CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.11 - Nader onderzoek soorten

Raadsvergadering 20 februari 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Afgifte positief advies voor voornemen tot verlening omgevingsvergunning voor herontwikkeling locatie Philippusstraat te Sint-Oedenrode2.787 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nader Soortenonderzoek Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

Nader Soortenonderzoek Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode Projectnummer: 2023-0541

Datum: 20-8-2024

Versie 2.0

Opdrachtgever: Woonmeij Yorrick Grobben

Ben ten Oever

y.grobben@lycens.nl

b.tenoever@lycens.nl

Adviseur Ecologie M 06 573 185 03

Projectleider Ecologie M 06 160 074 42

Inhoudsopgave

1. Inleiding ...................................................................................................................... 4 2. De ontwikkeling ........................................................................................................... 5 2.1. Plangebied .............................................................................................................................................................. 5

2.2. Voorgenomen activiteiten .................................................................................................................................... 6 2.3. Onderzoeksgebied................................................................................................................................................. 7

3. Het onderzoek ............................................................................................................. 8 3.1. Methode .................................................................................................................................................................. 8

3.2. Bezoeken................................................................................................................................................................. 9 3.3. Resultaten ............................................................................................................................................................. 10

3.4. Wettelijke consequenties ................................................................................................................................... 12

4. Conclusie .................................................................................................................. 13

3

Nader Soortenonderzoek Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

20-8-2024

1. Inleiding

Woonmeij is voornemens een bestaand en verouderd woongebied in Sint-Oedenrode te herontwikkelen. Het voorgenomen initiatief betreft de herontwikkeling van de bestaande huurwoningen aan de Philippusstraat, het

voormalige KPN-gebouw aan de Philippusstraat 25 en 4 bestaande woningen aan de Coeveringslaan (nr. 41 t/m 47) in Sint-Oedenrode. In het kader van de Zorgplicht (Art. 11.27, Bal) dient, wanneer negatieve effecten op

beschermde flora- en faunasoorten op voorhand niet uit te sluiten zijn, een quickscan flora en fauna uitgevoerd te worden om de aanwezige en potentieel aanwezige, beschermde natuurwaarden in beeld te brengen. Uit de quickscan kwam naar voren dat de aanwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen en nestplaatsen van huismussen en/of gierzwaluwen in de bebouwing niet uitgesloten kan worden en er gericht onderzoek

noodzakelijk is.

Vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen en hun verblijfplaatsen/nestplaatsen zijn strikt beschermd en mogen alleen negatief beïnvloed worden indien een vergunning van de Omgevingswet is verkregen. Om volledig inzicht

te krijgen in de betekenis van de bebouwing/beplanting voor de betreffende diersoorten is besloten gericht onderzoek te verrichten naar deze soorten, conform Vleermuisprotocol 2021, Kennisdocument Huismus (Bij12,

versie 2.1, februari 2023) en Kennisdocument Gierzwaluw (Bij12, versie 2.0, juli 2023) in relatie tot soortbescherming (Bouwens, S., versie 11 oktober 2017).

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het onderzoek beschreven. Daarbij komt

de onderzoeksmethode, de bezoeken, de resultaten van het onderzoek en de wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet aan bod. In hoofdstuk 4 komt de conclusie aan de orde.

4

Nader Soortenonderzoek Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

20-8-2024

2. De ontwikkeling 2.1.

Plangebied

Situering

Het plangebied is gesitueerd in het centrum van Sint-Oedenrode en wordt omgeven door stedelijk gebied. In figuur 2.1 wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Figuur 2.1: Globale ligging van het plangebied

Beschrijving

Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding, gazon en beplanting. De woningen aan de Philippusstraat 1a

tot en met 23 komen uit het bouwjaar 1950 behalve de woningen aan de Philippusstraat 2b, 2a en 2. Deze woningen en de woningen aan de Coeveringslaan 41, 32, 45 en 47 komen uit het bouwjaar 1954. Het KPN-gebouw aan de Philippusstraat 25 komt uit het bouwjaar 1962.

Alle bebouwing beschikt over bakstenen buitengevels met luchtspouw. De woningen beschikken allen over een met dakpannen gedekt zadeldak waarbij de hoekwoningen beschikken over kantpannen welke aansluiten op de buitengevels. Tussen de kantpannen en buitengevels zijn kieren aanwezig. De woningen uit het bouwjaar 1982 beschikken over ventilatiesleuven in de buitengevels. De woningen uit het bouwjaar 1962 beschikken eveneens over ventilatiesleuven maar deze zijn afgedekt met roosters. Verder zijn in de tuinen enkele schuren aanwezig

welke eveneens gedekt zijn met een zadeldak van dakpannen. Enkele dakpannen ontbreken. Verder sluiten de 5

Nader Soortenonderzoek Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

20-8-2024

dakpannen nauw aan met de buitengevels. Daarnaast beschikken enkele schuren over een dakbedekking van golfplaten. Her en der zijn gaten en kieren aanwezig in de buitengevels van de woningen. In de tuinen staan wat

struikjes en jonge bomen. Er is gazon en verharding aanwezig en de tuinen zijn omgeven met schuttingen en heggen.

Ten noordoosten van het plangebied is een speeltuin aanwezig. De speeltuin bestaat uit een strak gemaaid gazon, een zandbak, speeltoestellen en enkele beukenbomen.

Het KPN-gebouw beschikt over een met dakpannen gedekt schilddak. Daarnaast is een daklijst aanwezig en er

zijn ventilatieopeningen aanwezig welke zijn afgedicht met roosters. Rondom de bebouwing is verharding

aanwezig en er groeit beplanting wegens achterstallig onderhoud. Rondom de bebouwing is een ijzeren hekwerk aanwezig van circa 2,5 meter hoog. Onder het hekwerk is een kleine ruimte aanwezig. In figuur 2.2 wordt de begrenzing (blauw kader) van het plangebied weergegeven.

Figuur 2.2: Begrenzing van het plangebied

2.2.

Voorgenomen activiteiten

Initiatiefnemer is voornemens de woningen en het KPN-gebouw te slopen om ruimte te creëren voor nieuwe

woningen. Ten behoeve van de woningen wordt verharding verwijderd en beplanting gerooid. Na de realisatie wordt verharding en beplanting aangelegd. Figuur 2.3 geeft het wenselijke eindbeeld weer.

6

Nader Soortenonderzoek Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

20-8-2024

Figuur 2.3: Verbeelding van het wenselijke eindbeeld (bron: nieuwblauw, 2023)

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Omgevingswet: slopen bebouwing; rooien beplanting;

verwijderen verharding;

bouwrijp maken bouwplaats; bouwen woningen;

aanleggen verharding en beplanting.

2.3.

Onderzoeksgebied

Om de effecten van de voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het van belang ook buiten

het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het plangebied aan openbare ruimte. Vanwege de lokale invloedsfeer, wordt het onderzoeksgebied gelijkgesteld aan het plangebied. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het onderzoeksgebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties.

7

Nader Soortenonderzoek Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

20-8-2024

3. Het onderzoek 3.1.

Methode

Vleermuizen

Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021. Voor het in kaart brengen van vleermuizen is zowel visueel als auditief geïnventariseerd. Met behulp van een Echo Meter Touch 2 met opname-

en vertragingsfunctie en een Batlogger M is de echolocatie die vleermuizen uitzenden voor ons hoorbaar gemaakt. Op basis van frequentie, klank en ritme zijn met zekerheid de soorten bepaald. Door de dieren ook zoveel mogelijk visueel waar te nemen is de determinatie geverifieerd en is het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. Dit onderzoek is specifiek gericht op het in kaart brengen van verblijfplaatsen, soortsamenstelling en

gebiedsgebruik. Tijdens het onderzoek is ook gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar Helion xq28). Een dergelijke camera is van grote meerwaarde bij het waarnemen met zwermende dieren, tijdens de

baltsperiode en voor het waarnemen van vleermuizen met een extreem zachte sonar, zoals de gewone grootoorvleermuis.

Het onderzoek is opgezet om duidelijkheid te krijgen over de functie van de bebouwing als verblijfplaats voor vleermuizen. Het onderzoek is afgestemd op het mogelijk voorkomen van alle gebouwbewonende soorten. De gebouwen lijkt geschikt als zomer-, kraam-, en paarverblijfplaats.

Het onderzoek is uitgevoerd door te posten met een batdetector bij de te slopen bebouwing. De onderzoekers

hebben het onderzoeksgebied te voet bezocht waarbij specifiek gelet is op uit- en invliegende dieren en baltsende

mannelijke gewone- en ruige dwergvleermuizen in het najaar. Per bezoek waren vijf onderzoekers aanwezig. Gelet

op de omvang van het object is dat voldoende om een goed beeld te krijgen van mogelijk aanwezige vleermuizen. Huismussen

Het onderzoek naar de huismus is uitgevoerd conform de richtlijnen zoals die zijn opgenomen in het kennisdocument Huismus (Bij12, versie 2.1, februari 2023). Er zijn twee gerichte bezoeken aan het onderzoeksgebied gebracht in de periode 1 april – 15 mei. Deze bezoeken zijn afgelegd in de ochtend. Daarbij is

gelet op territoriumindicerend gedrag, zoals tjilpende mannetjes, voervluchten en hoorbaar bedelende jongen.

Het onderzoek is uitgevoerd door één onderzoeker. Deze onderzoeker heeft het onderzoeksgebied te voet onderzocht. Daarbij is gebruik gemaakt van een verrekijker. Ook tijdens de overige bezoeken is gelet op de aanwezigheid van huismussen. Gierzwaluw

Het onderzoek naar de gierzwaluw is uitgevoerd conform de richtlijnen zoals die zijn opgenomen in het

kennisdocument Gierzwaluw (Bij12, versie 2.0, juli 2023). Het onderzoek naar de aanwezigheid van een nest van

een gierzwaluw moet op basis van waarnemingen van het in- of uitvliegen vanaf 15 mei tot en met 15 juli worden uitgevoerd, maar de meest geschikte periode is 1 juni tot en met 15 juli. Er zijn drie gerichte bezoeken aan het onderzoeksgebied gebracht op 31 mei en 4 juli. Deze bezoeken zijn afgelegd in de avond. Het onderzoek is

uitgevoerd door twee onderzoekers. Deze onderzoekers hebben het onderzoeksgebied te voet onderzocht. Daarbij is gebruik gemaakt van een verrekijker en het afspelen van geluid van mogelijke nestplaatsen. Ook tijdens de overige bezoeken is gelet op de aanwezigheid van gierzwaluwen. 8

Nader Soortenonderzoek Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

20-8-2024

3.2.

Bezoeken

Vleermuizen

Voor het in beeld brengen van de betekenis van de bebouwing voor vleermuizen zijn vijf verschillende bezoeken aan het onderzoeksgebied gebracht. De bezoeken in mei, juni en juli 2024 zijn uitgevoerd voor het in kaart brengen

van kraam- en zomerverblijven, de bezoeken in augustus en september 2023 zijn uitgevoerd voor het vaststellen

van paarverblijven van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. In tabel 3.1 worden de verschillende

bezoekdata weergegeven. Het onderzoek is uitgevoerd conform de 75% regel van het vleermuis protocol 2021, waarbij bij elk bezoek 5 ecologen aanwezig waren.

Tabel 3.1: Bezoekschema vleermuisonderzoek in het onderzoeksgebied Datum

21-8-2023

Tijdstip

Zon op/ zon onder

Aantal onderzoekers

Doel

Weersomstandigheden

20:01-00:01

20:01

5

Paarverblijfplaats

Heldere hemel, Tb 23⁰C Te 19⁰C,

12-9-2023

04:00-07:03

07:03

5

Paarverblijfplaats

Heldere hemel, Tb 20⁰C Te 24⁰C,

23-5-2024

21:30-00:00

21:38

5

Zomerverblijfplaatsen

13-6-2024

21:45-00:15

21:59

5

Zomerverblijfplaatsen

Licht bewolkt, Tb 13⁰C Te 12⁰C,

2-7-2024

02:18-05:18

05:18

5

Zomerverblijfplaatsen

Licht bewolkt, Tb 15⁰C Te 14⁰C,

& kraamkolonies

& kraamkolonies

& kraamkolonies

droog, wind 0-1 Bft

droog, wind 0-1 Bft

Heldere hemel, Tb 15⁰C Te 14⁰C,

droog, wind 0-1 Bft

droog, wind 3 Bft

motregen, wind 0-1 Bft

Huismussen

De bebouwing in het onderzoeksgebied is tweemaal onderzocht in het voorjaar 2024. Het onderzoeksgebied is in

de ochtend bezocht op 24 april en 14 mei 2024. In tabel 3.2 worden de bezoekdata weergegeven met bijbehorende

gegevens.

Tabel 3.2: Bezoekschema huismusonderzoek Datum

Tijdstip

Zon op/ zon onder

Aantal onderzoekers

Doel

Weersomstandigheden

24-4-2024

09:30-10:30

06:16

1

Nestplaatsen

Halfbewolkt, Tb 7⁰C Te 7⁰C, droog,

14-5-2024

10:13-11:13

05:39

1

Nestplaatsen

Heldere hemel, Tb 21⁰C Te 23⁰C,

wind 2 Bft

droog, wind 0-1 Bft

Gierzwaluw

De bebouwing in het onderzoeksgebied is tweemaal onderzocht in het voorjaar en zomer van 2024. Het onderzoeksgebied is in de avond bezocht op 31 mei en 4 juli 2024 In tabel 3.2 worden de bezoekdata weergegeven met bijbehorende gegevens.

Tabel 3.2: Bezoekschema gierzwaluwonderzoek Datum

Tijdstip

Zon op/ zon onder

Aantal onderzoekers

Doel

Weersomstandigheden

11-6-2024

20:30-22:30

21:59

2

Nestplaatsen

Licht bewolkt, Tb 13⁰C Te 12⁰C, droog,

4-7-2024

20:30-22:30

22:01

2

Nestplaatsen

Halfbewolkt, Tb 18⁰C Te 16⁰C, droog,

31-5-2024

9

20:15-22:15

21:48

2

Nestplaatsen

Nader Soortenonderzoek Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

20-8-2024

Zwaarbewolkt, Tb 17⁰C Te 16⁰C, droog, wind 3 Bft

wind 3 Bft wind 2 Bft

Overige soorten

Tijdens de veldbezoeken is ook gekeken naar andere beschermde soorten met een rust- of voortplantingsplaats in en nabij het onderzoeksgebied.

3.3.

Resultaten

Vleermuizen

Verblijfplaatsen

Tijdens het vierde bezoek is er een verblijfplaats van een laatvlieger gevonden net buiten het projectgebied waar

één individu is waargenomen. Tijdens het derde veldbezoek, het eerste bezoek in de voorjaarsperiode, is er een

kraamverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in een project woning gevonden waar minimaal 120 individuen waargenomen zijn (figuur 3.2). Tenslotte zijn er nog twee baltsende gewone dwergvleermuizen in en rondom het onderzoeksgebied waargenomen, maar deze hebben geen directe binding met een gebouw

aangetoond. Mannetjes vliegen tijdens de balts vaak roepend rond waarbij ze veelal vaste trajecten gebruiken. Dit

maakt het lastig om de exacte locatie van de paarverblijfplaats aan de hand van baltsroep van de gewone

dwergvleermuis te traceren. Figuur 3.1 laat alle waarnemingen zien op een topografische kaart.

Figuur 3.1: Resultaten verspreidingsonderzoek vleermuizen

10

Nader Soortenonderzoek Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

20-8-2024

Figuur 3.2: Locatie van kraamkolonie

Foerageergebied

Tijdens alle veldbezoeken werden er meerdere foeragerende gewone dwergvleermuizen, laatvliegers en enkele

ruige dwergvleermuizen waargenomen. Deze vleermuizen foerageerden rond het parkje in het noordoosten van het onderzoeksgebied en tussen de gebouwen.

Naar verwachting zal het verwijderen van groen leiden tot een marginaal verlies van foerageerbiotoop. Echter zal

de nieuwe situatie veel groen terugbrengen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied blijft voldoende

opgaande beplanting behouden waar vleermuizen kunnen foerageren. Het onderzoeksgebied wordt dan ook niet als essentieel foerageergebied beschouwd.

Vliegroute

Er zijn vele vliegbewegingen van diverse soorten verspreid over het onderzoeksgebied waargenomen. In stedelijk

gebied is dit typerend voor vliegbewegingen van vleermuizen doordat veel verschillende lijnvormige elementen

gebruikt worden als vliegroute. Door de aanwezigheid van diverse elementen rondom het onderzoeksgebied worden de elementen binnen het onderzoeksgebied niet als essentieel beschouwd. Huismussen

In het onderzoeksgebied zijn enkel huismussen foeragerend waargenomen in de groenelementen van het

onderzoeksgebied. Aangezien er veel activiteit en groen rondom het onderzoeksgebied is waargenomen wordt het onderzoeksgebied niet als essentieel leefgebied beschouwd. Er zijn geen nesten of nest indicerend gedrag waargenomen tijdens de veldbezoeken.

11

Nader Soortenonderzoek Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

20-8-2024

Gierzwaluwen

Er zijn in het onderzoeksgebied zeker 40-50 foeragerende dieren gezien en gierend waargenomen boven de straten De Jongsingel, Philippusstraat en Coeveringslaan tijdens het eerste veldbezoek. Geen hiervan had echter

binding met de bebouwing in het onderzoeksgebied, de dieren tikten niet aan bij een gebouw en er zijn geen in-

of uitvliegende dieren waargenomen. Bovendien zijn er tijdens de overige twee veldbezoeken geen gierzwaluwen meer waargenomen. Hierdoor kunnen nestplaatsen in het onderzoeksgebied uitgesloten worden. Aangezien er

veel activiteit en groen rondom het onderzoeksgebied is waargenomen wordt het onderzoeksgebied niet als essentieel leefgebied beschouwd. Overige soorten

Er zijn tijdens het veldwerk geen aanwijzingen gevonden dat overige beschermde diersoorten een rust- of voortplantingsplaats bezetten in het onderzoeksgebied.

3.4.

Wettelijke consequenties

Vleermuizen

Vleermuizen en hun verblijfplaatsen zijn beschermd en mogen alleen met een vergunning negatief beïnvloed

worden. Voor het uitvoeren van voorgenomen activiteiten dient een omgevingsvergunning flora- en fauna-

activiteit te worden aangevraagd. In totaal is één kraamverblijfplaats aangetroffen in het projectgebied. Om een

vergunning te kunnen krijgen dient onder andere sprake te zijn van een wettelijk belang. Tevens dient gewerkt te worden buiten de kwetsbare periode.

Het onderzoeksgebied maakt geen onderdeel uit van een essentiële vliegroute en het onderzoeksgebied heeft

geen functie als essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Huismussen

In het onderzoeksgebied worden geen nestplaatsen aangetast en er gaat geen essentieel leefgebied verloren. Het

slopen van de bebouwing en het rooien van beplanting in het onderzoeksgebied leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet voor de huismus. Gierzwaluwen

In het onderzoeksgebied worden geen nestplaatsen aangetast en er gaat geen essentieel leefgebied verloren. Het

slopen van de bebouwing en het rooien van beplanting in het onderzoeksgebied leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet voor de gierzwaluwen. Overige soorten

Binnen het onderzoeksgebied zijn diverse vogelsoorten waargenomen. Werkzaamheden die kunnen leiden tot

het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is september-februari. De

zorgplicht is altijd van toepassing.

12

Nader Soortenonderzoek Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

20-8-2024

4. Conclusie

In het najaar van 2024 en het voorjaar en de zomer van 2023 is de bebouwing in het onderzoeksgebied onderzocht

op de aanwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen en op nestplaatsen van huismussen en gierzwaluwen.

Het onderzoek is uitgevoerd volgens het daarvoor geldende protocol en kennisdocument en is volledig en onder gunstige weersomstandigheden uitgevoerd.

Uit het nader onderzoek naar vleermuizen is gebleken dat er een kraamverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in het onderzoeksgebied en een zomerverblijfplaats van de laatvlieger net daarbuiten zijn

vastgesteld. Om werkzaamheden uit te mogen voeren, met nadelige gevolgen voor de vleermuizen en hun

verblijfplaatsen, dient een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden. Daarnaast dient gewerkt te worden buiten de kwetsbare periode. Er wordt geen essentiële vliegroute of essentieel foerageergebied aangetast.

Uit het onderzoek is gebleken dat er geen nestplaatsen van gierzwaluwen en huismussen in de onderzochte

bebouwing/beplanting is vastgesteld. Het onderzoeksgebied vormt geen essentieel foerageergebied of leefgebied voor de huismus of de gierzwaluw. Het slopen van de bebouwing en het rooien van beplanting leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van de wet- en regelgeving voor gierzwaluwen en huismussen. Er hoeft geen vergunning van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden.

13

Nader Soortenonderzoek Philippusstraat 25, Sint-Oedenrode

20-8-2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=9909ded3-5b2b-412d-96ae-21a4bd06f98c