Bijlage 1 - Evaluatie wijkaanpak januari 2026
Tekst van het document
Evaluatie wijkaanpak Bloemenwijk Schijndel en Veghel Zuid 2021-2025
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: de wijkaanpak Bloemenwijk Schijndel en Veghel Zuid Aanleiding (3) Doelen van de wijkaanpak (3) Werkwijze wijkaanpak (4) Hoofdstuk 2: evaluatie Zijn de doelen gehaald? (6) Hoofddoelen (7) Subdoelen (9) Hoofdstuk 3: wat leren we van de wijkaanpak? Successen (11): o Serviceteam en wijkbeheerder o Overlegstructuur/ actieteam Lessen (12): o Interne samenwerking o Aandachtspunten Hoofdstuk 4: conclusie (15) Bijlagen: Bijlage 1: succesfactoren voor een geslaagde wijkaanpak (17)
2
Hoofdstuk 1: de Wijkaanpak Bloemenwijk Schijndel en Veghel Zuid Aanleiding In 2021 is gestart met de wijkaanpak op leefbaarheid in 2 wijken van de gemeente Meierijstad. Aanleiding hiervoor is de eerste leefbaarheidsmonitor (2019) waarvan de uitkomsten in 2020 zijn gepresenteerd. Aan de hand van de uitkomsten van de monitor is gekozen voor de pilot wijkaanpak voor de wijken Bloemenwijk in Schijndel en Veghel Zuid in Veghel. Samen met de woningcorporaties (Area en Woonmeij) en de welzijnsorganisaties is er een plan van aanpak geschreven voor deze 2 wijken. Deze zijn in 2021 vastgelegd in de prestatieafspraken tussen de samenwerkingspartners; waarna de partners gebonden zijn aan de afspraken over de wijkaanpak. In 2022 is voor de tweede keer een Leefbaarheidsmonitor uitgezet binnen de gemeente Meierijstad. In het Collegebesluit van 3 oktober 2023 zijn op basis van deze uitkomsten de volgende besluiten genomen: -
Voortgang van de wijkaanpak Formatieruimte voor inzet wijkbeheerder Evaluatie wijkaanpak eind 2025 (dit is in overleg met portefeuillehouder verschoven naar februari 2026, zodat de uitkomsten van de nieuwe leefbaarheidsmonitor van 2025 in de evaluatie meegenomen kunnen worden).
Doelen van de wijkaanpak In november 2020, bij de eerste opzet van de wijkaanpak, zijn een aantal beoogde doelen benoemd. Allereerst is er een overkoepelend SMART-doel geformuleerd: Score/cijfer leefbaarheidsmonitor (meetbaar resultaat) blijft gelijk of is beter. Vervolgens zijn er hoofddoelen en subdoelen opgesteld. De hoofddoelen luidden als volgt: •
•
Verbeteren van uitstraling grijs (wegen, paden) en groen (plantsoenen), vergroten van verbondenheid tussen en met inwoners, verminderen van overlast. -
In Veghel -Zuid betreft het met name groenonderhoud en wegenonderhoud, uitstraling van het plantsoenen en afvalproblematiek.
-
In Boschweg Noord-Oost (Bloemenwijk Schijndel) uitstraling van plantsoenen en wegen en paden.
Samenwerking tussen inwoners, corporatie, gemeente en de andere ‘netwerkpartners’ verbeteren.
Daarnaast zijn er de volgende subdoelen: •
Inwoners laten merken dat ze worden gehoord en serieus genomen; dat er iets wordt gedaan met wat men aangeeft/ vertrouwen versterken. 3
•
Inzet en betrokkenheid van inwoners bij hun wijk verder verstevigen.
•
Gedragspatronen van inwoners bespreekbaar maken en samen veranderen (bijvoorbeeld op afval).
Werkwijze wijkaanpak De twee wijken geven ieder hun eigen wijkaanpak vorm. Dat betekent dat zij (kunnen) verschillen in tempo, accenten en omvang. Toch zijn er wel een aantal uitgangpunten van waaruit beide wijken werken: • •
•
• •
• •
In gesprek gaan met een diverse groep bewoners om focuspunten en prioriteiten vast te stellen, waarbij ook gekeken wordt naar wat de wijk zelf kan bijdragen. De resultaten van de leefbaarheidsmonitor als basis gebruiken voor gesprekken. Deze resultaten zijn leidend en dienen als richtlijn, zodat iedereen weet waar we gezamenlijk naartoe werken en waarom. Bewoners zoveel mogelijk de regie geven, terwijl instanties faciliteren waar mogelijk. De zelfredzaamheid in de wijk versterken door actief op zoek te gaan naar externe inspiratie en ondersteuning (bijvoorbeeld van andere gemeenten of instanties). Snel schakelen in acties en communicatie. Langetermijninvesteringen combineren met zichtbare resultaten en quick wins. Verder bouwen op bestaande projecten, acties en initiatieven in de gebieden, en deze versterken, versnellen en verbinden. Een duurzame samenwerking op het gebied van leefbaarheid tussen inwoners, gemeente en corporatie verder ontwikkelen. Geen grand design, maar stap voor stap samenwerken, kansen creëren en benutten.
Ook wordt in beide wijken gewerkt met een zogenaamd actieteam, waarin verschillende disciplines en bewoners plaatsnemen. Dit actieteam vormt de rode draad door de wijkaanpak. Buiten deze uitgangspunten zijn de wijkaanpakken in de verschillende wijken dus anders van opzet. Hieronder volgt een korte beschrijving van de 2 wijken en de grootste verschillen. Werkgebied Veghel Zuid Gaandeweg de wijkaanpak is gebleken dat het gebied wat in de eerste leefbaarheidsmonitor als Veghel Zuid werd aangeduid eigenlijk te groot was. In de eerste monitor vielen namelijk wijken de Scheifelaar en Veghels Buiten ook binnen het gebied Veghel Zuid. Dit grote gebied is te divers om als één gebied te behandelen. Bij de volgende leefbaarheidsmonitor, die van 2022, is het oorspronkelijke gebied Veghel Zuid uiteengevallen in Veghels Buiten & De Scheifelaar en oud Veghel Zuid. Als er in deze evaluatie gesproken wordt over Veghel Zuid, dan gaat het alleen over de wijk Veghel Zuid. Verschillen in de wijkaanpak Beide wijken werken dus met een actieteam. In dat actieteam zit in ieder geval een vertegenwoordiging van Sociaal Werk Meierijstad, de betreffende woningcorporatie (Woonmeij of Area), de wijkraad, wijkbewoners en wordt voorgezeten door de buurtadviseur van de gemeente. Incidenteel sluiten ook de wijkboa’s en wijkagenten aan.
4
Zoals ook al eerder gezegd kunnen de verschillende wijkaanpakken verschillen in tempo, accenten en omvang. Dat doen ze dan ook. Eén van de punten waar de wijkaanpak in de Bloemenwijk zich bijvoorbeeld extra op richt is vertrouwen in de overheid en andere instanties. Voorafgaand aan de wijkaanpak was het vertrouwen van de bewoners in die wijk erg laag. Daarom is er alles aan gedaan om dat vertrouwen een boost te geven. Omdat de wijkaanpakken zich richten op stap voor stap samenwerken, kansen creëren en benutten is het vanzelfsprekende dat de acties ook verschillen. Beide wijken verschillen in grootte, samenstelling van bewoners, opzet van de wijk, bestaande samenwerkingen met en tussen inwoners, inzet van professionals enz. Dit alles is van invloed op de uitvoering van de wijkaanpak.
5
Hoofdstuk 2: Evaluatie Zijn de doelen gehaald? Het overkoepelende hoofddoel is: Score/cijfer leefbaarheidsmonitor (meetbaar resultaat) blijft gelijk of is beter. De resultaten van de leefbaarheidsmonitor (2019-2022-2025) laten het volgende beeld zien: Bloemenwijk Schijndel: Algemene score Jaar 2019 2022 2025
Score 7,1 7,4 7,6
Percentage inwoners dat van mening is dat de wijk het afgelopen jaar vooruit is gegaan: Jaar 2019 2022 2025
Percentage 8% 13% 33%
De uitkomsten van de leefbaarheidsmonitor laten voor de Bloemenwijk in Schijndel duidelijk zien dat wijkbewoners de wijk beter waarderen. Ook is een flinke stijging te zien in het percentage van inwoners dat van mening is dat de wijk het afgelopen jaar voorruit is gegaan. Deze uitkomsten zijn bemoedigend. We kunnen voorzichtig de conclusie trekken dat de wijkaanpak heeft bijgedragen aan een positiever beeld van de wijk. Veghel Zuid: Algemene score: Jaar 2019 2022 2025
Score n.v.t. 7,4 7,3
Voor 2019 is geen vergelijking mogelijk omdat het gebied anders was. Percentage inwoners dat van mening is dat de wijk het afgelopen jaar vooruit is gegaan. Deze percentages zijn voor Veghel Zuid indicatief, omdat er weinig respondenten zijn die hebben aangegeven dat de wijk vooruit is gegaan. Wel is een kleiner percentage van inwoners van mening dat de wijk in 2025 achteruit is gegaan. In 2022 was dit 35% en in 2025 31%. Voor Veghel Zuid laten de uitkomsten van de leefbaarheidsmonitor nog geen duidelijke vooruitgang zien in de waardering van de wijk door inwoners. Hoewel er wel op enkele punten belangrijke verbeteringen zijn, zoals minder rommel op straat, betere waardering van sociale
6
voorzieningen en grotere bereidheid van inwoners om mee te doen in de wijk, hebben deze niet gezorgd voor een zichtbaar beter waardering van de wijk.
Hoofddoelen Hoofddoel: verbeteren van uitstraling grijs (wegen en paden) en groen (plantsoenen), vergroten van verbondenheid, verminderen van overlast. In de Bloemenwijk is de algemene uitstraling van de wijk iets verbeterd omdat op verschillende locaties de openbare ruimte is aangepakt. Het Distelpad is opnieuw geasfalteerd en versteleten beplanting verwijderd. Woonmeij heeft een grote schoonmaakactie georganiseerd waarbij 7 zeecontainers aan afval zijn afgevoerd. Rozenplein is opgewaardeerd waarbij de beplanting, parkeerplaatsen en speelvoorzieningen zijn vernieuwd. Bewoners van de Leliestraat hebben geveltuintjes gerealiseerd. Aan de Gladiolenhof zijn oude versleten groenstroken opnieuw aangeplant. Afvalproblematiek bij de Spar is grotendeels opgelost door het verwijderen van de textielcontainer. Burgemeestersvijver is uitgebaggerd en vissteiger is aangelegd. Nieuwkomers uit de Heidebloemstraat hebben vele kleine klussen in de wijk opgepakt. Er is een prachtig nieuw wijkcentrum gerealiseerd ’t Bluumke. In het wijkcentrum worden vele ontmoetingsactiviteiten georganiseerd, zoals iedere donderdag een vrije inloop. Het actieteam heeft een Facebookgroep en een whatsappgroep opgericht om makkelijk en snel bewoners digitaal te kunnen bereiken. Helaas zijn er, ondanks de vele inzet, nog steeds illegale dumpingen van (grof)afval te zien. Dit vergt een lange adem.
Wel laten de uitkomsten van de leefbaarheidsmonitor een lichte stijging zien in de waardering van de omgeving van wijkbewoners in de Bloemenwijk. In de wijk Veghel Zuid zijn enkele acties geweest die hebben geleid tot aanpassingen in de openbare ruimte: Zo zijn extra parkeerplaatsen gerealiseerd bij het dierenpark. Het plantsoen rondom het kunstwerk bij winkelcentrum de Boekt is opnieuw ingericht. Bij de start van de wijkaanpak in Veghel Zuid is vooral ingezet op het verminderen van de bijplaatsingen van afval bij de kledingcontainers bij winkelcentrum de Boekt. Op deze locatie zijn verschillende interventies geweest. o Er zijn interviews gehouden om de oorzaak van bijplaatsingen te achterhalen. o Er is ingezet in het zo snel mogelijk opruimen van het bijgeplaatste afval zodat dit niet leidt tot nieuwe bijplaatsingen. o Ook de BOA’s hebben een controleactie gehouden. o Uiteindelijk is besloten om de kledingcontainers te verwijderen. Dit heeft wel gezorgd voor minder bijplaatsingen van vooral grofvuil, zoals bankstellen, stoelen, tafels. Uit gesprekken met bewoners blijkt dat deze inzet geholpen heeft in het verminderen van de overlast. De uitkomsten van de 7
leefbaarheidsmonitor laten zien dat er sterke afname is van rommel op straat. Dit kan te maken hebben met de consequente acties die de wijkbeheerder heeft ingezet om rommel op straat te verminderen. Wel is het zorgelijk dat inwoners in de monitor aangeven dat ze meer overlast ervaren van dumping van drugsafval. Samen met medewerkers van openbaar gebied is ook nog gekeken naar de quick wins in de openbare ruimte. Zo zijn enkele plantsoenen opgeschoond en is er een plan gemaakt om het terrein rondom de basisschool de Vijfmaster te vergroenen. Dit zijn kleine, eerste stappen in het verbeteren van de uitstraling van het groen in de wijk. De uitvoering hiervan staat grotendeels gepland voor 2026, waardoor het effect pas later zichtbaar is. Grote aanpassingen in de openbare ruimte zijn niet uitgevoerd omdat de riolering in de wijk in de toekomst vervangen moet worden en aanpassingen dus van tijdelijke aard zouden zijn. Goed om te vermelden is dat het nog niet duidelijk is op welke termijn de riolering vervangen wordt. Kortom, de aanpassingen die er zijn geweest aan de openbare ruimte in Veghel Zuid zijn onvoldoende om de mening van de wijkbewoners hierover in positieve zin bij te stellen. Dit blijkt ook uit de uitkomsten van de leefbaarheidsmonitor.
Om de verbondenheid tussen inwoners in Veghel Zuid te vergroten zijn door het actieteam verschillende initiatieven opgezet: Op verschillende locaties in de wijk zijn laagdrempelige buurtontmoetingen georganiseerd. Dit om bewoners kennis met elkaar te maken en onderlinge contacten te bevorderen. Ook is het actieteam in mei 2024 gestart met het organiseren van een wekelijkse wijkontmoeting in wijkgebouw ’t Zoeklicht. Bedoeld als een vast inloopmoment voor wijkbewoners die behoefte hebben aan een praatje onder het genot van een kopje koffie. Ook is de wijkontmoeting bedoeld voor bewoners die de stap naar verschillende instanties te groot/ver vinden. Wijkbewoners die vragen hebben aan Area, gemeente en Sociaal Werk Meierijstad zijn van harte welkom om tijdens het inloopmoment hun vraag te stellen. De eerste paar weken was de opkomst goed. Later bezochten steeds minder bewoners het wijkgebouw. Met de inzet van communicatiemiddelen is geprobeerd om het tij te keren, maar dat is helaas niet gelukt. Daarom is besloten om halverwege 2025 de wijkontmoeting terug te brengen naar 1 keer per maand. Aanvullend zijn deur-aan-deur bezoeken gehouden en op diverse locaties in de wijk buurtontmoetingen georganiseerd. De buurtontmoetingen zijn over het algemeen goed bezocht door wijkbewoners.
Opvallend is dat de uitkomsten van de leefbaarheidsmonitor laten zien dat bewoners de aanwezigheid van sociale voorzieningen beter waarderen in 2025 dan in 2022. Meer bewoners zijn van mening dat er voldoende voorzieningen zijn voor jongeren, ouderen en voor culturele activiteiten. Ook zijn meer bewoners van mening dat er voldoende ontmoetingsplekken en speelplekken zijn. Dit terwijl in de afgelopen drie jaar geen nieuwe (fysieke) voorzieningen zijn gerealiseerd. Wel is door de wijkverenging en het actieteam ingezet op het organiseren van verschillende activiteiten in het wijkgebouw, maar ook daarbuiten.
8
Hoofddoel: samenwerking tussen inwoners, corporatie, gemeente en de andere ‘netwerkpartners’ verbeteren. De samenwerking tussen de verschillende professionals is een veelgehoord pluspunt van de wijkaanpak in Bloemenwijk en Veghel Zuid. Uit meerdere gesprekken (onder anderen met Area, Woonmeij en Sociaal Werk Meierijstad) blijkt dat dit doel ruimschoots behaald is. De verschillende partners vinden het fijn dat tijdens de overleggen met het actieteam er een laagdrempelige ingang is om met elkaar te schakelen. De lijntjes zijn kort en het is makkelijk om elkaar te spreken over zaken die onder normale omstandigheden niet groot genoeg zijn om apart een afspraak voor te maken. De opbouwwerker in de Bloemenwijk vindt daarnaast het verplichte karakter van de overleggen fijn. Je wordt als het ware gedwongen om elkaar te spreken. Op die manier worden kleine problemen of aandachtspunten al in een vroeg stadium met elkaar besproken wat ervoor zorgt dat er op tijd actie ondernomen kan worden.
Subdoelen Subdoel: inwoners laten merken dat ze worden gehoord en serieus genomen; dat er iets wordt gedaan met wat men aangeeft/ vertrouwen versterken. In het actieteam in de Bloemenwijk zijn de inwoners tevreden over de gang van zaken. Uit een evaluatie over de ieders rol binnen het actieteam in Schijndel uit 2024 blijkt dat iedere deelnemer vindt dat hij/zij vanuit hun eigen rol veel bijdraagt aan de wijkaanpak. Dit geldt dus ook voor de inwoners in het actieteam. De opbouwwerker van Sociaal Werk Meierijstad in de Bloemenwijk en lid van het actieteam geeft in een gesprek aan dat hij merkt dat het vertrouwen van de inwoners richting instanties (gemeente, woningcorporatie etc.) gestegen is sinds de wijkaanpak. Inwoners voelen zich gehoord. Dat merkt de wijkbeheerder ook. Omdat hij zichtbaar op straat is, zowel in de Bloemenwijk als in Veghel Zuid hebben inwoners het gevoel ‘dat er iets gedaan wordt’ door de gemeente. De uitkomsten van de leefbaarheidsmonitor laten zien dat er een lichte stijging is in de tevredenheid over het functioneren van de gemeente van inwoners in Veghel Zuid. Wel is de tevredenheid over het functioneren van de politie gedaald. Dit kan te maken hebben met de wisselingen in de functie van wijkagent in de afgelopen periode voor de wijk Veghel Zuid.
De uitkomsten van de monitor laten zien dat bewoners in de Bloemenwijk vooral meer tevreden zijn over het functioneren van de politie in de wijk. In het functioneren van de gemeente is geen significante verbetering te zien. Subdoel: inzet en betrokkenheid van inwoners bij hun wijk verder verstevigen. In de Bloemenwijk in Schijndel is de inzet en betrokkenheid van de bewoners bij hun wijk op een aantal punten verstevigd. Zo is een groep goed betrokken bij het inloopmoment in de wijk. Worden er door het actieteam regelmatig activiteiten georganiseerd die goed bezocht worden. Ook spreken de inwoners elkaar vaker aan op gewenst/ongewenst gedrag. Bovendien zorgt de zichtbaarheid van de wijkbeheerder en het snelle handelen op meldingen dat bewoners zich gehoord en serieus genomen voelen. Waardoor ze eerder bereid zijn om mee 9
de volgende keer mee te doen. De uitkomsten van de leefbaarheidsmonitor in 2025 laten een positiever beeld zien ten opzichte van 2022 op thema verbondenheid. Meer bewoners geven aan dat ze in een gezellige buurt wonen en dat ze elkaar beter kennen. In Veghel Zuid is de inzet en betrokkenheid van de wijkbewoners (nog) niet zichtbaar verstevigd. Het initiatief om te komen tot actie ligt alleen nog bij het actieteam. Bewoners zijn wel steeds vaker bereid om in gesprek te gaan, maar vooral op locatie in hun eigen buurt. De stap om naar de wijkontmoeting te komen is nog te groot. Wel laten de uitkomsten van de leefbaarheidsmonitor zien dat er een lichte stijging is in de bereidheid van inwoners om zich in te zetten in de buurt en hulp te bieden. Verder is het nog zoeken op welke wijze bewoners het beste aangesproken kunnen worden. Nu wordt er vooral gebruik gemaakt van social media, website van de wijkraad en de social media van de buurtadviseur/ gemeente. Ook worden er regelmatig flyers verspreid. Bewoners (vooral ouderen) geven aan dat ze het wijkkrantje missen en daarom niet meer weten wat er te doen is in de wijk. Voor Veghel Zuid blijft dit een aandachtspunt. Subdoel: gedragspatronen van inwoners bespreekbaar maken en samen veranderen (bijvoorbeeld op afval). Met de inzet van de wijkbeheerders wordt doorlopend gewerkt aan dit doel.
De wijkbeheerders van zowel de gemeente (in beide wijken) als Woonmeij (in de Bloemenwijk) en Area (in Veghel Zuid) spreken bewoners persoonlijk aan als die zich niet houden aan de ‘normale’ gedragsregels. Dit kan gaan over het dumpen van afval, onderhoud of gedragingen in de openbare ruimte. Dit is altijd op een bemoedigende manier om mensen zelf de kans te geven om het op te lossen. Je merkt dat deze positieve houding ook een positief effect heeft op de inwoners. Mensen krijgen de kans om het zelf op te lossen. Andersom wordt positief gedrag van de bewoners ook beloond door de wijkbeheerders, doormiddel van een bedankkaartje of een bloemetje. Zo worden mensen aangemoedigd om ook zelf moeite te steken in de buitenruimte in hun wijk. Deze positieve ontwikkeling is ook te zien in de resultaten van de leefbaarheidsmonitor. De uitkomsten van de leefbaarheidsmonitor laten zien dat inwoners in Veghel Zuid vaker bereid zijn om elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag, zoals bij een auto-inbraak of bij het gooien van afval op straat. Voor de Bloemenwijk laten de uitkomsten van de monitor een lichte verbetering zien in de bereidheid van inwoners om zich in te zetten voor de buurt.
10
Hoofdstuk 3: Wat leren we van de huidige wijkaanpak? Successen Welke successen zijn er geboekt bij de wijkaanpak? Wat zijn de hoogtepunten?
Serviceteam en wijkbeheerder Eén van de dingen die in beide wijken zijn geïmplementeerd is het opzetten van het serviceteam buitendienst en het aannemen van een wijkbeheerder. Het introduceren van het serviceteam was een voorstel dat vanuit de bewoners in het actieteam is besproken. Dit is daarna opgepakt en geïmplementeerd door de gemeente. In 2022 is begonnen met het inzetten van een serviceteam in beide wijken. Het serviceteam is een afvaardiging van de buitendienst van de gemeente. Hun normale werkwijze is dat ze meldingen uit verschillende wijken door elkaar oppakken, omdat meldingen verspreid binnenkomen. In Veghel Zuid en de Bloemenwijk zijn ze echter 2 standaard dagdelen fysiek aanwezig in de wijk om meldingen proactief op te pakken en om zichtbaar en aanspreekbaar te zijn in de wijk. In juni 2024 is het serviceteam vervangen door één wijkbeheerder. Voor het serviceteam zijn reguliere medewerkers van de buitendienst ingezet. Na afloop van de coronaperiode waren deze medewerkers weer hard nodig voor het in goede banen leiden van evenementen. Daardoor bleef er te weinig tijd over voor inzet in de actiewijken. Omdat er vanuit de actieteams is aangegeven dat er veel behoefte was aan extra aandacht vanuit de buitendienst is toen besloten om iemand aan te nemen specifiek voor die taak. Ook de wijkbeheerder is 2 vaste dagdelen per week aanwezig in de wijk.
Via leden van het actieteam (meestal de buurtadviseur) en via de meldingen die binnenkomen via de andere kanalen, zoals ZoGemeld app, wordt iedere week aangegeven welke aandachtspunten er opgepakt moeten worden. Daarnaast kan de wijkbeheerder naar eigen inzicht (opvallende) zaken direct oppakken, schakelen met de gemeentelijke organisatie of het gesprek met bewoners aangaan. Dat laatste kan zowel een aansprekend als complimenteus karakter hebben. De eerste ervaringen met de wijkbeheerder zijn heel goed te noemen. In de Bloemenwijk is er een appgroep die goed gebruikt wordt door bewoners, de wijkbeheerder en andere stakeholders (wijkraad, SWM en Woonmeij). Ook krijgt de wijkbeheerder iedere week werkopdrachten vanuit de buurtadviseur. De uitgevoerde werkzaamheden worden daarnaast vastgelegd in een logboek. Ook in Veghel Zuid wordt de inzet van de wijkbeheerder gewaardeerd. De wijkbeheerder sluit aan voor een kopje koffie tijdens de wijkontmoeting op dinsdagmiddag. Dit is een vast contactmoment met het actieteam, bewoners en samenwerkingspartners Area Wonen en Sociaal Werk Meierijstad om te bespreken wat er speelt in de wijk. De meldingen worden in de appgroep van het actieteam uitgezet en de wijkbeheerder gebruikt de reguliere meldsystemen om specifieke meldingen voor Veghel Zuid op te pakken.
Door zichtbaar aanwezig te zijn in de wijk op twee vaste momenten in de week heeft de wijkbeheerder een belangrijke signalerende 11
functie. Hij spreekt met bewoners over de aandachtspunten in de wijk. Als het lukt worden de meldingen meteen opgepakt. Dit zorgt voor snel en zichtbaar resultaat.
Overlegstructuur/ Actieteam Groot onderdeel van de wijkaanpak was het regelmatige overleg in de actieteams. Zonder uitzondering zijn alle partijen het erover eens dat deze overlegstructuur grote voordelen heeft. De korte lijntjes worden als zeer prettig ervaren, en ook het verplichte karakter geeft een stok achter de deur om aanwezig te zijn. Tijdens de overleggen kunnen grote en kleine punten worden besproken door de partners en inwoners. Ook kennen ze een dusdanige doorlooptijd dat het nooit té lang duurt voor je elkaar spreekt, waardoor er meestal tijdig actie ondernomen kan worden. De input van inwoners in deze overleggen is een welkome aanvulling. Zij weten immers het beste wat er leeft in de wijk. Jammer is dan wel dat de groep aanwezige inwoners vaak niet heel erg divers is. Het zijn meestal de toch al actievere bewoners in de wijk, die wellicht al contacten hebben met de gemeente of de wijkraad. In de Bloemenwijk is het karakter van de actieteamoverleggen open: de overleggen vinden plaats eenmaal in de maand in de avonduren in het wijkcentrum. Het overleg wordt ook gecommuniceerd op de website van het wijkcentrum: voorheen de Kajuit, en vanaf eind juni 2025 ’t Bluumke. Dat maakt dat het makkelijker is voor incidentele bezoekers om eens aan te haken als ze bespreekpunten hebben of nieuwsgierig zijn.
In Veghel Zuid is dat in theorie ook mogelijk, maar in de praktijk is het actieteamoverleg daar anders georganiseerd. De overleggen vinden plaats met een vaste groep personen meestal op een donderdagmiddag op het gemeentehuis. Bewoners kunnen niet spontaal binnenlopen. Het actieteam kiest er bewust voor om te werken met een vaste groep. Op deze wijze kunnen verlopen overleggen daadkrachtiger en worden acties snel uitgezet. Wel kunnen de bewoners spontaan binnenlopen tijdens de wijkontmoeting in het wijkgebouw en aansluiten bij de buurtontmoetingen in de wijk. Al met al wordt de huidige overlegstructuur als erg positief ervaren. De wens van iedereen is wel om dit ook na de pilotfase van de wijkaanpak door te trekken. Eventueel kan dit met aanpassingen in de vorm of frequentie. Zo geeft de opbouwwerker (SWM) en lid van het actieteam in de Bloemenwijk, aan dat de frequentie van het actieteam verminderd kan worden, maar dat het zeker niet moet stoppen. Verder geven 2 bewoners uit het actieteam in Veghel Zuid aan dat het zinvol zou zijn om met een concreet thema per overleg te werken. Dan zouden de gemeente en Area ook andere afdelingen in kunnen schakelen als dat thema hun werkt raakt.
Lessen Welke dingen zijn minder goed gegaan en waar kunnen we van leren?
Intern Welke moeilijkheden hebben we intern gezien? En wat zijn manieren om dit te verbeteren? Intern loopt de samenwerking met de afdeling Openbaar Gebied met vlagen wat stroef. De wijkaanpak is veelal onbekend en collega’s gaan niet makkelijk mee in de extra aandacht die de 12
2 wijken zouden (moeten) krijgen. Enkele collega’s vinden het lastig om voor twee wijken uitzonderingen te maken, omdat dit in hun ogen kan leiden tot precedentwerking. Verder hebben collega’s moeite om verschillende belangen af te wegen en daarmee integraal naar een vraagstuk te kijken. Bv. wanneer maak je de keuze om beplanting weg te snoeien als dit kan bijdragen aan een veiligheidsgevoel in de wijk. Ook andere interne moeilijkheden verhinderen soms een goede werking van de wijkaanpak. Een voorbeeld daarvan is dat in Veghel Zuid het wegdek op vele plaatsen toe is aan onderhoud of zelfs vervanging. Dat gebeurt echter niet, omdat op termijn ook de riolering moet worden vervangen. Het is de bedoeling dat, als er toch aan de straat gewerkt wordt, dit allemaal in één keer gebeurt. Op die manier hoeft de straat maar één keer opengebroken te worden. Het probleem is dat het onderhoud aan de leidingen nog niet is ingepland en hier geen budget voor gereserveerd is. Dit houdt ook initiatieven tegen die te maken hebben met groenbeheer, onderhoud van plantsoenen en paden. Dit zijn zaken die beter op elkaar afgestemd kunnen worden, en wat een goede werking van de wijkaanpak in de weg staat. Wel zijn er in het afgelopen jaar stappen gezet om de samenwerking met openbaar gebied te verbeteren.
Zo sluiten de buurtadviseurs aan bij verschillende overleggen met beleidsmedewerkers en beheerders om signalen uit de wijk op tafel te leggen. Daarbij zoeken we samen naar manieren om aan de voorkant inbreng van inwoners mee te wegen. Aansluiten bij behoeften en wensen van inwoners is belangrijk omdat we voorzichtig uit de uitkomsten van de leefbaarheidsmonitor kunnen zien dat de grotere ingrepen in de openbare ruimte in Bloemenwijk Schijndel hebben gezorgd voor een positiever beeld over de wijk bij wijkbewoners. De samenwerking met de wijkboa’s verloopt wisselend. In de afgelopen periode zijn binnen het team veel wisselingen geweest, waardoor het moeizaam is om een continue samenwerking op te bouwen. ‘Vaste’ gezichten in de wijk zijn belangrijk voor het vertrouwen van inwoners. Wanneer de wijkboa’s zich inzetten voor de wijkaanpak dan is de betrokkenheid wel groot. De lijntjes met collega’s van sociaal domein zijn kort en de buurtadviseurs en beleidsmedewerkers weten elkaar goed te vinden. Signalen van bewoners worden serieus genomen en samen wordt gezocht naar passende oplossingen. Zo wordt er nauw samengewerkt bij jeugdoverlast en bij individuele zorgvraagstukken. En ook worden er verbindingen gelegd bij het opstarten van nieuwe inloopvoorzieningen.
Aandachtspunten Natuurlijk liep in de wijkaanpak niet alles vlekkeloos. In de gesprekken die zijn gevoerd over de afgelopen jaren kwamen een aantal struikelblokken naar voren, waar in een eventueel vervolg rekening mee gehouden dient te worden. Logge organisaties Zowel de gemeente als de woningcorporaties, en in mindere mate Sociaal Werk Meierijstad, zijn grote organisaties, waar niet van het ene op het andere moment beleid kan worden veranderd. Inwoners kunnen daar moeite mee hebben. Zaak voor de (vertegenwoordigers van de) organisaties is om dat te blijven onderkennen en daar aandacht voor te hebben in de
13
gesprekken met de bewoners. Zorg dat je benadrukt wat je wél op korte termijn kan doen voor de inwoner(s). Daarnaast is belangrijk om aan de wijkbewoners vaker uitleg te geven over hoe een gemeente werkt. Dit kan ervoor zorgen dat mensen met meer begrip reageren op het moment dat de terugkoppeling van een melding wat langer op zich laat wachten bijvoorbeeld. Aanvullend is het belangrijk om duidelijke afspraken te maken met de samenwerkingspartners (woningbouwcorporaties, SWM en de wijkraad) over de rolverdeling en inzet. Hiermee wordt gezamenlijke verantwoordelijkheid gecreëerd voor de wijkaanpak. Wijkontmoeting Veghel Zuid In Veghel Zuid wordt 1 keer per maand (eerste dinsdagmiddag) een wijkontmoeting gehouden in ’t Zoeklicht, het wijkgebouw. Deze wijkontmoeting is in het leven geroepen in het kader van de wijkaanpak. De insteek is tweeledig: aan de ene kant functioneert het als koffiemoment voor de wijkbewoners: de koffie en thee staat klaar voor een praatje met elkaar of met de aanwezige professionals. Tegelijkertijd is het ook een moment voor de inwoners om inhoudelijke vragen te stellen aan de professionals. Er is (vrijwel) altijd iemand aanwezig vanuit Area en Sociaal Werk Meierijstad, en de buurtadviseur en de wijkbeheerder van de gemeente zijn aanwezig. Deze wijkontmoeting was eerste iedere dinsdagmiddag.
Helaas heeft het actieteam moeten besluiten om de frequentie terug te brengen naar 1 keer maand vanwege te weinig aanloop. In aanvulling hierop organiseert het actieteam 1 keer per maand nog een specifieke actie, zoals een buurtontmoeting of een soepmiddag. Dit om in contact te blijven met inwoners over de leefbaarheid in de wijk. Het betrekken van inwoners in Veghel Zuid blijft nog een aandachtspunt. Betrokkenheid van bewoners De bewoners die deelnemen in de actieteams zijn erg betrokken bij de wijkaanpak. Zij willen iets betekenen voor hun leefomgeving. De meeste andere bewoners zijn minder betrokken, en de wijkaanpak is zeker bij die inwoners nog onvoldoende bekend. Binnen de groep actieve bewoners heb je in beide wijken een groepje mensen dat probeert om hun eigen netwerk in de wijk op sleeptouw te nemen. Dit is echter niet voldoende om het overgrote deel van de wijk betrokken te laten voelen. Dit hangt samen met de bekendheid van de wijkaanpak. Er valt zeker nog winst te behalen in de communicatie over de wijkaanpak. Aanwezigheid politie en wijkboa in de actieteams In het actieteam in de Bloemenwijk is de wijkagent van de politie een prominente partner. In Veghel Zuid is dit niet het geval. Uit gesprek met een wijkagent in Schijndel blijkt dat het een win-win situatie is als een wijkagent aansluit in het actieteam.
Voor het actieteam is het fijn als iemand aansluit vanuit de expertise veiligheid. Zeker als de boa vanuit de gemeente er ook is, vullen die elkaar goed aan. Voor de wijkagent is het ook fijn om aan te sluiten. Hij of zij kan het actieteam gebruiken als onderdeel van de voelsprieten in de wijk. In Veghel Zuid haakt de wijkagent op verzoek van het actieteam aan. De lijntjes met de wijkagent zijn kort.
14
15
Hoofdstuk 4: Conclusie De wijkaanpak kende in Bloemenwijk Schijndel en Veghel Zuid een stroeve start vanwege coronaperiode. In 2022 kwam de wijkaanpak in beide wijken goed op gang. In beide wijken is gebleken dat werken in actieteams een waardevolle en effectieve vorm van samenwerking is tussen professionals, wijkraden en wijkbewoners. Signalen van wijkbewoners worden snel besproken en er worden afspraken gemaakt over te nemen acties. Korte lijntjes en frequente overleggen brengen professionals dichterbij inwoners. Behoeften en wensen van inwoners komen snel op tafel. Het werken met een Serviceteam en later een Wijkbeheerder was een schot in de roos. Vooral de zichtbaarheid van de wijkbeheerder op vaste momenten in de wijk is van grote toegevoegde waarde. De wijkbeheerder is op deze momenten aanspreekbaar en signaleert tegelijkertijd wat er in de openbare ruimte gebeurt. Doordat de wijkbeheerder met bewoners in de wijk in gesprek gaat en uitleg geeft over de werkwijze ontstaat meer begrip. Ook pakt de wijkbeheerder snel eenvoudige meldingen zelf op en dit leidt tot zichtbaar resultaat. De leden van het actieteam waarderen de inzet van een wijkbeheerder in beide wijken enorm en geven aan deze niet kwijt te willen.
Beide actieteams hebben de afgelopen periode gewerkt aan het realiseren van verschillende doelen, zoals het verminderen van afval in de wijk, meer verbondenheid met en tussen inwoners, verbeteren van uitstraling van groen en grijs, vergroten van betrokkenheid van inwoners bij hun wijk enz. Om deze doelen te behalen is er veel tijd en energie gestoken in acties die bijdragen aan het realiseren van deze doelen: Organiseren van buurtontmoetingen, vrije inloop, deur-aan-deur acties enz. Herinrichten van plantsoenen, opwaarderen van paden, realiseren van geveltuintjes, herinrichtingen speeltuin, realiseren van extra parkeerplaatsen enz. Werken aan verminderen van dumpingen van afval; extra controles, aanspreken van bewoners op hun gedrag, organiseren van opruimacties en verwijderen van textielcontainers. De uitkomsten van de leefbaarheidsmonitor laten zien dat wijkbewoners van Bloemenwijk Schijndel hun wijk beter zijn waarderen in de afgelopen jaren (van 8% naar 33%). Een voorzichtige conclusie is dat de wijkaanpak in Schijndel zijn vruchten afwerpt. Een aantal grote verbeteringen in de openbare ruimte en de inzet op verhogen van betrokkenheid van inwoners door verschillende acties hebben hieraan bijgedragen. Voor Veghel Zuid zijn nog geen significante verschillen in de uitkomsten van de leefbaarheidsmonitor te zien.
Hoewel er wel op enkele punten belangrijke verbeteringen zijn, zoals minder rommel op straat, betere waardering van sociale voorzieningen en grotere bereidheid van inwoners om mee te doen in de wijk, hebben deze niet gezorgd voor een zichtbaar beter waardering van de wijk. Dit kan te maken hebben met het ontbreken van grote verbeteringen in de openbare ruimte in Veghel Zuid; die wel in de Bloemenwijk Schijndel zijn geweest.
16
Uit de wijkaanpak trekken we belangrijke lessen: Langdurige inzet en betrokkenheid van alle samenwerkingspartners zijn nodig om verbeteringen te realiseren (zie ook bijlage 1). Zichtbaarheid en snel resultaat dragen bij aan hogere waardering van de wijk door wijkbewoners. Dat iedere wijk om een eigen aanpak vraagt. Hiervoor is het nodig om uitzonderingen te maken. Bij betrokkenheid van bewoners zijn verschillende vormen van communicatie belangrijk. Goede interne samenwerking, heldere afspraken over wie opdrachtgever is en wie opdrachtnemer en duidelijke rolverdeling onder de samenwerkingspartners dragen bij aan de leefbaarheid in de wijk. Hierbij is de rol van een aanjager/coördinator van cruciaal belang.
17
Bijlage 1: Succesfactoren voor een geslaagde wijkaanpak Ook andere gemeenten werken met wijkbewoners samen aan het verbeteren van de leefbaarheid. De ervaringen van verschillende gemeenten hebben geleid tot opstellen van een handreiking door WijkWijzer. Om een geslaagde wijkaanpak op poten te zetten zijn er een aantal factoren van belang. Deze 10 succesfactoren staan beschreven in de handreiking “slagkracht in de wijk” van de WijkWijzer. 1) Grip op de opgaven. Het is belangrijk dat niet alleen het beleidsveld de urgentie voor een wijkaanpak voelt. Ook andere professionals, ondernemers en met name bewoners moeten voelen dat er een impuls nodig is. 2) Een lokale coalitie. De gemeente is de eerstaangewezen partij om in actie te komen als de leefbaarheid en veiligheid van een wijk in het geding komt of is, maar de inzet van maatschappelijke partners is onmisbaar. Denk daarbij aan de politie, woningcorporaties en zorginstanties. Voor bewoners geldt hetzelfde: in plaats van plannen over de buurt te maken, moeten er plannen met de buurt tot stand komen. De samenwerking met deze partijen mag niet vrijblijvend zijn. Eventueel kan een contract of convenant hierbij helpen. 3) Visie op de toekomst van de wijk. Een gedeelde zienswijze op de toekomst van de wijk helpt om op gang te komen met de wijkaanpak.
Zonder visie loop je tegen problemen als verkokering, fragmentatie en een projectencarrousel aan. Een gezamenlijke visie werkt verbindend en mobiliserend voor alle partijen. 4) Precisie over de inzet. Voor elke interventie moet expliciet benoemd worden hoe deze bijdraagt aan het realiseren van de doelen. Op deze manier voorkom je dat interventies hun doel voorbijschieten. 5) Een lange adem. Vasthoudendheid is cruciaal voor een wijkaanpak. Investeringen in leefbaarheid en veiligheid hebben immers een lange incubatietijd. Alleen met een langdurige gebiedsgerichte inzet met een tijdshorizon van minstens 10, maar liever 20 jaar, zullen bewoners de effecten voelen. De ontwikkeling van leefbaarheid verloopt zelden lineair, maar meestal schoksgewijs. 6) Betrokken bewoners. Het is van essentieel belang voor een breed gedragen wijkaanpak om vroegtijdig ideeën van bewoners op te halen. Projecten waarbij inwoners intensief zijn betrokken of waarin ze zelf initiatief nemen voor hun leefomgeving hebben vaak een langdurig positief effect en kunnen sociale structuren in een wijk verbeteren. Tegelijkertijd vraagt burgerparticipatie ook iets van de (lokale) overheid: tijd, inspanning, duidelijke kaders en vertrouwen. 7) Bestuurskracht. Het is belangrijk om op bestuurlijk niveau prioriteiten te stellen, knopen door te hakken en budgetten te alloceren.
Er dient bestuurskracht te worden georganiseerd tussen de verschillende partners die samen de wijkaanpak vormen. Als de uitvoerende krachten steun en vertrouwen voelen van hun bestuurders durven ze eerder te innoveren, experimenteren en tegen de stroom in te roeien indien nodig.
18
8) Onafhankelijke procesregie. Om niet vermalen te worden tussen de (korte termijn) belangen van de deelnemende organisaties is het aan te raden om met een onafhankelijke procesleider te werken. Deze procesleider behartigt (enkel) het belang van de wijkaanpak en kan met gezag opereren zodat de aanpak op koers blijft 9) Bevlogen professionals. Bevlogen professionals in de uitvoering kunnen het verschil maken. 10) Een wendbare, lerende aanpak. Voor een slagvaardige wijkaanpak is het een uitdaging om te zorgen voor focus, samenhang, betrokkenheid en continuïteit op de lange termijn zonder het uitvoeringsprogramma en de organisatiestructuur langjarig in beton te gieten. Monitoren van de voortgang en het doelbereik helpt om koers te houden. Om het oog op de bal te houden is een lerende aanpak nodig.
Succesfactoren in relatie tot de wijkaanpak van Meierijstad Op welke manier zijn de succesfactoren te koppelen aan de wijkaanpak in de gemeente Meierijstad? 1) Grip op de opgaven. De wijkaanpak is vastgelegd in de prestatieafspraken met de wooncorporaties en met sociaal werk. Op die manier wordt geprobeerd de urgentie van de aanpak ook bij die ketenpartners onder de aandacht te brengen. Bewoners zijn niet betrokken geweest bij het opstellen van de prestatieafspraken. Wel is de aanpak gebaseerd op de uitkomsten van de leefbaarheidsmonitor die door bewoners is ingevuld. 2) Een lokale coalitie. Om de samenwerking met de ketenpartners en de inwoners zo goed mogelijk te laten verlopen wordt er in beide wijken van de wijkaanpak gewerkt met een actieteam. In die actieteams heeft de gemeente nog wel een voortrekkersrol. Het zou mooi zijn als die voortrekkersrol (ook) kan worden ingevuld door de andere stakeholders. 3) Visie op de toekomst van de wijk. Voor de twee wijken van de wijkaanpak is geen specifieke visie opgesteld. Natuurlijk zijn er op verschillende thema’s wel doelen geformuleerd die ook voor deze wijken gelden. 4) Precisie over de inzet. Voor beide wijkaanpakken geldt dat de aandachtspunten uit de monitor een belangrijke leidraad zijn voor de te nemen acties. Verder laten de actieteams zich ook leiden door wat ze zien en horen tijdens de contacten met wijkbewoners.
Signaleren en vervolgens passend acteren staat in beide aanpakken centraal. Ieder jaar wordt door het actieteam geëvalueerd op deze inzet. 5) Een lange adem. In eerste instantie is de wijkaanpak voor een periode van 3 jaar opgezet als pilot. Daarna is er besloten om de pilot te verlengen tot en met 2025. Al met al heeft de wijkaanpak dan 5 jaar gelopen. Waarvan de eerste twee jaar tijdens een coronaperiode. In deze periode was persoonlijk contact met bewoners beperkt mogelijk. Dit is nog steeds onder het minimum wat platform 13 aangeeft: 10 jaar. Je merkt dat nu de wijkaanpak goed begint te lopen, de 5 jaar voorbij is. De vraag is dan natuurlijk of je wel kan spreken van een lange adem in dit geval.
19
6) Betrokken bewoners. Het betrekken van bewoners en versterken van sociale cohesie is in Veghel Zuid één van de speerpunten binnen de wijkaanpak. Verschillende acties zijn gericht geweest op deze speerpunten. Na 5 jaar kunnen we constateren dat het een uitdaging is om bewoners in deze wijk te betrekken bij de acties van het actieteam. Over het algemeen werden de buurtontmoetingen die het actieteam organiseerde in de wijk goed bezocht. Terwijl de wekelijkse wijkontmoeting in het wijkgebouw moeizaam verloopt. 7) Bestuurskracht. Na het eerste jaar van de wijkaanpak is er extra bestuurlijke aandacht gekomen vanuit de gemeente. 8) Onafhankelijke procesregie. De buurtadviseur van de gemeente is de kartrekker van de wijkaanpak. Over het algemeen voeren zij de regie, maar proberen steeds zoveel mogelijk het initiatief bij de bewoners te leggen. 9) Bevlogen professionals. In de actieteams werkt de gemeente samen met professionals van sociaal werk en van de woningcorporatie en in de Bloemenwijk ook met de politie. Het is van belang dat ook zij de noodzaak zien van de wijkaanpak. Ervaring is dat er zeker sprake is van bevlogen professionals, maar soms wel gebrek aan tijd. Hierdoor is de bevlogenheid niet altijd zichtbaar. 10) Een wendbare, lerende aanpak. Toen de wijkaanpak is gestart in 2020 is meteen ingezet op een lerende aanpak.
Zo zijn er na het eerste jaar aanpassingen gedaan aan het budget en kwam er extra bestuurlijke aandacht. Bovendien wordt gedurende de wijkaanpak ingespeeld op de signalen van wijkbewoners. Samenvattend zien de succesfactoren er als volgt uit voor de twee wijkaanpakken:
De wijkaanpak in andere gemeenten? De
Succesfactor
Bloemenwijk Schijndel
Veghel Zuid
Grip op de opgaven Een lokale coalitie Visie op de toekomst van de wijk Precisie over de inzet Een lange adem Betrokken bewoners Bestuurskracht Onafhankelijke procesregie Bevlogen professionals Een wendbare, lerende aanpak gemeente Meierijstad staat niet alleen voor uitdagingen in verschillende wijken. Uit de publicatie van Platform31, "Wijkaanpakken in middelgrote gemeenten," blijkt dat ook andere middelgrote gemeenten zoals Zeist en Leidschendam-Voorburg vergelijkbare problemen en 20
oplossingen kennen. Deze gemeenten werken aan het verbeteren van de leefbaarheid in specifieke wijken door middel van een adaptieve en flexibele strategie. Ze experimenteren met diverse aanpakken, zoals gerichte woningtoewijzing en het inzetten van actieteams, om de leefomstandigheden te verbeteren. In deze gemeenten is er sprake van wijkbewustzijn: de erkenning dat problemen zich opstapelen in bepaalde wijken en dat deze extra aandacht nodig hebben. Gemeenten zoeken creatief naar mogelijkheden om budgetten en beleidsdomeinen te combineren, maar lopen vaak tegen financiële grenzen aan. Voor meer informatie en specifieke voorbeelden uit de wijken van Zeist, Meierijstad en Leidschendam-Voorburg, kun je de volledige publicatie "Wijkaanpakken in middelgrote gemeenten" raadplegen.
21