Bijlage 1 Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'_Regels
Tekst van het document
k. l.
het beroep of bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep of bedrijf aan huis in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de woning is; het aantal werkzame personen bij een beroep of bedrijf aan huis bedraagt maximaal 2 personen, waaronder inbegrepen de eigenaar van de woning; maximaal 40% van de brutovloeroppervlakte van de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; het parkeren ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats op eigen terrein.
vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan, hiervoor gelden de regels van de welstandsnota; het beroep of bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); het beroep of bedrijf aan huis mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; het aan huis verbonden beroep of bedrijf komt voor in de milieucategorie 1 of 2 van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijkgesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis; beroepen of bedrijven aan huis in vorm van detailhandel, uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom en productiegebonden detailhandel als nevenfunctie bij agrarische bedrijfswoningen, of in de vorm van horeca (uitgezonderd ondersteunende horeca als nevenactiviteit bij agrarische bedrijfswoningen) zijn niet toegestaan.
5.4.2 Gebruik priverijhal Het gebruik van de priverijhal binnen deze bestemming is enkel toegestaan ten behoeve van de hoofdbewoners van de woning binnen het (gekoppelde) bestemmingsvlak. 5.5
Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1 Afwijkingsbevoegdheidten behoeve van kamerverhuur Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.1 en bewoning toestaan ten behoeve kamerverhuur, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. b.
c. d.
e. f. g.
28
de huisvesting vindt plaats in een bestaande grondgebonden woning, die reeds aanwezig is ten tijde van terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan; bij het gebruik voor de huisvesting van kamerhuurders mogen, indien er een huishouden in de woning woont, naast dit huishouden maximaal 3 kamerhuurders in de woning worden gehuisvest. Indien er geen huishouden woonachtig is, mogen er maximaal 4 kamerhuurders worden gehuisvest; bij het gebruik voor de huisvesting van kamerhuurders mag huisvesting alleen plaatsvinden op de begane grond en op de eerste verdieping; er mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking optreden dat deze leidt of kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; er ontstaat geen onevenredige aantasting van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en nabijgelegen bedrijven; er dient te worden aangetoond dat er sprake is van een verantwoord woon- en leefmilieu/klimaat; in een straal van 75 meter wordt voor niet meer dan één perceel/gebouw een omgevingsvergunning verleend voor kamerverhuur.
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
5.5.2 Afwijkingsbevoegdheidvoor het uitoefenen van een Bed & Breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van artikel 5.1 voor het gebruiken van een deel van een woning voor logies in de vorm van een Bed & Breakfast, onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
het betreft maximaal 4 bedden en 2 slaapkamers; de Bed & Breakfast dient in bestaande bebouwing gerealiseerd te worden; maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken mag ten behoeve van een Bed & Breakfast in gebruik zijn. de woonfunctie dient als hoofdfunctie behouden te blijven; bedoeld gebruik mag geen hinder voor het woonmilieu opleveren en geen onevenredige afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; permanente bewoning is niet toegestaan; bedoeld gebruik mag geen belemmering voor de omliggende bedrijven opleveren; het gebruik dient de woonfunctie te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of een bijbehorend bouwwerk uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de woning is; er mag geen duurzame ontwrichting van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur ontstaan; de ontwikkeling mag niet leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer; er dient voldoende parkeren ten behoeve van de Bed & Breakfast op eigen terrein gerealiseerd te worden.
5.5.3 Afwijkingsbevoegdheidvoor het gebruik van bijbehorende bouwwerken voor statische binnenopslag bij woningen, niet zijnde bedrijfswoningen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.1, voor het gebruik van bestaande bijbehorende bouwwerken voor de binnenopslag van statische goederen, met uitzondering van (brand)gevaarlijke goederen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. b. c.
d. e. f. g. h. i. j.
k.
er is geen sprake van een agrarisch of niet-agrarisch bedrijf; de opslag dient zich te beperken tot statische binnenopslag in bestaande gebouwen, waarbij buitenopslag niet is toegestaan; de oppervlakte aan bestaande bijbehorende bouwwerken te gebruiken voor de binnenopslag van statische goederen mag niet groter zijn dan 400 m2, waarbij bijbehorende bouwwerken boven de 400 m2 worden aangemerkt als overtollige bebouwing, die als vorm van kwaliteitsverbetering moet worden verwijderd; cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is uitgezonderd van verplichte sloop; opslag ten behoeve van een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf is niet toegestaan. detailhandel is niet toegestaan. er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen. de nevenactiviteit 'statische opslag' leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen. de nevenactiviteit 'statische opslag' mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. de nevenactiviteit 'statische opslag' gaat gepaard met een gedegen landschappelijke inpassing middels erfbeplanting (met voor het landschap kenmerkende soorten); de kwaliteitswinst blijkt uit een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan.
Het erfinrichtingsplan maakt onderdeel uit van de aanvraag om afwijking van het bestemmingsplan; parkeren moet op het eigen terrein plaatsvinden.
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
29
Artikel 6
Leiding
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van: a.
een ondergrondse gasleiding met de hartlijn ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding – gas'.
6.2 Bouwregels In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt dat op of in de in de voor 'Leiding' bestemde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) mogen worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid: a. b.
bouwwerken tot een maximale bouwhoogte van 3 m ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de ondergrondse leidingen; bouwwerken tot een maximale bouwhoogte van 45 m ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de bovengrondse hoogspanningsverbinding.
6.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.2 voor het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen van deze gronden, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c.
De veiligheid van de betrokken leiding wordt niet geschaad. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning wordt vooraf schriftelijk advies ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten.
6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Verboden werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden onder maaiveld; het aanleggen van wegen of paden en/of andere oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van graafwerkzaamheden; diepploegen; het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indrijven van voorwerpen in de bodem; het aanbrengen of rooien van diepwortelende en/of hoogopgaande beplanting en/of bomen; het ophogen, verlagen, afgraven of egaliseren van de bodem, of anderszins wijzigen in maaiveld- of weghoogte. het permanent opslaan van goederen; het indrijven van voorwerpen in de bodem.
6.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
30
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
a. b.
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
6.4.3 Toelaatbaarheid De in artikel 6.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de leiding zijn gewaarborgd. c.
Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij de betreffende leidingbeheerder.
6.5 Voorrangsbepaling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt.
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
31
Artikel 7
Waarde - Archeologie 1
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de hoge archeologische verwachtingswaarden van de gronden. 7.2 Bouwregels a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 200 m² en dieper dan 0,5 m, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 2. De verplichting tot het doen van opgravingen. 3.
De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c. Het bepaalde in sub a en b is niet van toepassing binnen het bouwvlak en binnen de bestemmingsvlakken van de bestemming 'Wonen'. d. Het bepaalde onder sub a en b is niet van toepassing indien door middel van een onafhankelijk document kan worden aangetoond dat de beoogde gronden voor het bouwen reeds verstoord zijn. 7.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.2 sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Verboden werken en werkzaamheden Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a.
b. c.
het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 200 m² per perceel en met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd, met uitzondering van de situatie waarin een ontgrondingsvergunning is vereist; het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen over meer dan 200 m² en dieper dan 0,50 m onder maaiveld, met uitzondering van de vervanging van aanwezige ondergrondse leidingen; het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren.
7.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
32
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
a.
b. c. d.
e.
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn, zoals boomteeltactiviteiten waarbij de grond niet dieper dan 50 cm onder maaiveld wordt bewerkt danwel wordt verstoord als gevolg van aanplant/ontgraven/wortelontwikkeling; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; binnen het bouwvlak, en/of het differentiatievlak of binnen de bestemmingsvlakken van de bestemming 'Wonen' plaatsvind; door middel van een onafhankelijk document kan worden aangetoond dat de gronden reeds verstoord zijn en dat als gevolg van de werken/werkzaamheden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; voor zover het werkzaamheden in de bodem betreffen die te maken hebben met het plant- en zaaiklaar maken en oogsten, overeenkomstig het huidig gebruik ten behoeve van de laanboomteelt.
7.4.3 Toelaatbaarheid a. De in artikel 7.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd; d. voor wat betreft de verdere afwegingsaspecten en beoordelingscriteria geldt de hetgeen bepaald in de 'Tabel ingrepen / effect BP Buitengebied' zoals bedoeld in Bijlage 3 Tabel omgevingsvergunning werken en werkzaamheden BP buitengebied.
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
33
Artikel 8
Waarde - Archeologie 2
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de middelhoge archeologische verwachtingswaarden van de gronden. 8.2 Bouwregels e. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 0,5 m, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. f. Indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3.
de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. a. Het bepaalde in sub a en b is niet van toepassing binnen het bouwvlak en binnen het bestemmingsvlakken van de bestemming 'Wonen'. b. Het bepaalde onder sub a en b is niet van toepassing indien door middel van een onafhankelijk document kan worden aangetoond dat de beoogde gronden voor het bouwen reeds verstoord zijn. 8.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.2 sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1 Verboden werken en werkzaamheden Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a.
b. c.
het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 500 m² per perceel en met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd, met uitzondering van de situatie waarin een ontgrondingsvergunning is vereist; het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen over meer dan 500 m² en dieper dan 0,50 m onder maaiveld, met uitzondering van de vervanging van aanwezige ondergrondse leidingen; het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren.
8.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 8.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
34
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; d.
binnen het bouwvlak, en/of het differentiatievlak of binnen de bestemmingsvlakken van de bestemming 'Wonen' plaatsvind.
8.4.3 Toelaatbaarheid a. De in artikel 8.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd; d. voor wat betreft de verdere afwegingsaspecten en beoordelingscriteria geldt de hetgeen bepaald in de 'Tabel ingrepen / effect BP Buitengebied' zoals bedoeld in Bijlage 3 Tabel omgevingsvergunning werken en werkzaamheden BP buitengebied.
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
35
Artikel 9
Waterstaat - Attentiegebied EHS
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Attentiegebied EHS' aangegeven gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de hydrologische waarden. 9.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.2.1 Verboden werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a.
b. c. d.
het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel of met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd, met uitzondering van waterpoelen tot een oppervlakte van 200 m² en een diepte tot 1,5 m of indien een ontgrondingsvergunning vereist is; het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,50 m onder maaiveld, met uitzondering van de vervanging van aanwezige ondergrondse leidingen; het verlagen van de (grond)waterstand door aanleg van drainage (ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage) of door bemaling en/of bronnering; het verlagen van de (grond)waterstand door het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren.
9.2.2 Uitzonderingen Het in artikel 9.2.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vastgesteld projectplan en/of een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; reeds een regeling kennen in de keur van het waterschap, die is gericht op hetzelfde doel; e.
binnen het bouwvlak en/of het differentiatievlak plaats vinden.
9.2.3 Toelaatbaarheid De in artikel 9.2.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de hydrologische waarden. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij de waterbeheerder. f.
36
voor wat betreft de verdere afwegingsaspecten en beoordelingscriteria geldt de hetgeen bepaald in de 'Tabel ingrepen / effect BP Buitengebied' zoals bedoeld in Bijlage 3 Tabel omgevingsvergunning werken en werkzaamheden BP buitengebied.
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
Artikel 10
Waterstaat - Waterbergingsgebied
10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterbergingsgebied' aangegeven gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de tijdelijke opvang van water. 10.2 Bouwregels In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemmingen van deze gronden, mogen op of in deze bestemming begrepen grond, met uitzondering van gronden binnen bouwvlakken, uitsluitend bouwwerken tot een maximale bouwhoogte van 2 m worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming. 10.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 10.2 voor het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen van deze gronden, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b.
de bebouwing mag niet leiden tot een vermindering of verslechtering van het waterbergend vermogen van de gronden; alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij het waterschap.
10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Verboden werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e.
het verlagen van de (grond)waterstand door aanleg van drainage (ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage) of door bemaling en/of bronnering; het verlagen van de (grond)waterstand door het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; het wijzigen van de bergingscapaciteit via het ophogen van gronden en het aanleggen van dammen, dijken of kaden; het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, geen containervelden zijnde en indien meer dan 100 m² per perceel; het aanleggen of aanplanten van hoger dan 1,5 m opgaand houtgewas met agrarische productiefunctie.
10.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 10.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b. c. d.
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vastgesteld projectplan en/of een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; reeds een regeling kennen in de keur van het waterschap, die is gericht op hetzelfde doel; binnen het bouwvlak en/of het differentiatievlak plaats vinden.
10.4.3 Toelaatbaarheid a. de in artikel 10.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
37
b. c.
38
onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van het waterbergend vermogen van de gronden; alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij de waterbeheerder; voor wat betreft de verdere afwegingsaspecten en beoordelingscriteria geldt de hetgeen bepaald in de 'Tabel ingrepen / effect BP Buitengebied' zoals bedoeld in Bijlage 3 Tabel omgevingsvergunning werken en werkzaamheden BP buitengebied.
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
Hoofdstuk 3 Artikel 11
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
39
Artikel 12
Algemene bouwregels
12.1 Bestaande maten Voor een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, met inachtneming van het bepaalde in of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, aanwezig is, dan wel gebouwd mag worden krachtens een omgevingsvergunning, gelden de bestaande maatvoering en situering, met dien verstande dat: a. b. c. d.
40
bestaande maten die meer of minder bedragen dan in dit plan zijn voorgeschreven, ter plaatse van de afwijking als respectievelijk ten hoogste of ten laagste toelaatbaar worden geacht; de (onderdelen van) bouwwerken waarvan de maten afwijken van wat in dit plan is bepaald, mogen worden vergroot of verhoogd tot de in het plan opgenomen maten; bij herbouw het bepaalde onder a uitsluitend van toepassing is, indien herbouw op dezelfde plaats (op de bestaande fundamenten) geschiedt; op een bouwwerk als bedoeld onder c, het overgangsrecht niet van toepassing is.
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
Artikel 13
Algemene gebruiksregels
13.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a.
b. c.
d.
e. f.
g. h. i.
13.2
het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe bouwmaterialen, afval, puin, grind en brandstoffen, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; het gebruiken of laten gebruiken van aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen bij een (bedrijfs)woning als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats van al dan niet voor gebruik geschikte voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats, dan wel staan- of ligplaats voor onderkomens, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; het gebruiken of laten gebruiken van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van evenementen; het gebruiken of laten gebruiken van woningen voor enige vorm van detailhandel (uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom in het kader van aan-huis-verbonden bedrijvigheid en productiegebonden detailhandel als
nevenactiviteit bij agrarische bedrijfswoningen in het buitengebied) en/of horeca (uitgezonderd ondersteunende horeca als nevenfunctie bij agrarische bedrijfswoningen in het buitengebied); het gebruiken of laten gebruiken van een gedeelte van een bedrijfsgebouw of bijbehorend bouwwerk bij een (bedrijfs)woning als woonruimte; het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting en/of prostitutie; het gebruik van agrarische gronden als tuin, met uitzondering van gronden op een afstand van minder dan 25 m rondom een bestemmingsvlak 'Wonen'. Parkeerregels
13.2.1 Voorwaardelijke verplichting parkeren a. bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een gebouw of bouwperceel, dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden, dan wel in stand te worden gehouden. b. Voor de sub a genoemde voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' als vastgesteld op 18 december 2018, in acht genomen te worden. c. Indien deze beleidsregels of de bijlagen gedurende worden gewijzigd door het bevoegd gezag, dient rekening gehouden te worden met deze wijziging. De parkeernormen uit de beleidsregels en/of bijlagen zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag worden toegepast. 13.2.2 Afwijkingsbevoegdheidparkeernorm Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 13.2.2 indien: a. b.
er in voldoende parkeer- of stallingruimte wordt voorzien op een andere wijze, of; het ruimtelijk gezien niet wenselijk is de nodige parkeer- of stallingruimte op eigen terrein te voorzien en er voldoende openbare parkeerplaatsen binnen een acceptabele afstand aanwezig zijn; en;
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
41
1. 2.
er een parkeertelling aanwezig is die aantoont dat er voldoende parkeerplaatsen in de openbare ruimte aanwezig zijn die benut kunnen worden, of; aangetoond kan worden dat volstaan kan worden met een lagere parkeernorm.
13.3 Voorwaardelijke verplichting - hemelwaterberging a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht staat vast dat wordt voorzien in voldoende waterberging conform het Programma Water en Riolering Meierijstad 2022-2026, dan wel diens opvolger zoals geldend ten tijde van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. a. De onder lid a bedoelde voldoende waterberging dient vervolgens als zodanig in stand te worden gehouden.
42
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
Artikel 14
Algemene aanduidingsregels
14.1 Veiligheidszone - leiding Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - leiding' geldt dat de bouw van kwetsbare objecten, zoals bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen niet zijn toegestaan. Voorts geldt dat bij het verlenen van een vergunning krachtens de Wet milieubeheer deze veiligheidszone als uiterste grenswaarde in acht genomen moet worden. 14.2 overige zone - landschappelijkeinpassing Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - landschappelijke inpassing' dient binnen 18 maanden na verlening voor een omgevingsvergunning voor de bouw van een rijhal binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - priverijhal' uitvoer te zijn gegeven aan de landschappelijke inpassing zoals bedoeld in Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan.
14.3
Attentiezone waterhuishouding
14.3.1 Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - attentiezone waterhuishouding' zijn de gronden tevens bestemd voor bescherming van de waterhuishouding en het voorkomen van functies en activiteiten die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. 14.3.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - attentiezone waterhuishouding' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.
het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; de aanleg van drainage, tenzij het gaat om vervanging van een al bestaande drainage; het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; het aanbrengen van oppervlakteverhandingen of verharde oppervlakten van meer dan 100m2 , anders dan een bouwwerk.
14.3.3 Uitzonderingen Het in lid 14.3.2 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden welke: a. b. c. d. e.
betrekking hebben op het normaal onderhoud en beheer; nodig zijn voor het aanleggen van nutsvoorzieningen en kabels en leidingen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; betrekking hebben op de realisatie of duurzame instandhouding van de landschappelijke inpassing.
14.3.4 Toelaatbaarheid De in lid 14.3.2 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien:
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
43
a. b.
deze verband houden met de omschrijving die aan de desbetreffende bestemming is toegekend; door de werken of werkzaamheden hetzij direct hetzij indirect de bestaande waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast;
14.3.5
Regionale waterberging
a lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Regionale waterberging strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. b lid 2 Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid: a. b.
bepaalt dat uitsluitend het oprichten van een gebouw ten dienste van de waterberging is toegestaan met een maximale bouwhoogte van 2 meter; stelt beperkingen aan het ophogen van gronden en het aanbrengen of wijzigen van kaden, voor zover deze activiteiten niet worden uitgevoerd in het kader van normaal beheer en onderhoud.
c Lid 3 Een bestemmingsplan kan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toestaan als het plan een onderbouwing bevat dat hierdoor het waterbergend vermogen van het gebied niet wordt belemmerd. 14.4
Aardkundig waardevol gebied
14.4.1
Omgevingsvergunning aardkundig waardevol
Binnen de aanduiding 'overige zone - aardkundig waardevol gebied' zijn de gronden mede bestemd voor het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de aardkundige waarden. 14.4.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Vergunningsvereiste Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning (voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.
het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en halfverhardingen; het afgraven, ophogen, of egaliseren van de bodem; het verwijderen van houtopstanden; het diepwoelen of - ploegen van de bodem; het aanbrengen van (infrastructurele) ondergrondse leidingen.
2. Uitzonderingen Het in lid 1 (Vergunningsvereiste) vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. b. c. d. e.
44
welke plaatsvinden ter plaatse van de aanduiding bouwvlak en binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - privérijhal'; waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend; welke ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren; waarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet, welke is verleend en van kracht is; welke betreffen het normale onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming;
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
f.
betrekking hebben op de realisatie of duurzame instandhouding van de landschappelijke inpassing.
3. Toelaatbaarheid De in lid 1 (Vergunningsvereiste) genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als geen onomkeerbare aantasting plaatsvindt van de aardkundige waarden.
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
45
46
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
Hoofdstuk 4 Artikel 15
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
15.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid a met maximaal 10%. c. Het lid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 15.3 Hardheidsclausule Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kan het bevoegd gezag ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'
47
Artikel 16
Slotregel
Dit bestemmingsplan kan worden aangehaald onder de titel: Bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'' van de gemeente Meierijstad.
48
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'