CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 verslag algemeen bestuur d.d. 7 januari 2021

Raadsvergadering 29 april 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Instemming wijziging gemeenschappelijke regeling Stadsgewest 's-Hertogenbosch5.381 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

m i aüüaüra «■lil S T AJ S t E • E j is II

yl jq IK

Hi

Nr.

Ingekomen Afd.

2 1 JAN 2021

E

;il

:^i\

'SjjMERTOGENBOSCH

Het College van burgemeester en wethouders van Meierijstad, Postbus 10001 5460 DA Moicrijatad <z\

Datum : 18 januari 2021 Onderwerp : Verslag en GR

Ref. Tel. E-mail

P. de Leeuw 06 37602637 p.deleeuw@s-hertogenbosch.nl

Geacht college,

Hierbij stuur ik u ter kennisname het verslag van de vergadering van het bestuur van het Stadsgewest ’s-Hertogenbosch op 7 januari 2021. Tevens is bijgevoegd een voorstel aan de gemeenteraad (wordt separaat aan de raad gezonden) tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Stadsgewest ’sHertogenbosch. Het verzoek aan de raad is om voor 1 juli de gewijzigde regeling goed te keuren. Tevens wijs ik u er op dat ingaande 1 februari 2021 het secretariaat en daarmee ook de bereikbaarheidsgegevens zijn gewijzigd. Mw. C. Mulder van de gemeente Meierijstad volgt ondergetekende op als ambtelijk secretaris. Mailadres: cmulder@meieriistad.nl Telefoon: 0413 381651 Postadres: Stadsgewest ’s-Hertogenbosch p/a Meierijstad, t.a.v. mw. C, Mulder Postbus 10001 5460DA Veghel

Hoogachtend, Namens het Dagelijks Bestuur van het Stadsgewest De arobtelijk i itelijk secretaris,

r. P.J.M. de Leeuw

Stadsgewest ’s-Hertogenbosch, Postbus 10001, 5460DA Veghel

Verslag van de vergadering van het algemeen bestuur van het Stadsgewest ’s-Hertogenbosch. 7 januari 2021. Locatie: digitaal via Teams Aanwezig: R. van de Mortel (Vught, voorzitter), H. Looijen (Sint-Michielsgestel), R. van Meygaarden (Boxtel), J. Hoskam (’s-Hertogenbosch), J. Goijaarts (gecommitteerde financiën, Meierijstad), H. de Vreede (Maasdriel) P. de Leeuw (ambt. secretaris), C. Mulder (ambt. Secretaris), Th. Folmer (directeur) en J. Bloemen (financieel manager) Verhinderd: mw. W. van Hees (Heusden, bestuurlijk secretaris), 1. Opening Mw. Van Hees meldt dat ze probeert later in de vergadering aan te sluiten. Carry Mulder, de opvolger van Peter de Leeuw als ambtelijk secretaris, stelt zich voor. 2. Verslag van de vergadering van het AB van 7 juli 2020. Onder aanwezigen: Loonen moet zijn Looijen. Het verslag wordt vastgesteld. 3. Prognose jaarrekening 2020 Het kostenniveau 2020 is geraamd op G 544.000,00. De ruimte voor externe kosten voor de uitvoering van het convenant met de provincie is niet benut. Daarnaast worden lagere kosten tot ca G 30.000,00 voorzien. Dat betekent dat 2020 uitkomt op ca G 410.000,00 tot G 420.000,00. Op het negatief eigen vermogen van G 6,8 mln wordt eind 2020 G 4,6 mln afgerekend met de gemeenten. Na afsluiting van de jaarrekening resteert een negatief vermogen van G 2,5 mln.

Daarvoor wordt opnieuw een lening aangevraagd bij de gemeente ’s-Hertogenbosch. Uitgangspunt is dat dit negatief eigen vermogen aan het einde van de rit kan worden verrekend met onze inbreng in het nazorgfonds. De gemeenten ’s-Hertogenbosch en Maasdriel moeten nog hun aandeel in de aflossing van G 4,6 betalen. De vertegenwoordigers in het bestuur zullen snelle betaling bevorderen. De accountant start al deze maand met de controle van de jaarrekening 2020. Begin 2021 ontvangen de gemeenten voor 2021 een factuur op basis van het inwoneraantal per 1-11998. De Leeuw gaat vooraf nog na wie bij de gemeenten Oisterwijk en Tilburg die factuur moet ontvangen 4. Beheer stortplaats Zonnepanelen Meierijstad is een proces gestart om kandidaten gelegenheid te geven uitgewerkte voorstellen in te dienen voor plaatsing van zonnepanelen. Afvalzorg heeft ingeschreven voor een zonnepark op Vlagheide. Er is overleg geweest met het Stadsgewest over de technische en financiële aspecten. De directeur geeft aan dat hij vindt dat de financiële vergoeding voor de huur/gebruik van het terrein te laag is. Afvalzorg heeft toegezegd een nadere onderbouwing te leveren. Daarna wordt verder onderhandeld. De te betalen vergoeding heeft geen onderdeel uitgemaakt van de selectie van kandidaten door Meierijstad omdat het steeds gaat om contracten tussen exploitanten en “particulieren”.

Achteraf jammer omdat nu onderhandeld moet worden met een “monopolist” voor ons gebied. De heer Goijaarts geeft aan dat nog geen definitieve klap gegeven is op de toewijzing. De partijen zijn een vervolgtraject ingegaan. Zij moeten onder andere in overleg met de omgeving. Elk terrein groter van 5 ha. moet ook nog de instemming hebben van de raad van Meierijstad. Als het Stadsgewest niet tot overeenstemming komt met Afvalzorg over de vergoeding kan dat meespelen bij

het uiteindelijke besluit waar Meierijstad als deelnemer van het gewest ook indirect belanghebbende is. Toeristisch recreatieve verkenning Meierijstad heeft een extern bureau opdracht gegeven voor een toeristisch recreatieve verkenning voor Vlagheide, waar ook de stortplaats deel van uitmaakt. Uiteraard vindt het onderzoek plaats in afstemming met het gewest over de (milieu)technische voorwaarden voor gebruik van het terrein. Van het onderzoek maakt ook een zonnepark deel uit. Convenant provincie-exploitanten Staf Depla heeft in opdracht van de provincie en de exploitanten een rapport opgesteld over de uitvoering van het convenant stortplaatsen. Directeur en voorzitter lichten het proces toe. Aanleiding waren de signalen van de ambtelijke vertegenwoordigers van het gewest dat de samenwerking uitermate stroef verliep door de opstelling van de provinciale ambtenaren. Daarom vond begin september een bestuurlijk overleg plaats. Daar bleek dat de fricties voor de provinciale bestuurders een verrassing waren. Vervolgens werd gezamenlijk besloten om een intermediair aan te stellen in de persoon van Staf Depla om te bekijken hoe uit de impasse gekomen kan worden. Hij heeft daarvoor alle betrokkenen geïnterviewd en een rapport uitgebracht dat in november door de bestuurders is geaccordeerd.

Vervolgens heeft hij de opdracht gekregen om zijn voorstellen uit te werken in een plan van aanpak. Het concept is onlangs besproken met de ambtelijke vertegenwoordigers. Onze directeur heeft zijn reactie ingebracht. Hij heeft in zijn advies aangegeven dat het, nu de looptijd waarschijnlijk verlengd wordt naar 10 jaar, veel effectiever is om te kijken naar de toekomst in plaats van binnen verouderde wetgeving oplossingen te zoeken. En dan met name naar alle verwachte wijzigingen in regulering/wetgeving, gewijzigde opvattingen over bijvoorbeeld duurzaam beheer en mogelijke technische vernieuwingen. Eind deze maand is weer een bestuurlijk overleg gepland. De directeur geeft wel aan dat er nog wel een weg te gaan is voor sprake kan zijn van een nieuw wettelijk kader. Het ministerie van IM heeft geen capaciteit en de provincies hechten aan hun positie. Tegelijkertijd speelt in meer provincies dezelfde discussie. Noord-Brabant is wel dominant omdat daar de meeste stortplaatsen liggen. De voorzitter heeft daarom besloten om de kwestie te agenderen op VNG-niveau. Hij heeft over twee weken een overleg met de Brabantse vertegenwoordiger in de cie Milieu van der VNG. Zo mogelijk sluit gecommitteerde Goijaarts, die zitting heeft in de cie Financiën van de VNG daarbij aan.

In het eerstvolgende bestuurlijke overleg met de provincie zal de voorzitter er bij de gedeputeerden op aandringen om dit onderwerp ook te agenderen voor het IPO. Als sprake is van een verlengde looptijd van het convenant heeft dat ook gevolgen voor de begroting van het gewest. Afvalzorg Het contract met Afvalzorg is verlengd met een jaar. In de loop van dit jaar moet een aanbesteding plaatsvinden. 5. Overname verplichting na opheffing Haaren De betrokken gemeenten hebben aangegeven dat zij de verplichtingen overnemen. 6. Wijziging gemeenschappeiijke regeling In verband met de opheffing van Haaren en de toetreding van Oisterwijk en Tilburg moet de gemeenschappelijke regeling worden aangepast. Dat biedt tevens ruimte tot aanpassing van een aantal artikelen. De tijdens de vergadering en van de zijde van de provincie gemaakte opmerkingen worden verwerkt. Daarna wordt de regeling ter vaststelling aangeboden aan de deelnemende gemeenten. 7. Organisatie Stadsgewest per 1-1-2021 Het college van Meierijstad is begin december akkoord gegaan met de overname van de taken van het Stadsgewest. Carry Mulder neemt per direct de taken over van Peter de Leeuw als ambtelijk

ft

secretaris. Peter treedt per 1 februari uit dienst van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Meierijstad is nog wel op zoek naar opvolgers voor de taken van Theo Folmer (directeur) en Johan Bloemen (financiën). De voorzitter dringt er bij de heer Goijaarts op aan te bevorderen dat er snel een invulling komt. Met name continuïteit in de functie van directeur is cruciaal. Ook voor betrokkenen is het goed om snel te weten waar ze aan toe zijn. Beiden zeggen toe nog wel een kwartaal voor het gewest in hun functie werkzaam te willen zijn. De heer Goijaarts zegt toe hard aan de slag te gaan. 8.

Rondvraag De voorzitter dankt Peter de Leeuw voor zijn inzet als ambtelijk secretaris in de afgelopen 22 jaar. Hij wil er op een later moment nog bij stilstaan.. Verzocht is om de contactgegevens van Carry Mulder, de gegevens zijn cmulder@meieriistad.nl. Postbus 10001, 5460DA Veghel, 0413 381651. In de komende tijd worden deze gegevens ook doorgegeven aan de gemeenten.

11 januari 2021 Mr. P. de Leeuw, ambt. secretaris

Piiiii

S U D S G E W E SI

'S0ERTOGENBOSCH Aan de gemeenteraad,

Het algemeen bestuur van Stadsgewest ’s-Hertogenbosch legt u een voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Stadsgewest ’s-Hertogenbosch voor. De wijziging hangt samen met de opheffing van de gemeente Haaren en de verdeling van het grondgebied over 4 gemeenten. Het voorstel tot wijziging biedt ook ruimte voor actualisering van de regeling aan gewijzigde wet en regelgeving en gewijzigde praktijk binnen het gewest. Stadsgewest ‘s-Hertogenbosch Het Stadsgewest kent een lange historie. Daar kwam in 1998 een einde aan toen besloten werd om het gewest op de heffen en op de verschillende taakgebieden te zoeken naar een vorm van probleemgestuurde samenwerking zonder formele instituties. Dat betekende dat na 1998 alle taken die onder verantwoordelijkheid vielen van het gewest werden overgedragen aan de gemeenten. Ook werd de ambtelijke organisatie ontmanteld. Op dit moment, in 2021, resteert nog één taak nl. het beheer van de gesloten stortplaats Vlagheide. In artikel 4 van de regeling is deze taak vastgelegd. Tot 2003 is op de stortplaats afval gestort. Daarna is de stortplaats gesloten en tussen 2015 en 2019 afgedekt. Op grond van de wet is de bedoeling dat het beheer op enig moment overgaat naar de provincie Noord-Brabant voor eeuwigdurende nazorg.

Om de provincie financieel in staat te stellen die nazorg uit te voeren, moet op het moment van overdracht een doelvermogen worden betaald. Dat doelvermogen is en wordt opgebouwd in het nazorgfonds. Op dit moment geldt er tussen provincie en stortplaatsexploitanten een convenant. Op basis van dat convenant is vastgelegd dat tot 2025 maar zeer waarschijnlijk tot 2030 stortplaatsen niet worden overgedragen aan de provincie. Daar staat tegenover dat voorlopig de voorgenomen verhoging van de rekenrente, die gehanteerd wordt bij vaststelling van de hoogte van het benodigde doelvermogen, door de provincie niet wordt verlaagd. Overigens beslist het gewest zelf op welk moment de stortplaats wordt overgedragen. Een en ander betekent wel dat de gemeenschappelijke regeling nog enige jaren moet worden gecontinueerd. De jaarlijkse lasten van het beheer van de stortplaats worden ingaande 2021 gedekt uit een bedrag per inwoner. Onderliggende verdeelsleutel is het inwonertal per 1-1-1998 (datum in liquidatie gaan van het Stadsgewest). De verdeelsleutel is vastgelegd in de regeling in artikel 31 lid 3. Voor 2021 is de bijdrage geraamd op G 1,46. Daarnaast staan de deelnemende gemeenten garant voor betaling van het doelvermogen op het moment van overdracht. Zoals aangegeven is doelvermogen opgebouwd in het nazorgfonds. Maar daarbij is uitgegaan van een rentepercentage van 5,06%.

Bij verlaging van de rekenrente is het opgebouwde vermogen mogelijk ontoereikend en dienen de deelnemende gemeenten naar rato van het inwonertal het verschil bij te betalen.

/

i

Betrokkenheid deelnemende gemeenten De raden van de deelnemende gemeenten worden jaarlijks in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen over de begroting van het daaropvolgende jaar. De begroting met voorlopige jaarcijfers wordt uiterlijk half maart aangeboden aan de raden. Tot eind juni hebben de raden gelegenheid om een zienswijze in te dienen. Daarna stelt het bestuur met in acht name van de ingekomen zienswijzen de begroting vast. Ook worden de raden periodiek geïnformeerd over de voortgang van het beheer. Uitwerking gevolgen herindeling Haaren Thans voorliggende wijziging voorziet in de toetreding van de gemeenten Tilburg en Oisterwijk tot de regeling. Betrokken gemeenten zijn aansprakelijk voor de verplichtingen jegens het gewest voor de door aan hen toegedeelde gemeentedelen van Haaren: Tilburg vanwege Biezenmortel, Oisterwijk vanwege het dorpsdeel Haaren. De al aangesloten gemeenten Vught en Boxtel zijn verantwoordelijk voor resp. Helvoirt en Esch. Het inwonertal van de voormalige gemeente Haaren per 1-1-1998 was 14.006. Dit inwonertal wordt met gebruikmaking van de voor de herindeling vastgestelde verdeelsleutel over de vier gemeenten verdeeld. Toetreding tot de regeling betekent dat de raden van de gemeenten Tilburg en Oisterwijk uit het college van burgemeester en wethouders een lid moeten aanwijzen voor het algemeen bestuur.

Personeel Het Stadsgewest heeft geen eigen ambtelijk apparaat. De ambtelijke ondersteuning wordt geleverd door de gemeente Meierijstad dan wel door in te huren personeel (overeenkomst van opdracht). De regeling is ook hierop aangepast (artikel 29) Voorstel Wij verzoeken u bijgaande gewijzigde gemeenschappelijke regeling vast te stellen. Na vaststelling wordt de gewijzigde regeling gepubliceerd. Aan de raden van de gemeenten Tilburg en Oisterwijk wordt gevraagd uit het college van burgemeester en wethouders een lid aan te wijzen voor het algemeen bestuur.

Het bestuur van het Stadsgewest ’s-Hertogenbosch, De voorzitter

De secretaris

R. van de Mortel

W. van Hees

20 januari 2021

t

li:

IL^n.; n L IR:

iEiiliiiliiLHi? IffOS r-!:; ül";: ::i "Mr-!;:

S T A o S G E W E SI

'S0ERTOGENBOSCH

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING

De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Boxtel, 's-Hertogenbosch, Heusden, Maasdriel, Meierijstad, Oisterwijk, Sint Michielsgestel, Tilburg en Vught, ieder voor zoveel hun bevoegdheden betreft; overwegende dat de gemeenschappelijke regeling dient te worden aangepast in verband met de opheffing van de gemeente Haaren en de toetreding van de gemeenten Oisterwijk en Tilburg vanuit haar verantwoordelijkheid voor delen van de voormalige gemeente Haaren, gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen; gelet op de Regeling Stadsgewest ’s-Hertogenbosch; besluiten; de regeling Stadsgewest ’s-Hertogenbosch aldus te wijzigen, dat zij luidt als volgt: HOOFDSTUK I BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 Begrippen

1,

In de gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. De regeling: deze gemeenschappelijke regeling; b. Het openbaar lichaam: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, lid 1; c. Deelnemende gemeente; een aan deze regeling deelnemende gemeente; d. Gebied: het gezamenlijke grondgebied van de deelnemende gemeenten; e. Gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant.

2.

Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden in die artikelen in plaats van de gemeente, de raad, burgemeester en wethouders en de burgemeester, onderscheidenlijk het openbaar lichaam, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

3.

Waar in de regeling over personen, een mannelijk voornaamwoord dan wel een mannelijk functionarisbegrip gebruikt wordt, worden zowel mannelijke als vrouwelijke personen bedoeld.

t

HOOFDSTUK II ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 2 Het openbaar lichaam 1.

Er is een openbaar lichaam, genaamd “Stadsgewest ’s-Hertogenbosch”. Het is gevestigd te ’s-Hertogenbosch. Het omvat de aan de regeling deelnemende gemeenten.

Bestuursorganen 2.

Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. HOOFDSTUK III BELANGEN EN BEVOEGDHEDEN ^TAKENPAKKET^ Artikel 3

Doelstelling Het openbaar lichaam heeft tot doel vanuit de gedachte van gemeenschappelijk gedragen verantwoordelijkheid en overigens tegen de achtergrond van de in de considerans aangegeven overwegingen, de samenwerking vorm te geven. Artikel 4 Taken De deelnemende gemeenten werken via de onderhavige rechtspersoon samen ten aanzien van al die aan het Stadsgewest ’s-Hertogenbosch opgedragen taken en aangegane verplichtingen op het gebied van de Afvalverwerking voor (delen van) hun gemeenten, meer in het bijzonder het beheer van de gesloten stortplaats Vlagheide, gelegen in de gemeente Meierijstad. Artikel 5

Bevoeqdheden 1.

Aan het openbaar lichaam worden alle bevoegdheden van regeling en bestuur van de deelnemende gemeenten toegekend, die nodig zijn voor de uitvoering van taken die zijn genoemd in artikel 4.

HOOFDSTUK IV ALGEMEEN BESTUUR. SAMENSTELLING EN WERKWIJZE Artikel 6 Samenstellinq algemeen bestuur 1.

De raad uit elke deelnemende gemeente wijst uit zijn college van burgemeester en wethouders een persoon aan als lid van het algemeen bestuur.

2.

Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar in dienst van het openbaar lichaam dan wel een van de aan de regeling deelnemende gemeenten, met uitzondering van de ambtenaren van de burgerlijke stand, onderwijzend personeel in dienst van de gemeente en zij die als vrijwilliger, niet bij wijze van beroep, hulpdiensten verrichten vooreen van de aan de regeling deelnemende gemeenten of het openbaar lichaam. Met ambtenaar wordt voor de toepassing van deze bepaling gelijkgesteld hij, die in dienst van het openbaar lichaam dan wel van een van de regeling deelnemende gemeenten op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is. Artikel 7

Zittingsduur 1.

Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt.

2.

De raden van de deelnemende gemeenten beslissen in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van nieuwe leden van het algemeen bestuur.

3.

Hij die tussentijds ophoudt lid te zijn van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, die hem als lid van het algemeen bestuur heeft aangewezen, houdt daarmee tevens op lid van het algemeen bestuur te zijn.

4.

Indien tussentijds een plaats van een door een gemeenteraad aangewezen lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijst de raad van de gemeente, die het aangaat, zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.

5.

Van elke wijziging tot lid van het algemeen bestuur geven burgemeester en wethouders van de gemeente, die het aangaat, binnen acht dagen kennis aan de voorzitter van het openbaar lichaam. Artikel 8

Vergaderingen

1.

Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal, en voorts zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, of indien tenminste een vijfde van het aantal leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk aan de voorzitter verzoekt.

2.

Voor het bepalen van het tijdstip van de vergaderingen en het oproepen van de leden zijn de artikelen 19 en 20 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de voorzitter de openbare kennisgeving doet plaats hebben in een of meer dag- of nieuwsbladen welke in de deelnemende gemeenten verspreiding vinden. Artikel 9

Beraadslagingen 1.

De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Voor besloten vergaderingen wordt de procedure van artikel 25 van de Gemeentewet gevolgd, met dien verstande, dat een verzoek tot sluiting van de deuren door tenminste een vijfde van de aanwezige leden wordt gedaan.

2.

In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd, noch een besluit worden genomen over: a. De wijziging van de gemeenschappelijke regeling; b. De toelating van nieuw benoemde leden; c. De begroting, de wijzigingen daarvan en de rekening; d. Het invoeren, wijzigen of aanschaffen van verordeningen.

3.

In een besloten vergadering kan geen besluit worden genomen over; a. Het doen van een uitgave voordat de begroting of de begrotingswijziging waarbij deze uitgave is geraamd, is goedgekeurd; b. Het aangaan van geldleningen, het uitlenen van geld en het aangaan van rekening-courantovereenkomsten; c. Het geheel of gedeeltelijk vervreemden of bezwaren van de eigendommen van het Stadsgewest; d. Het onderhands verhuren, verpachten of in gebruik geven van eigendommen van het Stadsgewest; e. Het onderhands aanbesteden van werken of leveranties. Artikel 10

Besluitvormina 1.

Elk lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem.

2.

De leden, afkomstig uit een gemeente welke de rechten en verplichtingen, voortvloeiend uit één of meer taken of werkzaamheden, niet op zich heeft genomen, onthouden zich bij besluitvorming over deze taken van stemming.

3.

Met betrekking tot het quorum, de wijze van stemmen en de handhaving van de orde in de vergadering zijn de artikelen 20, 22, 26 tot en met 33 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing, tenzij het reglement van orde, bedoeld in artikel 11 anders bepaald. Artikel 11

Reglement van orde Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. HOOFDSTUKV DAGELIJKS BESTUUR SAMENSTELLING EN WERKWIJZE Artikel 12 Samenstelling 1.

Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en tenminste 2 andere leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen. Artikel 13

Zittingsduur 1.

De leden van het dagelijks bestuur treden als lid van dat bestuur af op de dag, waarop de zittingsperiode van het algemeen bestuur afloopt.

2.

Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant komt, kiest het algemeen bestuur een nieuw lid, met inachtneming van het bepaalde in artikel 12.

3.

Hij die als lid van het dagelijks bestuur ontslag neemt, of overeenkomstig het bepaalde in lid 1 moet aftreden, blijft zijn functie waarnemen totdat zijn opvolger zijn functie heeft aanvaard.

4.

Het lid van het dagelijks bestuur, dat tussentijds ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.

Artikei 14 Ontslag

Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Artikel 49 en 50 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 15 Vergaderingen 1.

Het dagelijkse bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste twee leden van het dagelijks bestuur zulks, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, dit aan de voorzitter verzoeken.

2.

Artikel 56 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

3.

In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelen de leden van het dagelijks bestuur onderling de werkzaamheden alsmede de onderlinge plaatsvervanging. De taakverdeling wordt medegedeeld aan het algemeen bestuur en aan de deelnemende gemeenten. HOOFDSTUK VI DE VOORZITTER Artikel 16

Benoeming, vervanging, ontslag 1.

De voorzitter van het openbaar lichaam wordt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode door het algemeen bestuur uitzijn midden aangewezen.

2.

Bij verhindering of ontstentenis wordt hij vervangen door een lid, uit en door het dagelijks bestuur aan te wijzen.

HOOFDSTUK VII

BEVOEGDHEDEN VAN DE BESTUURSORnANFN Artikel 17 Verdeling van bevoegdheden Ten aanzien van de bevoegdheden van het bestuur van het openbaar lichaam zijn van overeenkomstige toepassing de regels, in de ruimste zin, welke bij of krachtens de wet zijn gesteld voor de verdeling van de bevoegdheden van de gemeentebesturen over de gemeentelijke bestuursorganen voor de uitoefening van die bevoegdheden, alsmede voor het toezicht daarop, tenzij daarvan bij of krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen is afgeweken.

Artikel 18 Algemeen bestuur, afbakening van bevoegdheden Alle taken en bevoegdheden in het kader van deze regeling, die niet aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of een bestuurcommissie zijn opgedragen, behoren aan het algemeen bestuur. Artikel 19 Verordeningen Het algemeen bestuur is bevoegd de verordeningen vast te stellen, die noodzakelijk zijn binnen het kader van de in artikel 4 genoemde taken. Artikel 20 Dienstverlening 1.

Het algemeen bestuur is bevoegd om onder nadere door hem te stellen voorwaarden, aan niet aan de regeling deelnemende gemeenten toe te staan, gebruik te maken van diensten, dan wel bepaalde onderdelen daarvan, van het openbaar lichaam.

2.

Het gebruik en de daartoe strekkende voorwaarden, zoals bedoeld in het eerste lid, worden vastgelegd in een overeenkomst. HOOFDSTUK VIII COMMISSIES Artikel 21

Adviescommissies 1.

Het algemeen bestuur kan op voorstel van het dagelijks bestuur vaste commissies van advies en bijstand aan het dagelijks bestuur instellen.

2.

Het regelt op voorstel van het dagelijks bestuur de bevoegdheden en de samenstelling.

Artikel 22 Bestuurscommissies

1.

Het algemeen bestuur kan een bestuurscommissie insteilen. De artikelen 82 tot en met 86 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

2.

Het in het eerste lid bedoelde instellingsbesluit wordt in ontwerp aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden.

3.

Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van deze commissies dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de raden van elk van de deelnemende gemeenten, zoals bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 22a

Extern klachtrecht De behandeling van verzoekschriften zoals bedoeld in artikel 9; 18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, vindt plaats door de ombudscommissie van de gemeente ’s-Hertogenbosch. HOOFDSTUK IX INFORMATIE EN VERANTWOORDING Artikel 23 Informatieverschaffing door algemeen en dagelijks bestuur 1.

Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten, gevraagd of ongevraagd, alle inlichtingen die vooreen beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid, waaronder ook begrepen is het beleid van de bestuurscommissies, nodig is, indien het verstrekken daarvan niet in strijd is met het openbaar belang.

2.

Een verzoek om inlichtingen door één of meer leden van de raad van één van de deelnemende gemeenten dient schriftelijk te worden ingediend bij het dagelijks bestuur.

Artikel 24 Informatie- en verantwoordingsplicht leden algemeen bestuur 1.

Een lid van het algemeen bestuur geeft de gemeenteraad die hem als lid heeft aangewezen, mondeling of schriftelijk de door één of meer leden overeenkomstig het reglement van orde van de raad verlangde inlichtingen, waarvan het verstrekken niet in strijd is het met openbaar belang.

2.

Alvorens de gevraagde inlichtingen de verstrekken kan hij zich daarover laten adviseren door het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam.

Artikel 25 Verantwoording dagelijks bestuur 1.

De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur, waaronder ook begrepen is het bestuur van de bestuurscommissies.

2.

Zij geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door één of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang, op de wijze zoals die geregeld is in het algemeen reglement van orde van het openbaar lichaam.

Artikel 26 Informatie- en verantwoordingsplicht voorzitter Het bepaalde met betrekking tot het dagelijks bestuur in de artikelen 23 en 25 is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.

HOOFDSTUK X VERGOEDINGEN Artikei 27 Vergoedingen Aan de leden van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur wordt geen tegemoetkoming in de kosten voortvloeiende uit hun werkzaamheden als lid van het bestuur uitgekeerd.

HOOFDSTUK XI SECRETARIS Artikel 28 Secretaris

1.

Het algemeen bestuur kiest uit de leden van het dagelijks bestuur een secretaris en regelt zijn vervanging.

2.

De stukken die van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur uitgaan, worden door hem medeondertekend.

Artikel 29 Ambteliike ondersteuning De ambtelijke ondersteuning van het openbaar lichaam alsmede personeel werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht dan wel op basis van overeenkomst van opdracht wordt in overleg met het dagelijks bestuur ingevuld door de gemeente Meierijstad.

HOOFDSTUK XII FINANCIËLE BEPAI INGFN Artikel 30 Financiële administratie, aeldeliik beheer en controle 1.

Het algemeen bestuur stelt regelen vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het kasbeheer van het openbaar lichaam.

2.

Ten aanzien van de controle op het geldelijke beheer en de financiële administratie zijn de artikelen 214 en 215 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

3.

Het algemeen bestuur stelt regels vast omtrent de verzekering van de gelden van het openbaar lichaam tegen benadeling door derden.

Artikel 31 Begroting 1.

Het dagelijks bestuur maakt jaarlijks een ontwerpbegroting van baten en lasten op voor het daarop volgende jaar. De ramingen in dit ontwerp moeten worden toegelicht. De begroting gaat vergezeld van een meerjarenraming voor het lopende en de drie op het begrotingsjaar volgende jaren.

2.

In de begroting wordt aangegeven de, naar raming, door elke aan de regeling deelnemende gemeente voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft verschuldigde bijdrage.

3.

Voorzover de in lid 2 bedoelde bijdrage berekend wordt naar verhouding van de inwonertallen, wordt uitgegaan van het inwonertal op 1 januari 1998. Voorde vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.

4.

Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting alsmede de voorlopige jaarrekening van het afgelopen jaar toe aan de raden van de deelnemende gemeente, uiterlijk 14 weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

5.

Indien de raden van de deelnemende gemeenten omtrent de ontwerpbegroting aan het dagelijks bestuur vóór de aanbieding aan het algemeen bestuur van hun gevoelen hebben doen blijken, voegt het dagelijks bestuur de ontvangen commentaren waarin dit gevoelen is vervat bij de ontwerpbegroting.

6.

Na vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur, uiterlijk 15 juli, zendt het dagelijks bestuur daarover bericht aan: a. De raden van de deelnemende gemeenten. b. Gedeputeerde staten (voor 1 augustus) met het verzoek om de begroting goed te keuren.

7.

Op wijzigingen van de begroting zijn de voorafgaande bepalingen van dit artikel van overeenkomstige toepassing voor zover de begrotingswijziging een verhoging geeft voor de bijdrage van de gemeenten. De overige begrotingswijzigingen kunnen vastgesteld worden door het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur.

Artikel 32 De rekening 1.

Van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk dienstjaar verantwoording gedaan aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de rekening met de daarbij behorende bescheiden. Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van een onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet, aangewezen deskundige, alsmede hetgeen het te zijner verantwoording dienstig acht.

2.

Het algemeen bestuur stelt de rekening voorlopig vast vóór 15 juli, volgend op het jaar, waarop zij betrekking heeft, en zendt deze voor 15 juli daaropvolgend aan gedeputeerde staten ter vaststelling. Van de vaststelling wordt mededeling gedaan aan de deelnemende gemeenten.

3.

De vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden.

4.

In de rekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen.

5.

De kosten worden, rekening houdende met andere inkomsten, over de deelnemende gemeenten verdeeld, naar verhouding van het inwonertal, tenzij in de begroting een andere verdeelsleutel is vastgesteld. HOOFDSTUK XIII TOETREDING. UITTREDING. WIJZIGING. OPHEFFING Artikel 33

Toetreding 1.

Over het door andere gemeenten deelnemen aan de regeling beslist het algemeen bestuur.

2.

Het algemeen bestuur stelt de regels vast, waaronder het deelnemen aan de regeling wordt toegestaan.

3.

De toetreding gaat in op een in overleg met de desbetreffende gemeente te bepalen datum.

Artikel 34 Uittreding 1.

Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van een daartoe strekkend besluit van zijn bevoegde bestuursorganen. Het algemeen bestuur kan aan de uittreding voorwaarden verbinden.

2.

Onder de geschillen omtrent de uitvoering of toepassing van de regeling als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, is steeds begrepen een geschil over de (uitvoering van de) voorwaarden.

3.

Het algemeen bestuur keurt de uittreding goed door vaststelling en regeling van de financiële gevolgen alsmede de overige gevolgen van uittreding.

4.

De uittreding vindt plaats op 1 januari van het jaar, volgende op dat waarin de in het derde lid bedoelde goedkeuring is ontvangen, voor zover daarbij niet anders is bepaald.

Artikel 35

Wiiziqinq van de reqelinq 1.

De regeling kan worden gewijzigd bij een daartoe strekkend besluit van de organen van de deelnemende gemeente.

2.

Een voorstel tot wijziging kan worden gedaan door het algemeen bestuur en door de raden van één of meer van de deelnemende gemeenten.

3.

De wijziging van de regeling treedt in werking na publicatie in de Staatscourant.

Artikel 36 Opheffinq

3.

1.

De regeling wordt opgeheven indien de organen van twee-derde van het aantal deelnemende gemeenten, die tezamen minstens twee-derde van het inwonerstal van het gebied vertegenwoordigen, daartoe besluiten.

2.

Ingeval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.

Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld. 4. De organen van het openbaar lichaam blijven, zonodig, na het tijdstip van beëindiging van de regeling in functie, totdat de liquidatie is voltooid. 5.

De opheffing gaat in op na publicatie in de Staatscourant.

HOOFDSTUK XIV OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 37 Overqanqsbepalinq De eerste aanwijzing van leden van het algemeen bestuur moet uiteriijk acht weken na de dag van in werking treden van de regeling hebben plaatsgevonden.

Artikel 38 Toezendinq aan GS en aan de gemeenten: inwerkingtreding; qeldinq

1

1.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch draagt zorg voor de toezending van de regeling aan gedeputeerde staten als bedoeld in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en aan de besturen van de deelnemende gemeenten.

2.

De regeling geldt voor onbepaalde tijd.

» *

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=33506022-ef38-4ffe-8e06-c9e58c97f18b