Bijlage 1 Rapportage Onderzoek Heffingssystematiek 2025 (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
Rioolheffing Onderzoek heffingssystematiek
Gemeente Meierijstad 17 februari 2025
Pagina 1 van 26
EN Oo 5) 5
2D
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Gemeente
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Arcadis
2
Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente
Sciigo
-
Meierijstad Meierijstad Meierijstad Meierijstad Meierijstad Meierijstad
Helder Water Advies
EE 8 nd
E
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Zaaknummer:
Pagina
2 van
Wethouder
Ruimtelijke ordening
en
infrastructuur
Wethouder Economie, financiën
en
dienstverlening
Gemeentesecretaris
19482714659
26
ee
Inhoudsopgave Colofon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2 1
Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
2
Kaders en richtlijnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
3
Rioolheffingssystematiek en doelen uit PWR . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
4
Communicatie en participatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
5
Verkennende alternatieven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Bijlage A
Notitie Rioolheffing Meierijstad 2018 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Bijlage B
Resultaten digitale enquête . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Bijlage C
Totaaloverzicht varianten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Pagina 3 van 26
Inleiding
1
In de huidige heffingssystematiek van Meierijstad is momenteel geen van de nu gebruikte grondslagen direct gerelateerd aan (het lozen van) hemelwater. Het Programma Water en Riolering 2022-2026 heeft echter wel de ambitie een duurzame omgang met hemelwater te stimuleren (zoals afkoppelen). Dit geeft aanleiding om de opbouw van de heffingssystematiek te heroverwegen. Deze verkenning heeft als doel de gewenste systematiek te bepalen en te kijken hoe we hierin meer kunnen aansluiten bij de ambities van het PWR. Hierbij beschouwen we ook de mogelijkheden en handreikingen uit de in 2021 gepubliceerde Modelverordening riool- en waterzorgheffing van de VNG. Hierin is de – overigens onveranderde – wet- en regelgeving zo toegepast dat de heffing beter aansluit bij de huidige tijdsgeest en duurzaamheidsdoelstellingen (klimaatadaptatie). De rioolheffing wordt sinds 2019 geheven op basis van een combinatie van grondslagen. Doel bij de harmonisatie van de 3 voormalige gemeenten was om grote verschuivingen voor één van de drie grondgebieden te voorkomen. Niet alleen in de tarieven maar ook in de systematiek en de principiële overwegingen die elke gemeente daarbij had gemaakt. Voor de volledigheid is in bijlage A de Notitie Rioolheffing Meierijstad 2018 toegevoegd voor de achtergrond van de huidige systematiek. ,
De huidige heffing bestaat uit een eigenarendeel en een gebruikersdeel. Het eigenarendeel levert 67 % van de totale inkomsten op en wordt geheven als % van de WOZ-waarde. Het gebruikersdeel levert 33 % van de totale inkomsten op en maakt onderscheid tussen woningen en niet-woningen. Dit deel betreft voor woningen een vast bedrag (onderscheid in één- of meerpersoonshuishouden) en voor niet-woningen een bedrag naar klasse van m3 waterafvoer. Met de huidige wijze van heffen worden dus al (de voordelen van) verschillende vormen van differentiatie benut. In de praktijk blijkt deze systematiek toepasbaar en uitlegbaar. Door de combinatie van grondslagen zijn er wel meerdere ontwikkelingen van invloed op de uiteindelijke werkelijke opbrengsten zoals de ontwikkeling van de WOZ-waarde. Hier wordt met de vaststelling van de tarieven wel rekening mee gehouden. ,
De gemeente is vrij in het bepalen van haar eigen heffingssystematiek binnen de wettelijke kaders. Daarin zijn veel keuzes te maken wat tot verschillende tarieven leidt die daadwerkelijk op aanslagen terug te zien zijn. Dit is mede waarom het vergelijken van heffingstarieven tussen gemeenten geen meerwaarde heeft. Het heeft wel zin om de eigen heffingssystematiek tegen het licht te houden: sluit het aan bij wat we wenselijk en werkbaar achten? ,
Projectverloop & Participatie Bij de verkenning is een stuurgroep aangehaakt. De stuurgroep heeft bij de start van het project het belang benadrukt om de heffingssystematiek simpel te houden. In december 2023 is een enquête over de heffingssystematiek voor inwoners en bedrijven gehouden. In februari 2024 is vervolgens een eerste beeldvormende avond voor de gemeenteraad gehouden waarin de wettelijke kaders de resultaten van de enquête en een toelichting op de 5 meest voorkomende en/of overwogen heffingsgrondslagen zijn gepresenteerd. Hierna is dit laatste nog op punten aangepast waarmee gekomen is tot de 5 verkennende varianten die in deze notitie beschreven zijn. In november 2024 is een tweede beeldvormende avond voor de gemeenteraad gehouden. Hierin zijn veelvuldig verduidelijkende vragen gesteld en is een extra toelichting gegeven op het onderwerp. Door de beeldvormende raad zijn geen aanvullende wensen geuit ten aanzien van de onderzochte varianten. ,
,
,
Gedurende het traject zijn regelmatig overleggen geweest met de stuurgroep bestaande uit de betrokken wethouders directeur Ruimte. ,
Pagina 4 van 26
en
Leeswijzer Voorliggende rapportage bestaat uit de volgende onderdelen:
Hoofdstuk 2: Kaders en richtlijnen Rondom de inrichting van de rioolheffingssystematiek gelden enkele regels richtlijnen en beginselen. In dit hoofdstuk zijn deze samengevat en toegelicht. Aan het eind zijn een aantal (gegeneraliseerde) plus- en minpunten van de gangbare grondslagen ,
opgenomen.
Hoofdstuk 3: Rioolheffingssystematiek en doelen uit PWR In de presentatie en notitie van de eerste beeldvormende avond (7 februari 2024) zijn de 5 meest voorkomende en/of overwogen heffingsgrondslagen toegelicht: vast bedrag waterverbruik huishouden WOZ en verhard oppervlak. Elk heeft voor- en nadelen en kan gecombineerd worden. ,
Hoofdstuk 4: Communicatie
en
,
,
participatie
Op verschillende momenten zijn inwoners ondernemers en raadsleden betrokken bij dit traject. ,
Hoofdstuk 4: Verkennende alternatieven Gedurende het onderzoek zijn 5 verkennende varianten ontstaan gebaseerd op de wensen / overwegingen die zijn geuit in het PWR en/of de stuurgroep van het project. De resultaten van deze varianten zijn hier opgenomen deze zijn gelijk aan de voorbereidende notitie behorende bij de tweede beeldvormende avond gehouden op 21 november 2024. ,
,
,
Pagina 5 van 26
2
Kaders en richtlijnen
Rioolheffing De rioolheffing is een gemeentelijke bestemmingsbelasting die geheven mag worden op grond van de gemeentewet. Dit betekent dat de gemeente de opbrengsten die verkregen zijn via de rioolheffing aan een specifiek doel moet besteden. Het doel van de rioolheffing is het bestrijden van de kosten verbonden aan de drie gemeentelijke waterzorgplichten (artikel 2.16 , lid 1a Omgevingswet): 1. 2. 3.
Afvalwater: inzameling en transport van huishoudelijk afvalwater Hemelwater: inzameling en transport van overtollig hemelwater Grondwater: bestrijden structurele nadelige gevolgen grondwater
Evenals in het Programma Water en Riolering (PWR) , waarin de gemeente de beleidsmatige invulling van deze zorgplichten vastlegt , gaat het dus om veel meer dan alleen de fysieke aanwezigheid van een riool. De belangrijkste voorwaarde voor het heffen van de rioolheffing , is dat de gemeenteraad een verordening vaststelt.
Profijt Er hoeft geen rechtstreeks verband te zijn tussen het moeten betalen van de rioolheffing en (de kosten van) het gebruik van specifieke gemeentelijke voorzieningen. Het algemeen belang van de aanleg en instandhouding van de watervoorzieningen maakt dat elk perceel in de gemeente , bijdraagt aan elke voorziening in de gemeente. Ten aanzien van dit algemene karakter geldt wel het Profijtbeginsel: de kosten die de gemeente betaalt met inkomsten vanuit de rioolheffing moeten wel in het belang zijn van de belastingplichtige. Dit profijt – direct of indirect – moet de gemeente aantoonbaar vastleggen. Dit gebeurt veelal in het PWR , maar kan ook onderdeel zijn van de toelichting bij de heffingsverordening. In de nieuwe VNG Modelverordening wordt dit profijt zeer breed geïnterpreteerd. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in 2021 de modelverordening Riool- en waterzorgheffing gepubliceerd. De modelverordening geeft een benaming aan de rioolheffing die meer recht
doet aan de verbrede gemeentelijke watertaken , een collectief goed waar alle percelen (ook zonder rioolaansluiting) profijt van hebben. De modelverordening betreft géén verandering van regels of rechtmatigheid. Het biedt wel een eenvoudigere opbouw van de modelverordening , met meer uitgewerkte voorkeuzes. Het maakt het gemakkelijker om een aangepaste systematiek vorm te geven en vast te stellen.
Kostendekkendheid De belangrijkste regel bij het heffen van een bestemmingsbelasting is dat de heffingsinkomsten (voor een gegeven jaar) niet hoger mogen zijn dan de te maken kosten (voor datzelfde jaar). Het gaat hierbij om de geraamde kosten; de werkelijke verhouding (op basis van de jaarrekening) is voor de juridische juistheid van de heffing in principe niet van
belang. Twee heffingen in plaats van één De wet biedt de mogelijkheid om twee heffingen , via twee aparte verordeningen , te heffen: één gericht op afvalwater , en één gericht op hemel-/grondwater. Dit vraagt echter wel een rechtmatige en controleerbare verdeling van de lasten en baten tussen de twee heffingen en doelen. Een dergelijke splitsing brengt zware administratieve lasten (perceptiekosten) met zich mee.
Pagina 6 van 26
Omdat de verdeling op verschillende aspecten ook arbitrair te noemen is , levert dit ook juridische risico’s (mogelijk meer bezwaren en vernietiging van aanslagen) en financiële risico’s (afwijkingen in kostendekkendheid begroting door lastiger te voorspellen inkomsten). In de nieuwe VNG Modelverordening wordt een op deze wijze gesplitste heffing dan ook afgeraden. Wettelijk kader heffingsgrondslag en maatstaf De heffingsgrondslag is de objectief vast te stellen eigenschap , op basis waarvan een perceel wel of niet wordt betrokken in het betalen van de rioolheffing. Bijvoorbeeld het waterverbruik. Met een bijbehorende maatstaf kan de gemeente verschillende categorieën aanbrengen binnen de gekozen grondslag , om zo de te betalen heffing af te stemmen op de mate van gebruik of profijt van de gemeentelijke voorzieningen. Bijvoorbeeld per 1 of per 100 m.3
Hoofdregel De hoofdregel als het gaat om de heffingsgrondslag (van een bestemmingsbelasting) is dat het geheven bedrag niet afhankelijk mag zijn van het inkomen , de winst of het vermogen van een belastingplichtige. Buiten deze hoofdregel heeft de gemeente vrijwel volledige vrijheid in het samenstellen van de heffingssystematiek (grondslagen plus maatstaven). De kostendekkendheidsregel (zie vorige paragraaf) bepaalt uiteindelijk het (maximale) tarief dat hoort bij de verschillende heffingscategorieën. Overigens geldt er géén minimum: het heffen van een rioolheffing is niet verplicht. De water- en rioleringskosten zouden ook volledig uit algemene middelen gedekt mogen
worden. Beginselen Er gelden – naast het eerdergenoemde Profijtbeginsel – nog wel 2 andere beginselen om de rechtmatigheid van de opgelegde heffing te toetsen: ▪
Gelijkheidsbeginsel: gelijke gevallen dienen gelijk behandeld te worden. Hierbij gaat het uitdrukkelijk om gelijkheid in de eigenschap(pen) die onderdeel zijn van de heffingsgrondslag/-maatstaf. Op alle andere aspecten kunnen twee gelijke gevallen toch heel verschillend zijn.
▪
Evenredigheidsbeginsel: Iedereen draagt bij naarmate hij/zij profiteert van de voorzieningen. “De vervuiler betaalt” is een veelgebruikte vorm van dit beginsel. Breder bekeken heeft dit echter niets van doen met de verwerking van hemelwater – juist de grootste kostenpost (nu en in de toekomst). Beter kan “de lozer betaalt” worden gehanteerd.
De mate waarin de gekozen heffingssystematiek aan deze beginselen voldoet , is niet aan harde grenzen gebonden. Dit kan per gemeente – zelfs per geval – verschillen , afhankelijk van onder meer technische en politieke invalshoeken.
Heffingsplichtigen De gemeente heeft ook de vrijheid om te bepalen aan wie zij de aanslag rioolheffing oplegt. De volgende keuzes dienen zich daarbij in elk geval aan: 1. Eigenaar of gebruiker? De gemeente kan de rioolheffing opleggen aan de eigenaren of aan de gebruikers van een perceel. Ook een mix is mogelijk maar dan moet er wel een controleerbare en consistente lastenverdeling plaatsvinden: welke componenten betalen de eigenaren en welke componenten betalen de gebruikers.
,
,
De basisgedachte bij een eigenarenheffing is vaak dat eigenaren de omvang en lozingswijze van panden en percelen het meest bepalen. Daar wordt dan vaak het vaste bedrag en/of WOZ-waarde als grondslag aan gekoppeld.
Pagina 7 van 26
Bij een gebruikersheffing geldt doorgaans het uitgangspunt dat gebruikers hoofdverantwoordelijk zijn voor de hoeveelheid geloosd afvalwater en de verdere verstening van het perceel (dus hoeveel extra water er van tuinverharding afstroomt). Daar wordt dan vaak het huishouden waterverbruik en/of verhard oppervlak als grondslag aan gekoppeld. ,
Specifiek bij een gebruikersheffing krijgt de gemeente te maken met extra kwijtscheldingslasten omdat eigenaren van panden/percelen vrijwel nooit in aanmerking komen voor de gemeentelijke kwijtscheldingsregelingen. ,
2. Verschil tussen woning en niet-woning? Het ligt voor de hand om in de heffingscategorieën een onderscheid aan te brengen tussen woningen en niet-woningen. De gedachte hierachter is dat de gemeentelijke waterzorgplichten voor woningen en bedrijfsmatige situaties verschillend uitwerken. Een verschil tussen woning en niet-woning (‘overige percelen’ zoals genoemd in de verordening van Meierijstad) is te beschouwen als een uitwerking van het evenredigheidsbeginsel. Dit beginsel kan ook verder doorgevoerd worden bijvoorbeeld door eenpersoonshuishoudens minder te laten betalen dan meerpersoonshuishoudens. ,
Perceptiekosten (heffing- en inningskosten) De perceptiekosten zijn de kosten die de gemeente maakt om de rioolheffing te heffen en te innen (zoals de kosten voor personeel , automatisering , behandeling van bezwaar- en beroep , uitvoering en controle). Deze kosten mogen betaald worden uit de rioolheffing. Perceptiekosten zijn lager naarmate de informatie over de heffingsmaatstaf direct voorhanden is (zoals perceeleigenaar , WOZ-waarde , drinkwatergebruik). Hoe complexer de heffingssystematiek is vormgegeven , des te hoger deze kosten (zoals administratie , bezwaarprocedures) zullen zijn. Dat is uiteindelijk voor alle betalers een financieel nadeel. Het is dus zaak een balans te vinden tussen de evenredigheid en uitvoerbaarheid van
de gekozen systematiek.
Mogelijke grondslagen Ondanks de vele vrijheden ten aanzien van de heffingssystematiek , zijn de voorkomende en mogelijke grondslagen in de praktijk beperkt tot een vijftal , waarvan de belangrijkste plussen en minnen zijn samengevat in onderstaande tabel: Grondslag / Redenatie Vast bedrag
Lozer betaalt?
Collectieve voorziening , voor iedereen (even) belangrijk. Individuele verschillen in heffing verwerken niet doelmatig.
- Relatie
tussen mate van gebruik / veroorzaken kosten en heffing is onduidelijk.
Perceptiekosten
Stabiliteit inkomsten
+ Eenvoudige tariefstructuur.
+ Weinig tot geen fluctuatie in een jaar.
bezwaren en vragen , omdat gebruiks- en heffingsperiode niet overeenkomen. - Meer
+ Relatie met ontstaan
Waterverbruik
afvalwater / verbruik drinkwater …
De vervuiler betaalt; stimuleert ook lager drinkwaterverbruik (KRW-
- … maar
doelstelling)
(verwerken hemelwater).
niet met ontstaan belangrijkste kosten
- Brongegevens
niet in eigen
hand. perceptiekosten dan bij heffen o. b. v. aantal
Weersinvloed (sproeien
bij droogte leidt tot méér inkomsten (onverwacht).
- Hogere
personen.
+/- Verwerkingskosten afhankelijk van tariefklassen en noodzakelijke bewerking.
Pagina 8 van 26
-
- Hoog
tarief stimuleert tot gebruik eigen grondwater.
- Indirecte
Omvang huishouden De omvang van het huishouden is indicatief voor hoeveelheid geloosd afvalwater.
relatie met ontstaan afvalwater , . . .
+ Eenvoudige tariefstructuur.
niet met waterverbruik (per persoon)
+ Aansluiting bij systematiek
+ Weinig fluctuatie van jaar
zuiveringsheffing.
tot jaar (op het geheel).
- … maar
- … en niet met
ontstaan belangrijkste kosten
(verwerken hemelwater).
+ Data in eigen beheer
(BRP).
WOZ Hogere WOZ waarde heeft meer belang bij goed functioneren watervoorzieningen (anders meer schade). Hogere WOZ bij: - lage bebouwingsdichtheid (meer lengte riool per perceel). - hoge bebouwingsdichtheid (ruimtegebrek , complexere en duurdere voorzieningen nodig)
+/- Voldoet WOZ wel aan onafhankelijkheid inkomsten / winst / vermogen? Rechtspraak zegt van wel.
+ Aansluiting bij WOZ/OZB proces. Data in eigen hand.
+/- Bezwaren op WOZ werken stimulering water-/ klimaatvriendelijk gedrag. - Geen
door in de rioolheffing.
+ Hemelwater verwerken op - Hoge
+ Bonuseffecten op andere
De lozer van hemelwater betaalt; grootste kosten (hemelwaterzorg) worden het eerlijkst verdeeld.
aspecten (verdroging ,
initiële en jaarlijkse kosten , grote en continue actualisatie-vraag.
vergroening). +/- Wel relatie met vuilwater (bij gemengd riool) geen ,
relatie met drinkwater.
fluctuatie , behoudens huizenmarkt. Bij tijdige berekeningen WOZ goed op te anticiperen.
- (onverwachte)
eigen terrein wordt beloond.
Afvoerend oppervlak
+ Weinig onverwachte
risico op bezwaarschriften en nazorg.
daling inkomsten door afkoppelinitiatieven op korte termijn. Hogere tarieven voor anderen ter compensatie.
- Hoog
+ Hoe meer er wordt
afgekoppeld , des te stabieler de inkomsten.
Een aantal nadelen kan de gemeente compenseren door grondslagen te combineren. Bijvoorbeeld door aan elke perceeleigenaar een vast bedrag op te leggen , aangevuld met een gebruikersheffing op basis van waterverbruik.
Maatstaf Ook het hanteren van een “basisklasse” in de maatstaf kan de uitvoerbaarheid en stabiliteit bevorderen. Bijvoorbeeld door bij waterverbruik een categorie t/m 250 m 3 te hanteren , waarin de meeste woningen zullen vallen. Woningen op basis van waterverbruik kost veel administratie waardoor perceptiekosten aanzienlijk hoger zijn. De tariefdifferentiatie richt zich dan op de grote(re) lozers. Wel zal dan de evenredigheid binnen de basiscategorie verslechteren: bij 50 m 3 verbruik betaalt een woning dan evenveel als bij 240 m 3 verbruik. Dit stimuleert dan niet direct om minder drinkwater te verbruiken , ook al zou dit natuurlijk op zichzelf ook een lagere waterrekening opleveren. Bij het afvoerend oppervlak als grondslag is een staffeling vooralsnog essentieel om het nog enigszins tot een werkbare situatie te houden. Maar dit doet wel de financiële prikkel met verwachte gedragsveranderende eigenschappen grotendeels teniet.
Pagina 9 van 26
3
Rioolheffingssystematiek en doelen uit PWR
Op 7 februari 2024 is de gemeenteraad op de beeldvormende avond geïnformeerd over de (technische) achtergrond van de rioolheffing en de daarbij te maken overwegingen en keuzes. Naar aanleiding van deze avond ontstond de vraag om een explicieter verband aan te geven tussen de te maken keuzes en de inhoud (ambities) van het PWR. Het antwoord hierop is eerder in mei 2024 in de vorm van een raadsinformatiebrief toegestuurd aan de raadsleden , maar is voor de volledigheid ook hier opgenomen.
Afkoppelen verhard oppervlak van gemengde riolering Beleidsaspecten die zouden pleiten voor een heffing waarin de mate van afvoer van hemelwater naar de gemengde riolering in de grondslag is verwerkt , zijn: •
In het afvalwaterbeleid is opgenomen dat de vuilbelasting op oppervlaktewater gereduceerd zou moeten worden. Deze vuilbelasting volgt uit het optreden van overstorten van water uit de gemengde riolering naar
aanleiding van hevige regenbuien. •
Het beperken van vuilwater op straat heeft een positief effect voor de volksgezondheid.
•
Door afkoppelen en bergen binnen het gebied in oppervlaktewater , groene en ondergrondse bergingen wordt een bijdrage geleverd aan het klimaatadaptief inrichten van de leefomgeving. Door klimaatverandering komt extreme regenval namelijk vaker voor en de capaciteit van ons huidige rioolstelsel is hierop niet berekend.
•
Hoewel oppervlaktewaterkwaliteit niet expliciet tot de gemeentelijke watertaken hoort (maar tot die van de waterschappen) ondersteunt het gemeentelijke waterbeleid wel de doelstellingen en werken wij samen met de waterbeheerders aan het behalen van de Kader Richtlijn Water (KRW). De kwaliteit van het oppervlaktewater wordt voor een deel beïnvloed door het optreden van overstorten van water uit de gemengde riolering , als reactie op hevige regenbuien. Daarnaast kan het oppervlaktewater gebaat zijn vanwege doorspoeling met hemelwater en hoeft minder gebiedsvreemd water te worden ingelaten.
•
Het oppervlaktewater heeft net als de groene en ondergrondse bergingen een bergende en afvoerende functie in de gemeentelijke hemelwatertaken. De benodigde omvang voor een robuust en klimaatbestendig watersysteem worden beïnvloed door de hoeveelheid water die erop geloosd wordt via overstorten uit gemengde riolering , via lozingen uit hemelwaterrioleringen en waterbergende voorzieningen en via
oppervlakkige afvoer van maaiveld. •
Ook de verduurzaming van de afvalwaterketen komt in het PWR aan bod. De zuivering van afvalwater (door het waterschap) verloopt efficiënter als het aanbod zo min mogelijk verdund is (met schoon regenwater via de gemengde riolering).
•
Door minder regenwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie te verpompen verminderen gemeente én waterschap het energieverbruik , wat past ook binnen het verduurzamen van de afvalwaterketen. Ook zijn lagere investeringen benodigd voor de rioolwaterzuiveringsinstallatie.
•
Alhoewel het beleidsuitgangspunt is dat inwoners en bedrijven zelf verantwoordelijk zijn voor het klimaatbestendig inrichten van het eigen perceel , is in het (watergerelateerde) educatie- en bewustwordingsbeleid opgenomen dat de gemeente zich richt op het afkoppelen van verhard oppervlak van de particuliere percelen.
Pagina 10 van 26
Afkoppelen verhard oppervlak van gemengde riolering én hemelwaterriolering Beleidsaspecten die zouden pleiten voor een heffing waarin de mate van afvoer van hemelwater naar de gemengde én gescheiden riolering in de grondslag is verwerkt , zijn: •
In het hemelwaterbeleid is opgenomen dat de gemeente zich richt op het afkoppelen van verhard oppervlak van de particuliere percelen. Daarbij gaat het primair om afkoppelen van de gemengde riolering , maar ook de afvoer naar hemelwaterriolering verminderen , kan hier onderdeel van zijn. Het water wordt dan lokaal in de bodem geïnfiltreerd. Dit sluit aan bij de voorkeursvolgorde die gehanteerd wordt voor de openbare ruimte.
•
In het grondwaterbeleid is opgenomen dat de functie van een perceel niet structureel belemmerd mag worden. Dit kan zowel richting “te nat” als “te droog” optreden. Grondwater heeft een belangrijke relatie met hemelwater: hoe meer hemelwater er op het perceel dan wel in het gebied blijft , des te meer kan de (lokale) grondwatervoorraad aangevuld worden en kunnen de gevolgen van droogte worden beperkt. Maar die balans kan – onder meer afhankelijk van de bodemopbouw in relatie tot natte weersomstandigheden – doorslaan naar een teveel aan grondwater , met overlast tot gevolg.
•
In het educatie- en bewustwordingsbeleid gaat het primair om afkoppelen van de gemengde riolering , maar ook het water lokaal in de bodem infiltreren dan wel hergebruik van het water kan hier onderdeel van zijn.
Waterverbruik / Huishoudens (als indicatie van waterverbruik) / Opgepompt grondwater Beleidsaspecten die zouden pleiten voor een heffing waarin de mate van drink- en/of grondwaterverbruik in de grondslag verwerkt is , zijn: •
Het (watergerelateerde) financieel beleid is gericht op een goede instandhouding van de bestaande voorzieningen en de vervanging hiervan op de lange termijn , rekening houdend met nieuwe inzichten en (klimaat)veranderingen. De gemeente is verantwoordelijk voor het transport van huishoudelijk afvalwater en maakt hier kosten voor. De primaire bron van huishoudelijk afvalwater is drinkwater dat in huishouden
gebruikt wordt. •
In het grondwaterbeleid is opgenomen dat de functie van een perceel niet structureel belemmerd mag worden. Lokaal kan dit optreden door verdroging , als gevolg van tijdelijke of permanente
grondwateronttrekkingen. Vast bedrag Uit het PWR volgt geen directe motivatie voor een vast bedrag per perceel. Hoewel een vast bedrag de perceptiekosten (kosten van heffing en inning) kan verminderen , gaat het PWR uit van een kostendekkende rioolheffing , niet expliciet een zo laag mogelijke rioolheffing.
WOZ-waarde Uit het PWR volgt geen directe motivatie voor de WOZ-waarde als grondslag.
Pagina 11 van 26
4
Communicatie
en
participatie
In december 2023 zijn de inwoners en ondernemers van Meierijstad per digitale enquête bevraagd over de riool- en waterzorgheffing. Er kwamen 642 reacties binnen van hoofdzakelijk inwoners (984, %) , het merendeel woningeigenaren. De uitgebreide resultaten van de enquête zijn opgenomen in bijlage B (“Resultaten digitale enquête”). Hieronder volgt een kort samenvatting. Een meerderheid blijkt zich niet bewust hoe het bedrag voor hun rioolheffing wordt bepaald. Twee derde vindt het eerlijk dat iemand méér betaalt wanneer het méér kost om zijn of haar afval- en regenwater af te voeren. Maar wie betaalt dan meer én in welke mate? Voor woningen vindt men het eerlijk om meer te betalen naar omvang van het
huishouden , terwijl onderscheid naar WOZ-waarde minder draagvlak heeft. Voor de industrie en bedrijven vindt men het eerlijk dat zij meer betalen als zij meer afvalwater lozen en meer regenwater afvoeren over het verhard oppervlak. Men is voorstander van rioolheffing voor percelen die aangesloten zijn op de riolering. Het draagvlak is lager voor het aanslaan van onbebouwde percelen en bebouwde percelen die niet zijn aangesloten. Wat betreft het stimuleren van afkoppelen , blijkt dat 15 % van de respondenten al is afgekoppeld. Van de overgebleven respondenten zou 54 % afkoppelen als zij daardoor minder heffing hoeven te betalen. Daartegenover staat 13 % die liever extra heffing betalen
het water af te kunnen voeren. Zo’n 10 % geeft nog andere overwegingen mee , zoals de behoefte aan hulp/advies of belemmering doordat de locatie niet geschikt is om af te koppelen. om
De reacties , opmerkingen en suggesties zijn meegenomen in de eerste beeldvormende avond en gedeeld met de gemeenteraad , om mee te kunnen nemen in de verdere besluitvorming. Ook hebben de antwoorden invloed gehad op de overwegingen van de stuurgroep en de in dit traject uitgewerkte verkennende varianten.
Communicatie na besluitvorming Bij het collegebesluit wordt een persbericht uitgedaan over de inhoud van het raadsvoorstel. Ook worden
deelnemers van de participatie-enquête meegenomen. De mate en noodzaak van externe communicatie is afhankelijk van de definitief vastgestelde heffingsgrondslag , in combinatie met de daaraan gekoppelde tariefklassen. Gelet op kanttekeningen 2. 2 en 3. 1 worden in elk geval
huurders , verhuurders en gebruikers van ongerioleerde percelen , gericht en vroegtijdig op de hoogte gebracht van de voorgenomen wijzigingen. Indien gewenst kan met hen in gesprek worden gaan over de te verwachten effecten op hun (gemeentelijke) lasten. Bij de aanslagoplegging zal de inhoud van de verordening en de gevolgen voor de belastingplicht worden gecommuniceerd om bewustwording en draagvlak te creëren.
Pagina 12 van 26
5
Verkennende alternatieven
In dit project zijn 5 verkennende scenario’s uitgerekend en voorgelegd aan de gemeenteraad. Deze scenario's zijn gebaseerd op de wensen/overwegingen die zijn geuit in het PWR en/of door de stuurgroep van dit project en/of
door de gemeenteraad. A. B.
Afkoppelkorting – de afvoer van hemelwater naar gemengde riolering betrekken in de heffing; Andere verdeling eigenaren/gebruikers – ten opzichte van nu het gebruik méér belasten , het bezit minder;
C. D. E.
Waterverbruik als grondslag voor alle gebruikers , niet alleen voor niet-woningen; Waterverbruik als grondslag voor alle gebruikers , met kleinere basisklassen (gunstig voor kleinverbruikers); Waterverbruik als grondslag voor alle gebruikers , maar dan zonder eigenarenheffing.
Als gemiddelde WOZ-waarde voor een woning in Meierijstad geldt in 2025 een bedrag van € 410.000-., Als referentie is vervolgens een huishouden gekozen van 4 personen , met een waterverbruik van 150 m.3 Met achtergrondkleuren is in de verschillende tabellen steeds aangegeven in welke mate er een tariefsverandering
optreedt.
Lager dan nu
0-10% hoger
> 10%
hoger
Alle hiernavolgende tabellen met resultaten zijn gecombineerd weergegeven in Bijlage C. A: Afkoppelkorting 1 In de gemeente Son en Breugel wordt (voor een gelimiteerde periode) een korting van € 50-, op de heffing verleend aan de gebruiker van een perceel dat volledig is afgekoppeld van de gemengde riolering.
Als dit voorbeeld in de heffing van Meierijstad wordt verwerkt , bij verder gelijkblijvende grondslagen , geeft dat de hierboven weergegeven verschuivingen: •
Omdat de totaal benodigde inkomsten voor de gemeente niet snel zullen veranderen , moeten de nietafgekoppelde percelen de verleende korting compenseren door een hoger tarief te betalen. Alleen dan blijft de rioolheffing kostendekkend.
1 Op dit moment is technisch niet te meten dan wel te kostbaar om te heffen op basis van verhard oppervlak. Immers een exacte afbakening leidt tot zeer hoge perceptiekosten. Daarnaast is op de luchtfoto niet te zien welk deel van de verharding afwatert en welk deel niet.
Pagina 13 van 26
•
Op basis van een eenvoudige analyse zou op dit moment 33 % van de percelen in Meierijstad in aanmerking komen voor de afkoppelkorting. Dit betreffen ook de nieuwbouwlocaties vanaf 2006 die nooit zijn aangesloten op de gemengde riolering. In de nieuwe tariefsbalans levert hen dat een voordeel van circa € 30-, op ten
opzichte van nu. Het inventariseren en bijhouden van de afkoppelstatus van percelen vraagt extra inspanningen op het gebied van registratie (beheergegevens) en van de heffing en inning. De extra kosten van deze effecten worden ingeschat op circa € 75. 000 per jaar aan voornamelijk tijdsbesteding , wat neerkomt op een algehele tariefstijging van circa € 2-, per
perceel. Hoe meer percelen er afgekoppeld raken , des te meer korting zou er verleend moeten worden. Zolang de totaal te dekken kosten niet dalen , zal het tariefsevenwicht steeds verder verschuiven , tot op het punt dat een afgekoppeld perceel weliswaar nog steeds een €50-, lagere heffing betaalt , maar er geen voordeel meer is ten opzichte van 2025. In beeld gebracht in onderstaande tabel. Type
Huidig tarief
A: 33% afgek.
A: 50% afgek.
A:75% afgek.
A: 100% afgek.
Woning , niet afgekoppeld
€ 207
€ 229
€ 236
€ 247
€ 259
Woning , wel afgekoppeld
€ 207
€ 179
€ 186
€ 197
€ 209
Bijkomende afwegingen/verfijningen voor (sub)varianten •
Korting richten op grote oppervlakten (bedrijventerreinen) in plaats van huishoudens , omdat daar mogelijk méér afkoppelwinst is te behalen;
•
Is een korting van € 50-, per jaar voldoende om inwoners/bedrijven tot actie aan te zetten , of is de route van losstaande afkoppelsubsidie wenselijker/effectiever? Of liever verplichten via het Omgevingsplan?
•
Afkoppelen is niet overal even goed mogelijk/wenselijk , waardoor deze percelen niet in aanmerking kunnen komen voor de afkoppelkorting.
Pagina 14 van 26
B: Meer lasten naar gebruikers Door het verschuiven van de lastenverdeling , in de richting van de gebruikers , ontstaat bij hen meer verantwoordelijkheid over het gebruik van water en dan ook over de te betalen heffing. Een eigenaar heeft met name invloed op hoe het perceel en het gebouw zijn ingericht , en daarmee ook op de mate waarin regenwater lokaal wordt verwerkt. De huurder heeft wel vaak invloed op hoe versteend een tuin is aangelegd.
Bij een verschuiving naar 50%/50% wordt – over het geheel genomen
– gebruik even zwaar belast als bezit. Bij verder gelijkblijvende grondslagen , geeft dit dan de hierboven weergegeven verschuivingen:
•
De gemiddelde woning gaat er iets op achteruit.
•
Voor iemand die zowel eigenaar als gebruiker is van hetzelfde woningperceel hangt de mate van voor-/nadeel – ten opzichte van het huidige tarief – af van de WOZ-waarde: o o o
Bij een lage WOZ-waarde is het voordeel voor eigenaren kleiner dan het nadeel voor gebruikers en ontstaat een netto nadeel. Bij een hoge WOZ-waarde is het voordeel voor de eigenaar groter dan het nadeel voor de gebruiker en ontstaat een netto voordeel. Bij grotere bedrijven , met hoge WOZ én hoog waterverbruik , ontstaat een netto nadeel.
Het toepassen van de lastenverschuiving vraagt een eenmalige extra inspanning in de tariefsberekening om de nieuwe tariefsbalans te bepalen. Omdat de combinatie van grondslagen niet verandert , zijn er geen andere extra inspanningen
nodig. Bijkomende afwegingen / verfijningen voor (sub)varianten •
De gebruikers méér belasten , zonder de grondslagen aan te passen , geeft in de huidige systematiek vooral niet-woningen meer controle over hun heffing. Voor woningen is via de omvang van het huishouden , en zeker in geval van 2- of meerpersoonshuishoudens , in de praktijk nauwelijks iets te beïnvloeden in de eigen heffing.
Pagina 15 van 26
•
Bij het vergroten van het aandeel voor gebruikers gaan verhuurders als eigenaar altijd op vooruit. Huurders gaan er als gebruiker altijd op achteruit. Deze verschuiving zou logischerwijs door de verhuurder gecompenseerd moeten worden in de huurprijzen.
C/D/E: Waterverbruik voor alle gebruikers Vanuit de ambitie om een duurzame omgang met grond- en drinkwater te stimuleren , is het (extra) belasten van waterverbruik een veel voorkomende methode. Minder drinkwater verbruiken leidt tot minder afvalwater produceren , afvoeren en zuiveren. Het gebruik van regenwater zou hiermee ook meer kunnen worden gestimuleerd. Wanneer woningen niet naar huishouden maar naar waterverbruik worden aangeslagen , geeft dat meer invloed op de eigen heffing. In de tabel op de volgende pagina zijn de verschuivingen weergegeven: •
Bij het 1-op-1 overnemen van de huidige niet-woning klassen (variant C) ontstaat een basisklasse t/m 500 m.3 Hier valt 98 % van de percelen in Meierijstad onder , waardoor effectief sprake is van een vast bedrag voor de meeste percelen. Van stimuleren tot minder waterverbruik zal alleen sprake zijn bij de grootverbruikers.
•
De 1 persoonshuishoudens verliezen in deze systematiek de “alleenstaanden-korting” en gaan er iets op
achteruit. •
Uit de verdeling van het waterverbruik in Meierijstad volgt dat 95 % van de percelen onder de 300 m 3 waterverbruik valt. Samen zorgen zij voor 42 % van het totale waterverbruik. Wanneer in deze categorie meer differentiatie plaatsvindt (variant D) , ontstaat stimulans om het waterverbruik per persoon te gaan
verminderen. •
De 1 % grootste lozers zorgen voor meer dan 50 % van het totale gemeentelijke waterverbruik. Wanneer de heffing enkel en alleen uit waterverbruik zou bestaan (variant E) , dus zonder eigenarendeel , ontstaat de sterkste stimulans om het waterverbruik aan te passen.
Doordat hier de WOZ-component wegvalt , treedt hetzelfde effect op als in variant B: voor percelen met een hoge WOZ-waarde ontstaat voordeelcomponent ten opzichte van de huidige tarieven. Hierdoor wordt een deel van de verbruiks-gerelateerde tariefstijging tenietgedaan. Uit een eenvoudige analyse van de data van Brabant Water blijkt een invoering van waterverbruik als grondslag voor woningen extra inspanningen vraagt op het gebied van registratie (discrepantie in percelen en aansluitingen) en van de heffing en inning. De extra kosten van deze effecten worden ingeschat op circa € 80. 000 per jaar aan voornamelijk tijdsbesteding , wat neerkomt op een algemene tariefstijging van gemiddeld € 2-, per perceel. Samengevat:
Variant C: Variant D: Variant E:
alle gebruikers naar waterverbruik , basisklasse t/m 500 m;3 alle gebruikers naar waterverbruik , basisklassen t/m 50/100/250/500 m;3 gelijk aan variant D , maar dan zonder eigenaren component (100 % lastenverhaal op gebruikers).
Pagina 16 van 26
Ter illustratie: Gegevens Brabant Water (2023) , omgerekend naar verbruik per 365 dagen: Klasse 1-50 m 3 50-100 m 3 100-150 m 3 150-200 m 3 200-250 m 3 250-300 m 3
Percelen 6750 11122 7400 3720 1715 861
Aandeel 20% 33% 22% 11% 5% 3%
300-400 m 3 400-500 m 3
741 314
2. 2% 0. 9%
500-1000 m 3 1000-2000 m 3 2000-5000 m 3 5000-10000 m 3 10000-20000 m 3 20000-50000 m 3 50000-100000 m 3 > 100000 m 3
433 148 108 58 14 6 4
Cumulatief 20% 54% 76% 87% 92% 95%
Verbruik 211. 185 m 3 826. 918 m 3 904. 964 m 3 638. 092 m 3 379. 691 m 3 234. 000 m 3
Aandeel 3% 11% 12% 8% 5% 3%
96. 8% 97. 7%
253. 393 m 3 138. 896 m 3
3. 4% 1. 8%
45. 8% 47. 7%
1. 3% 0. 4% 0. 3% 0. 2% 0. 0% 0. 0%
99. 0% 99. 4% 99. 8% 99. 9% 100. 0% 100. 0%
291. 314 m 3 200. 375 m 3 358. 827 m 3 387. 116 m 3 187. 458 m 3 166. 058 m 3
3. 9% 2. 7% 4. 8% 5. 1% 2. 5% 2. 2%
51. 5% 54. 2% 59. 0% 64. 1% 66. 6% 68. 8%
0. 0%
100. 0%
2. 347. 507 m 3
31. 2%
100. 0%
Totaal aantal percelen (volgens gegevens Brabant Water) = 33. 394 (aantal meters) Totaal waterverbruik (omgerekend naar 365 dagen) = 7. 525. 794 m 3
Pagina 17 van 26
Cumulatief 3% 14% 26% 34% 39% 42%
Bijkomende afwegingen/verfijningen voor (sub)varianten •
Door het méér belasten van drinkwaterverbruik kan een stimulans ontstaan om meer grondwater op te pompen. Iets dat in het kader van droogtebestrijding weer onwenselijk is. Om dit tegen te gaan kan ook het opgepompte grondwater belast worden met rioolheffing 2 , waardoor ook het hergebruik van regenwater interessanter zou moeten worden.
Algemene overwegingen •
Alleen percelen met een rioolaansluiting worden op dit moment op basis van de huidige verordening aangeslagen voor het gebruikersdeel. In aansluiting op de huidige VNG Modelverordening voor de riool- en waterzorgheffing , kan beredeneerd worden dat óók gebruikers van ongerioleerde objecten (garageboxen , transformatorstations , wegen en ongebouwde percelen) profiteren van een goede invulling van de gemeentelijke watertaken. En dat ook zij heffingsplichtig gesteld kunnen worden (al dan niet via een eigen tariefsklasse).
•
De vrijstelling van rioolheffing (eigenaren+gebruikers) geldt ook in geval van gemeente-eigendommen (voor zover die publieke functie hebben , met uitzondering van onderwijs). Dit betekent dat gemeentelijke zwembaden nu geen rioolheffing hoeven te betalen. Uit het oogpunt van gelijkheid zouden deze kosten uit
andere gemeentelijke middelen bijgedragen kunnen worden. •
Het wijzigen van de vrijgestelde percelen , zoals hierboven toegelicht , zou het aantal aangeslagen eenheden kunnen vergroten , waardoor de gemiddelde heffing per perceel daalt. De nu gebruikte en beschikbare gegevens (WOZ , Brabant Water) zijn op dit moment echter niet eenvoudig/eenduidig te koppelen , waardoor dit effect vooralsnog niet is te kwantificeren.
•
De prijselasticiteit van het watergebruik is gering. Een hogere prijs voor een kuub water leidt niet of nauwelijks tot minder drinkwatergebruik. De prikkel is dan met name om het bewustzijn bij de gebruikers te vergroten.
•
De inning van de rioolheffing vindt op dit moment plaats door de eigen organisatie. Het is mogelijk om (een deel van) deze werkzaamheden extern onder te brengen , bijvoorbeeld via de rekeningen van Brabant Water. De verantwoordelijkheid voor de juiste gegevens en juiste afhandeling van vragen en bezwaren blijft echter bij de gemeente liggen , waardoor het maar de vraag is of een dergelijke verandering daadwerkelijk
kostenvoordeel zou opleveren.
2 In deze
heffingsmogelijkheid is ook in de huidige heffingsverordening al voorzien. Om uitvoerbaarheids-redenen wordt dit in de praktijk echter zelden gedaan. Dit geldt ook voor tijdelijke onttrekkingen bij bijvoorbeeld bouwwerkzaamheden.
Pagina 18 van 26
Bijlage A
Notitie Rioolheffing Meierijstad 2018
Nog terug converteren vanuit PDF
Pagina 19 van 26
,
nu
als aparte bijlage opgenomen
Bijlage B
Resultaten digitale enquête
In de periode van 8 december 2023 tot en met 1 januari 2024 heeft een digitale enquête plaatsgevonden onder de inwoners en ondernemers in de gemeente Meierijstad over de riool- en waterzorgheffing. De enquête is door 642 personen ingevuld. Zij hebben antwoord gegeven op vragen , zoals: • • • • •
Ik weet hoeveel rioolheffing ik nu moet betalen en hoe het berekend is. Een nieuwe riool- en waterzorgheffing vind ik het eerlijkst als… Ik vind het eerlijk als (pandeigenaren)… (meerdere antwoorden mogelijk) Ik vind het eerlijk als (percelen)… (meerdere antwoorden mogelijk) Ik zou vrijwillig mijn dak en terras afkoppelen van het riool , en het regenwater op mijn eigen perceel verwerken.
De gehele vragenlijst is opgenomen aan het einde van deze bijlage.
Samenvattend is de enquête hoofdzakelijk ingevuld door inwoners (984%) , , waarvan het merendeel woningeigenaar is. De meerderheid van de respondenten is zich bewust van hoeveel rioolheffing zij betalen. Tegelijkertijd is er ook een meerderheid die niet weet hoe dat bedrag wordt bepaald. Wanneer we hen vragen wat zij een eerlijke manier van heffen vinden , is een kwart van de respondenten voorstander van eenzelfde bedrag voor iedereen. Twee derde vindt het echter eerlijker dat iemand méér betaalt wanneer het méér kost om zijn of haar afvalwater en regenwater af te voeren. Maar wie betaalt dan meer én in
welke mate? Ten eerste vindt ruim twee derde het eerlijk als grote lozers (industrie) meer betalen als zij meer afvalwater lozen op de riolering. Ook vindt een meerderheid het eerlijk als bedrijven meer betalen als zij meer verhard
terrein/dakoppervlak hebben. Datzelfde geldt voor huishoudens die meer betalen naar omvang van het huishouden. Men is geen voorstander van een hogere heffing voor pandeigenaren met een hogere WOZ-waarde. Ten tweede kan onderscheid worden gemaakt in relatie tot percelen. Twee derde vindt het eerlijk als percelen die zijn aangesloten op de riolering heffing betalen. Draagvlak voor het heffen van onbebouwde percelen en bebouwde percelen die niet zijn aangesloten op de riolering is lager (een derde van de respondenten vindt dit eerlijk). Ten slotte kan afkoppelen van het riool een grondslag zijn in het bepalen van de rioolheffing. De bereidheid om af te koppelen (en het regenwater op het eigen perceel te verwerken) is bevraagd. 15% van de respondenten is al afgekoppeld. Van de overgebleven respondenten zegt ruim de helft vrijwillig te willen afkoppelen , waarvan 54% dat doet mits zij daardoor minder heffing hoeven te betalen. Daartegenover staat 13% die liever extra heffing betalen om het water af te kunnen voeren. Zo’n 10% geeft nog andere overwegingen mee , zoals de behoefte aan hulp/advies of belemmering doordat de locatie niet geschikt is om af te koppelen. Voor 19% is de vraag niet van toepassing: zij hebben geen eigen tuin om het water in te verwerken.
Pagina 20 van 26
De resultaten van deze enquête zijn in onderstaande figuren gevisualiseerd.
Ik beantwoord deze vragen als. . . 126%09% ,
,
02% ,
05% ,
Inwoner - woningeigenaar Inwoner - woninghuurder Ondernemer - eigenaar bedrijfspand
858% ,
Ondernemer - huurder bedrijfspand Verhuurder woning
Vraag 1 Ik weet hoeveel rioolheffing ik nu moet betalen en hoe het berekend is.
Ik heb geen idee wat ik aan rioolheffing betaal ook niet hoe het berekend is 241% ,
405% ,
354% ,
Ik weet het bedrag wel berekend
,
maar weet niet hoe
,
en dus
het is
Ja dat weet ik ,
Vraag 2 Een nieuwe riool- en waterzorgheffing vind ik het eerlijkst als… 97%
Iedereen hetzelfde bedrag betaalt –(want als inwoners/ondernemers hebben we allemaal evenveel belang bij de inspanningen van de gemeente)
,
235% ,
668%
Iemand méér betaalt wanneer het méér kost om zijn of haar afvalwater en regenwater af te voeren
,
Anders
Waar men koos voor een “anders” antwoord , werd dit benut om een voorkeur voor de gewenste heffingsgrondslag(en) te delen. Deze antwoorden (97% , van het totaal) bestaan uit het volgende:
Pagina 21 van 26
Label Huishouden Huishouden (per persoon) Huishouden + Verbruik Huishouden + WOZ Perceelsoppervlak + Verbruik Verbruik Vervuiler/lozer Vervuiler/lozer (afkoppelkorting) WOZ Niet bruikbaar antwoord (heffen naar inkomen) Niet bruikbaar antwoord (andere reden) Total
Aantal
% 3 4 2 1 2 12 10 8 3 6 11 62
48% 65% 32% 16% 32% 194% 161% 129% 48% 97% 177% 1000% , , , , , , , , , , , ,
Vraag 3 Ik vind het eerlijk als (pandeigenaren)… (meerdere antwoorden mogelijk) * Meerdere antwoorden mogelijk. Percentage betreft daarom % van de 642 respondenten dat dit antwoord (mede) gaf. Grote lozers (industrie) meer betalen als zij meer afvalwater lozen op de riolering 699% ,
Bedrijven meer betalen als zij meer verhard terrein en/of dak hebben waar vandaan meer regenwater wordt afgevoerd Pandeigenaren (eigenarendeel) meer betalen als het pand een hogere WOZ-waarde heeft
522% ,
131% ,
540% ,
00% ,
200%
400%
,
,
600% ,
800% ,
Huishoudens (gebruikersdeel) meer betalen als de omvang van het huishouden (aantal personen) groter is
Vraag 4 Ik vind het eerlijk wanneer (percelen)… (meerdere antwoorden mogelijk) * Meerdere antwoorden mogelijk. Percentage betreft daarom % van de 642 respondenten dat dit antwoord (mede) gaf. Percelen die zijn aangesloten op de riolering heffing betalen
673% ,
Onbebouwde percelen meebetalen in de heffing (zij hebben ook belang bij een goed geregelde waterzorg door de gemeente)
350% ,
399% ,
00% ,
200% ,
400% ,
600% ,
800% ,
Bebouwde percelen die niet zijn aangesloten op de riolering meebetalen in de heffing (eigenaren en gebruikers van percelen waarvan geen water naar de riolering gaat hebben ook belang bij een goed geregelde waterzorg door de gemeente) ,
Pagina 22 van 26
Vraag 5 Ik zou vrijwillig mijn dak en terras afkoppelen van het riool , en het regenwater op mijn eigen perceel
verwerken. 15% is al afgekoppeld , de overgebleven 546 respondenten antwoorden: 95% ,
44% ,
Ik ga hoe dan ook afkoppelen of ik nu wel of geen korting krijg ,
Ja als ik daardoor minder heffing hoef te betalen ,
192% ,
Nee ik betaal liever extra om het water af te kunnen ,
540% ,
voeren
Nee ik heb geen tuin om het water in te verwerken ,
128% ,
Anders
Waar men koos voor een “anders” antwoord , werd dit benut om andere overwegingen over afkoppelen te delen. Deze antwoorden (95 , % van het totaal) bestaan uit het volgende:
6. Wilt u nog iets anders over de riool- en waterzorgheffing delen met ons?
Pagina 23 van 26
De open vraag leverde aanvullende input ten aanzien van de heffingssystematiek. Daaruit blijkt , in lijn met de voorgaande resultaten , dat er vooral draagvlak bestaat voor een differentiaties in rioolheffing naar omvang huishouden , waterverbruik , vervuilen/lozen (voor grote bedrijven en verharde percelen) en afkoppelen. Er is weinig draagvlak voor differentiatie naar WOZ-waarde. Ook kwam er een oproep voor behoud van eenvoud in de systematiek en werden diverse complimenten gegeven. Uit de antwoorden volgen ook aanleidingen en suggesties voor meer en/of betere communicatie over de rioolheffing. De open vraag leverde daarnaast andere inzichten op die niet gaan over de heffingssystematiek maar wel informatief zijn voor de gemeente. Enerzijds omtrent het (hemelwater)beleid , zoals verzoeken tot toelichting/advies
zoals afkoppelen/regenton. Anderzijds aangaande het beheer van riolering en water , waaronder overlastmeldingen voor specifieke locaties. en financiële prikkels voor maatregelen
Vragenlijst 0.
Ik beantwoord deze vragen als… a. Inwoner - woninghuurder b. Inwoner - woningeigenaar c. Ondernemer - huurder bedrijfspand d. Ondernemer - eigenaar bedrijfspand e. Verhuurder bedrijfspand f. Verhuurder woning
1.
Ik weet hoeveel rioolheffing ik nu moet betalen en hoe het berekend is a. Ja , dat weet ik b. Ik weet het bedrag wel , maar weet niet hoe het is berekend c. Ik heb geen idee wat ik aan rioolheffing betaal en dus ook niet hoe het berekend is Een nieuwe riool- en waterzorgheffing vind ik het eerlijkst als: a. Iedereen hetzelfde bedrag betaalt – (want als inwoners/ondernemers hebben we allemaal evenveel belang bij de inspanningen van de gemeente) (ga naar vraag 5) b. Iemand méér betaalt wanneer het méér kost om het afvalwater en regenwater af te voeren c. Anders , namelijk:………………………………………………………………………….
2.
In onze gemeente bestaat de rioolheffing nu uit een eigenarendeel en een gebruikersdeel. 3.
Ik vind het eerlijk als… a. Pandeigenaren (eigenarendeel) meer betalen als het pand een hogere WOZ-waarde heeft b. Huishoudens (gebruikersdeel) meer betalen als de omvang van het huishouden (aantal personen) groter is
Bedrijven meer betalen als zij meer verhard terrein en/of dak hebben waar vandaan meer regenwater wordt afgevoerd d. Grote lozers (industrie) meer betalen als zij meer afvalwater lozen op de riolering e. Anders , namelijk ……. (U mag ook meerdere antwoorden aankruisen) c.
Pagina 24 van 26
In onze gemeente betalen op dit moment alleen die inwoners/ondernemers die afvoeren op de riolering. 4.
Ik vind het eerlijk wanneer a. Percelen*) die zijn aangesloten op de riolering heffing betalen b. Bebouwde percelen die niet zijn aangesloten op de riolering meebetalen in de heffing (eigenaren en gebruikers van percelen waarvan geen water naar de riolering gaat , hebben ook belang bij een goed geregelde waterzorg door de gemeente) c. Onbebouwde percelen meebetalen in de heffing (zij hebben ook belang bij een goed geregelde waterzorg door de gemeente) (U mag ook meerdere antwoorden aankruisen) *) perceel: een stuk grond dat bebouwd (o. a. woning , bedrijfspand) of onbebouwd is
Afkoppelen houdt in dat het schone regenwater niet meer met het afvalwater naar de waterzuivering wordt afgevoerd. De regenpijp wordt afgekoppeld van het vuilwaterriool; het regenwater wordt in de tuin , op het perceel of in een waterberging opgevangen. Dat heeft veel voordelen: er stroomt minder water naar het riool , er hoeft minder afvalwater gezuiverd te worden en het grondwater wordt aangevuld. 5.
Ik zou vrijwillig mijn dak en terras afkoppelen van het riool , en het regenwater op mijn eigen perceel verwerken. a. Ja , als ik daardoor minder heffing hoef te betalen b. Nee , ik betaal liever extra om het water af te kunnen blijven voeren c. Ik ga hoe dan ook afkoppelen , of ik nu wel of geen korting krijg d. Nee , ik heb geen tuin om het water in te verwerken e. Niet van toepassing , ik ben al afgekoppeld f. Anders , namelijk: *) perceel: een stuk grond dat bebouwd (o. a. woning , bedrijfspand) of onbebouwd is
6.
Wilt u nog iets anders over de riool- en waterzorgheffing delen met ons? ……………….
Pagina 25 van 26
Bijlage C
Totaaloverzicht varianten
Pagina 26 van 26