplantingsplaats van de gewone dwergvleermuis aangetast.

Door vervangende voorzieningen aan te brengen als duurzame vaste rust- en voortplantingsplaats, neemt de kwaliteit van de vaste rust- en voortplantingsplaats toe ten opzichte van de huidige situatie. Effect kwantiteit

Door het slopen van de bebouwing wordt de kwantiteit van de vaste rust- en voortplantingsplaats negatief

beïnvloed.

Door vervangende voorzieningen aan te brengen als duurzame vaste rust- en voortplantingsplaats, neemt de kwantiteit van het aantal vaste rust- en voortplantingsplaatsen van de gewone dwergvleermuis toe ten opzichte

van de huidige situatie. Als gevolg van het aanbrengen van minimaal zes permanente vaste rust- en voortplantingsplaatsen neemt het aanbod toe. Hiermee wordt er 1 kraamkast geplaatst voor elke 20 individuen in de aangetroffen kraamverblijfplaats

Cumulatie effecten

Er is geen sprake van cumulatie van negatieve effecten. Met uitzondering van de voorgenomen activiteiten vinden er géén activiteiten plaats die een negatief effect op de aangetroffen waarden hebben.

15

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

8. Gunstige staat van instandhouding 8.1.

Gewone dwergvleermuis

Staat van instandhouding

Volgens de Zoogdiervereniging is de staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis onbekend 4. De

gewone dwergvleermuis is de meest algemene vleermuissoort van Nederland en komt verspreid in heel Nederland voor. In de directe omgeving van het onderzoeksgebied zijn enkele waarnemingen van foeragerende

gewone dwergvleermuizen bekend (NDFF, 2019-2024). Gezien de vele groenelementen en een woonwijk uit de

jaren 80 in de omgeving van het onderzoeksgebied, wordt verwacht dat meerdere populaties van de gewone dwergvleermuis aanwezig zijn. Tijdens de veldbezoeken zijn foeragerende laatvliegers, ruige dwergvleermuis en

gewone dwergvleermuizen waargenomen. De gewone dwergvleermuis is de meest waargenomen soort en is

tijdens elk veldbezoek waargenomen. De wet beoogt dat de populaties duurzaam in stand gehouden moeten worden. Kraamkolonies zijn hierin van groot belang gezien hier grote getalen gewone dwergvleermuizen jaarlijks bij elkaar komen om hun jongen te baren en te voeden. Kraamkolonies van de gewone dwergvleermuis bestaan

in Nederland veelal uit aantallen van enkele tientallen tot meer dan tweehonderd dieren.

Voor kraamkolonies dienen tijdens en na de voorgenomen activiteiten maatregelen genomen te worden. Alle geschikte onderling bereikbare verblijfplaatsen moeten blijven voortbestaan. Er worden dan ook mitigerende maatregelen genomen die ervoor zorgen dat een alternatieve kraamverblijfplaats op vergelijkbare locatie in de

nieuwbouw, duurzaam behouden blijft. Afbreuk gunstige staat instandhouding

Als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een vaste rust- en

voortplantingsplaats van een vleermuis vernield. Als gevolg van het aanbieden van vervangende verblijfplaatsen,

is er geen aanleiding te veronderstellen dat het territorium verlaten wordt. De voorgenomen activiteiten hebben

geen negatief effect op de gunstige staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis.

8.2.

Zorgvuldig handelen

Tijdens de werkzaamheden wordt rekening gehouden met de specifieke zorgplicht. Er worden bijvoorbeeld geen

werkzaamheden gestart tijdens de kwetsbare periode van de soorten. Daarnaast worden handelingen

achterwege gelaten of extra maatregelen genomen om te voorkomen dat door de te nemen werkzaamheden

nadelige effecten op flora en fauna worden veroorzaakt. Maatregelen worden in een ecologisch werkprotocol opgenomen. Dit protocol is tijdens de werkzaamheden op de locatie aanwezig en onder betrokken medewerkers

bekend. Tijdens de werkzaamheden is er sprake van ecologische begeleiding en staat een ter zake kundige altijd paraat voor vragen en onvoorziene situaties.

4

https://www.zoogdiervereniging.nl/wat-we-doen/bijzondere-themas/bescherming-van-zoogdieren/gunstige-staat-van-instandhouding-

van#:~:text=Alleen%20voor%20de%20bever%2C%20bruinvis,de%20staat%20van%20instandhouding%20onbekend.

16

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

9. Maatregelen 9.1.

Ecologisch werkprotocol

Alle te nemen maatregelen zijn in onderstaand ecologisch werkprotocol samengevat. Dit protocol is tijdens de

werkzaamheden op de locatie aanwezig en onder betrokken medewerkers bekend. Ook eventuele aanvullende voorwaarden uit de omgevingsvergunning worden hierin meegenomen. Werkbare periode-werktijdstip

U dient bij de planning van de werkzaamheden rekening te houden met de seizoenactiviteiten van de

voorkomende soort. De in dit protocol genoemde werkbare periodes kunnen door seizoenvariaties,

weersomstandigheden en de aard van de werkzaamheden langer dan wel korter zijn. De per maatregel genoemde werkbare periode kan alleen door de begeleidend ecoloog aangepast worden.

Werkzaamheden dienen overdag plaats te vinden, na zonsopkomst en voor zonsondergang.

Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden dient de ecoloog te beoordelen of de periode geschikt is

om in te werken.

Administratieve voorwaarden

De omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is slechts voor de gewone dwergvleermuis voor de beschreven verboden handelingen geldig.

De omgevingsvergunning geldt alleen voor de werkzaamheden die conform de aanvraag worden uitgevoerd,

voor zover in deze afwijzing zelf niet anders is aangegeven.

Omgevingsvergunninghouder dient onverwijld contact op te nemen met bevoegd gezag indien bij het uitvoeren van de werkzaamheden van het project andere beschermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen of andere handelingen als benoemd in bovenstaand punt plaatsvinden.

Deze omgevingsvergunning kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de houder of in

opdracht van de houder handelende (rechts)persoon. De houder blijft daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze omgevingsvergunning.

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een afschrift van deze omgevingsvergunning en de

bijbehorende brief op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren.

Aanspreekpunt in het kader van de omgevingsvergunning is Provincie Noord-Brabant.

De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige. De genomen maatregelen worden gemonitord. Algemene vooraarden tot het werk

Alle werkzaamheden en aanvoerroutes zullen aanvankelijk zoveel mogelijk plaatsvinden via de bestaande wegen.

De werkzaamheden als geheel moeten een zo beperkt mogelijk effect hebben op flora- en faunasoorten. Dit

betekent dat betreden van het terrein tot een minimum beperkt moet blijven. Daarnaast dient men het werkterrein in oppervlakte tot een minimum terug te brengen.

17

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

In onvoorziene situaties met betrekking tot het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten moet

altijd direct in overleg worden getreden met de toezichthouder en contact opgenomen worden met de begeleidend ecoloog.

Het uitvoerend personeel is naar vermogen alert op de aanwezigheid van niet aangeduide zwaarder beschermde soorten.

De begeleidende ecoloog heeft de mogelijkheid bij gevaar voor schade aan beschermde soorten, werkzaamheden zo nodig stil te leggen.

De begeleidend ecoloog houdt van alle uit te voeren werkzaamheden, in relatie tot ecologie, een logboek bij. Deze moet aanwezig zijn op locatie.

9.1.1. Specifieke voorwaarden gewone dwergvleermuis Kwetsbare periode

Er worden specifieke maatregelen getroffen voor de gewone dwergvleermuis buiten de kwetsbare periode, welke afhankelijk is van het type verblijfplaats: • •

Kraamtijd: 15 mei t/m 15 juli.

Winterrust: 1 november tot 1 april.

Werkzaamheden dienen uitgevoerd te worden tussen 1 september en 15 oktober. Indien dit niet mogelijk is

kunnen werkzaamheden worden uitgevoerd tussen 1 april en 15 mei na een controle ronde om vast te stellen dat de verblijfplaats (nog) niet in gebruik is genomen. Gewenningsperiode

De gewenningsperiode is afhankelijk van het type verblijfplaats:

•

Kraamverblijfplaats: minimaal één volledig kraamseizoen 15 mei t/m 15 juli.

Ongeschikt maken

De verblijfplaatsen dienen vijf dagen voor aanvang van de werkzaamheden ongeschikt te worden gemaakt om de vleermuizen de kans te bieden een alternatieve verblijfplaats te bezetten.

Ongeschikt maken kan op verschillende manieren worden uitgevoerd. Alle openingen zullen worden gedicht met plaatmateriaal met exclusion flaps.

Tussen het ongeschikt maken en de sloopwerkzaamheden dient er een avondronde te worden uitgevoerd om te concluderen of de verblijfplaats(en) echt verlaten is/zijn. Mitigerende maatregelen gewone dwergvleermuis

Voor de gewone dwergvleermuis geldt dat het vervangen van kraamverblijfplaatsplaatsen maatwerk is. Hiervoor zijn geen standaard aantallen of afmetingen.

De verblijfplaatsen dienen op minimaal 3 meter hoogte te hangen.

De verblijfplaatsen dienen op een deugdelijke wijze aangebracht te worden.

Zomerverblijfplaatsen dienen in meerdere windrichtingen te worden geplaatst om verschillende microklimaten aan te bieden.

Kraamverblijfplaatsen dienen naar het zuiden te worden aangeboden om zo een bezonning van minimaal 10 uur per dag te creëren.

18

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

De verblijfplaatsen worden uitgekozen en opgehangen onder begeleiding van een ter zake kundige ecoloog

op het gebied van de gewone dwergvleermuis. Tijdelijke maatregelen

Er zijn vier tijdelijke kraamkasten opgehangen binnen 50 meter van de aangetroffen kraamverblijfplaats

buiten de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden. Figuur 9.1 geeft de locatie van de tijdelijke

kraamkasten weer. Figuur 9.2 zijn foto’s van de opgehangen kasten.

De sloopwerkzaamheden zullen plaatsvinden na de gewenningsperiode van de tijdelijke kraamkasten van één kraamperiode.

Figuur 9.1: Locatie van de tijdelijke kraamkasten t.o.v. de kraamverblijfplaats

19

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

Figuur 9.2: Woningen met kraamkasten

Permanente maatregelen

In de nieuw te bouwen bebouwing worden zes duurzame permanente kraamverblijfplaatsen gerealiseerd

(één kast per 20 individuen). Vier van deze kasten worden in de noord-, oost- en zuidgevels van de bebouwing

meegenomen op de locatie van de oorspronkelijke kraamverblijfplaats. De twee overige kasten komen in de bebouwing ten zuiden van de oorspronkelijke verblijfplaats. Zie figuur 9.3 voor de locaties van de permanente nestkasten en figuur 9.4 voor het type inmetselkast.

Figuur 9.3: Locaties van de permanente vleermuiskasten (blauwe ster)

20

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

Figuur 9.4: Permanente vleermuiskast (bron: VMPMK1 | Permanente vleermuiskast - Unitura)

9.2.

Doel maatregelen

Met de voorgenomen maatregelen wordt voorkomen dat de (lokale) gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten in het geding komen. Daarnaast worden de maatregelen uitgevoerd in het kader van zorgvuldig handelen (zorgplicht).

9.3.

Effectiviteit maatregelen

Gewone dwergvleermuizen zijn niet bijzonder kritisch als het gaat om het accepteren van vervangende nestplaatsen. Daarnaast zijn de aanbevolen vleermuiskasten wetenschappelijk bewezen effectief voor het aanbieden van alternatieve kraamverblijfplaatsen.

9.4.

Monitoring

Gedurende het project is een begeleidend ecoloog aanwezig. De inspanning die hiervoor noodzakelijk is

afhankelijk van de werkzaamheden en de fase waarin het project zich begeeft. De begeleidend ecoloog staat altijd paraat voor onvoorziene situaties.

Maatregelen vanuit ecologie moeten gemonitord worden. De begeleidend ecoloog is verantwoordelijk voor de uitvoering hiervan en stelt een logboek op. Deze is altijd op locatie aanwezig. Bij onvoorziene situaties,

21

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

bijvoorbeeld bij het onverwacht aantreffen van nieuwe soorten, wordt beoordeeld of, en hoe negatieve effecten

te voorkomen zijn. Gevolgen hiervan kunnen zijn dat er een aangepaste of alternatieve werkwijze nodig is, opnieuw een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden, maar ook dat werkzaamheden zolang stilgelegd moeten worden om schade aan beschermde soorten te voorkomen. De begeleidend ecoloog heeft hiertoe de mogelijkheid, maar zal vanuit een pragmatische instelling zoeken naar mogelijkheden om binnen de kaders van vigerende wet- en regelgeving werkzaamheden door te kunnen laten gaan.

22

Activiteitenplan Soortenbescherming Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

29-11-2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=696b00c6-9f69-463d-93c4-799d749ab07d