Bijlage 1-Transitievisie Warmte Meierijstad definitief1.docx
Tekst van het document
TRANSITIEVISIE WARMTE GEMEENTE MEIERIJSTAD: Definitief
1
Voorwoord Voor u ligt de Transitievisie Warmte. Het eindproduct van een intensief traject met bewoners, corporaties, netbeheerders en waterschappen. Hierin staat hoe we uiterlijk in 2050 aardgasvrij zijn in Meierijstad. De eerste contouren voor die route staan in de visie en we benoemen de startwijken; de wijken die mogelijk al vóór 2030 van het gas afgaan. Een opgave van gigantisch formaat, zo mogen we dit gerust noemen. Technisch ingewikkeld omdat elke nét weer woning anders is; financieel een uitdaging. En een planning met een horizon van 30 jaar. In de vele bijeenkomsten met inwoners merken we dat onze inwoners er verschillend naar kijken. De een denkt; het zal mijn tijd wel duren, ik zie het wel gebeuren. Bij anderen maakt het direct veel los. Vragen zoals: waarom is dat nodig?, wanneer is mijn wijk aan de beurt? wat komt ervoor in de plaats?; moet ik mijn Cv-ketel nog vervangen?. En ook zorgen: krijg ik garantie dat ik mijn huis nog wel goed warm krijg, wat kost dat en vooral wie gaat dat betalen? Vragen waar we deels antwoorden op kunnen geven. Maar ook voor de gemeenten is er tot op vandaag nog veel onduidelijk. Daar zijn we eerlijk en helder in.
En, ondanks dat veel nog niet duidelijk is, kozen we er bewust voor onze inwoners in een héél pril stadium te informeren en actief te betrekken bij deze ingrijpende opgave; deze transitie gaat immers achter élke voordeur spelen; vroeg of laat. We gaan zo snel als het kan, maar zo langzaam als moet. Ook hierna gaan we stap voor stap samen met onze inwoners verder; en blijven we volop inzetten op communicatie en participatie. We nemen de taak die we van het Rijk hebben gekregen serieus, maar willen wel boter bij de vis. Geen geld, geen taak; dat vat het aardig samen. Op het moment waarop we deze visie presenteren, bevinden we ons, vrij plots, midden in een internationale aardgascrisis. Dit drukt ons met neus op de feiten; hoe afhankelijk we zijn van aardgas en van de toeleverende landen; hoe kwetsbaar we zijn als het om het verwarmen van onze woningen gaat en de continuïteit van bedrijfsprocessen. Het voedt het gevoel van urgentie. Het sterkt mij in de voortvarendheid waarmee we op andere sporen bezig zijn met duurzame energieopwek in en voor Meierijstad. En de hoge aardgasprijzen stimuleren inwoners te kijken naar de verduurzaming van hun eigen woning. Bewegingen die we in Meierijstad al op gang brachten, lijken in een stroomversnelling te komen. In 2050 wil Meierijstad CO2-neutraal zijn; En daarmee een leefbare en gezonde omgeving creëren voor onze kinderen en kleinkinderen.
Aardgasvrij worden is een belangrijke stap om die ambitie te halen; Die stap zal nog heel wat voeten in aarde hebben. Maar we moeten het wél doen, samen. Ik wens u veel leesplezier. Harry van Rooijen wethouder infrastructuur, duurzaamheid en winkelcentra
2
Samenvatting Deze Transitievisie Warmte is het derde en definitieve rapport waarin is beschreven hoe de gebouwen in de gemeente Meierijstad in 2050 van het aardgas zijn afgesloten. De visie is niet een volledig plan hoe de warmtetransitie gaat worden uitgevoerd, maar het startpunt voor het vervolg. Daarin gaat de gemeente samen met bewoners en bedrijven verder uitzoeken hoe deze grote verandering gerealiseerd kan worden. We hebben in de eerste fase van dit traject de aanpak beschreven en informatie verzameld over de stand van zaken rond vooral de woningen in de gemeente (het aantal, het totale energiegebruik, enz.). Ook hebben we een plan gemaakt hoe we de bewoners informeren over en betrekken bij dit proces. In de tweede fase hebben we veel extra informatie verzameld en gekeken welke alternatieven voor de verwarming van woningen toegepast kunnen worden. Per wijk verschilt het welke technische oplossing het beste past. Van alle 93 wijken zoals die bekend zijn bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hebben we een voorlopige oplossing gevonden. Dat hebben we gedaan op basis van wat we nu aan kennis hebben over de gebouwen. En op basis van de technieken die we nu tot onze beschikking hebben. We houden bij het vervolg ook rekening met nieuwe technieken waar we nu nog onvoldoende over weten.
Gesprekken met bewoners zijn gevoerd en vragen over de warmtetransitie zijn door veel mensen beantwoord. Op die manier hebben we een eerste indruk gekregen van hoe het onderwerp leeft bij de bewoners. Met de woningcorporaties, de waterschappen en de netbeheerder hebben we informatie uitgewisseld die voor de TVW van belang is om rekening mee te houden. Via een klankbordgroep hebben we ook lokale experts gevraagd naar hun advies. Met al deze activiteiten hebben we een inhoudelijk beeld gevormd van de mogelijke oplossingen wanneer wijken van het aardgas afgaan. We hebben daarna gekeken welke wijken het meest geschikt zijn om als eerste te starten met het maken van een plan voor het maken van een alternatieve warmtevoorziening. Uiteindelijk bleven er 6 wijken over die het meest geschikt lijken. Twee van deze wijken, De Scheifelaar en Eerde, zijn gekozen omdat een groep bewoners uit deze wijken zelf ideeën hebben hoe zij van het aardgas af kunnen. Vier wijken zijn door de gemeente zelf gekozen. In fase 3 zijn we gesprekken gaan voeren met vertegenwoordigers (wijk- en dorpsraden) uit de 4 door de gemeente gekozen wijken. Op die manier kregen we een goed beeld of met name de bewoners willen meewerken aan het maken van een wijkuitvoeringsplan (WUP). Het resultaat van deze gesprekken is dat er twee wijken zijn overgebleven waar de kans op succes het grootst is: -
De Bunders (Laren en Donken)
-
Oranjewijk/Dorsveld
Tijdens meerdere bijeenkomsten konden bewoners van deze wijken zich informeren over de TVW: hoe ziet het proces eruit voor het maken van het plan? Wat moet ik als bewoner zelf doen? Wat voor warmtevoorziening komt er in de wijk en hoe werkt dat? Veel bewoners hebben tijdens deze bijeenkomsten hun zorgen gedeeld. Vooral de zorgen over de kosten voor de aanpassingen van de woningen kwamen aan de orde. Al met al is de conclusie dat er geen aanleiding is om de gekozen wijken te schrappen van het lijstje van startwijken. 3
Nu de visie op de warmtetransitie gereed is start een vervolg met als doel WUP’s te maken met daarin precies beschreven wat er moet gebeuren en wat het financieel allemaal betekent. Hiervoor is een uitvoeringsstrategie uitgewerkt. Daarin staan de stappen beschreven die we volgen op de route richting WUP en we hebben voorwaarden gesteld waar het WUP aan moet voldoen. Belangrijkste voorwaarde is dat de alternatieve warmtevoorziening betrouwbaar, haalbaar en duurzaam is. Alleen dan zorgen we voor een toekomstbestendige gemeente. Bij het uitwerken van de Transitievisie Warmte lag er een nadrukkelijke koppeling tussen de inhoud van de opgave en draagvlak voor de uitkomst. De gemeente pakte de participatie en communicatie al bij de visievorming op en bevindt zich daarmee in de landelijke voorhoede. Kennis en inzichten van bewoners, bedrijven en andere organisaties (zoals scholen, welzijns- en zorginstellingen e.d.) werden benut omdat dit toegevoegde waarde oplevert voor de visievorming.
4
Begrippenlijst Aquathermie
Aquathermie is de verzamelterm voor verwarmen en koelen (thermische energie) met water. Het gaat om warmte en koude uit oppervlaktewater – zoals kanalen, rivieren en meren – (TEO), afvalwater, zoals het riool (TEA) en drinkwater (TED) genoemd).
Archetype
Een model van in dit geval een woning. Met dit model kunnen analyses worden uitgevoerd over maatregelen die per archetype mogelijk zijn.
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
Circulariteit
Een strategie om grondstoffen niet als afval te laten eindigen maar na gebruik weer als grondstof te kunnen toepassen bij nieuwe producten. Daarmee sluiten we de kringloop van schaarse goederen en voorkomen we uitputting van grondstoffen.
Energiedrager
Een energiedrager is een grondstof die fungeert als bron voor energie, bijv. aardolie, aardgas, steenkool, elektriciteit, stoom en vormen van duurzame energie.
Energielabel
Een energielabel laat zien hoe energiezuinig een woning is en welke maatregelen mogelijk zijn om de energievraag te verlagen. Een energielabel is verplicht bij verkoop of wanneer een nieuw huurcontract wordt afgesloten.
Geothermie
Geothermie, ook vaak aardwarmte genoemd, is warmte uit de aarde. Hiervoor wordt een diep gat geboord van gemiddeld 2 tot 4 km diepte. Warm water wordt hieruit omhoog gepompt om bijvoorbeeld water in een warmtenet te verwarmen.
Gestapelde woning
Een gestapelde woning maakt deel van een gebouw met meer dan een bouwlaag. Het gaat bijvoorbeeld over flats, appartementen en portiekwoningen. Ook bovenbenedenwoningen vallen onder deze categorie.
Governance
Een Engelse term die te vertalen is als bestuursvorm. Het gaat over de vraag wie waar verantwoordelijk is in bepaalde situaties.
Grondgebonden woning
Een grondgebonden woning is een gebouw dat uit één woning bestaat. Deze is toegankelijk op het straatniveau. Voorbeelden van grondgebonden woningen zijn rijwoningen, hoekwoningen, twee-onder-één-kapwoningen of vrijstaande woningen.
Hernieuwbaar gas
Hernieuwbaar gas is een overkoepelende term voor gas dat is opgewekt uit hernieuwbare bronnen (bijvoorbeeld duurzame elektriciteit of biomassa). Groengas en waterstof opgewekt uit hernieuwbare elektriciteit zijn voorbeelden van hernieuwbare gassen.
Klimaatadaptatie
Een benadering die ervoor moet zorgen dat we voorbereid zijn op de gevolgen van de klimaatverandering. Te denken valt aan het vergroenen van de openbare ruimte (minder overlast van hitte), meer ruimte voor water (voorkomen van wateroverlast) en voorzieningen die water langer vasthouden in een gebied (om lange periodes van droogte goed te kunnen doorstaan)
Klimaatakkoord
Het Klimaatakkoord is een lijst met afspraken tussen de Rijksoverheid en meer dan 100 organisaties over de manier waarop alle sectoren in Nederland bij gaan dragen aan het reduceren van de CO2-emissies. Het is een Nederlandse uitwerking van het Klimaatakkoord van Parijs.
PBL
Planbureau voor de Leefomgeving
Restwarmte
Restwarmte is warmte die vrijkomt bij (industriële) processen en die niet meer gebruikt kan worden voor het proces zelf.
RVO
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
5
Transitievisie warmte (TVW)
In de transitievisie warmte legt de gemeenteraad het tijdspad vast waarop buurten van het aardgas gaan. Voor de buurten waarvan de transitie vóór 2030 gepland is, zijn ook de potentiële aardgasvrije warmtetechnieken bekend. Uiterlijk eind 2021 heeft elke gemeente een transitievisie warmte opgesteld.
Utiliteit
Onder utiliteit verstaan we gebouwen die niet bedoeld zijn om in te wonen, maar ook niet worden gebruikt voor industrie of glastuinbouw. Voorbeelden van utiliteitsgebouwen zijn kantoren, winkels, ziekenhuizen of sporthallen.
Warmtetransitie
De warmtetransitie is onderdeel van de energietransitie. De warmtetransitie is het loskoppelen van gebouwen van het aardgasnet. Isoleren en overschakelen op een aardgasvrije warmtetechniek zijn belangrijke stappen in de warmtetransitie.
Warmtebron
Een warmtebron is een locatie waar warmte geproduceerd wordt voor een warmtenet.
Warmtenet
Een warmtenet is een netwerk van leidingen onder de grond, waar warm water doorheen stroomt. Dat warme water, afkomstig van een warmtebron in de buurt, kan worden gebruikt om huizen of andere gebouwen te verwarmen.
Warmtepomp
Een warmtepomp is een installatie die warmte maakt voor woningen en kantoren. Daarvoor maakt de warmtepomp gebruik van omgevingswarmte uit de lucht, het water of de bodem. Met behulp van elektriciteit wordt deze warmte geschikt gemaakt om een gebouw mee te verwarmen. Een warmtepomp kan eventueel ook koelen in de zomer.
Woningequivalent (weq)
Woningequivalenten zijn een methode om de warmtebehoefte van kantoren en ander vastgoed (utiliteit) op te kunnen tellen bij die van woningen. Een woningequivalent is gelijk aan één woning of 100 m2 utiliteit.
WKO
WKO staat voor warmte-koudeopslag. In een warmte-koudeopslaginstallatie wordt bodemenergie gebruikt voor het verwarmen en koelen van gebouwen. Het is ook mogelijk om een WKO-installatie aan te leggen voor een groep van woningen of gebouwen. In dat geval is er sprake van een WKO-net, een specifieke vorm van een lage temperatuur warmtenet.
6
Inhoudsopgave Voorwoord
2
Samenvatting
3
1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Transitievisie Warmte: wat is het? Aanleiding voor de Transitievisie warmte Doel van de Transitievisie warmte Leeswijzer
8 8 8 8 9
2 2.1 2.2 2.2.1 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4 2.5
Transitievisie Warmte: de aanpak Proces: hoe hebben we het aangepakt? Eerste rapport: aanpak en eerste onderzoek Participatie en communicatie Tweede rapport: Inhoudelijk kader Analyses Mogelijke warmtevoorzieningen per wijk Participatie en communicatie Trechteren: van 93 naar 6 wijken Bewonersinitiatieven
10 10 11 11 11 12 14 15 15 17
3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2
Definitieve visie Aanpak selectie startwijken Eerste ronde gesprekken Tweede gespreksronde Bewonersbijeenkomsten Conclusie
18 18 18 19 19 20
4 4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4
De startwijken nader bekeken Opbouw van de wijk De mogelijke oplossingen voor deze wijken Toekomstige technieken Diepe geothermie: Waterstof: Energieopslag Lokale initiatieven
21 21 22 23 23 23 23 24
5 5.1 5.2
Koppelkansen Klimaatadaptatie Circulariteit
25 25 25
6
Uitvoeringsstrategie warmtetransitie Meierijstad
26
7
Tot slot
32
Bijlagen 7
33
1
Inleiding
Dit is de definitieve versie van de Transitievisie Warmte (TVW) van de gemeente Meierijstad. Het is het resultaat van een traject wat in drie rapporten is uitgewerkt: ✓
Versie 0.1: Samen aan de slag: een beschrijving van de aanpak
✓
Inhoudelijk kader: met daarin een schets van de voorlopige alternatieven voor de warmtevoorziening die in de plaats van aardgas mogelijk is
✓
Definitieve TVW: hierin schetsen we kort de stappen die we hebben gezet en hoe het vervolg er globaal uitziet.
1.1
Transitievisie Warmte: wat is het?
De Transitievisie Warmte (TVW) is een studie naar de manier waarop de woningen in de gemeente op termijn van het aardgas af kunnen. Deze studie geeft een voorlopig beeld en zal de komende jaren per wijk veel preciezer worden uitgewerkt. Het is dus geen plan hoe we de woningen van het aardgas afhalen. Die plannen komen later en dan pas besluiten we definitief hoe een wijk van het aardgas af gaat. Dat besluit nemen we alleen wanneer we weten dat het technisch kan én dat het voor de woningeigenaren betaalbaar is. Voordat zo’n besluit genomen kan worden moeten we nog veel extra onderzoek doen. Deze TVW is dus een eerste stap en er zullen nog veel stappen volgen.
1.2
Aanleiding voor de Transitievisie warmte
Elke gemeente in Nederland maakt een TVW. De belangrijkste reden is dat de gaskraan in Groningen wordt dichtgedraaid. De aardbevingen door de gaswinning zorgen voor grote problemen aan de woningen in dat gebied. En de gasbel in Slochteren zal over niet al te lange tijd ook leeg zijn. Om te voorkomen dat we helemaal afhankelijk worden van het buitenland voor het aardgas is door de rijksoverheid besloten de gebouwen op andere manieren te verwarmen. Een tweede reden is dat we in Nederland de hoeveelheid CO2 die we uitstoten flink moeten verminderen. Dat is zo afgesproken in het Klimaatakkoord en de gemeente Meierijstad heeft dezelfde ambitie: een CO2-neutrale gemeente in 2050. In het Klimaatakkoord staan heel veel afspraken met allerlei organisaties. Daarbij is dus ook de afspraak gemaakt dat gemeenten een visie maken hoe alle bestaande gebouwen van het aardgas afgehaald worden. De TVW is een eerste stap om dat voor elkaar te krijgen.
1.3
Doel van de Transitievisie warmte
Het eerste doel is: -
2030: 1,5 miljoen woningen die zijn afgesloten van het aardgas.
-
2050: álle gebouwen zijn afgesloten van het aardgas.
Het afsluiten van het aardgas en daarvoor in de plaats een warmtevoorziening die geen CO2-uitstoot heeft, zorgt ervoor dat we als gemeente Meierijstad bijdragen om op termijn CO2-neutraal worden. Dat is een ambitie die de gemeenteraad al eerder heeft vastgesteld en deze visie draagt daar aan bij. En omdat voor de warmtetransitie straks flinke werkzaamheden in de wijken worden uitgevoerd wil de gemeente ook zorgen dat de leefbaarheid in de wijken verbetert. Hoe we dat gaan doen gaan we samen met de bewoners verder uitzoeken. 8
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 beschrijven we kort hoe we aan de slag zijn gegaan met het maken van de TVW. In hoofdstuk 3 is aangegeven hoe we gekomen zijn tot de selectie van mogelijke startwijken. Deze startwijken hebben we nader bekeken in hoofdstuk 4. Daarin staan ook enkele toekomstige technieken toegelicht die op termijn in beeld kunnen komen bij de uitwerking van de plannen. In hoofdstuk 5 is kort beschreven hoe we de warmtetransitie willen benutten om ook andere maatregelen tegelijk mee te nemen. De zogenaamde koppelkansen. In hoofdstuk 6 werken we een uitvoeringsstrategie uit waarin we een werkwijze beschrijven voor het vervolg. In de bijlagen bij de TVW is veel informatie te vinden over de technische zaken en over de manier waarop we de bewoners hebben geïnformeerd en betrokken.
9
2
Transitievisie Warmte: de aanpak
In dit rapport beschrijven we hoe we te werk zijn gegaan bij het maken van de TVW. Vervolgens geven we aan welke wijken als eerste zouden kunnen beginnen met een plan. Zo’n plan per wijk noemen we een wijkuitvoeringsplan (WUP). Daarin is straks precies te lezen welke maatregelen in de woningen nodig zijn, wat die maatregelen gaan kosten en hoe de woningen na uitvoering verwarmd gaan worden.
Figuur 1: Overzicht stapsgewijze aanpak TVW Meierijstad
2.1
Proces: hoe hebben we het aangepakt?
De warmtetransitie zien we als een reis en het uitwerken van de TVW als een eerste verkenning. De bestemming is bekend, de route er naartoe moeten we ontdekken. Onderweg komen we obstakels tegen en moeten we soms de route verleggen. Maar we leren ook steeds beter welke route het beste te volgen is. We hebben gedurende deze etappes drie sporen gevolgd: -
Inhoudelijk spoor: we hebben een heel algemeen overzicht gemaakt van de woningen in de gemeente en van de mogelijke technieken die als alternatief voor aardgas geschikt zijn. Dat hebben we per wijk bekeken en in kaart gebracht.
-
Publiek spoor: de warmtetransitie is alleen mogelijk wanneer de bewoners mee willen werken. De gemeente wil de bewoners ook niet overvallen met dit plan en daarom zijn we al vroeg aan de slag gegaan om de bewoners te informeren en te betrekken. In Bijlage 1 is een samenvatting te vinden waarin de aanpak van het publieke spoor is beschreven. In het rapport “Participatie- en communicatieproces bij de Transitievisie Warmte Meierijstad” is dit meer in detail te lezen.
-
Bestuurlijk spoor: de TVW is een visie die de gemeenteraad vaststelt. De raadsleden zijn de afgelopen maanden meerdere keren geïnformeerd over de voortgang en de bevindingen. Zij hebben ook zelf ideeën ingebracht en die zijn meegenomen in de aanpak.
We zijn stapsgewijs te werk gegaan en hebben op twee momenten de gemeenteraad verslag gedaan van wat we hebben gevonden. Hieronder geven we een korte samenvatting van de eerste twee rapporten die we hebben gemaakt over de TVW.
10
2.2
Eerste rapport: aanpak en eerste onderzoek
We zijn in maart 2020 gestart met het nadenken over de werkwijze om de TVW op te stellen. Via drie sporen hebben we de huidige situatie van de gemeente Meierijstad in beeld gebracht. In de eerste versie van de TVW hebben we onder andere opgeschreven hoeveel woningen er zijn in Meierijstad: ruim 34.000. En hoeveel energie die woningen met elkaar gebruiken. We hebben ook gekeken wie de eigenaren zijn van de woningen. In de afbeeldingen hieronder is dat nogmaals te zien.
Figuur 2: Grafieken met basisinformatie over de gebouwde omgeving van de gemeente Meierijstad Nadat we deze basisgegevens in beeld hadden zijn we verder gaan kijken naar bijvoorbeeld de energielabels van de woningen (voor zover aanwezig). Dat is belangrijk om te weten want dat zegt iets over de hoeveelheid isolatie in de woning. Bij een groen label (Label A of B) is de isolatie redelijk tot goed. Bij woningen met een geel label (label C) is de isolatie matig. Vanaf oranje t/m rood is de isolatie slecht of afwezig. In Bijlage 2 zijn kaartjes te vinden waarop de energielabels die bekend zijn staan afgebeeld.
2.2.1 Participatie en communicatie Naast de eerste inhoudelijke onderzoeken hebben we vooral nagedacht hoe we de bewoners het beste kunnen informeren en betrekken bij het maken van de TVW. Inwoners moeten betrokken zijn en zich betrokken voelen, want het gaat over hun woning, hun portemonnee en de wijk waarin zij wonen. We krijgen allemaal te maken met de veranderingen dus moeten we ons ook goed voorbereiden hierop. In de eerste versie van de TVW is een plan gemaakt hoe we de bewoners dus betrekken.
2.3
Tweede rapport: Inhoudelijk kader
Vanaf juli 2020 zijn we begonnen met versie 2 van de TVW. Daarin hebben we de inhoudelijke onderwerpen verder uitgezocht en goed gekeken welke alternatieven het beste passen voor de verwarming van de woningen, koken en het maken van warm water. In onderstaande figuur is aangegeven hoe we de analyses hebben uitgevoerd. En hoe we de selecties van wijken hebben aangepakt.
11
Figuur 3: Stapsgewijze selectie van de startwijken
2.3.1 Analyses Bij het uitzoeken van de mogelijkheden voor een alternatieve warmtevoorziening hebben we gebruik gemaakt van informatie van de gemeente en informatie die openbaar te vinden is via websites van de overheid en officiële instanties (zoals het Kadaster). We hebben ook informatie verzameld van woningcorporaties Area, Woonmeij en Brabant Wonen, de waterschappen De Dommel en Aa en Maas en van Enexis die de elektriciteits- en gasleidingen beheert. Zij zijn allemaal actief in de gemeente en zij zijn dus wat we noemen ketenpartners. Daarom hebben wij al vroeg in het proces gesproken met deze partners. In het rapport “Inhoudelijk kader” (zie Bijlage 3) is veel extra informatie te vinden over de analyses die we hebben gemaakt. Daarin staan ook diverse kaartjes en toelichting op de alternatieve warmtevoorziening waar we onderzoek naar doen. Hieronder schetsen we welke informatie we hebben gebruikt bij de analyses. De gemeente heeft veel informatie over planning van werkzaamheden geleverd, zoals aan het riool of de wegen in de gemeente. Ook hebben we informatie gehaald uit de Leefbaarheidsbarometer omdat hierin ook informatie te vinden is over sociale onderwerpen van de wijk. Openbare informatie waar we naar hebben gekeken is onder andere over mogelijkheden voor bodemwarmte.
Hierover is veel informatie te vinden die belangrijk is om te zien welke warmtevoorziening mogelijk is in een wijk of voor de gemeente. De woningcorporaties hebben veel woningen die zij de afgelopen jaren hebben verbeterd. Maar zij weten ook wanneer zij weer groot onderhoud gaan uitvoeren aan hun woningen. Op zo’n moment kunnen we samen met de woningcorporatie en de bewoners kijken of we direct kunnen overstappen naar een nieuwe warmtevoorziening. En in wijken waar woningcorporaties bezit hebben en waar de gemeente met particuliere woningbezitters in overleg gaat over een concreet plan, dan betrekken wij ook de woningcorporaties bij die gesprekken. 12
De waterschappen zijn in de gemeente actief met waterbeheer. We hebben informatie verzameld over de rivieren en het oppervlaktewater waar de waterschappen verantwoordelijk voor zijn. Aanvullend hebben we ook gekeken naar de mogelijkheden die de Zuid-Willemsvaart biedt. Deze is in beheer van Rijkswaterstaat. Daaruit blijkt onder andere dat we warmte kunnen halen uit het water van het kanaal die we met behulp van een warmtepomp geschikt maken om woningen in de buurt van het kanaal te verwarmen. Enexis beheert alle elektriciteitskabels en gasleidingen in de gemeente. Zij weten wanneer leidingen vervangen gaan worden. Dat kan een moment zijn om het aardgas direct te vervangen voor een alternatieve warmtevoorziening. Ook weten zij of extra elektriciteitskabels nodig zijn om de nieuwe installaties van voldoende elektriciteit te voorzien. We hebben gekeken naar de soorten woningen in de wijken, hoeveel woningen in de wijken staan en hoe de woningen eruit zagen toen ze werden gebouwd destijds. Dat zegt iets over de hoeveelheid isolatie die de woning sowieso heeft. We weten dan ook wat aan extra maatregelen nodig is om de woning te verbeteren. We hebben ook gekeken hoe de warmte voor de woningen gemaakt kan worden. In sommige gemeenten hebben ze stadsverwarming. Daar is het vaak handig om nog meer woningen op aan te sluiten en dan wel de stadsverwarming aanpassen.
Want meestal gebruiken ze aardgas in deze centrales, soms afval en steeds vaker hout. In Meierijstad hebben we geen stadsverwarming en hebben we naar andere oplossingen gekeken. Die oplossingen bestaan eigenlijk maar uit twee basisvormen: -
Individueel per woning
-
Collectief voor een buurt, wijk of gebied met meerdere wijken
Daarbij is dan ook nog van belang welke temperatuur van het water nodig is om de woning voldoende te kunnen verwarmen. Hieronder is in een tabel aangegeven hoe dat technisch kan worden uitgevoerd. Hoge temperatuur is nodig in woningen die niet geïsoleerd kunnen worden. Midden temperatuur is voor woningen waar de isolatie beperkt is. Lage temperatuur passen we toe in goed geïsoleerde woningen. Tabel 1: overzicht basisvormen van warmtevoorzieningen Collectief
Individueel
Hoge temperatuur > 700 C
Warmtenet gevoed via centrale op basis van biomassa, groen gas, waterstof, diepe geothermie
Gasketel op basis van groen gas of waterstof
Midden temperatuur 40 – 700 C
Warmtenet gevoed op basis van geothermie, restwarmte
Hoge temperatuur warmtepompen kunnen ook warmte van 50 - 70°C leveren
Lage temperatuur < 400 C
Warmtenet gevoed op basis van geothermie, thermische energie uit oppervlaktewater (TEO), thermische energie uit afvalwater (TEA)
Individuele warmtepomp op basis van bodemwarmte of lucht
13
2.3.2 Mogelijke warmtevoorzieningen per wijk Per wijk zien we dat de oplossing kan verschillen. We hebben gebruik gemaakt van een heel algemeen beeld dat door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is gemaakt. Dat is de Startanalyse waarin voor elke gemeente met basisinformatie een eerste inschatting is gemaakt wat een passende oplossing is als alternatief voor aardgas. Met de extra informatie over de wijken die we hebben verzameld over de woningen en gebouwen is onderstaand plaatje ontstaan.
Figuur 4: Warmtescenario's gemeente Meierijstad
Gele gebieden De gemeente Meierijstad heeft veel buitengebied (het gele gebied) waar vooral vrijstaande woningen staan. Voor die woningen moet een individuele oplossing worden gemaakt. In plaats van aardgas kunnen deze woningen vaak met een warmtepomp worden verwarmd. Dit is een apparaat die met warmte uit de bodem, het water of de lucht warmte maakt en daarmee de woning kan verwarmen. Maar dan moet de woning wel geschikt zijn. Dus de isolatie moet goed zijn en vaak is vloerverwarming nodig om de woning warm genoeg te krijgen.
Rode gebieden De meeste woningen staan in de dorpskernen van Veghel, Schijndel en Sint Oedenrode. De rode gebieden in het plaatje zijn wijken waar een collectieve oplossing gemaakt kan worden. Via leidingen wordt de warmte naar de woningen gebracht. De meeste woningen in die wijken lijken op elkaar en staan vaak dicht bij elkaar. Wanneer in zo’n wijk ook appartementen staan dan is dat extra gunstig voor een collectief systeem, omdat er dan meer woningen per hectare staan dan bij rijtjeswoningen. Zo’n wijkverwarming kan overigens ook voor meerdere wijken tegelijk gemaakt worden.
14
Oranje gebieden Maar in sommige wijken staan verschillende soorten woningen. Een deel van de wijk bevat rijtjeswoningen, maar in een ander deel zijn dan vrijstaande woningen. Dit zijn de oranje gebieden op het kaartje. Voor die wijken moeten we goed kijken welke oplossing geschikt is. De rijtjeswoningen kunnen misschien aansluiten op de wijkverwarming die voor een andere wijk gemaakt wordt. Dan kunnen de vrijstaande woningen hun eigen installatie nemen. Dit zal altijd maatwerk zijn.
Blauwe gebieden De blauwe gebieden op het kaartje zijn onder andere bedrijventerreinen. Daarvoor maakt de gemeente samen met de bedrijvenvereniging en bedrijven aparte plannen. Daarbij kijken we ook naar het uitwisselen van warmte tussen de bedrijven. Zo kan bijvoorbeeld warmte die koelmachines de lucht inblazen gebruikt worden om kantoren te verwarmen.
2.3.3 Participatie en communicatie Toen het tweede rapport werd uitgewerkt zijn ook bewoners geïnformeerd over de warmtetransitie. Vragenlijsten zijn ingevuld en bewoners kregen de kans vragen te stellen aan de gemeente. Dit is vanwege corona allemaal online gegaan. Veel mensen hebben daaraan deelgenomen. Door deze acties hebben we een goede indruk gekregen hoe mensen denken over de warmtetransitie. De resultaten van de vragenlijsten en de online bijeenkomsten hebben we geanalyseerd om te kijken hoe de inwoners van de gemeente Meierijstad denken over de warmtetransitie.
2.4
Trechteren: van 93 naar 6 wijken
We hebben een selectie gemaakt van wijken die misschien als eerste van het aardgas afkunnen. Van de 93 officiële wijken die in de gemeente bekend zijn hebben we er 22 gevonden waar we verder onderzoek naar hebben gedaan. In Tabel 2 zijn die wijken op een rijtje gezet.
15
Tabel 2: Longlist kansrijke wijken gemeente Meierijstad Kern Veghel Schijndel Schijndel Schijndel
Buurten (CBS-indeling)
Veel voorkomende archetypen (% van totaal)
Aantal woningen
Positief middentemperatuur warmtenet, beperkte aanpassingen aan woningen nodig. Heibunders, Busselbunders, Laarbunders rijwoningen 1975-1991 (70%) + schoolgebouwen Plein 1 rijwoningen 1975-1991 (63%) Plein 3 rijwoningen 1975-1991 (42%) en rijwoningen 19922011 (16%) Grevekeur rijwoningen 1975-1991 (56%)
Positief lage temperatuur warmtenet, beperkte aanpassing aan woningen nodig Oranjewijk en Dorsveld rijwoningen 1992-2011 (35%) en gestapeld t/m 1974 (20%) Schijndel Hulzebraak rijwoningen 1992-2011 (47%) en gestapeld 1992-2011 (20%) Sint-Oedenrode Centrum-Noord 500 gestapelde woningen 1992-2011 Veghel
Veghel Schijndel
Neutraal middentemperatuur warmtenet, meer aanpassingen (isolatie) aan woningen nodig. Veghel Zuid 1 rijwoningen t/m 1974 (35%) en gestapeld t/m 1974 (35%) Veghel Zuid 2 rijwoningen t/m 1974 (79%) De Beemd, Hoevenbraak, Boschweg rijwoningen t/m 1974 (35%)
Schijndel Schijndel Schijndel Veghel Veghel Eerde Erp Erp
Ruimer opgezette buurten, positief voor lage temperatuurverwarming, individueel De Borne 2 div. woningtypen 1992-2011 (60%) Hopstraat div. woningtypen 1992-2011 (70%) Plein 2 vrijstaand 1992-2011 (>75%) 't Ven West div. woningtypen 1992-2011 't Ven Oost div. woningtypen na 2000 'Eerde div. woningtypen 1992-2011 (40%) 'Vlaskamp div. woningtypen 1992-2011 (55%) 'Erp Centrum 100 gestapelde woningen 1992-2011
Veghel
2.000 630 320 630
580 790 500
650 825 2.700
100 380 100 880 750 450 480 100
We noemen dit de longlist (lange lijst) en die moet korter worden, want met 22 wijken starten is teveel. We zijn onder andere gaan onderzoeken of er voldoende bewoners zijn die mee willen doen aan extra onderzoek om na te gaan hoe hun wijk van het aardgas af kan. Want zonder de medewerking van de bewoners kunnen we niet aan de slag. We hebben ook gekeken wat in de wijken gaat gebeuren in de komende jaren. Is er een riolering die vervangen gaat worden? Zijn er andere grote werkzaamheden gepland in de wijk die misschien aanleiding zijn om snel een plan uit te werken voor de warmtetransitie? Of zijn er andere zaken die spelen waardoor het nu juist niet handig is om met zo’n wijk verder te gaan voor de TVW? Al die informatie hebben we gebruikt om een selectie te maken uit de 22 wijken van de long list en zo een shortlist (korte lijst) te bepalen van wijken die echt interessant zijn om nu mee verder te gaan (Tabel 3). En dat verder gaan betekent onder andere gesprekken met wijkraden, bewoners interviewen en informeren en gezamenlijk plannen maken die haalbaar zijn. Tabel 3: Shortlist kansrijke wijken gemeente Meierijstad Veghel
Eerde
Schijndel
De Bunders
Eerde
Hulzebraak
Oranjewijk/Dorsveld De Scheifelaar
16
Plein 1 en 3
2.5
Bewonersinitiatieven
Twee van de 6 wijken op de shortlist hebben we niet zelf geselecteerd, maar daar hebben bewoners zelf zich gemeld bij de gemeente. Deze bewoners zijn met elkaar aan het nadenken hoe zij hun woning van het aardgas af kunnen halen. Het zijn De Scheifelaar en Eerde. Samen met deze twee bewonersgroepen onderzoeken we of het mogelijk is proefprojecten te organiseren. We werken dan samen met de bewonersgroepen de ideeën die leven verder uit en onderzoeken of ze uitvoerbaar zijn. Met deze proefprojecten leren we meer over haalbare oplossingen voor kleinere buurten en individuele woningen.
17
3
Definitieve visie
Dit eindrapport van de TVW bevat een advies met welke wijken de gemeente een vervolg kan starten. Bij het maken van deze definitieve versie is extra gekeken naar de wijken die als eerste zouden kunnen starten met het maken van een uitvoeringsplan. Dat vervolg bestaat uit nader onderzoek van de wijk. Per woning brengen we dan in beeld welke maatregelen nodig zijn om de woning geschikt te maken voor een alternatieve warmtevoorziening. We kijken dan ook naar de kosten voor het treffen van maatregelen en wat de kosten zijn voor het installeren van de nieuwe warmtevoorziening. Dat traject begint nadat deze visie is vastgesteld. En voorwaarde is dat de gemeente voldoende middelen krijgt om een WUP te kunnen uitwerken. In deze derde fase is veel moeite gedaan de bewoners goed te informeren en te betrekken. De wijze waarop beschrijven we kort in dit hoofdstuk. Een uitgebreid verslag over de activiteiten die voor bewoners en bedrijven zijn uitgevoerd is te lezen in het rapport “Participatie- en communicatieproces bij de Transitievisie Warmte Meierijstad”.
3.1
Aanpak selectie startwijken
Nadat we de shortlist hadden bepaald en de tweede versie van de TVW door de gemeenteraad was vastgesteld zijn we aan de slag gegaan om er achter te komen welke wijken van de shortlist het meest geschikt zijn als potentiële startwijk. De participatie in deze fase 3 was er op gericht inzicht op te bouwen in hoeverre (een ten opzichte van de vorige fase bredere groep) inwoners van shortlistwijken vinden of hun wijk geschikt is als startwijk. Dit beeld baseerden we op de sociaal-maatschappelijke kenmerken van de geselecteerde wijken en daarnaast bekeken we met inwoners of er voldoende draagvlak is en welke mee-koppelkansen zij zien. We kozen hierbij voor een gelaagde aanpak om in een korte tijd een beter beeld te krijgen van de wijken; daarmee kregen we zicht op welke wijken het meest kansrijk zijn. Met deze wijken is vervolgens van augustus t/m oktober 2021 de participatie geïntensiveerd, zodat we inwoners van minder kansrijke wijken niet onnodig belasten. In de wijken die wel kansrijk zijn zetten we juist extra in op participatie en communicatie, om zo het verkregen beeld verder aan te scherpen.
3.1.1 Eerste ronde gesprekken Voor de zomer zijn er gesprekken gevoerd met de buurtadviseurs van de gemeenten. Zij weten welke zaken spelen in de wijk en dat is belangrijk om te weten voordat we verder gaan. Als er eerst andere problemen opgelost moeten worden, dan heeft dat misschien voorrang op de warmtetransitie. Daarna voerden we in twee rondes gesprekken met de wijk- en dorpsraden van de shortlistwijken. Zij kennen de wijk goed en kunnen de medebewoners ook informeren over ontwikkelingen. Of vragen stellen wanneer we meer informatie nodig hebben. Het eerste gesprek was vooral informerend van aard. In dit gesprek namen we ze mee in het proces en bespraken we met hen wat het betekent om op de shortlist te staan. Op deze manier is met bijna alle wijken van de shortlist gesproken; alleen Hulzebraak sloot, door tijdgebrek, niet aan. In deze eerste gespreksronde kwam naar voren dat er in Eerde en een gedeelte van De Scheifelaar (Hoeve I en Hoeve II) enthousiaste inwonersgroepen zijn die verder willen denken en praten over de energietransitie. Omdat het hier gaat om diverse en veelal 18
vrijstaande woningen, is een collectieve wijkaanpak minder voor de hand liggend. Hierdoor zijn deze wijken wel interessant voor het ontwerpen van blauwdrukken/staalkaarten voor vrijstaande woningen in Meierijstad maar mogelijk minder geschikt als startwijk met een wijkuitvoeringsplan.
3.1.2 Tweede gespreksronde In een tweede ronde gesprekken werd verder ingegaan op de reacties uit de wijken en de kansen en bedreigingen die de wijkraden zien. De gesprekken met Oranjewijk/Dorsveld en De Bunders (het gaat voor nu over de Donken en de Laren) leverden vooral input op voor de aanpak in aanloop naar de potentiële startwijken. In beide gesprekken kwam naar voren dat de wijkraden voldoende kans zagen om na de zomer verder het gesprek aan te gaan met inwoners en te verkennen of de wijken geschikt zijn als potentiële startwijk. Vanuit Plein werd duidelijk het signaal afgegeven dat deze wijk liever later in dit soort processen wordt aangehaakt. Er is behoefte aan meer concrete plannen, waarop gereageerd kan worden. De wijk is wel actief en wil vooruit, maar leent zich daardoor mogelijk minder om als startwijk aan te wijzen.
3.1.3 Bewonersbijeenkomsten In de aanpak na de zomer hebben we ons vervolgens gericht op De Bunders en Oranjewijk/Dorsveld. In beide wijken hebben we acties en bijeenkomsten opgezet, gericht op het actief betrekken van inwoners bij de afweging of hun wijk geschikt is als startwijk. Naar alle adressen in deze wijken is een ansichtkaart gestuurd om ze uit te nodigen om in gesprek te gaan met de gemeente over de TVW. Op zaterdag 18 september 2021 konden bewoners langskomen bij de Ecomobiel waar medewerkers van de gemeente gesprekken hebben gevoerd.
Figuur 5: Straatacties in de Bunders Op 21 en 28 september zijn fysieke inloopavonden georganiseerd waar opnieuw de mogelijkheid werd geboden om vragen te stellen. En op 5 oktober is nog een online bewonersavond georganiseerd met hetzelfde doel. In de periode van de gesprekken in De Bunders en Oranjewijk/Dorsveld stond ook een enquête open voor de inwoners van deze wijken, waarin we hen vroegen te reflecteren op het feit dat hun wijk mogelijk een startwijk is en de wijze waarop zij betrokken willen worden bij het vervolgproces.
19
Tijdens deze acties hebben veel van de aanwezige bewoners aangegeven dat zij begrijpen dat er iets moet gebeuren, maar zij hebben ook hun zorgen uitgesproken over de warmtetransitie. Vooral over de kosten voor de woningeigenaren zijn veel zaken nog onduidelijk en dat zorgt voor onzekerheid. En dat is heel begrijpelijk. De gemeente Meierijstad zal echter alleen concrete stappen zetten wanneer voldoende duidelijkheid is over de haalbaarheid, betrouwbaarheid en betaalbaarheid van de uitgewerkte oplossing. Daarnaast kunnen we constateren dat het voor veel inwoners nu nog een (te) abstract onderwerp is. Uit de gesprekken blijkt dat ze waarderen dat de gemeente nu al het contact zoekt met inwoners en ook open en eerlijk aangeeft waar de onduidelijkheden nog zitten, maar inwoners vinden het tegelijkertijd nog weinig concreet.
3.2
Conclusie
De bijeenkomsten en de enquête hebben geen aanleiding gegeven de Bunders en Oranjewijk/Dorsveld te schrappen als startwijken. Wel is het belangrijk dat bij de acties die vanaf 2022 gaan starten snel inzicht komt in de consequenties van de warmtetransitie voor de particuliere woningeigenaren. Dat betekent dat we inzicht moeten geven in de maatregelen en de kosten voor de bewoners.
20
4
De startwijken nader bekeken
In dit hoofdstuk laten we kort zien hoe de mogelijke startwijken eruit zien. Het is een voorbeeld hoe de analyses uiteindelijk leiden tot een eerste idee van de mogelijkheden om de woningen in de wijken van het gas af te halen. Verderop in dit hoofdstuk gaan we ook nog kort in op de technologische ontwikkelingen die in de toekomst liggen. Wanneer blijkt dat nieuwe technieken beter zijn dan de technieken die we nu kennen zal de gemeente die uiteraard meenemen in de plannen die we gaan maken.
4.1
Opbouw van de wijk
In de afbeeldingen hieronder zien we hoe de wijken zijn opgebouwd: de soorten woningen, de periode waarin zij zijn gebouwd en hoeveel woningen per hectare er in de wijk zijn.
Figuur 7: Soorten woningen Oranjewijk/Dorsveld
Figuur 6: Soorten woningen Donken en Laren
Figuur 8 en 9: Aantal woningen per hectare
21
Figuur 10 en 11: Bouwjaren woningen Wat opvalt is dat in Donken en Laren de meeste woningen zijn gebouwd in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw. Ook staan in die wijk vooral rijtjeswoningen en is het aantal woningen groot (ongeveer 2000 woningen). In Oranjewijk/Dorsveld is het beeld meer gevarieerd: een deel vrij nieuw en een deel wat oudere woningen, meerdere typen woningen en relatief veel woningen per hectare. Dat komt onder andere door de gestapelde woningen in deze wijk.
4.2
De mogelijke oplossingen voor deze wijken
Voor de Donken en de Laren is een collectief warmtenet met midden temperatuur verwarming een oplossing die goed past bij de woningen en de wijk. Dat betekent dat de warmtetoevoer naar de woningen ongeveer 70oC is. De isolatie van de woningen moet mogelijk worden verbeterd. Dat betekent aanbrengen van dakisolatie, het vervangen van enkel glas voor HR++-glas, het verbeteren van de isolatie in de spouw en zoveel mogelijk naden en kieren dichtmaken. Als er een kruipruimte is kan de vloer ook geïsoleerd worden. Voor het koken kunnen bewoners overstappen op bijvoorbeeld inductieplaten. De nieuwe woningen in Oranjewijk/Dorsveld zouden met lage temperaturen verwarmd kunnen worden. Deze woningen zijn goed geïsoleerd en een eigen warmtepomp maakt dan warmte van ongeveer 40oC. De warmtepomp haalt daarvoor warmte uit leidingen waarin water uit de Zuid-Willemsvaart wordt rondgepompt. Voor de appartementen moet eerst een en ander aan de isolatie en ventilatie worden gedaan. Voor de oudere woningen zullen meer maatregelen nodig zijn om het gebruik van een warmtepomp mogelijk te maken. Ook hier is het aanschaffen van een inductiekookplaat nodig.
22
4.3
Toekomstige technieken
Op dit moment kijken we bij de warmtetransitie naar technieken die elders al veel worden toegepast. De belangrijkste techniek is het gebruik maken van warmte uit de bodem, de lucht of uit oppervlaktewater (kanalen, rivieren en diepe plassen). De warmtepomp maakt gebruik van die warmte en maakt met behulp van elektriciteit het beetje warmte uit die omgeving geschikt om de woningen te verwarmen. De techniek die in een warmtepomp zit is te vergelijken met de techniek die in een koelkast zit, maar het werkt andersom: een warmtepomp is in eerste instantie bedoeld om een ruimte te verwarmen terwijl een koelkast een ruimte koelt. Een warmtepomp werkt het beste wanneer de temperatuur die in de woningen nodig is zo laag mogelijk is. In de toekomst zullen de warmtepompen waarschijnlijk ook hoge temperaturen kunnen maken. De komende jaren gaan nieuwe technieken helpen om nog slimmer en goedkoper warmte op te wekken. Hieronder zijn drie van deze innovaties kort beschreven:
4.3.1 Diepe geothermie Wanneer er een diep gat geboord wordt in de aardkost, meer dan 500 meter diep, dan kom je op veel plekken bij water van 70oC of meer is. Dat is water dat direct de woning kan verwarmen. Het is een dure techniek, dus alleen haalbaar wanneer veel woningen aangesloten worden op een warmtenet waar dit water doorheen stroomt. Onderzoek moet laten zien of dit technisch en financieel mogelijk is.
4.3.2 Waterstof Tijdens de bewonersavonden zijn veel vragen gesteld Figuur 12: Schematisch beeld over de mogelijkheden die waterstof biedt. Het lijkt van geothermie een mooi alternatief waarvoor de leidingen eigenlijk al klaar liggen. Waterstof is niet net als aardgas ergens te vinden maar moet worden gemaakt. En dat kan op meerdere manieren, maar op dit moment gebruiken ze daar vooral aardgas voor. In de toekomst kan het ook met elektriciteit van windmolens of zonnepanelen worden gemaakt. Probleem is alleen dat met het maken van waterstof veel energie wordt vernietigd, tot soms wel 65%. Daarom is het op dit moment slimmer elektriciteit direct te gebruiken, want er is te weinig elektriciteit beschikbaar om voldoende waterstof te kunnen maken. En gezien de energieverliezen bij de productie van waterstof zijn andere technieken veel efficiënter en goedkoper om in woningen toe te passen. Al met al lijkt deze techniek voor woningen minder geschikt. Het zal vooral gebruikt worden in de industrie waar vaak nog heel hoge temperaturen nodig zijn om producten zoals staal te kunnen maken.
4.3.3 Energieopslag In principe is er een overvloed aan energie. De zon levert in totaal 9000 keer meer energie dan we in totaal verbruiken. De kunst is die energie bruikbaar te maken. Dat doen we 23
steeds beter met zonnepanelen en windenergie. Een extra mogelijkheid is het opslaan van energie. Bijvoorbeeld in thuisbatterijen die de overtollige elektriciteit die de zonnepanelen opwekken kunnen opslaan. Die zijn later weer te gebruiken, bijvoorbeeld wanneer de zon niet schijnt. Maar het is ook mogelijk warmte op te slaan tegenwoordig. Daarvoor zijn al een aantal proefprojecten uitgevoerd. Het idee is om een grote bak te maken waarin water zit. Dat kan een bak van beton zijn of van isolerende folies die in de grond worden ingegraven. Met behulp van zonneboilers die de warmte van de zon opvangen wordt het water in het voorraadvat opgewarmd. Dat water blijft heel lang warm en kan zodra het koud wordt gebruikt worden voor het verwarmen van de woning. Dat gaat vaak in combinatie met een warmtepomp.
4.4
Lokale initiatieven
Meerdere lokale ondernemers hebben zich gemeld met interessante ideeën die een bijdrage kunnen leveren aan de warmtetransitie. De Klankbordgroep, waarmee meerdere keren gesprekken zijn gevoerd, hebben goed meegedacht over oplossingen die we lokaal kunnen ontwikkelen. We hebben gesproken met onder andere het bedrijf Ortessa in Sint Oedenrode dat plannen heeft voor het vervangen van de composteerinstallatie. Mogelijk kan de warmte die bij het composteren ontstaat gebruikt worden voor andere gebouwen. Daar moet nog onderzoek voor worden uitgevoerd. Ook is gesproken met Ecovat. Zij hebben een systeem gemaakt voor energieopslag. Dat is dus zo’n oplossing die ook een goede bijdrage kan leveren door warmte in de zomer te kunnen gebruiken in de winter. De gemeente wil graag meer van dit soort gesprekken voeren met zowel ondernemers als bewoners om meer slimme ideeën te verzamelen. Zoals gezegd: de gemeente Meierijstad volgt alle technische ontwikkelingen op de voet. Wanneer betere technieken dan de bestaande beschikbaar komen én economisch haalbaar dan nemen we die op in de plannen voor de wijken.
Figuur 13: Een voorbeeld van seizoensopslag in de bodem (foto: Ecovat)
24
5
Koppelkansen
Voor de warmtetransitie gaan we dus woningen en andere gebouwen isoleren en de CVketels vervangen door een ander systeem wat warmte levert. In gebieden waar een warmtenet komt gaat de schop in de grond. Hét moment om direct ook andere maatregelen mee te nemen. Bijvoorbeeld het vervangen van de riolering of het veiliger maken van de openbare weg. Zoiets noemen we koppelkansen. In de gesprekken die we met de bewoners hebben gehad hebben we ook gevraagd naar hun ideeën voor koppelkansen. Daar zijn nog niet zoveel reacties op gekomen. We verwachten dat we tijdens de gesprekken over de WUP’s, wanneer het allemaal concreter wordt, wel die ideeën kunnen verzamelen. Die kunnen we zoveel mogelijk meenemen in de uitwerking van de plannen. De gemeente ziet in ieder geval kansen voor twee belangrijke thema’s die bij de warmtetransitie direct meegenomen kunnen worden.
5.1
Klimaatadaptatie
Een belangrijke groep van maatregelen die we tegelijk kunnen uitvoeren met de warmtetransitie is het voorkomen van overlast door klimaatverandering. Die overlast kan bestaan uit hittestress in de dorpskernen, droogte in het buitengebied, wateroverlast door hoosbuien en overstromingsgevaar. Deze overlast is nu al merkbaar en gemeenten werken samen met de waterschappen om oplossingen te vinden om die overlast te beperken. Wanneer straks de straten open moeten om warmteleidingen aan te leggen dan kijken we ook of we de riolering kunnen vervangen. En anders zorgen we ervoor dat het water beter weg kan of op een andere manier tijdelijk ergens kan worden opgevangen. Ook kunnen we de hoeveelheid en de kwaliteit van groen in een wijk verhogen. Dat zorgt ervoor dat de hittestress minder groot wordt en de leefbaarheid in de wijk wordt verbeterd.
5.2
Circulariteit
Voor alle maatregelen die we nemen hebben we grondstoffen nodig en vaak hebben we veel afval dat ontstaat wanneer we dingen moeten vervangen. We moeten dan nadenken hoe we het afval weer kunnen gebruiken én we moeten afval op termijn zoveel mogelijk voorkomen. Daarom zoeken we naar manieren om hergebruik mogelijk te maken tijdens de warmtetransitie. Ook kiezen we producten die zoveel mogelijk hergebruikt kunnen worden. Nu zijn die producten nog niet zoveel verkrijgbaar, maar wanneer we bij bedrijven hiernaar vragen dan gaan zij zorgen dat die producten er komen.
25
6
Uitvoeringsstrategie warmtetransitie Meierijstad
Na het vaststellen van de TVW door de gemeenteraad volgt een nieuwe periode met als eindresultaat dat de eerste wijken van het aardgas afgaan. Daarvoor moet een plan worden gemaakt, waarin de informatie die in de TVW is opgeschreven verder wordt uitgezocht voor de wijk. Daaronder vallen ook de kosten voor het realiseren van een alternatief systeem, hoe betaalbaar is het? Wanneer na veel onderzoek blijkt dat het alternatief kan én dat bewoners het ook zien zitten, dan neemt de gemeenteraad een besluit om het ook echt te gaan doen. Dat is op basis van een uitgewerkt bedrijfsplan en financieringsplan (de business case). De gemeenteraad kan ook besluiten om het plan niet uit te voeren. Reden kan zijn omdat het niet voldoet aan enkele basisprincipes, zoals betrouwbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. Deze principes moeten nog verder worden uitgewerkt, maar dat is onderdeel van het vervolgtraject. Het maken van zo’n wijkuitvoeringsplan (WUP) vraagt tijd en moet zorgvuldig gebeuren. Alle bewoners en bedrijven in de startwijken moeten betrokken zijn bij dit plan, want zij moeten vaak ook zelf meebetalen om bijvoorbeeld de woningen geschikt te maken voor het nieuwe warmtesysteem. Landelijk is het uitgangspunt dat de warmtetransitie woonlastenneutraal moet zijn. Wat dat precies betekent is nog iets wat door de gemeente moet worden vastgesteld.
In de uitvoeringsstrategie hebben we een aanpak uitgewerkt voor het maken van WUP’s. Deze aanpak is onderverdeeld in stappen die nodig zijn om tot een WUP te komen. Ook beschrijven we aandachtspunten die de randvoorwaarden zijn voor een succesvol wijkuitvoeringsplan. De gemeente gaat pas aan de slag met het maken van een WUP als zij hiervoor voldoende middelen krijgt vanuit de rijksoverheid. De kosten om een WUP te maken zijn hoog, tussen de € 300.000,- en € 700.000,-, en dat kan de gemeente niet zelf betalen. Dus als er geen extra geld komt van het kabinet dan voeren we deze taak niet uit. Hieronder zijn de stappen kort uitgelegd. Na het vaststellen van de TVW én zodra zekerheid is dat er voldoende middelen beschikbaar komen voor het maken van de eerste WUP’s werken we de stappen meer in detail uit.
26
Figuur 14: Stappenplan uitvoeringsstrategie wijkuitvoeringsplannen
Stap 1: Bewoners en bedrijven betrekken en plan van aanpak maken Bij het opstellen van de TVW heeft de gemeente geprobeerd zoveel mogelijk bewoners en bedrijven1 die in de wijken zitten te informeren over de warmtetransitie. Bij het maken van een WUP moet iedereen in de wijk zijn betrokken. Van begin tot het einde, dus vanaf de eerste gesprekken en onderzoeken tot aan het vaststellen van de WUP. Daarom zorgen we ervoor dat we iedereen in de wijk goed informeren over het proces. We leggen uit wat de bedoeling is van het plan en hoe wijkbewoners kunnen deelnemen. We stemmen met de bewoners en bedrijven af hoe we aan de slag gaan en stellen de aanpak zoals hier beschreven eventueel bij als dat nodig is. Belangrijk aandachtspunt is dat we ook de bewoners meenemen die de Nederlandse taal niet eigen zijn. Dus we zorgen ervoor dat de informatie over de warmtetransitie zoveel mogelijk beschikbaar is in meerdere talen.
Stap 2: Organisatie opzetten Het is heel belangrijk met elkaar afspraken te maken over de rollen van alle deelnemers bij het maken van een WUP. Per wijk kijken we hoe we het proces organiseren en wie welke rol vervult. De volgende rollen zijn in ieder geval nodig:
27
-
Projectleider Technisch adviseur Financieel adviseur Juridisch adviseur Communicatiemedewerker
1
Bij bedrijven denken we ook aan organisaties zoals scholen, welzijnsorganisaties en dergelijke. Iedere organisatie die in de wijk is gehuisvest.
- Adviseur participatie - Projectmedewerkers - Enz. De gemeente kan een groot deel van de rollen uitvoeren, maar we werken ook intensief samen met onze partners. Dat zijn de woningcorporaties (Area, Woonmeij en Brabant Wonen), de waterschappen (Aa en Maas en de Dommel) en de netbeheerder (Enexis). We bieden ook ruimte aan wijkbewoners en bedrijven in de wijk om een deel van de taken op zich te nemen. Naast de inhoudelijke rollen betrekken we ook specialisten op andere gebieden. Want de warmtetransitie is niet alleen een technisch of financieel verhaal. We hebben ook oog voor de sociale kant van deze grote verandering. Daarom betrekken we onder andere ook welzijnsorganisaties en wijk- en buurtverenigingen. We willen zoveel mogelijk mensen bereiken en zetten daar alle mogelijke middelen voor in. Verder is het goed om na te denken welke overleggen nodig zijn. Je kunt bijvoorbeeld een projectgroep samenstellen en daarnaast meerdere werkgroepen in het leven roepen om bepaalde onderwerpen extra uit te zoeken. Op die manier kunnen we het werk beter verdelen over meer mensen. Wijkbewoners kunnen dan kiezen aan welke werkgroepen zij het liefste deelnemen. Per wijk spreken we af hoe we dat gaan doen.
Stap 3: Uitwerken warmtestrategie (de techniek) Bij het maken van de TVW is al goed gekeken naar de woningen in de wijk en welke warmtetechniek het beste past. Bij het maken van de WUP gaan we nog beter kijken hoe de woningen er op dit moment bij staan en wat daaraan moet gebeuren om ze aan te kunnen sluiten op een alternatief warmtesysteem. Een deel van de woningen lijkt op elkaar, maar in elke woning is in de loop van de tijd wel iets gedaan aan het verbeteren van de isolatie en dergelijke. Door pér woning dat op een slimme manier uit te zoeken krijgen we een beter beeld van de huidige kwaliteit. Dan kunnen we ook beter bepalen welke maatregelen nodig zijn. Vervolgens kunnen we precies nagaan welke techniek het beste past voor het verwarmen van de woning en het maken van warm water. En dan kunnen we ook beter berekenen wat het in totaal kost en wat het oplevert.
Stap 4: Slim maatwerk ontwikkelen Omdat we nu weten wat de staat is van de woningen kunnen we een pakket met maatregelen per woning uitwerken wat past bij de situatie. We gaan per wijk aan de slag (of misschien wel per gebied; wanneer we meerdere wijken of delen van wijken samenvoegen) en dus we samen met de bewoners kijken of we maatregelen tegelijk kunnen laten uitvoeren. Immers: vaak moeten dezelfde maatregelen worden getroffen in de woningen in de wijk om ze geschikt te maken voor de nieuwe warmtevoorziening. Die gezamenlijke inkoop kan dan kostenvoordeel opleveren omdat aannemers en leveranciers in 1 keer een opdracht krijgen voor meerdere woningen. En we kijken ook of andere problemen zoals asbest direct in de uitvoering meegenomen kunnen worden. Op die manier slaan we meerdere vliegen in 1 klap. Dit maatwerk moet bekend zijn om straks het financiële plaatje goed te kunnen maken. Dat is de volgende stap in het proces.
28
Stap 5: Business case maken en financieringsplan maken Nu we weten wat er moet gebeuren kunnen we alle maatregelen die nodig zijn op een rijtje zetten en de kosten en baten ervan uitrekenen. We brengen alle kosten in beeld: de kosten voor de aanleg van de warmtevoorziening en de kosten die nodig zijn om de woning geschikt te maken. Bij de aanleg van een collectief systeem zijn de kosten voor de aanleg voor het bedrijf die het systeem gaat exploiteren. De bewoners betalen dan voor het aansluiten op het collectieve systeem en voor de afname van de warmte. Wanneer in een wijk woningen een eigen installatie krijgen dan zijn dat kosten voor de woningeigenaar. We nemen de voordelen mee van gezamenlijke inkoop als dat aan de orde is. Ook rekenen we aan de woonlasten die de bewoner heeft wanneer alle maatregelen aan de woning zijn uitgevoerd en er een nieuwe warmtevoorziening is aangesloten. Bij het uitwerken van het plan hanteren we als principe dat de operatie (woon)lastenneutraal moet kunnen worden uitgevoerd. Door isolatie van woningen zorgen we eerst voor het verminderen van de vraag en dus een lagere energierekening. Subsidies op investeringen en eventueel goedkope leningen helpen ook om de maandlasten niet te laten stijgen. Door al deze zaken op een rijtje te zetten krijgen we een goed beeld of het plan haalbaar en betaalbaar is.
We noemen dit een business case en is een belangrijke mijlpaal in het proces richting uitvoering. Daarbij hoort ook een financieringsplan. Op die manier wordt voor iedereen duidelijk wat de kosten zijn en hoe deze betaald kunnen worden. Dan kan iedereen ook een goed besluit nemen of het plan uitvoerbaar is. Stap 5a: Eigenaarschap onderzoeken Naast alle financiële zaken is het ook belangrijk te weten wie uiteindelijk beslist en wie eigenaar is van een collectief systeem. En wie besluiten neemt over plannen en controleert of de plannen op de juiste manier worden uitgevoerd. We noemen dat governance, met andere woorden: wie stuurt en controleert dit proces? Dit zijn zaken die nog nader moeten worden uitgezocht. Ook de juridische vragen die spelen moeten worden beantwoord: is er sprake van verplicht afsluiten van het aardgas? Kunnen bewoners zelf kiezen welk alternatief zij willen? Waar kunnen bewoners terecht wanneer zij klachten hebben? Deze vragen leven niet alleen in de gemeente Meierijstad maar worden ook in andere gemeenten gesteld. We volgen deze discussies en ontwikkelingen op de voet en zorgen dat we de kennis hierover op tijd meenemen in de WUP’s.
Stap 6: Besluiten nemen Het totale WUP, inclusief de business case en financieringsplan, leggen we voor aan de gemeenteraad. Zij neemt uiteindelijk het besluit om het plan wel of niet uit te voeren. Pas nadat zij een plan heeft vastgesteld kan gestart worden met de uitvoering. Daarbij houden we oog voor de situatie en dat betekent dat per wijk de snelheid waarmee we zaken uitvoeren kan verschillen.
29
Stap 7: Uitvoering van het WUP Wanneer de gemeenteraad een positief besluit heeft genomen kan de uitvoering starten. De manier waarop is in het voorstel dat de gemeenteraad vaststelt in detail uitgewerkt. Vaak zal een bedrijf gevonden moeten worden die een warmtevoorziening gaat maken voor de wijk. Daarvoor zal de gemeente in overleg met de bewoners een aanbesteding voorbereiden om een selectie te maken van een partij die dit het beste kan doen. Daarbij bewaakt de gemeente dat de bewoners straks niet worden opgezadeld met veel te hoge tarieven voor de afname van warmte.
Randvoorwaarden Om een WUP te kunnen maken zijn bepaalde zaken van belang die geregeld moeten zijn of moeten worden: 1
Zoals eerder aangegeven: geen geld, geen taak! Wanneer de gemeente geen extra middelen ontvangt vanuit de Rijksoverheid kan zij de taken voor het maken van WUP’s niet uitvoeren.
2
Betrouwbaarheid: de nieuwe warmtevoorziening moet goed functioneren. We gaan geen ingewikkelde technieken uitproberen waarvan het niet zeker is of ze werken. We willen garanties dat bewoners niet in de kou komen te zitten. Zijn die er niet of onvoldoende dan voeren we die techniek niet uit.
3
Betaalbaarheid: de warmtetransitie is een dure operatie. Maar het is iets dat door de overheid in zekere zin is opgelegd aan de bewoners. Zij mogen hier niet de dupe van te worden, doordat de kosten van energie extreem hoog worden. Het is op dit moment niet mogelijk om aan te geven wat betaalbaarheid precies inhoudt. De prijs van energie kan in de loop der jaren flink veranderen2.