Bijlage 1: Dashboardrapportage kerncijfers Sociaal Domein 2e berap 2023
Tekst van het document
Kerncijfers Sociaal Domein – 1e helft 2023 1. Inleiding Bij elke Bestuursrapportage en de Jaarrekening wordt de dashboardrapportage Kerncijfers Sociaal Domein aangeboden. Het dashboard is een integrale rapportage over de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet. De rapportage bevat drie elementen: kwantitatieve gegevens, financiële gegevens en een korte tekstuele toelichting en analyse. De dashboardrapportage is een groeimodel, de komende jaren worden in het kader van de doorontwikkeling zo nodig onderwerpen toegevoegd. Daarmee komt meer en betere sturingsinformatie beschikbaar. Door enkele uitdagingen rondom het nieuwe registratiesysteem X-works was het eerder niet mogelijk om een beeld te genereren over 2022. Dit was nog steeds merkbaar bij het opleveren van een tussentijds rapportage over 2023. Sinds kort hebben we bij het regiesysteem de beschikking over een rapportagetool die moet zorgen voor het kunnen ontsluiten van de juiste cijfers. Ten aanzien van de monitoring en de uit X-works gegenereerde cijfers blijven er enkele aandachtspunten. Dit beïnvloedt o.a. de rapportage en de betrouwbaarheid van de cijfers en moeten daarom een voorbehoud maken t.a.v. cijfers. Naast deze dashboard rapportage wordt vanaf 2020 elke twee jaar een meer strategisch en tactisch stuurinstrument aangeboden, de 4G monitor.
Op basis van (zoveel mogelijk) beschikbare informatie wordt in deze monitor een beeld geschetst en een analyse gemaakt van vier belangrijke indicatoren over de leefsituatie van de inwoners van Meierijstad. De monitor geeft een beeld over (positieve) gezondheid, geluk, gezin (thuissituatie) en geld (financiële situatie) van onze inwoners in relatie tot de onderwerpen vanuit het sociaal domein. De beschikbare informatie wordt afhankelijk van de mogelijkheden afgezet tegen de rest van Nederland, vergelijkbare gemeenten of de regio (Noordoost Brabant). Op basis hiervan kan de Raad vaststellen of het goed gaat met onze inwoners, of het gewenst is bij te sturen of dat het gewenst is de ambities bij te stellen. Op basis van ervaringen en input van de Raad zal de 4G-monitor de komende jaren verder worden doorontwikkeld.
2. Wet maatschappelijke ondersteuning 2.1 Kerncijfers Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal uitstaande voorzieningen op betreffende peildatum. In deze tabel zijn zorg in natura (ZIN) en een persoonsgebonden budget (PGB) meegenomen. Sommige klanten maken gebruik van meerdere voorzieningen. Begeleiding en Dagbesteding zijn in onderstaande tabel meegenomen, maar zijn door de nieuwe inkoopsystematiek in 2022 niet te vergelijken met voorgaande jaren. We lichten de producten individuele begeleiding en groepsbegeleiding separaat toe. Aantal uitstaande voorzieningen (ZIN en PGB) Aantal indicaties Wmo Beschermd Wonen Collectief Vervoer Huishoudelijke verzorging Rolstoelvoorziening Vervoersvoorziening Woonvoorziening Parkeerkaart Individuele begeleiding
Dec 2019 133 1783 1904 825 689 529 809 712
Dec 2020 129 1703 2033 740 725 555 961 713
Dec 2021 72 1705 2161 711 768 594 1087 789
Dec 2022 76 1732 2313 612 903 668 1177 853
Groepsbegeleiding
212
174
197
206
31-7-2023
50 1708 2331 705 883 786 1205 842 185
Wat valt op? Zoals voorspeld, is voor voorzieningen waar het abonnementstarief van toepassing is over de jaren heen een grote stijging te zien. Bij de invoering bleek dit al een aanzuigende werking te hebben.. Dit zien we met name bij het product huishoudelijke verzorging met een verdere toename. De cijfers worden hiervan gemonitord, de daadwerkelijke redenen van inwoners om aanspraak te maken op een voorziening zijn niet altijd evident. Echter wijzen alle signalen (vanuit werkatelier Toegang en regionaal) erop dat het invoeren van het abonnementstarief hier de grootste oorzaak van is. Dit beeld wordt landelijk bevestigd. Hierbij spelen naast het abonnementstarief uiteraard ook andere ontwikkelingen mee waaronder de toenemende vergrijzingen het langer zelfstandig thuis wonen. Op het gebied van woonvoorzieningen zien we ook een stijging in juli 2023 ten opzichte van december 2022. Deze stijging lift mee op de aanzuigende werking van het abonnementstarief. Maar vooral is deze stijging te verklaren door de overgang naar X-works (nieuwe registratiesysteem) waardoor de indicaties van eind 2022 later technisch zijn verwerkt. Dit geeft een vertekenend beeld van het aantal lopende indicaties in 2023. Ook is in 2023 de capaciteit bij het werkatelier Toegang uitgebreid waardoor een inhaalslag kon worden gemaakt.
Deze verklaringen gelden ook voor de stijging in het aantal gehandicaptenparkeerkaarten. We zagen een sterke daling van beschermd wonen in 2021. Eerder is al de trend ingezet om zo min mogelijk inwoners in zware hulp, waaronder (zware) vormen van beschermd wonen, te hebben.
Zaaknummer
Pagina 2 van 17
datum September 2023
Deze eerdere daling is in 2021 versterkt doordat sinds januari 2021 mensen die hun leven lang intensieve geestelijke zorg (GGZ) nodig hebben toegang hebben tot de Wet Langdurige Zorg. Veel inwoners met een zware beschermd wonen indicatie zijn aangemeld bij het CIZ voor een Wlz indicatie. Een groot deel van hen heeft ook een Wlz indicatie toegekend gekregen. Het beeld na deze omzetting is stabiel te noemen.
Begeleiding en dagbesteding Voor begeleiding en dagbesteding kennen we per 2022 een nieuwe inkoop op basis van PxQsystematiek. Ingezette zorg wordt zuiver afgerekend: op basis van werkelijk gebruik. Met de inkoop zijn ook de producten en productindelingen herzien en aangepast op basis van ervaringen, jurisprudentie en advies. Dit houdt in dat er hiervoor ook nieuwe producten/productcodes zijn ontwikkeld waarop geregistreerd wordt. Dit betekent dat de cijfers voor begeleiding en dagbesteding “oude stijl” tot en met 2021 zich niet zonder meer laten vergelijken met begeleiding en dagbesteding “nieuwe stijl” met ingang van 2022. De cijfers over 2022 laten zien dat er 853 indicaties individuele begeleiding en 206 indicaties groepsbegeleiding uitstaan. De cijfers over de eerste helft van 2023 laten zien dat er 842 indicaties individuele begeleiding en 185 indicaties groepsbegeleiding uitstaan Deze cijfers zijn zowel Zin als PBG. De investering waartoe besloten is bij de implementatie rondom de inkoop, namelijk het vooraf opnieuw beoordelen van cliënten o.b.v. de nieuwe producten, loont. Er is voorafgaand aan ingangsjaar 2022 door onze Toegang goed gekeken naar hoe de passende zorg voor elke inwoner/cliënt past bij de nieuwe producten.
Deze investering en het juist inschalen van zorg/zorgzwaarte zal effect hebben op de passende ondersteuning voor de inwoner zelf maar ook op het gebruik van zorg in algemene zin en uiteindelijk in de kosten. Dit was zichtbaar in de jaarcijfers 2022, de verwachting is dat dit voor 2023 zo blijft. M.b.t. begeleiding en dagbesteding maken we binnen de producten onderscheid in basis en extra. Basis is het “basis-product”, bij een indicatie voor extra is er meer/aanvullende ondersteuning nodig. Bij het omzetten van de oude naar de nieuwe inkoopproducten hebben we aan de voorkant geïnvesteerd om te zorgen dat inwoners de juiste nieuwe producten zouden ontvangen, passend bij hun indicatie en hun zorgbehoefte. Dit heeft zich uitbetaald. Uit nadere analyse van de eerste helft van 2023 blijkt dat 95% van de klanten met individuele begeleiding qua zorgzwaarte in het basis-product zitten. Hiervan krijgt 81% van klanten maximaal 3 uur per week individuele begeleiding en 7% van de klanten maximaal 1 uur per week begeleiding. Voor groepsbegeleiding is de verdeling dat 96% van de klanten in basis zitten, de lichtste vorm van groepsbegeleiding. Hiervan gaat 20% 2 dagdelen, 60% 4 dagdelen en 14% 6 dagdelen naar groepsbegeleiding.
Zaaknummer
Pagina 3 van 17
datum September 2023
Ontwikkelingen 2023 en verder Vanaf invoering van het abonnementstarief zien wij een aanzuigende werking, met name bij huishoudelijke hulp. Deze ontwikkeling heeft ook financiële consequenties en is nog altijd zichtbaar. Per 1 januari 2024 zal door indexatie het abonnementstarief stijgen van € 19,- euro naar € 20,60 per maand. Het Rijk is voornemens de eigen bijdrage inkomensafhankelijk te maken voor meerdere Wmo voorzieningen, zoals huishoudelijke verzorging en begeleiding. De invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage per 2026 staat op dit moment niet op de lijst met controversiële onderwerpen van de Tweede Kamer. Dit betekent dat de voorbereidingen voor deze wetswijziging vooralsnog doorgaan. De regiovisie ‘Beschermd wonen en maatschappelijke opvang’ vastgesteld in 2019 gaat uit van de herstelvisie. Vanaf 2022 zijn de nieuwe contracten met aanbieders ingegaan en werken we met de nieuwe beschermd wonen producten, die passen bij deze visie en het regionale uitvoeringsprogramma. In 2022 is voor de lokale implementatie van de doordecentralisatie een uitvoeringsprogramma vastgesteld met diverse lokale projecten en thema's. Denk hierbij aan toegankelijker maken van de arbeidsmarkt, laagdrempelige hulp voor psychische- en verslavingsproblematiek en een vergroting van draagkracht en acceptatie in de wijk.
Aan verschillende van die thema's wordt op dit moment gewerkt, beoogd wordt om eind 2023 voor 2024 een vervolg van dit plan te hebben. Hierbij is de ambitie om een uitvoeringsprogramma voor 2024/2025 te maken, gezien na 2025 de doordecentralisatie juridisch voltooid is. In voorbereiding daarop werken we ook toe naar de implementatie van het woonplaatsbeginsel en de landelijke financieringsmethodiek. Voor het jaar 2022 is een kwantitatief cliëntervaringsonderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn middels een raadsinformatiebrief gedeeld. De resultaten voor het jaar 2022 zijn over het algemeen goed en verschillen weinig met vorig jaar. De manier waarop de gemeente heeft geholpen bij de aanvraag werd gewaardeerd met een 7,8 en cliënten geven de gemeente een gemiddeld cijfer van 7,8 voor de kwaliteit van ondersteuning. Opvallend is dat de bekendheid van de onafhankelijke cliëntondersteuner (OCO) is gedaald ten opzichte van vorig jaar. Zo is 32% bekend met de OCO en vorig jaar was dat 36%. We pakken dit op via het koploperproject OCO en gaan inzetten op o.a. de uitvoering van (lokale) communicatie-acties om de bekendheid van de OCO en waar inwoners terecht kunnen met hun hulpvraag te vergroten. In de loop van 2021 is landelijk een personeelstekort ontstaan binnen de huishoudelijke verzorging.
Inmiddels merken we breder dat er problemen zijn rondom het verkrijgen en behouden van personeel. Ook binnen Meierijstad is dit personeelstekort in 2022 nog steeds zichtbaar, waardoor er wachtlijsten en klantenstops bij verschillende aanbieders zijn ontstaan. De meest urgente casussen worden direct opgepakt, maar een aantal klanten heeft ook langere tijd moeten wachten voordat de ondersteuning opgestart kon worden. We blijven regionaal en met aanbieders in gesprek over oplossingsrichtingen. We hebben aandacht voor de wachtlijst en proberen op alternatieve manier te zorgen dat klanten geholpen worden, zo zijn we inmiddels gestart met een pilot algemene voorzieningen. Daarnaast is voor dit onderwerp ook specifiek aandacht in de voorbereidingen van de nieuwe inkoop van hulp bij het huishouden per 2024.
Zaaknummer
Pagina 4 van 17
datum September 2023
Financieel Realisatie 2023 (t/m boekdatum 6-9WMO
(Gewijzigde) begroting 2023
Verschil
23)
Begeleiding/tijdelijk
PGB
827.326
576.239
251.087
verblijf/dagbesteding
ZIN
4.400.711
2.285.935
2.114.776
844.931
483.332
361.599
PGB
243.560
147.789
95.771
ZIN
Collectief vervoer Huishoudelijke verzorging
7.636.952
4.227.886
3.409.066
Hulpmiddelen WMO
1.470.615
857.859
612.756
Vervoersvoorzieningen
166.189
155.176
11.013
Woonvoorzieningen
639.119
472.344
166.775
Beschermd wonen
ZIN
n.v.t.
PGB
n.v.t.
De budgetten voor begeleiding/tijdelijk verblijf/dagbesteding, collectief vervoer, huishoudelijke verzorging, hulpmiddelen en woonvoorzieningen zijn open eind regelingen en worden vooraf zo goed mogelijk geraamd. Voor begeleiding en dagbesteding kennen we per 2022 een nieuwe inkoop op basis van PxQsystematiek. De facturen en declaraties van de geleverde zorg worden achteraf ingediend en verwerkt op basis van het werkelijke verbruik. Dit betekent dat de financiële cijfers over de gepresenteerde periode nog niet inclusief alle declaraties en facturen over deze periode zijn. Bovenstaande cijfers geven derhalve niet het totaalbeeld over het eerste halfjaar en kunnen daarom ook niet zonder meer vertaald worden naar een verwacht jaarresultaat. In 2022 is gebleken dat het zuiver afrekenen van verbruik in combinatie met het nieuwe productenboek een (financieel) positief effect heeft. De verwachting is dat de (bijgestelde) raming, zoals gepresenteerd bij de 2e Berap, voor 2023 aansluit bij de werkelijke kosten. Financiering van beschermd wonen loopt via de centrumgemeente ‘s-Hertogenbosch. Deze financiering wijzigt in de toekomst. Met de decentralisatie beschermd wonen ontvangt elke gemeenten op termijn zelf middelen voor beschermd wonen.
Na de val van het kabinet Rutte IV zijn de invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen controversieel verklaard. Dit betekent dat besluitvorming hierover later zal plaatsvinden. De huidige regionale samenwerking blijft ongewijzigd en we ontvangen voorlopig nog budget vanuit de centrumgemeente voor de lokale uitvoering van beschermd wonen (uitvoeringsplan).
Zaaknummer
Pagina 5 van 17
datum September 2023
3.
Jeugdwet
3.1 Kerncijfers Vanaf 2019 is het GGK, het systeem voor berichtenverkeer tussen verwijzers en aanbieders van jeugdhulp, volledig in gebruik waardoor het mogelijk is om naast de verwijzingen van de gemeentelijke toegang ook de aantallen van andere verwijzers zoals huisartsen en gecertificeerde instellingen zoals Jeugdbescherming Brabant inzichtelijk te maken. In 2021 zijn we gestart met het toekennen van jeugdhulp op basis van het nieuwe productenboek. Onderstaande tabel gaat uit van de nieuwe producten. De informatie uit voorgaande jaren is omgezet naar de nieuwe tabel zodat we de ontwikkelingen ten aanzien van de aantallen kunnen blijven volgen en vergelijken. Een aantal producten zijn nieuw per 2021, zoals consultatie en advies, medicatie consultatie, vaktherapie, verblijf basis en gezinsopname. Om die reden zijn er van voorgaande jaren geen aantallen beschikbaar ten aanzien van deze producten. Categorie
Product
2019
2020
2021
2022
2023
Respijtzorg
Respijtzorg Begeleiding basis Begeleiding specialistisch Daghulp basis Daghulp specialistisch Daghulp intensief Orthoped. Beh. Basis Orthoped. Beh. Specialistisch Basis GGZ Specialistische GGZ
34
41
353
320
143
131
26 131 193 19 50 45 9
34 125 208 10 57 47 10
33 74 207 4 62 46 12
80 175 469
50 134 385
40 121 517
96 201 813
90 162 743
Medicatie consultatie Vaktherapie
-
-
1 28
2 38
4 42
MST, FACT Dyslexie diagnose en behandeling
63
57
71
100
87
139
140
150
150
167
Pleegzorg Gezinshuis Woonbegeleiding/leefgroep
56 12 -
48 10 -
49 7 1
59 10 2
60 10 2
Verblijf incl. behandeling Verblijf ggz spec en intensief LVB en driemilieuvoorziening
18
15
13
16
17
2
2
2
7
5
9
9
10
10
6
Begeleiding
Daghulp
Behandeling GGZ Medicatie consultatie Vaktherapie Netwerk intensief spec. Dyslexie Pleegzorg Gezinsvervangend Verblijf basis Verblijf specialistisch Verblijf GGZ Verblijf intensief
Zaaknummer
Pagina 6 van 17
datum September 2023
Gezinsopname Crisis Jeugdreclassering
Jeugdbescherming Landelijke arrangementen Maatwerk Totaal
Gesloten jeugdzorg Gezinsopname Crisis ambulant en verblijf
2 nb
2 nb
4 0 9
3 1 1
1 0 2
Jeugdreclassering OTS tot 1 jaar OTS meerjarig Voogdij Landelijk Transitie Arrangementen Maatwerk zonder verblijf Maatwerk met verblijf
11 41 44 31
10 38 66 27
18 33 61 28
21 41 67 23
18 37 54 18
62 15 4
49 14 3
26 4 3 1669
22 13 4 2191
31 13 6 2013
N.B. De totalen zijn geen unieke jeugdigen. Dit zijn het totaal aantal lopende beschikkingen op een bepaald moment.
Cijfers Voor de 1e helft van 2023 hebben we de cijfers van RIOZ vergeleken met onze eigen cijfers uit Xworks. Deze kwamen niet overeen. De afdeling informatiestrategie is, samen met RIOZ, aan het uitzoeken wat de oorzaak hiervan is. We hopen hier eind 2023 een antwoord op te kunnen geven. Helaas kunnen we dus nu geen zuivere cijfers opleveren. Voor de 1e helft van 2023 hebben we ervoor gekozen om de cijfers van RIOZ en Xworks samen te pakken en daar een gemiddelde uit te halen. De stijging in het totaal aantal lopende beschikkingen komt waarschijnlijk doordat er minder jeugdigen in verblijf worden geplaatst en er meer vormen van hulp nodig zijn om thuis te blijven wonen. Dit is op zich een positieve ontwikkeling. Over het algemeen zien wij een lichte verschuiving van lichte inzet naar zwaardere hulpvormen. We zien meer inzet begeleiding specialistisch en een afname in begeleiding basis. Daarnaast neemt de vraag naar specialistische GGZ toe De mentale klachten (stress, eenzaamheid) onder jongeren neemt toe. Dit is een landelijke trend die ook gezien en herkend wordt door de consulenten van de toegang, de huisartsen en aanbieders. De komende jaren zullen we nog meer in moeten zetten op collectief preventief aanbod en samenwerking met andere (leef)domeinen. Een voorbeeld is dat er meer aanbod van HALT is ingekocht voor het onderwijs.
We gaan ook de aansluitfunctionarissen op de basisscholen de komende jaren verder uitbreiden. Deze vormen een belangrijke brugfunctie tussen jeugdige/ouders en school/zorg. Daarnaast zetten we in op meer aanwezigheid van jongerenwerkers op de VOscholen. Het belang van een integrale, domein overstijgende aanpak wordt steeds belangrijker. Niet elke hulpvraag is een jeugdhulp vraag. Een brede analyse is noodzakelijk.
Zaaknummer
Pagina 7 van 17
datum September 2023
Tevens zullen er gesprekken gevoerd blijven worden met de huisartsen, poh ggz jeugd en het onderwijs over de-medicaliseren en normaliseren. We proberen hiermee de stijgende lijn te doorbreken. In de regio wordt er meer gebruik gemaakt van orthopedagogische behandeling. Deze ontwikkeling zien we ook in Meierijstad. Het RIOZ geeft aan dat het voornamelijk komt door omzetting van oude provinciale verwijzingen die o.a. Oosterpoort, Topaze en Sterk Huis aanbood naar producten nu onder orthopedagogische behandeling vallen. Het aantal jeugdigen dat dyslexiehulp ontvangt is licht aan het stijgen. Binnen de gemeente Meierijstad is de inzet van dyslexiezorg belegd bij het dyslexieteam. Het team beoordeelt de aanvragen dyslexie die zij van de scholen ontvangen. Onderdeel van deze beoordeling is in hoeverre er voldoende inzet is geweest vanuit het onderwijs en in hoeverre er sprake is van andere problematiek. Op basis van deze beoordeling wordt een deel van de aanvragen teruggelegd bij school, een deel van de vragen wordt doorverwezen naar andere hulpverlening. Het merendeel van de aanvragen wordt positief beoordeeld en wordt verwezen naar dyslexiezorg. Samen met het dyslexieteam en het samenwerkingsverband Passend Onderwijs zullen we onderzoeken waar deze (lichte) stijging vandaan komt.
3.2 PGB PGB
2017
2018
2019
2020
2021
2022
Juli 2023
Aantal cliënten
184
168
178
128
176
185
151
Totaal toegekend budget
€
€ 1.217.062
€ 1.118.576
€ 1.060.232
€ 1.198.196
€
€
1.289.089
1.202.653
€ 983.679
€ 538.773
1.209.51 5 Totaal benut door cliënt
€
€ 831.393
€ 833.541
€ 736.838
€ 910.550
862.035
We zagen in 2022 een lichte toename van het aantal cliënten dat een PGB heeft aangevraagd. Ook zagen we een lichte stijging in de kosten PGB. De stijging in de kosten komt, naast de lichte stijging van cliënten, ook door een paar grote, dure PGB’s die overgenomen zijn als gevolg van de wijziging van het woonplaatsbeginsel. De ontwikkeling in 1e helft van 2023 is in de lijn met vorig jaar.
3.3 Financieel
Zaaknummer
Pagina 8 van 17
datum September 2023
Realisatie 2023 (tm Jeugd
(Gewijzigde
juni 2023)
) begroting
excl.
2023
Verplichtin
Verschil
gen
Jeugdzorg PGB - Uitvoering door SVB
- Deeltaxi
948.517
117.111
Totaal
390.700
557.817
61.009
56.102
451.709
1.065.628
613.919
Jeugdzorg in Natura maatwerkdienstverlening Lokale uitvoering
- Lokale ZIN (pxq) - Indiv. ZIN begeleiding
- Indiv. ZIN behandeling
- Indiv. ZIN dagbesteding
- Indiv. ZIN zonder verblijf overig
-
1.389.266
1.406.784
942.582
168.846
- Indiv. ZIN zonder verblijf overig deeltaxivervoer
62.298
- Indiv. ZIN zonder verblijf overig - lokaal maatwerk - Indiv. ZIN pleegzorg
- Indiv. ZIN gezinsgericht
- Indiv. ZIN met verblijf overig
- Indiv. ZIN GGZ zonder verblijf
Zaaknummer
404.066
788.960
880.703
2.344.058
3.969.679
Pagina 9 van 17
-229.520
229.520
391.455
997.811
327.898
1.078.886
163.640
778.942
116.860
51.986
0
62.298
10.017
-10.017
151.642
252.424
200.616
588.344
118.891
761.812
365.921
1.978.137
909.449
3.060.230
datum September 2023
- Indiv. ZIN GGZ zonder verblijf - dyslexie
- Indiv. ZIN Crisis en GGZ met verblijf
465.601
1.217.443
- Indiv. ZIN Landelijke transitie arragementen
1.567.068 0
- Indiv. ZIN Lokaal Crisisopvang
- Indiv. ZIN Gesloten verblijf
9.501
138.957
Totaal
137.525
328.076
262.921
954.522
292.100
1.274.968
-40.189
40.189
0
9.501
11.858
127.099
15.755.812
3.191.083
12.564.729
Regionale uitvoering door RIOZ * - Indiv. ZIN zonder verblijf overig regionale uitvoering door RIOZ
266.836
0
266.836
428.398
0
428.398
0
633.971
- Indiv. ZIN zonder verblijf crisis/LTA/GGZ verbljif- regionale uitvoering door RIOZ - Indiv. ZIN Gesloten verblijf - regionale uitvoering door RIOZ
633.971
Totaal
1.329.205
-
1.329.205
Jeugdzorg in Natura geëscaleerde zorg Lokale uitvoering Jeugdbescherming lokaal
1.154.764
-
Jeugdreclassering lokaal
Totaal
157.558
329.017
825.747
-30.257
30.257
37.802
119.756
1.312.322
336.562
975.760
170.709
1.165.682
-994.973
Regionale uitvoering door RIOZ * Jeugdbescherming regionale uitvoering door RIOZ
Zaaknummer
Pagina 10 van 17
datum September 2023
Uitvoeringskosten centrumgemeente Den Bosch (RIOZ)
321.191
142.406
Stelpost Jeugdzorg ZIN
197.040
0
EB: Extra middelen jeugdzorg 2021
261.263
-
261.263
178.786
197.040
0
261.263
0
0
0
261.263
0
234.969
0
108.655
EB: Pilot Orthopsychiatrische voorziening 234.969
EB: Beschikbaarh.bijdr Jeugd Bescherming Brabant 108.655
EB: Transformatiebudget Jeugdzorg
Totaal
410.775
21.167.569
410.775
5.698.216
0
15.469.353
*Noot: Regionale uitvoering ZIN door RIOZ wordt door het jaar heen geboekt op FCL 6800 en pas aan het einde van het jaar (naar aanleiding van de definitieve afrekening RIOZ) verdeeld over de diverse FCL's.
Met ingang van 1 januari 2022 is de oude lumpsum-financiering opgeheven. Er wordt nu sinds 1 1/2 jaar gewerkt met de PxQ regeling. Hierdoor betaalt iedere gemeente voortaan haar eigen zorgverbruik. Enkele budgetten zijn nog opgenomen in het regionaal budgettair kader. Deze budgetten zijn met name bedoeld voor het in stand houden c.q. beschikbaar houden van voorzieningen en/of het naar verhouding spreiden van overhead- en excessieve zorgkosten over de deelnemende gemeenten. Voor deze budgetten zijn we regionaal solidair volgens een in de centrumregeling vastgelegde verdeelsleutel. Ook voor de regionale uitvoeringskosten zijn we nog steeds solidair.
Zaaknummer
Pagina 11 van 17
datum September 2023
Als gevolg van deze nieuwe inkoopsystematiek maken we in bovenstaande tabel onderscheid tussen de ZIN – uitvoering lokaal en de ZIN - uitvoering regionaal door de Regionale inkooporganisatie (RIOZ). Ook zijn in 2023, in verband met de wettelijke verantwoordingsvoorschiften vanuit de BBV, de kosten van jeugdzorg verder gespecificeerd naar de diverse vormen van zorg. Deze uitsplitsing is in bovenstaande tabel overgenomen. De realisatiecijfers zijn weergegeven naar de stand van 1 juli 2023. We zien dat op dat moment nog niet de helft van het beschikbare budget voor ZIN ook daadwerkelijk is uitgegeven. Hiervoor is een aantal verklaringen: - Een aantal zorgaanbieders is pas later in het jaar 2023 gaan declareren. Ervaring leert dat zorgaanbieders meestal pas na 2 maanden declareren waardoor de maanden mei en juni nog niet volledig door iedereen zijn gedeclareerd. - Het transformatiebudget Jeugdzorg dat voor 2023 beschikbaar is (in de jaarrekening 2022 voor € 410.775 als balanspost opgenomen) is in 2023 weer als vooruitbetaald aan RIOZ verantwoord. De werkelijke kosten 2023 worden bij de jaarafrekening 2023 van het RIOZ bekend. - Verder is er nog sprake van een stelpost middelen jeugdzorg van € 197.040. Deze is vooralsnog geoormerkt voor het dekken van eventuele overschrijdingen of onverwachte uitgaven.
Overigens wordt dit bedrag naar aanleiding van de meicirculaire 2023 afgeraamd met een bedrag van € 119.949.
.
Zaaknummer
Pagina 12 van 17
datum September 2023
4. WERK EN INKOMEN 4.1 Ontwikkelingen klantenbestand 1e helft van 2023 In vergelijking met de rest van Nederland heeft het klantenbestand voor uitkeringen voor levensonderhoud in Meierijstad historisch gezien altijd relatief laag gelegen. Deze lage mate van bijstandsaanvragen is te danken aan de gunstige werkgelegenheid in Meierijstad. Echter, als gevolg van de Corona-crisis en de maatregelen van het Rijk hebben we in 2020 een lichte stijging waargenomen in het aantal klanten ten opzichte van eind 2019. In 2021 zijn de aantallen in het klantenbestand weer gedaald en deze daling heeft zich voortgezet in 2022. In 2023 zien we een stijging in bestand. Deze stijging is de verklaren door verhoogde taakstelling van asielzoekers.
Ontwikkeling klantenbestand gemeente Meierijstad 820 810 800 790 780 770 760 750 740 730
813 799 790 777 761
2019
2020
2021
2022
2023
Ontwikkeling klantenbestand gemeente Meierijstad
Grafiek 1 : Ontwikkeling klantenbestand gemeente Meierijstad 4.2 Opbouw klantenbestand In de onderstaande drie grafieken geven we een weergave van hoe het klantenbestand is opgebouwd. We maken hierin onderscheid in leeftijd, leefvorm en uitkeringsduur. We zien dat er in de eerste helft van 2023 de groep jongeren toeneemt. De jongeren die doorstromen naar de uitkering hebben vaak psychische problematieken.
321
395
2023
329
2022 466
2021 399
340
442
334
492
2020
119
121
97
144
126
455
2019
0- 26 JAAR
27- 49 JAAR
50+
Tabel 1: Leeftijdsverdeling klantenbestand (2020 en 2021 = inclusief TOZO)
Zaaknummer
Pagina 13 van 17
datum September 2023
2020
2021
2022
140
125
114
2023
ALLEENSTAANDE
ALLEENSTAANDE OUDER
159
150
153
208
168
125
130
507
485
507
504
692
2019
GEHUWD/SAMENWON END
0-12 MAANDEN
451
178
178
12- 36 MAANDEN
467
2023 481
162
2022
505
2021
504
2020
165
151
115
142
108
432
2019
201
Tabel 2: Leefvorm klantenbestand (2020 en 2021 = inclusief TOZO)
36+ MAANDEN
Tabel 3: Uitkeringsduur klantenbestand (2020 en 2021 = inclusief TOZO) 4.3 Re-integratie Het re-integratiebeleid is erop gericht klanten te ondersteunen bij het verbeteren van hun vaardigheden en werknemers kwaliteiten, waardoor hun kansen op het vinden van werk worden vergroot. 4.3.1 Poortwachtersfunctie We zetten sterk in op de zogeheten Poortwachtersfunctie om de instroom te beperken. Dit doen we door te sturen op voorliggende voorzieningen. Daarnaast wijzen we mensen, die een uitkering aanvragen, op de kansen op de arbeidsmarkt. Dit doen we door ze allerlei vacatures aan te bieden waar ze op kunnen solliciteren. In 2021 is ongeveer 43% van de aanvragen niet in de uitkering gekomen. Deze groep is doorverwezen naar werk of een voorliggende voorziening. In 2022 is dit percentage gestegen naar 52%. In de eerste helft van 2023 lag dit percentage op 58%. Dit heeft mede te maken met de gunstige arbeidsmarkt, waardoor kandidaten sneller bemiddeld kunnen worden. We constateren echter wel dat de groep die instroomt in de uitkering een aanzienlijke afstand tot de arbeidsmarkt heeft, waardoor bemiddeling naar werk op korte en middellange termijn niet mogelijk is.
Zaaknummer
Pagina 14 van 17
datum September 2023
4.3.2 Instroom / uitstroom De redenen uitstroom kunnen worden verdeeld in door de gemeente beïnvloedbare factoren, te weten werkaanvaarding in loondienst of zelfstandige en het weer gaan studeren met studiefinanciering, en niet-beïnvloedbare factoren zoals verhuizing en bereiken pensioengerechtigde leeftijd. In de onderstaande tabel wordt weergegeven dat in 2022 42% van onze uitstroom toe te schrijven is aan beïnvloedbare factoren, terwijl 58% van de uitstroom te wijten is aan niet-beïnvloedbare factoren. In totaal zijn er in 2022 153 mensen uitgestroomd. De uitstroom ligt in de eerste helft van 2023 hoger ten opzichte van 2022. We zien wel dat de niet-beïnvloedbaar factoren zijn gestegen ten opzichte van 2022. uitstroom
beïnvloedbaar
niet-beïnvloedbaar
2019
228
102
45%
126
55%
2020
191
92
48%
99
52%
2021
207
81
39%
126
61%
2022
153
64
42%
89
58%
2023
85
29
34%
56
66%
Tabel 4: Uitstroomfactoren. 4.4 Taakstelling Beschut werk Beschut werk is bedoeld voor mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking, die alleen kunnen werken in een ‘beschutte’ omgeving, onder aangepaste omstandigheden. Elke gemeente krijgt een wettelijke doelstelling opgelegd. De taakstelling voor Meierijstad was in 2022 2108 uur (cumulatief). Uitgaande van een gemiddelde dienstbetrekking van 31 uur per week, zouden er voor eind 2022, 68 personen moeten zijn geplaatst. In 2021 hadden we 26% van de taakstelling behaald. In de eerste helft van 2023 blijft dit aantal hetzelfde. Taakstelling Beschut werk Taakstelling in uren Gerealiseerd Aantal trajecten voortraject/ on hold / uitval Tabel 5: Cijfers Beschut werk
Zaaknummer
68 beschutte werkplekken 2108 (100%) 1026 (49%) – 40 personen 11
Pagina 15 van 17
datum September 2023
4.6 Minimabeleid - voorzieningen en ondersteuning In het eerste helft van 2023 zien we een geringe toename in de aanvragen van het minimabeleidvoorzieningen en ondersteuning ten opzichte van 2022. Bijzondere bijstand 2021
1417
Gecombineerde aanvraag bijzondere bijstand 620
Individuele inkomenstoeslag
Maatschappelijke Participatie
Pcregeling
Schoolkosten
272
279
62
28
2678
2022
1568
609
245
199
48
31
2700
2023
914
344
160
138
24
12
1568
Tabel 6: overzicht bijzondere bijstand en minimabeleid 4.7 Schuldhulpverlening Aanmeldingen schuldhulpverlening In de eerste helft van 2023 is het beroep op schuldhulpverlening en advies rondomgeldzaken ongeveer hetzelfde gebleven ten opzichte van de eerste helft van 2022. Wel is er een lichte stijging te zien. Tot en met juni werden er 181 aanvragen gedaan, een stijging van 9 aanvragen ten opzichte van dezelfde periode in 2022. Door de overgang naar X-works is het momenteel nog niet mogelijk te duiden hoeveel van deze aanvragen zich richten op een problematische schuldenlast en hoeveel op budgetcoaching of informatie en advies. Later hopen we hier meer inzicht in te kunnen geven. Wel is duidelijk hoeveel klanten door hebben kunnen stromen naar een schuldregeling. Dit ligt in de eerste helft van 2023 iets lager dan dezelfde periode in 2022, namelijk 19 schuldregelingen ten opzichte van 22. Een mogelijke oorzaak hiervan kan de halvering van de minnelijke schuldsanering natuurlijke personen zijn. Er zijn signalen dat er met name door bewindvoerders gewacht werd met het aanmelden bij schuldhulpverlening tot deze verkorting op 1 juli jl. Om geen verschillen te laten bestaan tussen regelingen voor en na 1 juli, heeft het college eind augustus besloten om een lokale overgangsregeling te creëren en hiermee ook alle lopende schuldregelingen te verkorten tot maximaal 18 maanden.
Aanvragen voedselbank (link informele voedselbank) Bij de aanvragen voedselbank is een flinke stijging te zien. Dat aantal bedroeg 64 en was in 2022 nog 113 over hetzelfde tijdvak. Oorzaken hiervan zijn de aanhoudende energiecrisis en inflatie. Inwoners hebben steeds vaker moeite met rondkomen en hebben daarom ook een lager besteedbaar inkomen. Deze trend wordt ondanks alle koopkrachtmaatregelen landelijk gesignaleerd. Ook wordt deze stijging in aanvragen gesignaleerd bij de informele voedselhulp van Stichting Samen Sterk voor Meierijstad. Deze screening gaat meer uit van vertrouwen dan de reguliere voedselbanken, maar ook hier wordt waargenomen dat steeds meer (werkende) inwoners behoefte hebben aan ondersteuning.
Zaaknummer
Pagina 16 van 17
datum September 2023
Totaal
Vroegsignalering Ten slotte is er in de eerste helft van 2023 flink aan de slag gegaan met de vroegsignalering van schulden. Het is niet mogelijk om een vergelijking te maken met de eerste helft van 2022, omdat deze taak medio 2022 van start gegaan is. Hierbij zien we dat het actief aanschrijven en opzoeken van inwoners naar aanleiding van signalen van betalingsachterstanden geleid heeft tot 23 aanmeldingen bij schuldhulpverlening. 4.9 Financieel
Begroting 2023 na 2e berap Uitkeringen levensonderhoud Participatiewet IOAW IOAZ
Doorberekening 2023
Verschil
11.196.704
11.401.773
-205.069
521.394
488.813
32.581
16.805
16.996
-191
Loonkostensubsidie
2.500.000
3.500.000
-1.000.000
Totaal inkomensvoorz. BUIG
14.234.903
15.407.582
-1.172.679
Budget BUIG (Inkomsten)
14.395.903
16.097.842
1.702.223
TOZO
0
Participatiewet – re-integratie
1.483.652
Kapitaalverstrekking Bbz Voorzieningen en ondersteuning Schuldhulpverlening
-
2.071.671
-13.500
-8.104
-5.396
4.121.152
-1.250.000
239.390
219.598
19.792
Jaarlijks krijgt de gemeente van het Rijk een toewijzing, bekend als het Buig-budget, om de uitgaven van de Participatiewet te dekken. Dit budget wordt jaarlijks vastgesteld op basis van een verdeelmodel dat rekening houdt met verschillende interne en externe factoren die de omvang ervan beïnvloeden. Het budget is in oktober definitief vastgesteld op €16.097.842,00, wat hoger is dan de oorspronkelijke begroting. Wat betreft de re-integratiemiddelen: deze worden gebruikt om de inwoners te stimuleren en te begeleiden naar het hoogst haalbare niveau van participatie. In 2023 is er een tekort van €588.019,00 geconstateerd. In het verleden konden tekorten worden aangevuld met incidenteel beschikbare budgetten, maar deze zijn in 2023 niet meer beschikbaar. Voorzieningen en ondersteuning: door een gewijzigde verdeelsystematiek van het Rijk is ons budget voor de energietoeslag verlaagd. Dit heeft mede geleid tot de onvoldoende financiële middelen om de vastgestelde inkomensgrens van 130% te handhaven.
Pagina 17 van 17
-588.019
2.871.152
Tabel 9: Financieel overzicht t/m september 2023
Zaaknummer
0
datum September 2023