CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 -Programmabegroting 2026

Raadsvergadering 6 november 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 gemeente Meierijstad30.877 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

2026 2027 2028 2029 Beschikbare weerstandscapaciteit (Bedragen x € 1.000) Onbenutte belastingcapaciteit Post onvoorziene uitgaven Totaal structurele weerstandscapaciteit Algemene reserve per 1-1 Algemene risico reserve Totaal incidentele weerstandscapaciteit

9.200 100 9.300 38.911 29.029 67.940

9.200 100 9.300 24.603 31.382 55.985

9.200 100 9.300 20.395 31.382 51.777

9.200 100 9.300 18.461 31.382 49.843

Totale beschikbare weerstandscapaciteit

77.240

65.285

61.077

59.143

Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra ruimte die de gemeente heeft om, met inachtneming van de wetgeving, maximale inkomsten te genereren uit de gemeentelijke heffingen. Het gaat daarbij om de inkomsten uit de ozb, de rioolheffingen en de afvalstoffenheffing. De rioolheffingen en de afvalstoffenheffing mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. Voor de ozb hanteren we de artikel 12-norm van het rijk. In de meicirculaire van het Gemeentefonds geeft de minister van Binnenlandse Zaken elk jaar nieuwe normen voor toelating tot artikel 12 van de Financiële Verhoudingswet.Toelating wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. Voor 2026 is dit percentage gesteld op 0,1648% (in 2024 was dit 0,1595%). De onbenutte belastingcapaciteit is voor 2026 € 9,2 miljoen en is in het meerjarig beeld gelijk gehouden. Bij de berekening is rekening gehouden met de voorgestelde verhoging van de tarieven voor 2026 inclusief de voorstellen bij de ombuigingen. Post onvoorziene uitgaven De hoogte van de post onvoorziene uitgaven is € 100.000. Algemene reserve per 1-1 De geraamde stand van de Algemene reserve van de gemeente Meierijstad is per eind 2025 € 38,9 miljoen.

Hierbij is rekening gehouden met de vaststelling van de jaarstukken 2024, de incidentele posten uit de begroting 2025, de raadsbesluiten tot en met juli 2025, de 2e bestuursrapportage 2025 en de (voorgenomen) begroting 2026 met als dekking deze reserve. Algemene Risico Reserve De geraamde stand van de algemene risico reserve is € 31,3 miljoen, gebaseerd op de risico inventarisatie bij de begroting 2026. De geïnventariseerde risico's geven voor de begroting 2026 een omvang van € 31.382.000. De risicoreserve is begroot op € 29.029.000. Dit betekent dat een bedrag van € 2.353.000 wordt overgeheveld van de algemene reserve naar de algemene risicoreserve.

84

Weerstandsratio In de volgende tabel staat de berekening van het weerstandsvermogen uitgedrukt in de weerstandsratio. Dit is de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de benodigde weerstandscapaciteit (zie onderdeel risico's). In de nota weerstandsvermogen is vastgelegd dat deze ratio minimaal 1,0 moet zijn. (Bedragen x € 1.000) Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Weerstandsratio Norm weerstandsratio

2026

2027

2028

2029

77.240 31.382 2,46 1,0

65.285 31.382 2,08 1,0

61.076 31.382 1,95 1,0

59.143 31.382 1,88 1,0

De weerstandsratio 2026 (2,46) is hoger dan de weerstandsratio bij de jaarstukken 2024 (2,12). Dit komt met name door de toename van de beschikbare weerstandscapaciteit met € 15,6 miljoen. De beleidsvoornemens van de begroting 2026 zijn verwerkt in de cijfers.

85

Risico's Bij het actualiseren van het risicoprofiel bekijken we elk gesignaleerd risico. We beoordelen de kans dat het risico zich voor doet en wat het financieel gevolg dan zou zijn. Deze twee inschattingen vormen de basis voor de zogenaamde risicoscore. Hoe hoger de score, hoe groter het risico. De methodiek die we volgen staat in de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing. Bij het vaststellen van deze nota is afgesproken dat we risico’s met een risicoscore van 15 of hoger opnemen in de planning en control documenten. Dit zijn de zogenaamde top risico's. In de volgende tabel staan van deze actuele top risico's, de risicoscore, het financieel gevolg, het rekenpercentage (van de kans op voorkomen). De berekende risicowaarde is financieel gevolg x rekenpercentage. In de kolom (beheers)maatregelen staat wat we doen om het risico zo klein mogelijk te houden. Risico naam (bedragen x € 1.000)

Budget Zorg in Natura Jeugdhulp

(Beheers)maatregelen

Risico Financieel score gevolg

25

1.500

Reken %

Risico waarde

90

1.350

86

Prijsstijgingen en gebrek aan capaciteit op de markt om investeringen / werkzaamheden uit te voeren

25

1.000

90

900

Onzekerheid financieel resultaat bij bouwgronden in exploitatie

25

13.909

90

12.518

Wijziging in rekenrente doelvermogen Stadsgewest

25

3.000

90

2.700

Stroomnet op bestaande projecten in uitvoering (netcongestie)

20

2.500

75

1.875

Overschrijding van de begroting

20

750

90

675

87

Investering wijkuitvoeringsplan transitievisie warmte

20

5.000

75

3.750

Extra personeelskosten als gevolg van eigen risico WW, aanvullende uitkeringen en ziekteverzuim

20

750

90

675

88

Budget Wmo specialistische hulp in natura

15

300

90

270

Risico's grote projecten

15

7.584

50

3.792

Uit de pas lopen van investeringsbedragen onderwijshuisvesting

15

300

90

270

Totaal top risico's

36.593

28.775

89

Naast de hiervoor genoemde toprisico's (risicoscore vanaf 15) hebben de risico's met een risico score lager dan 15 een risicowaarde van € 6 miljoen. Het gaat hier onder meer om risico's als het niet voldoen aan de Algemene Verordening gegevensbescherming, het opeisen van garantstellingen en de gevolgen klimaatverandering/extreme weersomstandigheden. De totale risicowaarde van de geïnventariseerde risico's komt daarmee op € 34,9 miljoen. Omdat we verwachten dat niet alle risico's zich tegelijk voordoen is in de beleidsregels opgenomen dat we voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit uitgaan van 90% van de totale risicowaarde (€ 31,4 miljoen). Benodigd weerstandscapaciteit (bedragen x € 1.000) risico waarde 2026 Gekwantificeerde top risico's 28.775 Overige gekwantificeerde risico's

6.094

Totaal aan gekwantificeerde risico's

34.869

Waarschijnlijkheidsfactor 90%

31.382

90

Financiële kengetallen Het is voor de gemeenten verplicht een basisset van vijf financiële kengetallen op te nemen. Deze kengetallen zijn bedoeld om de gemeentelijke financiële positie inzichtelijker te maken en de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten. De provinciale toezichthouder hanteert een signaleringswaarde voor de financiële kengetallen welke hieronder zijn weergegeven. In onderstaande tabel zijn de verplichte financiële kengetallen (BBV) opgenomen: Jaarrekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Kengetallen 2025 2026 2027 2028 2029 2024 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit Signaleringswaarden provincie: Signaleringswaarden provincie Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

40%

46%

42%

40%

40%

41%

38% 41% 19% 3,89% 90%

46% 37% 5% 0,22% 93%

39% 31% -2% 0,10% 92%

37% 27% -6% 0,27% 93%

37% 23% 0% -1,24% 94%

38% 21% 0% -0,99% 95%

Minst risicovol Neutraal Meest risicovol < 90 % 90-130 % > 130 % < 90 % 90-130 % > 130 % > 50 % 20-50 % < 20 % 20-35 % >0% 0% < 95 % 95-105 %

< 20 % > 35 % <0% > 105 %

De kengetallen van de begroting 2025 vergeleken met de signaleringswaarden van de provincie. Meest Signaleringswaarden provincie Minst risicovol Neutraal risicovol Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

x x x x x x

Voor de beoordeling van de financiële positie van gemeenten is het belangrijk dat zowel naar de balans als naar de exploitatie wordt gekeken. De kengetallen netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio en grondexploitatie hebben betrekking op de balans. De kengetallen structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit brengen tot uitdrukking of een gemeente over voldoende structurele baten beschikt en welke mogelijkheid de gemeente heeft om de structurele baten op korte termijn te vergroten. Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Bij een schuldquote hoger dan 130% is er sprake van een zeer hoge schuld. Een netto-schuldquote die boven de 100% uitstijgt geeft aan dat er weinig leencapaciteit over is om de gevolgen van financiële tegenvallers op te vangen. De geraamde netto schuldquote van de gemeente Meierijstad ligt op 42% voor 2026.

91

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Bij verstrekte leningen kan onzekerheid bestaan of ze allemaal worden terugbetaald. Daarom berekenen we de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier is duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dat betekent voor de schuldenlast. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is voor 2026 geraamd op 39%. Hoewel over de verstrekte leningen een risico gelopen wordt, veronderstellen we dat deze middelen worden terugbetaald. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger hoe beter. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. Bij een solvabiliteitsratio lager dan 20% heeft een gemeente zijn bezit zeer zwaar belast met schuld. De geraamde solvabiliteitsratio voor 2026 van de gemeente Meierijstad is 31%. Normaliter is het voor gemeenten niet toegestaan om structurele tekorten op te vangen met reserves. Dankzij een nieuwe maatregel kunnen gemeenten vanaf 2024 een deel van hun reserves en overschotten inzetten voor het dekken van structurele lasten. Dit onder de voorwaarde dat de solvabiliteit van de gemeente groter of gelijk aan 20 procent is en blijft. Hieraan wordt voldaan.

Grondexploitatie De grondexploitatie kan een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. Dit kengetal geeft weer hoe de boekwaarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Hoe lager hoe beter. Het geraamde kengetal voor 2026 is voor de gemeente Meierijstad licht negatief omdat de verwachting is dat de huidige voorraad grond zal worden verkocht. Daarmee valt het kengetal in de waardering minst risicovol. In de afgelopen jaren is deze sterk gedaald. Voor verwachtingen omtrent de te realiseren winsten wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting maken we onderscheid tussen structurele en incidentele lasten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Bij de begroting 2026 is de structurele exploitatieruimte 0,10%.

Gelet op de verwachte financiële ontwikkelingen in de meerjarenraming 2027-2029 zal er voor de jaren 2028 en verder onvoldoende exploitatieruimte zijn. Vanaf 2028 is er geen structurele ruimte om tekorten of extra lasten binnen de huidige begroting op te vangen. Meerjarig gezien ontstaat er een tekort in de exploitatie van zo'n 1 á 2%. Belastingcapaciteit We relateren de ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen vaak aan de totale woonlasten. Het COELO publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten verstaan we de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingdruk in de gemeente Meierijstad wordt berekend na vaststelling van de belastingen en tarieven.

92

Totaal beoordeling De schuldquoten vallen voor 2026 in de categorie het minst risicovol. De solvabiliteitsratio van 31% valt onder een neutrale waardering en is hoog genoeg om eventueel gebruik te kunnen maken van de mogelijkheid om een surplus van de algemene reserve in te zetten. Binnen de meerjarenraming daalt de solvabiliteitsratio in 2029 richting kritische grens. De grondexploitatie is nagenoeg nihil, De laatste jaren is het percentage flink gedaald. De structurele exploitatieruimte is met 0,10% voor 2026 op orde. Volgens voorschrift wordt dit kengetal berekend op basis van de primitieve begroting 2026 (cijfers uit het overzicht van baten en lasten). Gelet op de verwachte financiële ontwikkelingen in de meerjarenraming zal de structurele exploitatieruimte, zonder aanvullende maatregelen, omslaan in een tekort vanaf 2028 en volgende jaren.

93

ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

94

Beleid & ontwikkelingen Het beheer en onderhoud van het openbaar vastgoed, de wegen, bruggen, het riool, openbaar groen, de openbare verlichting en de gemeentelijke gebouwen kost veel geld. Deze paragraaf geeft een integraal inzicht in de kaders, ontwikkelingen, onderhoud en kosten over de programma’s heen. In onderstaande tabel is het beleid ten aanzien van onderhoud kapitaalgoederen opgenomen: Kapitaalgoed Meierijstad

Naam beheerplan

Riolering Programma Water en Riolering 2022-2026 (PWR) Verhardingen Beheerstrategie verhardingen Civieltechnische kunstwerken Beheerstrategie Civiele kunstwerken Openbare verlichting Beleidsplan Openbare verlichting Speelvoorzieningen Speelvisie Meierijstad Beheer openbare ruimte Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) Gebouwen Duurzaam Meerjaren Onderhouds Programma (DMOP) Gebouwen Nota integraal beleid maatschappelijk vastgoed Wegen Beheerplan wegen Kerncijfers Kengetallen

Looptijd t/m

2021 2025 2025 2019 2019 2018 2023 2023 2025

2026 2028 2028 2030 2029 2022 2027 2027 2028

Aantal Eenheid

Civieltechnische kunstwerken: Bruggen Tunnels Keermuren/damwanden Geluidsvoorzieningen

174 5 4 22

st. st. st. st.

Verhardingen: Asfaltverharding Elementenverharding Betonverharding Onverharde wegen

240 318 7 42

ha ha ha ha

Openbare verlichting: Lichtmasten Armaturen Lampen

21.715 22.114 22.385

st. st. st.

Areaal groen: Bomen Speelplekken Speeltoestellen Bossen Houtige beplantingen Kruidachtige beplantingen Ruw gras Gazons

120.000 241 1.186 419 207 1 435 129

st. st. st. ha ha ha ha ha

835 35

km ha

Areaal water: Sloten en greppels Stadwater

Vastgesteld in raad d.d.

95

Poelen/kleine wateren

8

ha

293 570 41 106 16.100 17 1.396 107

km km km st st st st st

Lig- en losplaatsen: Ligplaatsen passantenhaven genummerd Ligplaatsen passantenhaven ongenummerd Ligplaatsen beroepsvaart Losplaatsen beroepsvaart

24 12 30 10

st. st. st. st.

Vastgoed: Ambtelijke huisvesting Maatschappelijk vastgoed Strategisch vastgoed Monumentale objecten Overig vastgoed

4 52 3 13 51

st. st. st. st. st.

Riolering: Drukriolering Vrijverval Persleidingen Hoofdgemalen Rioolputten Randvoorzieningen Pompunits IBA's

Beheer openbare ruimte Civiel technische kunstwerken Beleid en beheer civieltechnische kunstwerken – 2026 In 2026 worden onderhoudswerkzaamheden en vervangingen uitgevoerd aan civieltechnische kunstwerken. Dit gebeurt volgens de Beheersstrategie Civiele Kunstwerken 2025. Daarbij is het uitgangspunt dat alle kunstwerken voldoen aan onderhoudsniveau B, met de nadruk op constructieve veiligheid en bruikbaarheid. Kwaliteit en veiligheid Het doel van deze werkzaamheden is om de veiligheid van gebruikers te waarborgen en de bereikbaarheid van woningen en bedrijven te garanderen. Zo zorgen we ervoor dat inwoners en ondernemers veilig gebruik kunnen blijven maken van bruggen, tunnels en andere kunstwerken. Financiën Voor het groot onderhoud is een voorziening ingesteld. Hierin wordt jaarlijks een bedrag van € 189.000 gereserveerd. Dit bedrag wordt gebruikt om tijdig onderhoud en vervangingen uit te voeren.

96

Risico’s en inspecties Het onderhoud wordt uitgevoerd op basis van actuele inspecties. Hierdoor kunnen risico’s vroegtijdig worden gesignaleerd en aangepakt. Als noodzakelijke maatregelen niet op tijd worden genomen, kan dit gevolgen hebben voor de veiligheid en bereikbaarheid. Houten kunstwerken worden elk jaar visueel geïnspecteerd. Indien nodig worden aanvullende onderzoeken uitgevoerd. (Bedragen x € 1.000) 2026 2027 2028 2029 Stand civieltechnische kunstwerken 1-1 Toevoegingen

245

138

291

194

189

189

189

189

Onttrekkingen

-296

-36

-287

-19

Stand civiel technische kunstwerken 31-12

138

291

194

363

Wegen (verhardingen) Beleid en beheer wegen – 2026 In 2026 wordt onderhoud uitgevoerd aan verhardingen op basis van het Beheer- en Beleidsplan Wegen 2025. Dit gebeurt volgens de richtlijnen van het CROW, die zorgen voor een professionele en uniforme aanpak van wegonderhoud. Kwaliteit Voor alle verhardingen geldt het door de gemeenteraad vastgestelde kwaliteitsniveau B. Dit niveau biedt een goede balans tussen veiligheid, comfort en kosten . Financiën In het beleidsplan is bepaald hoeveel geld nodig is om het gewenste kwaliteitsniveau de komende vier jaar te behouden. Door recente bezuinigingen is de onderhoudsvoorziening met € 250.000 verlaagd en de jaarlijkse storting komt hiermee op €2.826.000. Voor de vervanging van wegen is jaarlijks € 4 miljoen beschikbaar. Risico’s De inspecties van 2025 geven een actueel beeld van de staat van de wegen. Op basis daarvan worden maatregelen genomen om risico’s te beperken. Als deze maatregelen niet worden uitgevoerd, kan dit gevolgen hebben voor de veiligheid van weggebruikers en kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor schade. Door de bezuinigingen kunnen minder werkzaamheden worden uitgevoerd, wat kan leiden tot een verslechtering van de onderhoudskwaliteit. (Bedragen x € 1.000) 2026 2027 2028 2029 Stand wegen (verhardingen) 1-1

3.812

2.615

1.418

2.646

Toevoegingen

2.826

2.826

2.826

2.826

Onttrekkingen

-4.023

-4.023

-1.598

-1.598

Stand wegen (verhardingen) 31-12

2.615

1.418

2.646

3.874

Openbare verlichting Beleid en beheer openbare verlichting – 2026 In 2020 is een vervangingsprogramma vastgesteld met een looptijd van tien jaar. Door recente ontwikkelingen en de ambities van het college is de wens uitgesproken om dit traject te versnellen. Hiermee wil de gemeente bijdragen aan maatschappelijke doelen, zoals duurzaamheid en energiebesparing. Op basis van het Beleidsplan Openbare Verlichting 2020–2030 wordt de verlichting versneld vervangen. Het doel is om in 2026 te voldoen aan de afspraken uit het Energieakkoord 2030.

97

Kwaliteit Meierijstad investeert in duurzame, veilige en innovatieve openbare verlichting. De nieuwe verlichting draagt bij aan de sociale veiligheid, verkeersveiligheid en een prettige beleving van de openbare ruimte. Financiën Om deze doelstellingen te realiseren, is in de begroting voor 2024 en 2025 een jaarlijks budget van € 2.750.000 aangevraagd. De laatste armaturen worden in 2026 vervangen. Risico’s De totale investering bedraagt € 5,5 miljoen. Hierdoor is een Europese aanbesteding verplicht. Dit proces kan leiden tot vertraging in de uitvoering. Openbaar groen (inclusief recreatiegebieden) Beleid / beheer Het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) is eind 2018 vastgesteld. Sinds 2020 gaan we uit van een gedifferentieerd onderhoudsniveau op basis van risico’s en afwegingen. Het onderhoud van sloten, bermen, ruw gras, (stads)wateren en landschapselementen is geharmoniseerd. Het slootonderhoud buiten de bebouwde kom voeren we uit volgens de keur van het waterschap. De huidige hondenvoorzieningen in de openbare ruimte worden aangepast, de losloopgebieden gerealiseerd en dit alles beheren we op basis van het nieuwe beleidsplan. Zoals in het Biodiversiteitsbeleid 2022–2030 is opgenomen, beheren we het openbaar groen ecologischer.

Dat betekent onder meer inzet van inheemse beplanting, het vergroten van bloemrijk areaal, het ecologisch beheer van bermen, bosranden en oevers en extensiever maaibeheer. Ook zetten we in op het verbinden van leefgebieden en het verbeteren van habitats voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. We beheren de gemeentebossen volgens de Nota Bosbeheer, waarbij het beheer van leembossen, klimaatadaptatie en duurzaamheid onderdeel zijn geworden van het beheer. De uitvoering van renovatieprojecten is een continu proces. Volgens het bomenbeleid breiden we het bomenareaal verder uit en bestaand groen vormen we om ten behoeve van klimaatbestendigheid en soortenrijkdom. Deze werkzaamheden programmeren we in het Jaarprogramma Openbare Ruimte (JOR 2026) in. Kwaliteit Het openbaar groen onderhouden we op de vastgestelde kwaliteitsniveaus. Om de kwaliteit te waarborgen is het nodig om data gericht te werken. We sturen op ecologische waarden en biodiversiteit indicatoren in het beheer van de openbare ruimte om uitvoering te geven aan het biodiversiteitsbeleid en gevolgen van klimaatsverandering op te vangen Risico’s Niet alle beheer data is op orde waardoor de kwaliteit moeilijk te waarborgen is. Om de data op orde te krijgen en te houden is formatie beschikbaar gesteld. Met de huidige arbeidsmarkt is het de vraag wanneer deze formatie ingevuld is.

De gevolgen van klimaatverandering nemen toe. We hebben te maken met langdurige droogte, wateroverlast en temperatuur extremen. Bij (her)inrichting van de openbare ruimte zijn water en bodem leidend. We blijven investeren in kennisontwikkeling om ecologische en klimaat adaptieve inrichtingskeuzes onderbouwd te maken. Financiën Regulier groenonderhoud wordt op basis van meerjarige onderhoudscontracten uitbesteed en betaald uit exploitatiebudgetten. Renovaties en omvormingen zijn opgenomen in het investeringsprogramma. Op dit moment is er voor openbaar groen geen reserve of voorziening aanwezig. Riolering

98

Beleid/Beheer Onderhoud kapitaalgoed Riolering is gericht op een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving door goed om te gaan met inzameling en transport van de drie wettelijke zorgplichten afvalwater, hemelwater en grondwater. Hieronder vallen de onderdelen zoals vrijverval en mechanische riolering, pompen en gemalen, overstorten en bergbezinkbassins, regenwatervoorzieningen en grondwatermeetnet. De betreffende beleids- en beheerkaders van de zorgplichten aangevuld met oppervlaktewater zijn opgenomen in het Programma Water en Riolering (PWR). Kwaliteit Uitvoering voor beheer en onderhoud van de riolering en riooltechnische werken vindt plaats op basis van de beheerstrategie zoals opgenomen in het PWR. Daarnaast worden maatregelen genomen om het hydraulisch functioneren te verbeteren waarbij een bijdrage wordt geleverd aan de totstandkoming van een klimaatadaptieve leefomgeving. De werkzaamheden worden afgestemd in de programmakamer van openbaar gebied en komen samen in het Jaarprogramma Openbare Ruimte (JOR). In 2024 is het Uitvoeringsprogramma PWR opgesteld. Daarin zijn nog verschillende planvormingskosten voor de komende jaren opgenomen, zoals het Masterplan persleidingen, Oppervlaktewaterbeheerprogramma, Beheer- en onderhoudsplan groene en ondergrondse bergingen, Beheer en onderhoudsplan IBA’s inclusief vervangingsplan.

Omdat gemeente ook een belangrijke rol heeft in de bewustwording in het kader van goed rioolgebruik en om Meierijstad bestand te maken tegen weerextremen, wordt actief gecommuniceerd en gestimuleerd. Financiën In 2026 wordt het nieuwe Programma Water en Riolering opgesteld. De benodigde budgetten voor planvorming, zoals voor het waterbeheerprogramma, het beheer- en onderhoudsplan voor groene en ondergrondse bergingen en het vervangingsplan IBA’s, zijn in de financiële cyclus aangemeld. De investeringsbudgetten voor 2026, zoals opgenomen in het huidige PWR, worden geactualiseerd en opnieuw ingebracht in de begroting. Dit betreft onder andere investeringen in vrijvervalriolering, gemalen, pompunits, IBA’s en randvoorzieningen. De verhogingen van onderhoudsbudgetten en capaciteitsuitbreiding zijn reeds verwerkt in het Kostendekkingsplan dat in 2025 is vastgesteld. Om de rioolheffing na de eenmalige stijging in 2025 niet verder te laten stijgen (anders dan indexering), is de jaarlijkse dotatie van € 1.000.000 aan de spaarvoorziening stopgezet. De financiële effecten hiervan zijn meegenomen in de meerjarenbegroting. Voor het beheer van het grondwatermeetnet is in 2026 aanvullend exploitatiebudget nodig. Ook de verwachte verhoging van onderhoudskosten als gevolg van nieuwe samenwerkingsovereenkomsten met de waterschappen over IBA’s wordt in 2026 via de financiële cyclus aangemeld.

Tot slot wordt in 2026 bekeken of het tariefstelsel verder moet worden aangepast, mede op basis van de uitkomsten van het onderzoek naar heffingssystematiek. De raad is hierover in 2025 geïnformeerd en besluitvorming hierover volgt in samenhang met het nieuwe PWR. Risico's Als de benodigde budgetten niet beschikbaar worden gesteld zal het achterstallig onderhoud en het aantal storingen in omvang toenemen plus de ambities en doelstellingen uit het PWR niet worden behaald. (Bedragen x € 1.000) 2026 2027 2028 2029 Stand spaarvoorziening riolering 11 Toevoegingen

8.378

5.323

5.332

5.332

0

0

0

0

Onttrekkingen

-3.056

10

0

0

Stand spaarvoorziening riolering 31-12

5.323

5.332

5.332

5.332

99

(Bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Stand beklemde middelen riolering 1-1 Toevoegingen

90

526

1.421

2.629

0

0

0

0

Onttrekkingen

435

896

1.207

1.183

Stand beklemde middelen riolering 31-12

526

1.421

2.629

3.811

Vastgoed Beleid / beheer Onderhoud en verduurzaming In 2026 en navolgende jaren geven we verder uitvoering aan het verduurzamen, het functioneel, veilig en voor iedereen toegankelijk in stand houden van onze openbare gebouwen. Voorgaande is gebaseerd op het Duurzaam Meerjarig Onderhouds Plan (DMOP) 2024 en de Routeplanner CO 2. Het DMOP wordt jaarlijks geïndexeerd met een gemiddelde prijsinflatie van 2,55%. Volgens het DMOP wordt op natuurlijke vervangingsmomenten verduurzaamd. Voor zover technisch en financieel, respectievelijk haalbaar en renderend, worden er aanvullende verduurzamingsmaatregelen getroffen volgens de CO2-routekaart. Exploitatie Het nieuwe vastgoedinformatiesysteem Axxerion gaat voor meer controle zorgen. Met dit systeem zijn bezetting, kostendekkendheid, financieel en maatschappelijk rendement, onderhoudsstaat en toekomstperspectief meer inzichtelijk. Met behulp van Axxerion worden object-en relatiegegevens gecentraliseerd in één pakket. Daarnaast wordt een koppeling met het financiële pakket ERPx gerealiseerd. De applicatie draagt bij aan het professioneler, strategischer en informatie gestuurd exploiteren van onze maatschappelijke vastgoedportefeuille.

Hetgeen uiteindelijk leidt tot een meer efficiënte en effectieve inzet van de gebouwen ten behoeve van het realiseren van de beleidsdoelen en faciliteren van de werkateliers: onderwijs, sport, welzijn, kunst en cultuur. Doordat begin 2024 is gebleken dat er geen redenen waren om de Kadernota Vastgoed uit 2018 inhoudelijk aan te passen, wordt in de tweede helft van 2025 het vigerende vastgoedbeleid tegen het licht gehouden. Hierbij wordt het beleid getoetst op basis van ervaringen, veranderd tijdsbeeld, demografische ontwikkelingen en wet- en regelgeving. Verder wordt hierin de NEN-norm 9120 in het kader van Toegankelijkheid betrokken. (Bedragen x € 1.000) 2026 2027 2028 2029 Stand Gebouwen 1-1

6.685

3.661

4.005

4.207

Toevoegingen

4.147

4.147

4.147

4.115

Onttrekkingen

-7.170

-3.803

-3.944

-3.524

Stand Gebouwen 31-12

3.661

4.005

4.207

4.798

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=a0e5bed3-648d-449e-ad54-906d19e478fc