Bijlage 1 Toekomstbeeld-stappenplan en advies ViA 2026-2030
Tekst van het document
De figuur laat zien dat hier belangrijke ontwikkelpunten liggen. Dat begint bij de implementatie van de visie GSV. Gemeenten verstaan daar vaak het scholen van medewerkers in de Top3-methodiek onder. Dat is daar echter slechts een onderdeel van. De implementatie van GSV betekent ook dat zowel intern, binnen het lokaal team, als extern in de samenwerking met regionale partners, het gefaseerd werken aan veiligheid gefaciliteerd wordt in kaders, werkwijzen, instrumenten, opdrachten etc. Een belangrijke constatering uit de zelfscan is dat GSV en het werken met de Top3-methodiek in gemeenten niet ter discussie staan.
44
Opvallend aan de uitkomsten op dit onderdeel van de zelfscan, is dat de deskundigheid van de professionals die zich met casuïstiek waarin sprake is van onveiligheid in relaties bezig houden, op cruciale punten verbeterd moet worden: over geweldsdynamiek, risicofactoren en specifieke vormen van geweld. Ook wat deskundigheid op deze elementen betreft geven veel gemeenten aan dat deze bij jeugd beter op orde is dan bij Wmo. Maar uit de gesprekken blijkt dat ook bij jeugd nog veel te doen is. Deels is hier sprake van onbewuste onbekwaamheid: men denkt te weten wat de nieuwe aanpak onder het Toekomstscenario vraagt van lokale teams en denkt dat al te doen. Het is maar gedeeltelijk mogelijk om daar met de zelfscan doorheen te prikken. Maar uit de gesprekken blijkt wel dat vanuit jeugd bijvoorbeeld vaak echt nog geen sprake is van adequaat inzicht krijgen in, en handelen op, problematiek van ouders, laat staan vanuit het perspectief van in elkaar grijpende onderliggende dynamiek en problematiek. Zeker waar het gaat over ouders als pleger van het geweld, is vaak helemaal niet duidelijk wat het lokale team met die ouders doet. Dat is een sterk signaal van een gebrek aan inzicht in wat wel nodig is voor een effectieve aanpak, maar nog onvoldoende gebeurt.
45
Onderdeel 2: Het bieden van hulp en ondersteuning en het indienen van een Verzoek Tot Onderzoek Opstellen veiligheidsplannen door professionals Vertaling veiligheidsvoorwaarden Veilig Thuis in veiligheidsplan Traumasensitief werken door professionals Systeemgericht werken door professionals Ondersteuning coördinatie door professionals Deskundigheid professionals op juridisch gebied Bekwaamheid professionals indienen VTO-verzoek 0%
10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
De bovenstaande figuur laat zien in hoeverre professionals in het lokaal team, die werken met casuïstiek waarin sprake is van onveiligheid in relaties, in staat zijn om effectief te handelen doordat een aantal voorwaarden daarvoor aanwezig is. De focus ligt hier op bekwaamheid, ondersteuning en juridische kennis. De volgende aspecten komen aan bod: Het opstellen van veiligheidsplannen door professionals; De mate waarin de veiligheidsvoorwaarden van Veilig Thuis worden vertaald in deze veiligheidsplannen; Het toepassen van traumasensitief werken in de praktijk; Het systeemgericht werken door professionals binnen casuïstiek; De mate waarin het lukt om directbetrokkenen te ondersteunen in het voeren van coördinatie; De deskundigheid van professionals op juridisch gebied dan wel de beschikbaarheid van collega’s met juridische kennis; De bekwaamheid van professionals in het indienen van een verzoek tot onderzoek bij de Raad voor de Kinderbescherming (VTO). Een deel van deze aspecten hangt samen met de implementatie van GSV, die nog onvoldoende ver is. Die implementatie zal de vaardigheden op het gebied van het opstellen van veiligheidsplannen en vertalen van veiligheidsvoorwaarden verder versterken. Traumasensitief werken is een aandachtspunt op zich. Dat omvat (veel) meer dan alert zijn op eventueel trauma.
Samengevat is traumasensitief werken het vergroten van traumabewustzijn, het inrichten van traumascreening en het versterken van de trauma-aanpak.9 De concepten coördinatie (regie) en systeemgericht werken verdienen eveneens aparte aandacht: die krijgen niet altijd invulling op de manier die de zelfscan bedoelt, maar gemeenten hebben dan toch het idee dat ze het juiste doen. Hierna volgt daarom een nadere uitwerking van deze begrippen en wat uit de zelfscan bekend is over de mate waarin gemeenten die op de juiste manier invulling geven.
9
Zie bijzoorbeeld https://vng.nl/artikelen/traumascreening-en-aanpak. Via deze link is informatie te vinden over vier tools die zijn ontwikkeld om traumasensitiviteit te bevorderen: namelijk ‘Inbedden van traumasensitiviteit’, ‘Traumasensitief werken binnen de visie gefaseerde keten/netwerkzorg’, ‘Traumabewustzijn en trauma-aanpak’ en 'Traumascreening'.
46
Systeemgericht werken
In de bijlage bij de zelfscan is het volgende opgenomen over systeemgericht werken. 1. De aanpak is gericht op alle leden van het (gezins)systeem. Dat hoeft niet zozeer in aanwezigheid van alle leden (bijvoorbeeld als iemand niet meewerkt), maar wel met inachtneming van alle leden (oog hebben voor iedereen). LET OP: soms vormt de aard van het geweld een contra-indicatie voor een gezamenlijk traject (intiem terrorisme bijvoorbeeld); systeemgericht werken blijft ook dan onontbeerlijk, maar zonder direct contact tussen de directbetrokkenen. 2. De aanpak is gendersensitief en traumasensitief en gericht op de verandering van de interactie (relatiedynamiek en onderliggende patronen) en wederkerigheid tussen de betrokken personen en op de wisselwerking tussen beïnvloedbare individuele factoren en omgevingsfactoren. 3. Bij het opstellen van het veiligheidsplan, hulpverleningsplan en herstelplan wordt bij ieder doel de vraag gesteld welk effect het behalen daarvan zal sorteren op de mate van veiligheid binnen het systeem/de gezinsrelaties (3 soorten resultaten passend bij de 3 fasen). 4. Hulpvragen en daar aan gekoppelde trajecten worden met elkaar verbonden en op elkaar afgestemd vanaf de analysefase tot en met de nazorg.
Randvoorwaarden voor systeemgericht werken zijn: Een gezamenlijk en gedragen veiligheidsplan, hulpverleningsplan en herstelplan (en dus: eenzelfde format daarvoor bij alle betrokken hulpverleners). Een gedeelde focus bij alle uitvoerend professionals op het hele gezin en de omgeving eromheen (het systeem en dus niet primair jeugd of volwassenen, primair vrijwillig of gedwongen kader). Deze gedeelde focus is ongeacht de eigen (wettelijke) taak en uit zich in gelijktijdig samen aan de casus werken en gezamenlijk leren. Partijen die als primaire taak de focus op één lid van het systeem hebben (zoals reclassering, GGZ, jeugdbescherming) krijgen en nemen een rol als onderdeel van het gehele plan. De regisseur ziet daarop toe. Maatwerk is gewenst in systeemgericht werken. Niet in alle situaties is een systeemaanpak zinvol, in de zin dat de gezinsleden tegelijkertijd hulp krijgen en waar alle gezinsleden tegelijk bij betrokken zijn. Als een van de gezinsleden niet gemotiveerd is, kan dit ertoe leiden dat de andere gezinsleden niet de hulp krijgen die nodig is. Informatie-uitwisseling is cruciaal en vindt bij voorkeur plaats met toestemming van de directbetrokkenen. Het verwerven van die toestemming is onderdeel van het proces van het motiveren van cliënten voor hulp.
Werken cliënten niet mee aan informatie-uitwisseling dan wordt ten minste de informatie gedeeld die gedeeld mag worden wanneer sprake is van onveiligheid. Eén centrale regisseur die gedurende het gehele traject van probleemanalyse tot en met nazorg betrokken is (zie definitie coördinatie) en duidelijke afspraken over wie deze regierol vervult. Om hulp goed (en verschillende trajecten gelijktijdig) op elkaar te kunnen laten aansluiten, is het nodig om snel de juiste hulp in te kunnen zetten, zonder wachttijden. In de praktijk wil het systeemgericht werken nog wel eens worden versmald tot het inventariseren van wie allemaal onderdeel uitmaken van het systeem, zonder verder onderzoek te doen naar hoe de problematiek van deze individuen en hun onderlinge interactie doorwerkt in andere problemen, zoals onveiligheid. Of er wordt wel sys-
47
teemgericht gekeken, maar niet met alle individuen gesproken of slechts op een deel van het systeem hulpverlening ingezet. Echt systeemgericht werken is een grote uitdaging voor een hulpverleningslandschap dat verkokerd is ingericht. We zien in de regio dat wat hierboven onder punt 4 genoemd wordt, nog onvoldoende tot stand komt. Hoewel ten aanzien van punt 2 en 3 vaak is aangegeven dat dit ‘een beetje’ gebeurt, is de vraag in hoeverre de inspanningen daar daadwerkelijk leiden tot een integraal beeld en een integrale, effectieve aanpak met goed zicht op veiligheid. Het is goed mogelijk dat de aanpak vaak in theorie wel systeemgericht is omdat men wel van mening is dat het zo moet gaan, maar in de praktijk onvoldoende vorm en inhoud krijgt. Anders zouden immers andere effecten van de ingezette hulp verwacht mogen worden.
48
Coördinatie (regie)
Over coördinatie, zoals in het kader van het Toekomstscenario tegenwoordig over regie wordt gesproken, is ook veel geschreven, onder andere door het Toezicht Sociaal Domein. Relevant voor de actuele ontwikkeling is de uitwerking van competenties die Civil Care heeft opgesteld voor medewerkers met de taak van veiligheidscoördinatie.
Kennis hebben van en ervaring hebben met casuïstiek waar structurele onveiligheid speelt; Kunnen aansluiten bij alle betrokken cliënten; Samen kunnen werken met alle betrokken cliënten, hun netwerk en professionals (ook uit andere sectoren); Overstijgend en meervoudig partijdig kunnen denken en handelen; Coördinerend en organiserend vermogen; Gestructureerd en methodisch kunnen werken; Directief kunnen optreden en leiding kunnen geven aan een complex overleg; In staat zijn om bij complexe vraagstukken overzicht te behouden en te prioriteren; Zorgvuldig werken; Geduld hebben en het vertrouwen dat het in gang gezette proces tijd nodig heeft om het bedoelde effect te ontwikkelen; Vasthoudend zijn.
De zelfscan vat de volgende zes onderdelen als kern van coördinatie:
Contact leggen en motiveren voor hulp Centraal contactpersoon zijn voor betrokkenen Systeemgericht in kaart brengen van problematiek, maken van risico-inschatting, inschatten zelfredzaamheid en dat met onderliggende oorzaken samenbrengen in een integrale probleemanalyse Overbruggen van de scheiding tussen zorg en veiligheid, tussen het perspectief op jeugd en het perspectief op volwassenen, tussen vrijwillig en gedwongen kader Contact houden met alle betrokken professionals bij het gezin/huishouden (o.a. huisarts, school/kinderopvang, politie, ggz, verslavingszorg, vrouwenopvang, CSG, GI, RvdK, Reclassering etc.) De sociale steunstructuur van het gezin/huishouden betrekken en steunen in het zorgen voor directe veiligheid en het wegnemen van de oorzaken van onveiligheid
De antwoorden laten hier, net als bij systeemgericht werken, best een positief beeld zien. Alleen op het betrekken van de sociale steunstructuur wordt beduidend lager gescoord. Ook hier roept dit echter de vraag op of wel echt begrepen wordt wat voor vorm van regie gevraagd wordt onder het toekomstscenario. Het competentieprofiel van Civil Care maakt dat mogelijk nog wat meer duidelijk dan de onderdelen die in de zelfscan worden uitgevraagd. Met name de vaardigheid van meervoudig partijdig zijn in combinatie met de diepgaande kennis die nodig is om in dit soort casuïstiek tot een diepgaande, gedegen probleemanalyse te komen, vraagt veel van regisseurs.
49
Cluster 4: Samenwerking
Samenwerkingsafspraken VT/gemeente
Samenwerkingsafspraken GI/gemeente
Samenwerkingsafspraken RvdK/gemeente
Tevredenheid over samenwerking
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90% 100%
De bovenstaande figuur laat zien in welke mate er sprake is van samenwerkingsafspraken tussen het lokaal team en de samenwerkingspartners Veilig Thuis (VT), de Gecertificeerde Instelling(en) (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) op alle relevante onderdelen. Ook laat de figuur zien hoe tevreden betrokkenen binnen de gemeente zijn over de samenwerking met deze partijen. De afspraken met VT, de GI’s en de RvdK zijn voor de hele regio gelijk. Tegelijkertijd zijn er signalen dat gemeenten op uitvoerend niveau apart afspraken met VT (proberen te) maken, bijvoorbeeld over aanwezigheid in de gemeente en het samen optrekken in bepaalde casussen. De behoefte om de samenwerkingsafspraken met VT aan te passen bestaat al een tijd, blijkens ook de poging om met behulp van een pilot daar meer input voor te krijgen. Het is begrijpelijk dat gemeenten ongeduldig worden en proberen samenwerking dan maar bilateraal te verbeteren. Tegelijkertijd vraagt het herijken van de afspraken om een duidelijk beeld over hoe lokale teams en VT in de toekomst, onder het Toekomstscenario, samen willen werken en hoe daar vanuit de huidige situatie naartoe gewerkt kan worden. Dat beeld is er nog niet. De afspraken dekken niet alle relevante aspecten van de samenwerking af.
Aandachtspunten die uit de zelfscan naar voren komen zijn: Voor Veilig Thuis: samenwerking in de fase van directe veiligheid, de verantwoordelijkheidsverdeling voor het zicht op veiligheid, gezamenlijk leren door evalueren en periodieke evaluatie van de afspraken; Voor de GI’s: afspraken over de consultatiefunctie, de informatie bij overdracht door de GI, gebruik van methoden en instrumenten, handelen bij stagnerende samenwerking, gezamenlijk leren door evalueren en periodieke evaluatie van de afspraken; Voor de RvdK: gebruik van methoden en instrumenten, handelen bij stagnerende samenwerking, gezamenlijk leren door evalueren.
50
Een andere interessante bevinding is dat de bestaande samenwerkingsafspraken met de regionale partners vaak onbekend bleken in de gemeenten. Het wordt vooral als een regionale aangelegenheid gezien om je hiermee bezig te houden. Tegelijkertijd geven de gemeenten, die wel periodiek met één of meerdere van de regionale partners om tafel zitten, aan hoe belangrijk het is met elkaar over de samenwerking in gesprek te zijn. Het beeld van de tevredenheid over de samenwerking is gemengd, maar nergens zijn grote problemen in de samenwerking naar voren komen. Voor het onderzoek is ook met de regionale partners gesproken. Zij geven aan dat duidelijkheid nodig is over de taakverdeling tussen lokale teams en regionale partijen, over welk minimumniveau van ieder verwacht mag worden, over de wijze waarop gebruikte methoden en werkwijzen goed op elkaar aan kunnen sluiten en over informatiedeling.
51
Conclusie De zelfscan laat zien dat de gemeenten in de regio Noordoost Brabant aan de slag moeten met een verdere versterking van hun lokale teams, zodat casuïstiek waarin sprake is van onveiligheid in relaties effectief kan worden opgepakt. Hoewel er verschillen tussen gemeenten zijn, geldt voor alle gemeenten dat hier nog flinke stappen te zetten zijn. Het is de lokale verantwoordelijkheid van individuele gemeenten om de ontwikkelpunten op te pakken. Het is echter belangrijk dat gemeenten dat in de regio met elkaar doen: dat ze samen een duidelijk basisniveau voor de lokale teams afspreken, eenduidige definities van centrale elementen in de aanpak als coördinatie en systeemgericht werken gebruiken, en waar nodig samen de expertise van hun lokale teams versterken. Op die manier ontstaat een gedeelde lokale basis in de regio, van waaruit de samenwerking met de regionale partijen VT, GI’s en RvdK verder vorm kan krijgen. Aandachtspunten voor de ontwikkeling die uit de zelfscan blijken, zijn in ieder geval: Uitwerking van het regionale Koersplan naar een inrichting van de lokale teams die een effectieve, integrale (0-100) aanpak mogelijk maakt, waarbij de juiste en voldoende expertise ingezet kan worden op casuïstiek waarin sprake is van onveiligheid in relaties en stevige regie mogelijk is.
Daarbij moeten de huidige verschillen in opdracht en expertise tussen Wmo en jeugd worden weggenomen en overbrugd: professionals op het gebied van jeugd en volwassenen moeten echt integraal met elkaar gaan samenwerken. Het opnemen van alle benodigde taken in de opdracht aan de lokale teams, waarbij de opdracht, taakopvatting en expertise op het gebied van jeugd- en volwassenhulp gelijkgetrokken wordt. Daarbij is een belangrijke observatie dat hoewel de indruk bestaat dat de delen van de lokale teams die zich op jeugd richten over meer expertise beschikken dan de delen die zich op volwassenen richten, de expertise en vaardigheden ook van de professionals die werken op het gebied van jeugd nog om verdere verbetering vragen als het gaat om effectief handelen op onveiligheid in relaties. Een gedeeld, regionaal beeld van welke specialistische hulp nodig is voor een effectieve aanpak van deze casuïstiek, de mate waarin die beschikbaar is en verder beschikbaar gemaakt dient te worden. Investeren in de expertise van de medewerkers in de lokale teams: zowel team-breed op de Meldcode, als specifiek op onveiligheid in relaties voor de medewerkers die zich met deze casuïstiek bezig houden. De TOP-3 methode is daarin belangrijk, omdat deze het werken volgens GSV ondersteunt.
Daarbij is wel een aandachtspunt dat GSV een andere grondhouding vraagt, de vaardigheid om daders en slachtoffers in het vrijwillig kader voor hulp te motiveren en het voeren van stevige regie op dit soort casuïstiek: dat vraagt meer dan een lichte vorm van deskundigheidsbevordering zoals die nu breed op de TOP-3 wordt aangeboden in de regio. Bij de verdere ontwikkeling van de lokale teams op het gebied van veiligheid in relaties is het belangrijk niet te makkelijk te denken er wel te zijn. Dat begint bij een gedeelde definitie van veiligheid en een gedeeld concept van wat nodig is om veiligheid in relaties te bevorderen. Dit is verder uitgewerkt in het regionaal Toekomstbeeld, stappenplan & advies voor het vervolg van ViA.
52
Bijlage: antwoorden op individuele vragen Relevante beleidsdomeinen in visie Beleidsdomein
Gemiddelde in Noordoost-Brabant
Wmo
22.2%
Jeugd
22.2%
Werk, Inkomen & Participatie
22.2%
Veiligheid
22.2%
Gezondheidszorg
0%
Welzijn
0%
In bovenstaande tabel ziet u welke relevante beleidsdomeinen zijn opgenomen in de gemeentelijke visie op de aanpak van (on)veiligheid in relaties. Een score van 100% betekent dat dit beleidsdomein is opgenomen in de visie, zo niet is de score 0%. Ook kunt u zien in hoeveel procent van de gemeenten in de regio dit beleidsdomein is opgenomen in de visie.
Taken opgenomen in de opdracht Taak
Gemiddelde in Noordoost-Brabant
Het signaleren van onveiligheid in relaties
88.9%
Het bespreekbaar maken van signalen van onveiligheid in relaties
88.9%
Het oppakken van casuïstiek waarin sprake is van (zorgen over) onveiligheid in relaties
77.8%
Het bewerkstelligen van directe veiligheid
66.7%
Het op een effectieve manier hanteerbaar maken van en laten afnemen van de risicofactoren van 55.6% onveiligheid Indien nodig het bieden van hulp en ondersteuning gericht op herstel
55.6%
Systeemgericht te werk gaan in casuïstiek waarin sprake is van onveiligheid in relaties
66.7%
Het voeren van coördinatie over de ingezette hulp in casuïstiek waarin sprake is van onveiligheid in 55.6% relaties
Bovenstaande tabel laat zien welke taken zijn opgenomen in de gemeentelijke opdracht aan het lokaal team als het gaat om het bieden van ondersteuning in gezinnen/huishoudens waar sprake is van (on)veiligheid in relaties. Een score van 100% betekent dat de taak is opgenomen in de opdracht van uw gemeente, een score van 0% dat de taak niet is opgenomen in de opdracht. Ook kunt u zien in hoeveel procent van de gemeenten in de regio deze taak is opgenomen in de opdracht.
53
Naleving randvoorwaarden voor informatiedeling Randvoorwaarde
Gemiddelde in Noordoost-Brabant
Er zijn met het lokaal team afspraken gemaakt over zorgvuldige registratie van persoonsgegevens
100%
Er zijn met samenwerkingspartners afspraken vastgelegd over informatiedeling
66.7%
Er is een Data en Privacy Impact Analyse (DPIA) uitgevoerd, gericht op de samenwerking binnen het lokale team 11.1% en met (regionale) partners, met name met betrekking tot het in samenwerking organiseren van veiligheid en goede zorg
Bovenstaande tabel laat zien aan welke randvoorwaarden voor zorgvuldige informatiedeling wordt voldaan binnen uw gemeente. Een score van 100% betekent dat aan deze randvoorwaarde wordt voldaan, een score van 0% betekent dat hier niet aan wordt voldaan. Ook kunt u zien hoeveel procent van de gemeenten in de regio voldoen aan deze randvoorwaarde.
54
Signaleren vormen van onveiligheid Ouderenmishandeling Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
0
Niet echt
1
Een beetje
6
Volledig
2
Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
1
Stalking
Niet echt
2
Een beetje
5
Volledig
1
(Ex)-partnergeweld Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
1
Niet echt
1
Een beetje
3
Volledig
4
Online (seksueel) geweld Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
2
Niet echt
4
Een beetje
3
Volledig
0
Seksueel geweld Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
1
Niet echt
1
Een beetje
5
Volledig
2
Schadelijke traditionele praktijken Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
1
Niet echt
2
Een beetje
6
Volledig
0
55
Intiem terreur Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
1
Niet echt
3
Een beetje
5
Volledig
0
Bovenstaande tabellen laten zien in hoeverre professionals in het lokale team van uw gemeente beschikken over voldoende kennis om signalen van verschillende vormen van onveiligheid in relaties te herkennen. U kunt zien welk antwoord uw gemeente heeft gegeven en hoeveel gemeenten in de regio Noordoost-Brabant hebben gekozen voor de verschillende antwoorden.
56
Consultatie GGZ-professionals
Bij ggz-, verslavings-, of LVB- problematiek bij kinderen Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
0
Niet echt
0
Een beetje
1
Volledig
8
Bij ggz-, verslavings- of LVB-problematiek bij volwassenen Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
1
Niet echt
0
Een beetje
0
Volledig
8
Bovenstaande tabellen laten zien in hoeverre professionals in het lokale team toegang hebben tot consultatie van GGZ-professionals bij casuïstiek rondom onveiligheid in relaties (bijvoorbeeld via een GGZ- of FACT-team). U kunt zien welk antwoord uw gemeente heeft gegeven en hoeveel gemeenten in de regio Noordoost-Brabant hebben gekozen voor de verschillende antwoorden.
57
Systeemgericht werken
De aanpak is gericht op alle leden van het (gezins)systeem Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
0
Niet echt
1
Een beetje
6
Volledig
2
De aanpak is gericht op de verandering van de interactie (relatiedynamiek en onderliggende patronen) en wederkerigheid tussen de betrokken personen en op de wisselwerking tussen beïnvloedbare individuele factoren en omgevingsfactoren Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
0
Niet echt
3
Een beetje
5
Volledig
1
Bij het opstellen van het veiligheids-, hulpverlenings- en herstelplan wordt bij ieder doel de vraag gesteld welk effect het behalen daarvan zal sorteren op de mate van veiligheid binnen het systeem/de gezinsrelaties Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
1
Niet echt
1
Een beetje
6
Volledig
1
Hulpvragen en daar aan gekoppelde trajecten worden met elkaar verbonden en op elkaar afgestemd vanaf de analysefase tot en met de nazorg Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
0
Niet echt
4
Een beetje
5
Volledig
0
Bovenstaande tabellen laten zien in hoeverre professionals in het lokale team systeemgericht werken bij casuïstiek rondom onveiligheid in relaties. U kunt zien welk antwoord uw gemeente heeft gegeven en hoeveel gemeenten in de regio Noordoost-Brabant hebben gekozen voor de verschillende antwoorden.
58
Ondersteuning coördinatie
Contact leggen en motiveren voor hulp Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
1
Niet echt
0
Een beetje
7
Volledig
1
Centraal contactpersoon zijn voor betrokkenen Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
1
Niet echt
0
Een beetje
5
Volledig
3
Systeemgericht in kaart brengen van problematiek, maken van risico-inschatting, inschatten zelfredzaamheid en dat met onderliggende oorzaken samenbrengen in een integrale probleemanalyse Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
1
Niet echt
2
Een beetje
6
Volledig
0
Overbruggen van de scheiding tussen zorg en veiligheid, tussen het perspectief op jeugd en het perspectief op volwassenen, tussen vrijwillig en gedwongen kader Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
1
Niet echt
0
Een beetje
6
Volledig
2
59
Contact houden met alle betrokken professionals bij het gezin/huishouden (o.a. huisarts, school/kinderopvang, politie, ggz, verslavingszorg, vrouwenopvang, CSG, GI, RvdK, Reclassering etc.) Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
1
Niet echt
0
Een beetje
5
Volledig
3
De sociale steunstructuur van het gezin/huishouden betrekken en steunen in het zorgen voor directe veiligheid en het wegnemen van de oorzaken van onveiligheid Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
1
Niet echt
3
Een beetje
4
Volledig
1
Bovenstaande tabellen laten zien in hoeverre professionals in het lokale team in staat zijn directbetrokkenen te ondersteunen bij het voeren van de coördinatie in situaties van onveiligheid in relaties. U kunt zien welk antwoord uw gemeente heeft gegeven en hoeveel gemeenten in de regio Noordoost-Brabant hebben gekozen voor de verschillende antwoorden.
60
Samenwerkingsafspraken
Samenwerkingsafspraken tussen Veilig Thuis en het lokaal team Afspraak
Gemiddelde in Noordoost-Brabant
Gebruik dienst Advies en Ondersteuning
100%
Informeren directbetrokkenen bij VT
100%
Taakverdeling tussen professionals VT en lokaal team
100%
Start en beëindiging betrokkenheid van VT
100%
Manier van overdracht door VT
100%
Samenwerking in fase van zicht op directe veiligheid
0%
Verdeling verantwoordelijkheid in fase van zicht op veiligheid
0%
Overdragen van informatie die wordt overgedragen door Veilig Thuis aan het lokaal team.
100%
Kwaliteit van veiligheidsbeoordeling en -voorwaarden door VT
100%
De gehanteerde methodes en instrumenten
100%
Vervolgstappen bij stagnerende samenwerking
100%
Gezamenlijk leren door evalueren casuïstiek
0%
Evalueren van samenwerkingsafspraken
0%
Samenwerkingsafspraken tussen de grootste GI en het lokaal team Afspraak
Gemiddelde in Noordoost-Brabant
Gebruik van consultatiefunctie
0%
Start en beëindiging van betrokkenheid van GI
100%
Samenwerking in de fase van zicht op directe veiligheid
100%
Verdeling verantwoordelijkheid in fase van zicht op directe veiligheid
100%
Overdragen van informatie door GI
0%
Afstemmen inzet van jeugdhulp
100%
De gehanteerde methodes en instrumenten
0%
Vervolgstappen bij stagnerende samenwerking
0%
Gezamenlijk leren door evalueren casuïstiek
0%
Periodiek evalueren van samenwerkingsafspraken
0%
61
Samenwerkingsafspraken tussen RvdK en het lokaal team Afspraak
Gemiddelde in NoordoostBrabant
Gebruik van consultatiefuntie
100%
Informeren van directbetrokkenen bij RvdK
100%
De start en beëindiging van betrokkenheid van de RvdK
100%
Samenwerking in de fase van zicht op directe veiligheid, ook in het geval dat er nieuwe zorgen zijn over het gezin/huishouden.
100%
Verdeling van verantwoordelijkheid in fase van zicht op directe veiligheid
100%
Overdragen van informatie door RvdK
100%
Samenwerking na opheffing OTS
100%
Informeren van lokaal team door RvdK over VTO
100%
De gehanteerde methodes en instrumenten
0%
Vervolgstappen bij stagnerende samenwerking
0%
Gezamenlijk leren door evalueren casuïstiek
0%
Periodiek evalueren van samenwerkingsafspraken
100%
Bovenstaande tabellen laten zien welke afspraken zijn gemaakt tussen het lokaal team van uw gemeente en Veilig Thuis, de grootste GI en de RvdK over de samenwerking in situaties waarin sprake is van (on)veiligheid in relaties. Een score van 100% betekent dat het punt is opgenomen in de samenwerkingsafspraken, een score van 0% betekent dat dit niet het geval is. Ook kunt u zien in hoeveel procent van de gemeenten in de regio {{member.Regio}] deze afspraken zijn gemaakt.
62
Tevredenheid over de samenwerking
Veilig Thuis Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
2
Niet echt
1
Een beetje
3
Volledig
3
Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
0
Niet echt
2
Een beetje
3
Volledig
4
RvdK
Alle gecontracteerde GI's Antwoordoptie
Frequentie in Noordoost-Brabant
Helemaal niet
1
Niet echt
1
Een beetje
5
Volledig
2
Bovenstaande tabellen laten zien in welke mate professionals in het Lokaal team tevreden zijn over de samenwerking met Veilig Thuis, gecontracteerde Gecertificeerde Instellingen en de Raad voor de Kinderbescherming. U kunt zien welk antwoord uw gemeente heeft gegeven en hoeveel gemeenten in de regio Noordoost-Brabant hebben gekozen voor de verschillende antwoorden.
63
Bijlage 2 Herijking Koersplan
64
De urgentie voor het handelen op onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties blijft ongewijzigd ten opzichte van het oorspronkelijke koersplan: Bij 70% van de gezinnen en huishoudens waarbij huiselijk geweld aanwezig is lukt het niet om dit geweld te stoppen.10, 11 In 2022 gaf 25% van de zestien-tot achttienjarigen aan in de afgelopen twaalf maanden slachtoffer te zijn geweest van één of meerdere vormen van huiselijk geweld.12 In 2021 eindigden 25.962 huwelijken in een echtscheiding. Ongeveer tien tot vijftien procent van alle scheidingen is een vechtscheiding.13 Eén op de twintig ouderen is slachtoffer van ouderenmishandeling of financieel misbruik. 14 Elke acht dagen sterft in Nederland een vrouw door femicide. 15 In 2021 zijn er 23 vrouwen door de (ex-)partner gedood.16 In 2020 zijn er 984 mogelijke slachtoffers van mensenhandel aangemeld bij het Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel.17 In 2022 gaf één op de acht Nederlanders van zestien jaar of ouder aan in de afgelopen twaalf maanden seksueel grensoverschrijdend gedrag te hebben meegemaakt.18 In 2022 gaf negen procent van de zestien plussers aan in de afgelopen vijf jaar slachtoffer te zijn geweest van fysiek seksueel geweld.19 Het duurzaam stoppen van geweld in afhankelijkheidsrelaties is noodzakelijk. Bovenstaande cijfers liegen er niet om en onderstrepen de urgentie om in actie te komen.
Want het stopt niet vanzelf! In dit herijkte Koersplan is de overkoepelende ambitie voor Veilig in Afhankelijkheidsrelaties (ViA) herijkt, is een richtinggevend Toekomstbeeld toegevoegd en zijn daar doelen aan verbonden. De doelen uit het oorspronkelijke Koersplan zijn onder die nieuwe doelstellingen komen te hangen. Op deze manier ontstaat een duidelijke richting voor ViA en prioritering voor de komende jaren. De herijking betekent dat een aantal activiteiten vooralsnog geen prioriteit krijgen: Preventie, (vroeg)signalering en informele steun; Projecten die zich richten op specifieke doelgroepen; De ontwikkeling van aanbod dat gebruik maakt van de inzet van ervaringsdeskundigheid. Hoe belangrijk ook, eerst zal de basis op orde moeten zijn in de regio. Daarna kan op die basis verder worden gebouwd, waarbij deze aspecten zeker aandacht verdienen. In deze herijking zijn geen hoofdstukken opgenomen over de uitvoeringsstructuur, governance en financiering. Die aspecten worden uitgewerkt in het voorstel voor een nieuwe governance structuur op ViA. Het Meerjarig Uitvoeringsplan ViA 2023-2028 komt te vervallen. In de plaats daarvan komt het voorliggende Toekomstbeeld, stappenplan & advies ViA 2026-2030.
10 Verwey-Jonker, Kwestie van een lange adem, 2020 11 Nederlands Jeugdinstituut, 2021; Cijfers over huiselijk geweld 12 Centraal Bureau voor de Statistiek, 2023; Prevalentiemonitor HGSG 13 Centraal Bureau voor de Statistiek, 2023; Scheidingen 14 Regioplan, 2018; Aard en omvang ouderenmishandeling 15 Nederlands Jeugdinstituut, 2023; In Nederland wordt iedere 8 dagen een vrouw vermoord: Stop Femicide! 16 Geweld tegen vrouwen, 2022; Onderzoek aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling, 2020; Van Belzen, 2022 17 Centraal Bureau voor de Statistiek, 2023; Cijfers over Mensenhandel 18 Centraal Bureau voor de Statistiek, 2023; Prevalentiemonitor Huiselijk geweld en Seksueel geweld 19 Centraal Bureau voor de Statistiek, 2023; Prevalentiemonitor Huiselijk geweld en Seksueel geweld
65
In Noordoost-Brabant zijn in de periode 2019 – 2022, en onder de vlag van het landelijk programma Geweld hoort nergens thuis, lokaal en regionaal grote stappen gezet. De regionale visie is eerder vastgesteld en voor nu ook richtinggevend. Iedereen heeft recht op veiligheid, zeker thuis! Wij, gemeenten en partners in de regio Noordoost-Brabant, geloven dat we huiselijk geweld en kindermishandeling, en het destructieve gevolg ervan, moeten stoppen. Met inzet en toewijding, in woord en daad en vanuit respect voor andermans normen en waarden. We vertrouwen op elkaars vakkundigheid en vullen elkaar daarin aan. Zo komt elk van ons op het juiste moment in actie. We nemen samen verantwoordelijkheid voor het geheel, ieder vanuit zijn eigen expertise, want we weten dat alleen met integraal en gezamenlijk werken geweld stopt. Alle direct betrokkenen kunnen 100% op ons rekenen. Want Geweld hoort nergens thuis, ook niet in Noordoost-Brabant. Onderzoeksresultaten laten zien dat geweld moeilijk te stoppen is (zie inleiding). Tegelijkertijd weten we dat er werkzame factoren zijn: gezamenlijke focus op veiligheid, een integrale aanpak, systemisch werken, zorgvuldige screening, betrokkenheid van kinderen, langdurige begeleiding en differentiatie naar geweldsprofielen.
In juni 2022 is het landelijke programma Geweld Hoort Nergens Thuis (GHNT) opgegaan in het Toekomstscenario kinden gezinsbescherming dat op hoofdlijnen schetst hoe de kind- en gezinsbescherming er over vijf tot tien jaar (2026-2031) uit zou kunnen zien. Vanuit dit Toekomstscenario wordt gewerkt met een brede blik op alle leeftijden van (–9 maanden tot 100+ jaar) en relatiesystemen met en zonder kinderen. Het Toekomstscenario schetst een stap naar een andere cultuur, die uitgaat van vertrouwen, en de kracht van de betrokken inwoners stimuleert, zodat gezamenlijk gewerkt kan worden aan het verbeteren van de thuissituatie. Deze cultuurwijziging wordt ingezet en gedragen door vier basisprincipes: Gezinsgericht; rechtsbeschermend en transparant; eenvoudig; lerend. Ambitie We mogen nooit meer wegkijken, maar moeten veel succesvoller worden in het terugdringen en stoppen van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Het bereiken van duurzame veiligheid voor alle gezinnen/huishoudens, en diens systemen, is het overkoepelend streven in onze regio. In 2030 is het Toekomstscenario geïmplementeerd en stopt het geweld na 70% van de meldingen Huiselijk geweld en Kindermishandeling. Het streven om huiselijk geweld terug te dringen, sluit aan bij de ambities van het Toekomstscenario.
De regio BrabantNoordoost neemt de vier uitgangspunten van het Toekomstscenario daarom als stip op de horizon en verbindt die met de inzet en ontwikkelingen bij de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Dit betekent: Er is een vast gezicht voor het gezin binnen of vanuit het lokaal team, dat indien nodig samen optrekt met een professional uit de regionale netwerksamenwerking tussen Veilig Thuis, Gecertificeerde Instellingen en Raad voor de Kinderbescherming. Kinderen en gezinnen/ huishoudens hoeven dus niet opnieuw hun verhaal te doen. Van estafettesamenwerking naar teamsamenwerking; waardoor in samenwerking tussen verschillende professionals hulp en bescherming wordt geboden. In plaats van overdragen naar elkaar werken organisaties als team samen nabij het gezin/huishouden. Professionals worden gefaciliteerd om samen te werken en een lerende omgeving te vormen. Het draagt bij aan de transformatie, namelijk de hulp zo dichtbij mogelijk bij kinderen en gezinnen/huishoudens verlenen, een integrale aanpak van de problematiek en het zoveel mogelijk voorkomen van maatregelen en zwaardere vormen van (Jeugd)hulp door het tijdig bieden van de juiste hulp. Dichtbij deze professionals en gezinnen/ huishoudens staat een netwerk aan specialisten. Rechtsbescherming van alle gezinsleden staat voorop.
Dit vraagt om transparantie en openheid in communicatie tussen professionals en gezin. En juist gebruik van wetgeving.
66
De verbetering van de aanpak van onveiligheid in relaties vindt plaats in een context, waarin op veel andere vlakken, die aan ViA raken, ook beweging is. Denk bijvoorbeeld aan wetgeving rondom informatiedeling in het sociaal domein, ontwikkelingen in de samenstelling en leeftijdsopbouw van de bevolking, langer thuis wonen van senioren, het Integraal Zorgakkoord, het Gezond en Actief Leven Akkoord, en de ontwikkeling richting stevige lokale teams in de volle breedte van het sociaal domein (voortvloeiend uit het Richtinggevend Kader van de VNG, de Hervormingsagenda Jeugd en de Leidraad Werken aan veiligheid). ViA is een onderdeel van wat nodig is in de verbetering van de hulp en ondersteuning op het snijvlak van zorg en veiligheid. Afstemming tussen ViA en al deze ontwikkelingen, zoals die in de regio vorm krijgen, is daarom essentieel. De Visie Gefaseerd samenwerken aan veiligheid en de TOP-3 methodiek Vaak gebeurt er zo veel binnen een relatie waar de veiligheid in het geding is, dat één professional het niet allemaal kan overzien. De situaties zijn ingewikkeld en er is veel gaande – waar moet je beginnen? Het is dan nodig dat problemen gezamenlijk worden geordend, geconcretiseerd en geprioriteerd, en vervolgens worden aangepakt. Dit vraagt samenwerking over organisaties en sectoren (zorg, civiel, straf en bestuur) heen.
De Visie Gefaseerd samenwerken aan veiligheid richt zich op alle professionals die in hun werk te maken krijgen met relatiesystemen waar de veiligheid structureel in het geding is. Deze visie is omarmd door de opdrachtgevers van het programma Toekomstscenario, de betrokken organisaties en de partners die samenwerken in het Landelijk Netwerk Zorg Straf. Er is gekozen voor de TOP-3-methode in de praktijk in Noordoost-Brabant; deze ondersteunt het werken conform de Visie Gefaseerd samenwerken aan veiligheid. Volgens de TOP-3-methode wordt er eerst gezorgd voor directe veiligheid samen met de betrokken inwoners. Vervolgens wordt met motiverende werkwijzen en passende hulp gewerkt aan de oorzaken en achterliggende problematiek binnen het relatiesysteem. Kenmerken van die hulp zijn: risicogestuurd, herstelgericht en met versterking van beschermende factoren. Zo wordt de kans op duurzame effecten vergroot. Door continue aandacht voor veiligheid tijdens het gehele traject, blijft deze verzekerd en wordt geweld gestopt. Landelijke impulsen op de aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties Onder de noemer Geweld in afhankelijkheidsrelaties worden op nationaal niveau impulsen gegeven aan de regionale en lokale aanpak.
Onder Geweld in afhankelijkheidsrelaties vallen meerdere onderwerpen zoals kindermishandeling, partnergeweld, seksueel geweld, ouderenmishandeling, mensenhandel (de zorg voor de slachtoffers naast de vervolging van daders van criminele uitbuiting, seksuele uitbuiting en arbeidsuitbuiting). Onderdeel van de landelijke impuls is het doen van aanbevelingen op basis van thema’s. Thema’s waarmee de aanpak versterkt kan worden zijn, naast de directe lokale en regionale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling (zoals Gefaseerd samenwerken aan veiligheid en de VNG-leidraad voor lokale teams), o.a.: Gendersensitief werken aan de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is tot nu toe nog onontgonnen terrein en vraagt om specifieke aandacht. Recent krijgt in dit kader femicide en intiem terreur veel aandacht. 20 Traumasensitief werken implementeren met behulp van o.a. deskundigheid vanuit het landelijke aanbod Drakentemmers. Ervaringsdeskundigheid inzetten t.b.v. laagdrempelige hulpverlening en psycho-educatie. De laagdrempelige aanpak kan de bereidheid tot accepteren van specifieke hulpverlening vergroten ten einde succesvoller te zijn in de aanpak. Het nationale actieplan aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld vraagt om regionale inrichting.
Toezicht sociaal domein: de inspectie die toezicht houdt op het sociaal domein heeft aanbevelingen betreffende de gemeentelijke inrichting van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Aandacht voor het beperkte perspectief waarmee vanuit jeugd vaak naar geweld in gezinnen gekeken wordt, en het onvoldoende aanspreken van de ouder die de onveiligheid veroorzaakt op diens verantwoordelijkheid voor het verbeteren van de veiligheid.
20
Zie bijvoorbeeld Plan van aanpak Stop Femicide! gepresenteerd | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl en Aanpak Gendergerelateerd Geweld | Rapport | Rijksoverheid.nl.
67
De doelstellingen van het oorspronkelijke Koersplan ViA worden hieronder geherstructuurd en aangevuld langs de lijnen van het Toekomstbeeld, dat is opgenomen en toegelicht in paragraaf 2.2 van het Toekomstbeeld, stappenplan & advies.
In 2030 is de implementatie van het Toekomstscenario in Noordoost Brabant gereed. Dat betekent dat de aanpak van onveiligheid in relaties 0-100 en de aanpak van ontwikkelingsbedreiging van minderjarigen lokaal en regionaal vorm heeft gekregen en geheel tot uitvoering wordt gebracht. De eerste resultaten in de zin van het vaker realiseren van duurzame veiligheid zijn dan zichtbaar. In dit kader wordt de komende jaren gewerkt aan: De ontwikkeling en implementatie van een nieuwe werkwijze van lokale teams en regionale partners (VT, GI’s en RvdK) gezamenlijk, gebaseerd op de visie Gefaseerd Samenwerken aan Veiligheid en de TOP-3 methode. In dat kader inrichten van een regionale netwerkorganisatie van VT, GI’s en RvdK, passend binnen de uitgangspunten van het Toekomstscenario. Bewaken van de doorontwikkeling van de jeugdbescherming in relatie tot de doelstellingen van het Toekomstscenario, in samenwerking met de provinciale Leading Coalition.
1. Er is een goed functionerende Meldstructuur. Alle professionals in lokale teams kunnen de eerste stappen van de Meldcode zetten, en doen dat ook. De uitvoering van onderdeel 1 van het Stappenplan ViA (‘Werken volgens de Meldcode’) door gemeenten leidt tot: a. Het vergroten van de bekendheid met de Meldcode; b. Het vergroten van de meldingsbereidheid; c. Het terugdringen van handelingsverlegenheid; d. Het verbeteren van het bespreekbaar maken van signalen. 2. Er zijn stevige lokale teams op veiligheid in afhankelijkheidsrelaties. Deze voldoen aan de Leidraad Werken aan veiligheid en blijven altijd casuseigenaar, ook wanneer expertise en bevoegdheden van regionale partners nodig zijn. De Leidraad werken aan veiligheid voor lokale teams is in 2030 volledig geïmplementeerd in alle gemeenten, voor alle lokale teams, gericht op jeugd én op volwassenen. Hiertoe wordt onderdeel 2 van het Stappenplan ViA uitgevoerd (‘Stevige lokale teams op ViA’). 3. Er is een effectieve regionale netwerksamenwerking tussen Veilig Thuis, de Gecertificeerde Instellingen en de Raad voor de Kinderbescherming. Deze sluit aan op de rol van de lokale teams in de aanpak. De Visie Gefaseerd samenwerken aan veiligheid en het werken volgens de TOP-3-methodiek is regionaal in alle lokale teams, bij VT, de GI’s en de RvdK geïmplementeerd.
Hiertoe wordt onderdeel 3 van het Stappenplan ViA (‘Regionale netwerksamenwerking’) uitgevoerd. 4. Op regionaal niveau is voldoende passende specialistische hulp beschikbaar. Deze sluit aan bij de problematiek van onveiligheid in relaties en kan door lokale teams worden ingezet. Dit wordt gerealiseerd door middel van uitvoering van onderdeel 4 van het Stappenplan ViA, ‘Specialistische hulp’.
68
Regioplan Transformatorweg 38 1014 AK Amsterdam T +31(0)20 531 53 15 www.regioplan.nl
69