CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Kaderbrief 2026

Raadsvergadering 3 juli 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Behandeling kaderbrief 20263.786 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inleiding Voor u ligt de Kaderbrief 2026, als opmaat naar de begroting. De Kaderbrief bestaat uit een financiële doorkijk en een aantal richtinggevende stellingen. Als gevolg van de keuze voor een kaderbrief in plaats van een kadernota blijven beleidsinhoudelijke zaken achterwege. De stellingen die in deze kaderbrief zijn opgenomen vormen onderdeel van de behandeling in de gezamenlijke commissievergadering. Voor Meierijstad is sprake van onzekerheid over rijksinkomsten. Dit blijft aan de orde zolang de meicirculaire nog niet is gepubliceerd. De tot nu toe beschikbaar gestelde informatie vanuit het Rijk is, voor zover mogelijk, uitgewerkt in deze kaderbrief. Voor veel gemeenten in Nederland, en ook voor Meierijstad, geldt dat er sprake is van een financieel uitdagende periode: we staan aan de rand van het ravijnjaar. De gemeentelijke begroting vertoont vanaf 2026 structurele tekorten, wat vraagt om ingrijpende keuzes en prioritering van de beschikbare middelen. In september 2024 is een ombuigingsproces gestart, om daarmee de impact van het ravijnjaar op te vangen. Om die reden staat de inhoud van de kaderbrief voor een belangrijk deel in het teken van ombuigen, zodat uitgaven en inkomsten met elkaar in balans kunnen worden gebracht en de beleidsdoelen op een verantwoorde wijze kunnen worden uitgevoerd. We gaan in deze kaderbrief in op de volgende onderwerpen: 1.

Actuele financiële situatie gemeente Meierijstad 2. Inkomsten 3. Ombuigingen 4. Proces om te komen tot sluitende begroting 2026 5. Stellingen ter behandeling in commissievergadering

1

1. Actueel financieel beeld (startsituatie t/m 1e bestuursrapportage 2025). Om een helder overzicht te geven van de beschikbare financiële middelen, presenteren we het geraamd resultaat voor de komende jaren per begin mei 2025. In de tabel hieronder kunt u dit lezen. De cijfers zijn gebaseerd op de raadsbesluiten tot en met de raadsvergadering van mei 2025, inclusief de voorlopige financiële gevolgen van de eerste bestuursrapportage 2025 (1e berap 2025). Voor het jaar 2026 en de jaren daarna zijn hierin nog geen extra middelen opgenomen voor bestaand of nieuw beleid, noch voor nieuwe (vervangings)investeringen of het meerjaren investeringsplan (MIP). Ook is geen rekening gehouden met mogelijke risico’s als gevolg van volumegroei, bijvoorbeeld binnen het sociaal of fysiek domein. Verder zijn in deze startsituatie de kadernota’s en begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen nog niet meegenomen. Deze startsituatie vormt de basis voor de verdere paragrafen die volgen (Bedragen x € 1.000) Resultaat inclusief MIP 2026-2029 (Startpunt ombuigingenboek) MIP 2026 t/m 2029 Geraamd resultaat bij begroting 2025 excl.

MIP 2026 t/m 2029 Raadsbesluiten november 2024 t/m maart 2025 Raadsbesluit april 2025 (Julianapark; Kostendekkingsplan riolering en water) Raadsbesluit mei 2025 (Vijfmaster, Henkeshage; verbouwing Spectrum) Gemeenschappelijke regelingen kadernota/begroting 1e berap 2025 Geraamd resultaat (startsituatie)

2026 -7.367

2027 -7.831

2028 -8.953

2029 -8.017

-7.367

553 -7.278

1.431 -7.522

1.870 -6.147

0 -209

0 -209

0 -209

-209

-75

-75

-75

-75

PM -685 -8.336

PM -838 -8.399

PM -1.039 -8.845

PM -1.102 -7.533

Het geraamd resultaat (startsituatie) is dus wat er per begin mei is besloten door de raad, met de toevoeging van de 1e berap 2025, die samen met deze kaderbrief in de gemeenteraad wordt behandeld.

2

2. Inkomsten In deze paragraaf gaan we zowel in op de inkomsten van het Rijk als op de lokale inkomsten van de gemeente, zowel de belastingcapaciteit als de algemene reserve. Inkomsten vanuit het Rijk Bij het opstellen van deze kaderbrief speelt de ontwikkeling omtrent het naderende ravijnjaar. Bijna alle gemeenten hebben te maken met financiële problemen als gevolg van het beleid van het Rijk, waarbij gemeenten al jaren steeds meer taken krijgen, maar niet de bijbehorende middelen. In 2026 voert het Rijk een aanzienlijke korting door op het gemeentefonds, waardoor de gemeenten veel minder geld ontvangen. Er bestaat nog altijd onduidelijkheid over de inkomsten van het Rijk voor Meierijstad voor de komende jaren. De volgende zaken maken de financiële toekomst van de gemeenten ongewis: • Tekortschietende compensatie voor kostenstijgingen als gevolg van indexeringen; • Tekorten op de jeugdzorg en de Wet Maatschappelijke Ontwikkeling (WMO); • Afschaffen van het abonnementstarief in de WMO met een korting op het gemeentefonds; • Besparingen op de hervormingsagenda jeugdzorg; • Veel onzekerheden over het afschaffen van specifieke uitkeringen. Op basis van de Voorjaarsnota 2025 verzacht het kabinet deze tekorten met name voor de jaren 2026 en 2027. De tekorten blijven bestaan op korte termijn en vanaf 2028 worden er geen wijzigingen verwacht.

Met het traject “ombuigingen 2026-2029" hebben we ons voorbereid op de tekorten. Landelijke ontwikkeling: voorjaarsnota 2025 In het overhedenoverleg van 16 april 2025 heeft het kabinet de zorgen van gemeenten serieus genomen. Per saldo komt er tot en met 2027 cumulatief 3 miljard beschikbaar voor gemeenten. Er komt compensatie voor het ravijnjaar en voor de stijgende kosten in de jeugdzorg. Gemeenten krijgen vanaf volgend jaar structureel ruim 800 miljoen euro extra van het rijk. Dat staat in de voorjaarsnota die op 18 april 2025 is gepubliceerd. De middelen zijn bedoeld voor de stijgende kosten in de jeugdzorg, maar ook om de terugval in het gemeentefonds vanaf 2026 deels te compenseren. De gemeenten kunnen rekenen op: • Demping terugval gemeentefonds: in totaal stelt het rijk een bedrag van ruim 400 miljoen euro per jaar beschikbaar voor het dempen van de terugval in het gemeentefonds vanaf 2026. Dit bedrag komt vanaf volgend jaar beschikbaar en is structureel van aard; • Jeugdzorg: Er komt structureel 414 miljoen euro per jaar beschikbaar om de tekorten in de jeugdzorg deels op te vangen. Dat is in lijn met het advies van de deskundigencommissie Van Ark. Die adviseerde om het ontstane tekort in gelijke delen te verdelen over het rijk en de gemeenten. Met deze toevoeging voor de jeugdzorg moeten gemeenten de meerjarig opgenomen stelpost jeugd laten vervallen.

• Hervormingsagenda: ook krijgen gemeenten een incidenteel voordeel van ongeveer 950 miljoen, verdeeld over 2026 en 2027. Dat is het gevolg van het besluit van het rijk om voorgenomen bezuinigingen via de hervormingsagenda jeugd door te schuiven naar 2028; • Besparingen: het rijk becijfert daarnaast in de voorjaarsnota dat gemeenten vanaf 2028 jaarlijks 260 miljoen euro meer opbrengsten zullen hebben door de voorgenomen eigen bijdrage in de jeugdzorg. Tevens denkt het rijk dat gemeenten vanaf 2028 68 miljoen euro per jaar kunnen besparen door te sturen op een kortere trajectduur in de jeugdzorg.

3

Het kabinet heeft daarnaast toegezegd om de komende maanden te zoeken naar middelen om gemeenten voor 50% te compenseren voor de jeugdzorg tekorten over 2023 en 2024 (€ 728 miljoen), zoals geadviseerd was door de commissie Van Ark. De Voorjaarsnota van het kabinet, zal zijn weerslag krijgen in de meicirculaire 2025. Op basis van de toezeggingen in de voorjaarsnota van het kabinet hebben wij het aandeel van de gemeente Meierijstad als volgt ingeschat. Rijksinkomsten voorjaarsnota 2025

(Bedragen x € 1.000) Demping terugval gemeentefonds BTW-compensatiefonds, afrekening 2024 Mutaties jeugd kosten jeugdzorg Vervallen stelpost jeugd opgenomen in mjr

2026 1.584 -930 5.300 -854

Uitstel vervanging Wmo abonnementstarief Uitstel verhogen tarieven (budgettair neutrale verwerking) Geraamd resultaat rijksinkomsten

900 -900 5.100

2027 1.658 -930 4.600 -795

2028 1.605 -930 -400 -795

2029 1.601 -930 -300 -795

4.533

-520

-424

Hierin is eveneens verwerkt het effect BTW-compensatiefonds (BCF). Het BCF kent een plafond. In de meerjarenraming mag maximaal een stelpost worden opgenomen ter hoogte van de laatst bekende afrekening. Dit heeft voor Meierijstad een nadelig effect. Op basis van de vaststelling 2024 is toegestaan € 1.320.000, terwijl nu in de meerjarenraming structureel € 2.250.000 is opgenomen. Een nadeel van € 930.000. (Bedragen x € 1.000) Startsituatie Verwachte rijksinkomsten voorjaarsnota Geraamd resultaat na mutaties voorjaarsnota

2026 -8.336 5.100 -3.236

2027 -8.399 4.533 -3.866

2028 -8.845 -520 -9.365

2029 -7.533 -424 -7.957

Lokale inkomsten van Meierijstad: Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft (procentueel) aan hoeveel ruimte een gemeente beschikbaar heeft om belasting(en) (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing) te verhogen. Om te beoordelen of er sprake is van onbenutte belastingcapaciteit wordt enerzijds de ruimte bepaald tussen de eigen OZB-tarieven en het redelijk peil van de OZB dat wordt vastgesteld in het kader van artikel 12 Financiële verhoudingswet (de artikel 12-norm). Anderzijds wordt de riool- en afvalstoffenheffing in beschouwing genomen. Dit omdat deze heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld. Er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet wordt benut. De gemeenteraad bepaalt welke gemeentelijke belastingen inwoners betalen en hoe hoog de belasting is. Binnen Meierijstad zijn de afvalstoffenheffing en het rioolrecht momenteel 100% kostendekkend. Daar is geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Voor de OZB is hiervan wél sprake en deze bedraagt € 10,1 miljoen (jaarrekening 2024). Hierin zit voor de raad de mogelijkheid besloten om op structurele wijze extra financiële ruimte te creëren. De raad is immers vrij om de belastingtarieven te verhogen.

In het traject voor de ombuigingen zijn voorstellen gedaan om enerzijds een inhaalcorrectie van OZB-tarieven door te voeren in verband met hogere inflatie, en anderzijds een extra verhoging van de tarieven toe te passen boven op de ingerekende indexering. 4

Lokale inkomsten van Meierijstad: algemene reserve De algemene risicoreserve wordt ingezet voor het afdekken van financiële risico’s (benodigde weerstandscapaciteit). Een eventueel saldo boven de benodigde weerstandscapaciteit kan en mag alleen worden ingezet als sprake is van uitgaven met een onvoorwaardelijke einddatum en als deze niet hoeven te worden geactiveerd. Bij het besluit tot vaststellen van de Nota reserves en voorzieningen 2025 is een deel van de algemene reserve afgezonderd om te dienen als buffer voor het afdekken van de geïnventariseerde risico's. Op basis van deze nota is vanaf 2025 de Algemene Reserve risico's Grondexploitatie en het risicodeel van de Algemene risicoreserve samengevoegd tot een Algemene risicoreserve. Daarnaast blijft er een algemene reserve bestaan voor incidentele ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, en ter afdekking van de schommelingen in de jaarrekeningresultaten. Het geraamde verloop kan als volgt worden weergegeven: Prognose saldo tot en met besluitvorming 1e berap 2025 Bedragen x € 1.000 Algemene risicoreserve Algemene risicoreserve op basis van risico-inventarisatie Jaarrekening 2024

29.029

Algemene reserve Stand jaarrekening 2024

66.544

Prognose uitgaven t/m 2025

-26.129

Prognose inkomsten t/m 2025

3.682

Overheveling naar algemene risicoreserve

-13.036

Saldo Jaarrekening 2024

8.751

Bestuurscentrum Sint-Oedenrode

-640 39.172

Prognose uitgaven t/m 2029 (raadsbesluiten) MIP 2027-2029 (conceptbegroting 2025) Prognose inkomsten t/m 2029 (raadsbesluiten)

-13.770 961 3.500 29.863

De mogelijkheid voor het inzetten van de algemene reserve zijn met ingang van de begroting 2024 ruimer gemaakt. Middelen uit de algemene reserve mogen onder voorwaarden ook gebruikt worden voor structurele lasten. Normaliter is het niet toegestaan om structurele tekorten op te vangen met reserves, maar nood breekt wet. Gemeenten mogen tot tien procent van een surplus in de algemene reserve aanwenden om een structureel tekort te dekken. Dit onder de voorwaarde dat de solvabiliteit van de gemeente groter of gelijk aan 20 procent is en blijft. Op basis van bovenstaande prognose zou een bedrag van 2,9 miljoen als zodanig kunnen worden ingezet.

5

3. Ombuigingen Na de vaststelling van de programmabegroting 2025 is er een ombuigingentraject opgestart vanwege de tekorten die het meerjarige perspectief lieten zien. Het doel van het gestarte proces is “De Programmabegroting 2026-2029 is structureel, reëel sluitend voor de jaren 2026-2029, maar tenminste het jaar 2026”. De afgelopen maanden is er gewerkt aan een pakket aan ombuigingsvoorstellen om de tekorten te dekken. Dit heeft geresulteerd in een pakket aan voorstellen van afgerond € 9.571.000, wat in de jaren erna oploopt tot boven de tien miljoen. Het college heeft veel overdenking en tijd gestoken in het beoordelen van dit pakket, en adviseert de raad om voor het jaar 2026 voor een bedrag van afgerond € 7.602.000 aan ombuigingsmaatregelen te treffen. (Bedragen x € 1.000) Door het college geadviseerde ombuigingsvoorstellen Door het college niet-geadviseerde ombuigings- voorstellen Totaal ombuigingsvoorstellen

2026 7.602

2027 8.204

2028 8.476

2029 8.551

1.969

2.042

2.119

1.844

9.571

10.246

10.595

10.395

Op 16 april heeft een extra commissievergadering plaatsgevonden waarin het ombuigingenboek centraal stond. In het ombuigingenboek staan alle ombuigingsvoorstellen. Tijdens deze bijeenkomst hebben de fracties hun standpunten kenbaar kunnen maken over de voorgestelde ombuigingen. Daarnaast was er gelegenheid om vragen te stellen en zorgen te uiten over specifieke voorstellen. Het college heeft de inbreng van de raad zorgvuldig gewogen. De meningen en zorgen die zijn geuit over enkele van de voorgestelde ombuigingen zijn meegenomen in de verdere afwegingen. Op basis hiervan stelt het college enkele wijzigingen voor ten opzichte van het oorspronkelijke ombuigingenboek. Voor de overige voorstellen geldt dat het college heeft besloten deze ongewijzigd in stand te houden. Naar verwachting kunnen deze maatregelen worden gerealiseerd zonder onacceptabele risico’s, toekomstige negatieve gevolgen of directe beleidsmatige consequenties. Tijdens de commissievergadering is tevens gesproken over mogelijke ombuigingsvoorstellen met betrekking tot de frequentie van het ophalen van GFT-afval en de toeristenbelasting. Deze voorstellen worden momenteel nog onderzocht en kunnen op dit moment nog niet financieel worden onderbouwd. Daarnaast werd in de bijeenkomst de (on)wenselijkheid van ombuigingen in het sociaal domein besproken.

Op dat moment bestond er geen uniform standpunt over de eventuele ombuigingen. Om die reden maken ze geen deel uit van onderstaande tabel met aanpassingen op de ombuigingsvoorstellen.

6

(Bedragen x € 1.000) Ombuigingen door het college geadviseerd

2026 7.602

2027 8.204

2028 8.476

2029 8.551

Extra ombuiging Restaurant gemeentehuis Veghel sluiten op vrijdag

20

20

20

20

-205

410

410

410

-25 PM

-25 PM

-25 PM

-25 PM

7.392

8.609

8.881

8.956

Aanpassingen voorgestelde ombuigingen Vermakelijkhedenretributie Verhogen tarieven banenzwemmen en entreegelden Subsidie Wijk- en gemeenschapshuizen Totaal ombuigingen

Restaurant gemeentehuis Veghel sluiten op vrijdag Het college stelt voor om dit ombuigingsvoorstel alsnog toe te voegen aan het totaal 'geadviseerd aan de raad'. Vermakelijkhedenretributie In het Ombuigingenboek is voorgesteld om een vermakelijkheden retributie van € 1 per toegangsbewijs te heffen. Nu wordt voorgesteld dit bedrag te verhogen met € 2, naar in totaal € 3. Dit levert € 410.000 euro extra op. Indien wordt besloten tot de invoering van een vermakelijkhedenretributie, is het van groot belang dat organisatoren van de betreffende belastbare evenementen – zoals Paaspop, Harmony of Hardcore en Seventh Sunday – hierover tijdig worden geïnformeerd. Dit stelt hen in staat om de heffing op een adequate wijze te verwerken in de prijsstelling van toegangskaarten. De kaartverkoop voor deze festivals in 2026 is inmiddels al gestart. Daarom wordt voorgesteld om de invoering van de vermakelijkhedenretributie pas per 2027 te laten ingaan. Verhogen tarieven banenzwemmen en entreegelden Het college adviseert de raad om het ombuigingsbedrag terug te brengen naar € 25.000 om de financiële impact van de verhoging voor banenzwemmen en entreegelden beperkt te houden. Dit met name bezien vanuit de doelgroep die geraakt wordt door de prijsverhoging: inwoners die moeilijk mee kunnen doen met andere vormen van sport.

Subsidie Wijk- en gemeenschapshuizen Het college stelt voor om dit ombuigingsvoorstel toe te voegen aan het totaal ' niet geadviseerd aan de raad'. Het is nu aan de raad om het college kaders mee te geven en te besluiten welke ombuigingen al dan niet worden opgenomen in de programmabegroting 2026. Deze keuze komt terug in de paragraaf met de stellingen. Hierover gaan we graag met u in gesprek tijdens de commissievergaderingen.

7

4. Proces om te komen tot een sluitende begroting 2026 Het geraamde resultaat (startsituatie) vertoont een zorgwekkend financieel beeld. Ook met de verwachte extra rijksinkomsten voor 2026 en de daaropvolgende jaren vanuit de voorjaarsnota kunnen de stijgende uitgaven niet volledig dekken, waardoor er een negatief geraamd resultaat blijft bestaan. Ook voor de meerjarenraming 2027 tot en met 2029 blijft het geraamde resultaat negatief. Tijdens de behandeling van de Kaderbrief 2026 in de commissie en de raadsvergadering moet duidelijk worden welke maatregelen er genomen gaan worden om tot een sluitende begroting te komen. Naast het ombuigingsproces is er voor de begroting ook een inventarisatie gedaan in de ambtelijke organisatie naar actuele ontwikkelingen. Gezien de financiële tekorten die de meerjarenraming laat zien is deze uitvraag alleen gedaan voor bestaand beleid onontkoombare uitgaven op basis van wet- en regelgeving en autonome ontwikkelingen. Een aantal voorstellen is hierdoor niet ingediend, maar zullen in de loop van 2025 nog naar voren komen. Voor 2026 worden de definitieve (inhoudelijke en financiële) keuzes gemaakt bij de begrotingsbehandeling 2026 op 6 november 2025. In de uitvraag zijn dus alleen financiële ontwikkelingen opgenomen voor bestaand beleid. Dit kunnen zowel structurele als incidentele ontwikkelingen zijn.

De financiële ontwikkelingen met een incidenteel karakter hebben geen effect op het geraamde resultaat als de dekking plaatsvindt vanuit een reserve. De financiële ontwikkelingen van bestaand beleid lopen op van € 5 miljoen in 2026 naar € 8,6 miljoen in 2029. In de volgende tabel staat op hoofdlijnen de financiële vertaling van deze ontwikkelingen. Deze financiële ontwikkelingen bestaan enerzijds uit hogere lasten voor het uitvoeren van bestaande activiteiten. Anderzijds gaan deze over investeringen die al eerder opgenomen waren in het meerjarig investeringsplan en investeringen die nieuw worden aangedragen.

(Bedragen x € 1.000) Bestaand beleid Afschrijving Investeringen 2026 Afschrijving MIP 2027-2029 Totaal ontwikkelingen bestaand beleid

2026 5.334 25 5.359

2027 5.336 986 28 6.350

2028 5.387 1.861 264 7.511

2029 5.964 1.907 732 8.603

8

Bestaand beleid Bij bestaand beleid gaat het om ontwikkelingen die met name betrekking hebben op de budgetten van WMO en Jeugd. Vanuit de jaarrekening 2024 blijkt dat deze budgetten te laag geraamd zijn. Daarnaast gaat het om verhoging van budgetten voor beheer openbare ruimte, gebouwen en sportterreinen en enkele subsidies en begrotingen van gemeenschappelijke regelingen. Afschrijving Investeringen 2026 Bij de programmabegroting 2025 is het meerjaren investeringsplan (MIP) 2026-2028 opgenomen. De jaarschijf 2026 is geactualiseerd en er zijn een aantal nieuwe investeringen aangedragen voor 2026. Het gaat dan in beide gevallen voornamelijk om investeringen van het integraal huisvestingsplan onderwijshuisvesting, investeringen in de openbare ruimte en vervangingsinvesteringen. Op deze regel staan de afschrijvingslasten voor deze investeringen. De rentecomponent van kapitaallasten is hier nog niet meegerekend. Afschrijving Investeringen 2027 t/m 2029 Bij de programmabegroting 2025 is het meerjaren investeringsplan (MIP) 2026-2028 opgenomen. De jaarschijven 2027 en 2028 zijn geactualiseerd en de jaarschijf 2029 is toegevoegd. Dit vormt samen het MIP 2027-2029 bij de programmabegroting 2026. Naast investeringen uit het MIP zijn er voor 2027-2029 een aantal nieuwe investeringen aangedragen.

Ook hier gaat het dan voornamelijk om investeringen van het integraal huisvestingsplan onderwijshuisvesting, investeringen in de openbare ruimte en vervangingsinvesteringen. Op deze regel staan de afschrijvingslasten voor deze investeringen. De rentecomponent van kapitaallasten is hier nog niet meegerekend. Voor een groot deel van de voorgestelde investeringen geldt dat de lasten pas vanaf 2030 zullen starten, deze zijn niet zichtbaar in dit overzicht.

9

Financieel resultaat kaderbrief Betrekken we de geïnventariseerde financiële ontwikkelingen bij het geraamde resultaat na mutaties voorjaarsnota dan komen de geraamde resultaten in alle jaren negatief uit. Het is aan de raad om het college richtinggevende kaders mee te geven over de wijze waarop met het geconstateerde tekort dient te worden omgegaan. Deze kaderstelling is van essentieel belang voor het maken van verantwoorde keuzes in de verdere uitwerking van het financiële beleid. Dit onderwerp maakt deel uit van de stellingen die in de slotparagraaf van dit stuk zijn opgenomen, ter ondersteuning van de discussie en besluitvorming door de raad. (Bedragen x € 1.000) Startsituatie Verwachte rijksinkomsten voorjaarsnota Geraamd resultaat na verwachte mutaties rijksinkomsten Ingediende formats Ombuigingen door het college geadviseerd Geraamd resultaat

2026 -8.336 5.100 -3.236

2027 -8.399 4.533 -3.866

2028 -8.845 -520 -9.365

2029 -7.533 -424 -7.957

-5.359 7.392 -1.203

-6.350 8.609 -1.607

-7.511 8.881 -7.995

-8.603 8.956 -7.604

Kanttekening In het gepresenteerde geraamde resultaat is nog geen rekening gehouden met een aantal ontwikkelingen die in de komende maanden verder worden uitgewerkt en die een financiële impact op de begroting hebben. Daarbij gaat het onder andere om de uitwerking van de meicirculaire, de doorrekening van personeelslasten en kapitaallasten, de ontwikkelingen bij gemeenschappelijke regelingen, indexeringen, het masterplan Veghel, de persleiding bij Friesland Campina en ontwikkelingen in het sociaal domein die mogelijk een impact gaan hebben op de formatie. Voor de laatstgenoemde ontwikkeling is het streven om deze budgetneutraal op te vangen binnen de bestaande financiële kaders.

10

5. Stellingen ter behandeling in commissievergadering Het begrotingsjaar 2026 heeft een structureel sluitend karakter Voor het behouden van repressief toezicht is een sluitende begroting 2026 voor structurele lasten en baten voldoende. Voor 2027-2029 is dit niet strikt noodzakelijk, maar uitgangspunt is wel dat de structurele tekorten beheersbaar blijven en zoveel mogelijk worden beperkt. Het begrotingsjaar 2026 heeft een beleidsarm karakter. Gezien de tekorten en de noodzakelijke ombuigingen die gedaan moeten worden om een sluitende begroting voor te leggen, nemen we geen financiële middelen op voor nieuw beleid. Meierijstad gaat door op de in 2025 ingezette koers, met de daarvoor beschikbare middelen. Er worden alleen financiële middelen opgenomen voor bestaand beleid, onontkoombare uitgaven op basis van wet- en regelgeving en autonome ontwikkelingen. De raad neemt de door het college geadviseerde ombuigingsvoorstellen, inclusief vermelde mutaties, integraal over. Op 31 maart is aan de raad het boekwerk ‘ombuigingsvoorstellen om tot een sluitende begroting van de gemeente Meierijstad te komen in de periode 2026 – 2029’. In dat boekwerk heeft het college de raad geadviseerd om een set met voorstellen vast te stellen voor een totale waarde van € 7,6 miljoen. Tijdens de extra raadsvergadering op 16 april is hierover gesproken.

Op basis van deze input heeft het college in deze kaderbrief enkele mutaties aangegeven. Dit resulteert in een in een totale waarde aan ombuigingsvoorstellen van € 7,4 miljoen. De raad neemt de ombuigingsvoorstellen inclusief mutaties over. Het is acceptabel om daar waar mogelijk minder voorzichtig te ramen/een eigen inschatting te maken, om deze toe te passen in de meerjarenraming. Voor het samenstellen van de begroting geldt de wettelijke eis dat de budgetten gebaseerd zijn op reële ramingen dat wil zeggen volledig, realistisch en haalbaar. Binnen deze wettelijke eis kan de raad kiezen voor het mogelijk minder voorzichtig te ramen of eigen inschattingen te maken, zoals bijvoorbeeld niet meer ramen vanuit een maximum. Het tekort dat overblijft na het overnemen van de ombuigingsvoorstellen dekken we voor 2026 met de algemene reserve. Gemeenten mogen vanaf 2024 een deel van hun reserves en overschotten inzetten voor het dekken van structurele lasten. Tot tien procent van een surplus in de algemene reserve mag worden aangewend om een structureel tekort te dekken. Dit onder de voorwaarde dat de solvabiliteit van de gemeente groter of gelijk aan 20 procent is en blijft. Dit is alleen mogelijk voor het begrotingsjaar 2026.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=bac06035-c164-4256-8195-e58f5d87106b