CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - notitie met voorstellen voor de beheerkwaliteit openbare ruimte

Raadsvergadering 18 september 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Instemming voorstellen verbetering beheerkwaliteit openbare ruimte7.700 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie voorstellen beheerkwaliteit openbare ruimte 2025

1

Inhoud 1. Aanleiding .....................................................................................................................................3 1.1 Doel en leeswijzer ...................................................................................................................3 2. Kaderstelling .................................................................................................................................4 2.1 De ambities op hoofdlijnen ......................................................................................................4 De openbare ruimte is gezond ..................................................................................................4 De openbare ruimte is veilig ......................................................................................................4 De openbare ruimte is fraai .......................................................................................................4 De openbare ruimte is duurzaam ..............................................................................................4 2.2 Van visie naar praktijk .............................................................................................................6 2.3 Keuze van werkwijzen.............................................................................................................7

Assetmanagement.....................................................................................................................7 Gedifferentieerd beheer.............................................................................................................7 2.4 Uitwerking van de doelstellingen.............................................................................................8 3 Inventarisatie .................................................................................................................................8 3.1 Meldingen Openbare Ruimte ..................................................................................................8 3.2 De Leefbaarheidsmonitor ........................................................................................................9 3.3 Monitoring van de onderhoudskwaliteit ...................................................................................9 3.4 Conclusies inventarisatie ......................................................................................................10 4 De voorstellen ..............................................................................................................................12 4.1 Verhoging van de beeldkwaliteit ...........................................................................................12 Natuurlijk afval op verhardingen pleksgewijs

opruimen...........................................................12 Korte grazige vegetatie binnen de kom in woonwijken en bedrijventerreinen naar kwaliteitsniveau B ....................................................................................................................12 Sierbeplantingen binnen de bebouwde kom naar kwaliteitsniveau B......................................14 4.2 Verbetering van de duurzaamheid ........................................................................................15 4.3 Onderhoud van bermsloten en bermen ................................................................................21 Beheer bermsloten ..................................................................................................................22 Geschikte bermen ecologisch beheren ...................................................................................23 Verzoek ZLTO .........................................................................................................................23 4.4 Verbeteren communicatie over beheer en onderhoud ..........................................................23 Bijlage 1 Uitgebreide inventarisatiegegevens ...................................................................................1 B1.1 Meldingen Openbare Ruimte

................................................................................................1 Meldingen over bomen ..............................................................................................................2 Meldingen overig groen .............................................................................................................3 1

Meldingen over wegen, straten en pleinen ................................................................................4 Meldingen over meubilair ..........................................................................................................5 Meldingen over water ................................................................................................................6 B1.2 De Leefbaarheidsmonitor .....................................................................................................7 B1.3 Monitoring van de onderhoudskwaliteit ..............................................................................11 B1.4 Conclusies inventarisatie ....................................................................................................12 Bijlage 2 verzameltabel voorstellen...............................................................................................1

2

1. Aanleiding Op 20 december 2018 heeft de raad het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) vastgesteld. Hierbij is een amendement aangenomen om, in afwijking van het voorstel, beeldkwaliteitsniveau B van de C.R.O.W. te hanteren als basisniveau voor het beheer en onderhoud. Sindsdien is er een en ander gebeurd en in deze paragraaf lichten we dat toe: Op 29 april 2021 heeft de raad een motie aangenomen waarin werd verwezen naar de geconstateerde afwijking van het raadsbesluit IBOR uit 2018. In deze motie werd het college gevraagd om een onderbouwd voorstel aan de raad voor te leggen voor het kwaliteitskader beheer openbare ruimte, inclusief mogelijke alternatieven, zodat de raad in staat gesteld wordt een hoger of lager kwaliteitsniveau vast te stellen. Op 27 januari 2022 werden de gevraagde voorstellen van het college in de raad behandeld (agendapunt 9 a t/m d). De discussie ging toen vooral over slootonderhoud en hinder voor recreanten door overhangende takken. Er werd een amendement aangenomen waarin o.a. werd besloten het raadsbesluit van 2018 IBOR niveau B uit te voeren en op te nemen in de begroting óf met voorstellen te komen die niveau B evenaren, na overleg met partijen zoals ZLTO en POM.

U kunt de beeldregistratie en de stukken inzien via onderstaande link: https://meierijstad.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/a34d28b9-9369-4a67-94412c1faa76397f Op 9 februari 2023 is de kaderstelling voor kwaliteit met de raad besproken in een beeldvormende avond. Daarin is uiteengezet dat naast beeldkwaliteit ook andere aspecten belangrijk zijn, zoals biodiversiteitswaarde, functionele waarde en wet- en regelgeving. U kunt de beeldregistratie en de stukken inzien via onderstaande link: https://meierijstad.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/88120603-1949-4408-ae6068e2f6f2609d

1.1 Doel en leeswijzer Deze notitie bevat voorstellen aan de raad naar aanleiding van het raadsbesluit van 27 januari 2022, rekening houdend met de discussie in de beeldvormende avond van 9 februari 2022. De voorstellen zijn gericht op de verbetering van beeldkwaliteit, duurzaamheid en biodiversiteit in het dagelijks beheer van de openbare ruimte. Eerst worden de uitgangpunten en de werkwijzen uitgelegd. Vervolgens worden de inventarisatiegegevens op een rijtje gezet: wat is de huidige kwaliteit uitgaande van de meningen van inwoners en onze eigen monitoring van beeldkwaliteit? We doen verbetervoorstellen op onderdelen. Als laatste brengen we de verschillende varianten/scenario’s in beeld en daarmee gepaard gaande extra incidentele en structurele kosten.

3

2. Kaderstelling Meierijstad heeft sinds 2018 verschillende beleidsdocumenten vastgesteld die een directe relatie hebben met het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Hieronder een korte opsomming van de geraadpleegde documenten: • • • • • •

Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR); Duurzaamheidsvisie Meierijstad; Bomenbeleid 2020 – 2030; Beheerplan Wegen; Biodiversiteitsbeleid 2022-2030.

Ook wordt er momenteel gewerkt aan de Toekomstvisie Meierijstad 2040. Onze ambities passen in deze visie.

2.1 De ambities op hoofdlijnen Uit bovenstaande beleidskaders kunnen de onderstaande algemene doelstellingen voor de beheerkwaliteit van de openbare ruimte worden afgeleid.

De openbare ruimte is gezond Groen draagt bij aan de gezondheid van mensen door lucht te zuiveren, schaduw te bieden en zuurstof te produceren. Verder heeft het groen een subjectieve invloed: mensen voelen zich beter in een groene leefomgeving.

De openbare ruimte is veilig De openbare ruimte is veilig voor de gebruikers. Naast een goede inrichting wordt dit geborgd in het beheer en onderhoud door tijdig herstellen van gebreken. Speerpunten hierbij zijn de verkeersveiligheid en de sociale veiligheid maar ook waterveiligheid wordt steeds belangrijker.

De openbare ruimte is fraai De inrichting, het groen en de materiaalkeuze bepalen de beeldkwaliteit. Groen verhoogt de leefbaarheid en duurzaamheid, en een goede inrichting en onderhoud is essentieel voor het straatbeeld.

De openbare ruimte is duurzaam Voor het klimaat We streven naar CO2-neutraliteit in 2050, met meer groen om koolstof vast te leggen en schaduw te bieden in hete periodes. Waar mogelijk verminderen we de hoeveelheid verhard oppervlak, omdat verharding een grote rol speelt in de opwarming van een gebied. We hanteren voor het groen het uitgangspunt: de juiste plant op de juiste plaats. Belangrijke eigenschappen hierbij zijn droogtetolerantie, bestendigheid tegen hitte en bestendigheid tegen hoge grondwaterstanden. In wadi’s is de tolerantie voor tijdelijke overstromingen een belangrijke eigenschap.

4

Voor de biodiversiteit De aanleg, het beheer en de bescherming van groen dragen bij aan het behoud en indien mogelijk aan de verbetering van de biodiversiteit. Speerpunten zijn de bebouwde omgeving en het landelijk gebied waar sprake is van negatieve trends. We richten ons hierbij vooral op de basis van de voedselpiramide: de producenten. Die onderste laag is maatgevend voor de ecologische kwaliteit van een leefgebied.

Consumenten 5e orde Consumenten 4e orde Consumenten 3e orde Consumenten 2e orde Consumenten 1e orde Producenten

Voor toekomstige generaties We streven naar meer circulariteit. Dit betekent in de praktijk dat we bij de materiaalkeuze goed kijken naar de mogelijkheden voor hergebruik. Ook restproducten zoals maaisel, snoeisel en verzameld blad wordt zo hoogwaardig mogelijk opgewaardeerd en hergebruikt.

5

2.2 Van visie naar praktijk We kunnen niet overal alle ambities tegelijkertijd voldoende realiseren. In de IVOR is als voorbeeld de onderstaande illustratie opgenomen die in grove lijnen de overwegingen weergeeft voor het spanningsveld tussen gebruiksintensiteit en ecologie.

Als de bestaande situatie niet geschikt is om onze ambities te realiseren, kunnen gerichte maatregelen genomen worden, zoals: 1. Aanpassen van het beheer: Dit is mogelijk wanneer de gebruiksfunctie geen grote invloed heeft op de inrichting. Voorbeelden zijn vaker maaien of snoeien, of het voorkomen van schade aan beschermde planten of dieren. 2. Omvorming: Dit gebeurt wanneer aanpassingen gering zijn of voor één beheerdiscipline relevant. Voorbeelden zijn het omvormen van verharding naar groen of laagwaardig groen naar natuurvriendelijke soorten. 3. Herinrichting: Dit is de laatste en meest ingrijpende optie als omvorming niet toereikend is. Een goed beeld van de opgaven is cruciaal bij herinrichting.

6

Omvormingen en herinrichtingen worden in deze notitie niet meegenomen. Die vergen een programmatische aanpak op basis van doelstellingen, met bijbehorende eenmalige uitvoeringsbudgetten.

2.3 Keuze van werkwijzen Assetmanagement Assetmanagement is het beheren van kapitaalgoederen zoals bruggen, wegen en groen, met als doel een balans tussen waarde, prestaties, risico’s en kosten. Het gaat hierbij om het minimaliseren van risico's zoals bereikbaarheid en veiligheid. De discussie over kwaliteitsniveau B als basisniveau gaat hoofdzakelijk over beeldkwaliteit. De C.R.O.W.-kwaliteitssystematiek zoals beschreven in de Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2023 gaat alleen over beeldkwaliteit, niet over technische eisen, functies, veiligheid of regelgeving als basis voor het onderhoud. In de praktijk gaat het echter om het totaal aan afwegingen. We lichten dat hierna verder toe. In deze notitie richten we ons niet op het rationeel wegbeheer waarvoor het Beheerplan Wegen in 2021 is vastgesteld. Dit beheerplan is gericht op de instandhouding van de wegconstructie en de gebruikseigenschappen van wegen. Bij het hierbij gevoerde kwaliteitsniveau B is er sprake van een technisch ‘ingrijpmoment’, waarbij onderhoud noodzakelijk is om de levensduur te verlengen. Dit wordt bepaald op basis van inspecties. Wel wordt in deze notitie het netheidsbeheer op verhardingen inhoudelijk behandeld. Het gaat dan om veegbeheer, onkruidbestrijding, blad ruimen en zwerfvuilbeheer.

Gedifferentieerd beheer Om de doelstellingen en de financiële kaders te realiseren, passen we op dit moment een gedifferentieerd beheer toe met vier werkwijzen: 1) Beheer op basis van vastgestelde uitvoeringsfrequenties; 2) Beheer op basis van vastgestelde beeldkwaliteit; 3) Beheer op basis van cyclische inspecties; 4) Beheer op basis van meldingen. De praktijk wijst uit dat sommige typen onderhoudswerkzaamheden zich goed lenen voor werken met beeldkwaliteitsniveaus. Maar voor andere werkzaamheden is uitvoering op basis andere uitgangspunten beter. https://meierijstad.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/88120603-1949-4408-ae6068e2f6f2609d

7

2.4 Uitwerking van de doelstellingen De algemene doelstellingen (gezond, veilig, fraai, duurzaam) zijn niet overal en altijd van toepassing. Per beheerdiscipline zijn er aandachtspunten voor ontwerp, inrichting en beheer. Beheerobjecten kunnen ook verschillende functies hebben, zoals: • • •

Groenvak: beeldkwaliteit, natuurwaarden, klimaatadaptatie, verkeersgeleiding. Trottoir: mobiliteit, verkeersveiligheid Stadswater: beeldkwaliteit, berging, infiltratie en afvoer van hemelwater, recreatie, natuurwaarden, klimaatadaptatie.

Verder zijn de gebiedseigenschappen van invloed op het beheer en onderhoud. Gebied Centrumgebied/winkelcentrum

Woonwijk

Bedrijventerrein

Landelijk gebied

Eigenschappen Bovenlokale functie Hoge gebruiksintensiteit Hoogwaardige inrichting Hoge beeldkwaliteit Lokale functie Gemiddelde gebruiksintensiteit Beeldkwaliteit Bovenlokale functie Hoge gebruiksintensiteit Doelmatig Functioneel Landschapskwaliteit Natuurwaarden Recreatieve kwaliteit Functionaliteit

Hoofddoelstellingen Netheid Uitstraling Gebruiksfuncties zoals winkelen en uitgaan Uitstraling Gebruiksfunctie als woongebied en leefgebied Veiligheid Bezoeken Gebruiksfuncties zoals ontsluiting of lunchwandelen Veiligheid Gebruiksfuncties zoals werklandschap, verkeer, recreëren, leefplek Biodiversiteit

3 Inventarisatie Om vast te stellen waarover de bewoners minder tevreden zijn hebben we de ontvangen meldingen en de leefbaarheidsmonitor onderzocht. Daarnaast hebben we onze eigen kwaliteitsmonitoring bekeken. Zie bijlage 1 voor een uitgebreid overzicht.

3.1 Meldingen Openbare Ruimte We ontvangen veel meldingen, betreffende constateringen, klachten of wensen van inwoners. De meldingen en kwaliteitsmetingen zijn onderzocht om aandachtspunten te identificeren. Van januari 2018 tot juni 2023 werden 40.278 meldingen geregistreerd in de volgende categorieën: • Bomen: 8.084 meldingen, waarvan 3.614 over overlast • Overig groen: 11.325 meldingen, waarvan 3.270 over snoei • Wegen, paden, pleinen: 13.818 meldingen, waarvan 3.725 over trottoirs/fietspaden en 3.390 over kleine aanpassingen • Meubilair: 6.546 meldingen, waarvan 2.272 over straatmeubilair • Water: 505 meldingen, waarvan 229 over wateroverlast 8

De meeste meldingen per 1.000 inwoners kwamen uit Erp voor bomen, Veghel voor groen en meubilair, en Erp voor wegen en water.

3.2 De Leefbaarheidsmonitor Via de leefbaarheidsmonitor hebben burgers hun mening gegeven over een groot aantal onderwerpen. We hebben gegevens over de openbare ruimte bekeken uit de monitor van 2019 en van 2022. In het algemeen is er een lichte verbetering in 2022 ten opzichte van 2019, met tevredenheid over straatverlichting en de hoeveelheid groen. De staat van onderhoud van wegen en groen scoort echter lager. Per deelgebied verschillen de meningen. In het buitengebied van Schijndel, Sint-Oedenrode en Zijtaart daalde de waardering voor onderhoud. In Erp en Olland zijn de meningen positiever, hoewel wegbeheer in Olland nog laag scoort. In Boskant is de waardering wisselend, met positief groenonderhoud maar negatieve scores voor wegen. De harmonisatie van berm- en bermslotbeheer heeft geen effect gehad op de waarderingen. In de winkelcentra is het onderhoudsniveau hoger dan in woonwijken, maar dit wordt niet weerspiegeld in de meningen. Het verschil in meningen tussen gebieden wijst op subjectiviteit. Dit bemoeilijkt rationele keuzes van beheerders, aangezien de tevredenheid van burgers varieert. Sommige gemeenten proberen in te spelen op deze subjectieve meningen door “burgertevredenheidscontracten” in te voeren, wat echter veel extra inspanning vereist.

3.3 Monitoring van de onderhoudskwaliteit Sinds eind 2022 wordt de kwaliteit van het netheidsbeheer in de bebouwde omgeving maandelijks steekproefsgewijs gecontroleerd op basis van de beeldkwaliteitssystematiek van de C.R.O.W. In eerste instantie wordt die controle uitgevoerd door onze aannemer. De aannemer wordt in 2e instantie steekproefsgewijs gecontroleerd door een onafhankelijk gespecialiseerd bureau. De monitoringsresultaten laten zien dan de gerealiseerde onderhoudskwaliteit goed is; in 2023 scoorde 94% van de steekproeven een B of hoger, en in 2024 was dit 95%. Incidenteel is er een locatie waar extra aandacht nodig is, in veel gevallen is de kwaliteit hoger dan gevraagd. In de grafieken hieronder zijn de resultaten van de metingen in geheel 2023 (links) en 2024 t/m juli (rechts) opgenomen. Totaal gaat het om 43.457 steekproeven:

9

In 2023 werd op 23.579 locaties gemeten en scoorde 6% van de steekproeven een C of lager, 94% scoorde een B of hoger. In 2024 t/m juli werd op 19.878 locaties gemeten en scoorde 5% van de steekproeven een C of lager, 95% scoorde een B of hoger.

3.4 Conclusies inventarisatie Meldingen Meldingen over bomen en trottoirs en fietspaden zijn de meest voorkomende categorieën. Overlast door bomen is vaak gerelateerd aan de boomkeuze in het verleden. Bestaande bomen kunnen te groot worden in relatie tot de omgeving, wat leidt tot overlast. Ook zien we dat bepaalde soorten meer last hebben van luizenoverlast of de val van vruchten. Een goede boomkeuze is de belangrijkste remedie. Meldingen over trottoirs en fietspaden gaan vaak over schade aan de verharding of gevaarlijke verkeerssituaties. Dit vergt meer aandacht voor klein verhardingsonderhoud, de losse stoeptegel. Gevaarlijke situaties zijn zeer divers van aard en soms gerelateerd aan seizoenen zoals de bladval, gladheid in de winter of de periode net voor het knippen van de hagen. 70-80% van de meldingen zijn verzoeken voor kleine aanpassingen en gaan niet over het dagelijks onderhoud. Leefbaarheidsmonitor Uit de gegevens van de leefbaarheidsmonitor concluderen we dat de mening van de burgers subjectief is. In vergelijkbare gebieden met een vergelijkbaar onderhoud blijkt dat mensen verschillend oordelen over de thema’s. Opvallend is bijvoorbeeld dat de gebieden met een hogere beeldkwaliteit in de centra van Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel niet hoger scoren dan gebieden met een lagere onderhoudskwaliteit.

De verwachtingen van mensen en de vroegere werkwijzen zullen ongetwijfeld ook van invloed zijn.

10

Monitoring beeldkwaliteit De beeldkwaliteit van het netheidsonderhoud in de bebouwde omgeving is goed. In de praktijk behalen IBN en WSD al geruime tijd een hogere kwaliteit van netheid dan door ons gevraagd. Meer dan 94% van alle metingen scoren een C.R.O.W.-beeldkwaliteit B of hoger. Dit voldoet aan de wens van de raad. Als je hierbij ook het regenachtige weer in de periode juli 2023 – juli 2024 in ogenschouw neemt dan is dit een erg goede prestatie.

11

4 De voorstellen 4.1 Verhoging van de beeldkwaliteit Natuurlijk afval op verhardingen pleksgewijs opruimen Bij straatreiniging hebben we te maken met twee soorten afval: veegvuil en natuurlijk afval zoals bloesem, vruchten, takjes en zaden. Natuurlijk afval wordt nu deels meegenomen in de veegroute. In de wijken worden rijbanen, goten en parkeerplaatsen regelmatig geveegd maar trottoirs en andere hoeken niet omdat die lastig bereikbaar zijn met een veegmachine. Ook het opruimen van bladresten in de herfstperiode is geregeld, maar buiten de bladvalperiode echter niet. Veel meldingen over bomen gaan over dit natuurlijk afval. Burgers ervaren dat als een vorm van overlast. Dit is nadelig voor het draagvlak voor bomen in de openbare ruimte en ook nadelig voor de beeldkwaliteit. De kosten voor het pleksgewijs opruimen in aanvulling op de huidige werkwijzen worden geraamd op € 50.000 per jaar, prijspeil 2024. Dit voorstel zal naar verwachting minder meldingen en klachten tot gevolg hebben.

Korte grazige vegetatie binnen de kom in woonwijken en bedrijventerreinen naar kwaliteitsniveau B De huidige onderhoudseisen voor gazons en andere korte grazige vegetaties zijn buiten de 3 grote centrumgebieden momenteel lager dan beeldkwaliteitsniveau B (of vergelijkbaar). Zie onderstaand staatje: Onderhoudsaspect Zwerfafval beheersing Beheersen grashoogte Beheersen overgroei grasranden Slepen molshopen Blad en natuurlijk afval verwijderen

Huidige Kwaliteitseis CROW-beeldkwaliteit C CROW-beeldkwaliteit C CROW-beeldkwaliteit C 1 keer voor aanvang maaien 2 keer in de herfst

Opmerkingen

Niet op beeld wegens de benodigde arbeidsinzet en kosten

In de praktijk wordt een hogere beeldkwaliteit behaald dan geëist. Zie hieronder de meetresultaten van 8.414 steekproeven in 2023 (links) en 2024 t/m juli (rechts):

12

Van de grasvelden scoort grofweg 60-65% een niveau A of hoger, 75-85% scoort een niveau B of hoger. Dat is gemiddeld een hoger kwaliteitsniveau dan door ons gevraagd. Het is mogelijk de gevraagde kwaliteit in woonwijken en op bedrijventerreinen in onze contracten te verhogen naar beeldkwaliteitsniveau B of vergelijkbaar. Zie de verschillen in het onderstaande staatje. Op basis van de eenheidsprijzen in het huidige onderhoudscontract worden de totale meerkosten structureel geraamd op € 133.000 per jaar, prijspeil 2024: Onderhoudsaspect Zwerfafval beheersing Beheersen grashoogte Beheersen overgroei grasranden Slepen molshopen Blad en natuurlijk afval verwijderen

Alternatieve Kwaliteitseis CROW-beeldkwaliteit B CROW-beeldkwaliteit B 1 keer per jaar 1 keer voor aanvang maaien 3 keer in de herfst

Opmerkingen

Niet op beeld wegens de benodigde arbeidsinzet en kosten

Overgroei van graskanten is vooral een belangrijk thema bij harde graskanten langs verhardingen. Veel overgroei van graskanten heeft een groot negatief effect op het straatbeeld. Ook is het hinderlijk voor de gebruikers van het trottoir. Op dit aspect willen we de werkwijze daarom aanpassen van kwaliteitsniveau C naar 1x per jaar graskanten snijden. Deze aanpassing heeft circa € 72.000 meerkosten als gevolg. Het effect is wel relatief groot voor de beeldkwaliteit. Uitvoering van dit voorstel zorgt naar verwachting ook minder meldingen over de onderhoudskwaliteit.

13

Het enige voordeel van de overige opties is dat het minimum kwaliteitsniveau is geborgd in contracten. Nu kunnen we geen invloed uitoefenen op een lager niveau, zo lang dat gelijk of beter is dan onze eisen.

Sierbeplantingen binnen de bebouwde kom naar kwaliteitsniveau B Traditioneel is beeldkwaliteit belangrijk in de openbare ruimte van het bebouwde gebied. In het verleden heeft de raad aangegeven te willen streven naar beeldkwaliteitsniveau B van de CROW als basisniveau. Onze kwaliteitseisen voor het onderhoud van sierbeplantingen binnen de kom zijn momenteel lager dan beeldkwaliteitsniveau B (of vergelijkbaar). Zie het onderstaande staatje. Onderhoudsaspect Zwerfafval beheersing Beheersen onkruid Beheersen overgroei randen Blad en natuurlijk afval verwijderen

Kwaliteitseis CROW-beeldkwaliteit C CROW-beeldkwaliteit C CROW-beeldkwaliteit C 2 keer in de herfst

Wintersnoei (verjonging)

1 keer per 3 jaar

14

Opmerkingen

Niet op beeld wegens de benodigde arbeidsinzet en kosten Januari - maart

In de praktijk is de behaalde beeldkwaliteit echter hoger. Zie hieronder de meetresultaten van 11.352 steekproeven in 2023 (links) en 2024 t/m juli (rechts).

Van de sierheesters scoort grofweg 85% een niveau A of hoger, 90-95% scoort een niveau B of hoger. Dat is gemiddeld een fors hoger kwaliteitsniveau dan door ons gevraagd. Het is mogelijk de kwaliteit in woonwijken en op bedrijventerreinen in onze contracten deels te verhogen naar beeldkwaliteitsniveau B of vergelijkbaar. We willen hierbij ook gerichter snoeien voor meer biodiversiteit. Zie de verschillen in het onderstaande staatje. Onderhoudsaspect Zwerfafval beheersing Beheersen onkruid Beheersen overgroei randen Blad en natuurlijk afval verwijderen

Kwaliteitseis CROW-beeldkwaliteit B CROW-beeldkwaliteit B 1 keer per jaar 3 keer in de herfst

Groei-bloei bevorderende snoei

1 keer per 3 jaar

Opmerkingen

2e helft groeiseizoen Niet op beeld wegens de benodigde arbeidsinzet en kosten Januari - maart

Op basis van de eenheidsprijzen in het huidige onderhoudscontract worden de meerkosten structureel geraamd op € 58.000 per jaar, prijspeil 2024. Het enige voordeel van de overige keuzes is dat het minimum kwaliteitsniveau is geborgd in onze contracten. Nu kunnen we geen invloed uitoefenen op een lager niveau, zo lang dat gelijk of beter is dan onze eisen.

4.2 Verbetering van de duurzaamheid In onze duurzaamheidsvisie uit 2018 werden de zorgen over biodiversiteit en de klimaatsverandering op de kaart gezet. De biodiversiteit is nadien verder uitgewerkt in het IBOR en in het biodiversiteitsbeleid 2022-2030. We streven ernaar om de biodiversiteit minimaal te behouden en waar mogelijk verbeteren, wat betekent dat we de huidige trends moeten ombuigen, zowel in bebouwde als in landelijke gebieden. In dit kader doen we hiervoor enkele voorstellen, gericht op het dagelijks beheer en onderhoud. Klimaatadaptatie is nog niet uitgewerkt in beleid maar wordt wel meegenomen in dit kader, voor zover het dagelijks beheer betreft. 15

Boomspiegels laten begroeien Op dit moment worden binnen de kom alle boomspiegels in verharding onkruidvrij gehouden. Door dit te stoppen, creëren we kleine groene plekken in een versteende omgeving. Bewoners kunnen dit nog versterken door het zaaien van een kruidenmengsel of het planten van bloembollen. Hieronder enkele voorbeelden van een begroeide boomspiegel:

We gaan dat introduceren bij 5.306 bomen in de verharding in alle woonwijken en kerkdorpen. In de winkelcentra met een hoog onderhoudsniveau handhaven we de huidige werkwijze. We verwachten hierdoor een jaarlijkse besparing van € 40.000 voor de onkruidbeheersing.

Bladresten in de openbare ruimte Afhankelijk van het gebied wordt momenteel gevallen blad in de herfst 2 of 3 keer per jaar verzameld en afgevoerd voor de beeldkwaliteit, verkeersveiligheid en om verstikking van gazons te voorkomen. Echter, het verwijderen van bladafval schaadt de bodem en biodiversiteit, omdat gevallen blad in de natuur een belangrijke rol speelt in de vorming van humus en de voeding van planten. Door het blad af te voeren, verschralen we de bodem en verarmen we het bodemleven. Dit verlaagt het vermogen om vocht vast te houden en maakt planten kwetsbaarder voor droogte en ziekten. Het laten liggen van blad verbetert de bodemstructuur, verhoogt de vochtcapaciteit en bevordert de infiltratie en opname van neerslag. We kunnen niet overal blad laten liggen. In een semi-natuurlijke bosplantsoen beplanting kan dat heel makkelijk, in een vak met bodembedekkers, vaste planten of kort gras kan dat niet. Er zijn verschillende werkwijzen om minder bladresten af te voeren: 16

Bladresten laten liggen In 25% van het areaal opgaande sierheesters kan blad blijven liggen, wat de jaarlijkse kosten voor bladverwijdering met €10.000 vermindert. Vanwege de beeldkwaliteit kan overwogen worden om het blad in de randen wel op te ruimen. Door het laten liggen van het gevallen blad wordt het natuurlijke verteringsproces regelmatig gevoed met vers materiaal. Dat is goed voor het bodemleven en het verhoogt het percentage organische stof in de bodem waardoor meer voedingsstoffen en vocht wordt vastgehouden. Versnipperen van bladresten Op gazons kan blad worden versnipperd, wat het bodemleven ondersteunt en gazons beter bestand maakt tegen droogte en ziekten. Deze methode kan op 25% van de gazons worden toegepast.

Deze werkwijze verhoogt het percentage organische stof in de bodem en gazons worden beter bestand tegen droogte en ziekten. Ook voorkomt het de onnodige afvoer en verwerking van bladresten. Deze werkwijze is niet geschikt voor plekken met een dikke laag blad. De kosten zijn marginaal lager dan de huidige werkwijze. Toepassen van mulchmateriaal Naast het laten liggen van bladresten is het ook mogelijk om een laag mulch aan te brengen in een beplantingsvak of onder boomkronen. Dit wordt vooral gedaan bij nieuwe aanleg maar het is ook mogelijk in bestaande beplantingen. Hieronder worden twee methodes beschreven die kunnen worden toegepast: Bokashi Bokashi is de Japanse naam voor gefermenteerde organische stof. Het wordt gemaakt van organisch materiaal, meestal grasresten of bladresten, die door bacteriën deels worden verteerd onder zuurstofloze omstandigheden. Het proces lijkt op het inkuilen van ruwvoer door boeren.

17

Vergeleken met compost is bokashi minder vergaand verteerd waardoor het meer koolstof en voeding bevat voor het bodemleven. De gemeente produceert jaarlijks meer dan 10.000 ton geschikt organisch materiaal voor het maken van bokashi of compost. Daarnaast hebben we een groot areaal plantsoenen waar het materiaal toegepast kan worden. Het hergebruiken van bokashi past daarom ook goed in ons streven naar meer circulariteit. Op dit moment valt bokashi niet onder de mestwetgeving. De hierboven beschreven toepassing gebeurt op basis van een ontheffing voor een provinciale pilot. Wij doen mee aan deze pilot omdat wij het nut en de noodzaak inzien van meer circulariteit en de verbetering van de bodemkwaliteit.

Hieronder een voorbeeld van de toepassing van bladbokashi in een beplantingsvak:

De totale kosten voor het maken van bokashi zijn vergelijkbaar met de traditionele kosten van de verwerking van groenrestproducten in een composteerinrichting, mits het grootschalig gebeurt. Het verwerken van de bokashi mulch in bestaande beplantingsvakken kost ongeveer € 45,- per are, prijspeil 2024. Het geschikte areaal is echter op dit moment nog onbekend. Vanwege het tijdelijke karakter van de pilot is dat nog niet verder uitgewerkt. Binnen de pilot rekenen we met € 10.000 kosten per jaar. Miscanthus

18

Miscanthus (olifantsgras) werd oorspronkelijk als siergras gebruikt, maar wordt nu steeds vaker geteeld voor toepassingen zoals mulchmateriaal en als natuurlijk isolatiemateriaal. Het versnipperde miscanthus verteert langzaam en wordt toegepast in een laag van minimaal 7 cm dik.

19

Het toepassen van miscanthus mulch in vakbeplanting kost circa € 160 per are, inclusief aankoop en aanbrengen. Bij nieuwe aanleg of herinrichtingsprojecten is dat onderdeel van de inrichtingskosten. Bij toepassing in bestaande beplantingen zijn het meerkosten. Niet alle beplantingsvakken zijn geschikt voor mulchen. Dit heeft te maken met de breedte en de hoogteligging ten opzichte van de omgeving. Toepassen van mulch in bestaande vakken is een groeiscenario waarvan de uiteindelijke resultaten en kosten nu niet inzichtelijk zijn. Door de mulch is de groei van onkruid minder en zijn de kosten voor de onkruidbeheersing iets lager vergeleken met een locatie zonder mulch. De levensduur van de mulchlaag is > 10 jaar. Andere mulchproducten voor toepassing in beplantingsvakken zijn verse bladresten, houtsnippers, houtschors, geperste vlaskorrels of cacaodoppen. De keuze is afhankelijk van kosten en praktische toepasbaarheid. Hieronder een vergelijkingstabel met voor- en nadelen:

20

4.3 Onderhoud van bermsloten en bermen De biodiversiteit in het landelijk gebied neemt af. Zie de onderstaande grafiek van de landelijke trend voor de fauna:

Hoofdoorzaken voor de daling zijn de intensivering van het ruimtegebruik, stikstofdepositie en de klimaatsverandering. In het gemeentelijk biodiversiteitsbeleid is het streven opgenomen om de biodiversiteit niet verder te laten dalen en liefst te laten stijgen. De gemeente kan in de openbare ruimte een actieve rol spelen. Wegen met hun bermen en bermsloten vormen linten in het landschap met een verbindende functie voor de mens, het water, planten en dieren. Deze linten zijn onmisbaar voor behoud van biodiversiteit en het verbinden van lokale leefplekken. Onverharde wegen zijn extra belangrijk. Een onderzoek in opdracht van de provincie heeft uitgewezen dat op en langs onverharde wegen 47% meer soorten voorkomen dan langs verharde wegen. Hieronder doen we twee voorstellen ter verbetering van de biodiversiteit.

21

Beheer bermsloten Op dit moment werken wij volgens de z.g. “Veghelse methode”. Dit betekent in de praktijk dat de gemeente langs verharde wegen de bermsloten met een gedeelde onderhoudsplicht jaarlijks geheel maait en op haar kosten het maaisel afvoert en laat verwerken. Er wordt hierbij dus niet gekeken naar de functies van een bermsloot. In alle andere situaties maait de gemeente jaarlijks de sloten met schouwplicht, indien (deels) onderhoudsplichtig. De mede-onderhoudsplichtige hoeft zijn/haar aandeel niet te doen. Deze werkwijze wijkt af van het uitgangspunt in de Keur van het waterschap dat beide aanliggende grondeigenaren ieder voor een evenredig deel verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van een sloot. Dit is een oud basisprincipe dat al heel lang overal wordt gehanteerd. Nadelen van de huidige werkwijze ('Veghelse methode'): • Grote kosten voor de gemeenschap voor individuele verantwoordelijkheden van eigenaren • Rechtsongelijkheid omdat de gemeente taken overneemt langs verharde wegen en elders niet • Hoge hoeveelheid en kosten maaisel vanwege geen onderscheid o.b.v.

functies van sloten • Vanwege het vegen van de sloot door de gemeente moet de aanliggende berm ook worden gemaaid • Minder eigen verantwoordelijkheid van grondeigenaren voor hun rol in de gebiedsontwatering • Meer meldingen voor de gemeente in perioden met veel neerslag door de extra verantwoordelijkheid • Minder biodiversiteit • Minder waterzuivering door planten • In sommige gevallen te hoge afvoer van neerslag in een gebied Voordelen van de huidige werkwijze: • Minder taken en lasten voor een aantal grondeigenaren in het landelijk gebied • Uniforme en relatief eenvoudige werkwijze • Minder en makkelijkere handhaving door het waterschap We stellen voor om te gaan werken conform de uitgangspunten in de Keur van het waterschap. Dit betekent in de praktijk dat de gemeente in gevallen met een gedeelde onderhoudsplicht alleen zorgdraagt voor haar eigen aandeel in de onderhoudsplicht. In de praktijk gaan we bermsloten dan 1 keer per 2 jaar maaien. De mede-onderhoudsplichtige is hiervoor verantwoordelijk in het tussenjaar. De mede-onderhoudsplichtige heeft voor sloten zonder schouwplicht de keuze om de sloot niet te maaien. Dat zal gebeuren indien een sloot weinig ontwateringswaarde heeft voor de grondeigenaar. Belangrijke sloten worden gemaaid vanwege de mogelijke gevolgen.

Voordelen voor de gemeenschap • Lagere jaarlijkse onderhoudskosten, we verwachten € 290.000 minder uitgaven per jaar door de gemeente • Vergroting van de biodiversiteit door meer diversiteit in het wel/niet maaien van bermsloten • Minder nutteloze afvoer van neerslag • Minder productie van restproducten die verwerkt moeten worden Nadelen voor de gemeenschap • Meer handhaving door het waterschap 22

• •

Informatie over de veranderingen. Dit vergt meer communicatie en aanpassing. Tijdelijk meer klachten en meldingen na de invoering van de werkwijze

Geschikte bermen ecologisch beheren Veel bermen van verharde wegen buiten de bebouwde kom worden jaarlijks 1 of 2 keer gemaaid, waarbij het maaisel wordt versnipperd en blijft liggen. Deze vorm van beheer is goedkoop maar het is ook de minst vriendelijke methode voor flora en fauna omdat de berm wordt verrijkt door de jarenlange ophoping van maaisel. Dat laatste veroorzaakt verruiging en verlaagt de soortenrijkdom. Door de wijze van beheer aan te passen en het maaisel na het maaien af te voeren, wordt de berm verschraald, wat de biodiversiteit verhoogt en de groei van inheemse planten ondersteunt. Dit bevordert de aanwezigheid van diverse insectensoorten, zoals bijen en vlinders. Een diverser plantenbestand biedt voedsel en schuilplaatsen voor verschillende diersoorten. Dit komt de ecologische balans ten goede. Verschraalde bermen met een rijke variëteit aan bloemen en planten dragen bij aan een aantrekkelijker landschap voor inwoners en recreanten. Een gebied met een rijke biodiversiteit kan plagen en verstoringen beter opvangen. Door minder voedingsstoffen in de bodem te hebben, wordt de groei van invasieve soorten beperkt, wat op de lange termijn kosten bespaart voor het bestrijden van deze soorten. We hebben onderzocht welke bermen het meest geschikt zijn voor ecologisch bermbeheer. Deze bermen zijn breed genoeg en kunnen dienen als een verbinding richting natuurgebieden.

In deze bermen is het effect en de meerwaarde het grootst. Het is niet mogelijk alle bermen ecologisch te gaan beheren, vanwege de bijkomende kosten en het gebruik en breedte van de berm. De kosten voor deze wijziging van beheer worden geraamd op € 43.000 per jaar, prijspeil 2024.

Verzoek ZLTO ZLTO heeft ons middels een brief gevraagd om het onderhoud van bermsloten langs onverharde wegen te intensiveren. Men vindt dat de “Veghelse werkwijze” zorgt voor rechtsongelijkheid, omdat eigenaren van percelen langs verharde wegen meer ontzorgd worden dan eigenaren van percelen langs onverharde wegen. Het betreft een fors areaal. We beheren 36.164 meter bermsloten zonder schouwplicht langs onverharde wegen. De aan deze sloten grenzende bermen hebben een oppervlakte van circa 108.492 m2. De structurele meerkosten voor het jaarlijks maaien van deze sloten en de aanliggende bermen worden geraamd op € 34.000. De eenmalige kosten, bestaande uit het rooien van bestaand houtig opschot in de te maaien bermen en sloten, worden geraamd op € 60.000. Als we kiezen voor het hierboven beschreven voorstel voor de nieuwe verdeling van de onderhoudsplicht dan is er geen sprake meer van rechtsongelijkheid. Grondeigenaren in het landelijk gebied worden dan overal gelijk behandeld. Wij adviseren om het voorstel van de ZLTO niet te honoreren omdat dit een verlaging van de biodiversiteit tot gevolg heeft en een verhoging van de kosten voor de gemeenschap.

4.4 Verbeteren communicatie over beheer en onderhoud Uit de inventarisatie blijkt dat inwoners regelmatig een beeld hebben van de openbare ruimte dat niet overeenkomt met onze eigen kwaliteitsmonitoring. Dit beeld kan bovendien per deelgebied

23

verschillen en is vaak subjectief. Een mogelijke oorzaak is het gebrek aan inhoudelijke kennis, zoals inzicht in werkwijzen en onderhoudstijdstippen. Inwoners weten soms niet wanneer werkzaamheden uitgevoerd worden en waarom we het op die manier doen; ze vragen zich soms af of ze een melding moeten indienen of beter kunnen wachten. Ook willen ze vaak weten wanneer onderhoud in hun omgeving plaatsvindt, maar gezien de omvang van Meierijstad kan het soms wel een maand duren voordat een onderhoudsronde is afgerond. Om deze kennis te vergroten, willen we pro-actiever en gestructureerder communiceren over het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. We willen hiermee de verwachtingen bij inwoners en andere stakeholders managen en het draagvlak voor onze aanpak van beheer en onderhoud vergroten. Het ontwikkelen van een communicatiestrategie, het maken van hulpmiddelen en het schrijven van teksten kost tijd en de inzet van externe specialisten. We ramen de structurele kosten hiervoor op € 37.000. In bijlage 2 zijn de financiële aspecten van alle voorstellen in beeld gebracht.

24

Bijlage 1 Uitgebreide inventarisatiegegevens Om vast te stellen waarover de bewoners minder tevreden zijn hebben we de ontvangen meldingen en de leefbaarheidsmonitor onderzocht. Daarnaast hebben we onze eigen kwaliteitsmonitoring bekeken. In deze bijlage wordt dat behandeld.

B1.1 Meldingen Openbare Ruimte De meldingen van inwoners en kwaliteitsmetingen zijn onderzocht om aandachtspunten te identificeren. Van januari 2018 tot juni 2023 werden 40.278 meldingen geregistreerd in de volgende categorieën: • Bomen: 8.084 meldingen, waarvan 3.614 over overlast • Overig groen: 11.325 meldingen, waarvan 3.270 over snoei • Wegen, paden, pleinen: 13.818 meldingen, waarvan 3.725 over trottoirs/fietspaden en 3.390 over kleine aanpassingen • Meubilair: 6.546 meldingen, waarvan 2.272 over straatmeubilair • Water: 505 meldingen, waarvan 229 over wateroverlast De meeste meldingen per 1.000 inwoners kwamen uit Erp voor bomen, Veghel voor groen en meubilair, en Erp voor wegen en water. In de periode januari 2018 t/m juni 2023 hebben we 40.278 meldingen geregistreerd die betrekking hebben op de onderstaande categorieën en deelgebieden: Categorie Bomen: Overig groen: Wegen, paden, pleinen: Meubilair: Water:

Erp 774 835 1315 636 274

Schijndel 2533 3221 3230 1590 112

Sint-Oedenrode 1764 2392 3289 1328 118

Veghel 3013 4876 5984 2992 231

Totalen:

3834

10686

8891

17096

In de categorie wegen, straten en pleinen hebben we per 1.000 inwoners de meeste meldingen ontvangen. Van de categorie water het kleinste aantal:

Meldingen per 1000 inwoners januari 2018 t/m juni 2023 200 150 100 50 0

Bomen

Groen Erp

Schijndel

Wegen

Meubilair

Sint-Oedenrode

Veghel

1

Water

Meldingen over bomen In deze periode hebben we 8.084 meldingen ontvangen over bomen. Hiervan gaan 3.614 meldingen over overlast. Dit is verreweg de belangrijkste subcategorie.

Meldingen over bomen van januari 2018 t/m juni 2023 Nader onderzoek Zit er niet bij Opruimen snoeiafval Overlast boomwortels (opdruk verharding) Blad/bladkorven Schade aan bomen Omgevallen boom/acuut gevaarlijke tak Overlastgevende bomen of takken 0 Erp

Schijndel

500

1000

1500

Sint-Oedenrode

2000

2500

3000

Veghel

In het deelgebied Erp hebben we per 1.000 inwoners de meeste meldingen over bomen ontvangen. De verschillen per deelgebied zijn opvallend groot:

Meldingen over bomen per 1000 inwoners 115 110 105 100 95 90 85

Erp

Schijndel

Sint-Oedenrode

2

Veghel

3500

Meldingen overig groen We hebben 11.325 meldingen ontvangen over het overige groen. Hiervan gaan 3.270 meldingen over beplantingen. Dit is verreweg de belangrijkste subcategorie. De meldingen gaan meestal over snoei.

Meldingen over groen van januari 2018 t/m juni 2023 Blad/bladkorven Zit er niet bij Onderhoud begraafplaats Nader onderzoek Overlast ongedierte, wespen en ratten Slootmaaisel opruimen Zwerfafval Watergangen maaien of schoonmaken Gazon/gras Verzoek tot kleine aanpassing Groenafval Bermen Onkruid Beplanting 0 Erp

Schijndel

500

1000

1500

Sint-Oedenrode

2000

2500

3000

Veghel

In het deelgebied Veghel hebben we per 1.000 inwoners de meeste meldingen over groen ontvangen. De verschillen zijn echter niet groot:

3

Meldingen over groen per 1000 inwoners 160 140 120 100 80 60 40 20 0

Erp

Schijndel

Sint-Oedenrode

Veghel

Meldingen over wegen, straten en pleinen We hebben 13.818 meldingen ontvangen over wegen, straten en pleinen. Hiervan gaan 3.725 meldingen over trottoirs of fietspaden. Het gaat vaak over schade aan de verharding of losse stoeptegels. 3.390 meldingen betreft verzoeken voor kleine aanpassingen. Dit zijn verreweg de belangrijkste subcategorieën.

Meldingen over wegen van januari 2018 t/m juni 2023 Zit er niet bij Nader onderzoek Graafwerkzaamheden nutsbedrijven Belijning/markering Olie/glas/kadaver op weg of in berm Gladheidsbestrijding Semiverharde- of zandwegen Overlast boomwortels (opdruk verharding) Klinkerwegen Asfalt wegen Calamiteit/gat in de weg Verzoek tot kleine aanpassing Trottoirs/fietspaden 0 Erp

Schijndel

500

1000

1500

Sint-Oedenrode

2000

2500

3000

3500

Veghel

In het deelgebied Erp hebben we per 1.000 inwoners de meeste meldingen over wegen ontvangen. In deelgebied Schijndel het kleinste aantal:

4

4000

Meldingen over wegen per 1000 inwoners 200 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0

Erp

Schijndel

Sint-Oedenrode

Veghel

Meldingen over meubilair We hebben 6.546 meldingen ontvangen over meubilair. Hiervan gaan 2.272 meldingen over overig straatmeubilair. Deze subcategorie betreft veel verschillende onderwerpen. Dit is verreweg de belangrijkste subcategorie.

Meldingen over meubilair van januari 2018 t/m juni 2023 Calamiteit Kunstobjecten Graffiti Banken/tafels (Verkeers-)borden kapot/verdwenen Straatmeubilair overig

Erp

0

500

1000

Schijndel

Sint-Oedenrode

1500

2000

Veghel

In het deelgebieden Veghel en Erp hebben we per 1.000 inwoners de meeste meldingen over meubilair ontvangen. In deelgebied Schijndel het kleinste aantal:

5

Meldingen over meubilair per 1000 inwoners 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

Erp

Schijndel

Sint-Oedenrode

Veghel

Meldingen over water We hebben 505 meldingen ontvangen over water. Hiervan gaan 229 meldingen over overlast door (grond)water. Dit is verreweg de belangrijkste subcategorie.

Meldingen over water van januari 2018 t/m juni 2023 Blauwalg in water Zit er niet bij Nader onderzoek Illegale/vervuilende lozing Dode vis/watervogel Duiker verstopt of kapot Overlast (grond)water 0 Erp

50

100

Schijndel

Sint-Oedenrode

150

200

250

Veghel

In het deelgebieden Veghel hebben we per 1.000 inwoners de meeste meldingen over water ontvangen. Het betreft relatief veel meldingen over wateroverlast. In deelgebied Schijndel het kleinste aantal meldingen ontvangen:

6

Meldingen over water per 1000 inwoners 8 7 6 5 4 3 2 1 0

Erp

Schijndel

Sint-Oedenrode

Veghel

B1.2 De Leefbaarheidsmonitor Via de leefbaarheidsmonitor hebben burgers hun mening gegeven over een groot aantal onderwerpen. We hebben gegevens over de openbare ruimte bekeken uit de monitor van 2019 en van 2022. In het algemeen is er een lichte verbetering in 2022 ten opzichte van 2019, met tevredenheid over straatverlichting en de hoeveelheid groen. De staat van onderhoud van wegen en groen scoort echter lager. Per deelgebied verschillen de meningen. In het buitengebied van Schijndel, Sint-Oedenrode en Zijtaart daalde de waardering voor onderhoud. In Erp en Olland zijn de meningen positiever, hoewel wegbeheer in Olland nog laag scoort. In Boskant is de waardering wisselend, met positief groenonderhoud maar negatieve scores voor wegen. De harmonisatie van berm- en bermslotbeheer heeft geen effect op de waarderingen. In de winkelcentra is het onderhoudsniveau hoger dan in woonwijken, maar dit wordt niet weerspiegeld in de meningen. Het verschil in meningen tussen gebieden wijst op subjectiviteit. Dit bemoeilijkt rationele keuzes van beheerders, aangezien de tevredenheid van burgers varieert. Sommige gemeenten proberen in te spelen op deze subjectieve meningen door “burgertevredenheidscontracten” in te voeren, wat echter veel extra inspanning vereist. Het algemene beeld van Meierijstad is als volgt

7

In algemene zin is in 2022 er sprake van een lichte verbetering of een gelijke mening als in 2019. Burgers zijn vooral tevreden over de straatverlichting en over de hoeveelheid groen in de leefomgeving. De staat van onderhoud van wegen en groen scoren minder goed, een kleine meerderheid van de geënquêteerden is het eens met de stelling. Per deelgebied zijn de meningen wel verschillend. Hieronder de meest opvallende cijfers in relatie tot het beheer en onderhoud. In het buitengebied van Schijndel en Sint-Oedenrode de is de waardering voor het onderhoud van wegen en groen gedaald. De waardering was in 2019 al laag: Het buitengebied van Schijndel:

Buitengebied Sint-Oedenrode:

8

Ook in Zijtaart, deels binnen de kom en deels buitengebied, is de waardering voor het onderhoud van wegen en groen gedaald.

Deze meningen staan haaks op de trends in het buitengebied van Erp

In het deelgebied Olland, deels binnen de kom en deels buitengebied, is er ook sprake van een positieve trend maar is de waardering van het wegbeheer nog steeds laag:

In Boskant, deels binnen de kom en deels buitengebied, is er sprake van een wisselend beeld. Positief voor het groenonderhoud, negatief voor het onderhoud van wegen.

In het buitengebied is het onderhoud van bermen en bermsloten geharmoniseerd. Overal wordt hetzelfde beheer toegepast in een vergelijkbare situatie. In het buitengebied van Sint-Oedenrode en Schijndel is het onderhoudsniveau hoger geworden dan voorheen en In de deelgebieden Veghel en Erp is het gelijk aan het niveau van de voormalige gemeente. De gevolgen van de harmonisatie zien we niet terug in de waarderingen van de geënquêteerden. In de winkelcentra van Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel is er sprake van een hoger onderhoudsniveau (A) dan de woonwijken (B/C). Dit zien we echter niet terug in de meningen van de geënquêteerden:

9

Het centrumgebied van Schijndel

Centrumgebied Sint-Oedenrode

Het centrumgebied van Veghel

Het is opvallend dat de mening van mensen in deelgebieden verschilt terwijl er sprake is van hetzelfde onderhoudsregime. Er is dus sprake van een bepaalde mate van subjectiviteit, de ene groep burgers ervaart het anders dan de andere groep burgers. De mening van burgers heeft vaak ook geen relatie met de werkelijke beheerkwaliteit, dat zie je in de winkelcentra met een hoog onderhoudsniveau die niet hoger scoren dan woonwijken of delen van het buitengebied. Ook zien we dat niet terug in onze kwaliteitsmonitoring. Dit is voor beheerders een lastig fenomeen omdat ze vooral rationeel bezig zijn en zo hun keuzes maken. Er zijn gemeenten die hebben geëxperimenteerd met z.g. “burgertevredenheidscontracten”. Hierbij moet de gemeente de gangbare werkwijzen en beoordelingsmethodes loslaten en meer

10

inspelen op de subjectieve mening van burgers die per gebied anders kan zijn. Een gevolg is dat het onderhoud per gebied intensiever of extensiever kan zijn vanwege de wensen van de inwoners: wanneer is men tevreden? In de praktijk is dit een lastige manier van werken die veel extra inspanningen met zich meebrengt.

B1.3 Monitoring van de onderhoudskwaliteit Sinds eind 2022 wordt de kwaliteit van het netheidsbeheer in de bebouwde omgeving regelmatig steekproefsgewijs gecontroleerd op basis van de beeldkwaliteitssystematiek van de C.R.O.W. In eerste instantie wordt die controle uitgevoerd door onze aannemer. De aannemer wordt in 2e instantie steekproefsgewijs gecontroleerd door een onafhankelijk gespecialiseerd bureau. De monitoringsresultaten laten zien dan de gerealiseerde onderhoudskwaliteit goed is; in 2023 scoorde 94% van de steekproeven een B of hoger, en in 2024 was dit 95%. Incidenteel is er een locatie waar extra aandacht nodig is, in veel gevallen is de kwaliteit hoger dan gevraagd. In de grafieken hieronder zijn de resultaten van de metingen in geheel 2023 (links) en 2024 t/m juli (rechts) opgenomen. Totaal gaat het om 43.457 steekproeven:

11

In 2023 werd op 23.579 locaties gemeten en scoorde 6% van de steekproeven een C of lager, 94% scoorde een B of hoger. In 2024 t/m juli werd op 19.878 locaties gemeten en scoorde 5% van de steekproeven een C of lager, 95% scoorde een B of hoger.

B1.4 Conclusies inventarisatie Meldingen Meldingen over bomen en trottoirs en fietspaden zijn de meest voorkomende categorieën. Overlast door bomen is vaak gerelateerd aan de boomkeuze in het verleden. Bestaande bomen kunnen te groot worden in relatie tot de omgeving, wat leidt tot overlast. Ook zien we dat bepaalde soorten meer last hebben van luizenoverlast of de val van vruchten. Een goede boomkeuze is de belangrijkste remedie. Meldingen over trottoirs en fietspaden gaan vaak over schade aan de verharding of gevaarlijke verkeerssituaties. Dit vergt meer aandacht voor klein verhardingsonderhoud, de losse stoeptegel.

12

Gevaarlijke situaties zijn zeer divers van aard en soms gerelateerd aan seizoenen zoals de bladval, gladheid in de winter of de periode net voor het knippen van de hagen. 70-80% van de meldingen zijn verzoeken voor kleine aanpassingen en gaan niet over het dagelijks onderhoud. Leefbaarheidsmonitor Uit de gegevens van de leefbaarheidsmonitor concluderen we dat de mening van de burgers subjectief is. In vergelijkbare gebieden met een vergelijkbaar onderhoud blijkt dat mensen verschillend oordelen over de thema’s. Opvallend is bijvoorbeeld dat de gebieden met een hogere beeldkwaliteit in de centra van Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel niet hoger scoren dan gebieden met een lagere onderhoudskwaliteit. De verwachtingen en de vroegere werkwijzen zullen ongetwijfeld ook van invloed zijn. Monitoring beeldkwaliteit De beeldkwaliteit van het netheidsonderhoud in de bebouwde omgeving is goed. In de praktijk behalen IBN en WSD al geruime tijd een hogere kwaliteit van netheid dan door ons gevraagd. Meer dan 94% van alle metingen scoren een C.R.O.W.-beeldkwaliteit B of hoger. Als je hierbij ook het regenachtige weer in de periode juli 2023 – juli 2024 in ogenschouw neemt dan is dit een erg goede prestatie.

13

Bijlage 2 verzameltabel voorstellen Voorstel 2026

Thema

Kosten

Jaarlijks graskanten van gazons langs verhardingen snijden

beeldkwaliteit

€

72.000,00

Extra straatreiniging ivm natuurlijk afval buiten de bladval periode

beeldkwaliteit

€

50.000,00

Op meer plekken bermen maaien en ruimen ipv maaien en kneuzen biodiversiteit

€

48.000,00

Boomspiegels in verhardingen laten begroeien met kruiden

Dekking

Beplantingsvakken mulchen

biodiversiteit biodiversiteit, klimaatadaptatie, circulariteit biodiversiteit, klimaatadaptatie, beeldkwaliteit, circulariteit €

10.000,00

Verdeling onderhoudsplicht bermsloten obv Keur waterschappen

beeldkwaliteit, waterbeheer

€

60.000,00

€

240.000,00

Bladresten gazons en beplantingen laten liggen waar dat kan

Totaal Voorstel 2027

Thema

Kosten

Jaarlijks graskanten van gazons langs verhardingen snijden

beeldkwaliteit

€

72.000,00

Extra straatreiniging ivm natuurlijk afval buiten de bladval periode

beeldkwaliteit

€

50.000,00

Op meer plekken bermen maaien en ruimen ipv maaien en kneuzen biodiversiteit

€

48.000,00

Boomspiegels in verhardingen laten begroeien met kruiden Bladresten gazons en beplantingen laten liggen waar dat kan Beplantingsvakken mulchen Totaal

biodiversiteit biodiversiteit, klimaatadaptatie, circulariteit biodiversiteit, klimaatadaptatie, beeldkwaliteit, circulariteit € €

€

40.000,00

€

15.000,00

€

10.000,00

€

65.000,00

Dekking

€

40.000,00

€

15.000,00

10.000,00

€

10.000,00

180.000,00

€

65.000,00

1

Saldo

€

175.000,00

Saldo

€

115.000,00

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=8a783202-9728-44b2-adc2-1dac1fde1529