CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Kaderbrief Meierijstad.docx

Raadsvergadering 6 juli 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Behandeling kaderbrief 20246.381 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderbrief Meierijstad 2024

Voor u ligt de kaderbrief 2024. Met deze kaderbrief wijken wij af van het reguliere kadernota-proces. Normaliter leggen wij een uitgebreide, financieel ingekleurde, kadernota aan u voor. Op uw verzoek is nu gekozen voor een opzet die meer recht doet aan het collegewerkprogramma van Meierijstad, ‘Thuis in Meierijstad’, Mijlpalen 2023-2026 (TiMM). Deze kaderbrief voldoet hieraan. In het coalitieakkoord is beschreven “wat’ de coalitie de komende bestuursperiode wil bereiken. In TiMM is vastgelegd “wat we daarvoor gaan doen”, welke activiteiten in gang worden gezet. Waarbij tevens is vastgelegd dat we deze bestuursperiode inzetten op uitvoering. Uitvoering in de brede zin van het woord, met expliciete aandacht voor de uitvoering van de prioriteiten uit het coalitieakkoord. De uitvoeringsplannen voor 2023 zijn concreet gemaakt en financieel vertaald in het collegewerkprogramma. De uitvoeringsplannen voor de jaren 2024, 2025 en 2026 worden jaarlijks, bij de begroting, geconcretiseerd en financieel vertaald. Bij de begrotingsbehandeling 2024 (op 2 november 2023) worden derhalve definitieve (inhoudelijke en financiële) keuzes gemaakt. De strekking van deze kaderbrief is dus een andere.

Het gaat om de vraag welke trends en ontwikkelingen wij als gemeente Meierijstad op ons af zien komen, welke impact zij hebben op de verschillende beleidsterreinen en daarmee een plek zouden moeten krijgen in de begroting 2024. En waar uw raad keuzes wenst te maken gezien de thans bekende ontoereikende financiële middelen over enkele jaren. In de kaderbrief is dit opgebouwd vanuit de volgende zes overstijgende trends en ontwikkelingen:      

Veranderingen in de maatschappij Duurzaamheidsopgave als absolute noodzaak voor iedereen De ruimtelijke balans Woningbouw De inclusieve samenleving Economie met een arbeidsmarkt onder druk

In de onderstaande hoofdstukken en paragrafen zullen wij op ieder van deze trends en ontwikkelingen en haar impact op de gemeente Meierijstad dieper in gaan.

1. Veranderingen in de maatschappij Nederland is de komende decennia voortdurend in beweging. Technologische ontwikkelingen volgen zich steeds sneller op en ook de samenleving verandert in sociaal en cultureel opzicht in rap tempo. Een aaneenschakeling van nationale, mondiale crises (en de effecten daarvan) zoals de stikstofcrisis, klimaatcrisis, personeelscrisis, asielcrisis, Oekraïnecrisis, woningcrisis en coronacrisis volgt elkaar op. De crises zijn niet meer op zichzelf staand, maar interveniëren en strekken zich uit over verschillende beleidsvelden. Dit alles heeft gevolgen voor de manier waarop we leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren. Onze gemeente staat er ondanks corona nog steeds goed voor, maar er zijn uitdagingen voor de toekomst. Veel gaat goed in Meierijstad. Uit het onlangs gehouden leefbaarheidsonderzoek blijkt dat onze inwoners veelal erg gelukkig zijn met hun woon- en leefomgeving. Dit past in het landelijk beeld, waarbij op verschillende aspecten van brede welvaart Nederland bovengemiddeld scoort binnen Europa. Het vertrouwen van inwoners in elkaar en in instituties is hoog, evenals het aantal mensen dat actief is op de arbeidsmarkt. Desondanks is er een deel van de inwoners dat minder profiteert van deze gunstige uitgangssituatie.

Voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, een laag inkomen, een gedwongen vlucht uit hun land van herkomst en sommige (groepen) ouderen en jongeren zijn de dagelijkse uitdagingen aanzienlijk. 1.1. Demografische ontwikkelingen Het aantal inwoners van onze gemeente neemt toe. Dit komt vooral door de toename van het aantal mensen met een migratieachtergrond. Daardoor neemt de opgave die wij hebben in de opvang, huisvesting en begeleiding van arbeidsmigranten, asielzoekers, (Oekraïense) vluchtelingen en statushouders toe. In onze gemeente gaat het in 2023 alleen al om circa 1.000 nieuwkomers (asielzoekers, statushouders en Oekraïense vluchtelingen). De verwachting is niet dat deze migratiestroom op korte termijn zal gaan wijzigen. Dat betekent extra druk op onder meer de woningmarkt, het onderwijs, de gezondheidszorg, welzijnsorganisaties, woningcorporaties en arbeidsmarktpartners. Ook wordt een beroep gedaan op de draagkracht en draaglast van inwoners. Daarnaast vergt deze opgave extra inzet en slagkracht van de ambtelijke organisatie. Ook in 2024 en volgende jaren zal dat het geval zijn. Verder groeit het aantal ouderen en dat zal de komende jaren verder toenemen. Daarnaast stijgt de levensverwachting (dubbele vergrijzing). Ook dit heeft een effect op de woningmarkt en op diverse maatschappelijke instellingen. 1.2.

Participatie & Polarisatie Een ruime meerderheid van de Nederlanders maakt zich zorgen over polarisatie, zo blijkt uit recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (dec 2022 – Burgerperspectieven, bericht 2). Polarisatie wordt vooral ervaren in verslechterde omgangsvormen en verharding in het politieke en publieke debat. Uit het onderzoek blijkt overigens ook dat mensen deze polarisatie in hun directe omgeving minder ervaren. Dat willen we in Meierijstad ook zo houden, maar de maatschappelijke ontwikkelingen ook in Meierijstad – waaronder de huisvesting van nieuwkomers, duurzaamheidsopgaven, woningopgave en dergelijke - kunnen lokaal polarisatie wellicht aanwakkeren. Om het gevoel dat groepen mensen tegenover elkaar staan niet te vergroten, willen we in ieder geval het bewustzijn over polarisatie bij bestuur en organisatie vergroten; zodat voor raadsleden, collegeleden en medewerkers duidelijk is wat polarisatie betekent, hoe het zich kan uiten en hoe we dit kunnen voorkomen in ons eigen handelen als gemeente Meierijstad. Zeker ook met het oog op de landelijke ontwikkeling van dalend vertrouwen in de overheid (april 2023 – Burgerperspectieven, bericht 1) willen we een gemeente blijven die betrokken is en dichtbij inwoners staat. Juist in de eigen leefomgeving van inwoners is veel initiatief en doe-energie aanwezig in Meierijstad.

Vanuit vertrouwen willen we actief denken in kansen voor buurtparticipatie. Als overheid willen we benaderbaar

en aanwezig zijn in buurten en wijken, juist in deze tijd van toenemende ervaren afstand tussen inwoners en overheid. 1.3. Complexe uitdagingen in het veiligheidsdomein In de huidige samenleving zijn onveiligheidsgevoelens steeds vaker verbonden aan bijvoorbeeld mondiale politieke ontwikkelingen (radicalisering), zorg om verwarde personen, ondermijning van gezag en aan de opkomst van uiteenlopende vormen van cybercriminaliteit. In elk vraagstuk zit een veiligheidscomponent, vaak zowel in de fysieke als de sociale leefomgeving. De komende jaren werken we aan een weerbare samenleving, waar inwoners goed voor zichzelf en elkaar kunnen zorgen. Waar inwoners weerbaar, veerkrachtig én zelfredzaam zijn. Daarom richten wij ons de komende jaren op de thema’s ‘zorg en veiligheid’, ‘digitale veiligheid’, ‘polarisatie en het voorkomen van maatschappelijke onrust’, ‘toezicht en handhaving in het openbaar gebied’ en ‘ondermijning/ aanpak van georganiseerde criminaliteit’. Voor de veiligheidsregio vraagt dit om versterking van hun informatie-organisatie en de crisisbeheersing. Ook op het gebied van vakmanschap en paraatheid is een versterking nodig, omdat er in de praktijk minder vrijwilligers instromen dan uitstromen.

2. Duurzaamheidsopgaven als absolute noodzaak voor iedereen De ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid gaan snel en vragen denk- en innovatiekracht. De gemeente voert de regie, maar er is samenwerking in de hele maatschappij nodig, zeker ook met het bedrijfsleven. De rijksoverheid springt bij door financiële middelen beschikbaar te stellen waardoor er extra gemeentelijke capaciteit beschikbaar komt. De plotselinge stijging van de energietarieven maakte ons zeer bewust van onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Het duurzaam omgaan met brandstoffen is van belang om negatieve klimaateffecten tegen te gaan. We verkennen o.a. samen met onze ondernemers eigen duurzame energieopwekking in Meierijstad. Toenemende kosten in het verwerken van afvalstromen roepen de vraag op hoe we efficiënter om kunnen gaan met grondstoffen door onder andere recycling, hergebruik en het zo veel mogelijk stimuleren van reparaties. Op weg om van afval naar een circulaire economie te gaan, is de samenwerking met het bedrijfsleven onmisbaar. 2.1. Klimaatadaptatie Klimaatveranderingen leiden tot toenemende risico’s op hittestress, wateroverlast, droogte en bodemdaling. De omgang met extremer weer vergt klimaatmaatregelen, zowel in bebouwd gebied als het landelijke gebied. Dit zal bij aanpassingen en onderhoud in ons openbaar gebied ook meer kosten met zich mee gaan brengen.

Het biedt ons echter ook kansen om te werken aan het behoud en versterking van natuur- en landschapswaarden en biodiversiteit.

3. De ruimtelijke balans Veel van de huidige maatschappelijke ontwikkelingen hebben impact op de fysieke leefomgeving, te denken valt aan de energietransitie, de transitie van de agrarische sector, de woonopgave, de klimaat- natuur- en wateropgave als ook de stikstofproblematiek.

Vanuit het doel om tot zorgvuldig ruimtegebruik te komen volgen zowel bij het rijk als bij de provincie beleidsinitiatieven en programma’s elkaar snel op. Het rijk ziet graag opgaven uit de 26 nationale programma’s, vertaald naar uitvoering en legt de regie daarvoor in handen van provincies. De provincie Noord-Brabant geeft o.a. met Brabant Schakelt hieraan invulling. Het vraagt van gemeente Meierijstad om positie in te nemen. De genoemde opgaven hebben een enorme ruimtelijke impact in een beperkte ruimte; om in al deze ontwikkelingen te voorzien is er voor Meierijstad ongeveer twee keer ons huidige oppervlak nodig. Er zullen dus keuzes gemaakt moeten worden, waarbij de op te stellen ‘Toekomstvisie Meierijstad 2035’ gaat helpen. Waar kan welk ruimtegebruik worden gecombineerd, waar kunnen bepaalde functies elkaar versterken, en waar moeten onderlinge risico’s worden vermeden? Na jaren van uitstel wordt de Omgevingswet nu echt per 1 januari 2024 ingevoerd. Deze heeft grote impact o.a. bij ruimtelijke initiatieven en vraagt ook de komende jaren bijzondere inspanningen waarvoor capaciteit nodig is.

4. Woningbouw We willen graag een aantrekkelijke gemeente zijn en blijven voor bestaande en toekomstige inwoners waarbij we passend woningaanbod kunnen bieden en een aantrekkelijke leefomgeving. Om versneld te kunnen voorzien in de grote woningbehoefte worden flex-woonconcepten toegevoegd aan onze woningbouwprogrammering. De stijgende bouwkosten als gevolg van de oorlog in de Oekraïne zullen gevolgen hebben voor de woningmarkt; we zullen de effecten daarvan voor Meierijstad blijven volgen. In maart 2022 presenteerde het kabinet de Nationale Woon- en Bouwagenda. Het doel van de Nationale Woon- en Bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland en daarmee indirect dus ook in Meierijstad. Hiervoor zijn 6 programma’s opgesteld. Het programma Woningbouw is daar één van en is vertaald in de Regionale Woondeals die op 9 maart 2023 zijn ondertekend. Voor de regio Noord-Oost Brabant betekent dit een woningbouwopgave van 33.425 woningen. Het volledige woningbouwprogramma van Meierijstad geeft invulling aan deze woondeal; deze leidt niet tot een extra opgave in aantallen. De belangrijkste opgaven (inspanningsverplichting) die voortvloeien uit de Regionale Woondeal zijn: -

2/3 van de nieuwbouw betaalbaar (sociale huur, middeldure huur, goedkope koop en middeldure koop); Percentage sociale huur naar minimaal 30% (is nu 25%) Alle aandachtsgroepen moeten een plek krijgen in de nieuwe Woon(zorg)visie; Focus op afronding van voorbereidingsfase en realisatie van plannen.

Om juridisch handen en voeten te geven aan de Nationale Woon- en Bouwagenda is de ‘Wet versterking regie op de volkshuisvesting’ opgesteld. Met deze wet hebben overheden het juiste gereedschap om te sturen op hoeveel, waar en voor wie we bouwen, betaalbaarheid, evenredige verdeling maar ook om te versnellen. In het wetsvoorstel wordt voorgesteld om niet langer een woonvisie op te stellen maar een ‘verplicht programma volkshuisvesting’ op te nemen. Dit programma wordt vanaf 2026 verplicht. Bovenstaande ontwikkelingen en de daaruit voortvloeiende opgaves sluiten aan op de ambities die we hebben opgenomen In het collegewerkprogramma ‘Thuis in Meierijstad 2023-2026.’ Op onderdelen gaan ze nog een stapje verder. De uitdaging is om die extra stap te komende periode te gaan zetten.

5. De inclusieve samenleving In een inclusieve samenleving heeft ieder individu gelijke kansen ongeacht sekse, geaardheid, culturele- of etnische achtergrond, leer- werkniveau, lichamelijke of psychische beperkingen. In Meierijstad bouwen we verder aan onze inclusieve samenleving. We willen een samenleving zijn waarin iedereen erbij hoort en waar iedereen kan meedoen, leren en talenten kan ontplooien. 5.1. Kansengelijkheid en Brede Welvaart We zien echter steeds meer dat er een kloof ontstaat tussen mensen die gezond zijn of minder gezond, rijk en arm, geschoold en minder geschoold. Inwoners met een rijk sociaal leven en inwoners die leven in eenzaamheid. Ook zien we dat de digitalisering en technologische ontwikkeling niet voor iedereen voordelen brengt. Daarom zetten we op verschillende fronten in op het verminderen van kansen ongelijkheid en het versterken van een brede welvaart voor al onze inwoners. Door de energiecrisis en de hoge inflatie is het onderwerp armoede de afgelopen tijd erg relevant geworden. Wij zijn een onderzoek gestart naar het armoedebeleid. Als daaruit blijkt dat er behoefte is om bepaalde minimale regelingen uit te breiden of te verbreden, zullen wij met voorstellen komen. Kansenongelijkheid is zichtbaar in de samenleving.

Om meer kansengelijkheid te bevorderen en in te zetten op brede welvaart zijn het versterken van onze inzet op sport & bewegen, kunst& cultuur en recreatie & toerisme van groot belang. Om onze welvaart te laten groeien zetten we in op goed onderwijs voor iedereen en een leven lang ontwikkelen (LLO). Om onze onderwijsinfrastructuur op niveau te houden maken we gebruik van het door de raad vastgesteld integraal huisvestingsplan (IHP). Een aantal ontwikkelingen is daar nog niet in opgenomen:  

Een prognose heeft uitgewezen dat er een extra onderwijsvoorziening nodig is voor onderwijs in Veghels Buiten. Daarover is de gemeente Meierijstad met de schoolbesturen in overleg. Een mogelijke extra investering bij het Elde College.

5.2. Wonen, Welzijn en Zorg en de dienstverlening in het sociaal domein We gaan het thema Wonen, Welzijn en Zorg (WWZ) verder uitwerken en volgen hierbij de landelijke ontwikkelingen en richtlijnen. We nemen deze ontwikkelingen mee in de herijking van onze lokale woon(zorg)visie, waarin het WWZ-vraagstuk een prominente plek zal krijgen. Zorg en ondersteuning zijn zo dicht mogelijk bij onze inwoners georganiseerd. Van junior tot en met senior bieden we passende ondersteuning met extra aandacht voor jeugdigen en gezinnen die hulp nodig hebben. Hoe eerder we een probleem signaleren hoe beter we ondersteuning kunnen bieden. De vraag naar zorg en ondersteuning groeit jaarlijks. We blijven inzetten op preventie en innovatie voor tijdige, betere en betaalbare zorg. Onze dienstverlening in het sociaal domein blijft in ontwikkeling. We bouwen samen met onze maatschappelijke partners aan meer collectieve (dagbestedings-, inloop-) voorzieningen waardoor het aantal duurdere individuele beschikkingen op termijn kan afnemen of minder groeit dan noodzakelijk. Dit vraagt om een uitgebreide intake en toeleiding naar deze voorzieningen. We versterken daarom zowel kwantitatief als kwalitatief de sociale teams en de samenwerking met zorg-, welzijns- en arbeidsmarktpartners, o.a. in PIM en LeefGoed.

Op 17 april heeft de VNG een principeakkoord bereikt met het kabinet over het financieel kader bij de Hervormingsagenda Jeugd. Daarin is de eerder opgelegde korting op de benodigde budgetten deels

teruggedraaid en is onduidelijk of de beschikbare middelen voor jeugd toereikend zijn. De Hervormingsagenda zal regionaal en lokaal vorm moeten krijgen. 5.3. Bevorderen van de gezondheid van inwoners Meierijstad Sporten en bewegen draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van onze inwoners en vervult een belangrijke rol in de leefbaarheid van onze kernen. Wij zetten daarom in op actief beleid voor gezonde voeding, meer bewegen en een gezonde leefstijl. In 2024 en de daaropvolgende jaren investeren wij daarvoor in projecten zoals het Omnipark Erp en zorgen we voor toekomstbestendigheid van onze sportvoorzieningen. In het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) maken het rijk, gemeenten en verzekeraars afspraken over preventie, versterking van de sociale basis en sport & bewegen. De stip op de horizon is een gezonde generatie in 2040, met weerbare, gezonde mensen die kunnen opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving, en waarin sprake is van een sterke sociale basis. Voor de kortere termijn (2023-2026) zijn de afspraken in het GALA erop gericht om lopende activiteiten in preventief gezondheidsbeleid te kunnen continueren en deels nieuwe thema’s te kunnen starten. Om hieraan te kunnen werken, keert de overheid middelen uit via de Brede Specifieke uitkering (Brede Spuk).

Het Integraal Zorg Akkoord is in september 2022 ondertekend door 13 partijen, waaronder GGZ, VNG, Ziekenhuizen, VNG en zorgverzekeraars. Aanleiding hiervoor is dat de toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg (Zvw) onder druk staan. De zorgvraag stijgt, maar er zijn grenzen aan de beschikbaarheid van de zorg (personeel). Doelen van het IZA zijn grotere focus op samenwerking tussen medisch en sociaal domein. Door de toenemende druk vanuit het medische domein wordt het sociaal domein gezien als mogelijke oplossing. Ook is de intentie grotere focus te leggen op regionale samenwerking tussen onder meer zorgverzekeraars en gemeenten. 5.4. Versterken van de sociale cohesie: sociaal welzijn Naast het bouwen aan een inclusieve samenleving is het belangrijk om te blijven investeren in het versterken van sociale cohesie. Actief burgerschap waarbij we omzien naar elkaar. Actief burgerschap met als inzet vrijwilligerswerk en mantelzorg. Hoe meer inwoners en bedrijven een steentje bijdragen hoe beter we onze geïndividualiseerde samenleving kunnen omvormen tot een sociale leefgemeenschap. Sportieve, recreatieve en artistieke activiteiten dragen positief bij aan sociale cohesie. Recreatie en toerisme brengt mensen samen, biedt onze inwoners plezier en vertier en maakt het mogelijk om te ontspannen en tot rust te komen.

Het zorgt voor een levendig Meierijstad waar veel te doen en te beleven is met een positief effect op het woon- en vestigingsklimaat voor onze inwoners, werknemers en bedrijven. Daarom werken we onder andere aan het natuur- en landschapspark Vlagheideberg. Alle inwoners van Meierijstad kunnen zich artistiek ontplooien dankzij een stevige, samenhangende en complete keten van kennismaken, leren, produceren en presenteren. Mogelijk gemaakt door de bestaande stevige culturele basisinfrastructuur. In de nota ‘Kunst en cultuur kleuren Meierijstad’ is aangegeven wat voor een gemeente Meierijstad wil zijn op het terrein van kunst en cultuur in 2030.

5.5. Optimale inzet en benutting van het maatschappelijk vastgoed Uitgangspunt is dat er in elke wijk of kern een voorziening is waar inwoners laagdrempelig (zonder indicatie of beschikking) naar binnen kunnen lopen voor een kopje koffie, een praatje, ondersteuning, een creatieve, bewegings- of ontspanningsactiviteit. Mensen kunnen hier komen als vrijwilliger, deelnemer of bezoeker.

Soms vindt inloop- en daginvulling plaats in een wijk- en gemeenschapsgebouw maar dat hoeft niet, het kan ook op een andere locatie plaatsvinden. We streven naar een optimale inzet en benutting van gemeentelijk vastgoed. Dit streven vraagt om extra middelen, zowel voor de inloopvoorzieningen zelf als het kwalitatief op niveau houden en versneld verduurzamen van het maatschappelijk vastgoed. De enorm gestegen kosten van materialen en het feit dat eerder ervoor is gekozen om de beheerkosten niet te indexeren werkt hier versterkt door.

6. Economie met een arbeidsmarkt onder druk Voor een sterke (economische) positie blijft het nodig om Meierijstad bovenlokaal als zodanig neer te zetten en waar het past het voortouw te nemen in samenwerkingen voor beleidsbeïnvloeding of verwerving van middelen. Bijvoorbeeld met het bedrijfsleven voor een fossielvrije economie op provinciaal en mogelijk landelijk niveau, binnen de regio Noordoost Brabant voor een regionaal startup ecosysteem, met M50 en VNG op het dossier arbeidsmigratie, of als prominente partner in FoodNL voor voedsel en gezondheid op Europees niveau. Meierijstad wil daarnaast de relatie met Eindhoven/Brainport/Metropoolregio Eindhoven intensiveren en denkt daarbij aan een gezamenlijk onderzoek naar de samenwerkingsstrategie. Een aantrekkelijk en toekomstbestendig ondernemingsklimaat versterkt de economische positie van Meierijstad. Sprongen in een duurzame economische ontwikkeling zijn voorzien via: 1. voortzetting van de samenwerking met de stichting Samen tegen Voedsel met een internationaal ‘food’-congres in Veghel; 2. de koploperspositie met het bedrijfsleven voor een fossielvrije economie in Brabant; 3. een nadere uitwerking op de verkenning van vrachtbundeling in de logistieke sector; 4. verkenning en toepassing van verduurzamingsmaatregelen voor bestaande bedrijventerreinen.

Voor behoud van talent en vernieuwend ondernemerschap start de verkenning en uitwerking voor de campusontwikkeling van de Noordkade als onderdeel van het Havenkwartier Meierijstad. Dit is een doorontwikkeling van onder andere The Chocolate Factory en het Circular Food Center. 6.1. Arbeidsmarkt Ook in Meierijstad staat als gevolg van krapte (toenemende vergrijzing met als gevolg afnemend arbeidspotentieel, veranderende arbeidsrelaties, en het toenemend aantal vacatures) de arbeidsmarkt onder druk. We werken in de arbeidsmarktregio Noordoost Brabant intensief samen met sociale partners. Ons eigen PIM project draagt bij aan de versterking van de lokale arbeidsmarkt en maakt gebruik van de vele projecten en faciliteiten die regionaal ontwikkeld worden. Zowel regionaal als lokaal versterken we onze (digitale) dienstverlening aan werkzoekenden, werknemers, werkgevers en ZZP-ers. 6.2. Druk op de organisatie Nieuwe beleidsmatige ontwikkelingen en taken leiden (naast de vergrijzende organisatie en de krapte op de arbeidsmarkt) tot druk op de organisatie. Op diverse plaatsen in deze kaderbrief is daarvan reeds melding gemaakt. Bij de begroting zullen wij de extra taken waar nodig vertalen in extra capaciteit voor de ambtelijke organisatie. Zoals in het coalitieakkoord verwoord zijn wij van mening dat de bestuurlijke ambities en de ambtelijke capaciteit in evenwicht moeten zijn.

Daarnaast wordt op diverse plaatsen in de organisatie bij “het reguliere werk” een enorme druk ervaren waardoor ontwikkelcapaciteit bij medewerkers ontbreekt en de kwaliteit van het werk onder druk staat. Ook deze effecten zullen we bij de begroting 2024 in beeld brengen.

6.3. Digitale transitie en datagedreven werken Vanwege de steeds krappere arbeidsmarkt gaan we actief op zoek naar mogelijkheden om processen te automatiseren en te digitaliseren. We benutten daartoe de mogelijkheden van digitale en technologische vernieuwingen. Niet om werk overbodig te maken maar om mensen en kennis vooral in te zetten waar dit (nog) niet mogelijk is. Ook gaan we voorstellen en besluitvorming meer onderbouwen met data. We gaan hierop een versnelling maken, zodat we in de loop van 2024 op de meest voorkomende gebieden in staat zijn om datagedreven te werken.

Inkomsten Inleiding De denkrichtingen voor de diverse begrotingsprogramma’s die in het voorgaande hoofdstuk zijn gedefinieerd, worden vertaald naar beleidskeuzes, inclusief bijbehorende kosten. Samen met verwachte inkomsten komen ze tot uitdrukking in de begroting die de raad vaststelt. De begroting moet structureel en reëel in evenwicht zijn. Het punt is echter dat we op dit moment te maken hebben met het ontbreken van duidelijkheid over het financieel perspectief vanuit het Rijk voor 2026 en verder. Met andere woorden: we weten nog niet precies over hoeveel inkomsten we kunnen beschikken, en dat zorgt voor onzekerheid. Op landelijk niveau zien we dat het kabinet voor sommige grote, urgente opgaven de afhankelijkheid van de inzet door gemeenten onderkent. Voorbeelden zijn de vluchtelingenopvang, de woningbouwopgave en het stikstofdossier. Dat vertaalt zich deze kabinetsperiode in een grotere ‘financiële koek’ via het accres en incidentele investeringen. Deze eenmalige tegemoetkomingen vanuit het Rijk verbloemen het feit dat op langere termijn nog steeds sprake is van structurele financiële onduidelijkheid. Het is dus (nog) onduidelijk op welke inkomsten gemeenten mogen rekenen. Dit creëert op het niveau van Meierijstad een financiële druk en onzekerheid.

Het heeft daarmee gevolgen voor het opstellen en uitvoeren van beleid; we zullen keuzes moeten maken en prioriteiten stellen. Om de raad te ondersteunen bij het maken van keuzes die een impact hebben op het begrotingsjaar 2024 en daarna, wordt gestart met een scenarioanalyse. Dit ten aanzien van mogelijke inkomsten voor Meierijstad voor de jaren 2024 tot en met 2027. Vanuit de scenario’s ‘meevallend – neutraal – tegenvallend’ wordt geschetst op welke factoren sprake is van inkomstenonduidelijkheid, en hoe groot de verwachte financiële impact ervan is. Daar waar het grootste deel van de inkomsten Meierijstad ‘overkomt’ en er sprake is van een afhankelijkheid van het Rijk, heeft de raad zelf ook een paar knoppen waaraan het kan draaien om de financiële middelen te beïnvloeden: via de belastingcapaciteit en middelen uit de algemene risicoreserve. Die laatste op voorwaarde dat sprake is van kosten met een tijdelijk karakter, de kosten niet hoeven te worden geactiveerd en dat de weerstandsratio niet onder het afgesproken niveau zakt. Kortom, afhankelijk van de vraag: • Hoeveel risico durft de raad te nemen bij de inschatting van het inkomstenniveau vanuit Rijksmiddelen voor 2024 en verder? • Wil de raad extra lokale inkomsten genereren? Heeft de raad de mogelijkheid om te kiezen voor een groter of kleiner pakket aan beleidskeuzes.

Actueel financieel beeld Om inzicht te geven in de mogelijke financiële middelen, wordt gestart met het financiële beeld dat we per medio april 2023 hebben voor de komende jaren. Onderstaande tabel geeft dit aan. In de cijfers zijn de raadsbesluiten tot en met de raad van april 2023 verwerkt, en is ook het concept-resultaat van de 1e bestuursrapportage 2023 opgenomen. Vanaf 2024 zijn geen middelen voor nieuw beleid of vervangingsinvesteringen opgenomen. Er is niet voorzien in het risico van een eventuele uitbreiding van volume, zoals bijvoorbeeld bij het sociaal of fysiek domein. Met extra capaciteitsvraag van de ambtelijke organisatie is eveneens geen rekening gehouden. Deze raming beschouwen we als de startsituatie of ‘nulpunt’ voor de paragrafen hierna. (Bedragen x € 1.000) Primitieve begroting Collegewerkprogramma Raadsbesluiten september 2022 t/m april 2023 Concept 1e bestuursrapportage 2023 Geraamd resultaat (startsituatie)

2024 11.421 -2.877 -127 627 9.044

2025 14.397 -2.987 -122 -213 11.075

2026 1.546 -3.022 -71 3.029 1.482

2027 1.544 -3.017 -69 -742 -2.284

Inkomsten van het Rijk en scenarioanalyse voor de impact ervan op Meierijstad De komende jaren is als gevolg van drie landelijke factoren sprake van inkomstenonzekerheid voor Meierijstad: een nieuwe financieringssystematiek, de opschalingskorting en jeugdzorg. Deze factoren worden op verschillende wijzen verwerkt in de scenario’s ‘meevallend – tegenvallend – neutraal’ Nieuwe financieringssystematiek Het kabinet heeft besloten na 2025 een nieuwe financieringssystematiek te ontwikkelen voor lagere overheden. Een uitbreiding van het lokale belastinggebied is hierbij een mogelijkheid. Op dit moment is niet bekend hoe de nieuwe financieringssystematiek zal worden ingestoken. Voor 2026 heeft het Rijk eenmalig € 1,0 miljard beschikbaar gesteld om de verlaging van het accres van het gemeentefonds te dempen. Voor Meierijstad betekent dat een equivalent van € 3,5 miljoen. In het meevallend scenario is ervoor gekozen om deze middelen structureel in te rekenen en daarnaast nog een accres voor 2027 op te nemen voor eenzelfde omvang. Opschalingskorting Sinds 2015 hebben gemeenten te maken met een korting op het gemeentefonds. Het Rijk legt de opschalingskorting op omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. De verplichte opschaling is afgeschaft, maar de bijbehorende korting niet. Het Rijk schrapte in de afgelopen jaren tijdelijk het oplopen van de opschalingskorting.

Vanaf 2026 staat de opschalingskorting echter nog in de cijfers. Het definitief schrappen van de opschalingskorting betekent voor Meierijstad een extra uitkering van € 2,7 miljoen vanaf 2026. In het meevallend scenario is gekozen om deze middelen structureel in te rekenen. Jeugdzorg In de meerjarenraming 2024-2026 staat een ‘stelpost jeugdzorg’ als baat, gebaseerd op de uitspraak van de Commissie van Wijzen. Deze stelpost heeft een onzeker karakter. Er is namelijk geen budgettaire garantie dat dit geld ook daadwerkelijk beschikbaar komt. Met de gelden uit de Commissie van Wijzen hangt een hervormingsagenda samen. Onlangs is door de VNG en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) een principeakkoord gesloten over het financiële kader voor de jeugdzorg. Afgesproken is dat in 2024 en 2025 bezuinigingen worden ‘verzacht’ oftewel minder groot zullen zijn dan eerder bedacht. Vanaf 2026 is deze besparing vooralsnog gehandhaafd. In het meevallend scenario is het ‘verzachten’ van deze bezuiniging verwerkt. In het coalitieakkoord van het kabinet is aanvullend op bovenstaande een extra besparing in het jeugddomein opgenomen met een omvang van € 100 miljoen in 2024, oplopend naar € 500 miljoen in 2025 en 2026, en structureel € 511 miljoen vanaf 2027. Het kabinet heeft besloten dat deze besparing een Rijksverantwoordelijkheid is.

Er is meer tijd nodig voor het invullen en daarmee realiseren van deze besparing. Dit omdat de mogelijke invulling hiervan afhankelijk is van de inhoud van de Hervormingsagenda. Het moet immers gaan om extra, aanvullende maatregelen. Dit betekent dat eerst duidelijk moest zijn welke maatregelen onderdeel zijn van de Hervormingsagenda jeugd. In het tegenvallend scenario is opgenomen dat de structurele bezuiniging van € 511 miljoen alsnog voor rekening van de gemeenten gaat komen. Scenarioanalyse: financieel meerjarenbeeld bij een meevallend, een tegenvallend en een neutraal scenario voor de rijksontwikkelingen Meevallend scenario rijksontwikkelingen Bij dit scenario maken we een positieve inschatting van de rijksinkomsten voor het accres en de opschalingskorting in 2027. Voor jeugdzorg wordt een verlaging van de ingerekende korting voor 2024 en 2025 opgenomen.

(Bedragen x € 1.000) Geraamd resultaat startsituatie Nieuwe financieringssytematiek Structureel doorzetten accres 2026 naar 2027 Volumeaccres 2027 Opschalingskorting Stelpost jeugdzorg Extra besparing jeugdzorg Geraamd resultaat meevallend inkomsten scenario

2024 9.044

2025 11.075

2026 1.482

2027 -2.284

0 0 0 300 0 9.344

0 0 0 700 0 11.775

0 0 2.700 0 0 4.182

3.500 3.500 2.700 0 0 7.416

Tegenvallend scenario Bij dit scenario wordt ervan uitgegaan dat geen sprake is van accres voor volumeontwikkeling na 2026, en dat de opschalingskorting gehandhaafd blijft. Voor jeugdzorg wordt de ‘verzachting’ van de besparing in 2024 en 2025 niet meegenomen. De aanvullende structurele bezuiniging ten laste van de gemeenten is wel meegenomen. (Bedragen x € 1.000) Geraamd resultaat startsituatie Nieuwe financieringssytematiek Opschalingskorting Stelpost jeugdzorg Extra besparing jeugdzorg Geraamd resultaat tegenvallend inkomstenscenario

2024 9.044 0 0 0 0 9.044

2025 11.075 0 0 0 -1.800 9.275

2026 1.482 0 0 0 -1.800 -318

2027 -2.284 0 0 0 -1.800 -4.084

Neutraal scenario Bij dit scenario worden de genoemde drie landelijke factoren die van invloed zijn op de inkomsten neutraal meegenomen. Dit neutrale scenario is gelijk aan het actueel beeld per medio april 2023. (Bedragen x € 1.000) Geraamd resultaat startsituatie Nieuwe financieringssytematiek Opschalingskorting Stelpost jeugdzorg Extra besparing jeugdzorg Geraamd resultaat neutraal inkomstenscenario

2024 9.044 0 0 0 0 9.044

2025 11.075 0 0 0 0 11.075

2026 1.482 0 0 0 0 1.482

2027 -2.284 0 0 0 0 -2.284

Lokale inkomsten van Meierijstad: Belastingcapaciteit en Algemene risicoreserve Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft (procentueel) aan hoeveel ruimte een gemeente beschikbaar heeft om belasting(en) (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing) te verhogen. Om te beoordelen of er sprake is van onbenutte belastingcapaciteit wordt enerzijds de ruimte bepaald tussen de eigen OZB-tarieven en het redelijk peil van de OZB dat wordt vastgesteld in het kader van artikel 12 Financiële verhoudingswet (de artikel 12-norm). Anderzijds wordt de riool- en afvalstoffenheffing in beschouwing genomen. Dit omdat deze heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld. Er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet wordt benut. De gemeenteraad bepaalt welke gemeentelijke belastingen inwoners betalen en hoe hoog de belasting is.

Binnen Meierijstad zijn de afvalstoffenheffing en het rioolrecht momenteel 100% kostendekkend. Daar is geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Voor de OZB is hiervan wél sprake en deze bedraagt € 6,5 miljoen. Hierin zit voor de raad de mogelijkheid besloten om op structurele wijze extra financiële ruimte te creëren. De raad is immers vrij om de belastingtarieven te verhogen. Gekozen kan worden voor één van de volgende maatregelen, of een combinatie ervan: • Een eenmalige inhaalcorrectie van OZB-tarieven in verband met hogere dan begrote inflatie. Bij de begroting 2022 is een inflatie index van 2,0% gehanteerd. Volgens het Centraal Economisch Plan (CEP) 2022 was dit in werkelijkheid 5,1%. Bij de begroting 2023 is 2,3% gehanteerd. Volgens het CEP 2023 was dit in werkelijkheid 5,9%. Het OZB-tarief is daarom 3,1% + 3,6% = 6,7% achtergebleven bij de indexering CEP, die we normaliter als uitgangspunt voor de lokale lastenstijging hanteren. Gekozen kan worden om dit verschil alsnog in te lopen. • In de meerjarenraming 2024-2027 is momenteel rekening gehouden met een indexering van 2%. Er kan voor gekozen worden om deze met 1% of meer te verhogen. Het financiële effect van de eenmalige inhaalcorrectie is als volgt. De gemeente Meierijstad heeft € 21,2 miljoen geraamd aan inkomsten onroerendezaakbelasting (begroting 2023).

Het eenmalig extra indexeren met 6,7% heeft dan een effect van € 1.420.000 per jaar. Als ervoor wordt gekozen om jaarlijks een verhoging van 1% (of meer) bovenop ingerekende indexering van 2% aan te houden, heeft dat een effect van € 212.000 per extra procent (1% van € 21,2 miljoen). Onderstaande tabel geeft weer wat het financiële effect op de inkomsten en het resultaat is. Aanpassing ozb tarieven (Bedragen x € 1.000) Inhaal 2022 en 2023 o.b.v. hogere inflatie (6,7%) Jaarlijks 1% extra verhoging bovenop ingerekende indexering van 2% 2024 2025 2026 2027 Geraamd effect op resultaat

2024 1.420

2025 1.420

2026 1.420

2027 1.420

212

212 212

212 212 212

1.632

1.844

2.056

212 212 212 212 2.268

Om een referentiekader te geven waar de gemeente Meierijstad staat voor wat betreft de gemeentelijke woonlasten (meerpersoonshuishouden) in de omliggende en vergelijkbare gemeenten, is onderstaande grafiek opgenomen (basis: cijfers begroting 2023, bron: COELO 2023 atlas van de lokale heffingen).

Algemene risicoreserve De algemene risico reserve is gestegen van € 41 miljoen (jaarstukken 2017) naar € 76 miljoen (jaarstukken 2022), oftewel een toename van € 35 miljoen. Bij de bestemming van het jaarrekeningsaldo 2022 wordt voorgesteld om van het saldo jaarrekening 2022 nog € 18 miljoen toe te voegen aan de algemene risicoreserve. De algemene risicoreserve wordt ingezet voor het afdekken van financiële risico’s (benodigde weerstandscapaciteit). Een eventueel saldo boven de benodigde weerstandscapaciteit kan en mag alleen worden ingezet als sprake is van uitgaven met een onvoorwaardelijke einddatum en deze niet hoeven te worden geactiveerd. Uit de jaarrekening blijkt een weerstandsratio van 2,52. In de beleidsnota ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ is bepaald dat de ratio minimaal 1,0 moet zijn, en dat een ratio boven de 1,4 ruimte biedt. Dit betekent dus dat de raad enige mogelijkheid heeft om uit de algemene risicoreserve kosten met een tijdelijk karakter te dekken. Ratio weerstandsvermogen (bedragen x € 1.000) Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Weerstandsratio

Begroting 2022

Werkelijk 2022

82.481 50.368 1,64

96.296 38.396 2,51

Financieel resultaat Kadernota 2024 Voor de kaderbrief is binnen de organisatie een uitvraag gedaan voor onder andere de financiële gevolgen van nieuwe ontwikkelingen zoals het opstellen van een beheerplan buitensport-accommodaties, de actualisatie van het beheerplan vastgoed en nieuwe investeringen. Daarbij is als kader gesteld investeringen die de grenswaarde van € 1 miljoen overschrijden of extra structurele lasten voor exploitatiebudgetten van € 250.000 of meer. Deze uitvraag heeft geresulteerd in onderstaand overzicht. Voor een totaaloverzicht van deze inventarisatie verwijzen wij u naar bijlage 1 Geraamd resultaat Kaderbrief 2024 (Bedragen x € 1.000) Geraamd resultaat startsituatie Ontwikkelingen voortkomend uit uitvraag Renteontwikkeling Personele knelpunten Investeringen 2024 MIP 2025-2028 Totaal mutaties Kadernota 2024 Geraamd resultaat incl. Kaderbrief 2024

2024 9.044 -6.275

2025 11.075 -6.275

2026 1.482 -6.275

2027 -2.284 -6.275

-177 0 -6.452 2.592

-1.784 -159 -8.218 2.857

-1.977 -1.962 -1.737 -3.194 -9.989 -11.431 -8.507 -13.715

Op de eerste regel ‘Geraamd resultaat startsituatie’ staat het resultaat dat als uitgangspunt dient in het hoofdstuk ‘Inkomsten’ onder paragraaf 2. In deze cijfers zijn, zoals vermeld: • De raadsbesluiten tot en met de raad van april 2023 verwerkt. • Is het concept-resultaat van de 1e bestuursrapportage 2023 opgenomen. • Zijn geen middelen voor nieuw beleid of vervangingsinvesteringen opgenomen. • Is niet voorzien in het risico van een eventuele uitbreiding van volume, zoals bijvoorbeeld bij het sociaal of fysiek domein. • Is geen rekening gehouden met extra capaciteitsvraag van de ambtelijke organisatie. De financiële effecten van de uitvraag zijn per type inzichtelijk gemaakt, althans voor zover op dit moment mogelijk. De gevolgen van de renteontwikkeling en personele knelpunten zullen op een later moment aangevuld moeten worden. Zij zullen echter een resultaatdrukkend effect gaan hebben. Dat geldt ook voor een ander element dat geen onderdeel heeft gevormd van de uitvraag: investeringen kleiner dan € 1 miljoen en exploitatiebudgetten kleiner dan € 250.000. Met vorenstaande in het achterhoofd blijkt uit het overzicht dat in de jaren 2024 en 2025 nog sprake van een sluitende begroting (respectievelijk een plus van € 2,6 en € 2,9 miljoen. Vanaf 2026 ontstaat een groot probleem met tekorten van € 8,5 en € 13,7 miljoen.

Dit probleem wordt nog groter of wat kleiner, afhankelijk van de in het hoofdstuk ‘Inkomsten’ geschetste scenario’s voor inkomsten vanuit het Rijk. Onderstaande drie tabellen geven aan, uitgaande van het resultaat van de kaderbrief uitvraag, wat het geraamde resultaat is bij een meevallend, tegenvallend en neutraal inkomstenscenario.

Tegenvallend scenario. Geraamd resultaat Kaderbrief 2024 (Bedragen x € 1.000) 2024 Geraamd resultaat incl. Kaderbrief 2024 2.592 Effect tegenvallend inkomstenscenario 0 Geraamd resultaat incl. Kaderbrief 2024 2.592

2025 2026 2027 2.857 -8.507 -13.715 -1.800 -1.800 -1.800 1.057 -10.307 -15.515

Meevallend scenario. Geraamd resultaat Kaderbrief 2024 (Bedragen x € 1.000) 2024 Geraamd resultaat incl. Kaderbrief 2024 2.592 Effect meevallend inkomstenscenario 300 Geraamd resultaat incl. Kaderbrief 2024 2.892

2025 2.857 700 3.557

2026 2027 -8.507 -13.715 2.700 9.700 -5.807 -4.015

Neutraal scenario. Geraamd resultaat Kaderbrief 2024 (Bedragen x € 1.000) 2024 Geraamd resultaat incl. Kaderbrief 2024 2.592 Effect neutraal inkomstenscenario 0 Geraamd resultaat incl. Kaderbrief 2024 2.592

2025 2.857 0 2.857

2026 2027 -8.507 -13.715 0 0 -8.507 -13.715

In alle gevallen ontstaat vanaf 2026 een forse niet sluitende begroting. Het is aan de raad om het college kaders mee te geven hoe hierin te handelen bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2024-2027. Keuzes liggen in combinaties van: het verhogen van de OZB, het heroverwegen/ temporiseren van de voornemens uit het Collegewerkprogramma, het doorvoeren van bezuinigingen, het meer risicovol begroten en waar mogelijk inzetten van de reserves (hetgeen alleen mag bij uitgaven met een onvoorwaardelijke einddatum en uitgaven die niet moeten worden geactiveerd).

Bijlage 1: Inventarisatie uitvraag extra structurele exploitatielasten > € 250.000 en kapitaallasten van investeringen > € 1 miljoen. (Bedragen x € 1.000) Investeringen 2024 Voorbereiding Omnipark Erp (2024 t/m 2027) Optimaliseren bestuurscentrum Onderwijshuisvesting IHP 2024 Duurzame mobiliteitsvisie 2024 Mobiliteitsprojecten A50 en A2 2024 Vervanging wegen 2024 Vervanging civiele kunstwerken 2024 Openbare verlichting versnelling project 2024 Natuur en landschapspark Vlagheide Investeringen 2025 t/m 2027 Uitvoering Omnipark Erp (2025 t/m 2027) Onderwijshuisvesting IHP 2025 t/m 2027 Mobiliteitsprojecten A50 en A2 2025 t/m 2027 Duurzame mobiliteitsvisie 2025 t/m 2027 Vervanging wegen 2025 t/m 2027 Openbare verlichting versnelling project 2025 Nieuwbouw of verbouw brandweerpost Veghel Bestedingen Veiligheidsregio Kadernota 2024 Kleinschalige verkeersvoorzieningen MJOP Masterplan buitensport DMOP Vastgoed Nota Kunst en Cultuur Uitvoeringsbudget Duurzaamheid Personele knelpunten Rente-ontwikkeling Totaal mutaties Kaderbrief 2024

2024

2025

2026

2027

38

38 472 300 217 130 260 94 136 137

38 470 502 215 129 258 93 136 136

37 465 500 213 128 256 93 135 135

159

713 152 250 260 137 225

776 1.055 238 248 518 136 223 300 250 1.837 2.588 300 1.000

139

300 250 1.837 2.588 300 1.000

300 250 1.837 2.588 300 1.000

300 250 1.837 2.588 300 1.000

6.452

8.218

9.989 11.431

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=d8279554-ac7f-4f76-baf6-2d802cb46d0e