CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Verslag VKKNB Toekomstbestendige Wijk- en Gemeenschapshuizen Meierijstad.pdf

Raadsinformatiebrieven 31 december 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Vitaliteitsscan wijk- en gemeenschapshuizen, d.d. 09-05-20237.675 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TOEKOMSTBESTENDIGE WIJK- EN GEMEENSCHAPSHUIZEN Versterking van de maatschappelijke functie

Verslag van het opstellen van Vitaliteitsscans binnen de gemeente Meierijstad

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 2. HET PROCES 2.1. De start met een webinar 2.2. Het voeren van het eerste gesprek 2.3. Uitvoeren van de Vitaliteitsscan 2.4. Verslaglegging en terugkoppeling 3. ONDERZOEKSBEVINDINGEN 3.1. Modellen van Wijk- en gemeenschapshuizen 3.2. Programmering en doelgroepen 3.3. Exploitatie en beheer 3.4. Gebouw 3.5. Bestuur / Organisatie / Actieve bewoners 3.6. Samenwerking binnen en buiten de wijk c.q. het dorp 3.7. Toekomstvisie 4. CONCLUSIES 4.1. In de richting van de gemeente 4.2. In de richting van de wgh-besturen 4.3. In de richting van de gemeente en wgh-besturen 5. AANBEVELINGEN 5.1. Een bredere context bij de Aanbevelingen 5.2. Profiel en ambitie van de gemeente 5.3. Positie en rol van de gemeenschap 5.4. Adviezen en tips voor wgh-besturen

BIJLAGEN: 1 VRAGENLIJST 2 OVERZICHT DEELNEMENDE WGH’s 3 VISIE OP WIJK- EN GEMEENSCHAPSHUIZEN

1. INLEIDING Meierijstad wil een leefbare gemeente zijn: een gemeente waarin inwoners kunnen wonen en leven in een prettige en veilige omgeving. Samen met de inwoners versterken we de leefbaarheid in wijken en dorpen. Bovenstaande is de missie die het gemeentelijk bestuur heeft opgesteld en als leidraad hanteert voor zijn handelen. Zo is er een Leefbaarheidsmonitor opgezet om te weten waarop de gemeente, inwoners en maatschappelijke partners samen moeten inzetten. Voor inwoners, gemeente en maatschappelijke organisaties is het goed om te weten hoe de leefbaarheid in Meierijstad ervoor staat en waar ontwikkelkansen liggen. De gemeente vindt het wezenlijk om te weten hoe met name de inwoners in de wijken en dorpen hier naar kijken. Aansluitend op de Leefbaarheidsmonitor is het belangrijk te weten hoe het staat met de voorzieningen in wijk en dorp. En dan in het bijzonder, binnen dit project, de centrale vraag hoe de feitelijke situatie is rondom het wijk- of gemeenschapshuis (wgh’s). De ontmoetingsplek bij uitstek voor een wijk, buurt of dorp. Eind 2020 is de VKKNB benaderd met de vraag of zij in de gemeente Meierijstad mee wil werken aan het inzichtelijk(er) maken van de rol en positie van wgh’s binnen hun gemeente.

In aansluiting op de Leefbaarheidsmonitor kijken in hoeverre wgh’s voldoende zijn toegerust op de toekomst en de maatschappelijke vraagstukken, die dat met zich mee zal gaan brengen. Zoals de verdere vergrijzing, toenemende zorgbehoefte, langer zelfstandig wonen en de beleving van eenzaamheid. Maar ook of er voldoende faciliteiten zijn voor de jongeren in de buurt, wijk of dorp. Aan de hand van een uitgebreid vragenformulier (zie bijlage 1) is in samenspraak met het wgh-bestuur en beheerder(s) een vitaliteitsscan opgesteld met als doel verder aan de slag te kunnen gaan om het gemeenschapshuis toekomstbestendiger te maken. De vitaliteitsscan is een lijst met thema’s en helpt het bestuur inzicht te verkrijgen in de parels, de kansen en de aandachtspunten met betrekking tot organisatie, activiteiten en hun accommodatie. De uitkomst is een bondig rapport waarin gerichte adviezen en actiepunten zijn opgenomen waarmee in feite direct aan de slag kan worden gegaan Door de vitaliteitsscan breder binnen de gemeente in te zetten kan concreter met de omgeving én de gemeente samengewerkt worden. Er kunnen uiteindelijk aandachtspunten uitrollen die gezamenlijk kunnen worden opgepakt, eventueel in samenwerking met de gemeente. In dit verslag beschrijven we onze aanpak en hoe het proces in het afgelopen jaar is verlopen.

Vervolgens geven we een overzicht van onze bevindingen en koppelen daar enkele conclusies en aanbevelingen aan. De VKKNB wenst u veel leesplezier en succes met de uitdagingen waar u voor staat als wijk- of gemeenschapshuis en als lokale overheid.

In dit verslag wordt gesproken over wijk- en gemeenschapshuizen (wgh’s), maar daar kunt u ook dorpsorganisatie, bewonersonderneming, wijkcentrum, buurthuis, dorpshuis of andere soortgelijke organisaties onder verstaan

2. HET PROCES

2.1.

De start met een webinar

In verband met de maatschappelijke regelgeving inzake de coronapandemie heeft wethouder van der Pas op 3 februari in een webinar haar ambitie rondom wgh’s aangegeven en de 23 wijk- of gemeenschapshuis binnen de gemeente de mogelijkheid geboden om, op vrijwillige basis, haar eigen vitaliteitsscan te laten opstellen. Evert van Schoonhoven, voorzitter VKKNB, heeft dit instrument verder geïntroduceerd en nader toegelicht. 2.2.

Het voeren van het eerste gesprek

Dertien wgh’s (zie bijlage 2) zijn op dit aanbod ingegaan en hebben in de periode maart/april 2021 persoonlijk een uitgebreid vragenformulier aangereikt gekregen waarbij een nadere mondelinge toelichting is gegeven op de vragen en de mogelijkheid om zelf nog suggesties, wensen en opmerkingen te plaatsen. Alles in een open en transparante communicatie waarbij duidelijk is aangegeven dat de gegevens voor eigen gebruik van de individuele wgh’s zijn en dat door de VKKNB een algemene rapportage zal worden opgesteld waarin niet op individuele situaties zal worden ingegaan. 2.3.

Uitvoeren van de Vitaliteitsscan

Het invullen van de vragenformulieren en het opstellen van de vitaliteitsscans heeft plaatsgevonden tijdens de coronapandemie. De VKKNB heeft verzocht om bij het invullen van de vragenformulieren uit te gaan van de normale situatie, zodat we met elkaar een getrouw beeld krijgen van de geldende situatie rondom een wgh. Zo kan het wghbestuur alsook de gemeente in de naaste toekomst, met in acht neming van de ervaren consequenties van de coronapandemie, doelgericht (vervolg)stappen ondernemen en mogelijk nieuw beleid initiëren. In de periode april tot en met juli 2021 zijn de ingevulde vragenformulieren binnengekomen en zijn deze verwerkt in een concept-vitaliteitsscan. In augustus/september zijn de concept-vitaliteitsscans opgesteld, maar door de aanhoudende coronamaatregelen in het najaar 2021 zijn eerst in het voorjaar 2022 concrete afspraken gemaakt kunnen worden om deze met desbetreffende wghbestuur/beheer te kunnen bespreken. in april bezitten alle deelnemende wgh’s een vitaliteitsscan waarmee ze (vervolg)stappen kunnen zetten op weg naar een toekomstbestendig wijk- of gemeenschapshuis. De uitkomst is voor ieder deelnemende wgh een bondig rapport waarin gerichte adviezen en actiepunten zijn opgenomen waarmee in feite direct aan de slag kan worden gegaan

2.4.

Verslaglegging en terugkoppeling

Op basis van alle binnengekomen vragenformulieren en de opgestelde vitaliteitsscans zijn de bevindingen, conclusies en aanbevelingen met de gemeente besproken inclusief de toelichting op de aanbevelingen. Daarnaast is ook het verdere communicatietraject besproken. Zo zal deze verslaglegging in mei plenair aan de besturen van de wgh’s worden gepresenteerd en besproken.

3.

ONDERZOEKSBEVINDINGEN

Dertien wgh’s hebben zich aangemeld om een Vitaliteitscan op te stellen. Vijf wgh’s uit de wijken in Schijndel en Veghel en acht uit de dorpskernen van de gemeente. In bijlage 2 treft u een overzicht van de deelnemende wgh’s aan. De besturen van wgh’s bestaan over het algemeen uit betrokken en actieve bewoners, die zich nauw verbonden voelen met de lokale gemeenschap. De beschikbare tijd en aanwezige kennis om een wgh op vrijwillige basis te besturen en te beheren komt steeds verder onder druk te staan. Enigszins door wet- en regelgeving, maar ook door het afnemende potentieel van actieve bewoners. Mede op basis van de Kadernota Vastgoed, Mijlpalen van Meierijstad en Subsidieregels Wijk- en Gemeenschapshuizen onderhouden wgh’s een relatie met de gemeente. Merendeel van de wgh’s hebben regelmatig contact met de gemeente en werken intensief samen, maar er zijn ook wgh’s waar dit minder het geval is. Vanuit beide kanten is er de oprechte intentie om een goede, vitale en voor de toekomst bestendige voorziening binnen hun gemeenschap te hebben en te houden. Hierbij is iedere wgh uniek en kent haar eigen dynamiek, dus ook de benadering en hoe de wgh’s, binnen het vastgestelde beleid, te faciliteren is en blijft maatwerk. De sociale structuren binnen de gemeenschap werden vroeger in belangrijke mate bepaald door het verenigingsleven. Dat is nu anders.

Steeds minder inwoners zijn verbonden aan een vereniging of beoefenen georganiseerd hun sport en/of hobby. Dit komt tot uiting bij de antwoorden in het vragenformulier en ook in enkele gesprekken met wgh-besturen. Deze tendens zien we binnen de gemeente meer het geval in de wijken van Schijndel en Veghel dan in de dorpskernen. 3.1. Modellen van Wijk- en dorpshuizen De Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen (LVKK) onderscheidt vier modellen van wgh’s. Dit onderscheid is mede bedoeld om wgh-besturen bewust(er) naar hun eigen positie, functioneren en omgeving te laten kijken. Met deze modellen kan worden aangegeven in welke positie de deelnemende wgh zich bevindt en/of waar ze wel of niet bewust voor heeft gekozen. Voor de gemeente en de wgh’s is het goed om te weten in welke richting de (maatschappelijke) ontwikkelingen of ambitie gaan om toekomstbestendig te kunnen zijn en te kunnen blijven. A. Het klassieke dorpshuis – Het bestuur verhuurt ruimte en organiseert zelf geen activiteiten B. Het Dorpshuis Plus – Het bestuur verhuurt en organiseert ook zelf activiteiten C. Het Netwerk Huis – Het bestuur organiseert activiteiten en netwerkt actief met andere organisaties D. Het Huis van het Dorp – Het bestuur werkt als een sociale onderneming, samen met de netwerkpartners en inwoners.

Van de 13 wgh’s kunnen er 2 als Klassiek dorpshuis worden getypeerd: 7 wgh’s bij het model Dorpshuis Plus kunnen worden ondergebracht; 2 wgh’s hebben het karakter van een Netwerkhuis en 2 wgh’s hebben zich enigszins als een sociale onderneming georganiseerd en functioneren als Het Huis van het Dorp. Om de verdere bevindingen te kunnen clusteren volgen we de indeling van het vragenformulier:

3.2. Programmering en doelgroepen Maatschappelijke en demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing en individualisering hebben hun weerslag op het verenigingsleven. Dit heeft gevolgen voor de activiteiten binnen en rondom een wgh; het bereiken van doelgroepen en daarmee ook voor de organisatie en exploitatie van een wgh. Dit zien we duidelijk terug bij de antwoorden op het vragenformulier en de gevoerde gesprekken hierover met de wgh-besturen. Bij wgh’s komt steeds meer het bewustzijn om van aanbod gestuurde activiteiten op zoek te gaan naar de behoefte van de gemeenschap. Op basis hiervan meer in te zetten op vraag gestuurde activiteiten. Wanneer het draagvlak van activiteiten binnen het wgh bij de lokale gemeenschap vergroot/verbreed wordt zal ook meer het ‘eigenaarschap’ van hun eigen wijk- of dorpsvoorziening gevoeld worden. Afhankelijk van dit bewustzijn lukt dat dan in meerdere of mindere mate. Programmering Merendeel van de besturen organiseert zelf de activiteiten of het gebeurt onder hun auspiciën door werkgroepen of commissies. Dit wordt door enkele wgh’s als een last/taakverzwaring ervaren doordat er steeds moeilijker actieve bewoners gevonden kunnen worden.

We zien bij de wgh’s die een betaalde beheerder hebben meer coördinatie op activiteiten, contacten met verenigingen, gebruikers en doelgroepen en daarmee de richting inslaan van een Netwerkhuis of Huis van het Dorp. Doelgroepen In de basis willen alle wgh-besturen een voorziening, die toegankelijk is voor alle bewoners in hun buurt, wijk of dorp. Een aantal wgh’s willen daarbij graag inspelen op de genoemde demografische ontwikkelingen, maar weten nu nog onvoldoende hoe dit verder op te pakken (ontmoetingsactiviteiten, dagbesteding, WMO). Zij willen zich hier graag verder op oriënteren, maar het ontbreekt hier vaak aan menskracht om dit goed te organiseren. Veel wgh’s geven aan dat ze problemen hebben om de doelgroep jongeren te bereiken. Enerzijds wordt er door de jongeren een drempel ervaren om een wgh binnen te stappen en anderzijds wordt het ontbreken van actieve bewoners, die activiteiten voor de jeugd willen organiseren, als reden aangegeven. Verder zien een aantal wgh’s ook problemen bij het bereiken en binnenhalen van bepaalde doelgroepen, doordat er op verschillende locaties binnen de buurt, de wijk of het dorp soortgelijke activiteiten worden georganiseerd. De zogenaamde “activiteitenversnippering”

3.3. Exploitatie en beheer Dit onderzoek heeft zich afgespeeld tijdens de coronapandemie. Wgh’s zijn in het afgelopen jaar grotendeels gesloten gebleven. Vaste kosten liepen door en daar stonden geen inkomsten uit huur en baromzet tegenover. De gemeente zijn de wgh’s hierin tegemoet gekomen door coulance te tonen wat betreft de vereisten van de Regeling exploitatie- en activiteitensubsidies. Zo is de accommodatiesubsidie aangevuld tot 100 % en heeft de gemeente het exploitatietekort tot 75 % gedekt. Exploitatie De grootste vaste kosten zijn die voor de huur en energie. Nu met de coronapandemie wordt deze druk des te harder ervaren. Men is tevreden over deze coulante houding van de gemeente.

Een aantal wgh’s geven aan dat de verwarming van de ruimtes centraal geregeld wordt vanuit de gemeente. Daardoor zijn soms ruimtes te koud als er activiteiten zijn en wordt er nog gestookt als het gebouw al verlaten is. Graag wil men daar meer autonomie in. Verder wil een aantal wgh’s, ter navolging van Dorpshuis Het Klooster in Zijtaart en De Leest in Veghel, graag meedenken over het plaatsen van zonnepanelen op hun dak, zodat de energiekosten omlaag kunnen. Om de exploitatie van de wgh in zwarte cijfers te kunnen blijven schrijven wordt door het merendeel van de wgh’s aangegeven dat het steeds moeilijker wordt om maatschappelijke prijzen te kunnen hanteren. Indien kostendekkende prijzen/tarieven (c.q. commerciële prijzen) worden gehanteerd zullen met name ontmoetingsactiviteiten overdag een teruggang in deelname laten zien. Maar weinig wgh’s denken na over de mogelijkheid om kostenbesparend te werken door gezamenlijk in te kopen. Beheer Zeven wgh’s geven aan dat ze het beheer door actieve bewoners laten verrichten; zij krijgen hiervoor een vergoeding. Zes wgh’s hebben parttime een betaalde beheerder. Bij alle wgh’s wordt de schoonmaak van het pand, tegen een kleine vergoeding, verricht door actieve bewoners; 1 wgh heeft een parttimecontract met de IBN. Het wordt steeds moeilijker om actieve bewoners te vinden en te houden voor beheer, schoonmaak en bardiensten.

Door meer dan de helft van de wgh’s wordt aangegeven dat een meer consistent en professioneler beheer een must aan het worden is. Vaste coördinerende beheerders, geschoold BHV en horecaervaring, maar ook met een breder profiel waar het gaat om contacten onderhouden met netwerkpartners en de inwoners. En als aanspreekpunt fungeert voor actieve bewoners, die nieuwe initiatieven willen ondernemen. Opvallend is dat rondom de betaalde beheerder er allerlei verschillende constructies zijn aangetroffen. Vier wgh’s hebben een beheerder op de loonlijst te staan, één wgh heeft een payroll-constructie met een HRM-bedrijf en betaalt hiervoor een factor 2.2 van het bruto salaris. Eén andere wgh heeft de beheerder op de loonlijst van een provinciale ondersteuningsorganisatie weten te plaatsen

3.4. Gebouw Van de 13 deelnemende wgh’s zijn 11 wgh’s in eigendom van de gemeente Meierijstad; 2 wgh’s zijn in eigendom van een woningbouwcorporatie. De toegankelijkheid van de wgh’s is afhankelijk van de aanwezigheid van een beheerder of actieve bewoner. Dit betekent dus dat er een beperkte mogelijkheid bestaat voor spontane bezoeken aan een wgh. Daar waar wel een beheerder aanwezig is, in verband met geplande activiteiten, betekent dit nog niet automatisch dat de vrije toegankelijkheid als zodanig wordt beleefd of ervaren. Bij één wgh kan de sleutel opgehaald worden bij een adres in de buurt. Wensen/Kansen voor aanpassingen van het gebouw zijn er talrijk. Vaak gaat het om het vergroten van de functionaliteit en flexibiliteit van het gebouw. De achterliggende gedachte is vaak een hogere bezettingsgraad bereiken of het voldoen aan de huidige eisen en wensen van de maatschappij. Meer “het huiskamer-effect” willen bereiken wordt ook een aantal keren genoemd.

3.5. Bestuur / Organisatie / Actieve bewoners Bestuur De besturen van wgh’s bestaan gemiddeld uit 5 leden. De gemiddelde leeftijd is ruim boven de 50 jaar. De gemiddelde zittingsduur van een bestuurslid is bijna 9 jaar. Met een uitschieter van een lid dat al 40 jaar in het bestuur zit. Merendeels wordt door wgh-besturen aangegeven dat het steeds moeilijker wordt om een nieuw bestuurslid te vinden. Via persoonlijke benadering wil het nog wel lukken. Op dit moment bestaan er bij de deelnemende wgh’s maar 2 vacatures. Organisatie 10 wgh’s kennen de stichtingsvorm, 2 wgh’s zijn een vereniging en 1 wgh wordt beheerd door de dorpsraad. Bij zes wgh’s wordt er met werkgroepen en/of commissies gewerkt. Hiermee wordt de organisatorische druk enigszins bij het bestuur weggenomen. Probleem is dan nog wel om deze werkgroepen/commissies voldoende bemenst te houden. Veel wgh’s hebben wel een jaarlijks overleg met huurders, gebruikers, actieve bewoners, maar deze zijn veelal in de mededelende sfeer. (huurverhoging, prijsaanpassingen en het uitspreken van de waardering voor de actieve bewoners). In deze jaarlijkse bijeenkomsten wordt maar weinig over het beleid gesproken, daardoor blijft de exploitatie- en beheerdruk voornamelijk bij de bestuursleden liggen.

Onderwerpen zoals verbreding van het draagvlak binnen de lokale gemeenschap, medeverantwoordelijkheid voelen en behoeftepeiling, zodat er meer vraag gestuurd gewerkt kan worden, komt nog maar weinig op de agenda. Actieve bewoners Bijna elke wgh kent wel actieve bewoners, die een beperkte vergoeding krijgen. Zij verrichten uitvoerende en coördinerende taken en hebben verantwoordelijkheden binnen het beheer van het gebouw. Merendeels drijven de wgh’s op onbetaalde actieve bewoners. Alleen als een activiteit rendabel is (bv. feesten of grote evenementen) worden nog betaalde oproepkrachten ingezet. De actieve bewoners zijn gemiddeld ook boven de 50 jaar. Jonge vrijwilligers worden node gemist.

3.6. Samenwerking binnen en buiten de wijk c.q. het dorp Het samenwerken binnen en buiten de buurt, wijk of dorp staat over het algemeen op een laag pitje en kan zeer zeker verbeterd worden. Als reden wordt aangegeven dat het beheren van een wgh al een klus op zich is en er weinig tijd beschikbaar is om deze, noodzakelijke, contacten te leggen. Een aantal wgh’s zegt op de hoogte te zijn dat er allerlei leefbaarheidssubsidies en/of andere voorzieningen mogelijk zijn, maar dat het aan tijd ontbreekt om hier verder onderzoek naar of aanspraak op te doen. De samenwerking met de gemeente wordt over het algemeen als goed ervaren. Het beperkt zich meestal wel tot de afdeling Vastgoed. Sommigen hebben contact met de afdeling Sociaal Domein.

3.7. Toekomstvisie De antwoorden op de vragen rondom de toekomstvisie wgh’s stonden sterk onder invloed van de coronapandemie. Veelal werd aangegeven dat het onduidelijk is wat de toekomst gaat brengen. Er komen moeilijke tijden aan. Komen de actieve bewoners, die tot de kwetsbare doelgroep behoren terug? Kunnen de ervaren problemen met het beheer worden opgelost. In algemene zin wordt door de deelnemende wgh’s uitgesproken dat ze het van belang vinden dat ze de gemeente aan hun zijde weten en voelen. Geen wij/zij-verhouding, maar gezamenlijk werken aan een toekomstbestendige voorziening bij hun in de buurt, wijk of dorp. Dit om ruimte te krijgen voor mogelijke innoverende initiatieven en ook om waardering te ervaren van het merendeels vrijwillige werk dat er wordt verricht. Hieronder aanvullende uitspraken over hoe de toekomst wordt gezien c.q. gewenst: •

• • • •

•

•

Twee wgh’s geven aan om, samen met de dorpsraad en de (sport)verenigingen, op een zo kort mogelijke termijn naar een schaalvergroting toe te willen en door willen groeien naar een Multifunctionele Accommodatie (MFA). Twee wgh-besturen zien uit naar het samen onderbrengen van drie lokale ontmoetingsvoorzieningen in één nieuw gebouw. Leegloop van actieve bewoners en op termijn een mogelijke sluiting van het gemeenschapshuis. Twee wgh’s willen een heroriëntatie op de rol en positie van de wgh binnen het dorp en kunnen hier nog wel ondersteuning bij gebruiken. Één wgh gaf aan dat zij verwachten dat er een wijken overvleugelende vereniging gaat ontstaan, die op hoofdlijnen bestuurt en waarbij wijken als een werkgroep worden gezien, die met een eigen budget activiteiten gaan ontplooien. Verschillende wgh’s hebben de behoefte uitgesproken om met enige regelmaat ( 1 á 2 keer per jaar) een gemeentelijk overleg te hebben met gemeentelijke vertegenwoordigers en collega-wgh-bestuurders. Dit met de bedoeling om van elkaar opgedane ervaringen te horen, kennis op te halen en te delen én daar waar mogelijk tot gezamenlijke initiatieven te komen. Ook is het idee, door een aantal wgh-besturen, geopperd dat de gemeente Meierijstad bij de VKKNB en/of Stichting ’t Heft een collectief lidmaatschap afsluit voor alle wgh’s binnen de gemeente.

Hiermee kan iedere wgh alsook de gemeente in een directe lijn gebruik maken van de daar aanwezige kennis, ervaring en ondersteuningsmogelijkheden.

4. CONCLUSIES Binnen de gemeente bevinden zich 23 wgh’s. Vijf wgh’s uit de wijken in Schijndel en Veghel en acht uit de dorpskernen van de gemeente. Vanuit de dorpskernen hebben 8 wgh’s meegedaan en vanuit de wijken in Schijndel en Veghel 5 wgh’s (in totaal 13 wgh’s) We kunnen stellen dat we een alleszins representatief beeld hebben verkregen van de situatie rondom de wgh’s binnen de gemeente. 4.1. In de richting van de gemeente Bij het opstellen van de vitaliteitscans is uit de gesprekken met de deelnemende wgh’s gebleken dat er een duidelijke behoefte bestaat aan meer communicatie over en toelichting op het beleid Maatschappelijk Vastgoed (energie, onderhoud en mogelijke aanpassingen) en wat betreft de subsidieregelingen inzake exploitatie en activiteiten van een wgh. Gebleken is dat de relatie die wgh’s hebben met de gemeente over het algemeen ad hoc is en veelal over het gebouw of het beheer hiervan gaat. In het algemeen is er beperkt contact met de gemeente en deze wordt over het algemeen als voldoende beoordeeld. Wel is er een behoefte om dit contact uit te breiden en te verbeteren. Een aantal wgh-besturen hebben aangegeven het ook juist belangrijk te vinden om zelfstandig te zijn en zelf verantwoordelijk te zijn voor de ‘inhoud’. Zij verwachten vooral een faciliterende rol van de gemeente, vooral ook als het gaat om Wmo gerelateerde activiteiten.

Met name wanneer het de samenwerking met andere spelers in het veld en het bij elkaar brengen betreft. Een flink aantal wgh-besturen hebben ook de wens geuit om nader contact te hebben met collega-wghbestuurders binnen de gemeente. Hierbij wordt wel enigszins het onderscheid gemaakt tussen de grote en kleine kernen, omdat de omstandigheden, dynamiek en problematiek in beide gebieden van elkaar verschillen. Binnen de Harmonisatie Subsidiëring Wgh’s zijn gemeentelijke uitgangspunten van nieuw beleid vastgesteld op m.n. het gebied van functies wgh’s (huiskamerfunctie, activeringsfunctie, eetpuntfunctie, consultatiefunctie en informatiefunctie). Verder is er de visie dat wgh’s een bijdrage kunnen leveren aan het verminderen van o.a. de eenzaamheid en het langer zelfstandig kunnen blijven wonen van ouderen. Opvallend is het dat binnen de gemeente maar een beperkte ambtelijke formatie beschikbaar is om deze ambitie coördinerend op te pakken. Door het vergroten van de coördinatie kunnen de diverse gewenste (beleids)ontwikkelingen beter bij elkaar gebracht worden en op elkaar afgestemd worden. De betreffende gemeentelijke afdelingen (Vastgoed, Sociaal Domein, gebiedscoördinatie e.v.) horizontaler te laten denken en werken, zodat wgh-besturen in feite één aanspreekpunt krijgen. Vandaaruit wordt het stimuleren en faciliteren door de gemeente eenduidiger. 4.2.

In de richting van de wgh-besturen Bestuurlijk wordt vanuit de gemeente de ambitie uitgesproken om daadwerkelijk meer vorm en inhoud te geven aan het wgh-beleid. In welke mate en tempo wil de gemeente graag nader bespreken met de wgh-besturen, de (nieuwe) gemeenteraad en overige betrokkenen rondom dit op te stellen beleid. Het directe contact wat de wgh’s hebben met de beleidsmedewerker/contactambtenaar is heel wisselend. Het ene wgh heeft een regelmatig onderhoud en anderen hebben nauwelijks contact. Veel wgh’s hebben Wmo gerelateerde activiteiten, soms bewust, maar vaak ook onbewust. Er vinden in de wgh’s activiteiten plaats voor de Wmo doelgroepen, ouderen,

GGZ-cliënten, mensen met een verstandelijke beperking (niet als groep) en jongeren tot 14 jaar. Werkzoekenden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, nieuwe Nederlanders, jongeren vanaf 14 jaar en mantelzorgers zijn groepen die in bijna alle wgh’s ontbreken. 4.3. In de richting van de gemeente en wgh-besturen Veel wgh’s blijken niet of onvoldoende bekend met fondsenwerving. Ondersteuning hierin, maar met name het leren hoe dit aan te pakken is wenselijk. De aanwezige kennis en ondersteuningsmogelijkheden van VKKNB en ’t Heft zijn veelal niet bekend bij de wgh-besturen. Het kunnen aanvragen van subsidies bij fondsen en institutionele organisaties biedt wgh’s mogelijkheden om bijvoorbeeld verbouwingen of het organiseren van activiteiten mede te financieren zonder direct aan te hoeven kloppen bij de gemeente. Er is een groot verschil geconstateerd bij het beheer van de wgh waar het gaat om betaling van een professionele beheerder en/of vrijwilligers. Bij het wel of niet op de eigen loonlijst plaatsen zijn sterk uiteenlopende constructies en kostenniveaus geconstateerd. Van enkele uren op de eigen loonlijst tot volledig uitbesteden aan een payroll-bedrijf. De daarmee gepaard gaande kosten liggen daarmee ook ruim uit elkaar dat vervolgens de exploitatie weer flink onder druk kan zetten. Zeker in deze coronaperiode is dit duidelijk aan de oppervlakte gekomen.

5. Aanbevelingen 5.1.

Een bredere context bij de Aanbevelingen

Vooraleer, op basis van de onderzoeksbevindingen en conclusies, met aanbevelingen te komen nog even in de context plaatsen van de huidige samenleving waarin we ons met elkaar bevinden. Voor de gemeente en de wgh’s is het volgende van belang. De toenemende behoefte onder inwoners aan informele en formele zorg. Door het langer zelfstandig blijven wonen zal het aantal inwoners dat een beroep moet doen op de WMO gaan groeien. Het hebben en onderhouden van sociale netwerken en ontmoetingsruimtes binnen de lokale gemeenschap zal steeds belangrijker worden voor de leefbaarheid. De vergrijzing, het aandeel AOW-gerechtigden van de bevolking neemt overal toe net zoals het aantal huishoudens. Die huishoudens worden wel steeds kleiner. De behoefte aan ontmoeten buitenshuis zal hierdoor groter gaan worden. Dat biedt kansen om het gebruik van wgh’s te bevorderen en het aantal actieve bewoners op peil te houden. Wat zich moeilijk laat raden op termijn is welke behoefte aan sociale activiteiten deze vergrijzende groep zich gaat toe-eigenen en of dat uiteindelijk aansluit bij het toekomstige gemeenschapshuis. (PBL/CBS 2019) Leefbaarheidsscenario’s Niemand kan de toekomst voorspellen. Terugkijkend op de laatste decennia dan is de maatschappij in zijn algemeenheid en in het bijzonder in de kleine kernen enorm veranderd.

Kleine kernen zijn meer woongemeenschappen geworden, het voorzieningenniveau is afgenomen en de jeugd is in belangrijke mate (al dan niet noodgedwongen) weggetrokken. Hoe de maatschappelijke ontwikkelingen zich verder voltrekken is moeilijk te voorspellen. Niettemin zijn voor de langere termijn de volgende scenario’s denkbaar. Leefbaarheid handhaaft zich: Inwoners, organisaties en verenigingen en de gemeente zijn in staat om de kernen en wijken samen leefbaar te houden waardoor ontmoeten, ontplooien mogelijk blijft. Dat kan door voldoende gemeenschapskracht en organiserend vermogen te blijven ontwikkelen. Door (intensief) samen te blijven werken wordt zo het gewenste voorzieningenniveau overeind gehouden. Leefbaarheid ontwikkelt zich: Inwoners, organisaties en verenigingen en de gemeente zijn in staat om nieuwe initiatieven te ontwikkelen. Dat kan woningbouw zijn of decentraal meer zakelijke, welzijn en zorgactiviteiten te ontwikkelen. Samenwerking en/of fusie van wgh, dorpsraad en bewonersinitiatieven op bijv. het gebied van welzijn, zorg, wonen, energietransitie enz. kan leiden tot een sociale onderneming in de vorm van een dorps- of wijkcoöperatie. Dit leidt tot meer effectiviteit, efficiency en gevoel van eigenaarschap onder inwoners waardoor een ontmoetingsplaats gehandhaafd en versterkt kan worden.

Leefbaarheid komt onder druk: Inwoners, organisaties en verenigingen en de gemeente lukt het niet om het voorzieningenniveau in de wijken en kernen in stand te houden. Hierdoor komt een ontmoetingsplaats onder druk omdat actieve bewoners en deelnemers aan activiteiten afnemen. Fuseren van organisaties of sluiten van ontmoetingsplekken ligt in het verschiet. Hierdoor kan op termijn een ontmoetingsplaats c.q. gemeenschapshuis in kern A ook voor kern B die functie gaan vervullen. Het is goed denkbaar dat alle drie scenario’s in meer of mindere mate zich in de toekomst gaan voordoen. Er zijn immers 13 kernen, die verschillen van aard en omvang en ieder met een eigen identiteit. Gezien de onvoorspelbaarheid van maatschappelijke

ontwikkelingen is van belang deze ontwikkelingen goed te blijven volgen, op tijd de juiste maatregelen te nemen en soms, óf misschien ook wel juist dan, met elkaar het lef te hebben om iets vernieuwends te ondernemen. De basis hiervoor is een goede wederzijdse communicatie en informatie. Het vertrouwen in en naar elkaar uit te spreken en hierbij elkaars kracht en kwaliteiten te zien en te stimuleren. 5.2.

Profiel en ambitie van de gemeente

In de contacten met de gemeente (bestuur en ambtelijk) heeft zij zich tijdens dit onderzoek getoond als een netwerkende overheid. Ze zoekt samenwerking met andere partijen, de doelen worden vanuit een horizontale samenwerking (gezamenlijk) bepaald en ze streeft ernaar om afspraken vast te leggen in akkoorden en convenanten. De gemeente wil zich graag ontwikkelen tot een responsieve overheid. Nog meer aandacht voor de initiatieven van onderop, werken aan netwerksturing en daadwerkelijk invulling gaan geven aan overheidsparticipatie. Dit door ruimte en ondersteuning te bieden aan maatschappelijk initiatief, zowel met georganiseerde alsook ongeorganiseerde partijen. Op basis van de verkregen informatie vanuit de gemeente wordt in het kader van het harmonisatiebeleid grotendeels dezelfde uitganspunten en afspraken gehanteerd en waar nodig maatwerk geleverd door specifieke afspraken met elkaar te maken. Wgh’s zijn bij de gemeente goed in beeld, impliciet is er waardering voor hun activiteiten en het is de gemeente wat waard om die te ontwikkelen in relatie tot de maatschappelijke opgaven. Ze onderschrijven het belang om in het kader van de leefbaarheid het voorzieningenniveau toekomstbestendig te maken en/of te houden. Er zijn grofweg twee soorten subsidies: die voor de exploitatie of voor de accommodatie en die voor activiteiten.

Wgh’s kunnen, mits zij aan de voorwaarden voldoen, op beide subsidieverordeningen jaarlijks aanspraak maken. Een aantal wgh-besturen vindt dit jaarlijks arbeidsintensief en een flinke inspanningsverplichting. Graag willen ze werken aan een meerjarige afsprakenkader waarbinnen jaarlijkse een terugkoppeling plaatsvindt om zo tot een mogelijke bijstelling te kunnen komen. De gemeente kent, w.b. de leefbaarheid, op dit moment de dimensies sociaal-fysiek en veiligheid. De gemeente kent een matrixorganisatie met verticaal de diverse beleidsprogramma’s en horizontaal een vijftal hoofdthema’s waarvan leefbaarheid er één is. Integraal werken maakt onderdeel uit van de werkwijze van de gemeente. In bijlage 3 (Visie op Gemeenschapshuizen) geven we aan dat wgh’s een onderwerp zijn waar veel mee gemoeid is. Het is een onderwerp dat een visie vereist. We zien een wgh als een instrument van beleid. De gemeente heeft verschillende aanknopingspunten (w.o. Omgevingswet, Leefbaarheid, WMO, Cultuur en Sport, Preventief Gezondheidsbeleid, Communicatiebeleid) om, aanvullend op de basissubsidie, wgh-besturen de mogelijkheid te bieden ook aanspraak te maken op een projectmatige subsidiëring. Op deze wijze versterk je het instrument wgh om maatschappelijke opgaven dichterbij een oplossing te brengen.

5.2.1.

Bundelen van relevant bestaand beleid

Op basis van de geuite ambitie kan de gemeente Meierijstad, in navolging van diverse andere gemeenten in Nederland, de relevante sectorale beleidsdocumenten bundelen en (daar waar mogelijk/wenselijk) actualiseren en dan hierbij specifiek de focus richten op de functies van wijk- en gemeenschapshuizen. Deze notitie wordt in samenspraak met de wgh-besturen opgesteld.

5.2.2. Gemeentelijk beleid proactief agenderen bij wgh-besturen In aanloop naar een (mogelijke) bovenstaande notitie verdient het aanbeveling om op korte termijn al de geldende regelingen (subsidieverordeningen, accommodatiebeleid) en aanvraagprocedures in samenspraak met de wgh-besturen te bespreken en samen te onderzoeken in welke mate op ”over all”-doelen ingespeeld kan worden, zodat hiermee het draagvlak in het veld verbreed kan worden en het ook meer het karakter krijgt van een gezamenlijk vastgesteld (meerjarig) afsprakenkader. 5.2.3. Onderzoek met elkaar de mogelijkheden van aanvullende projectsubsidie Vanuit de voorgestane integrale werkwijze verdient het de aandacht van de gemeente om naast het verlenen van een exploitatie- en/of activiteitensubsidies de mogelijkheden met de wgh-besturen te onderzoeken of er ook aanspraak gemaakt kan worden op aanvullende, projectmatige subsidies op het gebied van bovengenoemde aanknopingspunten. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan het gewenste maatwerk.

5.3.

Positie en rol van de gemeenschap

Een toekomstbestendig wgh is het resultaat van de visie die het dorp, wijk of buurt zelf ontwikkelt op activiteiten en voorzieningen die nodig zijn voor een vitale gemeenschap. Dit proces van zelfsturing start altijd met een dialoog van de dorps- of wijkraad, bewoners(-initiatieven), verenigingen, instellingen en ondernemers over waar willen we naar toe en wat hebben we daarvoor nodig en hoe zetten we ons wgh, als middel, in om dit doel dichter bij te brengen of te bereiken. Geen wgh is gelijk aan een ander. Wellicht een open deur, en ook nogmaals bevestigd bij het opstellen van de vitaliteitsscans, maar heb met elkaar oog voor de verschillen in functie, beheervorm, exploitatie, eigendomssituatie en organiserend vermogen. Toon de bereidheid om van elkaar te leren, ervaringen en kennis te delen en waar mogelijk daar elkaar in te versterken. 5.3.1. Stimuleren en faciliteren van zelfsturing. De gemeente kan dit proces van zelfsturing, samen met de bovengenoemde partijen, verder stimuleren en faciliteren, zodat vanuit deze verbinding meer vraaggericht gewerkt kan worden. De VKKNB (dorpsraden), ’t Heft (wgh’s) en de Koepel van Zorgcoöperaties (bewonersinitiatieven Welzijn, Zorg en Wonen) kunnen hiervoor ideeën aandragen, als klankbord fungeren en voorbeelden van elders aandragen. Mogelijk ook helpen bij het vormgeven van het proces en een rol als procesbegeleider vervullen. 5.3.2.

Faciliteren en ondersteunen wgh’s Overweeg, vanuit de ambitie om een netwerkende en responsieve overheid te zijn, de wgh’s te faciliteren door het afsluiten van een collectief abonnement bij de provinciale ondersteuningsorganisatie ’t Heft. Met de daar aanwezige expertise kan de gemeente de doorontwikkeling en de vitaliteit van wgh’s blijvend ondersteunen. 5.3.3. Structureel platformoverleg met wgh-besturen De gemeente Meierijstad start, in samenspraak met de wgh-besturen, een structureel platformoverleg om de gemeentelijke/gezamenlijke ambitie met elkaar te bespreken. Tevens heeft dit overleg tot doel om wgh-besturen met elkaar nader in contact te brengen om zo kennis, kunde en ervaring uit te wisselen. Hierbij valt nog wel te overwegen om dit overleg te splitsen voor wgh’s in de wijken van Schijndel en Veghel en wgh’s in de dorpskernen.

5.3.4. Centraal aanspreek- en coördinatiepunt wgh-besturen Een beleidsmedewerker/contactambtenaar krijgt een functie als ‘verbindingsofficier’ en coördineert/bundelt zo de informatie vanuit het gemeentehuis alsook de informatie vanuit de wgh’s. Hij/zij is het centrale aanspreekpunt en bezit een bepaalde mate van doorzettingsmacht. Gezien de huidige beschikbare formatie hiervoor dient hier verder op geïnvesteerd te worden

5.4.

Tips en adviezen voor wgh-besturen

Waar het in dit verslag voornamelijk gaat om in de richting van de gemeente te rapporteren willen we dit ook graag doen in de richting van de (deelnemende) wgh’s en ook voor de wgh-besturen een aantal aanbevelingen/tips opnemen.. Tijdens de gesprekken bij het opstellen van de vitaliteitsscans zijn met de wgh-besturen de verschillende adviezen besproken en nader toegelicht. Met name het besturen van een non-profitorganisatie dat gebaseerd is op inzet van voornamelijk actieve bewoners vraagt specifieke kennis en vaardigheden. Ook is het bij iedere wgh een opgave om doelgroepen te benaderen en vast te houden. We zien dat besturen van wgh’s over het algemeen moeite hebben om verantwoordelijkheden lager in de organisatie neer te leggen. Ook hier is het de opgave om voldoende actieve bewoners met de juiste competenties bereid te vinden een bijdrage te leveren aan het goed functioneren van een wgh. Vervolgens is het de kunst om elkaar het vertrouwen te geven, zodat hier ook het gevoel van ‘eigenaarschap’ voor de georganiseerde activiteiten en de totale organisatie gevoeld wordt.

5.4.1. Een aantal tips en adviezen -

Leg als wgh-bestuur of beheerder directe contacten met de doelgroep, laat ze zelf iets organiseren en/of regelen

-

Pak als wgh-bestuur een faciliterende rol, laat de doelgroep zelf nadenken over wat en hoe ze de activiteiten willen organiseren

-

Werk vraag gestuurd en niet aanbod gestuurd; sta open voor initiatiefnemers en probeer deze te faciliteren. Geef het een kans, niet direct opgeven. Er moet iets opgebouwd worden en dat heeft tijd nodig.

-

Zoek bij de verschillende taken en activiteiten de juiste mensen, kijk naar de benodigde kennis en competenties en stel zo een goed team samen en durf hierbij ook te denken aan inwoners, die niet zo snel voor de hand liggen.

-

Zoek op basis van je missie en visie de samenwerking op met professionals, welzijnsorganisaties en externe partners.

5.4.2. Blijf gebruik maken van het netwerk van de VKKNB en ‘t Heft Voor nu en voor in de toekomst kunnen wgh-besturen een beroep blijven doen op ’t Heft en de VKKNB voor vragen, opgedane ervaringen en voorbeelden

Bijlage 1 Vragenlijst wijk- en dorpshuizen / Vitaliteitscan

Naam dorpshuis: Telefoonnummer: E-mail:

Hoofdvraag: Wat is jullie missie? 'Waarom zijn jullie op aarde?' Hoe draag je dat uit? Zie je het terug in activiteiten, communicatie, doelgroepen?

A) Programmering en doelgroepen Activiteiten 1. Welke activiteiten vinden plaats in de accommodatie en in welke frequentie? 2. Welke activiteiten die niet aan het dorp gebonden zijn, vinden plaats en in welke frequentie? Hoeveel bezoekers? 3. Zijn er niet-vereniging gebonden activiteiten?

4. Hoe speel je in op de demografische ontwikkelingen als het gaat om activiteiten? (ontmoeting, dagbesteding, WMO) 5. Welke activiteiten zou je wel willen doen (voor verbeteren leefbaarheid en exploitatie) maar kunnen/mogen nu niet (bestemming)? Doelgroepen 6. Welke (doel)groepen krijg je binnen en welke zijn ondervertegenwoordigd? Kun je aangeven waardoor dit komt? En wat doe je eraan?

Organiseren 7. Wie organiseert activiteiten

Verspreiding activiteiten in dorp 8. Zitten alle verenigingen/activiteiten e.d. in het dorpshuis? Waarom niet? (Versnippering)

Marketing en communicatie 9. Wat doe je aan marketing en communicatie en hoe?

Samenwerking binnen gebouw 10. Welke andere functies zijn in het gebouw gehuisvest (in geval van samengestelde accommodatie)?

11.

•

Hoe onderhoudt je contact met de anderen en wat is de meerwaarde van het samen in één gebouw zitten?

•

Is deze meerwaarde te versterken? Knelpunten en mogelijke oplossingen

B) Exploitatie en beheer (ter voorbereiding doornemen V&W en Balans) 1. Belangrijkste inkomsten en uitgaven 2. Subsidieafspraken met de gemeente (exploitaties-, huisvestings- of verborgen subsidie) 3. Zijn er reserveringen? 4. Wat is grootste financiële risico? (onderhoud, fulltimepersoneel, pachter, energiekosten e.d.) 5. Kan er gezamenlijk worden ingekocht? Of onderzoeken jullie dat? (dorp, bovendorps) 6. Wat is jullie prijsbeleid? (maatschappelijke prijs en commerciële prijs) 7. Energiekosten 8. Knelpunten en mogelijke oplossingen voor exploitatie

Beheer 9. Hoe is het beheer georganiseerd? (Hoeveel uur aanstelling? Vrijwillig, loondienst?)

10. Welke taken heeft de beheerder/pachter? (ook inhoudelijk vanuit missie? Of alleen facilitair)

11. Hoe is de schoonmaak geregeld?

12. Knelpunten en mogelijke oplossingen

C) Gebouw 1. Wie is eigenaar van het gebouw?

2. Aantal verhuurbare ruimtes (zie tabel)

Per ruimte willen we weten: • Hoeveel vierkante meters • Bezettingsgraad ochtend, middag, avond • Weekend • Aantal weken per jaar

3. Openingstijden (met en zonder beheerder) (zie tabel) 4. Is het gebouw vrij toegankelijk of alleen als je deelnemer bent van een activiteit? Onderhoud 5. Wie betaalt het onderhoud en wie is verantwoordelijk voor wat?

6. Wensen / kansen voor aanpassingen aan het gebouw? (fysiek maar ook openingstijden)

7. Knelpunten en mogelijke oplossingen

D) Bestuur/organisatie/vrijwilligers Organisatie 1. Wat is de organisatievorm van het dorpshuis? Zijn de verhoudingen goed?

2. Relatie bestuur – beheerder of pachter – gebruikers:

3. Is er een organigram? Hoe is de aansturing?

4. Zijn er werkgroepen actief in het dorpshuis?

5. Is er een gebruikersoverleg/ALV? Gaat het naast financiën ook over inhoud? Wat is opkomst?

6. Zijn er inhoudelijke gesprekken (missie/visie/activiteiten) over het dorpshuis? Is er gevoel van mede eigenaarschap, van samen doen?

Bestuur en besturen 7. Hoeveel bestuursleden zijn er, hoelang zitten ze er en wat is de leeftijdsopbouw?

8. Kan men makkelijk of moeilijk nieuwe bestuursleden vinden? Hoe komt dat?

9. Hoe is de rolverdeling binnen bestuur? Wordt er door voorzitter ook genetwerkt binnen en buiten dorp?

10. Is er tijd/ruimte voor inhoudelijke gesprekken of evaluatie of slokt financiën het bestuur op?

11. Neemt bestuur verantwoordelijkheid om visie/missie uit te dragen Vrijwilligers en vrijwilligerswerk 12. Hoe is de samenwerking met vrijwilligers? Hoe worden ze begeleid en aangestuurd?

13. Wat doe je om vrijwilligers te werven en te behouden?

14. Is er duidelijk onderscheid tussen betaald en vrijwilligerswerk?

15. Knelpunten en mogelijke oplossingen

E) Samenwerking 1. Wat weet je van de andere organisaties/accommodaties in het dorp? Heb je inhoudelijk contact? Concurreer je of werk je samen?

2. Wordt er binnen dorp gesproken over toekomst van het dorp, heeft dorpshuis een actieve bijdrage?

3. Met wie werkt uw organisatie nu samen binnen het dorp of buiten het dorp?  andere dorpshuizen binnen / buiten de gemeente  dorpsbelangenorganisatie  woningcorporaties,  zorgorganisaties (thuiszorg, verpleeghuis, e.d., zorginstellingen voor mensen met een beperking)  welzijnsinstellingen, inclusief jeugdwerk  huisarts en andere zorgprofessionals  sportorganisaties,  scholen,  bibliotheek,  consultatiebureau,  sociaal kernteam  UWV of Sociale Dienst  kerken, moskee e.d.  mantelzorgsteunpunt – vrijwilligerssteunpunt  buurtzorg  Ander:__________________

4. Op welke gebieden werk je nu al samen?

5. Welke mogelijkheden zijn er nog meer?

6. Wat zijn de belemmeringen die dat nu tegenhouden?

7. Wat is er nodig voor samenwerking?

Gemeente 8. Hoe is de samenwerking met de gemeente? Met welke afdelingen heb je contact?

9. Waar liggen de kansen en belemmeringen?

F. Toekomstvisie 1. Wat is de verwachting wat er op jullie organisatie afkomt? 2. Wat betekent dit voor jullie organisatie? 3. Waar liggen de kansen?

4. Wat is de rol van samenwerking in jullie toekomstvisie? Lokaal en bovenlokaal.

5. Is er een [naam dorp] denkbaar zonder jullie organisatie? Wat gaat [naam dorp] dan echt missen?

6. Hoe ziet over een aantal jaren het ideale [naam dorp] eruit? En wat is de rol van jullie organisatie daarin?

Bijlage 2

Lijst van deelnemende WGH’s

Gemeenschapshuis Den Hazenpot

Boerdonk

Wijkgebouw De Meidoorn

Boskant

Gemeenschapshuis De Brink

Eerde

Sport en Ontmoetingscentrum Ter Aa

Erp

Gemeenschapshuis Het Span

Keldonk

Gemeenschapshuis D’n Brak

Mariaheide

MFA De Loop’r

Olland

Wijkgebouw De Zeven Eiken

Veghel

Wijkgebouw De Spil

Veghel

Wijkvereniging De Leest / MFC De Magneet

Veghel

Wijkgebouw De Kajuit

Schijndel

Wijkgebouw Bloemenwijk

Schijndel

Het Gasthuis

Schijndel

Dorpshuis Het Klooster

Zijtaart

Bijlage 3 VISIE OP WIJK- EN GEMEENSCHAPSHUIZEN Citaat: “Een gemeenschapshuis is een instrument voor sociaal beleid. Daar moet de gemeente veel meer aandacht aan besteden. En ze moeten meer gebruikmaken van al die lokaal aanwezige deskundigheid bij inwoners”

‘Gemeenschapshuizen’ is een onderwerp waar veel mee gemoeid is. Het is een onderwerp dat een visie vereist. Een visie waarbij de inhoud voorop staat, met het gebouw als afgeleide. De inhoud, waar het echt om draait, betreft de functies die een wgh vervult voor (groepen) mensen en activiteiten; wat er daadwerkelijk gebeurt in een gebouw. Immers, het doel op zich is voor een gemeente en het bestuur van een wgh niet het in stand houden van de buitenkant. De gebouwen zijn slechts middelen om doelen te bereiken op het gebied van bijvoorbeeld leefbaarheid in de meest brede zin van het woord. En daarmee zijn ze een instrument van beleid. Als het gaat over wgh’s als instrument van beleid, is de vraag welke aanknopingspunten een gemeente heeft om ze in het beleid op te nemen. Hieronder worden vijf aanknopingspunten beschreven die voor nu en later in de praktijk (gaan) voorkomen. Gemeenschapskracht (Omgevingswet) Gemeenschapshuizen kunnen een duidelijke rol vervullen om de sociale samenhang tussen mensen te bevorderen. Een wgh is van oudsher de plek waar mensen elkaar ontmoeten, waar ideeën geboren worden en initiatieven ontplooid worden. Het wgh is de plek waar de zelfsturende gemeenschap een gezicht krijgt. Het wgh van de toekomst is een resultaat van de visie die de lokale gemeenschap zelf ontwikkelt op activiteiten en voorzieningen.

De Omgevingswet heeft de participatie van bewoners en direct betrokkenen in zich. Het opzetten van een omgevingsvisie/dorpsvisie start altijd met een dialoog van bewoners, verenigingen, instellingen en ondernemers over waar willen we baar toe en wat hebben we daarvoor nodig. Kortom een wgh is een voorziening waar de dynamiek van de omgeving een plek heeft en de gemeenschapskracht zichtbaar maakt. Leefbaarheid Ook de leefbaarheid kan door wgh’s versterkt of behouden worden. Leefbaarheid heeft een integrale context met een sociale, fysieke en economische invalshoek, die onderling met elkaar verbonden zijn. Een reflectie op hoe inwoners denken en doen. Zij beschouwen hun omgeving integraal en daar hoort een horizontale organisatie bij. De gemeente daarentegen heeft dit in zijn organisatie verticaal vertaald in thema’s als wonen, werken, verkeer/mobiliteit, vastgoed, zorg, veiligheid, sociaal klimaat enz. Integraal en gebiedsgericht werken is dan het credo en dus aandacht besteden aan alle thema’s. Met leefbaarheid als aanknopingspunt voor beleid, kan in de buurt, wijk of dorp samen met de inwoners de dreigende terugloop van voorzieningen een halt toe worden geroepen. Hiermee wordt ook het gevoel van mede-eigenaarschap van hun omgeving bevorderd. Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) Het werken aan gemeenschapskracht en leefbaarheid wordt in de WMO expliciet genoemd.

Op basis van de prestatievelden heeft de gemeente de verplichting om hier aan te werken. Dus niet alleen ‘het bevorderen van de sociale samenhang in en leefbaarheid van buurten, wijken en dorpen’. De WMO biedt voor wgh’s ook aanknopingspunten op andere prestatievelden. Zoals op het gebied van zinvolle

daginvulling, ouderenbeleid, toegankelijkheid, (mantel)zorg, dagbesteding enz. Bij de conclusies en aanbevelingen werken we dit verder uit. Welzijn Welzijn is breder dan alleen het welzijn in de WMO. Welzijn houdt als beleidsterrein bijvoorbeeld ook Cultuur en Sport in. Activiteiten op dat terrein leveren zeer zeker ook een bijdrage aan het welzijn van mensen. Sport kan verbroederen, deugden als eerlijkheid ontwikkelen, rekenschap houden met elkaar bevorderen, gezondheid van inwoners vergroten en een voorbeeldwerking hebben. Wgh’s kunnen ook zelf functies op het gebied van cultuur en sport vervullen. Subsidiebeleid Wgh’s kunnen benoemd worden als basisvoorziening voor inwoners en om die reden structureel een basissubsidie krijgen. Vanuit de verschillende beleidsthema’s vanuit de gemeente kan daarnaast ook projectmatige subsidie verstrekt worden. Bijvoorbeeld rond het thema Gezondheid (bv. gymnastiekles voor ouderen) of rond het thema Werk (bv. activiteiten voor werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt) Een andere mogelijkheid is met de subsidiesystematiek een verbinding te leggen tussen actieve bewoners als onderdeel van subsidiebeleid en wgh’s. Lokaal actieve maatschappelijke organisaties worden helemaal of grotendeels niet (meer) gesubsidieerd voor hun activiteiten, maar voor het gebruikmaken van de ruimten waar hun activiteiten plaatsvinden.

De wgh’s krijgen een financiële tegemoetkoming voor het derven van inkomsten. Maatschappelijke organisatie kunnen gratis of voor een gering bedrag gebruikmaken van de wgh’s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=8f815668-354d-49b5-a056-0d574c48f1af