CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Vossenberg_Bloemenwijk_Regels

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Vossenberg/Bloemenwijk te Schijndel'10.615 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, rijplaten of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht. 2. De verplichting tot het doen van opgravingen. 3. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c. Alvorens het bevoegd gezag beslist over de verlening van de omgevingsvergunning en de daaraan gekoppelde voorwaarden wint zij schriftelijk advies in bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. d. Indien tijdens werken of werkzaamheden vondsten van hoge waarde worden aangetroffen, dan wordt hier terstond melding van gemaakt bij het bevoegd gezag die vervolgens in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kan verbinden aan de omgevingsvergunning.

8.6

Wijzigingsbevoegdheid

8.6.1 Ligging, omvang, wijzigen of verwijderen a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan te wijzigen door: 1. de ligging van de bestemming 'Waarde - Archeologie 6' te verschuiven; 2. de omvang van de bestemming 'Waarde - Archeologie 6' te vergroten of verkleinen; 3. de bestemming 'Waarde - Archeologie 6' van de verbeelding te verwijderen; 30/38 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

4. de bestemming 'Waarde - Archeologie 6' te wijzigen in de bestemming 'Waarde – Archeologie 3', 'Waarde – Archeologie 4' of 'Waarde – Archeologie 5', voor zover de geconstateerde aan- of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft. b. Alvorens het plan te wijzigen wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

31/38 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is gekomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

32/38 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Artikel 10 Algemene bouwregels 10.1

Bestaande maten

Voor een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, met inachtneming van het bepaalde in of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, aanwezig is, dan wel gebouwd mag worden krachtens een omgevingsvergunning, gelden de bestaande maatvoering en situering, met dien verstande dat: 1. Bestaande maten die meer of minder bedragen dan in hoofdstuk 2 zijn voorgeschreven, ter plaatse van de afwijking als respectievelijk ten hoogste of ten laagste toelaatbaar worden geacht; 2. De (onderdelen van) bouwwerken waarvan de maten afwijken van wat in hoofdstuk 2 is bepaald, niet mogen worden vergroot of verhoogd; 3. Bij herbouw het bepaalde onder 1 uitsluitend van toepassing is, indien herbouw op dezelfde plaats geschiedt; 4. Op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, het overgangsrecht niet van toepassing is.

33/38 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Artikel 11 Algemene gebruiksregels 11.1

Parkeernormen

11.1.1 Gebruiksregels In geval van vervangende nieuwbouw en/of een wijziging en/of uitbreiding van het gebruik van gronden en/of gebouwen dient op eigen terrein minimaal te worden voldaan aan de in Bijlage 1 bij de Regels opgenomen parkeernormen. Voor de afmetingen van parkeerplaatsen dient te worden voldaan aan de afmetingen zoals opgenomen in de publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' van de CROW-uitgave d.d. oktober 2012. 11.1.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.1.1, mits: a. de ontwikkeling niet een zodanige verkeersaantrekkende activiteit betreft die kan leiden tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte, en; b. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. 11.1.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan te wijzigen door de in Bijlage 1 bij de Regels opgenomen parkeernormen te wijzigen, waarbij zij de meest recente versie van de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ van het CROW in acht nemen.

11.2

Voorwaardelijke verplichting hemelwateropvang

Gebouwen die op grond van de diverse bestemming in dit plan mogelijk worden gemaakt, mogen pas in gebruik worden genomen nadat voorzieningen voor het opvangen van hemelwater, met een totale inhoud van 434 m3 zijn aangelegd en in werking zijn.

34/38 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Artikel 12 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in het plan en toestaan dat bestemmings- of bouwgrenzen in geringe mate worden overschreden, voor zover en meetverschil daartoe aanleiding geeft; b. de in dit plan voorgeschreven maten met ten hoogste 10%. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: 1. dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat; 2. deze om esthetische en/of bouwtechnische redenen noodzakelijk is en; 3. de toepasselijke bestemmingsplanregel zelf geen mogelijkheid tot afwijking biedt. De in dit artikel genoemde afwijkingen mogen slechts worden verleend indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

35/38 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Artikel 13 Overige regels 13.1

Algemeen toetsingscriteria afwijkingen en wijzigingen

Er wordt uitsluitend een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan verleend en er wordt uitsluitend overgegaan tot wijziging van het bestemmingsplan indien is aangetoond dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c. d. e. f. g.

de stedenbouwkundige - en beeldkwaliteitseisen; de milieusituatie; natuurlijke en landschappelijke waarden; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het zicht op karakteristieke gebouwen en bomen en aaneengesloten bebouwing; de parkeerbalans.

13.1.1 Verwijzing naar andere wettelijke regelingen Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luiden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.

36/38 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 14 Overgangsrecht 14.1

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

14.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

37/38 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

Artikel 15 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Vossenberg/Bloemenwijk'.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering gemeente Meierijstad van DATUM De voorzitter,

38/38 - vastgesteld - NL.IMRO.1948.SCH001BP0022021P-VG01 -

De griffier,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=bd14f113-7732-4070-9e8f-bcc30ea7f721