CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 toelichting - Archeologisch onderzoek

Raadsvergadering 13 november 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel12.713 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bureau voor Archeologie Rapport 1193 Looierij, Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18, Schijndel, gemeente Meierijstad: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

2

Colofon titel:

Bureau voor Archeologie Rapport 1193. Looierij, Hoofdstraat 5466 en Toon Bolsiusstraat 14-18, Schijndel, gemeente Meierijstad: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

auteurs:

F. Roodenburg (KNA prospector), K. Durczak (junior prospector)

autorisatie:

A. de Boer (KNA senior prospector)

datum:

9 juni 2022

ISSN:

2214-6687

© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

3

Administratieve gegevens Projectnummer

2022021701

Provincie

Noord-Brabant

Gemeente

Meierijstad

Plaats

Schijndel

Toponiem

Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

Naam

Looierij

Centrum locatie (m RD)

158.100; 403.560 (x; y)

Omvang plangebied

4.820 m2

Omvang onderzoeksgebied booronderzoek 4820 m2 Kadastrale gegevens

kadastrale gemeentenaam: Schijndel, sectie: H, nummers: 71, 515, 959, 960, 961, 1611, 2012, 2328, 2329, 6072, 6073

ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer

5249354100 (ABU); 5249362100 (ABO)

Soort onderzoek

een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

Opdrachtgever

Wintraecken Advies

Uitvoerder

Bureau voor Archeologie

Kaartblad

45D

(RO) kader onderzoek

Wijziging bestemmingsplan

Periode van uitvoering veldwerk

13-05-2022

Bevoegde overheid

Gemeente Meierijstad

Deskundige namens bevoegde overheid

Archeologen gemeente 's-Hertogenbosch S. Molenaar

Versie van het rapport

2

Beheerder en plaats van documentatie

Digitale documentatie: ARCHIS en E-Depot Vondstdocumentatie: geen vondsten

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

4

Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; www.opentopo.nl).

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

5

Inhoudsopgave 1 2

3

4 5 6

Samenvatting...............................................................................................8 Inleiding.......................................................................................................9 1.1 Doelstelling en vraagstelling.................................................................9 Bureauonderzoek.......................................................................................11 2.1 Methode..............................................................................................11 2.2 Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik..........................................11 2.3 Huidige situatie...................................................................................12 2.4 Aardwetenschappelijke waarden.........................................................13 2.5 Historische situatie..............................................................................14 2.6 Mogelijke verstoringen........................................................................15 2.7 Archeologische waarden.....................................................................15 2.8 Gespecificeerde verwachting..............................................................21 Booronderzoek..........................................................................................23 3.1

Inleiding..............................................................................................23 3.2 Methode..............................................................................................23 3.3 Resultaten met bodemkundige interpretatie........................................24 3.4 Archeologische interpretatie................................................................26 3.5 Waardestelling en Selectieadvies.......................................................27 Conclusie...................................................................................................28 4.1 Conclusie Bureauonderzoek...............................................................28 4.2 Conclusie Booronderzoek...................................................................29 Advies........................................................................................................30 5.1 Status en inhoudelijke afstemming bevoegde overheid......................30 Literatuur...................................................................................................31 Figuren......................................................................................................33 Bijlage 1: Boorbeschrijvingen.....................................................................53

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

6

Lijst met Figuren Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; www.opentopo.nl)........................................................................................4 Figuur 2: Luchtfoto actueel..................................................................................33 Figuur 3: Topografische kaart..............................................................................34 Figuur 4: Onderzoeksgebied als straal van 250 m rondom het plangebied.........34 Figuur 5: Archeologische beleidskaart Schijndel (SRE Milieudienst 2013)..........35 Figuur 6: Overzicht van de panden aan de Toon bolsiusstraat (Google street view).......................................................................................................... 36 Figuur 7: Overzicht van het pand aan de Hoofdstraat 54 (Google street view). . .36 Figuur 8: Nieuwe situatie.....................................................................................37 Figuur 9: Kadastrale kaart met de bouwjaren van de panden binnen het plangebied.................................................................................................38 Figuur 10: Geomorfologische kaart (Maas e.a.

2019).........................................39 Figuur 11: Fysisch en archeologisch landschap van de gemeente Schijndel (Berkvens 2013)........................................................................................40 Figuur 12: Hoogte-reliëfkaart..............................................................................41 Figuur 13: Hoogte-reliëfkaart detail. Hoogtewaarden in meters ten opzichte van N.A.P..........................................................................................................41 Figuur 14: Tiendkaart van Schijndel (Van de Weijer 1756)..................................42 Figuur 15: Kadastraal minuutplan van Schijndel, sectie A, blad 3 (“Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed” MIN10139A03..............................42 Figuur 16: Topografisch militaire kaart 1850........................................................43 Figuur 17: 608-2076-ST. MICHIELSGESTEL-1900.............................................43 Figuur 18: Historische luchtfoto van begin van de 20e eeuw (Van Schijndel 2004) .................................................................................................................. 44 Figuur 19: 608-2077-ST. MICHIELSGESTEL-1910.............................................44 Figuur 20: Foto genomen aan het begin van de 20e eeuw.

Het huis onder de pijl is het adres Hoofdstraat 56 (Van Schijndel 2004)......................................45 Figuur 21: 45D-1967-Boxtel / Schijndel / s-Hertogenbosch.................................45 Figuur 22: Foto van halverwege de 20e eeuw. Het pand op de Toon Bolsiusstraat 18 (Van Schijndel 2004).............................................................................46 Figuur 23: Luchtfoto genomen in de tweede helft van de 20e eeuw, waarschijnlijk in de jaren ‘70 of ‘80 (Van Schijndel 2004).................................................46 Figuur 24: 45D-1978-Boxtel / Schijndel / s-Hertogenbosch.................................47 Figuur 25: 45D-1988-Boxtel / Schijndel / s-Hertogenbosch.................................47 Figuur 26: Luchtfoto 2007 (‘Topotijdreis’)............................................................48 Figuur 27: Topografisch kaart 2012.....................................................................48 Figuur 28: Bodemverstoringen in Schijndel (Berkvens 2013)..............................49 Figuur 29: Locatie put (rood)...............................................................................49 Figuur 30: Archeologische terreinen, vondstlocaties en zaken uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021)............................................50 Figuur 31: Boorpuntenkaart en archeologische

indicatoren................................51 Figuur 32: Schematische weergave van boorprofielen........................................52

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

7

Lijst met Tabellen Tabel 1: Aardkundige waarden............................................................................14 Tabel 2: Archeologische terreinen, zaken en vondstlocaties ca. 250 m van het plangebied.................................................................................................20

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

8

Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd voor sloop- en bouwwerkzaamheden aan de Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18 te Schijndel. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. In het plangebied wordt de bebouwing gesloopt en nieuwe woningen gerealiseerd. Het plangebied ligt in de historische kern van Schijndel, vermoedelijk op een dekzandrug. De dekzandrug is een geschikte bewoningslocatie voor zowel jagerverzamelaars als landbouwers. Het dorp Schijndel wordt voor het eerst genoemd in historische bronnen uit de 13e eeuw. Op de dekzandrug is een hoge zwarte enkeerdgrond ontstaan door het opbrengen van grond (waarschijnlijk heideplaggen) vermengd met potstalmest in de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Archeologische sporen kunnen goed zijn geconserveerd onder het humeuze dek. Op historische kaarten uit de 18e en 19e eeuw is het plangebied onbebouwd en in gebruik als landbouwgrond.

Het plangebied wordt in de tweede helft van de 19e eeuw en in de 20e eeuw bebouwd en verhard. In het plangebied zijn zeven boringen gezet tot in de ongeroerde C-horizont met einddieptes tussen 120 en 250 cm -mv. De boringen bevestigen de aanwezigheid van een dik humeus dek, waarschijnlijk een restant van de hoge zwarte enkeerdgrond. De enkeerdgrond is omgewerkt bij sloop- en bouwwerkzaamheden in de 19e en 20e eeuw. Restanten van het oorspronkelijke podzolprofiel zijn afwezig. De top van de C-horizont ligt tussen 50 en 200 cm -mv (884 en 764 cm NAP). Het hoogteverschil van de top van de C-horizont is waarschijnlijk veroorzaakt door menselijk handelen, wat er op wijst dat de bodem in het plangebied diep is geroerd, vermoedelijk bij zandwinning. Het potentieel archeologisch niveau is waarschijnlijk (grotendeels) verstoord. Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Meierijstad.

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

9

1

Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek en een booronderzoek uitgevoerd voor sloop- en bouwwerkzaamheden aan de Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18 te Schijndel. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. De ligging van het plangebied is weergegeven in fig. 1. Vanwege de regels uit het geldende bestemmingsplan moet voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een booronderzoek in de verkennende fase. Met de bevindingen wordt aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden.

1.1

Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Het doel van het veldonderzoek is het controleren en verfijnen van de archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. Het veldonderzoek is uitgevoerd als booronderzoek (IVO – O) en betreft de verkennende fase. Met het verkennende veldonderzoek wordt inzicht verkregen in de aard en intactheid van het bodemprofiel en de diepteligging van archeologisch relevante niveaus. De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: Bureauonderzoek: 1.

Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?

2.

Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?

3.

Is sprake van bekende bodemverstoringen?

4.

Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?

5.

Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?

1

https://www.kiwa.nl/upload/certificate/00094278.pdf

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

10 6.

Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?

Verkennend booronderzoek: 7.

Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?

8.

Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan?

Eindoordeel: 9.

Indien (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden?

10.

Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

11

2

Bureauonderzoek

2.1

Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.1, protocol 4002.2 Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardkundige, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd. Deze gegevens leiden tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische resten beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. De genoemde stappen leiden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.3 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Er is geweest met de Heemkundekring Schijndel. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven.

2.2

Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik Afbakening plan- en onderzoeksgebied De ligging van het plangebied staat afgebeeld in fig. 1 Het plangebied ligt in de gemeente Meierijstad in de plaats Schijndel. De locatie ligt aan het adres Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18. Het plangebied is 85 m lang en 65 m breed en heeft een omvang van 4.820 m2. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Schijndel (fig. 2 en 3). Het plangebied wordt aan het zuidwesten begrensd door de Hoofdstraat en in het noorden door de straat Looierij. Ten oosten van het plangebied ligt de Toon Bolsiusstraat. Om voldoende informatie over aardkundige, historische en archeologische gegevens te verzamelen wordt een onderzoeksgebied gebruikt dat groter is dan het plangebied. Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is een zone met straal van circa 250 m om de ontwikkeling heen (fig. 4). Overheidsbeleid In het gebied geldt een vastgesteld gemeentelijk archeologisch beleid (fig. 5). Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2013 ligt het plangebied in een gebied van archeologische waarde wat betekent dat hier archeologische vindplaatsen aanwezig zijn of dat de kans zeer groot is dat een vindplaats aanwezig is. Het beleid is dat bij ingrepen van meer dan 100 m2 en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met 2 3

SIKB 2018 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Data Archiving and Networking Services

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

12 archeologische resten.4 Ontwerp c.q. inrichtingsplan De beoogde ingreep bestaat uit de sloop van de bebouwing en realisatie van nieuwbouw (fig. 8). De nieuwbouw komt langs de Toon Bolsiusstraat en Hoofdstaat te staan en als een strook door het midden van het plangebied. De nieuwbouw heeft een gezamenlijke omvang van ongeveer 1.400 m2. Er zijn geen kelders voorzien. Ongeveer 550 m2 komt buiten de bestaande bebouwing te staan. In het noordoosten van het plangebied wordt tevens een gedeeld parkje aangelegd. In het zuidwesten van het plangebied worden parkeerplaatsen aangelegd. Aard en omvang van de toekomstige verstoring De precieze diepte van de graafwerkzaamheden is nog onbekend. Naar verwachting zal de bodem tot ongeveer één meter beneden maaiveld worden verstoord. Milieutechnische condities Op de adressen Toon Bolsiusstraat 16A, 30, 47, 49, 58 zijn saneringen van ondergrondse tanks uitgevoerd. Op het adres 16A, dat in het plangebied ligt, grensde de tank aan de Toon Bolsiusstraat aan de oostelijke rand van het plangebied.5 Op de adressen Hoofdstraat 51 tot en met 53, ongeveer 50 meter ten zuiden van het plangebied, is een sanering uitgevoerd ter plaatse van een voormalig tankstation. In de directe omgeving van het plangebied zijn verder geen of lichte verontreinigingen vastgesteld.

Grondwaterpeil De actuele grondwatertrap in het plangebied is onbekend door ligging in de bebouwde kom. De grondwaterstand kan variëren binnen bebouwde zones. De grondwaterstand zal door de beoogde ingrepen waarschijnlijk niet veranderen. Consequentie van de ingrepen Door uitvoeren van graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten worden vergraven.

2.3

Huidige situatie Bebouwing en functie bodemgebruik Binnen het plangebied bevinden zich een aantal woonhuizen, winkels en bedrijfsgebouwen. In het plangebied is één kelder aanwezig aan de Hoofdstraat 54 met een omvang van circa 4 bij 5,5 m en ongeveer 2 m diep. Aan de Hoofdstraat staan de volgende panden (fig. 9):

4 5

•

Aan de Hoofdstaat onder nummer 54 staat een café uit 1968;

•

Nummers 56, 58 en 58A zijn een eengezinswoning uit 1890 die in 1923 in tweeën werd gesplitst;

Berkvens 2012 Provincie Noord-Brabant e.a. 2021

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

13 •

Nummer 60 is een pand uit 1905 in gebruik als winkel;

•

Nummers 62 – 66 betreffen een pand uit 1920, dat was opgedeeld in drie winkels. Achter dit pand is in 2014 een bijgebouw gebouwd.

Aan de Toon Bolsiusstraat is de situatie als volgt: •

Nummers 14-16 zijn gevestigd in één pand met twee woonhuizen uit 1878.

•

Nummer 16 A is een garage uit 1970.

•

Nummer 18 heeft een detailhandelsbestemming. Op het adres staan twee gebouwen; één uit 2009 aan de straat en de tweede uit 1968 in het westelijk deel van perceel.

Het pand tussen de Hoofdstaat 62- 66 en Toon Bolsiusstaat 14-16 heeft een detailhandels-, woon-, en bedrijfsbestemming. Naast de Looierij staat een pand maar de bestemming van het perceel is onbekend. Het westelijk deel van het perceel op de Toon Bolsiusstraat is gedeeltelijk als tuin in gebruik. Bestemmingsplan Het plangebied ligt in bestemmingsplan ‘KomSchijndel 2013’. In het plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde Archeologie 2. Dit betekent dat bij ingrepen met een omvang van meer dan 100 m2 waarbij de bodem dieper dan 30 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld.6

2.4

Aardwetenschappelijke waarden De aardkundige gegevens staan samengevat in tabel 1. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Roerdalslenk', in de landschapszone dekzandvlakten.7 In het Pleistoceen lopen vlechtende en anastomoserende rivieren door het plangebied die leem en zand afzetten. Tijdens ijstijden, en met name de laatste ijstijd (het Weichselien, circa 116.000 tot 10.000 jaar geleden), ontstaan door koude en droogte kale plekken tussen de toendravegetatie. De wind krijgt vrij spel en vormt grootschalige zandverstuivingen. Het zand komt als een deken weer tot rust over het landschap, het zogenaamde dekzand. Het dekzand bedekt oudere rivierafzettingen. Opwaaiend zand uit de periodiek droogvallende beddingen leidt tot de vorming van rivierduinen, meestal op de oostoever van de rivieren. Deze duinen zijn in het onderzoeksgebied afwezig. De dekzandafzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Wierden als onderdeel van de Formatie van Boxtel. De bebouwde kom van Schijndel ligt tussen een zone met dekzandwelvingen (al dan niet met oud bouwlanddek) en een vlakte van ten dele verspoeld dekzand of löss (fig. 10). Waarschijnlijk ligt het plangebied ter hoogte van de dekzandrug waar Schijndel op is ontstaan (fig. 11). Deze aanname wordt ondersteund door hoogte-reliëfkaart waarin op basis van hoogteverschillen de vorm van een dekzandrug is te herkennen (fig. 12).

Het straatniveau van het plangebied ligt tussen 9,4 en 9,6 m NAP (fig. 13). 6 7

‘http://www.ruimtelijkeplannen.nl’ Rensink e.a. 2015

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

14 Het bodemtype en de grondwatertrap van het plangebied zijn niet gekarteerd door ligging in de bebouwde kom. Vermoedelijk waren oorspronkelijk hoge zwarte enkeerdgronden in het plangebied aanwezig (zie hoofdstuk 2.7). Bron

Situatie plangebied, omschrijving

Geologie

Geologische Overzichtskaart 1 : 250 000:8 • Bx6: Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Bx6)

Bodemkunde

Bodemkaart 1 : 50 000: • Bebouwing

Geomorfologie (fig. 10)

Geomorfologische kaart 1 : 50 000: • Bebouwing

AHN (fig. 12 en 13)

Het maaiveld in het plangebied ligt tussen 9,4 en 9,8 m NAP.

Tabel 1: Aardkundige waarden.

2.5

Historische situatie Bewoning in het plangebied is mogelijk op de Pleistocene rivierafzettingen en op de dekzandrug die tijdens de laatste ijstijd is ontstaan (Weichselien). Het is daardoor mogelijk dat prehistorische resten in het plangebied voorkomen. In de Late Middeleeuwen is waarschijnlijk een plaggendek door middel van potstalbemesting aangebracht in het plangebied. Het dorp Schijndel wordt in schriftelijke bronnen uit de 13e eeuw genoemd onder de naam “Skinle” of “Scinlre”. Het deel “le” van de naam is verwant aan het woord “loo”, wat ‘bos’ betekent. Het deel “skin” betekent mogelijk ‘boomschors’ of ‘schijn’ in de zin van ‘spookverschijning’. Het dorp zou daarom ‘Schorsbos’ of ‘Spookbos’ kunnen heten. De eerste naam lijkt aannemelijker aangezien eikenschors gebruikt kan worden voor leerlooierij. De straat Looierij die langs het noorden van het plangebied loopt is een verwijzing naar het belang van leerlooiers voor Schijndel in het verleden. De straat is echter in de 20e eeuw aangelegd en is geen aanduiding voor de aanwezigheid van voormalige looierijen.9 De oudste gedetailleerde kaart van Schijndel is afkomstig van de Tiendkaart uit 1756 (fig. 14). Het plangebied ligt op die kaart tussen de “Grootenweg” en “Holenwegh” en is onbebouwd. Waarschijnlijk is het plangebied in gebruik als akker.

De historische kern van Schijndel ligt rond De Markt, ongeveer 150 tot 200 meter ten zuiden van het plangebied. Op het kadastraal minuutplan tussen 1811 en 1831 ligt het plangebied op de percelen 1030 tot en met 1033 en is in gebruik als bouwland (fig. 15). De percelen hebben volgende eigenaren:

8 9

•

1030 Joost Embert Verhagen, rietsnijder;

•

1031 van de Theodorus van Liempd, landbouwer;

•

1032 Embert van Rooij, tapper (barman);

•

1033 Gijsbert van de Kant, bakker.

De Mulder 2003 Van der Sijs 2010

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

15 Direct aan het zuiden grenst het plangebied aan een erf. Ongeveer 80 meter ten noorden van het plangebied staat de ronde stenen beltkorenmolen “Catharina” uit 1837 (rijksmonument 33.564).10 Aan de Hoofdstaat en Toon Bolsiustraat worden tussen 1850 en 1900 een aantal panden gebouwd (fig. 16 en 17). De gebouwen op de adressen Toon Bolsiusstraat 14 en 16 en de Hoofdstaat 56 zijn nu nog aanwezig in het plangebied. Er zijn verschillende foto’s beschikbaar uit het begin van de 20e eeuw (fig. 18, 19 en 20). De bebouwing concentreert zich aan de Hoofdstaat en Toon Bolsiusstraat. Het terrein daartussen lijkt grotendeels onbebouwd te zijn en is waarschijnlijk in gebruik als tuin; het is begroeid met (fruit)bomen. De adressen Hoofdstaat 60 tot en met 66 zijn tussen 1905 en 1920 gebouwd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vinden gevechtshandelingen plaats in Schijndel waardoor een groot deel van het dorp beschadigd raakt. De gebouwen in het plangebied zijn mogelijk beschadigd. In jaren ‘60 van de 20e eeuw wordt tussen de Hoofdstraat 56 en Toon Bolsiusstraat 18 een bedrijfspand van Swinkels Drankhandel gevestigd (fig. 21, 22, 23 en 24). Op het adres Toon Bolsiusstraat 16 wordt in 1966 het autobedrijf Pierre Jansen gevestigd.11 Het terrein tussen de woningen wordt grotendeels als parkeerplaats in gebruik genomen.

Met uitzondering van de sloop van een gebouw in het zuidelijk deel van het plangebied blijft de inrichting verder onveranderd in rest van de 20e en het begin van de 21e eeuw (fig. 25 en 27).

2.6

Mogelijke verstoringen In het plangebied hebben in de 19e en 20e eeuw sloop- en bouwwerkzaamheden plaatsgevonden waarbij de bodem kan zijn verstoord. De oudste werkzaamheden hebben voornamelijk plaatsgevonden langs de Hoofdstaat en Toon Bolsiusstraat. In de tweede helft van de 20e eeuw hebben ook werkzaamheden op het tussengelegen terrein plaatsgevonden. Volgens de verstoringenkaart van de gemeente Schijndel zijn voornamelijk in het noorden van het plangebied verstoringen aanwezig (fig. 28). Mogelijk is sprake van enkele gedempte sloten uit de 19e eeuw. In het zuiden van het plangebied is tijdens het veldwerk een put waargenomen (fig. 29).

2.7

Archeologische waarden Archeologische terreinen, vondstlocaties en zaken staan weergegeven in fig. 30 en staan toegelicht in tabel 2. De belangrijkste bevindingen worden in de lopende tekst samengevat. In het plangebied liggen geen archeologische waarnemingen. Het plangebied ligt in de historische kern van Schijndel; een terrein van hoge archeologische waarde (archeologisch terrein 16.858). In de kern zijn archeologische resten uit de Middeleeuwen en ouder aanwezig. Het plangebied overlapt deels met de contour van een booronderzoek uit 2006 (zaak 2.105.905.100). De contour komt niet overeen met het daadwerkelijk onderzochte gebied dat op de locatie Looierij 2-34 ligt. In het onderzochte gebied 10 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017; Middelkoop, Bulder, en Troost 2021 11 Provincie Noord-Brabant e.a. 2021 Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

16 was een humeus bouwlanddek aanwezig dat is geïnterpreteerd als esdek. De bodem is echter 60 tot 200 cm onder het maaiveld verstoord bij werkzaamheden in de 19e en 20e eeuw. Archeologische resten zijn waarschijnlijk verstoord en er is geen vervolgonderzoek geadviseerd. Op ongeveer 100 meter ten zuiden van het plangebied, aan de Hoofdstraat 5153, zijn in 2018 een bureau- en booronderzoek uitgevoerd (zaken 4.595.871.100 en 4.597.150.100). In een deel van het onderzochte gebied is de bodem (sub)recent geroerd tot een diepte variërend van 135 tot 170 cm -mv. Omdat in de rest van het onderzochte gebied nog archeologische resten aanwezig in de top van de C-horizont zouden kunnen zijn is een vervolgonderzoek geadviseerd. Het vervolgonderzoek is uitgevoerd in 2020 in de vorm van een proefsleuvenonderzoek waarbij tevens een doorstart is gemaakt naar een opgraving (zaken 4.814.076.100 en 4.835.096.100). De bodem in het onderzochte gebied bleek grotendeels te zijn verstoord door zandwinning in de 19e eeuw. In een onvergraven deel tussen de zandwinningskuilen is één paalkuil met materiaal uit de Vroege IJzertijd gevonden. De overige sporen en vondsten stammen uit de 19e eeuw.

Op het adres Hoofdstraat 63-65A, aan de kruising ongeveer 120 meter ten zuiden van het plangebied, liggen de resten van twee herbergen uit de Nieuwe tijd die in 2006 zijn onderzocht door middel van een opgraving (zaak 2.040.295.100). Op de locatie is in 1949 al 16e-eeuws aardewerk gevonden (vondstlocatie 1.079.755) De funderingen van de herbergen zijn nog aanwezig in het onverstoorde deel van het onderzochte gebied. Tevens zijn enkele scherven gevonden uit de Late IJzertijd of Romeinse tijd en Middeleeuwen. Aan de Kluisstraat op ongeveer 120 meter ten zuidoosten van het plangebied is in 2008 een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (zaak 2.149.962.100) dat in 2009 is opgevolgd door een proefsleuvenonderzoek (zaak 2.238.170.100). In het onderzochte gebied zijn sporen van gewasbedden of zandwinningskuilen aanwezig van vóór 1800. De resten van bouwwerken uit de 19e eeuw zijn van slechte fysieke kwaliteit en er is geen vervolgonderzoek geadviseerd. Aan de Vicaris van Alphenstraat, op 140 meter ten zuidoosten van het plangebied, is in 2016 een bureau- en booronderzoek uitgevoerd (zaken 4.010.417.100 en 4.010.425.100). Mogelijk zijn in de top van de C-horizont, tussen 130 tot 160 cm -mv, nog archeologische resten aanwezig uit het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen.

Ook kunnen dicht aan de oppervlakte archeologische resten aanwezig zijn uit de laatmiddeleeuwse resten aanwezig zijn. Er is geadviseerd een vervolgonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek is (nog) niet uitgevoerd. Op de Vicaris Aertsweg 4, ongeveer 220 meter ten oosten van het plangebied, is in 2021 een booronderzoek uitgevoerd (zaak 4.947.451.100). Er is een grotendeels intact plaggendek aanwezig van 100 tot 130 cm dik met daaronder een potentieel archeologisch niveau. Vanwege de beperkte diepte van de beoogde ingrepen blijven archeologische resten in situ bewaard, er is geen vervolgonderzoek geadviseerd. Op 230 meter ten zuidoosten van het plangebied heeft een kerkhof gelegen. Bij werkzaamheden in 2009 is een begeleiding uitgevoerd waarbij menselijke resten en stadsafval zijn gevonden (zaak 2.191.555.100). De oudste resten stammen uit de 17e eeuw.

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

17 Bij onderzoek aan de Kluisstraat 61-73 op 160 meter ten oosten van het plangebied (zaak 2.040.943.100), aan de Vicaris Aertsweg 10A-12E, op 240 meter ten oosten van het plangebied (zaak 2.454.513.100) en op De Markt op 250 meter ten zuidoosten van het plangebied (zaak 2.333.572.100) bleek de bodem te zijn geroerd en is geen vervolgonderzoek geadviseerd. In het plangebied zijn geen bekende militaire erfgoedwaarden aanwezig. De aanwezigheid van archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog, met name verschoten munitie, kan echter niet geheel worden uitgesloten gezien de gevechtshandelingen die in Schijndel hebben plaatsgevonden.12 Archeologische terreinen 16.858 - Schijndel - Schijndel - Terrein van hoge archeologische waarde Historische kern van Schijndel. Binnen de kern is middeleeuwse bewoning aanwezig van vóór 1250 n. Chr. De begrenzing is gebaseerd op de 16e-eeuwse Van Deventer kaarten en 20e-eeuwse Bonnebladen. Bewoning in de Vroege en Volle Middeleeuwen kan echter een meer dynamisch karakter hebben gehad waardoor ook buiten de grenzen bewoning kan worden aangetroffen. Zaken (incl. evt. bijbehorende vondsten) 2.040.295.100: Meierijstad, Schijndel, Hoofdstraat-Groeneweg, Opgraving Opgraving ter plaatse van twee herbergen, waarvan één met brouwerij, uit de Nieuwe tijd. Het betreft herberg de Keulse Kar en de brouwerij van Jan van Amstel, genaamd de Rode Leeuw.

Door beperkte tijd is niet het gehele terrein onderzocht en zijn sporen selectief gecoupeerd en afgewerkt. Een groot deel van het terrein is tot 1,5 meter verstoord door afvalkuilen (niet nader onderzocht). De fundering van de brouwerij werd aangetroffen, achter de brouwerij werden zes waterputten gevonden, waaronder één met bierkuip. Nog twee putten werden later tijdens bouwwerkzaamheden ontdekt en zijn niet onderzocht. De putten zijn gedateerd van de 16 e tot de 19e eeuw. In het terrein zijn runderbegravingen aangetroffen, vermoedelijk gerelateerd aan gevallen van rundveepest in de periode 1740 tot 1750. Het overgrote merendeel van het aangetroffen materiaal stamt uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Onder andere een 13 e eeuwse Elmpter scherf in een paalkuil en een compleet Pingsdorf potje uit de 12e of 13e eeuw. Daarnaast zijn drie scherven handgevormd aardewerk aangetroffen met een datering van de IJzertijd tot de Romeinse tijd. 13 Bij deze zaak is vondstlocatie 1.072.064 geregistreerd 2.040.943.100: Meierijstad, Schijndel, Vicaris van Alphenstraat, booronderzoek Binnen het onderzoeksterrein liggen eolische afzettingen van Jong Dekzand I en II en Oud Dekzand II op periglaciale leemafzettingen. In het plangebied is, op basis van historische gegevens, in ieder geval vanaf het begin van de 19e eeuw bebouwing aanwezig.

De top van de dekzandafzettingen bleken door (sub)recente werkzaamheden tot dieptes van 90 en 245 cm -mv verstoord te zijn. De aangetroffen archeologische indicatoren bevinden zich in verstoorde context, er is één scherf aardewerk (steengoed) aangetroffen met een datering van de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. De aanwezigheid van belangrijke archeologische waarden binnen het plangebied wordt niet waarschijnlijk geacht. Er is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. 14 Op deze locatie is de volgende vondst (vondstlocatie 1.072.88 geregistreerd) : 1 stuks, keramiek, steengoed geglazuurd, Late Middeleeuwen B - Nieuwe Tijd Vroeg 2.105.905.100: Meierijstad, Schijndel, booronderzoek Binnen het onderzoeksterrein kunnen archeologische sporen worden verwacht uit de Prehistorie tot en met de Nieuwe tijd. Tijdens het booronderzoek is een recent (19 e en 20e eeuw) verstoord esdek aangetroffen op een natuurlijk pakket dekzand van de Formatie van Twente. Het pakket verstoorde grond is 60 tot 200 cm dik. Er zijn geen archeologische indicatoren van vóór de Nieuwe tijd aangetroffen. Er is geen noodzaak voor nader archeologisch onderzoek. 15 2.149.962.100: Meierijstad, Schijndel, Kluisstraat, booronderzoek Geen rapport beschikbaar in Archis en Dans Easy.

2.191.555.100: Meierijstad, Schijndel, Markt, Vicaris van Alphenstraat, begeleiding Tijdens het onderzoek zijn relatief weinig archeologische sporen aangetroffen. Dit is te wijten aan de geringe graafdiepte van de putten en aan gevechtshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, die 12 Stichting RAAP 2017; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2016; Berkvens 2013 13 Berkvens 2006 14 Gazenbeek 2004 15 Delporte en Ras 2006

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

18 grote schade aan het dorp veroorzaakten. Er zijn inhumaties en knekelkuilen met menselijk botmateriaal aangetroffen die gerelateerd zijn aan de nabije kerk en kerkhof. Een deel van de graven is verstoord. De oudste vondst in een intact graf dateert uit de 17 e eeuw. Overige vondsten bestaan voornamelijk uit stadsafval uit de Nieuwe tijd. 16 Bij deze zaak is vondstlocatie 1.086.348 geregistreerd 2.238.170.100: Meierijstad, Schijndel, Kluisstraat-Project Hermetage, proefsleuven Het onderzoeksterrein ligt op een dekzandrug die is afgezet op het Laagpakket van Liempde (Formatie van Boxtel), tussen de beekdalen van de Aa en de Dommel. Het gebied wordt gekenmerkt door kleinere dekzandruggen die al dan niet bedekt zijn met een oude bouwlanddek. Vóór 1800 is het gebied waarschijnlijk in gebruik als erf of moestuin. In het begin van de 19 e eeuw stond in het terrein een brouwerij, op hetzelfde perceel staat een smederij. Van deze gebouwen zijn funderingsresten en een vloer aangetroffen. Aan het begin van de 20 e eeuw staan een vleeswarenfabriek en garagebedrijf in het plangebied. In de jaren ‘70 van de 20 e eeuw werden de panden gesloopt en een bank met kelder gebouwd.

Op basis van het onderzoek wordt de vindplaats, gezien de slechte inhoudelijke en fysieke kwaliteit, als niet-behoudenswaardig gewaardeerd en is geen behoud of vervolgonderzoek noodzakelijk.17 Bij deze zaak is vondstlocatie 1.089.531 geregistreerd: -1 stuks, keramiek, steengoed - Westerwalds, Nieuwe Tijd Midden -4 stuks, keramiek, baksteen, Nieuwe Tijd Midden - Nieuwe Tijd Laat -1 stuks, keramiek, roodbakkend geglazuurd aardewerk, Nieuwe Tijd Midden - Nieuwe Tijd Laat 2.329.036.100: Meierijstad, Schijndel, Kloosterstraat, booronderzoek vDe natuurlijke podzolgrond, die oorspronkelijk onder het plaggendek aanwezig is geweest, is in het hele plangebied waarschijnlijk door ploegwerkzaamheden verstoord en opgenomen in het plaggendek dan wel de Apb-horizont. Aangezien de bodem is verstoord, zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. Daarnaast zijn er geen indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een vuursteenvindplaats. Tijdens het booronderzoek zijn geen archeologische resten of indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats uit het Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen. Tijdens het booronderzoek is in de begraven Apb-horizont , direct onder het plaggendek, wel aardewerk uit de late middeleeuwen (14e/15e eeuw) aangetroffen, maar geen indicatoren uit de nieuwe tijd.

Het stukje aardewerk uit 14e/15e eeuw wordt beschouwd als mestaardewerk behorende bij het direct daarboven liggende plaggendek en geeft eerder het in gebruik nemen van het gebied als landbouwgrond aan, dan dat het duidt op een nederzettingsvindplaats ter plekke. Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd.18 2.333.572.100: Meierijstad, Schijndel, De Markt, booronderzoek Uit het inventariserend veldonderzoek blijkt dat op de locatie een sterk gelaagd antropogeen pakket aanwezig is met daaronder de onverstoorde C-horizont. In het oostelijke deel van de onderzoekslocatie is een zwarte sterk humeuze laag met antropogene insluitsels aangetroffen, die is geïnterpreteerd als cultuurlaag. De bovenliggende lagen zijn waarschijnlijk aangetast door recente vergraving. De laag is op het westelijke terreindeel niet aangetroffen; waarschijnlijk is deze laag hier vergraven tijdens de sloop van de bebouwing langs de Hoofdstraat na de Tweede Wereldoorlog. Mogelijk aanwezige archeologische waarden zijn op dit deel van de onderzoekslocatie waarschijnlijk sterk aangetast. De grens van deze vergraving kon tijdens het onderzoek niet exact bepaald en moet worden vastgesteld tijdens een vervolgonderzoek. 19 Bij deze zaak is vondstlocatie 1.239.626 geregistreerd met zes stuks, keramiek, roodbakkend geglazuurd aardewerk, Nieuwe Tijd.

2.444.007.100: Meierijstad, Schijndel, bureauonderzoek Het bureauonderzoek richt zich op de bekende verstoring (aanwezigheid postkantoor) t.o.v. de nieuwe plannen. De werkzaamheden (dieper dan 30 cm -Mv) die in de tot nu toe ongeroerde grond gaan plaatsvinden, zijn zeer beperkt van omvang (circa 184m2) en blijven ver onder de vrijstellingsgrens die de gemeente Schijndel voor dit gebied hanteert in het kader van een goede archeologische monumentenzorg (500m2). Archeologisch onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht. Wel wordt geadviseerd om de dubbelbestemming waarde-archeologie in het nieuwe bestemmingsplan te handhaven, zodat bij toekomstige bodemingrepen het archeologisch aspect opnieuw afgewogen kan worden.20

16 Bergsma en Stokkel 2009 17 Kooi 2009 18 Schorn 2014 19 Thijs 2011 20 Roodenburg 2018

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

19 2.454.513.100: Meierijstad, Schijndel, Vicaris Aertsweg, booronderzoek In het plangebied zijn in het onbebouwde gebied zeven boringen gezet tot dieptes variërend van 150 tot 200 cm -mv. De boringen bevestigen de aanwezigheid van een (deels geroerd) antropogeen dek op dekzand zonder resten van een podzolgrond. Archeologische resten uit het Mesolithicum en ouder zijn hoogstwaarschijnlijk opgenomen in de enkeerdgrond. Mogelijk zijn archeologische resten bewaard gebleven daar waar het antropogene dek intact is. De intactheid van het bodemprofiel onder de huidige bebouwing is niet bekend. 21 4.010.417.100 en 4.010.425.100: Meierijstad, Schijndel, Vicaris van Alphenstraat 3-5-7, bureauonderzoek en booronderzoek Het voornemen bestaat om een voormalige apotheek met twee inpandige zelfstandige woningen (huisnummers 3 en 5) en een halfvrijstaande woning met diverse aanbouwen (huisnummer 7) te slopen en te vervangen door twaalf nieuwe gestapelde woningen. Het plangebied ligt in de kern van Schijndel, dat vermoedelijk op een dekzandrug is ontstaan. Uit het booronderzoek blijkt dat het bodemmateriaal uit dekzand bestaat, waar potstalbemesting een antropogeen dek heeft gevormd. Bodemkundig is sprake van een A op C profiel. Aan het oppervlak ligt een klinker- en tegelverharding en een moderne omgewerkte laag van 20 tot 60 cm dik.

Op basis van de landschappelijke ligging en de aanwezigheid van een deels intact antropogeen dek, kan in de top van de C-horizont tussen 130 en 160 cm- mv een archeologisch sporenniveau uit de periode Neolithicum – Middeleeuwen aanwezig zijn. Aanbevolen wordt om een archeologisch proefsleuvenonderzoek met evt. doorstart naar een opgraving uit te voeren in die zones waar graafwerkzaamheden dieper dan 20 cm zijn voorzien.22 4.595.871.100 en 4.597.150.100: Meierijstad, Schijndel, Hoofdstraat 51-53, bureauonderzoek en boring Het plangebied is volledig verhard en bebouwd. De bebouwing heeft geen kelders. De bebouwing wordt gesloopt en vervangen door appartementen. Het plangebied ligt op een dekzandrug in de historische kern van Schijndel. Mogelijk zijn resten van prehistorische bewoning in het gebied aanwezig. Het dorp bestaat sinds de 13e eeuw en heeft waarschijnlijk voorlopers uit de Vroege Middeleeuwen. In het plangebied zijn vermoedelijk dikke eerdgronden aanwezig in de vorm van een plaggendek. het plangebied zijn in het onbebouwde gebied zeven boringen gezet tot dieptes variërend van 150 tot 200 cm -mv. De boringen bevestigen de aanwezigheid van een (deels geroerd) antropogeen dek op dekzand zonder resten van een podzolgrond. De intactheid van het bodemprofiel onder de huidige bebouwing is niet bekend. Er is een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van proefsleuven.

23 4.814.076.100 en 4.835.096.100: Meierijstad, Schijndel, Hopbelhof, proefsleuven en opgraving De aanleiding voor dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging van verschillende percelen aan de Hoofdstraat 51-53 te Schijndel, waarbij een bedrijfspand is gesloopt en wordt vervangen door de nieuwbouw van 11 patiobungalows en 5 appartementen. Uit een bureaustudie en booronderzoek bleek dat het potentiële archeologische sporenniveau in een gedeelte van het terrein mogelijk intact was en dat mogelijk archeologische waarden behouden waren. Daarom diende een proefsleuvenonderzoek met mogelijke doorstart naar een opgraving te worden uitgevoerd. Er zijn in de eerste instantie twee proefsleuven aangelegd. Op basis van de resultaten uit de twee proefsleuven is, in overleg met de bevoegde overheid, besloten om een doorstart te maken naar een gedeeltelijke opgraving, waarbij een derde werkput is aangelegd en een deel van de sporen in werkput 2 volledig is onderzocht. Tijdens het onderzoek zijn veel zandwinningskuilen aangetroffen uit de 19 de eeuw. De aanwezigheid van één paalkuil in een niet vergraven deel tussen de zandwinningskuilen in, was opvallend. In deze paalkuil werden scherven van handgevormd aardewerk uit de Vroege IJzertijd gevonden. In het oosten van het plangebied zijn bewoningssporen uit de 19e of begin 20e eeuw aangetroffen.

Hierbij zijn afvalkuilen, een funderingsmuurtje en een gemetselde waterput opgegraven. Het aangetroffen vondstmateriaal is voornamelijk afkomstig uit de omgeving van de 19e -20e -eeuwse bewoning. Opvallend is de vondst van vogelbotjes en een kikkerkaakje tussen het dierlijk botmateriaal. Archiefonderzoek toont aan dat dit terreindeel rond 1836/1838 werd bebouwd en rond 1907 werd gewijzigd. De metaalslakken alsmede de kalkput kunnen van een in de archieven bekende smid van het naastgelegen perceel afkomstig zijn. Aangezien kalk gebruikt werd bij de productie en verwerking van (giet)ijzer. Het bodeprofiel bestaat uit bouwvoor aanwezig van ca. 30 cm dikte, waarin puntjes houtskool aanwezig waren. Daaronder zit een 20 cm dik restant van een opgebracht esdek. Onder het esdek is een dun laagje (max. 10 cm) bioturbatie aanwezig. Daaronder bevindt zich het natuurlijke zand (C-horizont) waarin enkele roestvlekken aanwezig zijn. Hierbij moet genoteerd worden dat er veel recente verstoringen aanwezig waren, welke dit consistente beeld doorbraken . Hier is wel een bouwvoor 21 Roodenburg 2018 22 Boer 2016 23 Roodenburg 2018

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

20 (en evt. bouwzand) aanwezig. Het esdek en de laag met bioturbatie zijn hier echter verrommeld en ook de top van de C-horizont is verstoord. Deze worden door de huidige ontwikkelingen niet bedreigd. Vanuit archeologisch standpunt gezien bestaan er geen belemmeringen voor de nieuwbouw. Bij deze zaak is vondstlocatie 1.259.922 geregistreerd 4.947.451.100: Meierijstad, Schijndel, Vicaris Aertsweg 4, booronderzoek Op basis van eerder uitgevoerde onderzoeken in de omgeving en de onderzoek naar de landschappelijke gegevens en historische bronnen is een middelhoge verwachting op resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen aan het onderzoeksgebied gegeven. Hoewel resten hiervan niet zijn aangetroffen in de directe omgeving van het onderzoeksgebied zijn resten uit deze periodes niet uit te sluiten op basis van het feit dat deze nog niet aangetroffen zijn. Voor de Middeleeuwen geldt een lage verwachting. Het onderzoeksgebied viel destijds binnen de bouwlanden van Schijndel.. Er geldt een hoge verwachting op het voorkomen van resten uit de Nieuwe Tijd. Bekend is dat het plangebied vanaf 1879 bewoond is. Het booronderzoek heeft aangetoond dat er een 100 tot 130 centimeter (dik plaggendek aanwezig binnen het plangebied is en dat dit gelegen is op de flank van een dekzandwelving of -rug.

De aanwezigheid van dit plaggendek maakt dat er bodemkundig gezien een hoge zwarte enkeerdgrond aanwezig is. Het potentiële archeologische niveau ligt dus op een diepte van 100 tot 130 centimeter. In het midden van het onderzoeksgebied werd een ondoordringbare laag van baksteen aangetroffen op een diepte van 70 centimeter beneden maaiveld. Onbekend is of dit enkele bakstenen zijn of dat er meer puin of funderingen aanwezig zijn. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd. Vondstlocaties los 1.079.755: Meierijstad, Schijndel, Hoofdstraat, Niet-archeologisch Drie “Raeren” kruikjes (steengoed), gevonden bij sloopwerkzaamheden in 1949. Een van de kruikjes is gedateerd in 1598 (Vroege Nieuwe Tijd) 1.079.835: Meierijstad, Schijndel, De Kluis, Niet-archeologisch De locatie is verbidden met Katholieke kerk bij de Kluis dateert uit de 15e eeuw. Van de oude kerk is alleen de toren over, waaraan in 1839 een nieuwe kerk is gebouwd. Bij deze vondstlocatie zijn geen vondsten geregistreerd. 1.083.301: Meierijstad, Schijndel, Hoofdstraat 102-104, begeleiding Opgraving. Het voorterrein aan de straatkant bleek recent verstoord te zijn door bouw- en sloopwerkzaamheden. Op het achterterrein werden afvalkuilen, enkele puinbanen en twee waterputten aangetroffen. Daarnaast werd een waterkuil uit de 16e of 17e eeuw met daarin smederij- en smeltafval aangetroffen.

Er zijn grote aantallen aardewerk verzameld, voornamelijk uit de 17e en 18e eeuw. Het aardewerk lag verspreid over het terrein zonder samenhang met bodemsporen. Laatmiddeleeuwse ontginningssporen (spitsporen) reiken tot 1 meter diepte. Bij het opzoeken van de vaste bank werd op een diepte van 2 tot 2,5 meter werden tientallen lichte sporen aangetroffen, mogelijk uit de periode Bronstijd tot en met Romeinse tijd.

Tabel 2: Archeologische terreinen, zaken en vondstlocaties ca. 250 m van het plangebied.

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

21

2.8

Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt in een dekzandvlakte in de historische kern van Schijndel dat voor het eerst wordt genoemd in schriftelijke bronnen uit de 13e eeuw. Waarschijnlijk zijn in het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden aanwezig die zijn ontstaan door het langdurig opbrengen van plaggen en potstalmest. Op de 18e-eeuwse Tiendkaart en het 19e-eeuwse kadastrale minuutplan is het plangebied onbebouwd. Het plangebied wordt tussen 1850 en 1900 bebouwd. De woning op de Hoofdstaat 56-58A is een gemeentelijk monument. De bebouwing kan beschadigd zijn geraakt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het plangebied wordt grotendeels volgebouwd in de 20e en begin 21e eeuw. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: 1.

Datering

Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. De voornaamste verwachting geldt voor de Bronstijd tot en met de Late Middeleeuwen. 2.

Complextype

Archeologische resten uit alle perioden gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen. Archeologische resten uit de Nieuwe tijd zijn waarschijnlijk uitsluitend gerelateerd aan agrarisch gebruik. 3.

Omvang

Archeologische resten gerelateerd aan bewoning uit de genoemde perioden kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot). Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering). 4.

Diepteligging

Archeologische resten uit de Nieuwe tijd kunnen vanaf het maaiveld aanwezig zijn. Oudere archeologische resten en sporen bevinden zich waarschijnlijk in de top van het ongeroerde dekzand, ongeveer één meter beneden de oppervlakte of meer. 5.

Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit)

Archeologische resten die zich manifesteren als een spreiding van artefacten en ondiepe sporen zijn waarschijnlijk opgenomen in het humeuze (es)dek. Dit treft met name resten uit het Laat Paleolithicum tot en met het Neolithicum (hoewel de aanwezigheid van diepere neolithische paalsporen niet kan worden uitgesloten). Archeologische resten, met name sporen, uit de Bronstijd tot en met de Late Middeleeuwen kunnen goed zijn geconserveerd onder het humeuze dek. Archeologische resten uit de Nieuwe tijd kunnen goed zijn geconserveerd maar zijn door ligging nabij de oppervlakte kwetsbaar voor menselijke ingrepen. De grondwatertrap is onbekend maar staat vermoedelijk laag door de goede doorlaatbaarheid van zandgronden. Een lage grondwaterstand in combinatie met de relatief hoge zuurgraad van zand betekent dat organische archeologische resten (van onder andere leer, hout en bot) waarschijnlijk slecht zijn geconserveerd.

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

22 6.

Locatie

Hele onderzoeksgebied. 7.

Uiterlijke kenmerken en prospectie kenmerken:

Archeologische resten van jager-verzamelaars bestaan hoofdzakelijk uit ondiepe sporen (haardkuilen) en strooiingen van vuursteen. Daarnaast kunnen resten zonder bodemkundige context zoals vuurstenen werktuigen (pijlpunten, bijlen) en wildvallen aanwezig zijn. Het is echter waarschijnlijk dat deze resten in het humeuze dek zijn opgenomen en daarom niet meer in hun oorspronkelijke context liggen. Archeologische resten uit landbouwsamenlevingen kunnen bestaan uit sporen in de natuurlijke ondergrond zoals resten van beer- en/of waterputten of afvalkuilen, paalsporen en greppels. Daarnaast kunnen fragmenten aardewerk (urnen), crematieresten en inhumaties aanwezig zijn. Fragmenten hiervan kunnen door ploegwerkzaamheden ook in het humeuze dek aanwezig zijn. Archeologische resten van staatssamenlevingen bestaan overwegend uit kuilen of putten, greppels en andere sporen van agrarisch gebruik. Bebouwing uit de Nieuwe tijd ouder dan de 19e eeuw wordt in het plangebied niet verwacht. 8.

prospectiekenmerken

Archeologische resten kenmerken zich door een sporenniveau. 9.

Mogelijke verstoringen

Door bouw- en sloopactiviteiten kunnen archeologische resten zijn vergraven.

Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

23

3

Booronderzoek

3.1

Inleiding De ligging van het plangebied staat afgebeeld in fig. 1. In het plangebied is een ontwikkeling met grondwerkzaamheden voorzien. Daardoor worden mogelijk archeologische resten verstoord. Voor de beoogde ontwikkeling is een bureauonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 2 van dit rapport) waarbij een gespecificeerde archeologische verwachting is opgesteld. Op basis daarvan is een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd. Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1,24 in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens specificatie “VS03 Uitvoeren booronderzoek”. Het onderzoek is gerapporteerd volgens specificatie “VS05 Opstellen standaardrapport IVO - O/P”. Het onderzoeksgebied voor het booronderzoek is hetzelfde als het plangebied. De boringen zijn gezet met het doel de bodemopbouw te verkennen. Met de verkenning wordt inzicht verkregen in de aard en intactheid van het bodemprofiel en de diepteligging van archeologisch relevante niveaus. Deze methode is toegepast omdat nog onvoldoende informatie over de bodemopbouw beschikbaar is om te kunnen beslissen of en welk type karterend onderzoek eventueel uitgevoerd kan worden.

3.2

Methode De werkwijze in het veld was als volgt: Boortype:

7 cm Edelmanboor.

Aantal boringen:

Zeven.

Boordiepte:

De boringen zijn gezet tot in de ongeroerde C-horizont en hebben einddieptes tussen 120 en 250 cm -mv.

Grid:

De boringen zijn verspreid in het plangebied geplaatst.

Waarnemingswijze: De opgeboorde grond is systematisch uitgelegd op een plastic zeil. Representatieve uitgelegde boorprofielen zijn gefotografeerd. Het sediment is met de hand bemonsterd en met het blote oog onderzocht. Relevante lagen zijn gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 4 mm. Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren: De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat NEN 5104.25 Locatie bepaling X en Y: De X en Y coördinaten van de boringen zijn bepaald ten opzichte van de lokale topografie.

24 SIKB 2018 25 Bosch 2008; Nederlands Normalisatie Instituut 1989 Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

24 Hoogte bepaling: De Z coördinaat is na afloop van het veldwerk bepaald aan de hand het AHN.26 De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op 17 mei 2022 door F. Roodenburg (KNA Prospector) en C. de Jong (junior Prospector). Voorgaand aan het veldwerk is een plan van aanpak opgesteld. Het Plan van Aanpak is geregistreerd in ARCHIS3.

3.3

Resultaten met bodemkundige interpretatie De locaties van de boringen zijn in fig. 31 weergegeven. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens is een schematische doorsnede gemaakt. Deze is weergegeven in fig. 32. Er zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Er zijn geen vondsten verzameld. Het grondwater is niet aangetroffen tijdens het onderzoek. Op basis van de textuur, kleur en bijmengingen kunnen de volgende lagen worden onderscheiden, van boven naar onder: Laag 1: opgebrachte grond: Zwak siltig matig fijn licht geelgrijs matig afgerond en hoekig kalkrijk zand. De laag is aanwezig in boorprofielen 1, 3, 4, 6 en 7. De top van de laag ligt onder klinkers tussen 971 en 928 cm NAP. De laag is 6 tot 42 cm dik. De laagondergrens is scherp. In boorprofiel 1 bevat de laag roestvlekken en witte vlekken. In boorprofiel 4 bestaat de laag uit zeer grof zwak siltig bruingrijs zwak grindig kalkrijk zand met baksteenfragmenten en beton- en cementbrokken. In boorprofiel 5 zijn baksteenresten, plastic en fragmenten wit industrieel aardewerk en doorzichtig glas aanwezig. De laag bestaat voornamelijk uit stabilisatiezand dat onder de klinkers is aangebracht. Laag 2: A-horizont (omgewerkte grond): Zwak siltig zwak humeus matig fijn zwak grindig donker grijsbruin kalkloos zand. De laag is in alle boorprofielen aanwezig.

De top van de laag ligt aan het maaiveld of tot 50 cm -mv (tussen 951 en 909 cm NAP). De laag is 15 tot 150 cm dik en de laagondergrens is scherp. De laag bevat baksteenbrokken en -spikkels. De laag heeft veel onderlinge variatie in kleur en bijmengingen: •

In boorprofiel 1 is de laag gevlekt en vermengd met zandbrokjes en is tussen 80 en 105 cm -mv een lichtgekleurd segment aanwezig vermengd met humeuze zandbrokken.

•

In boorprofiel 2 bevat de laag materiaal uit laag 4 (de C-horizont), plastic en vlak doorzichtig (venster)glas.

•

In boorprofiel 3 zijn cement- en zandbrokken waargenomen en een fragment van een vermoedelijk modern wit keramisch tegelfragment. De laag is onderin bruiner, wat kan duiden op vermenging met de B-horizont.

•

Bovenin boorprofiel 4 is glas van flessen waargenomen en tussen 150 en 175 cm -mv brokken van het lichtgekleurde dekzand van laag 4.

26 Kadaster en PDOK 2014 Bureau voor Archeologie Rapport 1193

Schijndel Hoofdstraat 54-66 en Toon Bolsiusstraat 14-18

25 •

In boorprofiel 5 bevat de laag plastic, doorzichtig glas, houtskoolspikkels en wit industrieel aardewerk aanwezig.

•

In boorprofiel 6 is de laag sterk gevlekt en bevat het meer baksteenresten dan in de andere boorprofielen.

•

In boorprofiel 7 is de laag tevens gevlekt. Op basis van de moderne antropogene bijmengingen, vlekken en onderlinge variatie geïnterpreteerd als omgewerkte grond.

Laag 3: A-horizont (ongeroerd bouwlanddek): Zwak siltig donker grijsbruin kalkloos zand. Het pakket is aanwezig in boorprofielen 1 en 7. De top van de laag ligt tussen 25 en 140 cm -mv (917 en 839 cm NAP). De laag is 60 tot 115 cm dik. De laagondergrens is scherp. In boorprofiel 1 bevat de laag een fragment van een witte keramische pijp. De laag is in boorprofiel 1 donkerder van kleur dan de bovenliggende laag 2. In boorprofiel 7 bevat de laag baksteenbrokken en -spikkels, houtskoolspikkels, kachelgrit en leisteenfragmenten en bruine en zwarte vlekken en is de laag zwak grindig. De laag is homogener van kleur en samenstelling dan de bovenliggende laag 2 en bevat geen moderne antropogene indicatoren. Vermoedelijk is dit een ongeroerd restant van het oorspronkelijke landbouwdek. Het is echter mogelijk dat de zandbrokjes een aanwijzing zijn dat de laag toch is omgewerkt. Laag 4: C-horizont (dekzand): Zwak siltig matig fijn lichtgrijs, licht-bruin-grijs of licht geelgrijs kalkloos zand. De laag is in alle boorprofielen aanwezig. De top van de laag ligt tussen 50 en 200 cm -mv (884 en 764 cm NAP). De dikte van de laag is niet bepaald in de meest boorprofielen omdat de onderzijde van de laag dieper ligt dan de einddieptes van de boringen. In boorprofiel 4 is de laag 40 cm dik. In boorprofielen 2, 4, 5 en 6 bevat de laag roestvlekken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=a176a396-bbde-4397-9343-f76de641f595