CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Toelichting BP Buitengebied Sint-Oedenrode herziening Jekschotseweg 19

Raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19'13.822 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Meierijstad

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’ TOELICHTING

Projectlocatie Adres: Postcode: Plaats:

Jekschotseweg 19 5491 RB Sint-Oedenrode

Gegevens adviesbureau Naam: Contactpersoon: Adres: Postcode: Plaats: Telefoon: e-mail:

Kastelijn Ruimtelijk Advies D.F.H. Kastelijn Bieslook 21 5491 KE Sint-Oedenrode 06 – 22786032 kastelijn@ruimtelijk-advies.nl

Naam document

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’.

IMRO Code

NL.IMRO.1948.BGO000BP0052022P-VG01

Versie

Vaststelling: mei 2023

Auteur

drs. D.F.H. Kastelijn

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

Inhoud 1.

INLEIDING

4

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding Ligging planlocatie Vigerend bestemmingsplan Doel van het plan Leeswijzer

4 4 5 7 7

2.

PLANBESCHRIJVING

8

2.1 2.2 2.3 2.4

Bestaande situatie Voorgenomen ontwikkeling Kwaliteitsverbetering van het landschap Omgevingsdialoog

8 8 11 13

3.

BELEIDSKADER

14

3.1 Provinciaal beleid 3.1.1 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 3.2 Gemeentelijk beleid 3.2.1 Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 3.2.2 Kansen voor Kwaliteit 3.2.3 Regeling kwaliteitsverbetering Landschap Meierijstad

14 14 17 17 17 18

4.

RUIMTELIJKE EN MILIEUHYGIËNISCHE EFFECTEN

19

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15

Bedrijven en milieuzonering Geur Gezondheid in relatie tot veehouderijen Luchtkwaliteit Geluid Bodem Water Flora en fauna Archeologie en cultuurhistorie Externe veiligheid Spuitzones Hoogspanningslijnen Kabels en leidingen Infrastructuur en parkeren M.e.r.-beoordeling

19 20 23 27 29 29 32 35 37 38 42 42 43 43 44

-2-

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

5.

JURIDISCHE PLANOPZET

45

5.1 5.2 5.3

Plansystematiek Opbouw van de regels Bestemmingen

45 45 48

6.

HAALBAARHEID EN PROCEDURE

49

6.1 6.2

Financieel Maatschappelijk en procedure

49 49

BIJLAGE 1: BIJLAGE 2: BIJLAGE 3: BIJLAGE 4:

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN – KVH LANDSCHAPSONTWERP BEREKENING ACHTERGRONDBELASTING GEUR VERKENNEND BODEM- EN ASBESTONDERZOEK – BODEMINZICHT QUICKSCAN FLORA EN FAUNA - EXLAN

-3-

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Gemeente Meierijstad

Initiatiefnemer is eigenaar van het perceel Jekschotseweg 19 te Sint-Oedenrode. De planlocatie betreft een voormalige intensieve veehouderijlocatie (varkenshouderij). Dit bedrijf is beëindigd, waarna in 2015 middels een wijzigingsplan de locatie is omgezet naar de bestemming ‘Bedrijf’ ten behoeve van statische opslag. In 2016 heeft de gemeente Meierijstad echter middels een algemene herziening van het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, abusievelijk ter plaatse de bestemming ‘Bedrijf’ weer (terug) gewijzigd naar ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ met de functieaanduidingen ‘intensieve veehouderij’ en ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - veehouderij’. In de praktijk is ter plaatse nog steeds sprake van statische opslag, niet van een (intensieve) veehouderij. Initiatiefnemer is voornemens deze statische opslag te beëindigen en de bestemming van de locatie te wijzigen in ‘Wonen’. Als onderdeel van het plan vindt er sloop van 561 m2 aan (voormalige agrarische) bedrijfsbebouwing plaats. In de nieuwe situatie zijn binnen de woonbestemming 300 m2 aan bijgebouwen toegestaan. De planlocatie is voor wat betreft de regels gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4’ van de voormalige gemeente SintOedenrode.

Daar er binnen het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 geen wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen die voorgenoemde ontwikkeling mogelijk maken, is voor onderhavig initiatief een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. De gemeente Meierijstad heeft middels haar besluit d.d. 10 oktober 2021 (PRO2021-034) kenbaar gemaakt medewerking te verlenen aan de door initiatiefnemer voorgenomen ontwikkeling. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passende juridische en planologische regeling om genoemde bestemmingswijziging mogelijk te maken.

1.2

Ligging planlocatie De planlocatie is gelegen binnen de gemeente Meierijstad, ten oosten van de kern Sint-Oedenrode. De planlocatie beslaat het merendeel van het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente SINT-OEDENRODE, sectie K, perceelnummer 387. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt 5.780 m2. In figuur 1.1 is de ligging van de planlocatie blauw omkaderd weergegeven.

-4-

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

planlocatie

Figuur 1.1: Ligging planlocatie (bron: www.kadastralekaart.com).

1.3

Vigerend bestemmingsplan Voor de planlocatie is in 2015 het wijzigingsplan ´Jekschotseweg 19’ vastgesteld. Het perceel had in dit wijzigingsplan de enkelbestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’. Daarnaast was binnen de bedrijfsbestemming de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 66’ gelegen. Tot slot was op de planlocatie de gebiedsaanduiding ‘overige zone – leefgebied struweelvogels’ gelegen. Figuur 1.2 geeft een uitsnede van de plankaart met daarop het bouwvlak uitgelicht én een uitsnede van de regels met de ‘Tabel Bedrijven’, beide behorende bij het wijzigingsplan ‘Jekschotseweg 19’. Bovenstaande is echter niet de huidige planologische situatie. In 2016 heeft de gemeente Meierijstad namelijk middels een algemene herziening van het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, abusievelijk ter plaatse van de planlocatie de bestemming ‘Bedrijf’ weer (terug) gewijzigd naar ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ met de functieaanduidingen ‘intensieve veehouderij’ en ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - veehouderij’. Daarnaast zijn op de planlocatie de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – leefgebied struweelvogels’ en ‘overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied’ gelegen.

Figuur 1.3 geeft een uitsnede van de plankaart behorende bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 2’ met daarop het agrarisch bouwvlak uitgelicht.

-5-

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

Figuur 1.2: Uitsnede plankaart en regels wijzigingsplan ‘Jekschotseweg 19’.

Figuur 1.3: Uitsnede plankaart bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 2’.

-6-

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

Daarnaast vigeert voor de locatie nog het ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren‘ , waarin nadere voorwaarden m.b.t. parkeren in Meierijstad zijn opgenomen. Tot slot is op 28 januari 2021 voor het gehele grondgebied van Meierijstad het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen - laaghangend fruit’ vastgesteld. Hierin zijn diverse regelingen opgenomen waaronder regels over de toegestane oppervlakte aan bijgebouwen bij (burger)woningen in het buitengebied.

1.4

Doel van het plan Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt de bestemming van de locatie Jekschotseweg 19 te Sint-Oedenrode gewijzigd van ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ naar ‘Wonen’ met de mogelijkheid tot 300 m2 aan bijgebouwen bij de woning.

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze toelichting worden de bestaande situatie van het plangebied en de planbeschrijving nader weergegeven. Het beleidskader dat van toepassing is op het plangebied en haar directe omgeving wordt in hoofdstuk 3 geschetst. Met name het beleid op provinciaal en gemeentelijk niveau komt aan de orde. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de betreffende milieuhygiënische en planologische aspecten van het initiatief aan bod. In hoofdstuk 5 wordt de juridische opzet van het plan nader toegelicht. Hoofdstuk 6 tot slot bespreekt de haalbaarheid van het plan en de te doorlopen procedure.

-7-

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

2.

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie

Gemeente Meierijstad

De planlocatie betreft een voormalige intensieve veehouderijlocatie (varkenshouderij). Dit agrarisch bedrijf is beëindigd, waarna in 2015 middels een wijzigingsplan de locatie is omgezet naar de bestemming ‘Bedrijf’ ten behoeve van 822 m2 statische opslag. Op het perceel zijn een bedrijfswoning en een tweetal bedrijfsgebouwen aanwezig die in gebruik zijn voor statische opslag. De bedrijfsgebouwen hebben een oppervlakte van respectievelijk 278 m2 (voormalige biggenstal) en 561 m2 (voormalige varkensstal). In figuur 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie van de planlocatie weergegeven.

Figuur 2.1: Luchtfoto huidige situatie planlocatie.

2.2

Voorgenomen ontwikkeling Initiatiefnemer is voornemens de op de planlocatie aanwezige bedrijfswoning om te zetten naar een burgerwoning. Hiertoe wordt de bestemming van het perceel gewijzigd van ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ in ‘Wonen’. Als onderdeel van het plan wordt het meest oostelijk gelegen bedrijfsgebouw van 561 m2 gesloopt. In de nieuwe situatie resteert hiermee één bijgebouw bij de woning van 278 m2. In figuur 2.2 zijn de voorgenomen ontwikkelingen op de planlocatie nader weergegeven. -8-

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

Sloop bedrijfsbebouwing 561 m2

Behoud bijgebouw 278 m2

Omzetten bedrijfswoning naar burgerwoning

Figuur 2.2: Voorgenomen ontwikkelingen planlocatie.

In de nieuwe situatie wordt het bouwvlak strak rondom de woning gesitueerd. Daarnaast wordt een bestemmingsvlak ‘Wonen’ op maat gerealiseerd met een oppervlakte van 3.000 m2. De privétuin bij de woning en de inrit bij de woning worden hierbij opgenomen binnen het nieuwe bestemmingsvlak ‘Wonen’. Figuur 2.3 geeft de nieuwe situatie van de planlocatie weer.

Figuur 2.3: Nieuwe situatie planlocatie (bron: BraGis B.V.).

-9-

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

Bij het initiatief wordt daarnaast aangesloten bij de afwijkingsbevoegdheid uit Artikel 7.15 van het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’ voor het toestaan van een grotere oppervlakte van bijbehorende bouwwerken door middel van sloop-bonus. Onderstaand is genoemd artikel opgenomen, waarbij een nadere toetsing aan de in het artikel genoemde voorwaarden plaatsvindt. 7.15 Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van een grotere oppervlakte van bijbehorende bouwwerken (sloop-bonus) Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.4 onder b, en een grotere oppervlakte van bijbehorende bouwwerken toestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. alle voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen worden gesloopt; Bij voorliggend initiatief wordt de voormalige varkensstal van 561 m2 gesloopt waarmee, op het te behouden bijbehorend bouwwerk na, alle voormalige agrarische bedrijfsgebouwen worden gesloopt. b. cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is uitgezonderd van verplichte sloop; Op de locatie is geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aanwezig. c. voor iedere m2 aan bebouwing die gesloopt wordt, geldt dat per m2 sloop er een vergroting van de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken plaats kan vinden van 0,5 m2; De te slopen varkensstal heeft een oppervlakte van 561 m2.

Hiermee kan een vergroting van de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken van: 561 * 0,5 = 280 m2 plaatsvinden. d. de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij een woning na toepassing van deze regeling bedraagt 300 m2; Op basis van het bestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’ bedraagt de regulier toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij een woning 150 m2. Bij voorliggend initiatief worden 300 m2 van de 561 m2 aan sloopmeters ingezet om de maximaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken binnen het plangebied te vergroten met 150 m2 naar in totaal 300 m2. Dit betreft het reeds bestaande te handhaven bijbehorend bouwwerk van 278 m2 én een in de toekomst op te richten tweede bijbehorend bouwwerk van 22 m2. De resterende 261 m2 van de 561 m2 aan sloopmeters worden ingezet op een nog nader te bepalen locatie binnen Meierijstad. Hierbij wordt aangesloten bij de bepalingen zoals opgenomen in Artikel 7.17 van het bestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’, waaronder het combineren van sloop op eigen terrein met sloop elders mits zeker is gesteld dat de elders gesloopte bebouwing niet herbouwd kan worden. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt zeker gesteld dat deze 261 m2 aan nog resterende sloopmeters niet op de planlocatie herbouwd

- 10 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

kunnen worden. Deze sloopmeters kunnen daarmee op een andere locatie binnen Meierijstad ingezet worden. e. de overige bepalingen uit artikel 7.4 blijven onverminderd van toepassing. Aan de overige bepalingen zoals opgenomen in Artikel 7.4 van het bestemmingsplan wordt bij voorliggend initiatief voldaan. De voorgenomen ontwikkeling past hiermee binnen de door de gemeente Meierijstad vastgestelde kaders in haar bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen - Laaghangend fruit’.

2.3

Kwaliteitsverbetering van het landschap Bij de voorgenomen ontwikkeling dient voldaan te worden aan de vereisten van de versterking van de landschappelijke kwaliteit (tegenprestatie) ex artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In haar regeling ‘Kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode’ geeft de gemeente Meierijstad nadere invulling aan de inspanningen die voor niet-planmatige ontwikkelingen (afzonderlijke initiatieven in het buitengebied) van toepassing zijn. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in de volgende drie categorieën: a. categorie 1: b. categorie 2:

c. categorie 3:

geen inspanning; een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer; toepassing van de forfaitaire methode, waarbij uitgegaan wordt van 20 % van de grondwaardevermeerdering in primair agrarisch gebied en 25% in agrarisch gebied met waarden.

In bijlage 1 van de regeling is onder categorie 2 de volgende concreet benoemde ontwikkeling opgenomen: -

Wijziging bestemming agrarisch bedrijf (inclusief agrarisch verwant en agrarisch-technisch hulpbedrijf) of niet agrarisch bedrijf in bestemming wonen of wonen met VAB aanduiding, mits het bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 5.000 m2, overtollige voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 500 m2 aan voormalige bedrijfsbebouwing resteert.

Zoals beschreven paragraaf 2.1 en 2.2 wordt aan bovenstaande criteria voldaan. He bestemmingsvlak Wonen wordt verkleind tot 3.000 m2 en de resterende voormalige bedrijfsbebouwing heeft een oppervlakte van 278 m2. Dit houdt in dat hiermee voor onderhavig initiatief sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan. Om deze tegenprestatie te waarborgen is door initiatiefnemer opdracht verstrekt voor het opstellen van een landschappelijk inpassingsplan. Dit plan is - 11 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

toegevoegd als bijlage aan voorliggende toelichting. In het plan wordt een onderscheid gemaakt tussen landschappelijke inpassing en erfinrichting. In het kader van de landschappelijke inpassing wordt gekozen voor de aanplant van een tweetal struweelzones. Eén struweelzone wordt gerealiseerd rondom het te handhaven bijgebouw. Hiermee wordt dit gebouw op een natuurlijke wijze ingepast in haar omgeving. De andere struweelzone wordt gerealiseerd aan de achterzijde van het perceel, waarmee het perceel landschappelijk wordt ingekaderd binnen haar omgeving. Daarnaast worden op de perceelrand een drietal zomereiken aangeplant ten behoeve van het herstel van de aanwezige bomenrij. Het landschappelijk inpassingsplan is als bijlage opgenomen bij voorliggende toelichting. In figuur 2.4 is een uitsnede van het landschappelijk inpassingsplan opgenomen. Middels uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan wordt voldaan aan de vereisten uit de regeling kwaliteitsverbetering landschap.

Figuur 2.4: Uitsnede landschappelijk inpassingsplan.

- 12 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

2.4

Gemeente Meierijstad

Omgevingsdialoog Ten behoeve van voorliggend initiatief heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden met omwonenden. Gelet op de ten tijden van deze dialoog geldende Corona-maatregelen heeft deze dialoog individueel plaats gevonden. Door initiatiefnemer is de beoogde ontwikkeling besproken met de eigenaren van Jekschotseweg 16, Jekschotseweg 15 en Jekschotsweg 21. De omwonenden hebben hierbij aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het initiatief, waarbij de eigenaar van het agrarisch bedrijf aan Jekschotseweg 16 de opmerking heeft geplaatst dat hij nog advies in zal winnen bij ZLTO. De verslagformulieren van de omgevingsdialoog zijn ter kennisname overhandigd aan de gemeente Meierijstad.

- 13 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

3.

Gemeente Meierijstad

Beleidskader

De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied moet passen binnen het vigerend beleid op zowel nationaal, provinciaal, als gemeentelijk niveau. Het gaat hier om een kleinschalige wijziging waardoor rijksbelangen niet in het geding zijn. Het Rijk gaat er vanuit dat het beleid dat provincie en gemeenten opstellen past binnen het Rijksbeleid. Een toets aan het rijksbeleid kan dan ook achterwege blijven. Het plan wordt wel getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. De belangrijkste bevindingen uit dit beleid worden hieronder beschreven en aangegeven wordt hoe de ontwikkeling van het plangebied past binnen de bestaande regelgeving. Per 1 oktober 2012 is in artikel 3.1.6 Bro een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen in bestemmingsplannen. In de toelichting van het bestemmingsplan moet hiervoor een verantwoording plaatsvinden aan de hand van een drietal opeenvolgende treden (de zogenaamde “ladder voor duurzame verstedelijking”). Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Onderhavig initiatief betreft een bestemmingswijziging van ‘Bedrijf’ naar ‘Wonen’ waarbij de oppervlakte aan bebouwing wordt teruggebracht met 452 m2. Hiermee is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een verantwoording is in dit geval niet aan de orde.

3.1

Provinciaal beleid Het provinciaal ruimtelijk beleid is vastgelegd in de Brabantse Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). Inmiddels hebben Provinciale Staten op 11 maart 2022 de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld, vanwege de verplichting uit de Omgevingswet. De Omgevingsverordening treedt gelijktijdig met de Omgevingswet in werking. Tegelijkertijd hebben Provinciale Staten op 11 maart 2022 de wijziging Interim omgevingsverordening – actualisatie april 2022 vastgesteld. Hierin zijn een aantal thema’s opgenomen en wijzigingen aangebracht ten opzichte van de geldende Interim omgevingsverordening.

3.1.1 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Vooruitlopend op de Omgevingswet heeft de provincie Noord-Brabant als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels uit de verschillende verordeningen zijn samengevoegd. Deze Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) is op 25 oktober 2019 vastgesteld. De meest recent geconsolideerde versie dateert van 11 maart 2022. De Interim omgevingsverordening is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent - 14 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er alleen inhoudelijke wijzigingen zijn doorgevoerd als die rechtstreeks voortvloeien uit vastgesteld beleid. De gemeenteraad moet bij het vaststellen van een bestemmingplan de regels uit de Interim omgevingsverordening respecteren. Concreet betekent dat de IOV de maximale speelruimte bepaalt die een gemeente heeft bij het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning voor initiatieven (de afwegingsruimte). De IOV start met het centraal stellen van de kwaliteitsopgave in Brabant. Voor elke ontwikkeling geldt dat niet alleen onderbouwd moet worden hoe het plan bijdraagt aan de zorg voor behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit, maar dat zelfs elke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving.

Ongeacht de ontwikkeling, dient in ieder geval zorgvuldig ruimtegebruik als uitgangspunt te worden gehanteerd én het bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit in brede zin.

Figuur 3.1: Uitsnede integrale plankaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In de Interim omgevingsverordening zijn twee typen regels opgenomen. De zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten gelden voor burgers en bedrijven. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten - 15 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. De zogenaamde instructieregels gelden voor bestuursorganen van de overheid. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. In figuur 3.1 is een uitsnede weergegeven van de integrale plankaart van de Interim omgevingsverordening met daarop de planlocatie weergegeven. De planlocatie is in de Interim Omgevingsverordening aangeduid als ‘Landelijk gebied’, ‘Gemengd Landelijk gebied’ en ‘Stalderingsgebied’. Landelijk gebied In Artikel 3.68 en Artikel 3.69 van de Interim omgevingsverordening heeft de provincie Noord-Brabant de kaders vastgelegd voor Wonen in Landelijk gebied. Primair geldt (Artikel 3.68) dat enkel bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan. Artikel 3.69 maakt het hierbij mogelijk om een bestaande bedrijfswoning als burgerwoning te gebruiken. Dit artikel luidt als volgt: Art. 3.69 Afwijkende regels (burger)woningen In afwijking van artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in: c. het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerder woonfuncties plaatsvindt; De woning wordt bij onderhavig initiatief niet gesplitst.

In zowel de bestaande als de nieuwe situatie is sprake van (slechts) één woning. 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw (varkensstal) van 561 m2 gesloopt, zoals nader beschreven in hoofdstuk 2 van voorliggende toelichting. De voorgenomen bestemmingswijziging ten behoeve van de omzetting van een agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning voldoet hiermee aan bovenstaande voorwaarden uit de Interim omgevingsverordening. Hiermee past de ontwikkeling binnen de regels voor burgerwoningen in het Landelijk gebied zoals vastgelegd in de Interim omgevingsverordening. Art. 3.9 Kwaliteitsverbetering van het landschap Tot slot is in Interim omgevingsverordening in Artikel 3.9 vastgelegd dat wanneer een bestemmingsplan een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, deze ruimtelijke ontwikkeling gepaard dient te gaan met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve - 16 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

mogelijkheden van het gebied of de omgeving. Voor onderhavig initiatief wordt voldaan aan deze kwaliteitsverbetering van het landschap. In hoofdstuk 2.3 van voorliggend bestemmingsplan alsmede in bijlage 1 is de gevraagde landschappelijke inpassing nader uitgewerkt. Overige aanduidingen Daarnaast is de planlocatie gelegen binnen het ‘stalderingsgebied’. Binnen het stalderingsgebied heeft de provincie Noord-Brabant strengere regels opgesteld voor de vestiging van of de omschakeling naar een hokdierhouderij. Voor onderhavig initiatief is echter geen sprake van de vestiging van of omschakeling naar een hokdierhouderij, waardoor deze aanduiding niet van invloed is op de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past hiermee binnen de door de provincie Noord-Brabant vastgestelde kaders in de Interim omgevingsverordening.

3.2

Gemeentelijk beleid

3.2.1 Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 Voor de planlocatie geldt voor wat betreft de planregels het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 en voor wat betreft de verbeelding het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 2. Het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 is op 29 maart 2018 vastgesteld door de gemeenteraad van Sint-Oedenrode. Het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 biedt geen mogelijkheid om het voorgenomen initiatief mogelijk te maken. Gekozen wordt dan ook om de ontwikkeling mogelijk te maken middels een partiële herziening van het bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. 3.2.2 Kansen voor Kwaliteit Gemeente Meierijstad is qua oppervlakte de op één na grootste gemeente van Noord-Brabant en bestaat uit 13 kernen en een groot buitengebied. Een buitengebied dat van oorsprong hoofdzakelijk een agrarische functie heeft. Veel agrarische bedrijven hebben zich verspreid in het buitengebied van Meierijstad gevestigd en ontwikkeld. In de afgelopen jaren zijn veel van deze agrarische bedrijven gestopt en ook de komende jaren zullen naar verwachting nog veel bedrijven gaan stoppen. Dit zorgt voor steeds meer vrijkomende agrarische bebouwing.

Volgens een onderzoek van Wageningen Environmental Research (WENR) is Meierijstad in Brabant met afstand de nummer één als het gaat om het verwachte aantal vierkante meters vrijkomende agrarische bebouwing de komende 10 jaar. Leegstand van deze vrijkomende bebouwing kan grote gevolgen hebben voor de kwaliteit van het buitengebied, maar biedt ook kansen om het buitengebied leefbaar en vitaal te houden. - 17 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

In het rapport 'Kansen voor Kwaliteit' is gekomen tot een afwegingskader voor de herontwikkeling van vrijkomende (agrarische) bebouwing, waarbij de (directe) omgeving leidend is, een verbetering van de kwaliteit vereist is en de direct omwonenden en andere belanghebbenden worden betrokken. De gemeente Meierijstad staat open voor nieuwe initiatieven ('nodigt uit'), maar stelt tegelijk eisen aan (het behoud en de versterking van) de omgevingskwaliteit. Hierbij is de uitdaging om een goede balans te vinden tussen (duurzame) economische functies en een veilige en kwalitatieve leefomgeving. De gemeente wil hergebruik faciliteren, daar waar dit passend is, en sloop stimuleren. De aanpak sluit aan bij de ambitie zoals geformuleerd in de Mijlpalen van Meierijstad. Hierin is opgenomen dat gemeente Meierijstad een aantrekkelijke, duurzame en gezonde omgeving is om te wonen, te werken en te recreëren. Een ruimtelijke balans tussen wonen, werken en leven. De gemeente Meierijstad geeft behalve aan de agrarische sector als belangrijke economische drager, ruimte aan andere vormen van economie in het buitengebied, passend bij de aard, schaal en gewenste kwaliteit van het landelijk gebied. Voorliggende ontwikkeling sluit aan op bovengenoemde kaders uit het rapport ‘Kansen voor Kwaliteit. Middels de ontwikkeling wordt 561 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt (varkensstal).

De ontwikkeling draagt hiermee bij aan het voorkomen van leegstand en zorgt voor een verbetering van de kwaliteit van het buitengebied. Daarnaast zijn omwonenden middels een omgevingsdialoog bij het plan betrokken. 3.2.3 Regeling kwaliteitsverbetering Landschap Meierijstad De Gemeente Meierijstad is bezig met het opstellen van de rapportage 'Richtlijnen landschappelijke inpassing en regeling kwaliteitsverbetering Landschap Meierijstad'. De kaders uit deze rapportage zullen de afzonderlijke regelingen voor kwaliteitsverbetering van de voormalige gemeenten Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel gaan vervangen. De gemeente Meierijstad vindt het belangrijk dat een initiatief bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Daarmee wordt voortgeborduurd op het beleid van de provincie Noord-Brabant, die een belangrijke rol speelt bij de (her)ontwikkeling van het Brabantse buitengebied. Een belangrijk regelinstrument hiervoor is de interim omgevingsverordening. Bij voorliggend initiatief wordt, zoals nader uitgewerkt in hoofdstuk 2.3 van voorliggende toelichting, aangesloten bij de richtlijnen voor landschappelijk inpassing en de door de gemeente Meierijstad gehanteerde systematiek uit de Regeling Kwaliteitsverbetering Landschap Meierijstad. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past hiermee binnen de door de gemeente Meierijstad vastgestelde beleidskaders.

- 18 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

4.

Gemeente Meierijstad

Ruimtelijke en milieuhygiënische effecten

Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante ruimtelijke en milieuhygiënische aspecten van het project. Aangetoond dient te worden dat de realisatie van het project er niet toe leidt dat andere functies in de omgeving worden beperkt in hun mogelijkheden en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

4.1

Bedrijven en milieuzonering Om tussen bedrijven en woningen een goede ruimtelijke afstemming te maken wordt in de ruimtelijke ordening veelal een milieuzonering gehanteerd. Deze dient er voor te zorgen dat door het in acht nemen van voldoende fysieke afstand tussen bedrijven en gevoelige objecten (zoals woningen), geen overlast, hinder of schade ontstaat. Afhankelijk van het bedrijfstype en sector gelden verschillende afstanden. Wettelijk kader De Vereniging van Nederlandse Gemeenten doet in de publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009), een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen. Omgevingstype In een intensief gebruikt gebied met veel functies en ‘bedrijvigheid’ wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige woonwijk. De VNG-handreiking hanteert daarom twee omgevingstypen, te weten ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. Een gemengd gebied is een gebied met een matig tot sterke functiemenging. Gebieden die direct langs de hoofdontsluiting liggen behoren eveneens tot het omgevingstype 'gemengd gebied'.

Milieuzonering In onderstaande figuur zijn de hindercontouren van de bedrijfsmatige functies binnen een straal van 400 meter rondom de planlocatie aangegeven. De hindercontouren komen voort uit de van toepassing zijnde richtafstanden uit de VNG handreiking. Betreffende richtafstanden zijn gemeten vanaf de grens van het perceel waarop de bestemming ‘Agrarisch’ (of andere milieu-belastende functie) rust tot aan de meest dichtbij gelegen gevel van de naar burgerwoning om te zetten woning aan Jekschotseweg 19. De afstanden gelden voor het zogenaamde rustig buitengebied. Overschrijdingen van de richtafstanden zijn vetgedrukt. - 19 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Bedrijf

Gemeente Meierijstad

richtafstand in meters

afstand

Id

Adres

bestemming – functie

geur

stof

geluid

gevaar

feitelijk

1.

Jekschotseweg 16

Agrarisch - rundvee

100

30

30

0

70 m.

Agrarisch - paarden

50

30

30

0

70 m.

Agrarisch - boomkwekerij

10

10

30

10

270 m.

2.

Jekschotseweg 15

Agrarisch - rundvee

100

30

30

0

270 m.

3.

Jekschotseweg 13

Agrarisch - iv kippen

200

30

50

0

350 m.

4.

Jekschotseweg 10

Agrarisch - iv varkens

200

30

50

0

300 m.

5.

Jekschotseweg 21

Agrarisch - schapen

50

30

30

0

150 m.

6.

Weievenseweg 26

Bedrijf - statische opslag

0

10

30

10

340 m.

7.

Bikkelkampen 10

Agrarisch - melkvee

50

30

30

0

320 m.

Figuur 4.1: Overzicht en toetsing richtafstanden Jekschotseweg.

Uit figuur 4.1 volgt dat voor wat betreft het aspect geur niet wordt voldaan aan de genoemde richtafstand voor de rundveehouderij aan Jekschotseweg 16. Dit aspect dient nader te worden onderzocht.

4.2

Geur Per 1 januari 2007 vormt de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader bij vergunningverlening voor geur veroorzaakt door veehouderijbedrijven. Voor een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of: -

Bestaande bedrijven door het plan niet worden belemmerd in huidige of toekomstige bedrijfsvoering; Er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Voor het eerste punt wordt de zogenaamde toets op de ‘omgekeerde werking’ toegepast. Daarbij wordt uitgegaan van de geurnormen en de richtafstanden uit de Wet geurhinder (Wgv) of de gemeentelijke verordening. Voor het tweede punt moet worden getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of de gemeentelijke beleidsregel. Individuele geurhinder De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Deze wettelijke normen voor de voorgrondbelasting zoals vastgelegd in de Wgv zijn door de voormalige gemeente SintOedenrode overgenomen in haar ‘Verordening geurhinder en veehouderij’. Voor diercategorieën waarvan de geuremissiefactor per dier is vastgesteld, zoals varkens, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Deze bedraagt maximaal:

- 20 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

➢ 3,0 ouₑ/m³ binnen de bebouwde kom ➢ 14,0 ouₑ/m³ buiten de bebouwde kom Voor dieren zonder geuremissiefactor, zoals melkkoeien en paarden, gelden minimaal de volgende aan te houden afstanden: ➢ ten minste 100 meter binnen de bebouwde kom ➢ ten minste 50 meter buiten de bebouwde kom Bij voorliggend initiatief wordt de bedrijfswoning aan Jekschotseweg 19 omgezet naar burgerwoning. Voor voormalige agrarische bedrijfswoningen (en andere geurgevoelige objecten) gelden vaste afstanden, ook bij dieren met geuremissiefactoren, wanneer de woning op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden onderdeel uit te maken van een veehouderij. Volgens lid 2 van artikel 3 van de Wgv dient in dit geval buiten de bebouwde kom een afstand van ten minste 50 meter te worden aangehouden. De bedrijfswoning aan Jekschotseweg 19 maakte op 19 maart 2000 nog onderdeel uit van de aldaar gevestigde veehouderij, waarmee bij voorliggend plan een vaste afstand van 50 meter geldt van deze woningen tot omliggende veehouderijen (in plaats van een geurnorm van 14,0 ouₑ/m³). Jekschotseweg 16 Zoals blijkt uit paragraaf 4.1 betreft de meest dichtbij de planlocatie gelegen veehouderij het rundveebedrijf aan Jekschotseweg 16. De afstand van de rand van het bouwvlak van het bedrijf aan Jekschotseweg 16 tot de naar burgerwoning om te zetten woning aan Jekschotseweg 19 bedraagt 70 meter.

Hiermee wordt voldaan aan de van toepassing zijnde afstand van 50 meter uit de Wgv. Het bedrijf wordt hiermee niet beperkt in haar ontwikkelingsmogelijkheden als gevolg van de omzetting van de bedrijfswoning aan Jekschotseweg 19 naar burgerwoning. Gecumuleerde geurhinder Om aan te tonen dat er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de gecumuleerde geurbelasting van alle omliggende veehouderijen, wordt getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of gemeentelijke beleidsregel. Voor de achtergrondbelasting zijn in de Interim omgevingsverordening normen opgenomen. De gemeente Meierijstad heeft geen eigen waarden in haar beleid opgenomen, waardoor de volgende toetswaarden worden aangehouden: ➢ 10 ouₑ/m³ voor objecten in de bebouwde kom; ➢ 20 ouₑ/m³ voor objecten in het buitengebied. Door middel van het programma ‘V-Stacks Gebied’ is de achtergrondbelasting geur ter plaatse van de planlocatie berekend. Hierbij is getoetst op de vier hoekpunten en het middelpunt van de naar burgerwoning om te zetten - 21 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

bedrijfswoning. Op alle punten overschrijdt de achtergrondbelasting de norm van 20 ouₑ/m³ niet. Voor de berekening is gebruik gemaakt van de gegevens van Web-bvb Brabant van 10-2-2020 van alle veehouderijen binnen een straal van 2 kilometer van de planlocatie. Een overzicht van het voor de berekening gebruikte bronnenbestand en de gebruikte paramaters zijn toegevoegd als bijlage aan voorliggende toelichting. De uitkomsten van de berekening zijn onderstaand in figuur 4.2 weergegeven. Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID X-coor

Y-coor

Geurnorm

Geurbelasting [OU/m3] Omschrijving

1 2 3 4 5

397792.0 397800.0 397797.0 397809.0 397801.0

20.000 20.000 20.000 20.000 20.000

16.687 16.392 16.172 15.763 16.162

164061.0 164058.0 164077.0 164073.0 164067.0

Hoekpunt 1 Hoekpunt 2 Hoekpunt 3 Hoekpunt 4 Middelpunt

Figuur 4.2: Gecumuleerde geurbelasting planlocatie Jekschotseweg 19.

Uit figuur 4.2 volgt dat de (gecumuleerde) achtergrondbelasting ter plaatse van de woning ten hoogste 16,76 ouₑ/m³ bedraagt. De wettelijke norm van 20 ouₑ/m³ wordt hiermee niet overschreden. Om het woon- en leefklimaat te beoordelen hanteert het RIVM voor de achtergrondbelasting geur de milieukwaliteitscriteria zoals opgenomen in figuur 4.3. De achtergrondbelasting ter plaatse van de woning valt in de categorie 14 t/m 20 ouₑ/m³. Het woon- en leefklimaat ten gevolge van de achtergrondbelasting kan dan ook als matig worden beoordeeld. Achtergrondbelasting (ou /m³ ) E

Mogelijke kans op geurhinder (%)

Beoordeling leefklimaat

1-3

<5

zeer goed

4-8

5-10

goed

9-13

10-15

redelijk goed

14-20

15-30

matig

21-28

20-25

tamelijk slecht

29-38

25-30

slecht

39-50

30-35

zeer slecht

51-65

35-40

extreem slecht

Figuur 4.3: Classificatie achtergrondbelasting (RIVM).

Er zijn hiermee voor wat betreft het aspect geur geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

- 22 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

4.3

Gemeente Meierijstad

Gezondheid in relatie tot veehouderijen Door middel van toetsing aan het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) kan beoordeeld worden of voor een specifieke situatie er een dusdanig verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat dat nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Het stappenplan 2.0 wordt hieronder weergegeven, waarbij per stap een nadere toetsing plaatsvindt. 1. Voor varkens en pluimveebedrijven: endotoxine richtafstand. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat er sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de blootstelling aan endotoxine heeft de Gezondheidsraad een advieswaarde van 30 EU/m3 vastgesteld. De advieswaarde van de Gezondheidsraad voor endotoxine is een instrument ter bescherming van de gezondheid van omwonenden van veehouderijen. Rondom de planlocatie zijn een pluimveebedrijf aan Jekschotseweg 13A, en een varkenshouderij aan Jekschotseweg 10 gelegen. Deze bedrijven hebben een PM10 (endotoxine) emissie van respectievelijk 3.379 kg en 471 kg per jaar.

Op basis van de vergunde fijnstofemissie kan door middel van onderstaande formules worden berekend binnen welke afstand naar verwachting de advieswaarde voor endotoxine wordt overschreden.

Voor wat betreft de genoemde bedrijven gelden de richtafstanden en feitelijke afstanden zoals opgenomen in figuur 4.4. De afstanden gelden vanaf het emissiepunt afkomstig uit WEB-BVB tot de gevel van de naar burgerwoning om te zetten woning aan Jekschotseweg 19. Zoals blijkt uit figuur 4.4 wordt voor beide bedrijven voldaan aan de richtafstand voor endotoxine tot de woning. Richtafstand

Feitelijke

endotoxine

afstand

Vleeskuikens: 3.379 kg. PM10/jaar

353 m.

400 m.

Vleesvarkens: 471 kg. PM10/jaar

138 m.

380 m.

Id

Adres

Type bedrijf

1.

Jekschotseweg 13A

2.

Jekschotseweg 10

Figuur 4.4: Richtafstanden Endotoxine. - 23 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

2. Toename in emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak; De voorgenomen ontwikkeling betreft de omzetting van een bedrijfsbestemming in een woonbestemming. Hierbij vindt geen toename in emissies van geur, fijnstof en/of ammoniak plaats. 3. Geurbelasting; toetsen aan een aanvaardbaar woon-/leefklimaat; a. Wettelijke uitgangspunten In hoofdstuk 4.2 van voorliggende toelichting heeft een toetsing van de voorgenomen ontwikkeling aan de Wgv plaatsgevonden. Op de planlocatie is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft geur. b. Gezondheidskundige uitgangspunten Naast een toets op sec de wettelijke aspecten kan ook gekeken worden naar een gezondheidskundige beoordeling ten aanzien van het aspect geur. De GGD hanteert het standpunt dat het onderzoek van Geelen et al. (2015) op dit moment het best beschikbare beeld geeft voor deze gezondheidskundige beoordeling. Bij de beoordeling van de geurbelasting hanteert de GGD het uitgangspunt dat maximaal 12% (woonkern) en 20% (buitengebied) geurgehinderd mag zijn. Dit betekent dat de gezondheidskundige advieswaarden voor het buitengebied door de GGD landelijk wordt gesteld op respectievelijk 5,0 OU/m3 voor de voorgrond en 10,0 OU/m3 voor de achtergrond. Zoals blijkt uit de toetsing uit hoofdstuk 4.2 van voorliggende toelichting wordt de gezondheidskundige advieswaarde voor de achtergrond overschreden. 4.

Bij meerdere bedrijfsmatig gehouden diersoorten, de aanwezige diersoort(en) binnen een veehouderij; Niet van toepassing. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot nieuwe situaties van het gemengd houden van varkens en pluimvee. 5. Geitenhouderij: binnen een straal van 2 kilometer van een gevoelige bestemming; of pluimveebedrijven binnen een straal van 1 kilometer van een gevoelige bestemming; of overige veehouderijen binnen een straal van 250 meter liggen woon- of verblijfsruimten van derden; a. Geitenhouderijen Uit VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. De provincie heeft een verbod van uitbreiding van geitenhouderijen ingevoerd. In het kader van de omgekeerde werking

- 24 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

(gevoelige functies rond geitenhouderijen) wordt bekeken of er zich binnen 2 kilometer van het plan bedrijven met geiten bevinden. Binnen een straal van 2 kilometer van de planlocatie bevinden zich geen geitenhouderijen waar meer dan 50 geiten gehouden worden. Er is dan ook geen sprake van een onaanvaardbaar volksgezondheidsrisico ter plaatse van de planlocatie. b. Pluimveehouderijen Ook voor pluimveehouderijen is een dergelijke afstand te benoemen. Uit het VGO-2 rapport (2017) blijkt namelijk dat er binnen een straal van 1 kilometer rondom één pluimveehouderij omwonenden een verhoogd risico op longontsteking hebben. Echter moet worden benadrukt dat het hier om een hypothese gaat, en dat causaliteit nog niet door onderzoekers is vastgesteld. Met deze onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden bij de ontwikkeling en uitbreiding van pluimveehouderijen of de bouw van gevoelige bestemmingen in de nabijheid van pluimveehouderijen. Binnen een straal van 1 kilometer van de planlocatie bevindt zich op 400 meter een pluimveehouderij aan de Jekschotseweg 13A.

Dit heeft echter geen consequenties, want de GGD heeft het volgende aangegeven: “Uit het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) bleek dat in de jaren 2009-2013 er sprake was van een verhoogd voorkomen van longontstekingen onder omwonenden die binnen een straal van 1 kilometer van een pluimveehouderij woonden. In de jaren daaropvolgend (2014- 2016) werd dat verband niet meer gevonden. Ook in het aanvullende, recente onderzoek in de regio Utrecht/Gelderland/Overijssel werd een dergelijk verband niet meer gevonden. Dit in tegenstelling tot het verband tussen het verhoogd voorkomen van longontsteking bij omwonenden nabij een geitenhouderij (2km). In de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0, opgesteld door het Ondersteuningsteam, wordt aangegeven dat het wonen nabij een pluimveehouderij (binnen een straal van 1km) leidt tot het advies om een advies bij de GGD op te vragen. In het ondersteuningsteam zijn de laatste onderzoeksresultaten recent besproken en is besloten dat er geen advies meer wordt gegeven om een GGD advies op te vragen op grond van het criterium “wonen binnen een straal van 1 kilometer van een pluimveehouderij”. c. Overige veehouderijen Ook voor overige veehouderijen is een dergelijke afstand te benoemen, namelijk 250 meter ten opzichte van gevoelige functies.

- 25 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

Er bevindt zich op 70 meter van het plangebied een rundveebedrijf aan Jekschotseweg 16. Daarnaast bevindt zich op 150 meter van het plangebied een schapenhouderij aan Jekschotseweg 21. 6. De aanwezigheid van mestbewerking en mestverwerking; Niet van toepassing. 7. De ongerustheid bij omwonenden; Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. De voorgenomen omzetting van de bedrijfsbestemming in een woonbestemming betreft geen ontwikkeling die leidt tot een toenemende onrust over de volksgezondheid. Uit de toetsing aan de afwegingsaspecten blijkt dat er specifieke omstandigheden aan de orde zijn. De beantwoording van het stappenplan leidt tot de conclusie dat op grond van de stappen 3b en 5c advies dient te worden opgevraagd bij de GGD. Of in onderhavig geval een advies van GGD benodigd is betreft een afweging van de gemeente Meierijstad. Afwegingskader geitenhouderijen Meierijstad Het college van B&W van Meierijstad heeft op 23 oktober 2018 een afwegingskader vastgesteld met betrekking tot ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen. De ontwikkeling moet getoetst worden aan dit afwegingskader. Concreet betekent dit dat in de gemeente Meierijstad voorlopig als volgt gehandeld wordt: ▪

Een uitbreiding van het aantal geiten in bestaande stallen of gebouwen wordt niet toegestaan, tenzij er geen gezondheidskundige bezwaren daarvoor zijn. Bij voorliggende ontwikkeling is geen sprake van de uitbreiding van het aantal geiten.

▪

Binnen een straal van 2 km rondom geitenhouderijen doet zich, vooralsnog, een extra risico voor. Daarom hanteert het college daar een extra zorgvuldigheid. Dat betekent dat met plannen voor het huisvesten of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen sowieso terughoudend omgegaan wordt. Er bestaat géén hard afwegingskader voor de toetsing van bouwplannen. Locatie, omgeving, het soort bedrijf en het soort ontwikkeling zijn telkens anders en vragen om maatwerk. Het gezondheidsbelang wordt daarbij afgezet tegen bijvoorbeeld volkshuisvestelijke, sociale, economische en financiële belangen.

- 26 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

Binnen een straal van 2 km van de planlocatie zijn geen geitenhouderijen gevestigd. ▪

Aanvragers van plannen en nieuwe potentiele bewoners in het gebied worden geïnformeerd over het risico. Ook wordt hen gevraagd een verklaring daarover te ondertekenen. De om te zetten bedrijfswoning is niet gelegen in het genoemde gebied met geitenhouderijen.

Er zijn hiermee voor wat betreft het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4.4

Luchtkwaliteit De ‘Wet luchtkwaliteit’ vormt per 15 november 2007 het toetsingskader voor nieuwe plannen en projecten in relatie tot de kwaliteit van de lucht. Als onderdeel van de Wet luchtkwaliteit is de AMvB ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) opgenomen. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven volgens het wetsvoorstel niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Deze regeling is in het leven geroepen om kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig te frustreren of vertragen. Het plan betreft de omzetting van een bedrijfsbestemming ten behoeve van statische opslag naar een woonbestemming. Middels deze ontwikkeling vindt een afname van het aantal verkeersbewegingen plaats, als gevolg van de beëindiging van de bedrijfsmatige activiteiten in statische opslag. Het project heeft hiermee een bijdrage van niet in betekende mate op de luchtkwaliteit. Nadere toetsing van het effect van onderhavig plan op de luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde. Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit binnen het plangebied zelf. Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar burgerwoning.

In de nieuwe situatie is daarmee sprake van één bestaand gevoelig object. De achtergrondconcentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van het plangebied zijn dermate laag dat de normen voor de luchtkwaliteit niet overschreden worden. Dit is af te leiden uit de GCN-kaarten van het RIVM zoals opgenomen in figuren 4.5, 4.6 en 4.7.

- 27 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Figuur 4.5: GCN-kaart RIVM fijnstof PM10 (bron: geodata.rivm.nl)

Figuur 4.6: GCN-kaart RIVM fijnstof PM2,5 (bron: geodata.rivm.nl)

Figuur 4.7: GCN-kaart RIVM stikfstofdioxide NO2 (bron: geodata.rivm.nl) - 28 -

Gemeente Meierijstad

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

De achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 18-20 μg/m3 (PM10) en < 10 μg/m3 (PM2,5), de norm bedraagt 40 μg/m3 en op basis van de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 31,2 μg/m3. De achtergrondconcentratie stikstofdioxide ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 10 en 15 μg/m3, de norm bedraagt 40 μg/m3. De conclusie is dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbare luchtkwaliteit. Voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4.5

Geluid Ten aanzien van het aspect geluid zijn het wegverkeer en de bedrijven van belang. Voor het wegverkeerslawaai vormt de Wet geluidhinder het toetsingskader en voor de bedrijven de Wet milieubeheer (waaronder het Activiteitenbesluit). Daarnaast moet in het kader van de Wet ruimtelijke ordening sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wegverkeerslawaai De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij de vaststelling van een bestemmingsplan of bij het verlenen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten in de zin van de Wgh opgericht. Op basis van artikel 76 lid 3 van de Wgh hoeft de bestaande naar burgerwoning om te zetten bedrijfswoning niet getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wgh. Industrielawaai Voor wat betreft het industrielawaai op de woning afkomstig van de bedrijven die rondom de planlocatie gelegen zijn, wordt zoals aangegeven in hoofdstuk figuur 4.1 voldaan aan de van toepassing zijnde richtafstanden. Hiermee kan worden aangenomen dat ter plaatse van de planlocatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Voor wat betreft het aspect geluid zijn er hiermee geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4.6

Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht moet in planvorming rekening gehouden worden met bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. - 29 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

Bij de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied wordt geen nieuwe bebouwing opgericht. De grond wordt dan ook niet geroerd. Gelet echter op het feit dat een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw (varkensstal) op het perceel wordt gesloopt en ter plaatse van het huidige c.q. voorgenomen tuingebruik de grond in het verleden agrarisch in gebruik was, dient de bodem ter plaatse als niet onverdacht van bodemverontreiniging te worden beschouwd. Dit betekent dat uitvoering van verkennend bodemonderzoek noodzakelijk is om uitsluitsel te geven over de bodemkwaliteit. Door initiatiefnemers is aan Bodeminzicht opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en verkennend asbest in bodemonderzoek. Dit onderzoek is na beoordeling door ODBN (kenmerk Z/167974) aangevuld met onderzoek naar de toplaag van de druppelzone van het oostelijk gelegen te slopen bedrijfsgebouw. Naast onderzoek naar asbest is ter plaatse van de druppelzone ook onderzoek naar PCB’s verricht omdat in de coatinglagen van asbesthoudende golfplaten vaak PCB’s zijn toegepast. De nieuwe versie van het onderzoeksrapport is als bijlage toegevoegd aan voorliggende toelichting. De conclusie van het onderzoek is hieronder samengevat opgenomen en luidt als volgt:

CONCLUSIES EN ADVIES In opdracht van initiatiefnemer heeft Bodeminzicht een verkennend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op het perceel Jekschotseweg 19 te Sint-Oedenrode (gemeente Meierijstad). Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de beoogde bestemmingswijziging op de onderzoekslocatie. Op basis van het vooronderzoek is de locatie, behoudens de druppelzone, als onverdacht beschouwd voor aanwezigheid van bodemverontreiniging. Resultaten verkennend en aanvullend onderzoek (NEN5740) In mengmonster BG1 de visueel schone bovengrond zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In mengmonster BG2 de visueel schone bovengrond zijn gehaltes aan minerale olie, zink en PAK gemeten boven de achtergrondwaarden. Het gehalte aan PAK overschrijdt de interventiewaarde. Een verklaring voor het verhoogde concentraties is niet op basis van het verrichte onderzoek niet voorhanden. Het gehalte aan PAK vormt aanleiding voor aanvullend onderzoek. Uit analyse van PAK-gehaltes van de vier deelmonsters uit BG2 blijkt dat ter plaatse van meetpunt 10 sprake is van een gehalte aan PAK boven interventiewaarde. Dit gehalte vormt aanleiding voor nader onderzoek. Ter plaatse van de meetpunten 7 en 9 is sprake van gehaltes aan PAK boven achtergrondwaarden. Ter plaatse van meetpunt 8 is geen gehalte aan PAK gemeten boven de achtergrondwaarde.

- 30 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

Gemeente Meierijstad

In mengmonster BG3 van visueel schone toplaag ter plaatse van de onderzochte druppelzone is geen gehalte aan PCB’s aangetoond boven de achtergrondwaarde. In mengmonster OG1 de visueel schone ondergrond zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 7 zijn gehaltes aan nikkel, koper en barium gedetecteerd boven de streefwaarden. De verhogingen aan metalen zijn toe te schrijven aan natuurlijk verhoogde achtergrondwaardes. De overschrijdingen vormen geen aanleiding voor nader onderzoek. Resultaten nader onderzoek PAK (NTA5755) Ter plaatse van meetpunt 10 is een nader onderzoek verricht naar de gehaltes aan PAK. Bij de analyse van de meetpunten 10a (verticale afperking 0,6-1,1 mmv) en 101 t/m 104 (horizontale afperking 0,08-0,5 m-mv) zijn geen gehaltes aan PAK gemeten boven de achtergrondwaarden. De verontreiniging van de bovengrond ter plaatse van meetpunt 10 wordt als een puntverontreiniging beschouwd. Van een ernstig geval van bodemverontreiniging is geen sprake. Resultaten verkennend asbestonderzoek druppelzone (NEN5707) Tijdens inspectie van maaiveld en gaten is geen asbestverdacht plaatmateriaal visueel waargenomen. Analyse heeft derhalve niet plaatsgevonden. In het geanalyseerde grondmengmonster mm1 is een concentratie aan niet-hechtgebonden asbest aangetroffen.

Het gewogen gehalte aan asbest bedraagt minder dan 2 mg/kgds. Een analyse van respirabele vezels middels SEM-analyse is niet zinvol geacht op basis van de aangetoonde asbestverdachte vezels middels optische lichtmicroscoop, namelijk 2 stuks < 0,5mm. In het geanalyseerde grondmonster 13-2 is geen concentratie aan asbest aangetoond. Conclusie en advies De resultaten van het onderzoek stemmen niet geheel overeen met de gestelde hypotheses. De resultaten vormen echter geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. Ter plaatse van meetpunt 10 is geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging met PAK. De onderzoekslocatie is, behoudens de druppelzone, onverdacht op aanwezigheid van asbest in bodem. Ter plaatse van de druppelzone is geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging met asbest. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die een belemmering vormen voor de beoogde bestemmingswijziging van agrarisch naar wonen.

Het aspect bodem vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief. - 31 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Jekschotseweg 19’

4.7

Gemeente Meierijstad

Water Waterbeheer is een essentieel onderdeel bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Bij ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het Waterschap een aantal beleidsmatige uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze bij het project rekening is gehouden met de ruimtelijk relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer Beleidskader Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van het Waterschap de Dommel, de Keur Waterschap De Dommel 2015, het Provinciaal Waterhuishoudingsplan van de provincie NoordBrabant, de Vierde Nota Waterhuishouding, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Kern van deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving. Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water- en bodemsysteem onder druk.

De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’: op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=ff3a0d86-13cd-45e1-8224-82f2321faaea