Bijlage 1a - Toelichting en regels Lieshoutsedijk 11-11a
Tekst van het document
NL.IMRO.1948.BGO000BP0112023P-ON01
Pagina: 31 van 39
Datum:08-12-2023
Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. de bestemmingsregels ten behoeve van rijbakken, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de rijbak wordt gesitueerd direct grenzend aan het bouwvlak of bestemmingsvlak van de functie waarbij de rijbak wordt gerealiseerd. 2. de afstand tot woningen van derden mag niet minder bedragen dan 50 m. 3. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 1200 m². 4. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 6 m. 5. het aantal lichtmasten per rijbak mag niet meer bedragen dan 4; 6. lichtmasten mogen niet worden gerealiseerd binnen een afstand van 100 m van gronden met de bestemming 'Bos', 'Natuur' en 'Groen'. 7. de bouwhoogte van overige bouwwerken ten behoeve van de rijbak, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m. 8. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. 9. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 10. er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen. 11.
deze bevoegdheid mag alleen worden toegepast mits dit gepaard gaat met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied, hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan. b. de bestemmingsregels ten behoeve van de oprichting van een erker aan de voorgevel van een woning onder de volgende voorwaarden: 1. maximaal 1 erker per (woning mag worden opgericht; 2. kapconstructie vrij (platte afdekking of kap); 3. goothoogte ten hoogste 3,30 meter bij uitvoering in één bouwlaag; 4. bouwhoogte ten hoogste 3,30 meter bij volledig platte afdekking in één bouwlaag; 5. de goothoogte en bouwhoogte bij uitvoering in twee bouwlagen wordt bepaald door de snijlijn van het doorgetrokken dakvlak van de woning en de voorgevel van de erkeruitbouw; 6. diepte maximaal 1,60 meter, behoudens bij situaties als bedoeld onder 5; 7. grondoppervlakte maximaal 8 m²; 8. breedte over ten hoogste ½ van de breedte van de voorgevel van de woning bij uitvoering in twee bouwlagen; 9. breedte over ten hoogste 2/3 van de breedte van de voorgevel van de woning bij uitvoering in één bouwlaag, waarbij het restant deel van de breedte van de voorgevel mag worden overkapt; 10.
in afwijking van het vorenstaande onder 1, 7, 8 en 9: indien voor de voorgevel van de woning van oorsprong al een entreeportaal is gerealiseerd, dan mag daarnaast een erker worden gerealiseerd over ten hoogste ½ van de breedte van de voorgevel van de woning in twee bouwlagen of; indien voor de voorgevel van de woning van oorsprong al een entreeportaal is gerealiseerd, dan mag daarnaast een erker worden gerealiseerd over maximaal 2/3 van de breedte van de voorgevel van de woning in één bouwlaag, waarbij het restant deel van de breedte van de voorgevel mag worden overkapt; bij een platte afdekking mag op de erker geen balkon of dakterras worden opgericht; c. de bestemmingsregels ten behoeve van hooibergen, geen gebouwen zijnde, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
NL.IMRO.1948.BGO000BP0112023P-ON01
Pagina: 32 van 39
Datum:08-12-2023
1. 2. 3. 4. 5.
de afstand tot bebouwing van derden mag niet minder bedragen dan 50 m. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8 m. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. de bestemmingsregels en toestaan dat bestemmingsgrenzen worden overschreden met een maximum van 5 meter; d. de bestemmingsregels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte per gebouwtje niet meer dan 20 m² zal bedragen; 2. de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m zal bedragen; e. het toestaan van kleinschalig kamperen bij woningen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de totale omvang niet meer mag bedragen dan 25 kampeermiddelen, waarbij de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 5.000 m²; 2. het kleinschalig kamperen wordt gesitueerd op en/of direct grenzend aan het bouwvlak of bestemmingsvlak van de functie waarbij het kleinschalig kamperen wordt gerealiseerd. 3. het kleinschalig kamperen mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. 4. sanitairgebouwen en/of recreatieruimten moeten binnen het bouwvlak worden gerealiseerd. 5.
Indien er geen bouwvlak aanwezig is, dienen de gebouwen op het achtererfgebied gerealiseerd te worden; 6. de oppervlakte van sanitairgebouwen en/of recreatieruimten moet passen binnen de maximale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij woningen uit artikel 4.2.3; 7. er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid; 8. deze bevoegdheid mag alleen worden toegepast mits dit gepaard gaat met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied, hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan. f. de onder a tot en met e genoemde afwijkingen kunnen uitsluitend verleend worden mits er op het bestaande bouwvlak aantoonbaar echt geen ruimte is voor deze voorzieningen en er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van; 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de milieusituatie; en 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0112023P-ON01
Pagina: 33 van 39
Datum:08-12-2023
Artikel 9
Overige regels
9.1 Voorwaardelijke verplichting parkeren a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een gebouw of bouwperceel, dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden, dan wel in stand te worden gehouden. b. Voor de sub a genoemde voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' als vastgesteld op 18 december 2018, in acht genomen te worden. c. Indien deze beleidsregels of de bijlagen gedurende worden gewijzigd door het bevoegd gezag, dient rekening gehouden te worden met deze wijziging. De parkeernormen uit de beleidsregels en/of bijlagen zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag worden toegepast. 9.2 Afwijken parkeernorm Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.1 indien: a. er in voldoende parkeer- of stallingruimte wordt voorzien op een andere wijze, of; b. het ruimtelijk gezien niet wenselijk is de nodige parkeer- of stallingruimte op eigen terrein te voorzien en er voldoende openbare parkeerplaatsen binnen een acceptabele afstand aanwezig zijn; en: 1.
er een parkeertelling aanwezig is die aantoont dat er voldoende parkeerplaatsen in de openbare ruimte aanwezig zijn die benut kunnen worden, of; 2. aangetoond kan worden dat volstaan kan worden met een lagere parkeernorm.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0112023P-ON01
Pagina: 34 van 39
Datum:08-12-2023
Hoofdstuk 4 Artikel 10
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
10.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het plan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0112023P-ON01
Pagina: 35 van 39
Datum:08-12-2023
Artikel 11 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Lieshoutsedijk 11-11a.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0112023P-ON01
Pagina: 36 van 39
Datum:08-12-2023
Bijlagen bij regels
NL.IMRO.1948.BGO000BP0112023P-ON01
Pagina: 37 van 39
Datum:08-12-2023
Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan
NL.IMRO.1948.BGO000BP0112023P-ON01
Pagina: 38 van 39
Datum:08-12-2023
Lies ts hou
Bestaande groenstructuur (grove dennen)
k e di j
Bestaande bomen op erfgrens behouden
Weide
Aanplant gemengde haag
Nieuw hoofdgebouw ca. 750 m3
5
2
Overkapping 30 m2
4
7
3
1
Aanplant erfboom
Bestaande gemengde haag
6 Inrit ca. 4 meter
Nieuw bijgebouw ca. 150 m2 regulier ca. 50 m2 investeringsregeling
Aanplant lage beukenhaag (ca. 1 m) aan de voorzijde van het perceel
(Inpassings) maatregelen 1 2
Optimaliseren bestaande (gemengde) haag 50% ca. 387 m2 Aanplant (gemengde) haag, inheemse soorten ca. 275 m2
Beplantingsindicatie Element
Sortiment
Gemengde (struweel)haag/ optimaliseren haag
Rosa canina Crataegus monogyna Prunus spinosa
3 Aanleg boomgroepen rondom poel 4
Aanleg poel ca. 250 m2
5
Aanleg kruiden- en bloemrijkgrasland om poel, inheems en passend bij de bodemgesteldheid
6
Aanleg lage beukenhaag van ca. 1 meter aan de voorzijde van het perceel
7
Aanplanten erfboom/landschapsboom
Gemeente Meierijstad
In groepen van 5-7 van dezelfde soort, aanplantmaat 80-100 cm/ driehoeksverband, eindhoogte 2/3 meter.
Boomgroepen
Alnus glutinosa Salix alba Fraxinus excelsior
Locatie nader te bepalen, aanplantmaat 14-16 cm stamomtrek, eindhoogte 15 meter.
Hagen
Fagus sylvatica
Enkele rij, 7st/m2
Erfboom/landschapsboom
Tilia Europaea Juglans regia Aesculus hippocastanum
Locatie nader te bepalen, aanplantmaat 14-16 cm stamomtrek, eindhoogte 15/20meter.
Postbus 4 5280 AA Boxtel
Landschappelijke inpassing Lieshoutsedijk 11
Maat/verband
Bosscheweg 107 Boxtel
datum: November 2023
schaal: 1:1000
www.bro.nl
tekening nr.: -
formaat: A3
info@bro.nl
telefoon +31 (0)411 85 04 00 fax +31 (0)411 85 04 01
project nr.: P04479
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl
Hoofdstuk 6
55