Bijlage 1 - Transitievisie Warmte inhoudelijk kader en shortlist
Tekst van het document
Veghel Schijndel
Neutraal middentemperatuur warmtenet, meer aanpassingen (isolatie) aan woningen nodig. Veghel Zuid 1 rijwoningen t/m 1974 (35%) en gestapeld t/m 1974 (35%) Veghel Zuid 2 rijwoningen t/m 1974 (79%) De Beemd, Hoevenbraak, Boschweg rijwoningen t/m 1974 (35%)
Schijndel Schijndel Schijndel Veghel Veghel Eerde Erp Erp
Ruimer opgezette buurten, positief voor lage temperatuurverwarming, individueel De Borne 2 div. woningtypen 1992-2011 (60%) Hopstraat div. woningtypen 1992-2011 (70%) Plein 2 vrijstaand 1992-2011 (>75%) 't Ven West div. woningtypen 1992-2011 't Ven Oost div. woningtypen na 2000 'Eerde div. woningtypen 1992-2011 (40%) 'Vlaskamp div. woningtypen 1992-2011 (55%) 'Erp Centrum 100 gestapelde woningen 1992-2011
Veghel
580 790 500
650 825 2.700
100 380 100 880 750 450 480 100
Bij de verdere uitwerking van de TVW en later de WUP’s kijken we voortdurend naar mogelijkheden om slimme combinaties te maken tussen wijken of delen van wijken. Wanneer bijvoorbeeld een wijk bestaat uit een enkele clusters van gestapelde bouw die grenzen aan een vergelijkbaar cluster van een andere wijk en het ander deel van de wijk vooral bestaat uit twee-onder-één kap woningen, dan ligt het combineren van de gestapelde woningen van de twee wijken wellicht voor de hand. Wijken die aan elkaar grenzen en veel overeenkomsten hebben qua opbouw, woningtypen en bouwperiodes koppelen richting uitvoering zoveel mogelijk aan elkaar. Zo zorgen we voor schaalvoordelen en worden bepaalde oplossingen economisch aantrekkelijker.
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
22
4.4
Van longlist naar shortlist
De volgende stap is het bepalen van een shortlist. Belangrijk uitgangspunt daarbij is welk doel de gemeente voor ogen heeft met de startwijken. In grote lijnen zijn er 2 mogelijkheden: 1
de gemeente wil succesvolle voorbeelden. Op die manier toont de gemeente aan dat de warmtetransitie werkt. Door in de eerste wijken successen te boeken kan het draagvlak groeien – ook in andere wijken. Voorwaarde is dat er volop draagvlak is in de gekozen wijken, waardoor het proces in de betreffende wijken soepel verloopt en dat vooraf al een goede inschatting kan worden gemaakt over de technische en economische haalbaarheid. In deze strategie staat het eindresultaat centraal: een door de bewoners gedragen, betaalbare en betrouwbare oplossing voor de warmtetransitie. Is deze niet te realiseren voor 2030 dan stellen we de realisatie uit.
2
De gemeente wil verschillende lessen leren over een effectieve aanpak. Dit vraagt een diversiteit aan wijken en trajecten. Door naast relatief makkelijke wijken ook relatief complexe wijken te kiezen leert de gemeente samen met de bewoners op meerdere manieren. Die lessen zorgen voor meer inzicht wat in de verschillende wijken voor bewoners belangrijk is en helpen de gemeente om de effectiviteit te vergroten voor het vervolg richting 2050. Via deze strategie staat het leren samen met de bewoners centraal.
We kiezen voor de eerste strategie en streven naar het creëren van succesvolle voorbeelden. Reden hiervoor is dat het leidt tot een goed beheersbaar proces voor de gemeente (capaciteitsvraag en complexiteit is minder groot dan bij optie 2). Bovendien is het vinden van draagvlak op de korte termijn van het grootste belang. Daarbij geldt echter dat snelheid nooit ten koste gaat van de kwaliteit van het plan, ook als dat betekent dat de planning van 2030 niet wordt gehaald. We voorkomen op die manier dat bewoners met te grote onzekerheden te maken krijgen of te maken krijgen met complexe oplossingen. Heldere randvoorwaarden stellen aan het eindresultaat is belangrijk om te zorgen voor een betrouwbare warmtevoorziening.
4.4.1 Afwegingen: technische geschiktheid en sociale aspecten Tijdens de inhoudelijke analyses hebben we een groot aantal gegevens over de woningen en de wijken verzameld. Op basis van deze informatie kregen we een beter beeld van de opbouw van de gemeente Meierijstad en wat er op korte termijn aan belangrijke ingrepen op de planning staan. Naast inhoudelijke informatie hebben we ook gekeken naar sociale en maatschappelijke aspecten, zoals leeftijdsopbouw, sociaal weefsel en aspecten uit de Leefbaarheidsmonitor. Niet alle geïnventariseerde informatie is direct relevant om mee te wegen in het selectieproces naar de shortlistwijken. Op alle aspecten hebben vooral gelet op uitschieters: wanneer een wijk bovengemiddeld scoort één of meerdere criteria dan is het een kandidaat voor de shortlist. Gecombineerd met informatie over specifieke omstandigheden is de uiteindelijke keuze gemaakt. In onderstaand overzicht hebben we de onderwerpen opgesomd die bij we hebben bekeken en besproken. -
Opbouw van de wijk: o
Aantal woningen per hectare: meer woningen per hectare maakt de kans op een economisch haalbare oplossing eenvoudiger. Hoe meer woningen per kilometer warmteleiding zijn aangesloten, des te lager de investeringen per woning en vaak ook lagere energielasten voor de bewoner.
o
Omvang van de wijk: wijken met relatief weinig woningen scoren hier minder gunstig. Met grote wijken kan meer impact worden bereikt. Wanneer echter in een kleine wijkbewoners zelf initiatief (willen) nemen dan nemen we die wijk wel mee naar de shortlist.
o
Aantal verschillende type woningen per wijk: voor een wijk met veel dezelfde type woningen is het uitwerken van een haalbare WUP stukken eenvoudiger in vergelijking met een wijk waar heel veel verschillende woningtypen staan.
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
23
o
De leeftijd van de woningen: wanneer de gemiddelde ouderdom van de woningen hoog is kan dat reden zijn om de wijk niet mee te nemen naar de shortlist. De investeringen in de woningen zijn op dit moment dan een groot struikelblok.
o
Verdeling bezit tussen woningcorporaties en particuliere eigenaren: relatief veel bezit van woningcorporaties scoort gunstig. Wanneer een woningcorporatie recent een grote renovatie heeft uitgevoerd kan dit echter ook reden zijn om de wijk niet op te nemen in de shortlist.
-
Haalbaarheid warmtebron: bewezen technieken lenen zich nu al voor een concrete toepassing. Wijken waar warmte-koude opslag kansrijk is scoren daarom gunstig. Het is een veel toegepaste en bewezen techniek. Wijken die geschikt zijn voor warmte uit oppervlaktewater (TEO) scoren ook gunstig, mits deze redelijk dicht bij de bron liggen. Een warmtebron van de toekomst is diepe geothermie. Dit is warmte op hoge temperatuur (>700C) die direct toepasbaar is in woningen. Op basis van zeer algemene informatie lijkt diepe geothermie bij meerdere wijken toepasbaar. In de uitwerking van de WUP’s kan deze optie nader worden bekeken, net als andere alternatieven zoals groen gas en waterstof. Deze laatste opties zijn net als diepe geothermie nog niet breed beschikbaar.
-
Leeftijdsopbouw van de bewoners: relatief hoge leeftijd is vaak een reden om een wijk niet mee te nemen. In de enquêteresultaten is regelmatig aangegeven dat men vanwege de hoge leeftijd niet bereid is mee te werken. Wanneer echter sprake is van een hoge leeftijd door aanwezigheid van een senioren- en zorgcomplex dan kan dit alsnog kansrijk zijn.
-
Leefbaarheidsmonitor: in de leefbaarheidsmonitor is op heel veel verschillende onderwerpen door de gemeente geïnventariseerd wat de bewoners ervan vinden of hoe zij bepaalde zaken ervaren. Drie onderwerpen uit de leefbaarheidsmonitor hebben we meegenomen in de afwegingen van de keuze voor de shortlistwijken:
-
o
Inzet voor de buurt
o
Tevredenheid over het functioneren van de gemeente
o
Onderlinge verbondenheid
Enquêteresultaten longlistwijken: in februari 2021 hebben 110 bewoners van de longlistwijken de vragenlijst ingevuld. Daarin zijn twee belangrijke vragen gesteld die iets zeggen over draagvlak voor de warmtetransitie: o
Wilt u snel overstappen of helemaal niet?
o
Maakt u zich zorgen over de warmtetransitie?
Al deze aspecten zijn geïnventariseerd en besproken. Dat heeft een shortlist opgeleverd en deze lijst is qua samenstelling bij de buurtambassadeurs gecheckt of de keuzes logisch zijn. Zij kunnen zich vinden is de selectie.
4.4.2 Afwegingen: werk met werk Bij de stappen die hebben geleid tot de shortlist is op verschillende manieren de omgeving betrokken. Bij de selectie van de longlistwijken hebben vooral de inhoudelijke analyses een rol gespeeld. Daarbij is ook aan de ketenpartners input gevraagd: welke projecten zijn gepland voor grote ingrepen en zijn er recent al ingrepen uitgevoerd? Beide aspecten zijn belangrijk om te weten: in het ene geval kan het een reden zijn om juist in die wijk te starten. Maar wanneer net een grote renovatie of ingrijpende wegwerkzaamheden hebben plaatsgevonden dan zou het een reden kunnen zijn om nog even te wachten. De huidige planningen van de gemeente zelf en van de woningcorporaties, de netbeheerder en de waterschappenbieden leveren op dit moment geen doorslaggevende aanleiding op een wijk wel of niet mee te nemen naar de shortlist. Gezien de te verwachten doorlooptijd van de planvorming zijn de huidige planningen ook niet goed te synchroniseren. Ook bewoners is gevraagd welke concrete ingrepen in de wijk volgens hen urgent zijn en aanleiding kunnen zijn om de warmtetransitie direct mee te nemen. We hebben daarbij vragen gesteld over verkeersveiligheid, groenvoorziening en speelvoorzieningen. De reacties vanuit de bewoners leverden geen concrete aanleiding op om de warmtetransitie in de wijken te versnellen.
4.4.4 Afwegingen: indicatie draagvlak en overige aspecten Draagvlak is bij het selecteren van de startwijken een belangrijke voorwaarde. Daarom is in de afgelopen maanden gestart met het onderzoeken van de bereidheid van bewoners mee te werken aan de
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
24
warmtetransitie. Verschillende participatieacties hebben indicaties opgeleverd van draagvlak in wijken of bij groepen wijkbewoners. Die indicatie leiden we af van de volgende zaken: -
Bewoners en bewonersgroepen die concrete belangstelling hebben getoond naar aanleiding van de brief die naar alle bewoners is gestuurd
-
De reacties tijdens de Q+A sessie en de bewonersavonden
-
Signalen vanuit de woningcorporaties en de buurtadviseurs van de gemeente
-
Resultaten uit de enquête.
-
Resultaten uit de Leefbaarheidsmonitor
De eerste resultaten van de hierboven benoemde bronnen en acties geven hiervoor nog geen definitief beeld, maar leveren dus wel belangrijke indicaties voor een mogelijk draagvlak binnen enkele wijken. In het selectieproces van longlist naar shortlist is kennis die is verzameld over het draagvlak meegewogen Ook is een extra wijk (De Scheifelaar) toegevoegd aan de shortlist, omdat enkele wijkbewoners zich naar aanleiding van de eerste bewonersbrief hebben gemeld bij de gemeente. Deze initiatiefgroep wil concrete stappen zetten en de gemeente neemt deze wijk daarom mee naar de shortlist. Ook vanuit Eerde is heeft een bewonersgroep zich gemeld met interesse in concrete acties. De enquête over de longlistwijken is door 110 bewoners ingevuld en ongeveer 80 bewoners hebben deelgenomen aan de bewonersavonden. Tijdens de bewonersavonden hebben meerdere deelnemers uit verschillende wijken positief gereageerd op de vraag of zij bereid zijn mee te werken aan de warmtetransitie. In de enquête reageert ongeveer 18% positief op deze vraag. Dit geeft dus weliswaar een eerste indicatie, maar het is duidelijk dat we op het vlak van draagvlak nader onderzoek moeten doen voordat een wijk als startwijk kan worden opgenomen. Hieronder zijn twee tabellen opgenomen: de eerste geeft een overzicht van de wijken die niet worden meegenomen naar de shortlist. De tweede is de shortlist.
Bij elke wijk is een korte toelichting gegeven over de afwegingen die hebben geleid tot de keuze om de wijk wel of niet mee te nemen.
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
25
Wijken die niet meegaan naar de shortlist Wijknaam
Motivatie Erp
Erp Centrum
-
Meerdere warmtescenario’s nodig vanwege afwijkende typen woningen Klein qua omvang Draagvlak onbekend
Vlaskamp
-
Qua situatie sterk overeenkomend met Erp-Centrum
Schijndel Boschweg Noordoost
-
Relatief oude woningen dus vraagt hoge investeringen van bewoners Er loopt een wijkaanpak gericht op verbeteren leefbaarheid, dus er gebeurt nu al veel, daar willen we niet kort achteraan een wijkuitvoeringsplan uitvoeren. Geen reactie ontvangen op enquêtevragen, dus interesse lijkt beperkt
Boschweg Zuidwest
-
Relatief oude woningen dus vraagt hoge investeringen van bewoners Binnenkort vervangt Enexis een deel van de gasleidingen, dus qua planning en doorlooptijd voor wijkuitvoeringsplan sluit dat niet goed aan op elkaar
De Beemd 1 en 3
-
Grote diversiteit aan woningtypen en overige gebouwen Relatief oude woningen Relatief hoge leeftijd bewoners Enquêteresultaten duiden op ontbreken draagvlak
De Borne 2
-
Diverse soorten woningen Deels nieuw maar ook deels oud (voor 1945) Kleinschalig en lage dichtheid
Grevekeur
-
Kleinschalig en diversiteit aan woningtypes Enquêteresultaten duiden op ontbreken draagvlak
Hoevenbraak
-
Binnenkort start een grote renovatie door woningcorporatie. Qua planning is het niet haalbaar tijdig een WUP uit te werken die aansluit op de planning van de woningcorporatie.
Hopstraat
-
Scoort heel gemiddeld op alle aspecten Relatief kleinschalig en daardoor minder geschikt als startwijk
Plein 2
-
Veel vrijstaande woningen en daardoor minder geschikt voor collectieve oplossing
-
Zeer gemêleerd qua gebouwtypen met relatief veel verschillende vormen van utiliteitsgebouwen Gemiddelde leeftijd is relatief hoog
St. Oedenrode St. Oedenrode Centrum Noord
Veghel ’t Ven Oost en West
-
Deze wijk heeft in het verleden een slechte ervaring gehad met een aardgasvrije warmtevoorziening. De woningen zijn alsnog voorzien van een HR-ketel. Daardoor ontbreekt het op dit moment aan draagvlak.
Veghel Zuid 1 en 2
-
De opbouw van de wijk is divers, de woningen zijn relatief oud (grot deel voor 1974), waardoor de investeringen voor de woningeigenaren groot zijn Gezien de gemiddelde leeftijd van de woningen vergt het hoge investeringen van de bewoners om een warmtevoorziening mogelijk te maken
-
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
26
De Shortlist Wijknaam Schijndel Plein 1 en 3
Hulzebraak
Veghel Oranjewijk en Dorsveld
Bunders Busselbunders Heibunders Laarbunders De Scheifelaar
Motivatie -
Voornamelijk rijwoningen dus redelijk homogeen qua opbouw WKO kansrijk, dus relatief eenvoudig qua warmtescenario Beperkt aantal oudere bewoners
-
Gunstig qua woningtypes Gunstig qua leeftijdsopbouw Indicatie voor voldoende draagvlak op basis bewonersavonden en enquête
-
Relatief jonge woningen, waardoor kosten voor de bewoners relatief beperkt blijven Veel corporatiebezit Kansrijk voor TEO
-
Veel woningen en daardoor grootschalige aanpak mogelijk Relatief veel corporatiebezit Gunstig qua leeftijdsopbouw
-
Bewoners hebben zich naar aanleiding van de bewonersbrief gemeld, dus er lijkt draagvlak te zijn
-
Bewoners hebben zich naar aanleiding van de bewonersbrief gemeld, dus er lijkt draagvlak te zijn
Eerde Eerde
4.5
Het vervolg: van shortlist naar startwijken (fase 3)
Met de bewoners van de shortlistwijken starten we in de mei 2021 een traject waarin we via een intensief participatieproces komen tot een selectie van startwijken. We doen dat onder andere via gesprekken met bewoners en onderzoek naar behoeften die bij de uitwerking van de WUP meegenomen kunnen worden. Draagvlak is uiteindelijk de belangrijkste factor om te bepalen of een wijk wordt aangewezen als startwijk of niet. Draagvlak ontstaat wanneer bewoners vertrouwen hebben in het traject. De participatiestrategie moet hieraan bijdragen. Door meerdere acties in te zetten zorgen we enerzijds dat de bewoners beter geïnformeerd raken over de warmtetransitie. Dit moet leiden tot een beter begrip en meer vertrouwen in de veranderingen. Anderzijds verzamelen we meer informatie over de wijk en de wensen van de bewoners en ondernemers. Op basis daarvan kunnen we heldere voorwaarden bepalen waaraan de warmtetransitie moet voldoen, willen de bewoners hieraan meewerken. We onderzoeken dus wat er speelt, welke behoefte men heeft rondom het verbeteren van de woonomgeving en formuleren de randvoorwaarden waaraan de uitwerking van de plannen moeten voldoen. De lijst met de startwijken bestaat naar verwachting uit 2 tot 5 wijken. In augustus 2021 moet deze fase zijn afgerond.
Het aantal startwijken is, naast de bereidheid van de bewoners, ook afhankelijk van de omvang van de inzet die nodig is vanuit de verschillende partners. De gemeente zal de regierol moeten invullen en dit vergt veel personele capaciteit. Ook de ketenpartners moeten in voldoende mate hun bijdrage kunnen leveren.
Uitvoeringsstrategie Zoals hierboven is geschetst is het draagvlak bepalend of een wijk als startwijk wordt opgenomen in de definitieve TVW. Draagvlak ontstaat wanneer mensen vertrouwen hebben in het traject en in het resultaat. Informatie over de warmtetransitie en de techniek die straks in de woningen gerealiseerd moet worden is daarom belangrijk. Ook willen bewoners en ondernemers weten wat het hen gaat kosten. Daarom brengen we op basis van voorbeeldwoningen de financiële aspecten in beeld. Wat zijn de investeringen in een woning en welke
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
27
besparing leveren die op? De doorrekeningen geven een indicatie. De werkelijke kosten en baten zijn afhankelijk van de specifieke omstandigheden en de technische staat van de woningen. Een uitvoeringsstrategie moet ervoor zorgen dat het uitwerken van WUP’s op een gestructureerde wijze verloopt. Het bevat een stappenplan en een lijst met onderwerpen die aan de orde moeten komen tijdens het traject. We doen suggesties voor een procesaanpak en een projectorganisatie. Dit kan per wijk verschillen. De gemeente vervult een faciliterende en soms regisserende rol. Ook dit werken we verder uit in de definitieve TVW. Tot slot Met deze uitwerking van de TVW hebben we een belangrijk tussenstation bereikt op weg naar de eindbestemming. De weg is nog lang, maar het basiskamp is in zicht. Vanuit het basiskamp kan straks concreet gebouwd worden aan een toekomstbestendige gebouwde omgeving. We doen dat samen en weldoordacht. We maken pas op de plaats wanneer dat nodig is en versnellen wanneer dat kan, want we beseffen dat we vooruit moeten.
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
28
Bijlagen:
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
29
Bijlage 1: Toelichting warmtestrategieën PBL Inleiding In deze bijlage beschrijven we de warmtestrategieën zoals gehanteerd door het PBL in de Startanalyse. Per strategie geven we een beschrijving van de aanpak van het PBL, de consequenties voor de woningen en energie-infrastructuur en formuleren we onderzoeksvragen voor de volgende fasen van de TVW. Ook benoemen we een aantal andere strategieën die in Meierijstad relevant zijn. Tenslotte geven we een tabel met een samenvatting. Al deze scenario’s toetsen we de komende maanden op haalbaarheid, beschikbaarheid, betaalbaarheid en toegankelijkheid. De strategieën De Startanalyse van het PBL gaat uit van isolatie van alle gebouwen naar ‘schillabel B’. De kosten daarvoor zijn meegerekend in de studie. Strategieën die in de Startanalyse door het PBL zijn opgenomen: • • • • •
S1: Individuele elektrische warmtepomp S2: Warmtenet met midden- tot hogetemperatuurbron S3: Warmtenet met lagetemperatuurbron S4: Hernieuwbaar gas met hybride warmtepomp (individueel) S5: Hernieuwbaar gas met hoogrendement ketel (individueel) Daarnaast: • • •
Waterstof, als variant op S4 en S5 Warmte uit afvalwater, als variant op S3e Zonnewarmte: is te combineren met S2 en S3 Per strategie is een aantal varianten mogelijk. We behandelen vooral de strategieën die voorkomen in de Startanalyse van het PBL voor Meierijstad en benoemen de overige strategieën kort. Verdeling strategieën naar woningaantal in Meierijstad. Tabel 1. Aantal woningen per strategie in Startanalyse PBL. Totaal Per kern
S1a S1b S2a S2b S2c S3b S3e S4 S5
Woningen per strategie 5.510 1.746 4.219 3.879 223 461 12.427 5.565 34.030
Veghel 976 1.093 1.797 3.390 223 2.934 3.060 13.473
Schijndel
Sint-Oedenrode
1.759 223 1.146 4.575 2.505 10.208
1.212 204 1.276 4.918 7.610
Erp 1.563 226 489 461 2.739
S1a individuele elektrische lucht-/water warmtepomp Per woning of gebouw is een elektrische warmtepomp nodig die warmte onttrekt aan de buitenlucht. De warmtepomp levert warmte met lage temperatuur, dat vergt bij veel bestaande woningen extra isolatie en vaak ook aanpassingen aan de warmteafgifte. In de woning wordt de warmtepomp geplaatst, buiten de woning de ‘buitenunit’ met ventilator. Bij deze strategie en bij de andere strategieën met een individuele warmtepomp is het ruimtebeslag in de woning groter dan bij de andere strategieën. De buitenunit kan geluidsoverlast veroorzaken, al is er steeds meer kennis en techniek om dat te beperken. In een bestaand gebied waar deze strategie gekozen wordt, is verzwaring van het elektriciteitsnet noodzakelijk. De warmtebron (buitenlucht) is overal beschikbaar.
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
30
Een andere consequentie is de waremteafgifte door de warmtepomp aan de omgeving. Gezien de problematiek van hittestress in de bebouwde omgeving vraagt dit aspect aandacht. Is er voldoende schaduw in de omgeving wat hittestress beperkt? De luchtwarmtepomp komt vaker voor als optie met de laagste maatschappelijke kosten dan de bodemwarmtepomp in de Startanalyse voor Meierijstad (32 resp. 17). S1b individuele elektrische warmtepomp met bodembron Per woning of gebouw wordt een elektrische warmtepomp toegepast die warmte onttrekt aan een gesloten bodembron, een sonde in de bodem waardoor water (met antivries) stroomt. De warmtepomp levert warmte met lage temperatuur, dat vergt bij veel bestaande woningen extra isolatie en vaak ook aanpassingen aan de warmteafgifte. In de woning wordt de warmtepomp geplaatst, buiten de woning is ruimte nodig voor (het boren van) de bodembron of -bronnen. Bij deze strategie en bij de andere strategieën met individuele warmtepomp is het ruimtebeslag in de woning groter dan bij de andere strategieën. In een bestaand gebied waar deze strategie gekozen wordt, is verzwaring van het elektriciteitsnet noodzakelijk. Een warmtepomp met bodembron vergt een hogere investering dan een lucht-/waterwarmtepomp. Daar tegenover staan een lager elektriciteitsgebruik en gelijke of lagere kosten voor onderhoud en vervanging.
De keuze voor het een of ander is, zeker voor woningeigenaren, individueel per woning of gebouw te maken. Een geschikte ondergrond is voorwaarde voor het gebruik van bodembronnen. Dat is in de studie van het PBL niet meegewogen. In Meierijstad is de bodem geschikt voor het gebruik van gesloten bronnen, maar op een aantal plaatsen zijn beperkingen (o.a. drinkwatergebieden, zie Afbeelding 3) waardoor het gebruik mogelijk niet toegestaan is. In die figuur is ook te zien dat in verschillende aandachtsgebieden zowel open als gesloten bronnen gebruikt worden. Een extra voordeel van een warmtepomp met bodembron is dat het geen warmte afgeeft aan de omgeving. Daardoor is een bijdrage aan eventuele hittestress niet aan de orde.
Afbeelding 1. Kaart bodemgeschiktheid gesloten bronnen. Bron: www.nationaleenergieatlas.nl
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
31
S2 Middentemperatuur warmtenetten, algemeen De warmte wordt geleverd op 70°C en dit noemen we middentemperatuur of MT. Daarmee kunnen veel bestaande (gedeeltelijk nageïsoleerde) woningen en gebouwen verwarmd worden zonder aanpassingen aan de installatie in de woningen. Ook kan hiermee warm tapwater gemaakt worden. In de woning is ruimte nodig voor een afleverset, die wordt vaak dicht bij de voordeur geplaatst, of bij eengezinswoningen op zolder op de plaats van de CV-ketel. In de straat wordt een warmtenet aangelegd, het gasnet wordt verwijderd. In verband met elektrisch koken moeten de woningaansluitingen in veel gevallen verzwaard worden en kunnen aanpassingen aan het elektriciteitsnet nodig zijn. Bronnen restwarmte en geothermie. Alternatief, niet genoemd in PBL-studie is HT-warmtepomp met WKO en omgevingslucht (of oppervlaktewater). Vooral geothermie is een optie die alleen mogelijk is wanneer dit zeer grootschalig wordt toegepast. Zoveel mogelijkl woningen aansluiten op korte termijn is wenselijk om de financiële haalbaarheid mogelijk te maken. Dat vergt wel een plan voor alle ‘warmtebuurten’ die dicht bij elkaar liggen, waarbij er bijvoorbeeld eerst lokale warmtenetten zijn met tijdelijke warmtebronnen, die later gekoppeld worden en op een geothermiebron aangesloten. Bestaande bronnen kunnen dan dienen als back-up.
S2a Restwarmte met MT-warmtenet Restwarmte van industriële processen of elektriciteitsopwekking wordt gebruikt om de gebouwen op te warmen. Het PBL houdt rekening met de beschikbaarheid van restwarmte op de locatie én gaat ervan uit dat die restwarmte ook beschikbaar blijft. In Meierijstad, met name in Veghel is volgens de Startanalyse potentie voor warmtenetten met gebruik van restwarmte. Dat is ook zo volgens de warmte-atlas van RVO. De eerste ervaring van de gemeente is dat veel van die restwarmte al benut wordt door bedrijven zelf en uitwisseling van warmte tussen de bedrijven onderling. [Onderzoek gemeente Meierijstad] Nader onderzoek moet uitwijzen of er restwarmte beschikbaar voor levering aan gebouwen, wat de leveringszekerheid daarvan is en tot op welke termijn. S2b Geothermie met MT-warmtenet Bij deze techniek heeft het PBL rekening gehouden met de beschikbaarheid op de locatie. Op basis van de informatie in https://www.thermogis.nl/mapviewer. Ook RVO Warmteatlas laat dat zien. Deze bronnen laten zien dat met name rondom Veghel de kans redelijk groot is (30-50%) dat geothermie inderdaad bruikbaar is. Het is dus nog niet vanzelfsprekend dat deze bron beschikbaar is. Het SCAN (Seismische Campagne Aardwarmte Nederland) onderzoek van EBN en TNO zal weer meer duidelijkheid verschaffen 6.
In 2019 is onderzoek gedaan in Veghel Noord [bron?], in 2020 worden boringen verricht op een lijn van west naar oost door de gemeente. De investering voor een geothermiebron is hoog, dus grootschalige toepassing noodzakelijk, tenminste 4.000 woningequivalenten. Op basis van de huidige kennis is de kans redelijk groot (30-50%) dat geothermie gebruikt kan worden, maar niet op de korte termijn. Er is meer onderzoek en uiteindelijke een (proef) boring nodig om dat definitief vast te stellen. Het PBL wijst buurten in Veghel aan die geschikt zijn voor middentemperatuur warmtelevering met in totaal ruim 5.000 woningen. Daarmee zou in één keer een groot deel van de woningen duurzaam verwarmd kunnen worden. Daarvoor is een planmatige aanpak nodig, met (voor)investeringen in onderzoek, (met voorrang) aanleggen van warmtenetten in de geschikte buurten en indien nodig tijdelijke warmtebronnen.
6
https://www.ebn.nl/scan/
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
32
Afbeelding 2. Economische potentie benutting geothermie gemeente Meierijstad. bron: www.thermogis.nl
S2c Geothermie met MT-warmtenet, los van beschikbaarheid PBL heeft ook scenario 2c doorgerekend, waarbij men er vanuit gaat dat geothermie overal beschikbaar is. In dat geval is die optie in Schijndel voor 3 buurten met totaal meer dan 1.700 woningen de beste optie, terwijl dat anders een individuele strategie zou zijn, S1a, S4 of S5. Mogelijk dat voor deze buurten ook andere warmtebronnen met middentemperatuur warmtenet haalbaar zijn. S2d MT-warmtenet met bio-WKK Een wamte-kracht installatie gestookt op biomassa (biogas, hout) levert warmte aan een MT-warmtenet. De installatie wekt warmte en elektriciteit op door de verbranding van biomassa. Deze optie is in de analyse van het PBL voor Meierijstad niet als beste, één na beste of twee na beste scenario teruggekomen. Bovendien is een brede discussie gaande over de toepassing van biomassa voor energieproductie. Dilemma’s zijn vooral de hoeveelheid hout die nodig is voor de warmteproductie. De Nederlandse bossen kunnen niet voorzien in de potentiële vraag en dat kan er toe leiden dat hout uit andere landen wordt geïmporteerd om te verstoken in biomassacentrales. Een SER-commissie onder leiding van Ed Nijpels brengt hierover advies uit. S3 Warmtenet met lagetemperatuurbron, algemeen Bij deze strategieën is de bron warmte van lage temperatuur (LT), 30°C of minder.
Mogelijke bronnen zijn restwarmte van industriële processen, buitenlucht of omgevingswarmte, oppervlaktewater en afvalwater. Een warmtepomp is nodig om die warmte op te waarderen naar een bruikbare temperatuur. Daarnaast is een opslag of seizoensbuffer nodig, omdat de bron in de winter vaak onvoldoende is om de warmtevraag te dekken. De opslag kan zijn een groot buffervat of in de bodem of grondwater (warmte- koudeopslag, WKO). De warmtepomp kan centraal of in de woning opgesteld worden. In de meeste gevallen bij deze strategie gaat het om collectieve warmtepompen. Het warmtnet levert dan warmte van 50 of 70°C. In de straat wordt een warmtenet aangelegd, het gasnet wordt verwijderd. In verband met elektrisch koken moeten de woningaansluitingen in veel gevallen verzwaard worden en kunnen aanpassingen aan het elektriciteitsnet nodig zijn. Bij levering van 50°C moet er lage temperatuurverwarming aanwezig zijn in de woning: vloerverwarming of lage temperatuurradiatoren. Om dat mogelijk te maken is een hoog niveau van isolatie nodig (niveau nieuwbouw vanaf 2006). Voor warm tapwater is een booster-warmtepomp in de woningen nodig, met het formaat van een flinke (elektrische) boiler. Bij levering op 70°C kunnen veel bestaande (gedeeltelijk nageïsoleerde) woningen en gebouwen verwarmd worden zonder aanpassingen aan de installatie in de woningen.
Ook kan hiermee warm tapwater gemaakt worden. In de woning is ruimte nodig voor een afleverset, die wordt vaak dicht bij de voordeur geplaatst, of bij eengezinswoningen op zolder op de plaats van de CV-ketel.
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
33
Het voordeel van een laag temperatuurniveau is dat het warmteverlies in het warmtenet beperkt is en dat de warmtepompen op een hoog rendement kunnen draaien. Het voordeel van een hoog temperatuurniveau is dat minder in de woningen of gebouwen geïnvesteerd moet worden voor isolatie en warmte-afgifte. S3a LT-restwarmte, buffer, LT-warmtenet en individuele warmtepompen De restwarmte (30°C) wordt via een warmtenet aan de woningen geleverd. In de woningen en gebouwen is een elektrische warmtepomp aanwezig die deze warmte opwaardeert om te kunnen gebruiken voor ruimteverwarming en warm tapwater. Deze optie komt niet voor in de PBL Startanalyse voor Meierijstad. Een variant hierop die vaker voorkomt in nieuwbouwwijken is dat de warmte in het warmtenet afkomstig is uit een warmte- koudeopslag systeem, waarin ’s zomers omgevingswarmte of zonnewarmte opgeslagen wordt. S3b LT-restwarmte, buffer, MT-warmtenet Deze optie veronderstelt de beschikbaarheid van een bron van lage temperatuur restwarmte, ca. 30°C. Met een centrale warmtepomp wordt die warmte opgewaardeerd naar 70°C en via een warmtenet geleverd aan de woningen. Deze optie komt één keer voor in de Startanalyse voor Meierijstad, in Vijverwijk in Veghel. Bij een nadere inventarisatie van de beschikbare restwarmte moet aan het licht komen of deze optie haalbaar is op deze locatie.
S3c LT-restwarmte, buffer, MT-warmtenet Deze optie ligt tussen S3a en S3b in: de warmte wordt aan de woningen geleverd op 50°C. De warmte is daarmee bruikbaar voor ruimteverwarming. Voor warm tapwater is een boosterwarmtepomp per woning nodig. Deze optie komt niet voor in de PBL Startanalyse voor Meierijstad. S3d WKO i.c.m. warmte uit de lucht, levering 50°C Met dit type warmtenet wordt vooral in de zomerwarmte onttrokken aan de buitenlucht met zgn. dry-coolers. Die warmte wordt opgeslagen in grondwater met een warmte- koudeopslagsysteem. Een centrale warmtepomp waardeert die warmte op naar 50°C voor levering aan de woningen. In de woningen is lagetemperatuurverwarming nodig en bijbehorende isolatie (niveau nieuwbouw 2006) en en een boosterwarmtepomp voor het warm tapwater. Een belangrijke voorwaarde voor deze strategie is dat de ondergrond geschikt is voor warmte- koudeopslag (WKO) en dat daarvoor een vergunning van de Provincie verkregen kan worden. Op basis van de beschikbare informatie (RVO Warmteatlas en WKO-tool) is de ondergrond voor Brabantse begrippen goed. Dat is ook te zien in Afbeelding 3: Er zijn enkele tientallen open bron systemen (WKO) in gebruik in de gemeente, ook in zogenaamde ‘aandachtsgebieden’ waar voorwaarden gelden vanuit o.a. drinkwaterveiligheid.
Afbeelding 3. Bestaande WKO-systemen en eventuele beperkingen voor boringen. Rood: open systemen, geel: gesloten systemen. Blauwe arcering: drinkwater gebied. Daarin is WKO wel onder voorwaarden mogelijk. Bron: www.wkotool.nl
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
34
S3e WKO i.c.m. TEO, MT-warmtenet Net als S3d maakt deze strategie gebruik van WKO. TEO is thermische energie uit oppervlaktewater. Warmte uit oppervlaktewater wordt ‘s zomers opgeslagen in de bodem (WKO) en m.b.v. een warmtepomp opgewaardeerd voor de verwarming van gebouwen via een warmtenet op 70°C. Daarmee kunnen veel bestaande (gedeeltelijk nageïsoleerde) woningen en gebouwen verwarmd worden zonder aanpassingen aan de installatie in de woningen. Opties met WKO komen opvallend weinig voor in de Startanalyse voor Meierijstad (1 buurt, en een aantal malen als 2e of 3e keus), gezien de relatief gunstige bodemgeschiktheid (o.b.v. kaarten potentieel en het aantal bestaande WKO-systemen, Afbeelding 3). Bij gebrek aan restwarmte of onzekerheid over geothermie is dit een goede terugvaloptie zijn voor meer warmtenetten. Er zijn meerdere warmtebronnen mogelijk, zie ook S3d en de volgende paragraaf met alternatieve warmtebronnen. S3 varianten: temperatuurniveau en warmtebronnen In de studie van het PBL zijn niet alle mogelijke bronnen en combinaties van bron en warmtenet genoemd. Alle hiervoor genoemde warmtebronnen en warmtenetten (temperatuurniveau) zijn mogelijk. De meest geschikte optie is afhankelijk van de lokale situatie: beschikbaarheid van een bron en de geschiktheid van de woningen voor verwarming op een bepaald temperatuurniveau.
Afvalwater is een warmtebron die in de gemeente beschikbaar is, met name in Sint-Oedenrode. Zo blijkt uit de inventarisatie die in het kader van de RES is opgesteld (Concept RES, februari 2020). In die plaats is een aantal wijken aangewezen als geschikt voor een warmtenet met gebruik van restwarmte. Als de beschikbaarheid van restwarmte beperkt is, is afvalwater een te onderzoeken alternatief.
Afbeelding 4. Potentie van TEO (thermische energie uit oppervlaktewater) en TEA (thermische energie uit afvalwater) in Meierijstad. Bron: Concept RES, feb. 2020.
Een andere bron voor warmtelevering die door het PBL niet genoemd is zijn zonnecollectorvelden. Zowel in de RES als in het onderzoek van de gemeente (De toekomst van zon en wind in Meierijstad, 2019) is het potentieel en de ruimte daarvoor onderzocht. Voorwaarde is dat de locatie van een collectorveld in de directe nabijheid van een warmtenet ligt. De zonnewarmte kan zowel gebruikt worden om een buffer of WKO ‘op te laden’ als om direct lage- of hoge temperatuur warmte te leveren aan een warmtenet. S4 Hernieuwbaar gas met hybride warmtepomp Deze individuele strategie gaat uit van het gebruik van hernieuwbaar gas: gas uit biomassa of synthetisch gas (power-to-gas). Dat is niet afhankelijk van beschikbaarheid op locatie, maar gaat uit van distributie op regionaal of landelijk niveau. Deze strategie gaat dus niet automatisch uit van mestvergisting in Meierijstad. “Dierlijke
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
35
mest is ruim voor handen in Nederland maar uitbreiding van de vergistingscapaciteit wordt gehinderd door de afzet van digestaat, het restproduct van vergisting, en door vertraging bij de verstrekking van vergunningen.” (Startanalyse PBL 2019, p50) Het potentieel in Nederland (ook tot 2050) voor toepassing van hernieuwbaar gas in de gebouwde omgeving is relatief beperkt: 1,5 miljard m³ individueel en 0,5 miljard m3 voor collectieve installaties. In de Startanalyse is berekend waar gebruik van dit gas de meeste winst oplevert t.o.v. andere strategieën. In de Startanalyse van het PBL voor Meierijstad komt deze strategie voor meer dan de helft van de woningen (zie Tabel 1). De vraag is of deze hoeveelheid hernieuwbaar gas beschikbaar zal zijn. Ons inziens moet deze warmtebron daarom vooral gebruikt worden voor moeilijk te isoleren woningen en monumenten of plaatsen waar aanpassingen aan de infrastructuur moeilijk haalbaar zijn. Dat kan leiden tot een veel lager aantal woningen dan waar het PBL nu op uitgekomen is. Bij keuze voor deze strategie anticipeer je op toekomstige vergroening van het bestaande aardgasnet. Die vergroening is grotendeels een autonome ontwikkeling die niet in de gemeente Meierijstad plaatsvindt en waarop wij minimale invloed hebben.
Er hoeft aan de infrastructuur niets aangepast te worden: het gasnet blijft liggen, het elektriciteitsnet hoeft niet verzwaard te worden, omdat de warmtepompen een beperkt vermogen afnemen. In de woning wordt naast de bestaande CV-ketel een elektrische warmtepomp geplaatst met buitenlucht of ventilatielucht als bron. De warmtepomp neemt een deel van de ruimteverwarming over van de CV-ketel en leidt zo tot een reductie van het gasgebruik. In de toekomst kan bij voldoende beschikbaarheid de CV-ketel gebruik maken van hernieuwbaar gas. Deze techniek is geschikt voor (gedeeltelijk) na-geïsoleerde woningen, zodat de afgiftetemperatuur van de verwarming verlaagd kan worden voor toepassing van de warmtepomp. S5 Hernieuwbaar gas met HR-ketel Deze strategie is vrijwel gelijk aan de voorgaande (S4), met dit verschil dat de woningen alleen gebruik maken van een gasgestookte CV-ketel voor verwarming en warm tapwater. Deze strategie is vooral geschikt voor woningen die niet of moeilijk beter geïsoleerd kunnen worden, en op locaties liggen waar een warmtenet niet mogelijk is en of verzwaring van het elektriciteitsnet kostbaar is. Waterstof Het is technisch mogelijk om waterstof in te zetten voor verbranding in een aangepaste CV-ketel of omzetting in een brandstofcel. Met de vrijgekomen warmte kunnen woningen en gebouwen verwarmd worden.
Het waterstof kan, al of niet na aanpassingen, via het bestaande aardgasnet getransporteerd worden. Op dit moment is echter de beschikbaarheid van waterstof, opgewekt met hernieuwbare energie, nog zeer beperkt en vooral nog in onderzoeksfase. Naar verwachting zal deze energiedrager eerder toegepast worden in vervoer en industrie dan in de gebouwde omgeving. Deze techniek is nu nog te onzeker om daar op te anticiperen.
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
36
Bijlage 2: Opties warmtebronnen per wijk Geothermie hoge temperatuur (diepe aardwarmte > 500C Boerdonk
Geothermie lage temperatuur (Warmte-koude opslag) Boschweg Noordoost
Thermische energie uit oppervlaktewater (hoge potentieel) Keldonk
Thermische energie uit oppervlaktewater (mogelijk) Empeldonk
Thermische energie uit Afvalwater (TEA) Boerdonk
Bolst
Boschweg Zuidwest
Eerschot
Erp Centrum
Bolst
Empeldonk
De Beemd 1
Sint-Oedenrode Centrum Noord
Erp Zuid
Erp Centrum
Erp Centrum
De Beemd 3
Sint-Oedenrode Centrum Zuid
Armenhoef
Keldonk
Erp Zuid
De Borne 1
Amert en Binnenveld
Kienehoef Noord
De Beemd 1
Keldonk
De Borne 2
Bloemenwijk
Kienehoef Zuid
Duin 1
Vlaskamp
Duin 1
Dubbelen
Nijnsel
Hoevenbraak
Amert en Binnenveld
Grevekeur
Leest
Hoogeinde
Hulzebraak
Bloemenwijk
Hoevenbraak
Leest Noord
Armenhoef
Bunderse Hoek Noord
Hopstraat
Oranjewijk en Dorsveld
Boskant
Bunderse Hoek Zuid
Hulzebraak
't Ven West
Nijnsel
Busselbunders
Molendijk
Veghel Centrum
Olland
De Scheifelaar
Plein 1
Veghel Zuid 1
Sint-Oedenrode Centrum Noord
Erpseweg Zuid
Plein 2
Veghel Zuid 2
Sint-Oedenrode Centrum Zuid
Heibunders
Plein 3
Vijverwijk
Amert en Binnenveld
Hoogeinde
Rooiseheide
Koolenkampen en Iepenlaan
Koolenkampen en Iepenlaan
Schijndel Centrum 1
Mariaheide
Laarbunders
Schijndel Centrum 2
't Ven West
Leest
Schijndel Centrum 3
Leest Noord
Schijndel Centrum 4
Mariaheide
Wijbosch
Oranjewijk en Dorsveld
Amert en Binnenveld
Oude ontginning
Dubbelen
't Ven Oost 't Ven West Veghel Centrum Veghel Zuid 1 Veghel Zuid 2 Vijverwijk
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
37
Bijlage 3: Koppelkansen in de warmtetransitie In het rapport “Concept Transitievisie gemeente Meierijstad; plan van aanpak ” hebben we geschetst hoe we omgaan met koppelkansen. Deze zijn er vooral op het gebied van klimaatadaptatie en circulariteit. Dit zijn inhoudelijke koppelkansen die we op praktische wijze willen meenemen in WUP’s. In dit hoofdstuk geven we aan wat de kaders zijn, op landelijk en evt. gemeentelijk niveau en we geven enkele concrete voorbeelden. We hebben de eerste analyse van warmteopties en woningtypes uitgevoerd. In hoofdstuk 2 zijn de belangrijkste uitkomsten ervan beschreven. In hoofdstuk 4 is aangegeven welke wijken in aanmerking komen om als eerste te starten met het traject richting uitvoering. Bij die uitwerking, waarbij de bewoners intensief zijn betrokken gaan we ook de kansen meenemen voor het tegelijk oplossen van knelpunten op het gebied van de woonomgeving. Dit is een derde categorie koppelkansen.
Klimaatadaptatie: kaders en voorbeelden De Nationale Klimaatadaptatiestrategie 2016 (NAS), brengt de meest urgente klimaatrisico’s in beeld, waaronder: wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018 is opgesteld door gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Daarin staan uitvoeringafspraken over: stresstest, risicodialoog, uitvoeringsagenda en koppelkansen. De Regionale adaptatiestrategie (RAS) is in ontwikkeling, zie https://www.klimaatadaptatiebrabant.nl/over-ons. De gemeente Meierijstad werkt het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) uit. Hierin is met de waterschappen een koppeling gemaakt tussen aanpak van het rioolstelsel en het inspelen op klimaatverandering. De speerpunten uit het plan zijn: • Klimaatbestendig inrichten openbaar en particulier gebied; • Verhogen waterbewustzijn en stimuleren waterbewust handelen; • Verduurzamen afvalwaterketen; • Behalen waterkwaliteitsdoelen (Europese Kaderrichtlijn Water); • Doelmatig verwerken afvalwater in het buitengebied; • Verhogen belevingswaarde en benutten water voor natuur en recreatie; • Verder professionaliseren van het stedelijk waterbeheer; en samenwerken
Analyse Informatie over de klimaatrisico’s in Meierijstad is onder meer beschikbaar via de klimaatatlas https://as50.klimaatatlas.net/. Deze geeft de mogelijkheid om voor de belangrijkste klimaatthema’s op gebiedsniveau in te zoomen op kwetsbare plekken. Onderstaand zijn ter illustratie de kaarten opgenomen van hittestress en wateroverlast in Veghel-centrum.
Afbeeldingen: wateroverlast en hittestress in Veghel centrum. De kaarten helpen om kwetsbare plekken in beeld te krijgen. In de afbeeldingen kleuren deze respectievelijk donkerblauw en rood. Dit is een aanzet tot een stresstest. Er is meer nodig: een integraal gebiedsonderzoek met gedetailleerdere onderzoeken (bijvoorbeeld naar de regenwaterstructuur) en een inzet op de risico-
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
38
dialoog (afstemming tussen de verschillende gebiedsprofessionals). Deze activiteiten vinden plaats in het kader van de uitwerking van het thema klimaatadaptatie. Hierin werkt de gemeente samen met de waterschappen Aa en Maas en De Dommel. De informatie die deze kaarten opleveren zijn op dit moment nog niet meegewogen in de selectie van wijken voor de longlist of de shortlist. Pas wanneer we aan de slag gaan met het opstellen van wijkuitvoeringsplannen is deze informatie belangrijk. De knelpunten die we signaleren moeten in de plannen worden meegenomen. Met inwoners van de ’shortlist-wijken’ gaan we in op kansen om de omgevingskwaliteit te verbeteren. Wellicht komen inwoners met verbeterpunten voor hun buurt, bijvoorbeeld waar precies is wateroverlast bij een zware regenbui, en hoelang blijft die overlast na zo’n bui in de straat aanwezig? En waar willen we meer groen of speelplekken, of een andere afwikkeling van verkeer en parkeren. Op plekken waar een warmtenet is voorzien ontstaan extra kansen, omdat als gevolg van het realiseren van een warmtenet de straat opengaat, dit biedt een mogelijkheid om werkzaamheden in deze straat te combineren.
Voorbeelden Klimaatthema Hittestress
Lokale doelen en agenda Gezondheid en aangename leefomgeving
Wateroverlast
Verminderen wateroverlast, vasthouden regenwater in de wijk
Droogte
Aanvullen en aanpassen van bestaande groen- en waterstructuren
Koppelkansen warmtevisie Minder steen, meer groen. Minder koelbehoefte (gebouwen energie). Maken van schaduwplekken Afkoppelen hemelwater Opgang van water in de wijk (bijv. wadi’s) Circulair gebruik van water Ander (natuurvriendelijk) beheer openbare ruimte; waterbuffering aanleggen; Groene daken
Circulariteit Circulariteit is een relatief nieuw begrip in de beleidsontwikkeling waar gemeenten een rol in vervullen. In de basis gaat het over grondstoffen, de schaarste ervan en de impact die grondstoffen en producten hebben op het milieu. Doel is materialen zoveel en zo lang mogelijk in het systeem beschikbaar te houden. Dat kan door hergebruik of door materialen te recyclen. Ook in de warmtetransitie kunnen we op verschillende manieren het thema circulariteit invullen. In deze paragraaf werken we hiervoor enkele kaders uit en bieden we een aanpak die helpt bij het afwegingsproces voor de keuze van maatregelen.
Kaders Nederland is grondstoffenneutraal, oftewel circulair in 2050. In januari 2017 ondertekenden marktpartijen en Rijksoverheid het Grondstoffenakkoord. In 2018 is o.a. de Transitieagenda Bouw opgesteld. In 2019 gevolgd door het uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019-2023. Sinds 1 januari 2018 is de milieuprestatie gebouw (MPG) opgenomen in het Bouwbesluit. Deze wordt bepaald met de Bepalingsmethode Gebouwen en GWW-werken (januari 2019) met toepassing van de actuele versie van de Nationale Milieudatabase [NMD]. De provincie Brabant trekt de komende jaren geld uit om de Brabantse economie verregaand circulair te maken. Aanjaagprojecten in de bouw en maakindustrie worden hiermee gestimuleerd. Ook binnen de warmtetransitie zijn hier kansen. Er zullen woningen en straten worden aangepakt. Goede ideeën om dit op een circulaire wijze te doen kunnen goed aansluiten bij dergelijke stimuleringsprogramma’s. Ook in het Duurzaamheidsakkoord Meierijstad (2020) is circulariteit opgenomen als een ambitie die gemeente, woningcorporaties en huurdersvereniging gezamenlijk willen oppakken.
Analyse Voor de uitwerking van circulariteit hebben we uitgesproken om ons te richten op circulair bouwen. We maken gebruik van de vijf strategieën voor circulair bouwen om circulariteit bespreekbaar te maken. Deze zijn:
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
39
1.
Benut het beschikbare
2.
Gebruik hernieuwbaar
3.
Minimaliseer milieu-impact
4.
Creëer voorwaarden voor een lange levenscyclus
5.
Creëer voorwaarden voor toekomstige cycli
Met name in de eerste drie strategieën zien we aanknopingspunten. Deze strategieën richten zich op (1) het sluiten van de kringloop, (2) de inzet van gezondere materialen en (3) kiezen van oplossingen met de laagste milieubelasting. Wanneer we met inwoners in gesprek gaan over aanpak in de wijk zullen we circulariteit op dit niveau meenemen, en zo peilen waar voorkeuren en interesses liggen en welke initiatieven op het gebied van circulariteit.
Voorbeelden/ideeën: Binnen de warmtevisie zien we circulariteit als een koppelkans. Dit betekent dat als zich bij de uitwerking van een wijkuitvoeringsplan (WUP) kansen aandienen om bij te dragen aan een circulaire economie we deze zullen grijpen. Deze kansen doen zich voor bij de concrete uitwerking van ingrepen aan woningen en aan de straat. Maar ook nu al kunnen er circulaire initiatieven spelen in de wijk, dat biedt kansen om hierop aan te sluiten. Voorbeelden van circulariteit in de TVW gemeente Meierijstad Niveau Voorbeeld Strategie gedrag Repair-café in de wijk, evt uit te breiden 1 met energiebesparing Ruil of kringloop-initiatieven, bijv. 2 tweedehands bouwmaterialen woning Energie-advies particuliere eigenaren 1, 2
gebied
Renovatie-aanpak woning archetypen (materiaalstromen) GWW circulaire aanpak
1, 2, 3 1, 2, 3
Link.info (MS links opnemen) Gebruiktebouwmaterialen.com (sint Oedenrode) (link naar BrabantWoontSlim) Adviezen aanvullen met materiaalaspecten Referentie project BrabantWonen Stadswerk, CROW, ambitieweb, RCC methodiek
Groen en water (zie klimaatadaptatie)
Overige koppelkansen De hierboven beschreven koppelkansen zijn inhoudelijk van aard en hebben ook een beleidsmatige context. De gemeente Meierijstad werkt aan beleid voor de beschreven thema’s. Met de TVW lopen we hier enigszins op vooruit. We maken het zo concreet mogelijk zodat we de warmtetransitie optimaal benutten voor een integrale verduurzaming. Naast deze beleidsmatige aspecten kunnen ook zaken spelen die door bewoners als urgent en relevant worden ervaren. Het betreft zaken zoals: Veiligheid in het algemeen en Verkeersveiligheid in het bijzonder Het voorzieningenniveau in de wijk, inclusief speelvoorzieningen De kwaliteit en kwantiteit van groen in de wijk De sociale cohesie die in meer of mindere mate aanwezig is. De gemeente Meierijstad heeft oog voor deze aspecten. Daar waar dat mogelijk is nemen we zaken mee in de verdere uitwerking van de WUP’s. De eerste analyses (Leefbaarheidsmonitor, enquête, input tijdens de bewonersavonden) hebben al concrete suggesties opgeleverd die we in het vervolgtraject nader willen onderzoeken. Overigens blijkt uit zowel de Leefbaarheidsmonitor als de verzamelde informatie via bewonersavonden en enquêtes dat de bewoners over het algemeen zeer tevreden zijn over hun woonomgeving.
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
40
Bijlage 4: Resultaten participatie De resultaten uit het participatieproces zijn in drie deelrapporten opgenomen en onderdeel van deze rapportage: 4a:
Meierijstad Aardgasvrij; Resultaten algemene vragenlijst
4b:
Meierijstad Aardgasvrij; Resultaten vragenlijst longlistwijken
4c:
Meierijstad Aardgasvrij; Verslag bewonersavonden longlistwijken
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
41
Meierijstad Aardgasvrij Resultaten algemene vragenlijst
Tabellenrapport | 12 maart 2021
Meierijstad Aardgasvrij Resultaten algemene vragenlijst
Vraag 1
n = 270
Vraag 2
n = 270
2
Meierijstad Aardgasvrij Resultaten algemene vragenlijst
Vraag 3
n = 270
Vraag 4
n = 269
3
Meierijstad Aardgasvrij Resultaten algemene vragenlijst
Vraag 5 – meerdere antwoorden mogelijk
n = 229; aantal antwoorden = 334
Anders, namelijk: 75 reacties ▪ ik zie nog geen echte voordelen voor consument ▪ Het wordt verplicht gesteld door de gemeente !? ▪ Geen goede reden om van het gas af te gaan ▪ niet goed doorgedacht ▪ Bij voorkeur niet. Aardgas is prima bron ▪ Ik wil graag overstap naar kernenergie of behoud aardgas dat relatief schoon is. Zie ook subsidie Duitsland. Ik ben tegen biomassa verbranding en tegen vernietiging van onze omgeving doorvwindmolensven zonnepaneelvelden ▪ Ik zou liever overstappen op biogas of een andere vervanging waardoor de gasleidingen gewoon blijvend kunnen worden gebruikt. ▪ Zorg eerst maar dat er betere systemen komen. Bij de meeste mensen is het dramatisch en zuur duur. Niet iedereen heeft er geld voor klaar liggen. ▪ ben nu 75 moet dus ver over de 100 ▪ Geen behoefte aan verandering, maar we zullen er toch niets over te zeggen hebben. ▪ Geen goede redenen. Hebben reeds energielabel A ▪ blijbaar moet het maar ik ben het er niet mee eens ▪ Wil niet aardgasvrij maken. Zeker voorlopig niet ▪ niet aardgas is een zeer milieu vriendelijke brandstof ..in Duitsland krijg je subsidie als je er naar over gaat. ▪ Geen reden, aardgas is het meest milieu vriendendelijk! Na kernenergie ▪ Ik heb geen goede reden, vind het niet nodig
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
4
▪ ▪
▪ ▪
▪
Niet gas is milieu vriendelijker dan electra Geen reden om te doen Geen enkele reden Vindt het grote onzin Voor mij is aardgas nog steeds het schoonste wat er is. Geen, alles werkt nu goed, Milieu kan ook anders worden opgelost en niet, de besluitvorming door de Overheid en de rekening voor de burgers Geen reden. De alternatieven zijn veel te kostbaar. Ik wil niet aardgas vrij. Ik verbruik al zeer weinig en ben zuinig met energie. Ik betaal 85 euro per maand voor gas en elektra. Dat kan volgens mij niet beter. Ik heb geen vloerverwarming maar wel overal nieuwe vloeren. Die ga ik niet openbreken im vloerverwarming aan te leggen. Ik wil het werk en de kosten niet. Laat mensen zelf de keuze! Voor mensen met een zeer laag gasverbruik zal het nooit rendabel zijn Energiebesparen en daardoor lagere kosten en winst voor het milieu Gas is een schone brandstof. Andere alternatieven zijn nog niet goed genoeg uitgezocht. Positief is de discussie over duurzame alternatieven. Kosten aardgasvrij maken van bestaande woningen van van inwoners en overheden wegen nog niet op tegen de baten. Zowel financieel als duurzaam. ik ben tegen aardgasvrij maken en wil niet meedoen, zeker niet investeren
Wil het nie Ik wil dat niet, aard gas is uitst eken groe n alter natie f. Buit enla nden geve n juist subs idie om over te stap pen op aard gas! optio neel wate rstof gebr uike n ik ben nu bijna 62 en zal het in deze woni ng niet mee r mee mak en Niet. ...in Duit slan d krijg je subs idie als je aard gas gebr uikt, vree md toch Zola ng er geen goed alter natie f is blijf ik aan t gas Gee n enke le rede n om dit te doen . Ga wel met gasfl esse n lope n sjou wen. De eers te 20 jaar nog niet. Heb net een 1 jaar een nieu we ketel Gee n beho efte aan, wac ht op ande re ener giev orm en. BEN G zoda t we mog elijk onaf hank elijk wor den van de NU TS niet. aard gas is duur zaa m. ik ben nog niet over tuigd van alle enor me inve steri ngsk oste n, onde rhou dsko sten, erne rgie verb ruik en kost en ener giev erbr uik. Als dit reëe l is dan is het een goed e oplo ssin g mits de buite nsch il van de woni ng gesc hikt is. Ned erla nd wor dt aang asvr ij voor Gro ning en en niet voor duur zaa mhe id. in duits land krijg t men subs idie om op aard gas te gaan . Tev ens is ons mid dens pann ings netw erk al over bela st voor afna me en teru glev eren van elekt risc he ener gie. Aard gas vrij is voor mij een onlo gisc he keuz e. niet van t gas af. er is geno eg Binn en een VvE maa k je die besli ssin g met ande re eige nare n.
Wan neer wij als vve zove r zijn, wor dt het een geza men lijke actie Verv angi ng ketel Niet van het gas af. Duit slan d gaat zelfs over op gas Gee n goed e rede nen voor . Hela as wor dt je ged won gen. het moe t van de gem eent e, als je naar omli ggen de land en kijkt, moe ten wij wee r voor op lope n Niet nodi g ik vind het grot e onzi n. Duit slan d sluit woni ngen aan op gas. Ik zal er allee n aan mee wer ken als de over heid de kost en beta ald en ik wil zeke r geen war mte gele verd hebb en omd at ener gie bedr ijven onbe trou wba ar zijn. Zie voor beel d Tilb urg waa r men sen jare nlan g teve el hebb en beta ald geen rede n om van aard gas af te gaan dit is scho ne ener gie kijk naar ons buur land Duit slan d krijg en subs idie om op aard gas te gaan en wij moe ten er hier van af leg dat maa r eens duid elijk uit. Indie n het rijk de kost en draa gt en niet de woni ngei gena ar. pas als er beta alba re en goed e alter natie ven zijn. die zijn er nog lang e niet
Meierijstad Aardgasvrij Resultaten algemene vragenlijst
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
5
Ik wil helemaal niet! Als er een goed werkend, betaalbaar alternatief is Wil het nie Ik wil dat niet, aardgas is uitsteken groen alternatief. Buitenlanden geven juist subsidie om over te stappen op aardgas! optioneel waterstof gebruiken ik ben nu bijna 62 en zal het in deze woning niet meer mee maken Niet....in Duitsland krijg je subsidie als je aardgas gebruikt, vreemd toch Zolang er geen goed alternatief is blijf ik aan t gas Wil het nie Ik wil dat niet, aardgas is uitsteken groen alternatief. Buitenlanden geven juist subsidie om over te stappen op aardgas! optioneel waterstof gebruiken ik ben nu bijna 62 en zal het in deze woning niet meer mee maken Niet....in Duitsland krijg je subsidie als je aardgas gebruikt, vreemd toch Zolang er geen goed alternatief is blijf ik aan t gas Geen enkele reden om dit te doen. Ga wel met gasflessen lopen sjouwen. De eerste 20 jaar nog niet. Heb net een 1 jaar een nieuwe ketel Geen behoefte aan, wacht op andere energievormen. BENG zodat we mogelijk onafhankelijk worden van de NUTS niet. aardgas is duurzaam. ik ben nog niet overtuigd van alle enorme investeringskosten, onderhoudskosten, ernergieverbruik en kosten energieverbruik. Als dit reëel is dan is het een goede oplossing mits de buitenschil van de woning geschikt is. Nederland wordt aangasvrij voor Groningen en niet voor duurzaamheid.
in duitsland krijgt men subsidie om op aardgas te gaan. Tevens is ons middenspanningsnetwerk al overbelast voor afname en terugleveren van elektrische energie. Aardgas vrij is voor mij een onlogische keuze. niet van t gas af. er is genoeg Binnen een VvE maak je die beslissing met andere eigenaren. Wanneer wij als vve zover zijn, wordt het een gezamenlijke actie Vervanging ketel Niet van het gas af. Duitsland gaat zelfs over op gas Geen goede redenen voor. Helaas wordt je gedwongen. het moet van de gemeente, als je naar omliggende landen kijkt, moeten wij weer voorop lopen Niet nodig ik vind het grote onzin. Duitsland sluit woningen aan op gas. Ik zal er alleen aan mee werken als de overheid de kosten betaald en ik wil zeker geen warmte geleverd hebben omdat energie bedrijven onbetrouwbaar zijn. Zie voorbeeld Tilburg waar mensen jarenlang teveel hebben betaald
▪ geen reden om van aardgas af te gaan dit is schone energie kijk naar ons buurland Duitsland krijgen subsidie om op aardgas te gaan en wij moeten er hiervan af leg dat maar eens duidelijk uit. ▪ Indien het rijk de kosten draagt en niet de woningeigenaar. ▪ pas als er betaalbare en goede alternatieven zijn. die zijn er nog lange niet ▪ Beslissingen zijn zonder ons burgers iets te vragen genomen ▪ Ik vind dit een suggestieve enquete want ik wil helemaal niet van het gas af. ▪ Aardgas is een schone energiebron. We zijn niet goed bezig om dit af te schaffen. ▪ wij hebben propaangas ▪ Er is geen goede reden ▪ Geen reden, aardgas is prima, waterstof ook, zie Eric Rath ▪ geen ▪ Geen, pas als er een goed alternatief is zoals bijvoorbeeld waterstof. ▪ Het wordt door je strot geduwd. ▪ Gas is de schoonste energiebron die er is. De hele wereld gaat over op gas, maar wij moeten zonodig weer iets doen dat niet werkt ▪ Minder kosten voor energie betalen ▪ waterstof is een interessant alternatief ▪ geen reden ▪ Het zou daadwerkelijk moeten toevoegen aan een beter klimaat ▪ Maandelijkse kosten naar beneden brengen ▪ Dit wilde ik. Mijn huis is in2020 opgeleverd. De gemeente heeft mijn verzoek om aardgasvrij geweigerd in 2018. ▪ Prijs voordeel ▪ Is het huis geschikt? ▪ Gewoon NIET. Onnodig dure onzin is het ▪ Dat het nergens op slaat. Zijn meer wegen.
En niet alles naar het stroomnet verplaatsen ▪ Eerst betaalbare alternatieven ▪ Het wordt opgelegd, geen eigen keuze ▪ Ik heb geen reden om aardgas vrij te worden ▪ Combinatie ‘het moet’ en ‘klimaat’ ▪ Geen enkele reden om dit te doen.
Meierijstad Aardgasvrij Resultaten algemene vragenlijst
Vraag 6 - meerdere antwoorden mogelijk
n = 181; aantal antwoorden = 450
Anders, namelijk: 106 reacties ▪ Niets ▪ Niks ▪ Al de genoemde aspecten heb ik al ▪ niets ▪ Geen ▪ Geen ▪ Reeds zonnepanelen ▪ Kernenergie ▪ Niks. Ons huis is goed geisoleerd ▪ Behalve aardgasvrij, is de woning al compleet verduurzaamd. ▪ Bovenstaande reeds gedaan ▪ hebben we alle 4 ▪ Geen en ook geen aardgasvrij ▪ Heb dat al ▪ Gewoon aardgas houden!! ▪ isolatie (volledig) zonnepanelen en dubbe glas zijn al aanwezig ▪ IK heb zonnepanelen. Opbrengst wordt wel gehinderd door bomen langs de weg. Gemeente wil niet meewerken met extra snoeien van die bomen. Althans dat is mij schriftelijk door de gemeente Meierijstad medegedeeld. ▪ Mijn huis is geïsoleerd. Ik heb overal nieuwe kozijnen met HR ** glas. Daar houd het bij op. Ik investeer niks meer met mijn lage energiekosten!