CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 toelichting - Aanmeldnotitie vormvrij m.e.r. inclusief bijlagen

Raadsvergadering 13 november 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel23.196 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING HERONTWIKKELING

Planontwikkeling Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel Datum:

11-07-2023, herz. 15-07-2024, wijz. 06-05-2025

Projectnummer: 2021.178 (mer)

Adviesbureau:

Wintraecken Advies B.V.

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of Wintraecken Advies B.V.

1

INHOUDSOPGAVE

1. INLEIDING ____________________________________________________ 3 2. KENMERKEN EN PLAATS VAN HET PROJECT ___________________________ 3 3. FLORA EN FAUNA EN GEBIEDEN ___________________________________ 12 4. CONCLUSIES _________________________________________________ 16

Bijlagen: 1) Quickscan milieuaspecten 2) Blom Ecologie, Quickscan Wet natuurbescherming Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat te Schijndel, Project: 2022-0231, 1 april 2022 Bijlage 2.1 - Aanvullend onderzoek ecologie Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat te Schijndel, Aanvullend onderzoek naar gierzwaluw en vleermuizen in het kader van de Wet natuurbescherming, project: 2022-0459, 23 september 2022, revisie 13 oktober 2022 Bijlage 2.2 – Blom Ecologie, Mitigatieplan, Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat te Schijndel, Ontheffingsaanvraag soortenbescherming Wet natuurbescherming, project: 2021-1054, 20 oktober 2022 Bijlage 2.3 – Ontvangstbevestiging ontheffing Wnb soorten Bijlage 2.4 - Beschikking Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant d.d. 8 augustus 2023 3) Stikstofdepositieberekening

2

1. INLEIDING Initiatiefnemer heeft het planvoornemen om in het gebied, gelegen tussen de Hoofdstraat 54-66 (Hoofdstraat 58, 58a en grotendeels Hoofdstraat 56 vallen buiten dit plan), de Toon Bolsiusstraat 14-18 (en een deel van het perceel aan de Toon Bolsiusstraat 12) en de Looierij, de bestaande woning(en) en voorzieningen in de vorm van horeca (een discotheek), een auto-garagebedrijf en meerdere detailhandelsvestigingen teniet te doen en hiervoor in de plaats 69 wooneenheden in de vorm van appartementen, studio's en penthouses op te richten. De ontwikkeling vindt plaats inclusief benodigde infrastructuur, parkeervoorzieningen en groeninrichting.

2. KENMERKEN EN PLAATS VAN HET PROJECT 2.1. Gegevens gebied / inrichting Het plangebied betreft het gebied gelegen tussen de Hoofdstraat 54-66 (Hoofdstraat 58, 58a en grotendeels Hoofdstraat 56 vallen buiten dit plan), de Toon Bolsiusstraat 12-18 en de Looierij. 2.2. Beschrijving activiteit 2.2.1. Huidige situatie Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Schijndel, aan de Hoofdstraat 54, deels 56, 60, 62, 64, 66 en Toon Bolsiusstraat 14, 16, 16a en 18 en een klein gedeelte van de tuin van Toon Bolsiusstraat 12 te Schijndel. Het plangebied wordt omsloten door de Hoofdstraat, de Toon Bolsiusstraat en de Looierij. Het plangebied is gelegen in het centrum van de kern Schijndel. De Hoofdstraat betreft een van de ontsluitingswegen van het dorp, in noordwestelijke richting. In de omgeving van het plangebied bevinden zich woningen, en stedelijke voorzieningen in de vorm van lichte bedrijvigheid, detailhandel, kantoren en woningen. Navolgende afbeelding betreft een weergave van het plangebied in relatie tot haar omgeving (bron: maps.google.nl).

2.2.2. Beschrijving van het project De bestaande bebouwing wordt gesloopt en 69 wooneenheden worden teruggebouwd. Er komt wel meer groen ten opzichte van de huidige situatie. Het plan voorziet in een verandering van de ruimtelijke structuur ter plaatse van het plangebied. Het plan betreft de transformatie van diverse bestemmingen en vormen van gebruik naar een

3

woonomgeving met plek voor 69 wooneenheden welke worden omgeven door groen en parkeervoorzieningen. De woningen worden gerealiseerd met de daarbij behorende infrastructuur, parkeervoorzieningen en (groen)inrichting. Teneinde het woningbouwprogramma op deze locatie in het juiste vat te gieten is in een vroeg stadium in overleg met de stedenbouwkundige van de gemeente Meierijstad gekozen om het nieuwbouwproject zo vorm te geven, dat het qua maat, schaal, volume en uitstraling passend is in het bestaande straatbeeld. De hoofdmassa / hoofdvorm van de nieuwe bebouwing worden / zijn afgestemd op de aanwezige en omliggende c.q. naastgelegen bebouwing, maar vormt wel een eigen architectonische eenheid. Er wordt voor wat betreft de beeldkwaliteit van de nieuwbouw en de maatvoering aangesloten bij de gewenste stedenbouwkundige uitgangspunten. 2.3. Locatie activiteit Het plangebied valt binnen de grenzen van het bestemmingsplan “Kom Schijndel 2013” en heeft de bestemmingen ‘Bedrijf’ (met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – garagebedrijf’), ‘Gemengd – 2’, ‘Gemengd – 3’, ‘Horeca’ (met de functieaanduiding ‘horeca tot en met horecacategorie 4’), ‘Tuin’, ‘Verkeer’ en ‘Wonen’ (met de bouwaanduiding ‘aaneengebouwd’). Voor het gehele plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’ en de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’.

Bouwwerken mogen worden opgericht binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken. Voorts zijn er nog enkele specifieke aanduidingen van toepassing op het gebied van maatvoering (maximum bouw- en goothoogte) en gebruik. Op de hierna opgenomen uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan zijn de ligging en globale begrenzing van het plangebied rood omlijnd aangegeven (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl). Om verwarring te voorkomen zijn enkel de bestemmingen en gebiedsaanduiding opgenomen in de legenda.

2.4. Tijdspad / procedure Initiatiefnemer kan de ontwikkeling realiseren middels een bestemmingsplanprocedure.

4

2.5. Geurhinder en bedrijven en milieuzonering Zie bijlage 1: quickscan milieuaspecten Toetsingskader Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving. Instrumenten van ruimtelijke ordening en milieu kunnen elkaar daarbij ondersteunen. Om tot een optimale invulling van de ruimte te komen, onderscheidt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) twee omgevingstypen: 1. omgevingstype rustige woonwijk of rustig buitengebied; 2. omgevingstype gemengd gebied. Ad. 1 Een ‘rustige woonwijk’ is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een ‘rustig buitengebied’ (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Ad. 2 Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.

Vervolgens worden in de brochure, op basis van een aantal factoren (geur, stof, geluid en gevaar), richtafstanden genoemd tussen verschillende bedrijfstypen en omgevingstype ‘rustige woonwijk’ of ‘rustig buitengebied’, waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Indien sprake is van het omgevingstype ‘gemengd gebied’, dan kunnen de richtafstanden – zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat en het functioneren van bedrijven – met één afstandsstap worden verlaagd. Doorwerking plan(gebied) Geurhinder (Wgv) De veehouderijen in de omgeving en de totale geuremissies per veehouderij zijn weergegeven op navolgende afbeelding.

5

De dichtstbijzijnde veehouderij met een relevante geuremissie ligt aan Steeg 36 op een afstand van ongeveer 1.200 meter van het plangebied. Aan de afstandseis wordt voldaan. Gezien de geuremissie in relatie tot de afstand tot het plangebied kan op voorhand worden gesteld dat de voorgrondbelasting niet relevant zal zijn. Dit is ook af te lezen uit de kaart met de geurcontouren ten aanzien van achtergrondbelasting (cumulatieve geurbelasting), zie afbeelding hierna. Aangezien bestaande geurgevoelige objecten zijn gelegen tussen de veehouderijen en het plangebied worden de veehouderijen niet in hun belangen geschaad.

6

Het woon- en leefklimaat is ‘zeer goed’. Het aspect geur vormt geen belemmering voor het plan. Milieuzonering (categorie-indeling bedrijven) Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013’ de bestemmingen ‘Gemengd – 2’, ‘Horeca – 1’, ‘Wonen’ en ‘Bedrijf’. Voor het beoogde plan moet de bestemming moet worden omgezet naar ‘Wonen’. In de beoogde situatie is voor de eerstelijns bebouwing aan de Hoofdstraat en aan de Looierij sprake van het omgevingstype gemengd gebied, gezien de aanwezigheid van diverse kleinschalige bedrijfsmatige functies direct naast woningen en gezien de ligging aan de hoofdinfrastructuur. Voor de achterliggende bebouwing en de bebouwing aan de Toon Bolsiusstraat moet uit worden gegaan van het omgevingstype rustige woonwijk, gezien de afwezigheid van bedrijfsmatige functies en hoofdinfrastructuur. Uitwaartse milieuzonering De beoogde woonbestemming vormt geen milieubelastende functie. Een analyse van uitwaartse milieuzonering is niet nodig. Inwaartse milieuzonering Op basis van de vigerende bestemmingsplannen zijn de milieubelastende functies in de omgeving bepaald, zie navolgende tabel ‘richtafstanden milieubelastende functies’.

7

De milieubelastende functies en de bijbehorende richtafstanden zijn weergegeven op navolgende afbeelding.

8

Het plangebied ligt binnen de richtafstand (tot een rustige woonwijk) voor het aspect geluid behorende bij de apotheek aan Looierij 2. Aangezien het gedeelte van het plangebied dat binnen die richtafstand aangemerkt moet worden als het omgevingstype gemengd gebied (zie hierboven) wordt de richtafstand met één afstandsstap verlaagd naar 0 meter. Daarom hoeft dit aspect niet nader te worden onderzocht. In de praktijk zal er ook geen significante bijdrage zijn van het geluid afkomstig van de apotheek op de beoogde woningen, aangezien het geluid afkomstig van de Hoofdstraat zal overheersen. Het plangebied ligt binnen de richtafstand (tot een rustige woonwijk) voor het aspect gevaar behorende bij de apotheek aan Looierij 2. Als het aspect gevaar het maatgevende aspect is, dan wordt de richtafstand niet met één afstandsstap verlaagd bij het omgevingstype gemengd gebied. Echter, de apotheek betreft geen inrichting waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen. In de praktijk zijn er geen relevante risicobronnen en is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De gemengde bestemming aan Hoofdstraat 58 grenst aan het plangebied. Zoals hierboven beschreven betreft de nabije omgeving van Hoofdstraat 58 een gemengd gebied. De richtafstanden worden dan met één afstandsstap verkleind naar 0 meter. Er is geen sprake van overlap met het plangebied.

Echter, het bestemmingsplan staat op een gedeelte van de locatie Hoofdstraat 58 ook toe: een werkplaats op de begane grond van maximaal 25 m2 en een opslag op de verdieping van maximaal 25 m2. Zoals hierboven beschreven betreft de nabije omgeving van Hoofdstraat 58 een gemengd gebied. De richtafstanden worden dan met één afstandsstap verkleind naar 10 meter voor het aspect geluid. Nu is een aannemersbedrijf en een verhuur van opslagruimte aan derden (vaak boxen) erg overtrokken voor deze situatie, aangezien de oppervlakte van de functies volgens het bestemmingsplan maar 25 m2 mag zijn en de ruimtes ook niet te benaderen zijn met voertuigen of heftrucks (geen inrit). Het is meer te vergelijken met een particuliere werkplaats en opslag, waarvoor geen richtafstanden gelden. Bovendien vormt de bestaande woning aan Hoofdstraat 6060A al een bestaande belemmering voor het maximaal planologische gebruik van de werkplaats en opslag, aangezien deze aanpandig ligt. In deze zin vormt het plan geen

9

belemmering voor de maximale planologische mogelijkheden van de werkplaats en opslag. Daarnaast zal er ook feitelijk geen hinder zijn. Zoals hierboven vermeld is de werkplaats en opslag niet benaderbaar door voertuigen en zal het gebruik daarvan niet afwijken van particulier gebruik.. Er is ook geen milieudossier. Dus ook feitelijk is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en geen belemmering voor het gebruik van de locatie. Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het plan. Conclusie Bezien vanuit het oogpunt van ‘inwaartse milieuzonering’ komt er in de nabijheid van het plangebied geen bedrijvigheid voor welke een mogelijke belemmering vormt voor het onderliggende plan. Daarnaast levert het plan, vanuit het oogpunt van ‘uitwaartse zonering, ook geen belemmering op voor omliggende bedrijven. Dit betekent dat er vanuit de aspecten milieuzonering en hinderlijke bedrijvigheid geen belemmeringen zijn voor het plan. 2.6. Luchtkwaliteit Toetsingskader Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen decennia in Nederland is verbeterd, voldoet ze nog steeds niet overal aan de normen. Met name fijn stof en stikstofdioxiden leveren problemen op. Het doel van het luchtkwaliteitsonderzoek is het geven van inzicht in de gevolgen van een plan voor de luchtkwaliteit om een goede luchtkwaliteit te kunnen garanderen.

Daarom moet luchtkwaliteit al in een vroeg stadium van de planvorming worden meegewogen. Gegevens over de luchtkwaliteit worden verzameld om vervolgens te kunnen bepalen of er voor het doorgaan van het project al dan niet aanvullende maatregelen nodig zijn. In de praktijk zullen met name fijn stof en stikstofdioxiden moeten worden onderzocht. Daarnaast kan een goede ruimtelijke ordening met zich brengen dat een afweging wordt gemaakt rondom de aanvaardbaarheid van een project op een bepaalde locatie. De luchtkwaliteit hoeft (artikel 5.16 Wet milieubeheer) geen belemmering te vormen voor ruimtelijke ontwikkelingen als: • er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • een plan of project niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt; • een project per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; • een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) dat tevens voorziet in maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. De luchtkwaliteit komt voort uit Europese wet- en regelgeving en de hoofdlijnen van de regelgeving zijn opgenomen in de Wet milieubeheer. In de Nederlandse wetgeving is opgenomen dat in het geval van ruimtelijke ontwikkelingen beoordeelt moet worden welk effect de gewenste ontwikkeling heeft op de luchtkwaliteit.

Er zijn echter situaties waarin een ontwikkeling ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan (de verslechtering) van de luchtkwaliteit. In het besluit ‘niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en in de regeling ‘niet in betekenende mate bijdragen’ (Regeling NIBM) is aangegeven in welke gevallen hiervan sprake is. Concreet is in het Besluit NIBM vastgelegd in welke gevallen een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Een ontwikkeling is NIBM als aannemelijk is gemaakt dat de ontwikkeling een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de

10

grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijn stof en NO2. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die sowieso niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. De regeling geeft concrete getallen voor plannen die gaan over bijvoorbeeld de bouw van woningen en/of kantoren. De grens voor woningbouwplannen ligt bij 3%. Als er twee ontsluitingswegen zijn, mag een grens van 3.000 woningen worden gehanteerd. Op 15 januari 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) in werking getreden die toeziet op het beschermen van bepaalde gevoelige groepen mensen (bijvoorbeeld kinderen, ouderen en zieken). De intentie van het Besluit gevoelige bestemmingen is dat bepaalde gebouwen (bijvoorbeeld scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en verzorgingstehuizen) niet meer worden gebouwd in gebieden waar de normen worden overschreden.

Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. In de context van het besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als ‘gevoelige bestemming’ gezien. Doorwerking plan(gebied) Op de eerste plaats wordt verwezen naar hoofdstuk 4 van de ‘quickscan milieuaspecten’, zoals opgesteld door De Roever Omgevingsadvies (zie bijlage 1). Plannen hebben pas een negatief effect op de luchtkwaliteit, zodra de verkeersgeneratie in ruime mate toeneemt. Ter vergelijking; een effect op de luchtkwaliteit hoeft pas aangetoond te worden als de bouw van 1.500 woningen of 66.667 m² kantoor en de daarmee gepaard gaande verkeersgeneratie plaatsvindt. Onderhavig plan heeft uiteraard een veel lagere verkeersaantrekkende functie dan 1.500 nieuwe woningen of 66.667 m² nieuw kantooroppervlakte. Hierdoor valt het plan ruim onder de 3% grens voor PM10 of NO2. Het plan draagt dan ook ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Uit de uitsnede van de kaart bij de NSL-monitoringstool op onderstaand afbeelding blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse van het plan aanvaardbaar is; er wordt ruimschoots voldaan aan de grenswaarden.

11

Het project valt onder de kwantitatieve grenzen van de Regeling NIBM. Het bestemmen van minder dan 1.500 woningen per ontsluitingsweg is niet in betekenende mate van invloed op de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het plan.

3. FLORA EN FAUNA EN GEBIEDEN Toetsingskader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) ingegaan. In het Decentralisatieakkoord Natuur (PS2011-778) is afgesproken dat de wetgever de decentralisatie van rijkstaken in het landelijk gebied naar provincies formaliseert. Met de Wnb geeft het Rijk invulling aan de decentralisatieafspraken uit het Decentralisatieakkoord Natuur en het Natuurpact (PS2013-797). De Wnb is daarmee het sluitstuk van de decentralisatie van het natuurbeleid. Het huidige wettelijke stelsel voor de natuurbescherming, zoals neergelegd in de Natuurbeschermingswet 1998, de Floraen faunawet en de Boswet, is vervangen door deze wet. Doorwerking plan(gebied) Ten behoeve van het planvoornemen heeft Blom Ecologie een toets natuurwetgeving uitgevoerd. Hierna zijn de conclusies ten aanzien van de uitvoerbaarheid, de vervolgstappen en de te treffen maatregelen letterlijk overgenomen. De integrale rapportage is als bijlage 2 opgenomen.

Uitvoerbaarheid De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Er dienen enkele algemene maatregelen worden getroffen ten aanzien van de algemene zorgplicht, foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels. Voorafgaand aan de

12

werkzaamheden dient met aanvullend onderzoek te worden vastgesteld of de te slopen bebouwing een relevante functie heeft voor gebouwbewonende vleermuizen en gierzwaluwen (soortenbescherming). Indien er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming kan bevoegd gezag onder voorwaarden een ontheffing verlenen. De voorwaarden betreffen: er is geen andere bevredigende oplossing, er is sprake van een wettelijk belang en er wordt geen afbreuk gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort (een robuust en ruim maatregelenpakket van tijdelijke en permanente voorzieningen wordt hiertoe voorgesteld en uitgevoerd). Wegens het voorgaande onderzoek is er geen reden om aan te nemen dat eventueel benodigde ontheffingen, mits de juiste maatregelen worden getroffen, er sprake is van een gedegen alternatievenafweging en een wettelijk belang kan worden aangevoerd, niet verkregen zouden kunnen worden. Vervolgstappen •

•

Voor de beoogde ruimtelijke ingreep dient aanvullend onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd te worden. Een aanvullend onderzoek naar vleermuizen wordt uitgevoerd middels minimaal vijf gerichte veldbezoeken in de periode 15 april t/m 30 september, conform het meest actuele Vleermuisprotocol (NGB). Hiervan dienen drie rondes in het voorjaar en twee rondes in het najaar plaats te vinden. De potentie van de planlocatie voor verschillende typen verblijfplaatsen en vleermuissoorten wordt in tabel 3.1 en 3.2 uiteengezet. Er is geen sprake van aantasting van een mogelijk essentieel foerageergebied of essentiële vliegroute. Voor de beoogde ruimtelijke ingreep dient aanvullend onderzoek naar gierzwaluw uitgevoerd te worden. Een aanvullend onderzoek naar gierzwaluw wordt uitgevoerd middels drie gerichte veldbezoeken in de periode 15 mei t/m 15 juli met minstens één veldbezoek tussen 20 juni en 7 juli, conform het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017)

Te treffen maatregelen • •

•

•

•

•

Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Eventueel aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) voorafgaand aan de werkzaamheden gefaseerd verwijderen. Dit om grondgebonden dieren de kans te bieden zelfstandig de planlocatie te verlaten. Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). De sloopwerkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli). Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële

13

nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn.

Naar aanleiding van de uitgevoerde ‘toets natuurwetgeving’ is door Blom Ecologie aanvullend onderzoek naar gierzwaluw en vleermuizen in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Hierna zijn de conclusies en de vervolgstappen letterlijk overgenomen. De integrale rapportage is als bijlage 2.1 opgenomen.

4.1 Gierzwaluw In mei-juli 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de gierzwaluw in het plangebied aan de Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat te Schijndel. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument gierzwaluw (BIJ12, 2017). Tijdens het onderzoek is een gierzwaluwnest vastgesteld, buiten de planlocatie. De beoogde ingreep leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art. 3.1, lid 2. 4.2 Vleermuizen In mei-september 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied aan de Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraatte Schijndel.Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het meest actuele Vleermuisprotocol (NGB, 2021). Tijdens het onderzoek zijn 5 verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat het bedrijfspand achter het horecapand aan de Hoofdstraat 54 een functie heeft voor de gewone dwergvleermuis als zomer- en paarverblijfplaats. Deze verblijfplaats(en) worden bij de beoogde ingreep weggenomen. Tevens maakt het plangebied (in beperkte mate) onderdeel uit van het leefgebied, maar is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied. De beoogde ingreep leidt tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art.

3.5, lid 2 (verstoren vleermuizen) en lid 4 (wegnemen 2 verblijfplaatsen). Er dient ten aanzien van gewone dwergvleermuis een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens het bedrijfspand achter het horecapand aan de Hoofdstraat 54 te Schijndel gesloopt kan worden. 4.3 Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot gierzwaluw en vleermuizen. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op individuen, nesten en/of verblijflocaties van andere soorten in het plangebied. Er zijn geen nesten van vogelsoorten aangetroffen binnen het plangebied. De directe omgeving biedt echter wel potentie voor dergelijke nesten. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen. Indicatief betreft het broedseizoen de periode 15 maart t/m 15 juli. Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. 4.4 Samenvatting

14

Tabel 4.1 Samenvatting van de aangetroffen nestlocatie en vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied.

4.5 Vervolgstappen Voor de uitvoering van de ingreep is ontheffing nodig van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (tabel 4.1). Conform de relevante wetteksten en Kennisdocumenten wordt aanbevolen om de navolgende aspecten te onderbouwen. Deze aspecten maken integraal onderdeel uit van het projectplan ten behoeve van de ontheffingsaanvraag. 1. De activiteit is nodig met een wettelijk belang (Wnb, art. 3.8, lid 5b); 2. Voor de activiteit is geen alternatieve bevredigende oplossing (Wnb, art. 3.8, lid 5a); 3. De staat van instandhouding van de soort blijft gewaarborgd (Wnb, art. 3.8, lid 5c); 4. Bepaal compensatie en mitigatie (Wnb, art. 3.8, lid 5c). Een ontheffingsaanvraag Wnb is enkel succesvol als al deze aspecten voldoende onderbouwd kunnen worden. Indien de ingreep geen wettelijk belang kent of indien de staat van instandhouding van de aanwezige soorten in het geding komt kan een ontheffing Wnb mogelijk geweigerd worden. Bevoegd gezag heeft de wettelijke termijn van 20 weken (13 + 7 weken verlenging) om een ontheffingsaanvraag Wnb te beoordelen. De planning van de werkzaamheden dient aangepast te worden aan de aanwezige soorten om zoveel mogelijk de werkzaamheden uit te voeren buiten kwetsbare periodes. Dergelijk maatwerk kan ervoor zorgen dat het project enkel in bepaalde periodes van het jaar uitgevoerd kan worden.

Indien de werkzaamheden leiden tot het wegnemen van nesten of verblijfplaatsen dienen alternatieve verblijfplaatsen gedurende een bepaalde periode aanwezig te zijn naast de huidige nesten of verblijfplaatsen. Deze gewenningsperiode is afhankelijk van de soort en het aantal individuen en betreft indicatief een aantal maanden en/of een specifiek seizoen. Het tijdig aanbrengen van alternatieve verblijfplaatsen is van belang om onnodige vertraging te voorkomen. Raadpleeg voor de plaatsing van de voorzieningen een ter zake deskundig ecoloog.

Naar aanleiding van de uitgevoerde ‘aanvullend onderzoek naar gierzwaluw en vleermuizen’ is door Blom Ecologie een mitigatieplan opgesteld en een ontheffingsaanvraag soortenbescherming Wet natuurbescherming ingediend. De integrale rapportage is als bijlage 2.2 opgenomen. De goede ontvangst door de ODBN is bevestigd (zie bijlage 2.3), het is nu wachten op de inhoudelijke reactie. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: 1. Er mag alleen van de verbodsbepalingen worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is; 2. Er moet sprake zijn van een in de wet genoemd belang. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn, zoals ruimtelijke ontwikkeling, volksgezondheid of openbare veiligheid; 3. Er mag geen afbreuk worden gedaan aan de staat van instandhouding van de soort.

15

Voor het wegnemen van de vastgestelde vleermuisverblijfplaats is op 28 oktober 2022 reeds een aanvraag tot ontheffing van de Wnb ingediend bij ODBN. Er wordt dus voldaan aan de voormelde criteria. Gezien het feit dat er een ruim maatregelenpakket is opgezet, op een correcte wijze ongeschikt gemaakt gaat worden en wordt voldaan aan alle criteria, hebben Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant de beschikking op 8 augustus 2023 afgegeven (zie bijlage 3.4). Er is verder van de zijde van de ODBN de vraag gesteld waarom de mogelijke aanwezigheid van de steenmarter niet is meegenomen in het onderzoek. In de uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming worden de soorten beoordeeld die uit de bureaustudie in de NDFF naar voren komen. In dit geval was de steenmarter niet waargenomen binnen de altijd gehanteerde zoekcirkel van 2 km en derhalve niet beoordeeld. Voortschrijdend inzicht leert ons dat de steenmarter op meer plekken voorkomt dan vastgesteld is door middel van waarnemingen. Derhalve beoordeelt Blom Ecologie de potentie van de soort sinds enige tijd de soort in alle rapporten, ongeacht of deze uit de NDFF naar voren komt of niet. In dit plangebied was geen sprake van openingen die de steenmarter toegang kunnen geven tot het betreden van de bebouwing waardoor er geen verblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn.

Daarnaast zijn er geen kenmerkende sporen zoals prooiresten, latrines en dergelijke gevonden tijdens het veldbezoek. Aangezien de bewoonster elke nacht van circa 18.00 tot 8.30 haar waakhond (herdershond) los laat op het binnenterrein van de planlocatie is het voorkomen van de steenmarter ook niet aannemelijk gezien de hoge mate aan verstoring. Er is geen sprake van essentieel leefgebied gezien het grote aanbod aan beter geschikt leefgebied in de omgeving. Cumulatief is het voorkomen van de steenmarter derhalve uitgesloten. Aanvullend onderzoek is niet benodigd. Ten behoeve van het planvoornemen heeft De Roever Omgevingsadvies een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. De integrale rapportage is als bijlage 3 opgenomen. Uit de berekeningen blijkt dat in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is dus geen sprake van vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Het aspect stikstofdepositie vormt dus geen belemmering voor het plan. Conclusie Vanuit het oogpunt van stikstof en flora en fauna zijn er – na het treffen van de eventuele vervolgacties – geen belemmeringen voor het (bouw)plan. In de nieuwe situatie is er zelfs meer groen/onverhard gebied t.o.v. de huidige situatie.

4. CONCLUSIES Gelet op kleinschalige karakter van het plan in vergelijking met de plandrempels uit het Besluit m.e.r., de ligging van het plangebied (op grotere afstand dan 10 km van een Natura 2000-gebied) en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit de milieutoets van de verschillende milieuaspecten, zoals deze in de overige paragrafen zijn opgenomen.

16

QUICKSCAN MILIEUASPECTEN LOOIERIJ SCHIJNDEL

1

De Roever Omgevingsadvies Heidebloemstraat 15 Postbus 64 5480 AB Schijndel T 073 594 10 11 F 073 594 11 20 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 NL21 INGB 0001 0833 26 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01

Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:

Quickscan milieuaspecten Looierij Schijndel 20220433.v01 3 juli 2024 Wintraecken Advies B.V.

Quickscan milieuaspecten Looierij Schijndel Datum: 3 juli 2024 ; Referentie: 20220433.v01

2

INHOUDSOPGAVE 1. 2.

INLEIDING ........................................................................................................................................................................ 4 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING................................................................................................................................. 5

2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6.

Milieuzonering .............................................................................................................................................................. 5 Onderzoeksvragen ....................................................................................................................................................... 5 Uitwaartse of inwaartse milieuzonering ......................................................................................................................... 5 Omgevingstypen ........................................................................................................................................................... 5 Richtafstanden.............................................................................................................................................................. 6 Beoordeling .................................................................................................................................................................. 6

3.

GEUR .............................................................................................................................................................................. 10

3.1. 3.2. 3.3. 3.4.

Soorten geur ............................................................................................................................................................... 10 Wet geurhinder en veehouderij ................................................................................................................................... 10 Geurnormen en afstanden .......................................................................................................................................... 10 Beoordeling ................................................................................................................................................................ 10

4.

LUCHTKWALITEIT ......................................................................................................................................................... 13

4.1. 4.2. 4.3.

Grenswaarden Wet milieubeheer ................................................................................................................................ 13 Besluit niet in betekenende mate bijdragen ................................................................................................................. 13 Beoordeling ................................................................................................................................................................ 13

5.

GELUID........................................................................................................................................................................... 15

5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5.

Soorten geluid ............................................................................................................................................................ 15 Wegverkeerslawaai .................................................................................................................................................... 15 Industrielawaai............................................................................................................................................................ 15 Railverkeerslawaai...................................................................................................................................................... 16 Vliegverkeerslawaai .................................................................................................................................................... 17

6.

EXTERNE VEILIGHEID .................................................................................................................................................. 18

6.1. 6.2. 6.3.

Wettelijk kader ............................................................................................................................................................ 18 Kernbegrippen ............................................................................................................................................................ 18 Beoordeling ................................................................................................................................................................ 19

7.

STIKSTOF ...................................................................................................................................................................... 21

7.1. 7.2. 7.3.

Wet natuurbescherming .............................................................................................................................................. 21 AERIUS Calculator ..................................................................................................................................................... 21 Beoordeling ................................................................................................................................................................ 21

8.

VOLKSGEZONDHEID .................................................................................................................................................... 22

8.1. 8.2. 8.3.

Veehouderijen ............................................................................................................................................................ 22 Spuitzones.................................................................................................................................................................. 24 Hoogspanningsleidingen............................................................................................................................................. 24

10.

CONCLUSIE .............................................................................................................................................................. 25

BIJLAGE

I.

KAART RICHTAFSTANDEN .................................................................................................................. 26

Quickscan milieuaspecten Looierij Schijndel Datum: 3 juli 2024 ; Referentie: 20220433.v01

3

1.

INLEIDING

Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande bebouwing (onder andere horeca, detailhandel, garage en woningen) aan de Looierij in Schijndel te slopen en te vervangen ten behoeve van een nieuw woningbouwplan. Hiertoe moet het bestemmingsplan worden gewijzigd. Het plangebied is aangegeven op afbeelding 1.

Afbeelding 1. Plangebied

Deze rapportage bevat een beoordeling van alle relevante milieuaspecten ten aanzien van dit plan, in de vorm van een quickscan.

Quickscan milieuaspecten Looierij Schijndel Datum: 3 juli 2024 ; Referentie: 20220433.v01

4

2.

BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING

2.1. Milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het anderzijds bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Dit wordt milieuzonering genoemd.

2.2. Onderzoeksvragen Bij het beoordelen van een ruimtelijk plan spelen standaard de volgende vragen: - is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd? - worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad? Om een antwoord te geven op deze vragen is een inventarisatie gemaakt van de milieubelastende en milieugevoelige functies in de omgeving.

2.3. Uitwaartse of inwaartse milieuzonering Ruimtelijke scheiding kan tot stand komen door uitwaartse of inwaartse milieuzonering. Bij uitwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieubelastende functies. In een zone rondom de milieubelastende functies worden woningen geweerd. Bij inwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieugevoelige functies. In een zone rondom de milieugevoelige functies zijn bepaalde milieubelastende functies niet toelaatbaar.

2.4. Omgevingstypen In de handreiking Bedrijven en milieuzonering worden twee omgevingstypen beschreven: Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook een lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren ook tot het omgevingstype gemengd gebied.

Quickscan milieuaspecten Looierij Schijndel Datum: 3 juli 2024 ; Referentie: 20220433.v01

5

2.5. Richtafstanden Voor alle typen bedrijven zijn in bijlage 1 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering richtafstanden opgenomen. Het betreft de richtafstanden voor de vier ruimtelijke relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn onder andere de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; b. de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk en rustig buitengebied. Ten opzichte van een gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (behalve voor het aspect gevaar). Dit is toegelicht in tabel 1. Tabel 1. Richtafstanden Milieucategorie

afstand tot rustige woonwijk / buitengebied

afstand tot gemengd gebied

1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

2.6. Beoordeling Omgevingstype Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan ‘KomSchijndel 2013’ de bestemmingen ‘Gemengd – 2’, ‘Horeca – 1’, ‘Wonen’ en ‘Bedrijf’. Voor het beoogde plan moet de bestemming moet worden omgezet naar ‘Wonen’. In de beoogde situatie is voor de eerstelijns bebouwing aan de Hoofdstraat en aan de Looierij sprake van het omgevingstype gemengd gebied, gezien de aanwezigheid van diverse kleinschalige bedrijfsmatige functies direct naast woningen en gezien de ligging aan de hoofdinfrastructuur. Voor de achterliggende bebouwing en de bebouwing aan de Toon Bolsiusstraat moet uit worden gegaan van het omgevingstype rustige woonwijk, gezien de afwezigheid van bedrijfsmatige functies en hoofdinfrastructuur. Uitwaartse milieuzonering De beoogde woonbestemming vormt geen milieubelastende functie. Een analyse van uitwaartse milieuzonering is niet nodig.

Quickscan milieuaspecten Looierij Schijndel Datum: 3 juli 2024 ; Referentie: 20220433.v01

6

Inwaartse milieuzonering Op basis van de vigerende bestemmingsplannen zijn de milieubelastende functies in de omgeving bepaald, zie tabel 2. Tabel 2. Richtafstanden milieubelastende functies Inrichting, bestemming

SBI, omschrijving

Looierij 30-34; diverse huisartsenpraktijken

Richtafstand (m) Rustige woonwijk Geur

Stof

Geluid

Gevaar

8621, 8622, 8623; Artsenpraktijken, etc

0

0

10

0

Looierij 2; apotheek

4773, 4774; Apotheken en drogisterijen

0

0

0

10

BP: maatschappelijk

Maximaal planologisch

0

0

10

10

0

0

10

0

Hoofdstraat 34-45 en Meester Michelsstraat 63, 69 t/m 71, 73, 74, 77, 78, 80 t/m 82; 2/01-4/04; dienstverlening/kantoren Overige zakelijke dienstverlening: kantoren BP: gemengd; dienstverlening, detailhandel, kantoren en wonen Hoofdstraat 40; autohandel

Maximaal planologisch

0

0

10

0

451, 452, 454; Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven

10

0

30

10

BP: bedrijf, maximaal milieucategorie 2, functieaanduiding autohandel Hoofdstraat 36A; caravanstalling

Maximaal planologisch

10

0

30

10

52109; Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)

0

0

30

10

BP: bedrijf, maximaal milieucategorie 2, functieaanduiding caravanstalling Hoofdstraat 76; restaurant

Maximaal planologisch

0

0

30

10

561; Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen

10

0

10

10

BP: horeca, functieaanduiding t/m horeca categorie 2 Hoofdstraat 82; detailhandel

Maximaal planologisch

10

0

10

10

47; Detailhandel voor zover n.e.g.

0

0

10

0

BP: gemengd; detailhandel, kantoren en wonen Hoofdstraat 58;

Maximaal planologisch

0

0

10

0

41 ,42, 43: Aannemersbedrijf met werkplaats b.o. < 1.000 m2

0

10

30

10

0

0

30

10

BP: werkplaats op de begane grond van maximaal 25 m2 en een opslag op de verdieping van maximaal 25 m2

52109; Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)

De milieubelastende functies en de bijbehorende richtafstanden zijn weergegeven op afbeelding 2 en op de kaart in bijlage I.

Quickscan milieuaspecten Looierij Schijndel Datum: 3 juli 2024 ; Referentie: 20220433.v01

7

Afbeelding 2. Richtafstanden

Het plangebied ligt binnen de richtafstand (tot een rustige woonwijk) voor het aspect geluid behorende bij de apotheek aan Looierij 2. Aangezien het gedeelte van het plangebied dat binnen die richtafstand aangemerkt moet worden als het omgevingstype gemengd gebied (zie hierboven) wordt de richtafstand met één afstandsstap verlaagd naar 0 meter. Daarom hoeft dit aspect niet nader te worden onderzocht. In de praktijk zal er ook geen significante bijdrage zijn van het geluid afkomstig van de apotheek op de beoogde woningen, aangezien het geluid afkomstig van de Hoofdstraat zal overheersen, zie paragraaf 5.2. Het plangebied ligt binnen de richtafstand (tot een rustige woonwijk) voor het aspect gevaar behorende bij de apotheek aan Looierij 2. Als het aspect gevaar het maatgevende aspect is, dan wordt de richtafstand niet met één afstandsstap verlaagd bij het omgevingstype gemengd gebied. Echter, de apotheek betreft geen inrichting waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen, zie hoofdstuk 6 van deze quickscan. In de praktijk zijn er geen relevante risicobronnen en is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De gemengde bestemming aan Hoofdstraat 58 grenst aan het plangebied. Zoals hierboven beschreven betreft de nabije omgeving van Hoofdstraat 58 een gemengd gebied. De richtafstanden worden dan met één afstandsstap verkleind naar 0 meter.

Er is geen sprake van overlap met het plangebied. Echter, het bestemmingsplan staat op een gedeelte van de locatie Hoofdstraat 58 ook toe: een werkplaats op de begane grond van maximaal 25 m2 en een opslag op de verdieping van maximaal 25 m2. Zoals hierboven beschreven betreft de nabije omgeving van

Quickscan milieuaspecten Looierij Schijndel Datum: 3 juli 2024 ; Referentie: 20220433.v01

8

Hoofdstraat 58 een gemengd gebied. De richtafstanden worden dan met één afstandsstap verkleind naar 10 meter voor het aspect geluid. Nu is een aannemersbedrijf en een verhuur van opslagruimte aan derden (vaak boxen) erg overtrokken voor deze situatie, aangezien de oppervlakte van de functies volgens het bestemmingsplan maar 25 m2 mag zijn en de ruimtes ook niet te benaderen zijn met voertuigen of heftrucks (geen inrit). Het is meer te vergelijken met een particuliere werkplaats en opslag, waarvoor geen richtafstanden gelden. Bovendien vormt de bestaande woning aan Hoofdstraat 60-60A al een bestaande belemmering voor het maximaal planologische gebruik van de werkplaats en opslag, aangezien deze aanpandig ligt. In deze zin vormt het plan geen belemmering voor de maximale planologische mogelijkheden van de werkplaats en opslag. Daarnaast zal er ook feitelijk geen hinder zijn. Zoals hierboven vermeld is de werkplaats en opslag niet benaderbaar door voertuigen en zal het gebruik daarvan niet afwijken van particulier gebruik.. Er is ook geen milieudossier. Dus ook feitelijk is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en geen belemmering voor het gebruik van de locatie. Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het plan.

Quickscan milieuaspecten Looierij Schijndel Datum: 3 juli 2024 ; Referentie: 20220433.v01

9

3.

GEUR

3.1. Soorten geur Er wordt onderscheid gemaakt in agrarische geur en industriële (overige) geur. In hoofdstuk 2 is beoordeeld dat het plangebied niet binnen de richtafstand voor het aspect geur van industriële of agrarische bedrijven ligt. De richtafstanden voor het aspect geur van agrarische bedrijven volstaan niet in alle gevallen. Daarom wordt hieronder het aspect agrarische geur nader toegelicht.

3.2. Wet geurhinder en veehouderij In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan standaard, landelijk geldende, afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden, in het geval van een aanvraag om milieuvergunning. De Wgv is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten.

3.3. Geurnormen en afstanden De standaardnormen uit de Wgv zijn in tabel 2 opgenomen. Tabel 2. Geurnormen en afstanden volgens de Wet geurhinder en veehouderij Norm Binnen bebouwde kom Buiten bebouwde kom Geurnorm* 3 ouE/m3 14 ouE/m3 Afstand 100 meter 50 meter * deze waarden gelden alleen voor concentratiegebieden, voor niet-concentratiegebieden bestaan andere waarden. De gemeente Meierijstad ligt in een concentratiegebied.

De gemeente Meierijstad heeft geen geurverordening waarin aangepaste geurnormen of afstanden zijn vastgesteld.

3.4. Beoordeling De veehouderijen in de omgeving en de totale geuremissies per veehouderij zijn weergegeven op afbeelding 3.

Quickscan milieuaspecten Looierij Schijndel Datum: 3 juli 2024 ; Referentie: 20220433.v01

10

Afbeelding 3. Veehouderijen en geuremissies

De dichtstbijzijnde veehouderij met een relevante geuremissie ligt aan Steeg 36 op een afstand van ongeveer 1.200 meter van het plangebied. Aan de afstandseis wordt voldaan. Gezien de geuremissie in relatie tot de afstand tot het plangebied kan op voorhand worden gesteld dat de voorgrondbelasting niet relevant zal zijn. Dit is ook af te lezen uit de kaart met de geurcontouren ten aanzien van achtergrondbelasting (cumulatieve geurbelasting), zie afbeelding 4. Aangezien bestaande geurgevoelige objecten zijn gelegen tussen de veehouderijen en het plangebied worden de veehouderijen niet in hun belangen geschaad.

Quickscan milieuaspecten Looierij Schijndel Datum: 3 juli 2024 ; Referentie: 20220433.v01

11

Afbeelding 4. Achtergrondbelasting (bron ODZOB)

Het woon- en leefklimaat is ‘zeer goed’. Het aspect geur vormt geen belemmering voor het plan.

Quickscan milieuaspecten Looierij Schijndel Datum: 3 juli 2024 ; Referentie: 20220433.v01

12

4.

LUCHTKWALITEIT

4.1. Grenswaarden Wet milieubeheer In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn grenswaarden voor de concentratie van luchtverontreinigende stoffen opgenomen. Voor dit project zijn stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) van belang. De concentratie van de overige luchtverontreinigende stoffen (zwaveldioxide, koolmonoxide, benzeen en lood) in de buitenlucht is van nature zo laag dat voor deze stoffen geen overschrijding van de grenswaarden wordt verwacht. Voor deze stoffen kan zeker worden voldaan aan de grenswaarden uit bijlage 2 de Wm. Voor de toegestane concentraties NO2 en PM10 gelden de volgende grenswaarden: - voor NO2 geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie; - voor PM10 geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie; - voor PM2,5 geldt een grenswaarde van 25 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie.

4.2. Besluit niet in betekenende mate bijdragen Op basis van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) kan worden beoordeeld of een project niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze projecten hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Projecten met een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde worden als NIBM beschouwd. Voor de stoffen NO2 en PM10 is dit het geval bij een toename van maximaal 1,2 µg/m3. Met berekeningen moet worden aangetoond dat deze maximale toename niet wordt bereikt. Daarnaast zijn in de Regeling NIBM projecten (met een maximale omvang) opgenomen die zonder meer als NIBM kunnen worden beschouwd. Projecten die de vastgestelde maximale omvang niet overschrijden dragen per definitie niet in betekenende mate bij. Dit hoeft niet te worden aangetoond met berekeningen en er hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer.

4.3. Beoordeling Uit de uitsnede van de kaart bij het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit op afbeelding 4 blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse van het plan aanvaardbaar is, er wordt ruimschoots voldaan aan de grenswaarden. Het project valt onder de kwantitatieve grenzen van de Regeling NIBM. Het bestemmen van minder dan 1.500 woningen per ontsluitingsweg is niet in betekenende mate van invloed op de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het plan.

Quickscan milieuaspecten Looierij Schijndel Datum: 3 juli 2024 ; Referentie: 20220433.v01

13

Afbeelding 4. Uitsnede van de kaart bij het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit

Quickscan milieuaspecten Looierij Schijndel Datum: 3 juli 2024 ; Referentie: 20220433.v01

14

5.

GELUID

5.1. Soorten geluid In de Wet geluidhinder (Wgh) zijn grenswaarden opgenomen voor wegverkeerslawaai, industrielawaai en railverkeerslawaai. Verder moet vliegverkeerslawaai worden beoordeeld.

5.2. Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt binnen niet binnen de geluidzone van wegen, maar wel binnen de invloedssfeer van enkele wegen in de 30 km/uur-zone, met name de Hoofdstraat, de Looierij en de Toon Bolsiusstraat. Aangezien wegen in een 30 km/uur-zone niet onder de Wgh vallen, hoeft niet te worden onderzocht of kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB of dat hogere waarden verleend kunnen worden. Echter, met oog op het woon- en leefklimaat en (in een later stadium) voor de toetsing of de karakteristieke geluidwering van de gevels voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012 wordt separaat een onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het plan, maar vormt wel een aandachtspunt.

5.3. Industrielawaai In hoofdstuk 2 is beoordeeld dat het plangebied niet binnen de richtafstand voor het aspect geluid van bedrijven ligt. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en bedrijven worden niet in hun belangen geschaad. Het aspect industrielawaai vormt geen belemmering voor het plan. Achter de apotheek/artsenpraktijk aan Looierij 2 bevindt zich een parkeerterrein. Enkele parkeerplaatsen liggen op korte afstand van appartementen. Hiertoe wordt een beoordeling gemaakt van het woon- en leefklimaat ten aanzien van het maximaal geluidniveau en het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau. Maximaal geluidniveau Bij een parkeerplaats kunnen zich piekgeluiden voordoen in de vorm van optrekkende personenwagens of dichtslaande portieren. Het bronvermogen voor het piekgeluid vanwege optrekkende personenwagens bedraagt 94 dB(A). Het bronvermogen voor het piekgeluid vanwege dichtslaande portieren bedraagt 97 dB(A) en is daarmee maatgevend. Het dichtslaan van portieren kan tot op ongeveer 5 meter van appartementen plaatsvinden. Dit zijn dan slechts enkele parkeerplaatsen die het meest zullen worden benut door de bewoners zelf. De geometrische afname van het geluid door de afstand tot de bron bedraagt bij een afstand van 5 meter: 20 x log (5) + 11 = 25 dB(A).

Het maximaal geluidniveau ter plaatse van de appartementen op 5 meter van een parkeerplaats bedraagt dan 97 – 25 = 72 dB(A).

Quickscan milieuaspecten Looierij Schijndel Datum: 3 juli 2024 ; Referentie: 20220433.v01

15

Uit artikel 2.17, lid 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer is op te maken dat bij een maximaal geluidniveau in verblijfsruimtes van 55/50/45 dB(A) in de dag/avond/nachtperiode sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit kan worden bewerkstelligd door een geluidwering van de betreffende gevels op zijn minst 72 – 45 = 27 dB(A) te realiseren. Volgens het Bouwbesluit 2012 heeft elke gevel van normale bouwkundige opzet een geluidwering van op zijn minst 20 dB. In de praktijk is bij nieuwbouw sprake van een veel hogere geluidwering, mede door de eisen aan thermische isolatie volgens het Bouwbesluit 2012. De piekgeluiden van deze slechts enkele meest nabij gelegen parkeerplaatsen zorgen niet voor een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omdat dit gaat over slechts enkele parkeerplaatsen die het meest zullen worden gebruikt door de bewoners zelf (de meeste overige bezoekers zullen hun auto liever bij de ingang van de apotheek/artsenpraktijk parkeren) stellen wij voor geen nadere eis aan de geluidwering van gevels vanwege de parkeerplaats te stellen. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Het is niet de verwachting dat ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau sprake zal zijn van een onaanvaardbaar binnenniveau.

Uit artikel 2.17, lid 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer is op te maken dat bij een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in verblijfsruimtes van 35/30/25 dB(A) in de dag/avond/nachtperiode sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Volgens het Bouwbesluit 2012 heeft elke gevel van normale bouwkundige opzet een geluidwering van op zijn minst 20 dB. In de praktijk is bij nieuwbouw sprake van een veel hogere geluidwering, mede door de eisen aan thermische isolatie volgens het Bouwbesluit 2012. Toch uitgaande van een geluidwering van 20 dB(A) houdt dit in dat bij een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 55 dB(A) etmaalwaarde op de gevels nog altijd sprake is van een aanvaardbaard binnenniveau. Gezien het aantal parkeerplaatsen en (bijvoorbeeld) gezien de resultaten van het uitgevoerde onderzoek wegverkeerslawaai vanwege de overige wegen in de omgeving kan met zekerheid worden gesteld dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau vanwege de parkeerplaats niet de 55 dB(A) etmaalwaarde zal overschrijden.

5.4. Railverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen de geluidzone van een spoorlijn. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect railverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het plan.

Quickscan milieuaspecten Looierij Schijndel Datum: 3 juli 2024 ; Referentie: 20220433.v01

16

5.5. Vliegverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen een Ke-contour van een vliegveld. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect vliegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het plan.

Quickscan milieuaspecten Looierij Schijndel Datum: 3 juli 2024 ; Referentie: 20220433.v01

17

6.

EXTERNE VEILIGHEID

6.1. Wettelijk kader Externe veiligheid gaat over het beheersen van risico's die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Externe veiligheid kan betrekking hebben op inrichtingen of op transportroutes (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Voor inrichtingen vormt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het wettelijk kader. Voor transportroutes (weg, spoor en water) geldt het Basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Voor buisleidingen vormt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=12b70566-2a25-48ea-af0d-3a747d6af044