Bijlage 1a 2_Planologische quickscan Schijndel
Tekst van het document
Planologische quickscan
Woningbouwlocatie Schijndel
Juli 2022
Opgesteld door:
Colofon Kenmerk: W-21143 Datum: 25/07/2022
buro Waalbrug Schoenaker 10, Beuningen Telefoonnummer: 024-6752356 Emailadres: info@burowaalbrug.nl
Inhoudsopgave 1.
Aanleiding .................................................................................................................................................................. 2
2.
Ligging zoekgebieden woningbouw ................................................................................................................. 3
3.
Nationaal beleid ...................................................................................................................................................... 4
4.
Provinciaal beleid .................................................................................................................................................... 8
5.
Gemeentelijk beleid ............................................................................................................................................. 11
6.
Verkeer & Parkeren ............................................................................................................................................... 15
7.
Waterhuishouding.................................................................................................................................................. 17
8.
Bureauonderzoek bodem ................................................................................................................................... 19
9.
Bureauonderzoek archeologie .......................................................................................................................... 21
10.
Quickscan ecologie .............................................................................................................................................. 23
11.
Quickscan milieuaspecten ................................................................................................................................. 25 Bijlage 1 Bureauonderzoek bodem Bijlage 2 Bureauonderzoek archeologie Bijlage 3 Quickscan ecologie Bijlage 4 Quickscan milieuaspecten Bijlage 5 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies
1. Aanleiding Net als op veel andere plekken in het land heeft de gemeente Meierijstad een grote behoefte aan woningen. Om het volume in bouwplannen te verhogen zet de gemeente in het kader van het ‘Actieplan woningbouw’ in op nieuwe uitbreidingsplannen in onder andere de kern Schijndel. Om hierop voor te sorteren heeft de gemeente een voorkeursrecht (Wvg) gevestigd op een aantal percelen. De Wvg is op 24 juni 2021 op de percelen gevestigd en geeft de gemeente Meierijstad het eerste recht van koop. Voor het vervolg van de traject wenst de gemeente onderzoek te doen naar de haalbaarheid van de beoogde gebiedsontwikkeling. Het haalbaarheidsonderzoek wordt onder leiding van BEECKK Ruimtemakers uitgevoerd door diverse partijen en dient uit te wijzen of het mogelijk is om binnen het zoekgebied van de voorkeursrechten een nieuwe woonwijk te realiseren. Onderdeel van het haalbaarheidsonderzoek is de onderhavige planologische quickscan. Aan de hand van de quickscan wordt bepaald met welk beleid en (milieu)regelgeving rekening gehouden moet worden, waar knelpunten aanwezig kunnen zijn die van invloed zijn op het stedenbouwkundig plan en het bestemmingsplan/Omgevingsplan en wat mogelijke oplossingsrichtingen zijn.
Ten behoeve van deze quickscan zijn vier onderzoeken uitgevoerd: een bureauonderzoek bodem door Verhoeven Milieutechniek, een bureauonderzoek archeologie door Transect, een quickscan ecologie door Blom ecologie en een quickscan milieuaspecten door De Roever.
2
2. Ligging zoekgebieden woningbouw
Schijndel
De mogelijke nieuwbouwlocatie in Schijndel bestaat uit een aantal percelen ten westen van Schijndel. De percelen liggen tussen de Boschweg, de Oetelaarsestraat en de Olieëindsestraat en rondom de Weidonk. → Beoogd programma: Circa 630 woningen
3
3. Nationaal beleid Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: • • • •
Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Steden en regio’s sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.
Conclusie De beoogde woningbouwontwikkeling in Schijndel is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI.
4
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het beleid, zoals beschreven in de voorganger van de NOVI, oftewel de SVIR. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt de uitwerking, in regelgeving, van het beleid dat in de NOVI staat. Zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is, is het Barro nog van toepassing. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen.
Conclusie Het Barro is niet specifiek van toepassing op het zoekgebied in Schijndel.
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) geeft uitwerking aan enkele bepalingen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Conclusie Het zoekgebied ligt in het ‘radarverstoringsgebied maximale hoogte 90 m t.o.v. NAP’. Binnen het radarverstoringsgebied is een maximale bouwhoogte van 90 m toegestaan.
5
Ladder voor duurzame verstedelijking De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van het nut en de noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder wordt in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande
verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte.
Conclusie De beoogde nieuwbouwontwikkeling betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op basis van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerde versie) is het zoekgebied onderdeel van het ‘Gemengd landelijk gebied’. Zodoende is het zoekgebied gesitueerd buiten bestaand stedelijk gebied en is een ladderonderbouwing noodzakelijk.
6
Kwantitatieve behoefte In de gemeentelijke woonvisie uit 2018 werd voor de gehele gemeente uitgegaan van een toename van 3.940 woningen in de periode 2018 tot 2028. In het gemeentelijk actieplan woningbouw blijkt op basis van de provinciale prognoses voor de periode 2020-2040 dat uitgaan kan worden van 5.750 benodigde extra woningen voor de gemeente. Deze prognoses gaan er bovendien vanuit dat na 2040 nog meer woningen nodig zijn. Om een continu volume te krijgen in het aantal woningen per jaar wil de gemeente voor langere tijd vooruit plannen. Om uitval op te kunnen vangen gaat de gemeente uit van een volume in bouwplannen dat op minimaal 125% ligt van de prognose, zijnde 5.750 woningen in de periode 2020-2040. Met onder andere de onderhavige versnellingsactie in Schijndel streeft de gemeente naar een duurzaam gelijkmatig hoger bouwtempo van minimaal 600 woningen per jaar, voor minimaal de komende acht tot tien jaar. De woningbouwprogrammering voor de periode 2021 tot 2035 bedraagt 1.488 woningen in Schijndel, inclusief de onderhavige versnellingsactie 630 woningen. Kwalitatieve behoefte In het samenwerkingsverband met de regio Noordoost Brabant is in 2019 een woonwensenonderzoek uitgevoerd.
Wanneer de vraag uit het onderzoek over het huidige aanbod in de gemeente wordt gelegd is er onder andere behoefte aan: • huurappartementen, zowel voor starters als voor doorstromers; • betaalbare huurwoningen (tussen €424 en €607), zowel voor starters als voor doorstromers; • betaalbare koopwoningen (tot €225.000), met name voor starters; • middeldure huurwoningen (>€720); • kleinere woningen, zowel in koop- als huursector, appartementen en grondgebonden. Buiten bestaand stedelijk gebied De zoeklocatie ligt buiten het bestaand stedelijk gebied. In de Woonvisie Meierijstad staat dat er kleinschaligere bouwlocaties binnen de kernen zijn. Alternatieve grootschalige locaties van vergelijkbare omvang (circa 630 woningen), liggen daardoor ook buiten het bestaand stedelijk gebied. Voordeel van de onderhavige locatie is de aansluiting op het bestaand stedelijk gebied en de bestaande stedelijke functies.
7
4. Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om de basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: • • • •
Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een 'klimaatproof' Brabant; Werken aan de slimme netwerkstad; Werken aan een concurrerende, duurzame economie.
Conclusie De beoogde woningbouwontwikkeling in Schijndel is niet in strijd met de opgaven uit de provinciale omgevingsvisie. Belangrijk is dat de ontwikkeling in lijn is met de basisopgave waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan.
8
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: • Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo'n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding; • Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.
Conclusie Op basis van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerde versie) dient het realiseren van een nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen het 'Stedelijk gebied' plaats te vinden (artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling). In afwijking hierop geldt dat op gronden die zijn aangewezen als 'Verstedelijking afweegbaar', voorzien kunnen worden van de nieuwvesting van een duurzame stedelijke ontwikkeling, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden (artikel 3.43 afwijkende regels verstedelijking afweegbaar). Het onderhavige zoekgebied is onderdeel van het ‘Landelijk gebied’. In landelijk gebied zijn alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen toegestaan. Bovendien geldt voor een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling binnen Landelijk Gebied mogelijk maakt dat, die ruimtelijke ontwikkeling gepaard moet gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving (artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap).
9
Daarnaast is de zoeklocatie gelegen naast een gedeelte van het Natuurnetwerk Brabant, waarvoor de noordwestzijde van het zoekgebied als buffer dient. De betreffende gronden binnen het zoekgebied zijn namelijk onderdeel van de ‘Groenblauwe mantel’. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de ‘Groenblauwe mantel’ geldt dat een bestemmingsplan van toepassing op de ‘Groenblauwe mantel’ (artikel 3.32 Landschappelijke waarden in de ‘groenblauwe mantel’): • strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken; • regels stelt ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; • borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. ➔ De ontwikkeling van woningen binnen de ‘Groenblauwe mantel’ is niet passend binnen deze regels. Ook is het gehele zoekgebied aangeduid als ‘Cultuurhistorisch waardevol gebied’. Een bestemmingsplan van toepassing op deze aanduiding dient, op grond van artikel 3.29 Cultuurhistorische waarden, mede gericht te zijn op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de waarden en kenmerken.
Het zoekgebied is gelegen binnen het cultuurhistorisch gebied ‘de Geelders en Gemonde’ (GW26). Voor dit gebied gelden de volgende waarden en kenmerken: het eikenhakhout, de rabattenbossen, de populierenakkers, de perceelrandbegroeiing, de kleinschalige percelering, het wegenpatroon met deels verhoogd aangelegde onverharde wegen en de historische (langgevel)boerderijen. Groen gearceerd zijn de gronden binnen het zoekgebied……... aangeduid als ‘Groenblauwe mantel’…………………………….…
10
Tot slot is een gedeelte van het zoekgebied op basis van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant aangeduid als reserveringsgebied waterberging. Op grond van artikel 3.36 dient een bestemmingsplan van toepassing op ‘Reservering waterberging’ zich te richten op behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. Hiertoe dient in de toelichting van een bestemmingsplan verantwoordt te worden op welke wijze de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft, indien dat bestemmingsplan voorziet in een ontwikkeling van functies. Deze aanduiding is dus gericht op het beperken van functies en activiteiten die ten koste kunnen gaan van het waterbergend vermogen van het gebied. Binnen reservering waterberging is een afweging mogelijk. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat hiervan de verantwoording. Bij het opnemen van een regeling in het bestemmingsplan geldt dat betrokkenheid van de waterschappen, als primair verantwoordelijk bestuursorgaan voor de inrichting van de waterbergingsgebieden, nodig is.
Groen gearceerd zijn de gronden binnen het zoekgebied……... aangeduid als ‘Reservering waterberging’
11
!
Actie vereist → Zolang het zoekgebied in de provinciale verordening is aangeduid als ‘landelijk gebied’ is de beoogde woningbouwontwikkeling niet mogelijk. Bij de provincie zal een verzoek tot herbegrenzing van het ‘Verstedelijking afweegbaar’ gebied moeten worden gedaan. Gebieden met de aanduiding ‘Verstedelijking afweegbaar’ zijn, na toepassing van de lagenbenadering, aangeduid als gebieden waar -onder voorwaardenverantwoorde uitbreidingsmogelijkheden (kunnen) liggen. Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van diverse basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gekeken naar een concrete invulling. Deze basisprincipes zijn in bijlage 5 inzichtelijk gemaakt. In de Interim Omgevingsverordening is een algemene bevoegdheid opgenomen voor Gedeputeerde Staten om de grenzen van de werkingsgebieden te wijzigen. Dit is een uniforme benadering, waarbij voor de wijziging van het werkingsgebied ‘verstedelijking afweegbaar’ specifieke voorwaarden zijn opgenomen. Artikel 5.3 wijziging grenzen van werkingsgebieden Lid 1. Gedeputeerde Staten zijn bevoegd de in deze verordening opgenomen grenzen van een werkingsgebied te wijzigen als één of meer van de volgende gevallen zich voordoet: a. de wijziging is nodig voor een doelmatige uitvoering; b. de wijziging draagt bij aan het doel waarvoor het werkingsgebied is opgenomen; c.
de wijziging past binnen de uitgangspunten en basisprincipes van deze verordening; d. er is sprake van kennelijke onjuistheden in de begrenzing; e. de begrenzing van een gebied is niet langer in overeenstemming met een bestemmingsplan dat overeenkomstig artikel 3.8, derde lid, Wet ruimtelijke ordening is vastgesteld. Lid 2. N.v.t. Lid 3. N.v.t. Lid 4. In aanvulling op het eerste lid geldt voor een wijziging van de grenzen van Verstedelijking Afweegbaar dat: a. dit past binnen de regionale afspraken als bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. dit nodig is vanwege een stedelijke ontwikkeling die tot een duidelijke verbetering van de stedenbouwkundige of landschappelijke kwaliteit leidt; c. de gewenste uitbreidingsrichting aanvaardbaar is of de behoefte aan de uitbreidingsrichting is vervallen. Lid 5. N.v.t.
12
Artikel 6.2 procedure grenswijziging werkingsgebied op verzoek Lid 1. In het geval dat burgemeester en wethouders het voornemen hebben om een verzoek tot wijziging van de grens van een werkingsgebied te doen ten behoeve van een ruimtelijke ontwikkeling, maakt dit voornemen deel uit van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van een bestemmingsplan. Lid 2. Het ontwerp besluit bevat de volgende gebiedsaanduidingen: a. gebiedsaanduiding: overig – in Interim omgevingsverordening toe te voegen [naam gebiedscategorie]; Lid 3. Een verzoek wordt na afloop van de terinzagelegging bedoeld in artikel 3:11 Algemene wet bestuursrecht, bij Gedeputeerde Staten ingediend en gaat vergezeld van een beschrijving waaruit blijkt dat is voldaan aan de in deze verordening gestelde voorwaarden waaronder wijziging van de begrenzing mogelijk is en, in voorkomende gevallen, van naar voren gebrachte zienswijzen. Lid 4. Gedeputeerde Staten beslissen binnen vier weken na ontvangst van een verzoek als bedoeld eerste lid. Lid 5. Een bestemmingsplan ten behoeve waarvan de gemeente een verzoek om wijziging van de begrenzing heeft gedaan, wordt vastgesteld nadat Gedeputeerde Staten hebben besloten tot wijziging van de begrenzing.
13
5. Gemeentelijk beleid Visie Meierijstad In de Visie Meierijstad wordt de toekomst van de gemeente Meierijstad beschreven. Hierin is de volgende algemene visie opgenomen: "Het is 2025: een gemeente met een missie en ambities. In het belang van haar inwoners, bedrijven, instellingen en verenigingen is een ambitieuze en bestuurskrachtige gemeente noodzakelijk. Elke inwoner telt mee en kan mee doen binnen sterke sociale netwerken en een rijk vrijwilligers- en verenigingsleven. Meierijstad maakt zich samen met het bedrijfsleven sterk voor een gezonde lokale en regionale economie met voldoende werkgelegenheid. Food is de verbindende factor: de productie in het buitengebied, de voedingsindustrie en nieuwe productontwikkeling. In Meierijstad is het genieten in de vele restaurants en op de terrassen. De beroepsbevolking is aan het werk. Wonen en werken in Foodcapital trekt jeugd aan. Er is een goede ruimtelijke balans tussen werken, wonen en leven. Meierijstad koestert de unieke waarden van natuur, landschap, cultuur en onderwijs." Woonvisie Meierijstad Op 5 juli 2018 heeft de gemeenteraad de woonvisie voor Meierijstad vastgesteld. Meierijstad wil een stad zijn met een aantrekkelijk woonklimaat en een woningaanbod voor iedereen. Om hier in te voorzien richt de gemeente haar aandacht op vier thema’s, te weten: • • • •
de dynamiek van de woningmarkt: een continue afstemming van de vraag naar passende woningen en het aanbod (bestaand en nieuw) in relatie tot de behoefte op de langere termijn onder wisselende omstandigheden; wonen, welzijn en zorg: de samenhang tussen demografische ontwikkelingen (de vergrijzing en toename van eenpersoonshuishoudens), de transitie in het sociale domein gericht op een inclusieve samenleving waar iedereen meedoet en de invloed daarvan op de leefomgeving; duurzaamheid: aandacht voor de energetische uitdagingen en het zo optimaal mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur en vastgoed; leefbaarheid: een juiste balans tussen enerzijds de specifieke woon- kwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet. 14
6. Verkeer & Parkeren Verkeer Voor de verkeersgeneratie geldt dat met behulp van het regionaal verkeermodel de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling bepaald moet worden, om inzicht te krijgen in de toename van het (vracht)autoverkeer. Vervolgens zal nagegaan moeten worden of de bestaande wegen aansluitend op het zoekgebied de toename van verkeer aankunnen qua doorstroming, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Aanvullend zal nagegaan moeten worden of fietsvoorzieningen nodig zijn om het fietsverkeer van en naar de zoekgebieden goed te verwerken. Parkeren Voor parkeren geldt een uniforme regeling voor Meierijstad. Dit is de 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018'. De juridische borging gebeurt middels het 'paraplubestemmingsplan parkeren'. Het parapluplan voorziet in een regeling die voor alle bestemmingsplannen van Meierijstad geldt. De parkeernormen zijn van toepassing op nieuwe ontwikkelingen. Wonen - Parkeernormen Parkeernorm 2,4
Eenheid woning
Koop/huur, 2 onder 1 kap
2,3
woning
Koop/huur, tussen/hoek
2,1
woning
Koop/huur, etage duur
2,2
woning
Koop/huur, etage midden
2,0
woning
Koop/huur, etage goedkoop
1,8
woning
Serviceflat/aanleunwoning
1,3
woning
Kamerverhuur, niet zelfstandig
0,4
kamer
Koop/huur, vrijstaand
Aandeel bezoekers
0,3
0,2
15
De mate waarin parkeren op eigen terrein wordt meegeteld verschilt: Enkele oprit
Theoretisch aantal 2,4
Berekeningsaantal 2,4
Opmerking Oprit min. 5,0 m diep
Lange oprit
2,3
2,4
Oprit min. 10,5 m diep
Dubbele oprit
2,1
2,2
Oprit min. 5,0 m breed en 5,0 m diep,
16
7. Waterhuishouding Waterschap Het zoekgebied valt onder het beheer van Waterschap Aa en Maas. Het waterschap hanteerd bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Bij nieuwe plannen dient onderzocht te worden hoe omgegaan kan worden met het schone hemelwater. Hierbij worden de afwegingsstappen “hergebruik – infiltratie – buffering – afvoer” doorlopen. Het watersysteem dient conform de keur van het waterschap gerealiseerd worden. Voor het beheer van de waterhuishouding hebben de drie Brabantse waterschappen Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta een gezamenlijke Keur opgesteld. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om waterlopen of dijken, heeft met de Keur te maken. Bij voldoen aan de Algemene Regel is geen vergunning noodzakelijk (wel meldingsplicht). Indien niet voldaan wordt, is een watervergunning benodigd voor de voorgenomen werkzaamheden. Bovendien geldt bij grotere planontwikkelingen met een toenemend verhard oppervlak dat een hydrologisch onderzoek noodzakelijk om de impact van het planvoornemen af te stemmen en kan de Rekenregel (benodigde compensatie (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) * gevoeligheidsfactor * 0,06 (in m)) als uitgangspunt voor het bepalen van de compensatie gebruikt worden.
Gemeente Het verbreed gemeentelijk rioleringsplan Waardevol Water in Meierijstad (VGRP+) geldt voor de planperiode 2017-2022. In het VGRP+ wordt de opgave voor Meierijstad in beeld gebracht en wordt inzichtelijk gemaakt op welke strategische wijze hier invulling aan wordt gegeven. Voor uitbreidings- en reconstructieplannen van woningbouw geldt als uitgangspunt dat plannen hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Als voorkeursvolgorde wordt infiltreren - bergen afvoeren naar oppervlaktewater - afvoeren naar riolering gehanteerd.
17
Toename afstromend verhard oppervlak 0 – 10.000 m2
Toelichting 60 mm berging
> 10.000 m2
De wijze van hemelwaterverwerking dient in een waterhuishoudkundig plan (whp) te worden onderbouwd. De richtlijnen voor het whp zijn omschreven in de Hydrologische uitgangspunten van het Waterschap. Voor de eventuele afvoer naar oppervlaktewater is een Watervergunning vereist.
Indien een retentieopgave van toepassing is, wordt bekeken of er kansen zijn om gelijktijdig de waterkwaliteit en/of belevingswaarde van de leefomgeving te verhogen, bijvoorbeeld door vergroening, verdrogingsbestrijding, etc. De gemeente hanteert hierbij als uitgangspunt dat de retentievoorziening binnen het plangebied wordt gerealiseerd. Daar waar mogelijk worden kansen benut om retentievoorzieningen te combineren.
18
8. Bureauonderzoek bodem Verhoeven Milieutechniek heeft voor het zoekgebied een historisch bodemonderzoek uitgevoerd. Het doel van het historisch bureauonderzoek is het achterhalen van eventuele bodembedreigende activiteiten op of binnen 25 meter van het zoekgebied, die mogelijk tot een bodemverontreiniging hebben geleid. Het historisch onderzoek is als bijlage 1 bij de onderhavige planologische quickscan gevoegd. Onderstaand is een beknopte weergave van de bevindingen opgenomen
Voormalig en huidig gebruik Het zoekgebied is voor zover bekend in het verleden en momenteel altijd in gebruik geweest als agrarisch gebied. Ter plaatse van de agrarische bedrijfsbebouwing aan de Boschweg 196 en 206 en de Oetelaarsestraat 29 en 31 (gesaneerd d.d. 2017) is sprake (geweest) van asbestverdachte dakbedekking zonder goede afwatering. Tevens is hier mogelijk kans op de aanwezigheid van asbesthoudende puinlagen ter plaatse van de erfverharding en/of voormalige stallen. Ook blijkt dat de bedrijfslocaties aan de Boschweg 196 en 206 en de Oetelaarsestraat 29 in de loop van de jaren zijn aangepast en dat sprake is (geweest) van in milieuhygiënisch opzicht verdachte bedrijfsactiviteiten en de aanwezigheid van diverse opslagtanks. De woningen aan de Boschweg 196 (woonboerderij) en 202-204 (twee-onderéén-kap woningen) worden beschouwd als zijnde verdacht gelet op de ligging. Daarnaast zijn in het zoekgebied voormalige watergangen, wegen en bebouwing geconstateerd en blijken aan de oostzijde van het zoekgebied, ter plaatse van de Boschweg 196 en 202 t/m 206, de Weidonk 2 t/m 6 en de Lidwinastraat (Veronicapark) boomgaarden aanwezig te zijn geweest. Gelet op de aanwezigheid van diverse voormalige wegen binnen het zoekgebied, bestaat de kans op de aanwezigheid van voormalige (puin)dammen.
19
Reeds uitgevoerde bodemonderzoeken Ter plaatse van het zoekgebied en in de directe omgeving zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Hieruit blijkt over het algemeen dat in zowel de grond als het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten en/of concentraties worden aangetroffen. Verontreinigingen ter plaatse van de Provincialeweg N617 zijn gesaneerd in combinatie met onderhoudswerkzaamheden en/of wegreconstructies. De verhoogde concentraties aan zware metalen in het grondwater hebben een natuurlijke oorsprong.
Hypothese Op basis van de beschikbare informatie is voor de algemene bodemkwaliteit van het grootste deel van het zoekgebied, als zijnde braakliggend en/of in gebruik als landbouwgrond, de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Voor de algemene bodemkwaliteit ter plaatse van de Boschweg 196 en 206 (incl. woningen Boschweg 202-204) en de Oetelaarsestraat 29 en 31 is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Daarnaast vormt het voorkomen van PFAS in de verdachte grondlaag van alle locaties en het voorkomen van OCB in de teeltlaag ter plaatse van de voormalige boomgaarden aandachtspunten. Tevens vormen de voormalige watergangen, voormalige wegen en/of de (voormalige) (puin)dammen aandachtspunten. Voor de waterbodem wordt momenteel uitgegaan van verspreidbare baggerspecie, waarbij het voorkomen van PFAS een aandachtspunt betreft.
20
9. Bureauonderzoek archeologie Transect heeft voor het zoekgebied een bureauonderzoek archeologie uitgevoerd. Het doel van het archeologisch vooronderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting. Het bureauonderzoek archeologie is als bijlage 2 bij de onderhavige planologische quickscan gevoegd. Onderstaand is een beknopte weergave van de bevindingen opgenomen
Archeologische verwachting Het zoekgebied ligt relatief ver van open water. Het dichtstbijzijnde beekdal ligt op ruim 2,0 km ten oosten van het zoekgebied. Archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Mesolithicum worden in de omgeving van het plangebied vrijwel uitsluitend op korte afstand van open water aangetroffen en hierom geldt in het plangebied een lage verwachting voor deze periode. Op basis van het bureauonderzoek geldt voor de periode Neolithicum – Late Middeleeuwen een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. De ligging van het zoekgebied op een relatief hogere dekzandwelving maakte het een aantrekkelijke locatie voor landgebruik. Bewoning vond over het algemeen plaats nabij de akkers. Deze erven verplaatsten regelmatig omdat de bodem regelmatig uitgeput raakte en er een nieuwe locatie voor landbouw moest worden gezocht. Dit worden ‘zwervende erven’ genoemd. De verwachting op het aantreffen van dergelijke erven wordt in het oosten, ter plaatse van de dekzandrug en -welving, hoog verwacht en in het noorden, ter plaatse van de lagere dekzandvlakte, middelhoog. Voor de periode Nieuwe tijd geldt deels een hoge archeologische verwachting in het zoekgebied. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging van historische erven op topografische kaarten.
Ten zuiden van het bestaande agrarische terrein aan de Boschweg worden resten van Hoeve Weidonk verwacht volgens de Tiendkaart van Schijndel. De locatie hiervan is ook zichtbaar op het AHN vanwege de relatief hogere ligging. Deze hoeve verdwijnt vóór 1811, aangezien deze niet is opgenomen op de Kadastrale Minuutplan. Wel verschijnt er in deze periode ten noorden van de hoeve een huis met erf. Er is een hoge verwachting op het aantreffen van resten van deze boerderij en sporen van het erf. In 21
de rest van het plangebied kan de archeologische verwachting voor de periode Nieuwe tijd omlaag worden gebracht vanwege het ontbreken van bebouwing op topografische kaarten uit deze periode. De rest van het plangebied is in gebruik als akker. Voor de periode Tweede Wereldoorlog geldt in het westen van het zoekgebied een hoge verwachting op het aantreffen van resten van de stelling van een afweergeschut. In de rest van het plangebied geldt een lage archeologisch verwachting vanwege het ontbreken van aanwijzingen voor militaire complexen. Wel kunnen er ter plekke van de neerstortlocatie van de straaljager nog resten aangetroffen worden.
Verstoringen In het plangebied is aan de Boschweg een agrarisch bedrijfsterrein aanwezig, waarop meerdere stallen aanwezig zijn. Deze stallen hebben mestkelders van 120 tot 150 cm diepte. Ook zijn er meerdere watergangen in het zoekgebied aanwezig die op basis van het AHN circa 50 cm diep zijn. Hier zijn mogelijk verstoringen van het archeologisch relevante niveau te verwachten. Tevens is aan de Oetelaarsestraat een agrarisch bedrijfsterrein met enkele stallen aanwezig. Hiervan zijn echter geen bouwtekeningen beschikbaar, al kan worden aangenomen dat de verstoringsdieptes vergelijkbaar zijn. Op basis van het archeologisch vooronderzoek geldt voor het hele zoekgebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Wel zijn er in delen aanwijzingen dat er verstoringen aanwezig zijn. Of het archeologisch relevante niveau daadwerkelijk verstoord is, is afhankelijk van de diepteligging hiervan ten opzichte van de verstoring.
22
10. Quickscan ecologie Blom Ecologie heeft voor het zoekgebied een quickscan ecologie uitgevoerd. In dit oriënterend onderzoek is het zoekgebied onderzocht op de aanwezigheid van beschermde soorten, gebieden en houtopstanden. Vervolgens is getoetst of de beoogde ruimtelijke ingreep uitvoerbaar is in het kader van de Wet natuurbescherming en/of provinciaal beleid. De quickscan ecologie is als bijlage 3 bij de onderhavige planologische quickscan gevoegd. Onderstaand is een beknopte weergave van de bevindingen opgenomen
Soortenbescherming Het zoekgebied heeft mogelijk een essentiële betekenis voor beschermde soorten, er dient aanvullend onderzoek plaats te vinden naar bunzing, das, steenmarter, poelkikker, grote modderkruiper (indien er watergangen vergraven worden) en leefgebied van kerkuil, steenuil, ransuil, buizerd en sperwer. Voor de slanke sleutelbloem dient een advies op maat opgesteld te worden wanneer er meer duidelijkheid is over de nadere uitwerking van de voorgenomen plannen. Wanneer de bebouwde delen onderdeel worden van de ontwikkeling, en hier werkzaamheden zijn beoogd dient hiervoor een nieuwe quickscan opgesteld te worden. Mogelijk lijdt dit tot aanvullend onderzoek naar verblijfplaatsen van soorten/soortgroepen zoals vleermuizen, huismus, gierzwaluw, kerkuil, steenuil en steenmarter. Bunzing
Mogelijke functie zoekgebied Leefgebied/foerageergebied
Das
Leefgebied/foerageergebied
Steenmarter
Leefgebied/foerageergebied
Poelkikkers
Leefgebied
Grote modderkruiper
Leefgebied (enkel indien er watergangen worden vergraven)
Kerk- en Steenuil
Leefgebied
Buizerd/Sperwer/Ransuil
Leefgebied & nesten buiten planlocatie 23
Voorafgaand aan eventuele werkzaamheden dient met aanvullend onderzoek te worden vastgesteld of het zoekgebied een functie heeft voor deze soorten. Indien er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming kan bevoegd gezag onder voorwaarden een ontheffing verlenen. Er is geen reden om aan te nemen dat eventueel benodigde ontheffingen, mits de juiste maatregelen worden getroffen, er sprake is van een gedegen alternatievenafweging en een wettelijk belang kan worden aangevoerd, niet verkregen zouden kunnen worden.
Gebiedsbescherming Het zoekgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Wel ligt het zoekgebied direct naast het Natuurnetwerk Brabant en ligt het voor een deel in de Groenblauwe mantel. Derhalve kan de beoogde ontwikkeling een negatief effect hebben op deze provinciaal aangewezen beschermde gebieden. Voorafgaand dienen deze mogelijk (negatieve) effecten middels een Nee, tenzij-toets inzichtelijk gemaakt worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot Natura 2000-gebieden en de beoogde situatie dienen de effecten van stikstofemissie inzichtelijk gemaakt te worden. Dit kan middels de AERIUS-Calculator. Afstand Natura2000
7,2 km
Mogelijke effecten Stikstof
Nader onderzoek AERIUS
Natuurnetwerk Nederland
0m
Ja
Nee, tenzij’-toets
Groenblauwe mantel
0m
Ja
Nee, tenzij’-toets
Houtopstanden Binnen het zoekgebied zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming.
24
11. Quickscan milieuaspecten De Roever heeft voor het zoekgebied een quickscan naar de relevante milieuaspecten uitgevoerd. De quickscan is als bijlage 4 bij de onderhavige planologische quickscan gevoegd. Onderstaand is een beknopte weergave van de bevindingen opgenomen
Woningbouw Bij een nadere uitwerking van een bestemmingsplan voor woningbouw in het zoekgebied zullen de volgende aspecten nader moeten worden onderzocht: • •
• • •
Geur (varkenshouderij aan de Boschweg 206 en de geitenhouderij aan de Oetelaarsestraat 29) Geluid o Wegverkeerslawaai (vanwege de geluidszone van de Boschweg, Structuurweg, Lieseindsestraat, Olieëindsestraat en Oetelaarsestraat) o Industrielawaai (Boschweg 206, Bouwbedrijf bedrijventerrein milieucategorie 3.2, Oetelaarsestraat 29 en Oetelaarsestraat 31) Externe veiligheid (LPG-tankstation aan Molendijk Zuid 20A) Stikstof Volksgezondheid (varkenshouderij aan Boschweg 206 en geitenhouderij aan Oetelaarsestraat 9)
25
Het aspect geur vormt een belemmering voor het planvoornemen vanwege de varkenshouderij aan de Boschweg 206 en de geitenhouderij aan de Oetelaarsestraat 29. Zonder deze veehouderijen zou sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat buiten de afstandscontouren van overige veehouderijen.
Geurcontouren Boschweg 206 en Oetelaarsestraat 29
26
Voor het aspect externe veiligheid geldt dat een klein gedeelte van het zoekgebied binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation aan Molendijk Zuid 20A ligt. Het zoekgebied ligt buiten de plaatsgebonden risicocontouren. Het invloedsgebied van een LPG-tankstation bedraagt 150 m rondom het vulpunt en het reservoir. Daarom is een berekening en een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk, als woningen worden gerealiseerd binnen dat invloedsgebied.
Risicobronnen en invloedsgebieden
Het aspect volksgezondheid vormt eveneens een belemmering vanwege de varkenshouderij aan Boschweg 206 (endotoxine) en de geitenhouderij aan Oetelaarsestraat 9 (afstand korter dan 2 kilometer). Zonder de veehouderijen zal dit aspect geen belemmering vormen.
27
Bijlagen
Bijlage 1 Bureauonderzoek bodem
DE TWEEDE GEERDEN 21 5334 LH VELDDRIEL TEL. 0418 - 572060 WWW.VERHOEVENMILIEU.NL INFO@VERHOEVENMILIEU.NL
Buro Waalbrug T.a.v. de heer J. Langbroek Schoenakker 10 6641 SZ BEUNINGEN
REK.NR: NL97RABO0310320224 BIC: RABONL2U K.V.K. 11028756 BTW: 80.34.57.583.B01
REF.: DATUM:
B21.8381/HO-02/JHL 21 juni 2022
Onderwerp: Resultaten historisch onderzoek inclusief onderzoeksopzet diverse (water)bodemonderzoeken, Boschweg e.o. te Schijndel Geachte heer Langbroek, Hierbij ontvangt u de aangepaste / aangevulde rapportage met de resultaten van het uitgevoerde historisch onderzoek met onderzoeksopzet ten behoeve van het uitvoeren van diverse verkennende (water)bodemonderzoeken en verkennende onderzoeken naar asbest voor de locatie Boschweg e.o. te Schijndel. Aanleiding en doel De onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de toekomstige herontwikkeling (woningbouw/bedrijventerrein) van de locatie. Het doel van het historisch onderzoek is het achterhalen van eventuele bodembedreigende activiteiten op of binnen 25 meter van de onderzoekslocaties, die mogelijk tot een bodemverontreiniging hebben geleid. Op basis hiervan kan een passende onderzoeksopzet worden bepaald voor de benodigde vervolgonderzoeken. De onderzoeken hebben uiteindelijk tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem (inclusief asbest) op de onderzoekslocaties vast te leggen c.q. te actualiseren en vast te stellen of vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezwaren bestaan tegen de toekomstige herontwikkeling van de locaties.
Beschikbare informatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de Boschweg te Schijndel en staan kadastraal bekend als de gemeente Schijndel, sectie K, nummers 327 (ged.), 364, 365, 366, 367, 368, 380, 381 (ged.), 382, 384, 385, 387 (ged.), 388, 389, 390, 391 (ged.), 392, 393, 394 (ged.), 396 (ged.), 398, 399, 405, 744 (ged.), 943 en 965 (ged.) en heeft een totale oppervlakte van circa 40 ha. De kadastrale percelen K 944 (Boschweg 196) en K 680 ged. (erf Oetelaarsestraat 31) worden mogelijk aan het plangebied toegevoegd en zijn optioneel. De locatie is momenteel grotendeels braakliggend/in gebruik als landbouwgrond. Ter plaatse van de percelen K380 en K381 (Boschweg 202 en 204) is sprake van woningen. Ter plaatse van de percelen K368 (Boschweg 206) en K365 en K943 (Boschweg 196, optioneel) is sprake van een varkenshouderij. Ter plaatse van perceel K405 (Oetelaarsestraat 29) is sprake van een Geitenhouderij. Op kadastraal perceel K 680 ged. (Oetelaarsestraat 31, optioneel plangebied) is sprake van een groenkwekerij. . De situering van de locatie is opgenomen in bijlage 2.
Aan Datum Ref.
: Buro Waalbrug : 21 juni 2022 : B21.8381/HO-02/JHL
2
Historisch onderzoek conform NEN 5725 en NEN 5717 Door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) is een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725 (bodem) en de NEN5717 (waterbodem). Door Verhoeven Milieutechniek B.V. is de historische informatie opgevraagd bij de Omgevingsdienst Brabant Noord en de gemeente Meijerijstad. Via de opdrachtgever zijn historische gegevens aangeleverd en tevens zijn diverse onderzoeken reeds bekend bij VMT. Er is in dit stadium nog geen locatiebezoek uitgevoerd. Aanvullend zijn door VMT de relevante gegevens uit de “Kaartbank” van de provincie Noord-Brabant en van de websites www.topotijdreis.nl, www.vastgoedloep.nl en www.bodemloket.nl bestudeerd. De omgevingsrapportage is opgenomen in bijlage 1. De overige relevante historische gegevens (milieuvergunningen en –tekeningen) zijn opgenomen in bijlage 3. Verleden, huidig en toekomstig gebruik De onderzoekslocatie is voor zover bekend in het verleden en momenteel altijd in gebruik geweest als agrarisch gebied. Ter plaatse van de Boschweg 196 en 206 en de Oetelaarsestraat 29 is sprake van een agrarisch erf met bedrijfsbebouwing (met asbestverdachte dakbedekking en slechte afwatering) en verhardingen. Ter plaatse van de Boschweg 202 en 204 is sprake van woningen. In de toekomst zal herontwikkelingen plaatsvinden (woningbouw/bedrijventerrein).
Milieuarchief In het milieuarchief is de volgende informatie beschikbaar • Oprichtingsvergunning Hinderwet rundveehouderij annex varkensmesterij Boschweg 196, dhr. M.J.M. Broks (nr. 278, d.d. 6 november 1972); • Oprichtingsvergunning Hinderwet varkensmesterij Boschweg 206, dhr. H.C.M. van den Tillaart (d.d. 19 februari 1973); • Vergunning Hinderwet Boschweg 206, dhr. J.A.F. Hoeven (nr. 306, d.d. 6 augustus 1973); • Vergunning Hinderwet Boschweg 196, dhr. M.J.M. Broks (nr. 506, d.d. 4 april 1977) • Vergunning Hinderwet Boschweg 206 dhr. J. Hoeven (nr. 571, d.d. 27 juli 1978); • Vergunning Hinderwet Boschweg 206, dhr. J. Hoeven (kenmerk 587, d.d. 16 maart 1979); • Vergunning Hinderwet Boschweg 206, dhr. J. Hoeven nr. 671, d.d. 2 maart 1981); • Vergunning Hinderwet Boschweg 206, dhr. J. Hoeven (nr. 756, d.d. 5 april 1982); • Vergunning Hinderwet Boschweg 196, dhr. M.J.M. Broks (nr. 36/1987, reg.nr. 4648, d.d. 11 januari 1988); • Vergunning Hinderwet Boschweg 206, dhr. C.P.J. Hoeven (nr. 7/1987, d.d. 8 februari 1988); • Vergunning Hinderwet Boschweg 206, dhr. C. Hoeven (nr. 50/1990, reg.nr. 26593, d.d. 30 oktober 1990); • Melding Wet milieubeheer verandering inrichting Boschweg 196, dhr. M.J.M. Broks (kenmerk 58132, d,d. 17 november 1993); • Vergunning Wet milieubeheer Oetelaarsestraat 29, Mts. Nooren-Daniels (nr. 2/1995, reg. Nr. 70009, d.d.
24 april 1995); • Vergunning Wet milieubeheer Boschweg 196, J. Hoeven B.V. (nr. 6-1998, reg.nr. 110443/122818, d.d. 1 december 1998); • Gedoogbeschikking noodvoorziening mestopslag, dhr. J. Hoeven, (AJA/123780124104, d.d. 7 januari 1999); • Melding milieubeheer Boschweg 196 (kenmerk WLE/156381/158215, d.d. 1 februari 2001); • Vergunning Wet milieubeheer Boschweg 196, Sidos B.V. (reg.nr. 164304/167818, d.d. 6 augustus 2001); • Vergunning Wet milieubeheer Boschweg 206, Botis B.V. (kenmerk 1106876, d.d. 28 juni 2005); • Melding Wet milieubeheer verandering inrichting Oetelaarsestraat 29, Mts. NoorenDaniels (kenmerk DEI/06.014068, d.d. 15 september 2006);
Aan Datum Ref.
• • •
: Buro Waalbrug : 21 juni 2022 : B21.8381/HO-02/JHL
3
Vergunning Wet milieubeheer Boschweg 196-206, Botis B.V. (reg.nr. 10.000522, d.d. 7 januari 2010); Omgevingsvergunning Boschweg 206, Hoeven Vastgoed B.V. (reg.nr. 11.038502, d.d. 12 december 2011); Aanvraag omgevingsvergunning Boschweg 196 en 206 te Schijndel, Hoeven Vastgoed B.V. (kenmerk OV-2015-0170, d.d. 19 november 2015). De vergunning is verleend d.d. 22 december 2015 (kenmerk onbekend).
Uit bovenstaande informatie blijkt dat de bedrijfslocaties aan de Boschweg 196 en 206 en de Oetelaarsestraat 29 in de loop van de jaren zijn aangepast en dat sprake is (geweest) van in milieuhygiënisch opzicht verdachte bedrijfsactiviteiten en de aanwezigheid van diverse opslagtanks. De volgende activiteiten worden als verdacht aangemerkt: • Werkplaats inclusief bovengrondse dieseltanks (1.000 + 2.000 liter) Boschweg 206; • Spoelplaats vrachtwagens Boschweg 206 en 196; • Luchtwassers Boschweg 196 en 206; • Opslagtank spuiwater Boschweg 206 en 196; • 1 x 2.000 liter bovengrondse zuurtank luchtwasser Boschweg 206 (2005-2010); • 2 x 1.000 liter bovengrondse zuurtank luchtwasser Boschweg 196 (2001-2005); • 1 x 2.000 liter bovengrondse zuurtank luchtwasser Boschweg 196 (2005-2009); • 1 x 4.000 liter bovengrondse zuurtank luchtwasser Boschweg 196 en 206 (vanaf 2009); • 1 x 500 liter voormalige bovengrondse HBO-tank Boschweg 196 (1976-onbekend); • Werkplaats met bovengrondse dieseltank 1.500 liter Oetelaarsestraat 29 (2002-heden); • Voormalige bovengrondse HBO-tank (4.000 liter) Oetelaarsestraat 29 (onbekend2006).
De volgende activiteiten worden als niet verdacht aangemerkt omdat ter plaatse inmiddels nieuwbouw en grondverzet heeft plaatsgevonden: • 1 x 600 liter voormalige bovengrondse dieseltank en opslag olie aan de achterzijde van de voormalige opslagruimte/garage ten noorden van huidige werkplaats Boschweg 206 (1988-2005). Op verzoek van de opdrachtgever zijn ook de milieuarchieven geraadpleegd van de locaties Oetelaarsestraat 31 (melkveebedrijf) en Boschweg 196 (woonboerderij), welke gesitueerd zijn buiten de feitelijke onderzoekslocatie. Hierbij zijn de volgende activiteiten als verdacht aangemerkt: • 1 x 5.000 liter voormalige ondergrondse HBO-tank Oetelaarsestraat 31 (1990-1991); • 1 x 600 liter voormalige bovengrondse dieseltank Oetelaarsestraat 31 (1990-2004); • Werkplaats met bovengrondse dieseltank 2.500 liter Oetelaarsestraat 31 (2004-2008); • 1 x 2.500 liter bovengrondse dieseltank (2008-heden) Oetelaarsestraat 31 (2008heden). • Ter plaatse van de Oetelaarsestraat 31 heeft in 2017 een asbestsanering plaatsgevonden waarbij de asbesthoudende dakbedekking ter plaatse van de stal en de loods verwijderd is; • Ter plaatse van de Boschweg 196 is geen sprake van verdachte activiteiten. Bodemkwaliteitsgegevens In het verleden zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie en de directe omgeving diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Onderzoekslocatie 1.
Verkennend bodemonderzoek Boschweg 196 (rapportnummer 97446, Milon B.V., d.d. 15 april 1997).
Aan Datum Ref.
: Buro Waalbrug : 21 juni 2022 : B21.8381/HO-02/JHL
4
Directe omgeving 2. Verkennend bodemonderzoek Boschweg 228 (rapportnummer 05/0009, Bodemstaete B.V., d.d. 17 januari 2005); 3. Evaluatierapport Boschweg 236 (rapportnummer 22314, Milon B.V., d.d. 25 juli 2002); 4. Aanvullend saneringsonderzoek “de Meijerij” (rapportnummer NB/495/001, Grontmij, d.d. 9 augustus 1995); 5. Verkennend bodemonderzoek Watermolen (rapportnummer 23478, Milon B.V., d.d. 4 november 2003); 6. Nader bodemonderzoek Watermolen (rapportnummer 23532, Milon B.V., d.d. 11 december 2003); 7. Briefrapport Watermolen (rapportnummer 26345, Milon B.V., d.d. 4 juli 2006); 8. Verkennend bodemonderzoek Lidwinastraat garageboxen (rapportnummer 97476, Milon B.V., d.d. 20 mei 1997). Provinciale weg N617 9. Verkennend bodemonderzoek N617 (rapportnummer 20081536/WWIJ, GeofoxLexmond, d.d. 20 juli 2009); 10. Verkennend bodemonderzoek N617 (rapportnummer RMpw617.04, GeofoxLexmond, d.d. 20 juli 2009); 11. Saneringsplan N617 (rapportnummer 20091089_a1rap, Geofox-Lexmond, d.d. 29 juli 2009); 12. Saneringsevaluatie N617 (rapportnummer 20091089_e2rap.DOC, Geofox-Lexmond 1 november 2011; 13. Saneringsevaluatie N617 (rapportnummer 20091089/MKLI, Geofox, d.d. 1 november 2011); 14. Saneringsevaluatie fase 2 N617 (rapportnummer 20122154/GLOE, Geofox-Lexmond, d.d. 30 juni 2015). Oetelaarsestraat 15.
Indicatief bodemonderzoek Oetelaarsestraat in Schijndel (X-00174) (rapportnummer 1262636, Tauw, d..d 4 december 2018). Ad 1 In de grond zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en minerale olie aangetroffen. In het grondwater is sprake van licht verhoogde concentraties aan zware metalen (chroom en zink). Ad 2 In de grond zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK aangetroffen. In het grondwater is geen sprake van verhoogde concentraties. Ad 3 Ter plaatse is een bodemsanering uitgevoerd hierbij zijn geen restverontreinigingen achtergebleven in zowel grond en/of grondwater. Ad 4 t/m 7 Ter plaatse van de Watermolen was sprake van een vatenhandel “de Meijerij”, destijds bekend als Boschweg 184. In de grond zijn licht verhoogde zware metalen en PAK aangetroffen en een matig verhoogd gehalte aan minerale olie. In het grondwater was sprake van licht verhoogde concentraties aan zink, benzeen en 1,2-dichlooretheen (cis). Ter plaatse is een bodemsanering uitgevoerd waarbij gebruik is gemaakt van in-situ technieken (“pump&treat” in combinatie met gestimuleerde biologische afbraak). Na afloop van de actieve sanering, is melasse toegevoegd aan de bodem. De omvang van de resterende licht verontreinigingen in zowel grond als grondwater was hierbij niet geheel (diffuus).
In 2003 heeft de provincie ingestemd met het evaluatierapport en is vastgesteld dat er geen sprake is van een potentiële spoedlocatie (rapportage niet beschikbaar). In 2005 is nog een extra injectie uitgevoerd met melasse en heeft herinrichting plaatsgevonden (nieuwbouw).
Aan Datum Ref.
: Buro Waalbrug : 21 juni 2022 : B21.8381/HO-02/JHL
5
Ad 8 In de grond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. In het grondwater was sprake van een licht verhoogde concentratie aan zink. Ad 9 t/m 14 Ter plaatse van de provinciale weg N617 zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Hierbij bleek op diverse plaatsen sprake van een bodemverontreiniging van met name zware metalen en/of PAK, al dan niet in combinatie de aanwezigheid van verontreinigde funderingsmaterialen. De betreffende verontreinigingen zijn gesaneerd in combinatie met onderhoudswerkzaamheden en/of wegreconstructies. Vanwege de aanwezigheid van een waterloop tussen de provinciale weg N617 en de onderzoekslocatie, is formeel gezien geen sprake van aangrenzende percelen. De geconstateerde bodemverontreinigingen langs de N617 strekken zich niet uit over de onderzoekslocatie. Ad 15 In de grond zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten aan PAK aangetroffen. Het grondwater is niet onderzocht. Waterbodemkwaliteitsgegevens Er zijn geen (recente) gegevens bekend betreffende voorgaande waterbodemonderzoeken binnen de onderzoekslocatie en/of de directe omgeving. Historisch kaartmateriaal Na bestudering van het historisch kaartmateriaal op www.topotijdreis.nl is gebleken dat binnen de onderzoekslocatie sprake is van diverse voormalige watergangen en een vijftal voormalige wegen.
Aan de noordwestzijde van de onderzoekslocatie is op de topografische kaarten in de periode 1900-1955 sprake van voormalige bebouwing aan het einde van een voormalige weg. Aan de oostzijde van de locatie blijken ter plaatse van de Boschweg 196 en 202 t/m 206, de Weidonk 2 t/m 6 en de Lidwinastraat (Veronicapark) boomgaarden aanwezig te zijn geweest. Crashsite vliegtuig Op basis van historische informatie is gebleken dat binnen het onderzoeksgebied sprake is van een neergestort vliegtuig. Volgens het “verliesregister” van de Studiegroep Luchtoorlog gaat het om een Lancaster welke in de juni 1943 is neergeschoten en waarvan alle bemanningsleden zijn begraven op de begraafplaats in Eindhoven. Op basis van overige informatie zou het gaan om een vliegtuig wat in 1957/1958 is neergestort in hetzelfde gebied. Het is mogelijk dat zich nog restanten in de bodem bevinden. Asbest Ter plaatse van de agrarische bedrijfsbebouwing aan de Boschweg 196 en 206 en de Oetelaarsestraat 29 en 31 (gesaneerd d.d. 2017) is bebouwing met asbestverdachte dakbedekking aanwezig (geweest) zonder goede afwatering. Tevens is hier mogelijk kans op de aanwezigheid van asbesthoudende puinlagen ter plaatse van de erfverharding en/of voormalige stallen.
Overige (voormalige) bodembedreigende activiteiten Ter plaatse van de Weidonk 2 t/m 6 is sprake (geweest) van bovengrondse tanks (diesel en HBO), deze worden in het kader van onderhavig onderzoek niet meegenomen. Gelet op de aanwezigheid van diverse voormalige wegen binnen de onderzoekslocatie, bestaat de kans op de aanwezigheid van voormalige (puin)dammen. Locatiebezoek In dit stadium is er geen locatiebezoek afgelegd op aangeven van de opdrachtgever en de gemeente.
Aan Datum Ref.
: Buro Waalbrug : 21 juni 2022 : B21.8381/HO-02/JHL
6
PFAS Op 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het (tijdelijk) handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van toepassing verklaard. Dit handelingskader (geactualiseerd d.d. 13 december 2021) en het directe ingangstermijn hiervan heeft de markt niet voorzien, maar heeft gevolgen voor de acceptatie van grond en baggerspecie bij grondbanken en verwerkers. Dus zodra er grond van de locatie moet worden afgevoerd en elders toegepast, dient onderzoek plaats te vinden naar PFAS (28 parameters) en/of GenX in de verdachte grondlaag (0,0-1,0 m-mv). GenX betreft geen verdachte parameter voor deze regio. Ter plaatse van voorliggende locatie zijn geen puntbronnen bekend die een PFAS-verontreiniging hebben kunnen veroorzaken. Aangezien naar verwachting grond van de locaties afgevoerd wordt in verband met de voorgenomen herontwikkelingen, dient rekening gehouden te worden met een aanvullend onderzoek van de verdachte grondlaag (0,0-1,0 m-mv) op PFAS. GenX betreft voor zover bekend geen verdachte parameter voor deze regio. Conclusies historisch onderzoek en vervolgtraject Uit het historisch onderzoek blijkt het volgende: • Ter plaatse van de onderzoekslocatie en in de directe omgeving zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd.
Hieruit blijkt over het algemeen dat in zowel de grond als het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten en/of concentraties worden aangetroffen. De verontreinigingen ter plaatse van de Provincialeweg N617 zijn gesaneerd in combinatie met onderhoudswerkzaamheden en/of wegreconstructies. De verhoogde concentraties aan zware metalen in het grondwater hebben een natuurlijke oorsprong; • Ter plaatse is sprake van voormalige watergangen, wegen en bebouwing. Daarnaast is mogelijk sprake van voormalige (puin)dammen; • Aan de oostzijde is sprake van voormalige boomgaarden; • Binnen de onderzoekslocatie is sprake van een crashsite, het is mogelijk dat vliegtuigdelen nog aanwezig zijn in de bodem; • Ter plaatse van de agrarische bedrijfsbebouwing aan de Boschweg 196 en 206 en de Oetelaarsestraat 29 en 31 (gesaneerd d.d. 2017) is sprake (geweest) van asbestverdachte dakbedekking zonder goede afwatering.
Tevens is hier mogelijk kans op de aanwezigheid van asbesthoudende puinlagen ter plaatse van de erfverharding en/of voormalige stallen; • Op de locatie aan de Boschweg 196 en 206 en de Oetelaarsestraat 29 en 31 is sprake van (voormalige) verdachte activiteiten en de aanwezigheid van (voormalige) boven- en/of ondergrondse tanks, welke separaat onderzocht moeten worden; • De woningen aan de Boschweg 196 (woonboerderij) en 202-204 (2-1 kap) worden beschouwd als zijnde verdacht gelet op de ligging; • Aangezien naar verwachting grond van de locaties afgevoerd wordt in verband met de voorgenomen herontwikkelingen, dient rekening gehouden te worden met een aanvullend onderzoek van de verdachte grondlaag op PFAS. Op basis van het historisch onderzoek dient een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd, waarbij de verdachte grondlaag aanvullend geanalyseerd wordt op PFAS en/of de teeltlaag ter plaatse van de voormalige boomgaarden wordt onderzocht op OCB. Daarnaast vormen het erf aan de Boschweg 196 en 206 (incl. woningen Boschweg 202-204)en de Oetelaarsestraat 29 en 31 met diverse (voormalige) activiteiten en de voormalige watergangen, voormalige wegen en/of de (voormalige) (puin)dammen aandachtspunten.
Tevens dienen er verkennende onderzoeken naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of conform de NEN 5897 ter plaatse van de bebouwing (met asbestverdachte dakbedekking zonder goede afwatering) en mogelijke puinlagen (erfverharding) ter plaatse van het erf aan de Boschweg 196 en 206 (incl. woningen Boschweg 202-204) en de Oetelaarsestraat 29 en 31 (gesaneerd d.d. 2017). Daarnaast dienen er onderzoeken naar asbest te worden uitgevoerd ter plaatse van de (puin)dammen, waarin puin aanwezig is.
Aan Datum Ref.
: Buro Waalbrug : 21 juni 2022 : B21.8381/HO-02/JHL
7
Daarnaast dienen de huidige watergangen waar civieltechnische werkzaamheden plaatsvinden (dempen, verleggen en/of verbreden) te worden onderzocht conform de NEN 5720, waarbij de waterbodem aanvullend geanalyseerd wordt op PFAS. Hypothese Op basis van de beschikbare informatie is voor de algemene bodemkwaliteit van het grootste deel van de locatie, als zijnde braakliggend en/of in gebruik als landbouwgrond, de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Voor de algemene bodemkwaliteit ter plaatse van de Boschweg 196 en 206 (incl. woningen Boschweg 202-204) en de Oetelaarsestraat 29 en 31 is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Daarnaast vormt het voorkomen van PFAS in de verdachte grondlaag van alle locaties en het voorkomen van OCB in de teeltlaag ter plaatse van de voormalige boomgaarden aandachtspunten. Tevens vormen de voormalige watergangen, voormalige wegen en/of de (voormalige) (puin)dammen aandachtspunten. Voor de waterbodem wordt momenteel uitgegaan van verspreidbare baggerspecie, waarbij het voorkomen van PFAS een aandachtspunt betreft. Onderzoeksopzet met veld- en laboratoriumwerkzaamheden Verhoeven Milieutechniek B.V.
(certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-62023, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001: het plaatsen van boringen en peilbuizen (versie 6), protocol 2002 (versie 6): het nemen van grondwatermonsters en protocol 2018: locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6) en protocol 2003: veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Verkennende bodemonderzoeken Locatie onverdacht terreindeel “agrarisch gebruik” Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie “grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie” (ONV-GR-NL) voor een locatie van maximaal 37 hectare. Locatie verdacht terreindeel Boschweg 196 en 206 (incl. woningen Boschweg 202-204), Oetelaarsestraat 29 en Oetelaarsestraat 31 “erf” Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit van het erf wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging” (VED-HE-NL; Boschweg 196 en 206 (incl. woningen Boschweg 202-204): max. 3 hectare, Oetelaarsestraat 29: max.