Bijlage 2.1 Toelichting ETFAL voorontwerp (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
In de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening wordt gewerkt met de ‘lagenbenadering’. De lagenbenadering is een belangrijk instrument dat ondersteuning biedt bij het in kaart brengen van (en rekening houden met) de specifiek kenmerken en beperkingen van het gebied. Hierbij worden alle lagen in beschouwing genomen: de ondergrond de netwerklaag de bovenlaag en de tijdsdimensie. Tussen deze lagen bestaat een wisselwerking. Iedere laag kent zijn eigen dynamiek verschillende veranderingssnelheid en mate van omkeerbaarheid bij ingrepen. Door alle lagen in beschouwing te nemen wordt rekening gehouden met verbetering van landschappelijke kwaliteit denk aan behoud van cultuurhistorisch waarden en toevoegen versterken of herstellen van landschapselementen (Kwaliteitsverbetering landschap Omgevingsverordening artikel 5. 11). In dit hoofdstuk worden de belangrijkste bevindingen per laag toegelicht. De gedetailleerde uitwerking van de lagenbenadering voor de ontwikkeling Sint-Oedenrode is onderdeel van de planMER. - PM ,
,
,
,
,
,
,
,
,
3. 5. 1
LAAG 1: DE ONDERGROND
Bodem en Water Binnen deze laag zijn volgens de Interimverordening de aspecten bodem grondwater en archeologie van belang. Het bodem- en watersysteem is leidend bij ruimtelijke ontwikkelingen. ,
,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
,
WSP 7 april 2025 pagina 25/73
De bodem blijkt op zich geschikt voor de beoogde ontwikkeling. Als aandachtspunt wordt naar voren gebracht dat het gebied in een erg natte (winter)periode te nat zou kunnen worden. Dit wordt echter ondervangen door het bodem- en watersysteem als uitgangspunt te nemen bij de planvorming(zie paragraaf 4. 1. 1 “Beschrijving ontwikkeling”). Door inzet van waterberging- denk aan de infiltratievijvers in het noorden van het plangebied is rekening gehouden met de afvoer van hemelwater. De mogelijkheid om op deze locatie waterberging te realiseren is leidend geweest voor de locatiekeuze van het plangebied (zie paragraaf 3. 2 “Locatieafweging”). ,
Archeologie In de lagenbenadering is uitgegaan van het voorkomen van gronden met een hoge en gronden met een middelhoge verwachting voor archeologische vondsten. Met het verkennend veldonderzoek (paragraaf 5. 2. 1 “Veldonderzoek”) is daarna vastgesteld dat het gebied grotendeels zones bevat met geen tot lage verwachtingen en enkele zones met middelhoge verwachtingen. Verder proefsleuvenonderzoek wordt aanbevolen. Zoals in de lagenbenadering al is vastgesteld is overige binnen het plangebied de nodige ruimte beschikbaar om te schuiven of ruilen met functies of om functies uit te sluiten waardoor archeologische resten in beginsel beschermd kunnen blijven. Laag 2: De netwerklaag ,
,
,
,
Infrastructuur en mobiliteit Er zijn geen ondergrondse leidingen of infrastructuur aanwezig die de ontwikkeling belemmeren. Het plangebied ligt gunstig ten opzichte van voorzieningen en omliggende werkgebieden en is goed ontsloten voor auto fiets en openbaar vervoer (HOV). De ontsluiting verloopt via het lokale wegennet waardoor het provinciale netwerk niet extra wordt belast. Dit draagt bij aan een veilige en efficiënte verkeersafwikkeling. De ligging maakt het mogelijk om vanaf de start in te spelen op gemeentelijke mobiliteitsopgaven (zie paragraaf 2. 3 “Gemeentelijk beleid”). ,
,
,
Natuur Het plangebied heeft een agrarische bestemming en grenst aan een zone met de aanduiding ‘leefgebied struweelvogels’. Deze zone blijft onaangetast. Beëindiging van het agrarisch gebruik draagt positief bij aan natuurwaarden. De gemeente past bij nieuwe wijken standaard natuurinclusief bouwen toe en laat daartoe een ‘kansenscan’ uitvoeren. Door de omvang en ligging van het plangebied zijn er goede mogelijkheden voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Energie De nieuwe woningen worden gasloos ontwikkeld en aangesloten op duurzame (elektrische of niet-elektrische) energiebronnen. Zonnepanelen op daken zijn vanzelfsprekend. Er zijn geen beperkingen vanuit bodembescherming of waterwinning. In de toekomst kan bekeken worden of ruimte voor energieopslag in de wijk kan worden gevonden. PM Waterwegen (voor vaarverkeer) Er zijn geen bestaande of geplande waterwegen in het plangebied aanwezig of voorzien.
3. 5. 2
LAAG 3: BOVENGRONDSE ASPECTEN
Cultuurhistorie en landschap Het plangebied kent een lange gebruiksgeschiedenis zichtbaar in structuren als dreven oude wegenpatronen en laanbeplanting. Bij de inrichting is rekening gehouden met deze historische structuren die behouden en versterkt worden. Het landschap leent zich goed voor woningbouw en biedt kansen om landschappelijke elementen te herstellen zoals voorpootstroken greppels en singels. Er wordt ingezet op natuurinclusieve inrichting met onder andere waterberging met natuurvriendelijke oevers kruidenrijke vegetatie en wandelroutes. ,
,
,
,
,
,
Omvang functie/bebouwing en stedenbouwkundige invulling Door de ligging ten noorden van de Noordelijke Randweg wordt het buurtschap als zelfstandig cluster in het landschap ontwikkeld. De ruimtelijke opzet versterkt de relatie met het omliggende landschap en zorgt voor een
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 26/73
,
duidelijke afronding aan de west- zuid- en oostzijde. Aan de noordzijde komt een groene zone tussen het nieuwe buurtschap en het Damianenklooster met ruimte voor natuurontwikkeling landschappelijke inpassing en waterberging. Via de Langesteeg wordt een veilige fietsverbinding met Sint-Oedenrode gerealiseerd. ,
,
,
,
Effecten op functies , gezondheid , veiligheid en milieu Een planologische quickscan wijst uit dat de voorgenomen ontwikkeling goed past binnen de bestaande omgeving. Figuur 5 geeft de ligging van agrarische bedrijven in de omgeving weer ten opzichte van het plangebied. Deze zones vormen geen probleem waarbij van groot belang is dat de intensieve veehouderij aan de Kampenweg 4 (noord-oosten van het plangebied) wordt beëindigd en de locatie deel gaat uitmaken van het woongebied. ,
Figuur 5 relevante afstanden agrarische bedrijven in omgeving plangebied
Figuur 6 geeft de ligging van relevante niet-agrarische bedrijvigheid in de omgeving weer. De nummers duiden de volgende typen bedrijven aan: 1. Heikampenweg 12/12a opslag voor partyverhuur en catering; milieucategorie 2 richtafstand max. 30 meter; 2. Langesteeg 14; bedrijfsbestemming ‘bedrijf – slachterij’ milieucategorie 3. 2. Milieucategorie wordt teruggebracht: Wijziging omgevingsplan naar ‘bedrijf – vleeswaren en vleesconservenfabrieken p. o. < 1. 000 m2 milieucategorie 3. 1. 3. Bedrijventerrein zuidzijde Noordelijke Randweg: maximaal milieucategorie 3.2 richtafstand tov rustige woonwijk 100 meter gemengd gebied 50 m: feitelijke afstand (tot Heikampenweg) is al 200 meter. 4. Schijndelseweg 36 Klompenfabriek; milieucategorie 3. 1/3. 2 (vervaardiging overige artikelen van hout) richtafstand max 50 of 100 meter. Aan deze afstand tot het nieuwe woongebied wordt voldaan effecten klompenfabriek worden al bepaald door dichterbij gelegen woonbestemmingen; 5. Monovergister Wolvensteeg 2: afstand tot plangebied is ca. 600 meter. ,
,
,
,
,
,
,
,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 27/73
Figuur 6 Ligging bedrijven (niet-agrarisch) in omgeving plangebied
Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op het gebied van gezondheid geluid externe veiligheid of stikstof. Nader onderzoek naar bodem water geluid externe veiligheid en ecologie zijn uitgewerkt in hoofdstuk 5 maar op basis van de quickscan zijn er geen belemmeringen te voorzien. ,
,
3. 5. 3
,
,
,
,
INTERACTIE TUSSEN DE LAGEN
Zoals uit de voorgaande paragraaf blijkt is er volop interactie tussen de lagen: De bodem- en watersituatie maken het gebied geschikt voor woningbouw in combinatie met wateropvang. De klimaatregulerende gronden tussen de Noordelijke Randweg en de Heikampenweg worden ontzien zodat deze geschikt blijven voor vormen van natuurlijke invulling en extensieve recreatie en landbouw. Het positieve effect hiervan is het dempen van eventuele hittestress in het woongebied; De bodem biedt kansen voor duurzame energie (aardwarmte); De combinatie bodem- en waterhuishouding en cultuurhistorie bieden kansen voor versterking van groenstructuren en daarmee tot verbetering van de leefomgeving voor de fauna en biodiversiteit in het gebied; De historische structuren komen terug in de (globale) stedenbouwkundige invulling van het plangebied; Het omzetten van agrarische gronden naar andere functies én het beëindigen van het agrarische bedrijf aan de Kampenweg 4 hebben gunstige effecten op bodem grondwater en natuur. ,
,
,
3. 5. 4
,
MEERWAARDECREATIE
De ontwikkeling draagt bij aan meerdere maatschappelijke opgaven naast woningbouw. Door beëindiging van agrarisch gebruik en veehouderij wordt de stikstofdepositie en belasting van bodem en grondwater verminderd. De locatie biedt kansen voor versterking van biodiversiteit en een robuust ecosysteem onder meer door natuurinclusieve inrichting van de niet-bebouwde delen het behoud en herstel van oude landschapsstructuren en ruimte voor waterberging in samenhang met natuurontwikkeling. De woningbouw wordt verweven met het landschap waardoor een woonomgeving ontstaat met sterke groene dooradering biodiversiteitswaarde en een klimaatadaptieve inrichting. De groene structuur bevordert ook gezondheid en ontmoeting door ruimte voor bewegen en verblijf in het groen. Op het gebied van energie biedt de locatie kansen voor een energieneutrale wijk mede doordat geen bestaande netwerken beperkingen opleggen. De ligging nabij HOV maakt duurzaam reizen aantrekkelijk. Ook sociaal gezien ontstaat meerwaarde: de locatie is geschikt voor diverse woonvormen (zoals flexwonen CPO en geclusterd wonen) waarmee wordt ingespeeld op actuele woningbehoeften. De ontwikkeling voorziet niet alleen in woningbouw maar levert tegelijkertijd een positieve bijdrage aan thema’s als natuur klimaat gezondheid energie en sociaal-maatschappelijke inclusie. Daarmee ontstaat duidelijke meerwaarde voor het gebied. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 28/73
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 29/73
4
VOORGENOMEN
ONTWIKKELING
4. 1
BESCHRIJVING ONTWIKKELING
4. 1. 1
BESCHRIJVING STEDENBOUWKUNDIG PLAN
Uit de locatiestudie volgt dat het betreffende plangebied ten Noorden van Sint-Oedenrode het meest geschikt is. Met de lagenbenadering zijn de specifieke kenmerken en beperkingen van het gebied in kaart gebracht. Deze resultaten hebben invulling gegeven aan de inrichting van het stedenbouwkundig plan (zie onderstaande figuur). In dit hoofdstuk wordt de inrichting verder toegelicht en onderbouwd.
Figuur 7 Stedenbouwkundig plan
De Dreven wordt een zelfstandige plek en is tegelijkertijd verbonden met Sint-Oedenrode en omgeving. Het plan omvat circa 600 woningen verspreid in clusters van circa 30 tot 45 woningen en over 19 verschillende bouwvelden. De typen woningen zijn een mix van grondgebonden woningen en appartementen waaronder 30% sociale huur (geel) 14% middeldure huur (oranje) 13% goedkope koop (paars) 21% middeldure koop (grijs) en 22% dure koop (rood). De typen zijn gemengd over het gebied voorzien. Onderstaande themakaart (Figuur 8) geeft ligging van de verschillende woningbouwcategorieën weer. Figuur 9 toont de ligging van de woonvelden (privégebieden en collectieve ruimtes). ,
,
,
,
,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
,
WSP 7 april 2025 pagina 30/73
Figuur 8 Aanduiding woningcategorieën (sociale huur = geel , middeldure huur = oranje , goedkope huur = paars , dure koop = rood)
Figuur 9 Themakaart: Woonvelden rood = privé woongebied , oranje = collectieve ruimtes
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 31/73
Bij wonen in De Dreven staat verbondenheid met de natuur en het landschap centraal. In dit gebied is niet alleen aandacht voor de mens maar ook ruimte voor flora en fauna. De natuur wordt waar mogelijk versterkt en de biodiversiteit vergroot. De stedenbouwkundige opzet is grotendeels gebaseerd op bestaande landschappelijke elementen de lanen en dreven en nieuw te realiseren natuurzones. Zoals bijvoorbeeld de groene zone langs de noordelijke grens van het plangebied. Ook zijn waterstructuren opgenomen zoals de twee waterplassen in het noorden (zie stedenbouwkundig plan en de themakaart in onderstaande alinea’s). Het plangebied is globaal verdeeld in drie deelgebieden die elk afzonderlijk met de auto bereikbaar zijn: Één langs de westelijke zijde van het plangebied en twee via de zuidelijke grens. Deze wegen sluiten aan op de bestaande Nwegen. Voor fietsers en voetgangers zijn de bouwvelden aan elkaar gekoppeld doormiddel van een oost-west structuur. Om deze structuur heen en verspreid over verschillende locaties binnen het plangebied is ruimte voorzien voor speel- en ontmoetingsplekken. Parkeerplaatsen zijn over het algemeen voorzien aan de randen van het plan en op sommige locaties zijn ze gelegen bij de woningclusters zelf. Afhankelijk van de locatie zijn woningen op natuurlijke wijze georiënteerd op de ‘hofjes’ en soms op omliggende groenstructuren.
Aan de hoofdfietsroute (oost-west structuur) liggen een aantal hoogteaccenten. Dit zijn appartementengebouwen bijvoorbeeld op bouwveld 2 17 6 en 9. Ook zijn maatschappelijke voorzieningen (denk aan zorg) opgenomen bij bouwveld 2 in het noordwesten. Onderstaande figuur geeft de bebouwingsaccenten en voorzieningen weer. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
Figuur 10 Themakaart: Bebouwingsaccenten en voorzieningen (blauw = architectuur , oranje = zoeklocatie collectieve voorziening , rood = maatschappelijke voorziening)
De Dreven wordt een toekomstbestendig woon- en leefgebied door consequent uit te gaan van de 5 gezamenlijke stedenbouwkundige uitgangspunten. De uitgangspunten komen voort uit de huidige situatie op de locatie wet- en regelgeving beleid onderzoeken en informatieavonden. De uitgangspunten zijn hieronder toegelicht waaronder ook de wijze waarop deze invulling hebben gegeven aan het stedenbouwkundig plan: ,
,
1.
,
,
Landschappelijk en ecologisch raamwerk
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 32/73
Binnen het plangebied zijn er tal van interessante landschappelijke elementen die behouden en versterkt worden. De elementen in het plangebied hebben niet alleen ecologische en recreatieve waarde maar ook cultuurhistorische betekenis. De elementen zijn in een vroeg stadium van de ontwikkeling in kaart gebracht en dienen als basis voor de vormgeving van het plan. Rond 1800 waren in het zuiden van het plangebied voorpootstroken aanwezig. Dit is een kenmerkend landschappelijk en cultuurhistorisch element dat voortkomt uit het traditionele agrarische gebruik waarbij open stroken langs de weg vrij werden gehouden als onderdeel van het historische verkavelingsen bebouwingspatroon. Deze zijn na 1800 verdwenen. Onderstaande figuur geeft de structuren binnen het plangebied weer na 1945. ,
,
,
Figuur 11 Topografische kaart na 1945 (ligging plangebied rood omcirkeld)
De bestaande onverharde zandwegen lanen en dreven worden behouden om de cultuurhistorische betekenis (o. a. van de voormalige pootrechten) terug te laten komen in het gebied. Verbinding tussen de woonbuurten en het landschap wordt gerealiseerd door het ecologisch raamwerk aan te vullen met robuuste groenstructuren die het plangebied doorkruisen. De groenstroken en boomrijen lopen van noord naar zuid door en langs de zijde van het plangebied. In eerste instantie gaat het om bestaande laanstructuren met onverharde wegen die samenhangen met het geleidelijk ontginnen van woeste gronden vanuit de historische woonkern. Parallel tussen de Langesteeg en Kampenweg is een groene strook voorzien van noord naar zuid. Naast het behoud van landschappelijke elementen zorgen deze structuren ook voor een natuurlijk scheiding tussen de bouwvelden en verbinden ze de woonbuurten met het omliggende landschap en de historische waardes in het gebied. Daarnaast worden ook structuren teruggebracht in het vlak tussen de Heikampenweg en de Noordelijke Randweg ten behoeve van landschappelijke inpassing (zie Figuur 12). ,
,
,
,
,
,
2. Natuurinclusieve wijk; uitgaande van de bestaande ecologische waarden Nauw verbonden met het in stand houden van landschappelijke elementen in het plan geldt het belang van het behoud en versterken van bestaande ecologische waarden. Ecologische onderzoeken zijn in een vroeg stadium van de ontwikkeling uitgevoerd (zie paragraaf 5. 7 “Ecologie”). In het gehele plangebied zijn beschermde soorten aangetroffen. Voor deze soorten worden in het plan verschillende natuurzones en groenstructuren behouden of aangelegd. Deze zijn onderdeel van de hoofdstructuur groen (zie linker onderstaand figuur). ,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 33/73
Het gaat onder meer om het behoud van de groenstructuren (boomrijen) aan de zuidelijke plangrens en de structuren (boomrijen) die het plan van noord naar zuid doorkruisen (zie donkergroene structuren in onderstaande linker themakaart). Daarnaast is ruimte voorzien voor nieuw aan te leggen natuurzones namelijk een natuurzone van 30 meter breed aan de noordelijke plangrens en een natuurzone die vanaf de rechter infiltratievijver naar het zuiden loopt (zie onderstaande themakaarten). De nieuwe natuurzones zijn gereserveerd voor inheemse beplanting waaronder elementen als kruiden- en faunarijk grasland struweel- en mantelzoomvegetatie knipheggen en bosplantsoen. De bestaande natuurzone aan de oostelijke plangrens wordt behouden. De centrale zone (oost-weststructuur) is ook onderdeel van de hoofdstructuur. Hiermee wordt invulling gegeven aan de provinciale opgave om het landschap te versterken bij ontwikkelingen in het landelijk gebied. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
De rechter themakaart geeft weer hoe de hoofdstructuren verder zijn aangevuld met openbaar groen waaronder bijvoorbeeld groen tussen de verschillende bouwvelden en vergroening van parkeerkoffers. De oostelijke bomenrij is een houtwal (geen dreef) en is daarom niet opgenomen als hoofdstructuur. ,
,
,
Ten oosten van het agrarisch bedrijf aan de Kampenweg 4 ligt in de huidige situatie een strook met de bestemming ‘natuur’ en de gebiedsaanduiding ‘leefgebied struweelvogels’. Bij de invulling van het plangebied wordt dit gerespecteerd om effecten op dit gebied voorkomen. Het agrarische bedrijf wordt beëindigd wat leidt tot positieve effecten op de omgeving waaronder de natuur. De woningen zullen zo mogelijk natuurinclusief gebouwd worden zodat het landschap tot aan de woningen kan raken en waardoor mensen en dieren zich hier thuis zullen voelen. ,
,
,
Figuur 12 Themakaarten: Hoofdstructuur groen (links) en groenstructuren (rechts)
Er is gewerkt vanuit het principe water- en bodem sturend. Dit heeft geleid tot de keuze om zo dicht mogelijk bij het bestaand maaiveld te blijven en de bodem zo min mogelijk te verstoren. Enkel op plaatsen waar woningbouw is voorzien wordt het terrein opgehoogd. Ophoging op grote schaal is voorkomen door gebruik te maken van een watersysteem op maat (zie paragraaf 5. 3 “Water”). Op plekken waar het van nature natter is zoals in het noordwesten en halverwege het plangebied is de waterberging voorzien. De twee grote vijvers (noord-midden en noord-west) zijn onderdeel van een robuust watersysteem waarbij wordt voldaan aan de wettelijke eisen voor waterberging. Er is gekozen voor een op maat uitgewerkt watersysteem. Deze keuze wordt nader toegelicht in paragraaf 5. 3 “Water”. In onderstaande themakaart worden de waterstructuren binnen het gebied weergegeven in blauwe kleur. Het systeem combineert wadi’s greppels een infiltratievijver en ondergrondse waterberging. Hemelwater wordt verdeeld over het plangebied en de grondwatervoorraad wordt hiermee aangevuld. Het systeem draagt bij aan klimaatadaptatie biodiversiteit en het behoud van leefgebieden van beschermde soorten. Wegens beperkte praktijkervaring en hoge kosten is niet gekozen voor collectieve hemelwaterbergingsvoorzieningen.
Mogelijk wordt in een bouwveld een pilot uitgevoerd om ervaring op te doen met een collectief spoelwatersysteem. ,
,
,
,
,
,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 34/73
Figuur 13 Themakaart: Water
3. Gezonde en veilige leefomgeving de inrichting Bij van het plangebied wordt ingezet op het creëren van een gezonde en veilige leefomgeving aansluitend bij de Omgevingswet (zie paragraaf 2. 1. 3) en de Toekomstvisie Meierijstad (zie paragraaf 2. 3). Alle buurten zijn direct verbonden met het omliggende landschap zodat elke buurtbewoner op korte afstand de verbinding kan maken met natuur en landschap hetgeen bevorderlijk is voor de gezondheid en het welbevinden van mensen waardoor het voor iedereen mogelijk is om in warme tijden de koelte van de natuur op te zoeken. Er is gekozen voor een fijnmazig netwerk van fiets en wandelpaden en een beperkt netwerk voor automobilisten. Van oost naar west ligt een belangrijke structuurdrager van het plan. Deze ruimtelijke drager is vrijwel geheel autovrij en is de verzamelplek waar alle woonbuurten op aantakken. Tevens biedt deze drager ruimte voor water bomen en speelaanleidingen. De structuurdrager is west-oost georiënteerd zodat de overheersende zuidwestelijke wind vrij spel heeft en verkoeling biedt tijdens hitte. Daarnaast zijn er ook noord-zuid georiënteerde open ruimten in de wijk. Deze maken het mogelijk dat luchtstromen vanuit het zuiden die over de relatief koelere eerdgronden aan de zuidzijde trekken de wijk binnenkomen.
Dit draagt bij aan natuurlijke verkoeling en helpt om hittestress te verminderen doordat warme lucht minder blijft hangen tussen de bebouwing. ,
,
,
,
,
,
,
,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 35/73
Figuur 14 Themakaart: Centrale zone/structuurdrager (paars = ruimtelijke ontmoetingsplek , oranje = speelaanleidingen)
Voor automobilisten zijn er drie aansluitingen van de wijk met de omgeving. Het gaat om twee aansluitingen op de Noordelijke Randweg en een op de Schijndelseweg. Elk deelgebied heeft een eigen ontsluiting. Het is niet mogelijk om met de auto van het ene naar het andere deelgebied te rijden. Wandelaars en fietsers kunnen dit wel. Voor fietsers en wandelaars zijn er korte verbindingen tussen de woonbuurten maar ook met het centrum van SintOedenrode en andere voorzieningen. Parkeerplaatsen voor auto's liggen zoveel mogelijk aan de randen van het plan of in koffers waardoor de woonbuurten autoluw zijn. Bij de centrale parkeerplaatsen aan de randen van het gebied wordt de mogelijkheid onderzocht om afvalinzameling pakketwanden deelfietsen en deelauto's onder te brengen. Bezorgdiensten en de vuilnisauto hoeven zo niet de woonbuurt in. Dit om in te spelen op het stimuleren van minder gemotoriseerde verkeersbewegingen in de wijk waardoor het een stuk aangenamer en veiliger wonen is. Onderstaande figuur geeft de ligging aan van geclusterde parkeerplaatsen (paars) en parkeerplaatsen op eigen terrein (rood). ,
,
,
,
Figuur 15 Themakaart: Parkeren (paars = geclusterd , rood = op eigen terrein)
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 36/73
De gebieden langs de randen van het plan die zijn aangeduid als spuitzones (zie paragraaf 5. 12 “Spuitzones”) worden gecombineerd met functies zoals parkeren (zie paragraaf 4. 1. 4 “Ontsluiting”). Bouwvlakken worden zoveel mogelijk buiten de spuitzones gepositioneerd wat bijdraagt aan het verminderen van gezondheidsrisico’s. In paragraaf 5. 12 “Spuitzones” wordt onderbouwd hoe de spuitzones zijn vastgelegd en hoe de spuitzones met deze inrichting geen belemmering vormen voor het plan en welke alternatieve maatregelen kunnen worden ingezet om dit te waarborgen. ,
,
,
,
Via het portaal van de GGD Omgevingsadvies Brabant is een algemeen advies gegenereerd voor het project (zie bijlage 7). Omgevingsfactoren zijn ingevuld waaronder informatie over het voorkomen van veehouderijen drukke wegen en akkerbouw in de omgeving. Hieruit volgt het “Omgevingsadvies” waaruit een aantal kernwaarden volgen zoals het scheiden van wonen en druk verkeer het mengen van functies (wonen werken voorzieningen) en het op afstand houden van overlastgevende bedrijven. Daarnaast benadrukt het advies aandachtspunten zoals klimaat groen en water en overige milieueffecten zoals geluid geur en luchtkwaliteit. Het advies is meegenomen bij het opstellen van het plan. ,
,
,
,
,
,
,
,
Sociale cohesie 4. Bij de ontwikkeling van De Dreven gaat het niet alleen om het bouwen van individuele woningen maar tegelijkertijd wordt gebouwd aan een woonomgeving waarin veiligheid geborgenheid individueel woongenot flora en fauna met elkaar in balans zijn (Woonzorgvisie paragraaf 2. 3) Om de sociale samenhang te bevorderen wordt gestreefd naar het bouwen van enkele clusters van 30 tot 45 woningen verspreid over het plangebied waarbij een cluster georiënteerd wordt op een openbare of collectieve ruimte in hofvorm of groenstructuur (zie oriëntatie woningen in onderstaande figuur). Zo’n bebouwingscluster bestaat zoveel mogelijk uit een maatschappelijke mix. De mogelijkheden van gezamenlijke voorzieningen worden onderzocht zoals bijvoorbeeld een kas of een moestuin. Dit zijn elementen die samen met de toekomstige bewoners opgepakt kunnen worden. Alle clusters zijn direct verbonden aan het landschap zodat kinderen en volwassenen veilig vanuit huis naar het landschap kunnen. Ver hoeven bewoners nooit te gaan het landschap ligt immers voor de deur. De geplande woningbouw sluit aan bij de woningbehoefte binnen gemeente Meierijstad en Sint-Oedenrode zoals onderbouwd in paragraaf 3. 1 “Onderbouwing woningbehoefte”. ,
,
,
,
,
,
,
,
Figuur 16 Wisselingen adreszijde woningen
Naast de hoven zijn er drie bijzondere locaties die een accent vormen in De Dreven (zie Figuur 10). Aan de westzijde van het plan ligt aan de waterplas een bebouwingsaccent waar woningen en centrale voorzieningen een plek krijgen. Hier is ruimte een maatschappelijke functie zoals een inloopvoorziening. Het gebouw ligt aan de ruimtelijk drager en is ook een ontmoetingsplek voor de wijk aan het water. Het tweede accent bevindt zich centraal in het plan en ligt eveneens aan het water. Het laatste ruimtelijk accent ligt aan de Kampenweg en staat in de zichtlijn van de centrale zone die door dit gebouw in oostelijke zijde begrensd wordt. Deze drie gebouwen
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 37/73
krijgen elke een bijzondere architectuur. Ze markeren bijzondere ruimtes in het plan brengen structuur aan en helpen bij de oriëntatie. ,
5. Fysieke duurzaamheid Het is streven om de footprint van deze wijk zo klein mogelijk te houden en om de wijk klimaatbestendig en biodivers in te richten. Er wordt gewerkt vanuit het principe groen tenzij. In voorgaande alinea’s is uitgewerkt hoe groen(structuren) een prominente plaats krijgen binnen het plan. Ook wordt aangegeven welke elementen in het stedenbouwkundig plan bijdragen aan een klimaatbestendige omgeving zoals de infiltratieplassen ter voorkoming van wateroverlast en bomen ter voorkoming van hitteoverlast. In paragraaf 4. 1. 5 worden ambities omschreven voor de verdere uitwerking van duurzaamheid in het plangebied waaronder circulair bouwen en duurzame energie. ,
,
,
,
4. 1. 2
GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN (SPUITZONES)
Gewasbeschermingsmiddelen die worden toegepast op agrarische percelen kunnen zich via verwaaiing – ook wel ‘drift’ genoemd - verspreiden over de omgeving. Om milieuvervuiling en mogelijke gezondheidsrisico’s als gevolg van drift te beperken streeft de overheid naar het terugdringen van emissies van gewasbeschermingsmiddelen. De Raad van State heeft in meerdere uitspraken 3 geoordeeld dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies zoals woningen en percelen waar met gewasbeschermingsmiddelen wordt gespoten als verantwoord kan worden beschouwd om hinder of gezondheidsrisico’s te beperken. Dit gebied waar drift zich naartoe kan verspreiden wordt de ‘spuitzone’ genoemd. Daarnaast hanteert de Rijksoverheid verschillende maatregelen en stimuleringsregelingen om het gebruik en de emissie van gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen. Dit gebeurt onder meer door in te zetten op weerbare teeltsystemen het gebruik van driftreducerende spuittechnieken het aanhouden van teeltvrije zones en het toepassen van zuiveringsinstallaties. Bij de onderhavige woningbouwontwikkeling is zoveel mogelijk rekening gehouden met de aanwezigheid van agrarische percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Hierbij is de afstand van 50 meter als uitgangspunt gehanteerd.
De vertaling van deze uitgangspunten naar de inrichting van het stedenbouwkundig plan is nader uitgewerkt in paragraaf 4. 1. 1 “Beschrijving ontwikkeling” en paragraaf 5. 11 “Spuitzones”. ,
,
,
,
,
4. 1. 3
,
FUNCTIES (KERNOPGAVEN)
Op basis van de woningbehoefte binnen de gemeente en de specifieke kernen binnen de gemeente is in de periode 2020 en verder gezocht naar ruimte voor nieuwe woningen. De omvang van de woningbouwopgave voor de kern Sint-Oedenrode is zodanig groot dat deze niet (in geheel) via inbreiding en/of transformatie kan worden ingevuld. De gemeente heeft daarom gezocht naar een uitbreidingslocatie. De voorgenomen locatie ten noorden van de kern is als beste optie naar voren gekomen op basis van gestelde criteria. De gemeente heeft hier vervolgens een voorkeursrecht gevestigd om de gronden te zijner tijd te kunnen aankopen. In de huidige situatie wordt het plangebied voornamelijk voor landbouwdoeleinden gebruikt. ,
,
Het voornemen bestaat uit de volgende onderdelen: Het realiseren van minstens 550 woningen in verschillende typen; Het realiseren van interne en externe ontsluitingsroutes; Het realiseren van een waterbuffer van ca. 4 ha ; Het behouden en versterken van het groene raamwerk Het realiseren van een toekomstbestendige openbare ruimte met maatschappelijke inloopvoorzieningen en voorzieningen voor spelen bewegen en recreatie ,
3 ECLI:NL:RVS:2009:BI5981
functies zoals
,
(februari 2009) ECLI:NL:RVS:2016:855 (maart 2016) ECLI:NL:RVS:2024:2340 regel ,
,
7. 6 (juni 2024) 021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 38/73
,
4. 1. 4
ONTSLUITING
Als onderdeel van de ontwikkeling is ook het realiseren van ontsluitingsmogelijkheden voor gemotoriseerd verkeer om een goede verbinding te creëren tussen het plangebied en de kern Sint-Oedenrode. Het plangebied is gunstig gelegen ten opzichte van bestaande wegenstructuren. Schijndelseweg de A50 met daartussen de Noordelijke Randweg zijn in beginsel geschikt voor de ontsluiting van het plangebied voor autoverkeer en openbaar vervoer. Het deelgebied is in drie kwadranten verdeeld. Elk deelgebied heeft afzonderlijk van elkaar een ontsluiting naar een bestaande weg: één aan de westelijke plangrens en twee aan de zuidelijke plangrens. Alle drie de wegen sluiten aan op de bestaande N-wegen. Op bepaalde punten is het daarom nodig om bestaande kruispunten en rotondes aan te passen. Om de ecologische zones niet te kruisen en om fietsen te stimuleren zijn er geen doorkoppelingen voor de auto mogelijk tussen de kwadranten. Onderstaande figuur geeft de locaties weer van de drie ontsluitingsroutes. ,
,
,
,
,
,
,
Figuur 17 Ontsluitingen van de drie deelgebieden (donkerbruin = ontsluiting naar deelgebied , lichtbruin = routes binnen deelgebied)
In 2023 is een mobiliteitsstudie uitgevoerd waar een aantal aanbevelingen uit volgen met betrekking tot de ontsluitingsstructuur in en rondom het plangebied (zie hoofdstuk 5. 9 “Verkeer en parkeren”). Zoals eerder benoemd wordt gestreefd naar het stimuleren van fietsverkeer ter bevordering van gezondheid sociale cohesie en het creëren van autoluwe buurten. Daarnaast is dit ook wenselijk gezien de drukte op de wegen in SintOedenrode en in het centrum met parkeren. Parkeerplaatsen worden zoveel als mogelijk voorzien aan de rand van de wijk (o. a. in de spuitzones) of in parkeerkoffers. Centraal door het plangebied ligt een doorlopende fietsroute. Deze route verbindt de drie eerdergenoemde kwadranten met elkaar voor langzaam verkeer en dient tevens als calamiteitenroute. Onderstaande themakaart geeft routes voor langzaam verkeer weer. Ook is gekozen voor de aanleg van een fietstunnel om de verbinding tussen de Dreven en de kern van SintOedenrode de versterken voor fietsverkeer. Dit draagt door middel van duurzame mobiliteit bij aan de vereiste verbetering van de landschappelijke kwaliteit zoals voorgeschreven in de Omgevingsverordening bij ,
,
,
,
,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 39/73
,
ontwikkelingen in landelijk gebied. Een alternatief op de fietstunnel is overwogen. Deze afweging wordt toegelicht in paragraaf 5. 5. 1 “Vergelijkingsonderzoek geluid”.
Figuur 18 Themakaart: Langzaam verkeer
4. 1. 5
AMBITIES
De volgende paragrafen omschrijven thematisch de wenselijke toekomstbeelden en beleidsdoelen die richting geven aan de ontwikkeling maar die niet opgenomen zijn in het stedenbouwkundig plan. Het omschrijft waarom bepaalde ontwikkelingen gewenst zijn los van de juridische mogelijkheden. Binnen gemeente Meierijstad zijn er een aantal ambities voor De Dreven geformuleerd en onderverdeeld in thema’s: ,
,
Adaptatiethema’s (water- , droogte- en hitteoverlast) Om ook rekening te houden met de vastgestelde droogteproblematiek en extreme (natte) weersituaties die zich voordoen in de provincie (paragraaf 2. 2. 1 “Omgevingsvisie en Omgevingsverordening) worden op specifieke risicoplekken in plangebied plantsoorten aangelegd met tolerantie voor droogte en voor natte periodes. Ter voorkoming van hitte is het streven dat een boomkroonbedekking gerealiseerd van minimaal 30%. Op hoofdroutes van fietsers of voetgangers en in de omgeving van verblijfsplaatsen in de openbare ruimte is dit 40% -PM. Met name in het noorden van het plangebied wordt ruimte gereserveerd voor groen. In combinatie met het gekozen watersysteem wordt hiermee ingezet om invulling te geven aan de ambitie ‘klimaatbestendig’ uit de duurzaamheidsvisie van gemeente Meierijstad. ,
,
,
Natuurinclusief Het streven is om 15% van het plangebied te reserveren als groen voor herstel van landschapsdiensten -PM. Landschapsdiensten komen voort uit de groenblauwe dooradering in het gebied met als belangrijke baten: klimaatregulatie (verkoeling in tijden van hitte) wateropvang- zuivering leefgebied plant en dier (bestuiving en natuurlijke plaagonderdrukking) bevordering biodiversiteit groene leefomgeving voor de mens (gezondheid) en recreatie. Groenstructuren in de nieuwe situatie worden begrensd en benoemd zodat duidelijk is wat de belangrijke groenstructuren zijn en welke bescherming en ontwikkelmogelijkheden daarbij horen. Dit leidt tot regels met ,
,
,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
,
,
WSP 7 april 2025 pagina 40/73
betrekking tot (bijvoorbeeld) ontgravingen bodemverdichting en snoeiwerkzaamheden. Ook worden regels opgesteld voor individuele groenobjecten zoals beplantingsvakken velden grazige vegetaties enzovoorts. De LIOR (Leidraad Inrichting Openbare Ruimte) omschrijft eisen en richtlijnen over onder meer boomaanplant in bermen groenstroken en groen buitengebied en moedigt daarnaast bewoners aan tot het inrichten van geveltuintjes. In paragraaf 5. 7 “Ecologie” wordt omschreven hoe aanwezige soorten en leefgebieden van aanwezige soorten worden behouden en hoe leefgebieden van soorten die na de inrichting verwacht worden worden aangelegd en verbeterd. Het streven hierbij is om voornamelijk inheemse beplanting aan te leggen. Voor het openbaar gebied in een woonstraat wordt meer gecultiveerd plantmateriaal toegepast. De waarde van het gebied als foerageergebied als vaste rust- en verblijfplaats en als voortplantingsplek wordt behouden en versterkt. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Wonen De nieuwe ontwikkeling moet voorzien in een mix van woningtypen in verschillende prijscategorieën (zie paragraaf 3. 1 “Onderbouwing woningbehoefte” en Figuur 8). Belangrijk is om voldoende aandacht te geven aan (betaalbare) woningen. Minimaal 30% van de woningen valt onder sociale huur. Dit sluit aan bij de behoeftes die zijn onderzocht voor het plangebied (zie paragraaf 3. 1. 1 “Kwantitatieve behoefte” en 3. 1. 2 “Kwalitatieve behoefte). Om te waarborgen dat van de verschillende woningbouwcategorieën voldoende typen beschikbaar blijven geldt volgens de Doelgroepenverordening het gebruik van sociale huurwoningen voor de gespecificeerde doelgroepen in stand wordt gehouden gedurende ten minste 25 jaar. Voor middeldure huurwoningen geldt 15 jaar en voor sociale koop (goedkoop + middeldure) 10 jaar. Ook worden levensloopbestendige woningen gerealiseerd en wordt ruimte geboden voor bijzondere woonvormen zoals collectieve bouw en collectiviteitsgedachte. Bouwwerken dienen daarnaast te getuigen van ruimtelijke kwaliteit wat wordt beoordeeld volgens de criteria van het Beeldregiekader Sint-Oedenrode-Noord (zie paragraaf 4. 1. 6). ,
,
,
Gezonde en veilige leefomgeving Er wordt gezocht naar een synergie tussen de gebruikswaarde (praktisch en functioneel) belevingswaarde (fijne plek herkenbaar) en toekomstwaarde (duurzaam aanpasbaar en overdraagbaar aan volgende generaties). De tussenzone Heikampenweg – Noordelijke Randweg behoudt een extensief en groen karakter waar mogelijk ruimte wordt gemaakt voor maatschappelijke voorzieningen. Ten zuiden van het plangebied onder de Heikampenweg is mogelijk ruimte voor niet gebouwde maatschappelijke voorzieningen bijvoorbeeld stadsakker/volkstuin. Hierbij kan mogelijk worden gezocht naar het versterken van de relatie met Sint-Oedenrode. Ten behoeve van een gezonde luchtkwaliteit is gekozen voor een algeheel verbod op houtstook. Ook voorkomt dit geur- en rookoverlast voor omwonenden. ,
,
,
,
,
,
,
Sociale cohesie Waar woningen worden gebouwd in clusters van 30 tot 50 huizen gebeurt dit bij voorkeur in een sterke mix van verschillende woningbouwcategorieën gericht op een openbare of collectieve ruimte. Dit bevordert de sociale cohesie en interactie. Daarnaast worden levensloopbestendige en betaalbare woningen gerealiseerd om aan de diverse behoeften van de gemeenschap te voldoen. De eventuele maatschappelijke voorzieningen tussen de Heikampenweg en de Noordelijke Randweg kunnen ook bijdragen aan sociale cohesie. ,
,
Circulariteit Aansluitend bij de duurzaamheidsvisie van gemeente Meierijstad (zie paragraaf 2. 3) en het programma woningbouw (zie paragraaf 2. 1. 4) is het de ambitie om waar mogelijk circulair en bio-based te bouwen en ook in de openbare ruimte circulaire materialen toe te passen. Biobased bouwen heeft onder meer als voordeel dat CO 2 wordt opgeslagen in de gebruikte materialen en dat de bouw relatief sneller verloopt ten opzichte van traditionele bouw. Ook is bewezen dat bio-based gebouwen zorgen voor verbeterde interne luchtkwaliteit natuurlijke regulatie van temperatuur en een positieve impact op het welzijn. Voor de bebouwing is gekozen voor het maken van een beeldregiekader (zie paragraaf 4.1.6) waarmee zowel (zachtere) richtlijnen en inspiratie wordt geboden als ook hardere normatieve criteria. De gemeente wil daarmee ruimte bieden voor onder meer innovatieve bouwtechnieken zoals bio-based bouwen en het gebruik van circulaire materialen. Minimaal gelden de gestelde doelen uit de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB). Regels voor circulair bouwen volgen uit de landelijke ,
,
,
,
,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 41/73
leidraad “Handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen inrichten en beheren” van het Ministerie van BZK. Energie In het huidige stedenbouwkundige plan is vooralsnog geen ruimte gereserveerd voor een warmtenetwerk. Dit wegens de onbekendheid van het systeem en de hoge kosten en risico’s. Daarnaast is ook geen ruimte gereserveerd voor energieopslag. In de ideale situatie is er op wijkniveau sprake van uitwisseling van opgewekte en te gebruiken energie. Daarvoor is echter medewerking van Enexis nodig en/of een grootverbruikersaansluiting voor de hele wijk. Er bestaan technieken om dit te organiseren maar de wetgeving is nog niet zover dat dit toepasbaar is op een nieuwbouwwijk. Dit zou vragen om experimenteerruimte die onder andere Enexis niet beschikbaar heeft op dit moment. Het helemaal zelf regelen door de wijk als één aansluiting te zien is ook niet haalbaar vanwege de netcongestie. Dat zou vragen om een grootverbruiksaansluiting die geeft Enexis momenteel niet af. Dit geldt ook voor zon boven parkeren. Er volgt richting ontwerp-omgevingsplan nog een optimalisatieslag in het stedenbouwkundige plan waarin wordt bekeken of ruimte voor energieopslag alsnog kan worden gevonden. De benodigde ruimte kan voorlopig gebruik worden als openbare (speel)voorziening.
Het uitgangspunt is all-electric waarbij per 100 woningen wordt aangesloten op één trafo (inclusief voor auto’s). De nieuwe woningen lenen zich voor het plaatsen van zonnepanelen. ,
,
,
,
,
4. 1. 6
BEELDREGIEKADER (BRK)
De gemeente is (eind-)verantwoordelijk voor de kwaliteit en inrichting van de openbare ruimte. In het BRK is dit normatief vastgelegd. Voor de woningen geeft het BRK meer ruimte. Voor de realisatie van de woningen is het de bedoeling dat marktpartijen corporaties of particulieren in zelfbouw al dan niet collectief voor percelen of deelgebieden nadere uitwerkingen gaan maken. Dat zal gebeuren onder regie van de gemeente en binnen de kaders van het BRK en Stedenbouwkundig ontwerp. Uitgangspunt daarbij is dat een bepaald niveau van ruimtelijke kwaliteit wordt geborgd maar ook voldoende vrijheid wordt geboden aan de ontwikkelingen. Voor de borging van ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing is daarom gekozen voor het maken van een beeldregiekader in plaats van een beeldkwaliteitplan. Een beeldregiekader geeft immers meer flexibiliteit en maakt dynamische kwaliteitssturing mogelijk terwijl er in een conventioneel beeldkwaliteitplan juist veel op voorhand is vastgelegd. Het beeldregiekader geeft een uitwerking van de gestelde ambities in meer detailniveau voor bepaalde locaties zoals bijvoorbeeld schetsen voor de inrichting van de oost-west structuur. Voor architectuur worden zowel richtlijnen als normatieve eisen meegegeven. Normatieve eisen omvatten bijvoorbeeld eisen over maatverhoudingen bouwhoogtes en kapvormen.
Richtlijnen zien toe op architectonische betekenis en interne samenhang zoals richtlijnen over stijl materiaal en kleur. Deze richtlijnen geven ook ruimte voor het gebruik van duurzame materialen (zie paragraaf 4. 1. 5 onder ‘duurzaam’). Op het gebied van overgangen van het openbaar gebied naar privéterreinen geeft het beeldregiekader meer hardere uitgangspunten mee met minder ruimte voor ontwerpvrijheden. Hierbij wordt ook verwezen naar de LIOR waarin technische eisen zijn vermeld die aan de openbare ruimte worden gesteld. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
4. 1. 7
ALTERNATIEVEN (FIETSTUNNEL)
Zoals beschreven in paragraaf 4. 1. 4 “Ontsluiting” is gekozen voor de aanleg van een fietstunnel om een veilige en directe noord-zuidverbinding te realiseren tussen het plangebied en de overige woon- en werkgebieden en overige voorzieningen. Ter onderbouwing van deze keuze zijn meerdere alternatieve varianten onderzocht. De onderzochte alternatieve omvatten de volgende mogelijke oversteeklocaties voor fietsverkeer richting Sint-Oedenrode: Een nieuw aan te leggen kruispunt Noordelijke Randweg – Marie Curiestraat (gecombineerd met een nieuwe ontsluiting naar de geplande woonwijk) De bestaande aansluiting Noordelijke Randweg-Alfred Nobelstraat-Kampenweg
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 42/73
Kruispunt Noordelijke Randweg-Schijndelseweg
-
Alle bovengenoemde alternatieven voorzien in een gelijkvloerse kruising voor fietsers met een voorrangsplein of veilig comfortabel en aantrekkelijk dan een een enkelstrooksrotonde. Deze opties zijn echter minder ongelijkvloerse oplossing zoals een fietstunnel. Bovendien bieden deze alternatieven minder directe verbindingen tussen fietsverkeer en belangrijke bestemmingen zoals scholen winkels en andere voorzieningen in het dorp. Op de Noordelijke Randweg is de toegestane snelheid 70 km/u. Bij deze snelheid bedraagt de remweg circa 55 meter waardoor een onverwachte remactie een verhoogd risico op ernstige ongevallen met zich meebrengt. Een verlaging van de snelheid naar 50 km/u is onderzocht als mogelijke mitigerende maatregel. Echter ook bij een snelheid van 50 km/u blijft de remweg aanzienlijk namelijk circa 30 meter hetgeen nog steeds een risicovolle situatie oplevert voor een gelijkvloerse oversteek. Daarnaast is een akoestische vergelijkingsstudie uitgevoerd om de geluidseffecten van de aanleg van de fietstunnel af te zetten tegen de effecten van een snelheidsverlaging op de Noordelijke Randweg. Uit deze studie bleek dat het verschil in geluidsemissie minimaal is waardoor dit aspect geen doorslaggevende rol speelt in de variantenafweging. Deze bevindingen worden toegelicht in paragraaf 5. 5. 1 “Vergelijkingsonderzoek geluid”.
De keuze voor de fietstunnel draagt bij aan de verkeersveiligheid en stimuleert het fietsgebruik. Dit heeft positieve neveneffecten zoals een verbetering van de fysieke gezondheid een afname van de verkeersdruk en een vermindering van luchtverontreiniging. Daarmee sluit de fietstunnel aan bij de doelstellingen van het gemeentelijk mobiliteitsbeleid waarin duurzame en gezonde mobiliteit centraal staan. Op basis van deze overwegingen heeft de fietstunnel de voorkeur boven de overige onderzochte varianten. Onderstaande figuur illustreert hoe de fietstunnel (T) aansluit op de hoofdfietsroutes (rood) tussen het plangebied (wit omlijnd) en essentiële voorzieningen zoals scholen en winkels. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Figuur 19 Samenhangend fietsnetwerk omgeving WVG-locatie Sint-Oedenrode
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 43/73
5
EFFECTEN EN ONTWIKKELING
ONDERBOUWING
5. 1
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
De m. e. r. -procedure is voorgeschreven bij projecten die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. Deze verplichting komt voort uit de Europese richtlijn voor m. e. r. en de doorvertaling in de nationale wetgeving (Omgevingswet en Omgevingsbesluit). Het doel van de milieueffectrapportage (m. e. r. ) is om het milieubelang een volwaardige plek te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. Projecten die m. e. r. -plichtig of m. e. r. beoordelingsplichtig zijn zijn opgenomen in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit. ,
De voorgenomen ontwikkeling het realiseren van minstens 550 woningen is een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van categorie J11 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Het omgevingsplan dat de aanleg wijzigingen of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mogelijk maakt is m. e. r. -beoordelingsplichtig: het bevoegd gezag moet beoordelen of er in dit specifieke geval aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn op grond waarvan een milieueffectrapportage noodzakelijk is. ,
,
,
,
Wanneer het omgevingsplan een zogenaamd ‘kader’ vormt voor latere m. e. r. -(beoordelings-)plichtige besluiten moet voor het omgevingsplan een milieueffectrapportage worden gevolgd. Een omgevingsplan is bijvoorbeeld kaderstellend als het voor de realisering van een ontwikkeling een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (opa) voorschrijft. Aangezien de gemeente heeft gekozen voor een fasering in de uitvoering van de woningbouwontwikkeling zijn voor de verschillende fasen afzonderlijke omgevingsvergunningen nodig. Dit maakt het omgevingsplan kaderstellend waardoor een milieueffectrapportage noodzakelijk is. De m. e. r. -procedure wordt bij het ontwerp doorlopen. Dit biedt procedurele zekerheid zorgt voor een gedegen onderbouwing van de wijziging van het omgevingsplan en een groter draagvlak in de omgeving. ,
,
,
De milieueffecten die in de planMER worden beoordeeld worden omschreven in onderstaande paragrafen. ,
5. 2
BODEM- EN VELDONDERZOEK
5. 2. 1
WET- EN REGELGEVING
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de sectorale bodemregelingeving van de Wet bodembescherming vervallen en is bodem integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving uit het nieuwe wettelijke stelsel. Milieukundig bodemonderzoek vindt plaats in een aantal stappen waaronder het (historisch) vooronderzoek verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek. ,
,
5. 2. 2
ONDERZOEK
Verkennend bodemonderzoek Heikampenweg Een verkennend bodemonderzoek (maart 2023 zie bijlage 2. 2. 2) is uitgevoerd ter plaatse van de Heikampenweg te Sint-Oedenrode (ten zuiden van het plangebied de Dreven). Uit eerder uitgevoerd vooronderzoek blijkt dat zich op of nabij de locatie voormalige sloten bevinden die zijn gedempt (vermoedelijk met gebiedseigen grond) en er is een boomgaard aanwezig geweest waar mogelijk bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt). ,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 44/73
ANS Tijdens het veldwerk zijn lokaal slibsporen aangetroffen, mogelijk gerelateerd aan een voormalige watergang. zijn geen bodemvreemde bijmengingen of aanwijzingen voor verontreiniging waargenomen. In de monsters van enkele locaties zijn stoffen licht boven de achtergrondwaarde aangetroffen; in overige monsters zijn geen overschrijdingen vastgesteld. PFAS-gehalten blijven binnen de normen voor toepassing op landbodem. De grond is echter niet toepasbaar in grondwaterbeschermingsgebieden. In het grondwater is lokaal een verhoogd
Verder
nikkelgehalte aangetroffen en incidenteel lichte overschrijding van andere bodem is als goed beoordeeld. Aanvullend
bodemonderzoek is niet
belemmering
voor
het
huidige
Verkennend
bodemonderzoek
en
Een verkennend bodemonderzoek zie
bijlage
Dreven).
2.2.1 ter
plaatse
Het onderzoek
onderzoekslocatie
en
er
het
van
heeft
noodzakelijk.
of toekomstige
een
de
geleid tot een goed
kwaliteit
voor
van
de bodem
de
van
vormt
geen
woongebied.
nader asbestonderzoek
en
nader asbestonderzoek is
en
(geanonimiseerd) en beeld
de bodemkwaliteit
van
de doorlatendheid
van
aanvullend of nader bodemonderzoek niet
de locatie
van
verkennend
perceel aan
is een indicatie
milieuhygiënische
gebruik
verkennend
en
De
stoffen. De doorlatendheid
noodzakelijk is. Op
verkregen. basis
ter
uitgevoerd (december 2023, oosten van plangebied de
plaatse
van
Geconcludeerd werd
de dat
een
vastgestelde milieuhygiënische grond en het grondwater wordt geacht dat geen belemmeringen aanwezig zijn voor het huidige en toekomstige gebruik van de locatie voor woongebied. van
de
kwaliteit van de
Er is met het
uitgevoerde verkennend en nader asbestonderzoek voldoende inzicht verkregen in de kwaliteit van betrekking tot asbest. In de grond met puinbijmenging is geen sprake van asbestverontreiniging. De puinverharding rondom de bebouwing op het zuidelijke gedeelte van het perceel is verontreinigd met asbest. Het gebied is gedeeltelijk verhard met klinkers. Het terrein is niet direct bestemd om door rij- of ander verkeer te worden gebruikt. Op het onverharde gedeelte zijn er wel contactmogelijkheden omdat de met asbest verontreinigde puinverharding vanaf het maaiveld aanwezig is. Contactmogelijkheden dienen te worden de bodem
met
voorkomen.
Bij de
realisatie
rekening te worden gehouden met de puinverharding welke is verontreinigd verwijderd om de locatie geschikt te maken voor woningbouw. Door de eigenaar is aangegeven dat er onder de betonplaten en de sleufsilo’s geen puin aanwezig is. In overleg met de opdrachtgever is besloten om geen inpandige boringen te verrichten. Omdat er geen onderzoek is verricht kan geen uitspraak gedaan worden over de bodemkwaliteit onder de betonplaten, sleufsilo’s en bebouwing. met asbest.
van
het
plan
dient
Deze dient te worden
Conclusie
plangebied is onderzoek gedaan naar de bodemkwaliteit. In twee gebieden is op basis van de een beoordeling van de bodemkwaliteit gegeven, zonder dat nader onderzoek nodig was. kwaliteit de bodem De van is geschikt voor de beoogde functies: woningbouw, verkeer, groen, natuur. In
een
deel
van
het
bodemkwaliteitskaart
De nieuwe
functies zorgen
in beginsel niet
De nieuwe
functies zorgen
voor
wordt
beperkt. Veel
toename
in openbaar
groen in de bodem bevorderen (zie
— Meierijstad BP onderzoeken Toelichting 021926
SLMO21926.Toelichting
een
wijziging
voor
een
van
verslechtering van de kwaliteit van de bodem.
de
verharding, waardoor de opname van water in de bodem aanleggen van bergingsvoorzieningen kunnen de infiltratie
gebied paragraaf 5.3 “Water”).
woningbouw
en
het
Sint-Oedenrode
Omgevingsplan Voorontwerp
WSP 7
-,
Versie
4
april
2025
pagina
45/73
5. 3
WATER
5. 3. 1
WET- EN REGELGEVING
Bij de zogeheten ‘weging van het waterbelang’ (onderdeel Omgevingswet) moet rekening worden gehouden met gevolgen van een ontwikkeling voor het beheer van het watersystemen zowel wat betreft oppervlakte- als grondwater. De weging van het waterbelang vindt plaats op basis van landelijk provinciaal en regionaal beleid. Zoals toegelicht in hoofdstuk 2 hanteren zowel de provincie als de gemeente het uitgangspunt dat water en bodem sturend zijn in de ruimtelijke inrichting. Daarbij geldt dat water zoveel mogelijk lokaal moet worden vastgehouden en geïnfiltreerd in het grondwater als bijdrage aan het tegengaan van de droogteproblematiek. Hieronder wordt aanvullende weten regelgeving omschreven ten behoeve van de onderzoeken voor water. ,
,
,
Nationaal waterplan 2022-2027 Op 18 maart 2022 is het National Water Programma (NWP) 2022-2027 vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Het NWP geeft de hoofdlijnen principes en richting weer van het nationale waterbeleid in de planperiode 2022-2027. ,
Met dit National Waterplan stelt het kabinet ambities voor schoon veilig en voldoende water dat kilmaatadaptief en toekomstbestendig is. Onderdeel van het waterplan zijn: Aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering Blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte De zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening ,
Provinciaal beleid Zoals omschreven in paragraaf 2. 2. 1 is provinciaal beleid rondom water vastgelegd in het Regionaal Water- en Bodemprogramma (RWP) aangevuld met het addendum-RWP en gebaseerd op het adviesrapport Zonder water geen later (2022). Het beleid benadrukt het belang van een ruimtelijke inrichting waarin water en bodem sturend zijn. Ook wordt de structurele droogteproblematiek benadrukt en de urgentie van het teruglopen van de Brabantse grondwatervoorraden. Ter bevordering van duurzaam grondwaterbeheer is het Grondwaterconvenant 2021-2027 opgesteld waarin provincie waterschappen drinkwaterbedrijven en andere partners gezamenlijke afspraken hebben vastgelegd. Doel is het terugdringen van structurele onbalans tussen onttrekking en aanvulling onder andere door zuiniger gebruik betere infiltratie en herstel van de grondwaterstand in kwetsbare gebieden. Het convenant sluit aan bij de brede opgave om water en bodem sturend te maken in de ruimtelijk ordening. ,
,
,
,
,
,
Gemeentelijk beleid Zoals omschreven in paragraaf 2. 3 heeft gemeente Meierijstad (vooruitlopend op de Omgevingsvisie) het Programma Water en Riolering (PWR) opgesteld. In het programma wordt invulling gegeven aan de visie en ambities van de gemeente binnen de volgende wettelijke zorgplichten; afvalwater hemelwater grondwater oppervlaktewater en thema's als systeem op orde en educatie en bewustwording. ,
,
,
De gemeente Meierijstad ziet water als een ruimtelijke opgave en geeft prioriteit aan vasthouden en infiltreren van hemelwater met een voorkeursvolgorde vergelijkbaar met die van het waterschap. Ontwikkelingen met meer dan 10. 000 m² verharding moeten voldoen aan specifieke beleidsregels inclusief infiltratie-eisen en compenserende berging. Daarnaast worden zuiverende voorzieningen en maatregelen tegen verspreiding van verontreinigingen gestimuleerd. Bij lozing van hemelwater wordt een voorkeursvolgorde gehanteerd waarbij eigenaren verantwoordelijk zijn voor preventieve maatregelen tegen verontreiniging. ,
,
,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 46/73
,
Waterschapsbeleid Waterschap De Dommel hanteert de principes van hydrologisch neutraal ontwikkelen en verwacht dat water en bodem sturend zijn bij planontwikkeling. In de Handreiking Weging Waterbelang wordt benadrukt dat initiatieven bijdragen aan een gezonde bodem voldoende en schoon water en een klimaatbestendige leefomgeving. Voor ruimtelijke plannen gelden voorkeursvolgordes voor hemelwaterbeheer: hergebruik infiltratie berging en pas als laatste afvoer naar oppervlaktewater of riool. Bij grote ontwikkelingen (1 > ha) zijn compenserende maatregelen en een waterhuishoudkundig onderzoek verplicht. ,
,
,
,
,
De wateropgave was een van de randvoorwaarden om te mogen bouwen. Vanaf het begin zijn gemeente Meierijstad en waterschap De Dommel met elkaar in gesprek. De overleggen liepen parallel aan de onderzoeken die werden uitgevoerd om invulling te geven aan het stedenbouwkundige plan. Enkele aandachtspunten zijn hier naar voren gekomen: Werken vanuit het principe Bodem en water sturend (o. a. toepassen van Klikmaatonderlegger); Het waterschap heeft de voorkeur voor infiltratie om de grondwatervoorraad aan te vullen; Behoud van kwaliteit van oppervlaktewater is een uitdaging; Wateroverlast voorkomen; Uitgangspunten en mogelijkheden bestaande watergangen Waterschap De Dommel heeft tijdens het ontwerpproces te kennen gegeven dat zij een grondwaterstandstijging van het ondiepe watervoerend pakket nastreven van 20 centimeter. Voor hemelwaterberging werd aangegeven dat een norm van 60 mm dient te worden gehanteerd en dat voorzieningen binnen 24 uur leeg moeten zijn. Verschil tussen het maaiveld en de grondwaterstand moet 70 cm zijn. ,
,
5. 3. 2
ONDERZOEK
De onderzoeken die tot nu toe zijn afgerond betreffen in chronologische volgorde: Haalbaarheidsonderzoek (CA220022. 001. R01) Systeemanalyse (CA230022. 008) Analyse omgevingseffecten infiltratieplassen (GB230003. 012M01) Uitwerking cascade systeem (ToekomstSterk oktober 2024) ,
Volgend op deze onderzoeken is gezocht naar een geschikt watersysteem dat aansluit bij het principe bodem water sturend. Deze overwegingen en het uiteindelijk gekozen watersysteem is ook toegelicht. Het waterhuishoudkundig plan en de bijbehorende watertoets zijn nog niet gereed -PM