Bijlage 1: Uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit 2030
Tekst van het document
Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel
Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel
T:
14 0413
E:
info@meierijstad.nl
W:
www.meierijstad.nl
IBAN: NL09 BNGH 0285 1701 04
UITVOERINGSPROGRAMMA LUCHTKWALITEIT 2030
Gemeente Meierijstad December 2021
INHOUD
1.
Aanleiding en doelstelling............................................................................................3 1.1 Gezondheid...............................................................................................................3 1.2 Schone lucht .............................................................................................................3 1.3 Van grenswaarden naar gezondheidswaarden ........................................................3 1.4 De link met ander beleid ...........................................................................................4 1.5 Doelstelling ...............................................................................................................6
2.
Het kader .....................................................................................................................7 2.1 Europese grenswaarden en het NSL ........................................................................7 2.2 De omgevingswet .....................................................................................................7 2.3 Besluit kwaliteit leefomgeving ...................................................................................7 2.4 Het Schone Lucht Akkoord .......................................................................................7
3.
Luchtkwaliteit in Meierijstad.........................................................................................8 3.1 Stikstofdioxide ...........................................................................................................8 3.2 Fijnstof.......................................................................................................................8
4.
Onze aanpak .............................................................................................................10 4.1 Wat doen we al? .....................................................................................................10 4.1.1 Ruimtelijke ordening .........................................................................................10 4.1.2 Vergunningverlening ........................................................................................10 4.1.3 Bijhouden Monitoring NSL................................................................................11 4.2 Wat gaan we doen? ................................................................................................11 4.2.1 Mobiliteit ...........................................................................................................11 4.2.2 Mobiele werktuigen ..........................................................................................12 4.2.3 Industrie............................................................................................................13 4.2.4 Woningen en houtstook....................................................................................13 4.2.5 Binnenvaart en havens.....................................................................................14 4.2.6 Landbouw
.........................................................................................................14 4.2.7 Participatie, communicatie en monitoring.........................................................15 4.2.8 Overig ...............................................................................................................16
5.
Financien en monitoring ............................................................................................17
Bijlagen .............................................................................................................................17
1.
AANLEIDING EN DOELSTELLING
Ons kenmerk 1948.2.003.385
Pagina 2 van 17
datum december 2021
1.1 GEZONDHEID Een goede gezondheid is voor iedereen van groot belang. Gezonde mensen hebben in het algemeen een betere kwaliteit van leven, kunnen beter voor zichzelf zorgen en doen minder beroep op de zorg. Naast de sociale leefomgeving dat de zelf- en samenredzaamheid bevordert stimuleert de fysieke leefomgeving de gezondheid. Voor een gezonde stad zijn goede luchtkwaliteit, weinig geluidsoverlast en een slimme en gezonde stadsinrichting belangrijk. Als de openbare ruimte van goede kwaliteit is, kan dit een positieve invloed hebben op de gezondheid. Het verbeteren van de luchtkwaliteit draagt hier aan bij. Meer bewegen (o.a. fietsgebruik), voorbeeldgedrag en bevorderen gezonde mobiliteit zal op termijn voor een gezondere omgeving en daarmee voor een betere gezondheid van onze bewoners zorgen.
1.2 SCHONE LUCHT De luchtkwaliteit is de afgelopen decennia in Nederland weliswaar sterk verbeterd, maar vervuilde lucht zorgt toch nog steeds voor ernstige gezondheidsschade. Volgens onderzoeken van het RIVM overlijden jaarlijks maar liefst 11.000 Nederlanders vroegtijdig door luchtverontreiniging. Gemiddeld leven we in Nederland negen maanden korter door een slechte luchtkwaliteit en bij één op de vijf kinderen met astma is de ziekte hieraan gerelateerd. Na roken behoort luchtverontreiniging tot een van de belangrijkste risicofactoren voor de gezondheid. Reden genoeg om in Meierijstad werk te maken van schone lucht. Dat doen we niet alleen, maar samen met het Rijk, de provincies en andere gemeenten. Luchtkwaliteit houdt zich namelijk niet aan gemeentegrenzen. Om deze samenwerking te bekrachtigen is het Schone Lucht Akkoord (SLA) samen met de regio Noordoost Brabant getekend. Dit Uitvoeringsprogrammal luchtkwaliteit sluit aan bij het SLA en bij ons eigen collegewerkprogramma Mijlpalen van Meierijstad. Het beschrijft hoe we in Meierijstad werken aan gezonde en frisse lucht voor iedereen.
1.3 VAN GRENSWAARDEN NAAR GEZONDHEIDSWAARDEN In het verleden lag onze focus bij de aanpak van luchtverontreiniging vooral op het oplossen en voorkomen van knelpunten. De Europese grenswaarden voor stikstofoxiden en fijnstof (PM10) vormden daarbij het uitgangspunt en het verkeer werd gezien als de belangrijkste bron. Door het schoner worden van vervoersmiddelen en door verkeersmaatregelen in de stad, worden de grenswaarden in Meierijstad inmiddels nergens meer overschreden. Maar dat betekent niet dat overal in Meierijstad sprake is van gezonde lucht. Fijnstof is nog steeds een punt van zorg, zeker als het gaat om doelgroepen met een hoog risico zoals kinderen en mensen met een longaandoening. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteert voor fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2.5) inmiddels adviesnormen die een factor twee lager liggen dan de Europese grenswaarden. Vooral zeer fijnstof, roet en ultrafijnstof leveren ook bij lage concentraties gezondheidsschade op. Een echte gezondheidswaarde is voor deze stoffen eigenlijk niet aan te geven. Omdat we de gezondheid van onze inwoners hoge prioriteit geven, gaan we met onze luchtkwaliteitsaanpak verder dan de grenswaarden.
Daarom hebben we met de ondertekening van het Schone Lucht Akkoord toegezegd dat we ons niet alleen richten op het naleven van de Europese en landelijke grens- en omgevingswaarden, maar gaan toe werken naar de advieswaarden van de WHO.
Ons kenmerk 1948.2.003.385
Pagina 3 van 17
datum december 2021
Figuur: RIVM
1.4 DE LINK MET ANDER BELEID Het Uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit richt zich vooral op de gezondheid en het welzijn van onze inwoners. Daarmee draagt het direct bij aan het gezondheidsbeleid van Meierijstad. Maar we leggen ook een link met andere beleidsvelden waar we in Meierijstad aan werken en zorgen ervoor dat we zogenaamde ‘koppelkansen’ optimaal benutten. Dat betekent dat we voorrang geven aan maatregelen die niet alleen leiden tot een betere luchtkwaliteit, maar ook bijdragen aan andere beleidsdoelen zoals gezondheid, energietransitie en natuur. Gezondheidsbeleid Het beleidsplan “Samen gezond in Meierijstad” gaat uit van het concept Positieve Gezondheid. In dit concept wordt gezondheid niet meer gezien als de af- of aanwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met hun fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk zelf regie te voeren. Daarmee is gezondheid niet langer enkel een thema voor zorgprofessionals, maar kan een ieder zijn bijdrage leveren aan gezondheid. Daarbij moeten we zeker ook denken aan de fysieke leefomgeving van de mens. Het doel van het gezondheidsbeleid is om gezondheidsachterstanden tussen inwoners / doelgroepen te verkleinen. Bepaalde doelgroepen krijgen waar nodig meer aandacht. De sleutel tot het verkleinen van gezondheidsachterstanden tussen inwoners is gedragsverandering.
En dan specifiek gedragsverandering op een structurele manier. De bron van het gedrag moet aandacht krijgen, maar ook de omgeving. In de omgeving zijn er namelijk ook mogelijkheden om te werken aan positieve gezondheid, denk aan het creëren van een aantrekkelijke buurt om te bewegen (met bijvoorbeeld groen en speelvoorzieningen), het hebben van voldoende ontmoetingsplekken voor sociale cohesie en zorgen voor schone lucht (aandacht voor zoönose (intensieve veehouderij)) en het reduceren van geur- en geluidsoverlast. Energie- en klimaatbeleid
Ons kenmerk 1948.2.003.385
Pagina 4 van 17
datum december 2021
Nederland is een van de ondertekenaars van het Klimaatakkoord van Parijs. Op grond van dit akkoord werken landen wereldwijd aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Het belangrijkste broeikasgas is CO2 dat vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen. Om te voldoen aan de klimaatafspraken moeten we in Nederland en dus ook in Meierijstad op termijn (2050) vrijwel volledig stoppen met het gebruik van deze brandstoffen. Om dit doel te bereiken heeft de gemeente Meierijstad de duurzaamheidvisie “Samen werken aan een duurzaam Meierijstad in 2050” vastgesteld. Warmtetransitie Op grond van het landelijke Klimaatakkoord hebben de Nederlandse gemeenten een belangrijke regisserende rol gekregen in de warmtetransitie. Concreet betekent dit dat elke gemeente in 2021 een vastgestelde Transitievisie Warmte (TVW) moet hebben, waarin de route naar een aardgasvrije, duurzaam verwarmde samenleving wordt beschreven. In Meierijstad is hier al enige tijd geleden een start mee gemaakt. Gezamenlijk werken de betrokken partijen sindsdien aan de voorbereiding van de Transitievisie Warmte en enkele pilotprojecten. Daarbij wordt rekening gehouden met de Regionale Energiestrategie (RES) die eveneens in ontwikkeling is. De warmtetransitie moet uiteindelijk leiden tot een verminderde uitstoot van broeikasgassen, maar ook een verminderde uitstoot van stikstofoxiden.
Voor de luchtkwaliteit in Meierijstad is dit positief. Maar er zijn ook risico’s. Daarbij gaat het vooral om de inzet van biomassa als (tijdelijk) alternatief voor aardgas en de mogelijke uitstoot die dit met zich meebrengt. Vanuit het Uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit volgen we de ontwikkelingen nauwgezet en komen we in actie wanneer dit nodig is. Natuurbeleid Om bijzondere natuurgebieden te beschermen, zijn in Europa de zogeheten Natura 2000gebieden aangewezen. Stikstofverbindingen zoals stikstofoxiden en ammoniak kunnen een bedreiging vormen voor deze gebieden. Wanneer de uitstoot te hoog is, wordt de balans verstoord en komt het voortbestaan van planten- en diersoorten in gevaar. Om de Natura 2000gebieden te beschermen, moet voor activiteiten in de buurt van deze gebieden een vergunning worden aangevraagd. De discussie over landelijke PAS-systematiek (Programmatische Aanpak Stikstof) heeft er toe geleid dat bij elk project moet worden aangetoond dat er geen negatieve effecten zijn op natuur in Natura 2000-gebieden. Landelijk heeft dit consequenties voor ruimtelijke ontwikkelingen (de bouw), infrastructurele projecten en andere activiteiten waar een vergunning voor nodig is. In Meierijstad zijn de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden het ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ en ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’. Deze gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie.
Gelet op de ligging ten opzichte van Meierijstad, heeft de stikstofproblematiek in Meierijstad tot dusver beperkte consequenties. Alleen bij grotere projecten (meer dan 100 woningen bijvoorbeeld) en bedrijven die een Natura 2000-vergunning moeten aanvragen, zijn soms extra inspanningen nodig om het effect op de Natura 2000-gebieden tot nul te reduceren. Door de rijksoverheid wordt gewerkt aan een nieuwe landelijke beleidslijn. Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS) In het provinciaal bestuursakkoord 2020 – 2023 wordt ingezet op de dalende depositielijn in de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Hiermee wordt een verschuiving van de beschikbare ontwikkelruimte mogelijk gemaakt, evenals een blijvende inzet op maatregelen voor natuurherstel. In de ontwikkelaanpak wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen korte en lange termijn; tussen gebiedsspecifieke en algemene maatregelen. De stikstofaanpak en onze luchtkwaliteitsaanpak versterken elkaar. De maatregelen die we in het Uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit beschrijven, zorgen voor een vermindering van de
Ons kenmerk 1948.2.003.385
Pagina 5 van 17
datum december 2021
stikstofdepositie en dragen zo bij aan meer balans in de natuur. Dat geldt andersom ook. Stikstofmaatregelen die getroffen worden om de natuur te beschermen, zijn over het algemeen ook vanuit gezondheidsoverwegingen positief. Om een goede balans te kunnen vinden is blijvend inzetten op innovatie en het voortzetten van veranderingen noodzakelijk.
1.5 DOELSTELLING Door het uitvoeren van het Uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit werken we in Meierijstad aan het realiseren van een luchtkwaliteit die hoort bij een gezond en prettig leefklimaat. Samen met de andere partijen die het Schone Lucht Akkoord hebben ondertekend, streven we met onze aanpak van luchtverontreiniging naar minimaal 50% gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016. Concreet betekent dit dat we: o o o
2.
voldoen aan de wettelijke grens- of omgevingswaarden voor luchtkwaliteit die het Rijk heeft gesteld; stapsgewijs toewerken naar de gezondheidsadvieswaarden van de WHO voor fijnstof en zeer fijnstof (2030); risico’s ten gevolge van andere emissies zoveel mogelijk voorkomen of beperken.
HET KADER
Ons kenmerk 1948.2.003.385
Pagina 6 van 17
datum december 2021
2.1 EUROPESE GRENSWAARDEN EN HET NSL De Europese Unie heeft grenswaarden voor luchtkwaliteit vastgesteld. Voor Nederland zijn vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) belangrijk. Deze grenswaarden zijn opgenomen in titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Vanuit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) werken overheden in Nederland gezamenlijk aan het oplossen van de knelpunten op plekken waar de grenswaarden nog worden overschreden. In Meierijstad is dit niet meer aan de orde. De belangrijkste grenswaarden betreffen: Stof Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10 ) Zeer fijnstof (PM2,5)
Norm Jaargemiddelde Jaargemiddelde Jaargemiddelde
Concentratie 40 µg/m3 40 µg/m3 20 µg/m3
2.2 DE OMGEVINGSWET In 2022 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijft het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht. Daarna moet de aandacht voor luchtkwaliteit worden verankerd in het lokale omgevingsbeleid. Van gemeenten wordt verwacht dat zij in elk geval de wettelijke omgevingswaarden overnemen in hun beleid. In de volgende paragraaf leggen we uit wat dat betekent. Gemeenten kunnen echter nog een stap verder gaan en via het Omgevingsplan strengere of aanvullende omgevingswaarden vaststellen.
2.3 BESLUIT KWALITEIT LEEFOMGEVING In de Omgevingswet wordt het begrip omgevingswaarde gebruikt. De omgevingswaarden die horen bij een veilige en gezonde leefomgeving zijn door het rijk vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl, 3 juli 2018). Voor luchtkwaliteit hanteert de Rijksoverheid omgevingswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijnstof, benzeen, lood, koolmonoxide en ozon. Deze waarden sluiten aan op de Europese grenswaarden.
2.4 HET SCHONE LUCHT AKKOORD Op 13 januari 2020 hebben gemeenten, provincies en het Rijk het Schone Lucht Akkoord getekend. De ondertekening is een eerste stap om met gebundelde krachten de luchtkwaliteit te verbeteren. De gezamenlijke ambitie is het realiseren van een permanente verbetering van de luchtkwaliteit, met minimaal 50% gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016. De WHOadvieswaarden voor (zeer) fijnstof vormen hierbij een belangrijk uitgangspunt. De maatregelen die de gezamenlijke overheden uitvoeren, zijn voor een deel maatregelen die landelijk worden opgepakt, zoals het invoeren van een nieuwe roetfiltertest voor dieselauto’s. Voor deze is het Rijk aan zet. Uiteraard ondersteunen we deze maatregelen, waar dat mogelijk is. In dit Uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit beschrijven we hoe onze gemeentelijke aanpak hierop aansluit.
3.
LUCHTKWALITEIT IN MEIERIJSTAD
Ons kenmerk 1948.2.003.385
Pagina 7 van 17
datum december 2021
3.1 STIKSTOFDIOXIDE De wettelijke grenswaarde voor stikstofdioxide (jaargemiddelde maximaal 40 microgram/m3) wordt in Meierijstad nergens overschreden. Wel zijn er binnen Meierijstad grote verschillen in de concentratie stikstofdioxide, zoals uit onderstaand kaartje blijkt. Drukke (snel)wegen zijn herkenbaar als rode lijnen. Daar zit veel stikstofdioxide in de lucht. Ook in kernen zijn hogere concentraties zichtbaar. Dit komt doordat stikstofdioxide in uitlaatgassen van verkeer zit. Ook industrie is een bron.
Figuur: Atlas leefomgeving RIVM
Om de concentratie stikstofdioxide in de gaten te houden, gebruiken we de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Met deze tool wordt de luchtkwaliteit in Nederland inzichtelijk gemaakt, onder meer op basis van verkeersgegevens die we als gemeente jaarlijks updaten.
3.2 FIJNSTOF Ook voor fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) gelden Europese grenswaarden, die in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving als omgevingswaarden zijn overgenomen (PM10: jaargemiddelde maximaal 40 microgram/m3, PM2,5: jaargemiddelde maximaal 20 microgram/m3). De betreffende waarden worden in Meierijstad nergens (dreigend) overschreden.
Fijnstof (PM10)
Ons kenmerk 1948.2.003.385
Pagina 8 van 17
datum december 2021
Op onderstaand kaartje lichten de kernen op als gele en lichtoranje vlekken. Op deze plekken zit er meer fijnstof in de lucht dan op andere plekken. Dit komt omdat naast verkeer ook veestallen, industrie en houtstook bronnen zijn.
Figuur: Atlas leefomgeving RIVM
Zeer fijnstof (PM2,5) Op onderstaand kaartje is zichtbaar hoeveel zeer fijnstof er gemiddeld in de lucht zit. Het gaat om PM2,5: deeltjes die kleiner zijn dan 2,5 micrometer. Hieruit blijkt dat er in Meierijstad over het algemeen een concentratie heerst van 11 microgram/m3. Enkele plekken kennen een concentratie van 12 microgram/m3.
Figuur: Atlas leefomgeving RIVM
4.
ONZE AANPAK
Ons kenmerk 1948.2.003.385
Pagina 9 van 17
datum december 2021
4.1 WAT DOEN WE AL? Voor luchtkwaliteit voeren we al diverse wettelijke taken uit die zijn gericht op het voldoen aan de huidige grenswaarden (zie paragraaf 2.1). Deze zijn hieronder kort beschreven. 4.1.1 RUIMTELIJKE ORDENING Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toetsen we aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit zoals vastgelegd in titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Daarbij besteden we extra aandacht aan kwetsbare doelgroepen zoals vastgelegd in het Besluit gevoelige bestemmingen. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit beperkt de bouw van gevoelige functies nabij snelwegen en provinciale wegen. Hierbij gaat het om bestemmingen zoals scholen, kinderdagverblijven, verzorgings- en verpleegtehuizen. Hiervoor stelt het besluit onderzoekszones in. Binnen die onderzoekszones is luchtkwaliteitsonderzoek nodig. Ze zijn aan weerszijden 300 meter breed bij rijkswegen en 50 meter bij provinciale wegen. Het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming' mag niet toenemen als de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden. Op zo'n plek mag bijvoorbeeld een school zich niet vestigen. Niet In Betekenende Mate (NIBM)-regeling Projecten die slechts zeer beperkt bijdragen aan de luchtverontreiniging zijn uitgezonderd van toetsing aan de wetgeving.
In de Regeling NIBM is hiervoor een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. In de praktijk blijkt het merendeel van de nieuwe ontwikkelingen onder deze regeling te vallen. 4.1.2 VERGUNNINGVERLENING We betrekken het aspect luchtkwaliteit bij de vergunningverlening (oprichten of veranderen van de inrichting). Een vergunning wordt enkel verleend indien aannemelijk is gemaakt dat voldaan wordt aan (minimaal) één van de volgende criteria: • • • •
Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. Er is - al dan niet per saldo - geen verslechtering van de luchtkwaliteit. De bijdrage aan de concentratie van een stof is ‘niet in betekenende mate' (NIBM). Het project is genoemd of past binnen het NSL of binnen een regionaal programma van maatregelen.
Bij het NIBM-criterium gaat het om de (extra) bijdrage door de oprichting of verandering van de inrichting. Er wordt dus een vergelijking gemaakt met een eventuele eerder verleende vergunning. Bij de vergunningaanvraag moet informatie verstrekt worden. We toetsen/motiveren dan of de inrichting aan de eisen voor luchtkwaliteit kan voldoen. Daarbij wordt gekeken naar vervoersbewegingen en de gevolgen voor de leefomgeving van emissies ‘uit de pijp'. De Omgevingsdienst Brabant Noord verzorgt de vergunningverlening en daarmee ook de toetsing van luchtkwaliteit voor de gemeente Meierijstad.
Ons kenmerk 1948.2.003.385
Pagina 10 van 17
datum december 2021
4.1.3 BIJHOUDEN MONITORING NSL Het NSL is al kort aangestipt in hoofdstuk 2 van dit uitvoeringsprogramma. De voortgang hiervan wordt gemonitord met een jaarlijkse monitoringsronde. Hiertoe controleren we gegevens over het verkeer en grote veehouderijen in de gemeente Meierijstad. Waar nodig actualiseren en accorderen we deze. Dit gebeurt aan de hand van een database met gegevens in de monitoringstool. Dit is een webbased applicatie. Op basis van deze gegevens berekent het RIVM elk jaar de luchtkwaliteit en koppelt de resultaten terug aan de gemeenten. Ook verwerkt het RIVM het resultaat in het jaarlijkse monitoringsrapport. De Omgevingsdienst Brabant Noord verzorgt deze monitoring voor de gemeente Meierijstad.
4.2 WAT GAAN WE DOEN? Door onze deelname aan het Schone Lucht Akkoord committeren wij ons aan het verder verbeteren van de luchtkwaliteit. Onze inspanningen zijn onder te verdelen in de volgende zeven thema’s die in het Schone Lucht Akkoord worden onderscheiden: 1. Mobiliteit 2. Mobiele werktuigen 3. Industrie 4. Woningen en houtstook 5. Binnenvaart en Havens 6. Landbouw 7. Participatie Deze thema’s worden hieronder kort toegelicht. Voor twee thema’s hebben we gekozen om deel te nemen aan pilots, te weten: Woningen & houtstook en Participatie. Dit betekent dat we actief onderzoeken of en hoe we hieruit voortkomende maatregelen kunnen implementeren. Alle concrete acties die uit de zeven thema’s voortvloeien zijn opgenomen in een tabel welke te vinden is in bijlage 1. Dit is een vast format waarin per maatregel wordt aangegeven wanneer het naar verwachting wordt uitgevoerd. Een deel ervan zijn vaste maatregelen, een deel ervan zijn aanvullende maatregelen. 4.2.1 MOBILITEIT Voor het wegverkeer wordt ingezet op een verdere aanscherping van de Europese emissie-eisen voor voertuigen, het verduurzamen van de mobiliteit door het voorkomen, verkorten en veranderen van verplaatsingen en een verdere verbetering van de monitoring en het toezicht in Nederland.
Ook de maatregelen uit het Klimaatakkoord, waaronder elektrificatie, kwaliteitssprong fiets, de werkgeversaanpak en efficiënte logistiek leveren aanzienlijke reducties op. Duurzame mobiliteitsvisie De gemeente Meierijstad heeft een duurzame mobiliteitsvisie opgesteld. De visie gaat in op de nieuwe trends en ontwikkelingen. In de visie staat hoe we de komende jaren om willen gaan met zaken als bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid. De visie gaat zowel over infrastructuur (en techniek) als over gedrag. Veel ontwikkelingen hebben een positieve invloed op de luchtkwaliteit (denk aan stimuleren fietsgebruik en stimuleren thuiswerken via werkgeversbenadering). Er wordt actief gezocht naar koppelkansen voor luchtkwaliteit in projecten die uit de duurzame mobiliteitsvisie voortvloeien.
Ons kenmerk 1948.2.003.385
Pagina 11 van 17
datum december 2021
In de Duurzame mobiliteitsvisie Meierijstad hebben we per hoofdambitie een deelprogramma opgenomen (met maatregelen, projecten verdeeld over lobby, pilot, investeringen). De figuur naast de ambities met de 4 v’s van verplaatsingen komt uit de Duurzame mobiliteitsvisie van de regio Noordoost-Brabant. Daar koersen wij ook op. Duurzame mobiliteit gaat over het verduurzamen van de mobiliteit. Mogelijkheden zijn: 1. Voorkomen of verminderen van verplaatsingen per auto bijvoorbeeld door stimuleren thuiswerken. 2. Verkorten van verplaatsingsafstanden bijvoorbeeld door knooppuntontwikkeling of door woningen in bestaand stedelijk gebied te bouwen. 3. Veranderen van de vervoerwijze keuze in de richting van lopen en fietsen en meer openbaar vervoer door bijvoorbeeld aanleg goede fietsvoorzieningen, hogere frequentie van de bus. 4. Verschonen van gemotoriseerde vervoermiddelen door inzet op elektrisch vervoer, biobrandstoffen of zuiniger rijgedrag. We beginnen bij 1 en pakken 4 als laatste aan.
4.2.2 MOBIELE WERKTUIGEN Mobiele werktuigen zoals bouwmachines, veegwagens, aggregaten en landbouwwerktuigen dragen ondanks hun beperkte aantal voor 10% bij aan de negatieve gezondheidseffecten van binnenlandse bronnen. Evenals bij het wegverkeer zijn de Europese emissie-eisen van groot belang voor de afname van de emissies. Voor mobiele werktuigen zoals bouwmachines is een forse gezondheidswinst mogelijk door het versneld schoner maken van de machines, vooral via de overheidsaanbestedingen van wegen en werken. Als het gaat om de inzet van mobiele werktuigen, zal het rijk samen met enkele
Ons kenmerk 1948.2.003.385
Pagina 12 van 17
datum december 2021
gemeenten onderzoek doen naar de opzet van gunningscriteria die in aanbestedingen kunnen worden gebruikt. Deze gunningscriteria zullen wij dan inzetten. 4.2.3 INDUSTRIE In de industrie en energiesector wordt ingezet op het aanscherpen van de gehanteerde emissieeisen in de vergunningverlening en het verbeteren van de algemene minimum (emissie-)eisen voor de industrie en energiesector in de regelgeving. De sluiting van kolencentrales die wordt voorzien in het Klimaatakkoord, kan ook een grote bijdrage leveren aan vermindering van de fijnstofblootstelling. Eventuele inzet van biomassa, als vervanging van fossiele brandstoffen, mag hierbij niet leiden tot een toename van luchtverontreiniging. DOE Meierijstad (Duurzaam Ondernemend Energiek) Sinds 2020 werken gemeente Meierijstad en het bedrijfsleven samen aan verduurzaming, binnen samenwerkingsverband ‘DOE Meierijstad’ (Duurzaam Ondernemend Energiek). In de propositie van juni 2020 staat het volgende: “Op korte termijn ligt de focus op de energietransitie: het aandeel dat de industrie (en bedrijfsgebouwen) van ondernemend Meierijstad heeft in de totale CO2-uitstoot van de gemeente.
Waar mogelijk agenderen we ook gunstige bijeffecten van de energietransitie, bijvoorbeeld verbetering van de luchtkwaliteit.” 4.2.4 WONINGEN EN HOUTSTOOK De meeste hinder en gezondheidsschade levert houtrook op in dichtbevolkte gebieden, op dagen met ongunstig weer en door onjuist stookgedrag. Fijnstof dat in de lucht komt door houtverbranding is schadelijk. Voor de gezondheid is het beter om uitstoot van stoffen door verbranding, uit welke bron dan ook, te beperken. Bewustwording Vooral nat hout of afvalhout stoken of de kachel aansteken bij weersomstandigheden waarbij de rook blijft hangen, zorgt ervoor dat de concentraties fijnstof lokaal erg hoog worden. Niet iedereen weet dat dit de gezondheid negatief beïnvloedt van degenen die om het vuur zitten en van mensen in de buurt. Bewustwording is dus belangrijk, opdat mensen hun houtstookgedrag aanpassen. Wij zullen de stookwijzer ter voorkoming van overlast door houtstook op onze gemeentelijke website publiceren, daarbij zetten we richting het stookseizoen social media in om inwoners te wijzen op het bestaan van deze stookwijzer. Ook wordt hierbij de stookalert onder de aandacht gebracht. Dit systeem is door het KNMI en het RIVM ontwikkeld. Wanneer het weer ongunstig is om hout te stoken, gaat er via de stookalert een waarschuwing uit.
Schone kachels Landelijk wordt ingezet op de verdere aanscherping van de eisen van de Ecodesign-richtlijn, waarbij ook in Benelux-verband samenwerking wordt gezocht. De eisen gelden alleen voor nieuwe kachels.
Ons kenmerk 1948.2.003.385
Pagina 13 van 17
datum december 2021
Pilot stookverbod tijdens stookalert In samenwerking met de landelijke themagroep houtstook onderzoeken we de mogelijkheden voor een stookverbod bij weersomstandigheden waarbij de rook blijft hangen en er een stookalert is uitgegaan. Pilot nieuwbouwwijk Voor nieuwbouwwijken en bestaande wijken die van het gas afgaan, bekijken we wat er bij komt kijken om een wijk houtrookvrij of houtrookarm in te richten en te houden. Hierbij gaat het alleen om kachels en haarden ín huis. De pilot richt zich op de juridische en praktische mogelijkheden om houtrook te beperken en houtrookvrije en houtrookarme buurten te realiseren. De pilot geeft zicht op de mogelijkheden voor het stellen van eisen, handhaving, toezicht en meetprotocollen, en onderzoekt hoe bewoners hier goed bij betrokken kunnen worden en wat de gezondheidseffecten zijn. Snoeihout Voor het verbranden van snoeihout geldt een verbod met ontheffingsmogelijkheid op grond van de Wet milieubeheer. De gemeente Meierijstad heeft de afgelopen jaren een algemene ontheffing vastgesteld voor het in het buitengebied van Meierijstad verbranden van snoeihout in de maanden maart en november. Verbranding past echter niet bij de ambities om energieneutraal te worden en om circulaire economie te bevorderen.
Daarnaast heeft de verbranding van snoeihout een negatieve invloed op het woongenot en de gezondheid van inwoners in het buitengebied en aangrenzende wijken. Het levert immers stank en luchtvervuiling op. Wij onderzoeken daarom alternatieve verwerkingsmogelijkheden, zodat het verbranden van snoeihout niet meer nodig is. 4.2.5 BINNENVAART EN HAVENS De ambitie is een nagenoeg emissievrije binnenvaart in 2050. Tussendoel is om de emissies van luchtverontreinigende stoffen door de binnenvaart in 2035 met minimaal 35% terug te dringen ten opzichte van 2015 en indien mogelijk tot 50%. Dit wordt in de Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens samen met het bedrijfsleven en stakeholders verder uitgewerkt. Zero-emissie haven Onderdeel van de zero-emissie haven zijn walstroomvoorzieningen. De haven van Veghel beschikt al over walstroomvoorzieningen voor de binnenvaart. Het verplichte gebruik hiervan is geregeld in onze havenbeheersverordening. Overige uitkomsten van de landelijke pilot emissievrije haven volgen we actief en implementeren we waar mogelijk. 4.2.6 LANDBOUW Binnen de agrarische sector is voortdurend aandacht voor concrete maatregelen om de emissies van primair fijnstof in de pluimveehouderij te reduceren. Het gaat vooral om huid-, mest-, voer- en strooiseldeeltjes (= primair fijnstof). Overige veehouderijen dragen minder bij aan de uitstoot van primair fijnstof.
Wel ontstaat bij deze veehouderijen secundair fijnstof door ammoniakuitstoot. Het duurt een tijdje voordat ammoniak reageert tot secundair fijnstof. In die tijd kan het zich gelijkmatig verdelen over grote afstanden, als een deken over het land. De rundveehouderij is de grootste veroorzaker van ammoniakemissie. Ammoniak speelt ook een belangrijke rol bij de stikstofdepositie in natuurgebieden. Ammoniakreductie draagt zowel bij aan minder stikstofdepositie en daarmee natuurdoelen, als aan minder fijnstof en daarmee gezondheidsdoelen. Maatregelen voor ammoniakreductie zijn bijvoorbeeld emissiearme stallen, voer- en managementmaatregelen, emissiearme
Ons kenmerk 1948.2.003.385
Pagina 14 van 17
datum december 2021
mestaanwending en beweiding. Voor de langere termijn dragen (stal)innovaties en de ontwikkelingen ten aanzien van bijvoorbeeld kringlooplandbouw bij aan de verdergaande ammoniakreductie en gezondheidswinst. We bekijken samen met o.a. de Omgevingsdienst Brabant Noord en de provincie hoe we hier invulling aan kunnen geven. Binnen de regio Noordoost-Brabant volgen we verder de pilot landbouw en implementeren we waar mogelijk en wenselijk de resultaten. Vitaal buitengebied De gemeente Meierijstad werkt voortdurend aan verschillende projecten en beleidsontwikkeling om het buitengebied vitaal te houden. Hierbij zoeken we naar de juiste balans tussen de verschillende functies die ons buitengebied heeft: onder andere agrarische bedrijvigheid, natuur, recreatie & toerisme en verschillende woonvormen. Recent zijn binnen het project Vitaal buitengebied verschillende kwaliteitskaders opgesteld, die bijdragen aan het in stand houden en versterken van deze balans. Actualisaties vinden doorlopend plaats om te kunnen blijven anticiperen op de actualiteiten. Parallel hieraan is er een flinke toename te zien in het aantal initiatieven van agrarische ondernemers. Agrariërs willen in toenemende mate omschakelen naar andere vormen van agrarische bedrijvigheid en de functies op het perceel verbreden. Ook speelt uitbreiding nog steeds een rol.
Luchtkwaliteit en geurgevoeligheid hebben bij dit soort ontwikkelingen altijd onze aandacht, ook bij gebiedsontwikkelingstrajecten. Daarnaast zijn er binnen Meierijstad veel stoppende agrariërs, o.a. door deelname aan de subsidieregeling Sanering varkenshouderijen. Als de juridisch- / planologische procedures daarvan zich in een definitief stadium bevinden, willen we (samen met de ODBN) bespreken of we de milieueffecten daarvan in beeld kunnen brengen. 4.2.7 PARTICIPATIE, COMMUNICATIE EN MONITORING Het regelen van schone lucht kunnen we als gemeente niet alleen. Participatie, communicatie en monitoring zijn belangrijke instrumenten als het gaat om het behalen van onze doelstelling. Samenwerking met de GGD is hierbij vanzelfsprekend. Aansluitend op dit Uitvoeringsprogramma en het Schone Lucht Akkoord informeren we onze inwoners en bedrijven over de gevolgen van luchtverontreiniging, de maatregelen die we als overheid treffen en de acties die we van anderen verwachten. Op bepaalde thema’s werken we al nauw samen met partijen binnen en buiten onze gemeente. Onderstaande monitorings- en meetprojecten zijn daar een voorbeeld van. Pilot participatie De Rijksoverheid stelt in samenwerking met het RIVM meetstations uit het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit ter beschikking aan gemeenten en/of provincies die deelnemen aan de pilot participatie.
Burgers en bedrijven kunnen rondom het meetstation (satelliet) sensoren plaatsen om lokaal de luchtkwaliteit te meten. Het RIVM ontwikkelt een (web)platform om de gegevens uit te kunnen wisselen met de gegevens van het Landelijk Meetnet. In de pilot wordt onderzocht op welke manier op een bestendige manier betrouwbare informatie kan worden gegenereerd waarbij zowel burgers, decentrale overheden als de rijksoverheid relevante informatie over de luchtkwaliteit uitwisselen. Regionaal meetnet luchtkwaliteit (ZO-Brabant) Het regionale meetnet van Zuidoost-Brabant bestaat uit een netwerk van sensoren waarmee onder andere fijnstof (PM1, PM2.5 en PM10), stikstofdioxide (NO2), ozon (O3), temperatuur en relatieve vochtigheid wordt gemeten. Het meetnet heeft drie aandachtsgebieden: stedelijk gebied, landelijk gebied en Eindhoven Airport. Op basis van de meetdata wordt jaarlijks een rapportage gemaakt. Op regionaal niveau worden circa 50 sensoren ingezet die de
Ons kenmerk 1948.2.003.385
Pagina 15 van 17
datum december 2021
luchtkwaliteit meten. In Meierijstad is in mei 2021 één van deze sensoren geplaatst. We onderzoeken of de plaatsing van meer sensoren wenselijk en mogelijk is. Monitoringsproject Samen Meten Meierijstad (SMM) Sinds januari 2021 wordt door het burgerinitiatief Samen Meten Meierijstad een netwerk van sensoren ontwikkeld om de luchtkwaliteit te meten. Onder de noemer ‘citizens science’ of ‘burgerwetenschap’ wordt bijgedragen aan de bewustwording en betrokkenheid van onze inwoners bij de luchtkwaliteit in hun leefomgeving. Vrijwilligers meten de concentratie fijnstof en delen de resultaten via internet. Het initiatief wordt in samenwerking met het RIVM uitgevoerd. De meetgegevens van bovengenoemde twee meetprojecten zijn inmiddels te raadplegen via het dataportaal Samen Meten (samenmeten.rivm.nl). Hierin worden meetdata uit verschillende projecten en initiatieven bijeengebracht, samen met de data van de officiële metingen uit het Landelijk Meetnet.
Regionale werkgroep meten & participatie (NO-Brabant) Binnen NO-Brabant is een ambtelijke werkgroep opgericht dat tot doel heeft tips en trucs uit te wisselen als het gaat om meetprojecten en burgerparticipatie. Dit heeft betrekking op zowel technische als procesmatige aspecten. Een van de deelnemers is de GGD. Zij vervullen een belangrijke adviesrol als het gaat om verwachtingenmanagement rond meetprojecten en burgerparticipatie. Monitoring algemeen Naast het regionale meetnet luchtkwaliteit willen we onderzoeken of we de luchtkwaliteit kunnen monitoren op andere manieren. Een mogelijkheid daarvoor is de nog op te stellen regionale verkeersmilieukaart, waar we op basis van verkeersstromen de concentraties stikstofoxiden en fijnstof kunnen berekenen. 4.2.8 OVERIG Luchtvaart De gezondheidseffecten van ultrafijnstof door de luchtvaart worden in beeld gebracht door het RIVM. De resultaten van de studie naar langetermijneffecten worden naar verwachting in 2021 gepubliceerd. Elektrificatie kan een bijdrage leveren om de uitstoot van (ultra)fijnstof en stikstofdioxide te reduceren. Zo is als doel opgenomen dat in 2030 alle grondgebonden luchtvaartactiviteiten van luchthavens zero-emissie zijn. Daarnaast is als ambitie opgenomen om elektrisch taxiën als standaardprocedure toe te passen in 2030.
In het Ontwerpakkoord Duurzame Luchtvaart committeren de partijen zich tevens aan de doelstelling dat 14% van de brandstof voor luchtvaart in Nederland in 2030 duurzaam is. Daarbij gaat het om biokerosine, waterstof, synthetische kerosine uit groene stroom en elektrisch vliegen. De vervanging van kerosine door deze brandstoffen kan mogelijk bijdragen aan een reductie van (ultra)fijnstof. De lokale maatregelen sluiten aan op de geïnitieerde rijksmaatregelen.
Ons kenmerk 1948.2.003.385
Pagina 16 van 17
datum december 2021
5.
FINANCIEN EN MONITORING
Financiën Een groot deel van de maatregelen is al verankerd in bestaande programma’s en wordt uitgevoerd met bestaande middelen of worden te zijner tijd meegenomen in de begroting. Jaarlijks vindt een monitoring plaats van de in de bijlage benoemde acties. Op basis hiervan zal opnieuw bezien worden of financiële middelen noodzakelijk zijn. Monitoring Het Schone Lucht Akkoord loopt tot 2030. Dat vraagt om een uitvoeringsprogramma dat flexibel is en kan inspringen op veranderende omstandigheden en nieuwe ontwikkelingen. Zo kunnen nieuwe effectieve maatregelen worden ontwikkeld en kunnen de inzichten in de ontwikkeling van emissies en gezondheidseffecten de komende jaren nog wijzigen. Daarom monitoren we de voortgang van de acties uit de bijlage en identificeren en verwerken we hierin nieuwe kansen. Ten minste eens in de drie jaar rekent het RIVM de gezondheidseffecten van de acties uit de bijlage door via de gezondheidsindicator, waarbij wordt gekeken of we op koers liggen voor het realiseren van de doelstelling. De gezondheidsindicator is een instrument waarmee de gezondheidseffecten van het totale maatregelpakket kan worden berekend en gemonitord.
BIJLAGEN
1. Tabel uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit (Excel bijlage)
Ons kenmerk 1948.2.003.385
Pagina 17 van 17
datum december 2021