CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Bijlage bij de toelichting - Quickscan Flora en Fauna

Raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Heikampenweg 19'6.818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QuickScan Flora en Fauna

Heikampenweg 19 Sint-Oedenrode

Pagina 1 van 20

QuickScan Flora en Fauna Opdrachtgever:

Peijnenburg Heijkampenweg 19 5491 TP Sint-Oedenrode

Locatie:

Heikampenweg 19 5491 TP Sint-Oedenrode

Opdrachtnemer:

RKS Advies V.o.f. Airborneweg 43 5691 PS Son 0413-475450 info@rks-advies.nl

Projectnummer: Versienummer: Status rapport: Datum rapport:

2021233 1 Eindrapport 30-12-2021

Uitvoerder: Collegiale check:

J.J.M. Rooijakkers A.E.F. Rooijakkers – van de Laar

Paraaf:

Pagina 2 van 20

Inhoudsopgave QuickScan Flora en Fauna 1.

Inleiding

4

2.

Nationale natuurwetgeving

6

2.1 Gebiedsbescherming

6

2.2 Soorten bescherming

7

2.3 Houtopstanden

9

3.

Bronnenonderzoek

10

4.

Veldonderzoek

11

5.

Samenvatting

17

6.

Conclusie

19

7.

Werkwijze en aansprakelijkheid

20

8.

Geraadpleegde bronnen en websites

20

Pagina 3 van 20

1. Inleiding Beschrijving van de ruimtelijke ontwikkeling op de locatie:

Aanleiding onderzoek: De onderzoek locatie is gelegen aan de Heikampenweg 19 te Sint-Oedenrode. Op dit adres is gesitueerd: een woning en een voormalige kippenstal. De woning is bewoond en de voormalige kippenstal is in gebruik als opslagruimte. De geplande ruimtelijke ontwikkeling omvat de sloop van de voormalige kippenstal. Bij de geplande activiteiten/ ruimtelijke ontwikkelingen dient men in het kader van de Wet natuurbescherming met de in deze wet als beschermd aangeduide soorten rekening te houden. Indien de uitvoering van de activiteiten leidt tot overtreding van verbodsbepalingen betreffende deze beschermende soorten dient men een vrijstelling of ontheffing aan te vragen bij het daarvoor bevoegde gezag. Deze QuickScan is een inventarisatie van de actuele aanwezigheid van beschermde soorten Flora en Fauna in- en om de onderzoek locatie. Tevens worden de te verwachten effecten van de activiteiten op de onderzoek locatie beoordeelt.

Pagina 4 van 20

Locatie: De onderzoek locatie is gelegen buiten de bebouwde kom in het buitengebied van de Gemeente SintOedenrode en is omgeven door landbouwpercelen; akkers en weilanden. Op circa 150 meter afstand is een grote vijver aanwezig behorende bij de woning gelegen op perceel Heikampenweg 17. De woning heeft een pannen dakbedekking. De voormalige kippenstal heeft een golfplaten dakbedekking.

Onderzoeksmethodiek: Het onderzoek bestaat uit een gedeelte veldonderzoek en een gedeelte bureauonderzoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van een geschikte leefomgeving en de te verwachten beschermde soorten op en nabij de geïnventariseerde locatie. Op 28 december 2021 is van 9.00 tot 11.00 uur de onderzoek locatie bezocht en beoordeeld of op basis van de aanwezige leefomgeving beschermde soorten aanwezig zijn. Verder is aan de hand van literatuurstudie en de ervaring van de uitvoerder van de QuickScan nagegaan welke beschermde soorten er voor kunnen komen op de onderzoek locatie. Bij de Provincie Noord Brabant zijn gegevens betreffende de gebiedsbescherming bestudeerd. Verdere actuele gegevens van Flora en Fauna zijn opgevraagd uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF).

Pagina 5 van 20

2.

Nationale natuurwetgeving

De bescherming van de natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wet- en regelgeving, geïmplementeerd vanuit de Europese wetgeving. De Wet natuurbescherming richt zich op behoud en herstel van de biodiversiteit en de daarvoor noodzakelijke leefgebieden. De doelstelling van de wet bestaat uit 3 onderdelen: ✓ Behouden en herstellen van de biodiversiteit. ✓ Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies. ✓ Samenhangend beleid gericht op het behoud van landschappen, ter vervulling van maatschappelijke functies.

Zorgplicht: In de Wet natuurbescherming is de zorgplicht opgenomen. Ingrepen mogen in het kader van deze zorgplicht geen nadelige gevolgen hebben voor beschermde gebieden en alle in het wild levende Flora en Fauna en hun leefomgeving.

2.1 Gebiedsbescherming Van belang is het effect van de geplande activiteiten in het betreffende, eventueel beschermde gebied, of een gebied in de nabijheid hiervan. Het betreft in deze de Natura 2000, gebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland en overige aangewezen gebieden met natuurlijke en landschappelijke waarden.

Natura 2000 gebieden: Natura 2000 gebieden is de omschrijving van een Europese keten van natuurgebieden met hun specifieke Flora en Fauna gezien vanuit Europees oogpunt en regelgeving. Met deze Natura 2000 opzet wil men Flora en Fauna op een duurzame manier bescherming bieden. Nederland heeft 164 Natura 2000 gebieden aangewezen op basis van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die aangewezen zijn vanuit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Doel is het behoud van de biodiversiteit. Uitgevoerde ruimtelijke ontwikkelingen mogen geen verstorend of verslechterd effect hebben op de instandhouding van deze Natura 2000 gebieden. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid als gevolg van de op de projectlocatie geplande activiteiten zijn gezien de afstand niet te verwachten. Voor verdere effecten van de geplande ruimtelijke ontwikkeling heeft hier, zover van toepassing, afzonderlijk van deze rapportage een toetsing plaatsgevonden. In deze QuickScan wordt op deze toetsing verder niet ingegaan.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlandse Netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincie heeft de taak om dit netwerk natuurgebieden met het omringende agrarische landschap te verbinden. De uitvoering hiervan ligt voornamelijk in provinciale ruimtelijke verordeningen.

Overige gebieden met natuur- en landschappelijke waarden Het betreft hier bijzondere provinciale natuurgebieden; bijzondere provinciale landschappen of nationale parken. Tevens valt hier onder het bijzonder nationaal gebied, het voorstadium van een natura 2000 gebied. De bescherming van deze gebieden vind eveneens plaats via het ruimtelijk spoor.

Pagina 6 van 20

2.2 Soorten bescherming In deze QuickScan wordt in beeld gebracht of er potentiële vaste rust- of voortplantingsplaatsen aanwezig zijn uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of ingrepen verstorend zijn en of er een eventueel noodzakelijk nader onderzoek dient te worden uitgevoerd. De Wet natuurbescherming kent, ter bescherming van soorten, 3 beschermingsregimes. Deze zijn gebaseerd op internationale verdragen aangevuld met soorten die vanuit Nationaal oogpunt beschermd worden. ✓ A. (artikel 3.1) Beschermingsregime soorten vanuit de Vogelrichtlijn; ✓ B. (artikel 3.5) Beschermingsregime soorten vanuit de Habitatrichtlijn; ✓ C. (artikel 3.10) Beschermingsregime onder soorten (geen Europese verplichting ter bescherming).

A. Bescherming vanuit de Vogelrichtlijn Dit betreft alle van nature in het wild levende vogels in Nederland. Het is verboden om: ✓ opzettelijk vogels te doden of te vangen; ✓ opzettelijk vogelnesten, vogelrustplaatsen, vogeleieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; ✓ eieren van vogels te rapen of te bezitten; ✓ opzettelijk vogels te verstoren, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort.

B. Bescherming vanuit de Habitatrichtlijn Dit betreft alle soorten genoemd in de bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I en 2 van het verdrag van Bern en bijlage I van het verdrag van Bonn. Inclusief de in de verdragen van Bern en Bonn genoemde vogels. Het is verboden betreffende soorten: ✓ opzettelijk dieren te doden of te vangen; ✓ opzettelijk dieren te verstoren; ✓ opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; ✓ rust- en voortplantingsplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. ✓ opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Tevens is het verboden deze soorten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te kopen, tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren en planten.

C. Bescherming van andere soorten Dit betreft de nationale beschermende soorten. De provincie heeft de bevoegdheid om met een provinciale verandering vrijstelling te verlenen voor deze nationaal beschermde soorten. Het is verboden om: ✓ opzettelijk dieren te doden of te vangen; ✓ rust – of voortplantingsplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; ✓ opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Vrijgestelde soorten: De zwarte rat, bruine rat, mol, huismuis en exoten vallen niet onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Tevens zijn beschermende regimes niet van toepassing op de zich in- of op gebouwen en bij behorende erven of roerende zaken bevindende bosmuis, huisspitsmuis en veldmuizen.

Pagina 7 van 20

Jaarrond beschermde vogelnesten: Deze lijst met daarop de jaarrond beschermde nesten komt voort uit de voormalige Flora en Faunawet en is opgenomen in de Wet natuurbescherming. De nesten zijn jaarrond beschermd met uitzondering van categorie 5. Deze categorie is alleen beschermd als er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn 1. Nesten heel het jaar in gebruik: zowel als broed- als rust- en verblijfplaats. 2. Nesten van koloniebroeders elk jaar terugkerend om te broeden op dezelfde plaats. 3. Nesten van niet koloniebroeders; elk jaar terugkerend om te broeden op dezelfde plaats. De omstandigheden van de nest locatie zijn sterk bepalend. 4. Vogels elk jaar terugkerend op hetzelfde nest niet in staat zijnde zelf een nest te bouwen. 5. Vogels elk jaar terugkerend naar dezelfde locatie of directe omgeving zelf wel in staat zijnde indien noodzakelijk een nieuwe broedplaats elders te realiseren.

Pagina 8 van 20

2.3 Houtopstanden Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken met een oppervlakte van 10 are of meer of een rij en beplanting die meer dan 20 bomen omvat. De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. De regels van de Boswet zijn overgenomen in de Wet natuurbescherming. Niet beschermd zijn: ✓ houtopstanden binnen de bebouwde kom; ✓ houtopstanden op erf en in tuinen; ✓ fruitbomen in boomgaarden inclusief windschermen; ✓ kerstdennen (naaldbomen) jonger dan 20 jaar; ✓ kweekgoed: ▪ uit populieren of wilgen bestaande uit wegbeplating ▪ beplanting langs waterwegen ▪ eenrijige beplantingen langs landbouwgronden ✓ het dunnen van houtopstanden ✓ beplantingen bedoelt voor de productie van biomassa bestaande uit populieren, wilgen en elzen indien zij: ▪ tenminste eens per tien jaar worden geoogst ▪ bestaan uit minstens 10.000 per hectare beplantingseenheid ▪ bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter ▪ zijn aangelegd na 2013.

Pagina 9 van 20

3. Bronnenonderzoek Ten behoeve van het verkrijgen van achtergrondinformatie zijn de volgende databanken geraadpleegd: ✓ A. Nationale bank Flora en Fauna ✓ B. Waarneming.nl

A. Nationale bank Flora en Fauna: In deze data zijn waarnemingen van Flora en Fauna over geheel Nederland verzameld. De waarnemingen worden gevalideerd door de Gegevens Autoriteit Natuur. De exacte locatie en de tijd van de waarnemingen zijn niet bekend. De gegevens uit deze databank geven een overzicht van alle in de buurt van de onderzoek locatie waargenomen planten- en dierensoorten en geeft zo een indicatie op welke soorten extra focus dient te komen liggen tijdens de veldinspectie.

B. Waarneming.nl: Ook de website waarneming.nl is een databank die samen met vergelijkbare sites geraadpleegd is. Vanwege de beperkte verifiëring nemen we deze data niet op in de QuickScan. Ze bieden ons echter een indicatie van aanwezige soorten waaraan tijdens de veldinspectie extra aandacht aan dient te worden besteed.

Natuurnetwerk Nederland: Zoals eerder vermeld hebben we in het kader van het Natuurbeheersplan met het Natuur Netwerk Nederland te maken. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar natuurvernieuwing plaats vind, landbouwgebieden worden beheerd en ingericht volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000 gebieden. Voorheen was dit de Ecologische Hoofd Structuur. Onderdeel van Natuur Netwerk Nederland is Natuurnetwerk Brabant. Dit netwerk verbindt Brabantse bestaande en nieuwe natuurgebieden met elkaar. Deze verbindingen; de zogenaamde ecologische verbindingszones maken het voor dieren gemakkelijker zich te verplaatsen tussen natuurgebieden. Het grootste gedeelte van het Natuur Netwerk Brabant wordt ingevuld door natuurgebieden. Een verbeterde verbinding tussen de gebieden is een belangrijke schakel naar een betere biodiversiteit. Met deze verbetering van biodiversiteit als doel heeft de provincie Noord Brabant het Natuurbeheersplan opgesteld. In dit plan is beschreven per gebied welke natuur en landschapsdoelen nagestreefd worden. Op deze manier ontstaat een begrenzing van de natuur- en agrarische gebieden, met name toegespitst op de internationale agro milieu, water- en klimaatdoelen. Het natuurbeheersplan is het beleidskader voor het provinciaal natuurbeleid.

Ligging project locatie: De projectlocatie ligt buiten het Natuur Netwerk Nederland en buiten een Natura 2000 gebied. De meest dichtgelegen Natura 2000 gebieden zijn: • Natura 2000 gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen (ligging op circa 12 km). • Natura 2000 gebied Loonse en Drunense duinen & Leemkuilen (ligging op circa 18 km). • Natura 2000 gebied Strabrechtse Heide en Beuven (ligging op circa 20 km).

Pagina 10 van 20

4. Veldonderzoek Tijdens de veldinspectie is de projectlocatie beoordeelt op de aanwezigheid van beschermde soorten en de geschiktheid van de leefomgeving (habitat) voor deze beschermde soorten. De projectlocatie is geheel geïnspecteerd en er zijn waarnemingen verricht. Deze waarnemingen worden op foto vastgelegd. De Flora en Fauna is gedetermineerd met behulp van literatuur en eigen expertise. Extra aandacht is besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vogelnesten en vleermuizen.

Beeld grondgebonden zoogdieren: Gezien de aangetroffen inrichting richt het onderzoek zich extra op enkele streng beschermde zoogdieren; de das, de eekhoorn, de bever, de steenmarter en de kleine marterachtingen.

Das: Aan de achterzijde van de projectlocatie is een bijburcht van een das aangetroffen. Deze bijburcht heeft zijn enkele en enige uitgang in de rand van een sloot buiten de projectlocatie. Het al jarenlang aanwezige hekwerk heeft voorkomen dat de locatie toegankelijk is voor de das. De projectlocatie maakt derhalve geen onderdeel uit van het foerageergebied dat zich enkel naar achteren uitstrekt over de aangrenzende weilanden en akkers. Op de projectlocatie zijn dan ook geen latrines, voetsporen en- of wroetsporen van de das aangetroffen. Op de akkers rondom echter zijn sporen aangetroffen die duiden op het gebruik van deze akkers en weilanden als foerageergebied. De bijburcht lijkt recent niet te zijn gebruikt. Gebruik in de toekomst is echter niet uit te sluiten. Op basis van deze informatie is het “kennisdocument Das” geraadpleegd. Op basis van bestudering van dit document kunnen de volgende conclusies getrokken worden: • het aangetroffen hol is een bijburcht. • de functienationaliteit van de bijburcht wordt niet aangetast bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden. • de projectlocatie maakt geen deel uit van het foerageergebied van de das. • de geplande activiteiten kunnen uitgevoerd worden op een minimale afstand van 35 meter gemeten vanuit de bijburcht. • de geplande activiteiten op de projectlocatie tasten het primaire voedselgebied van de das niet aan.

• de geplande activiteiten op de projectlocatie tasten het secundaire voedselgebied van de das niet aan. • bij de uitvoering van de geplande activiteiten worden geen landschapselementen aangetast. • bij de uitvoering van de geplande activiteiten worden geen migratieroutes aangetast. Geconcludeerd kan worden dat de activiteiten die plaatsvinden op de projectlocatie geen negatief effect hebben op het leefgebied van de das. Wel is men gebonden aan de zorgplicht. In het kader van deze zorgplicht is het wenselijk de volgende maatregelen te treffen: • een gebied met een straal van 20 meter rondom de bijburcht afzetten wanneer activiteiten uitgevoerd worden in de nabijheid van de burcht. Dit betreft een tijdelijke qua tijd, zo kort mogelijke afzetting bij een beperkt gedeelte, potentieel verstorende activiteiten die plaatsvinden rondom de bijburcht. Het uiterste punt van het te slopen gebouw bevindt zich buiten het foerageergebied op 35 meter vanaf de bijburcht. • Hoewel de activiteiten niet plaatsvinden in het foerageergebied van de das is het wenselijk deze uit te voeren na zonsopgang en voor zonsondergang. • Tijdens de geplande activiteiten is het wenselijk het hekwerk in stand te houden zodat de das het foerageergebied niet kan uitbreiden tijdens de uit te voeren werkzaamheden.

Pagina 11 van 20

Pagina 12 van 20

Eekhoorn: De habitat van de eekhoorn kenmerkt zich onder andere door de aanwezigheid van een grote hoeveelheid bomen. Op de projectlocatie zijn niet voldoende bomen aanwezig om een geschikt leefgebied voor de eekhoorn te vormen. Ook worden tijdens de activiteiten geen bomen verwijderd. Een negatief effect als gevolg van de activiteiten op dit leefgebied is uit te sluiten.

Bever: Op de projectlocatie is geen geschikt habitat voor de bever aanwezig. Een vaste rust- en voortplantingsplaats kan derhalve worden uitgesloten.

Steenmarter: De te inspecteren projectlocatie vormt een geschikt leefgebied voor de steenmarter. De aanwezigheid van loze ruimten, zolders, schuurtjes en daken past prima in de habitat van de steenmarter. De steenmarter heeft binnen zijn territorium meerdere verblijfplaatsen. Daarnaast laten steenmarters veel sporen achter zoals prooiresten en uitwerpselen. Het aantreffen hiervan kan duiden op een vaste rusten voortplantingsplaats van deze soort. Er is echter niets aangetroffen wat duidt op de aanwezigheid van een steenmarter op deze projectlocatie.

Kleine marterachtigen: De projectlocatie biedt geschikte verblijfplaatsen voor kleine marterachtigen (hermelijn, wezel en bunzing). Deze maken gebruik van oude holen van konijnen, mollen en muizen. Ook leven ze onder boomwortels, houtwallen af steenhopen. De kleine marterachtigen hebben binnen hun territorium meerdere verblijfplaatsen. Er zijn echter geen marters of sporen van marters aangetroffen. Wel kan het gebied in gebruik zijn als migratieroute. Omdat de oppervlakte van de projectlocatie kleiner is dan 1 hectare kan echter gesteld worden dat deze geen essentieel onderdeel uitmaakt van een van de genoemde soorten (Bouwens 2017). Indien rondom de projectlocatie de groenstructuur intact blijft is geen sprake van een negatief effect op kleine marterachtigen.

Pagina 13 van 20

Beeld grondgebonden zoogdieren (Algemene soorten) Rondom de projectlocatie zijn sporen van konijnen aangetroffen. Tijdens de voorgenomen activiteiten kunnen eventueel aanwezige konijnen beschutting en bescherming zoeken in de voor het konijn geschikte leefomgeving rondom de projectlocatie; er is voldoende alternatief leefgebied in de directe omgeving aanwezig. Het konijn is in het kader van de Wet natuurbescherming in Noord Brabant provinciaal vrij gesteld. Een ontheffingsaanvraag is derhalve niet noodzakelijk. Wel is men gebonden aan de zorgplicht. Er dient derhalve zo zorgvuldig mogelijk omgegaan te worden in dit leefgebied van de konijnen. Er zijn geen beschermde grondgebonden zoogdieren waarvoor geen vrijstelling is verleend aangetroffen op de projectlocatie.

Beeld vleermuizen: Bij de beoordeling op aanwezigheid van vleermuizen richt de aandacht zich op de volgende zaken: ✓ A. De verblijven (winter-, zomer en paarverblijven). ✓ B. De foerageer habitat (vleermuizen uit de omgeving foerageren eventueel op de projectlocatie). ✓ C. Vliegroutes; ter verplaatsing maken vleermuizen gebruik van lijnvormige, donkere landschapselementen zoals houtsingels, beken of lanen. De elementen worden gebruikt als oriëntatie bij verplaatsing tussen verblijfplaats en foerageer gebied. A.

B.

C.

De voormalige kippenstal is uitvoerig geïnspecteerd op de aanwezigheid van vleermuizen. Er zijn geen vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten aangetroffen op- of in de bebouwing. De te slopen bebouwing heeft een golfplaten dakbedekking. De onder deze golfplaten en de isolatie zijn niet geschikt als verblijfplaats voor de vleermuis als gevolg van de sterk wisselende temperaturen onder de platen. Zowel in de zomer als in de winter kunnen extreme temperaturen ontstaan onder deze golfplaten dak beplating. Tevens is het gebouw geheel rondom voorzien van metalen vogelschroot. De aanwezigheid van de metalen vogelschroot en de sterk wisselende temperaturen onder de dakbeplating hebben een sterk negatief effect op de aanwezigheid van vogels en vleermuizen. De geplande activiteiten hebben geen negatief effect op een eventueel foerageer habitat van vleermuizen. In de omgeving zijn voldoende alternatieven voor de vleermuizen in de vorm van boomlijnen en bosranden. In de tabel van de NDFF zijn geen activiteiten van vleermuizen in de directe omgeving van de projectlocatie opgenomen. Eventueel foeragerende vleermuizen foerageren derhalve op ruime afstand van de te slopen gebouwen. Op de projectlocatie bevinden zich dicht bij de te slopen gebouwen geen lijnvormige landschapselementen.

Tevens worden er geen lijnvormige landschapselementen in de directe en verdere omgeving omgevormd, derhalve worden geen potentiële vliegroutes verstoord.

Pagina 14 van 20

Beeld vogels: Van bepaalde broedvogels zijn de nesten het jaarrond beschermd. Deze vogels gebruiken hun nest buiten de broedperiode als vaste rust- en verblijfplaats. In een agrarische omgeving kunnen dit zijn; de huismus, de kerkuil en de steenuil, de wespendief en de sperwer, de boomvalk, de buizerd en de havik.

Huismus: De nesten van de huismus zijn het jaarrond beschermd. De projectlocatie ligt in een gebied wat geschikt is als habitat voor de huismus. In de te slopen bebouwing zijn echter geen nesten van de huismus aangetroffen. Eventuele foerageer behoeftes worden niet verkleind als gevolg van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen; er is geen afname van foerageergebied en er is voldoende foerageer gebied aanwezig in de omgeving. De geplande werkzaamheden hebben derhalve geen negatief effect op de aanwezige huismus op de projectlocatie.

Kerkuil en de steenuil: Zowel de kerkuil als de steenuil broedt in gebouwen. De steenuil broedt ook in grote holen van bomen. De gebouwen en bomen op de projectlocatie zijn intensief gecontroleerd op de aanwezigheid van kerk- en steenuilen. Er zijn geen nesten/holen aangetroffen. Ook zijn geen sporen in de vorm van braakballen, veren en uitwerpselen gezien. De geplande werkzaamheden zullen derhalve geen negatief effect hebben op de aanwezigheid van kerk- en steenuilen. Eventuele foerageer behoeftes worden niet verkleind; er is geen afname van foerageergebied en er is voldoende foerageer gebied aanwezig in de omgeving.

Wespendief en sperwer: De wespendief en de sperwer bouwen hun nest in een bosrijke omgeving. De wespendief geeft de voorkeur aan een bos met naald- en loofbomen, indien mogelijk met open plekken in de bosrijke omgeving. De sperwer bouwt zijn nest het liefst in een dicht begroeid bos van naaldbomen. De projectlocatie heeft niet de kenmerken van de leefomgeving van de sperwer en de wespendief. Tijdens de controle zijn geen nesten aangetroffen. Nesten van de sperwer en de wespendief zijn derhalve uitgesloten.

Boomvalk De boomvalk maakt zelf geen nest maar broedt in gebruikte kraaien- of eksternesten in een bosrijke omgeving maar ook in solitaire bomen. De boomvalk komt voor in het open en half open landschap maar ook aan de rand van stedelijke bebouwing. De bomen op de projectlocatie zijn geïnspecteerd op nesten van boomvalken. Er zijn geen nesten aangetroffen. De geplande activiteiten op de projectlocatie zullen geen negatief effect hebben op de boomvalk, mede omdat de bomen op de locatie niet worden verwijderd.

Buizerd en havik: De horsten van de buizerd en de havik kenmerken zich door hun grote omvang. Deze grote horsten bevinden zich hoog in de bomen. Op de projectlocatie zijn geen van deze grote buizerd en/of havik nesten die het jaarrond in gebruik zijn aangetroffen. Mede omdat tijdens de uitvoering van de geplande activiteiten de bomen niet worden verwijderd kan aangenomen worden dat het weghalen van een jaarrond beschermde rust- en voorplantingsplaat van de buizerd en havik is uitgesloten.

Overige broedvogels: De erfbeplanting op en rondom de projectlocatie kan dienen als nestgelegenheid voor vogels met een tijdelijke rust- en voortplantingsplaats. Na het broedseizoen zijn de nesten niet meer in gebruik. Deze vogelsoorten bouwen in het nieuwe broedseizoen een nieuw nest. Voorbeelden hiervan zijn: de merel, het roodborstje en de winterkoning. Lijst van waargenomen vogels: Houtduif, Mus, Merel, Vlaamse gaai, Koolmees, Kraai.

Pagina 15 van 20

Beeld flora: De erfbeplanting bestaat uit Beuken, Elsen, Berken en Kastanje bomen op en rondom de grens van het perceel. Langs de weg en aan de overzijde zijn Berkenbomen gesitueerd. Op en rondom de projectlocatie zijn bramenstruiken, taxushagen, laurierhagen, coniferen, hulst en beuken hagen aanwezig. Er is gelet op eventuele aanwezige beschermde muurvegetatie. Er zijn op de projectlocatie geen bijzondere beplantingen aangetroffen.

Beeld reptielen, amfibieën en vissen: Reptielen: De in Nederland voorkomende beschermde reptielsoorten komen vrijwel alleen voor in specifieke natuurgebieden. Voorbeelden hiervan zijn: de ringslang, de levend barende hagedis en de hazelworm. Op de projectlocatie zijn geen reptielsoorten aangetroffen.

Amfibieën: De in Nederland voorkomende beschermde amfibieën hebben vrijwel allen een habitat met ruim voldoende oppervlakte water. Het ontbreken van dit oppervlakte water op de projectlocatie maakt de locatie tot een minder geschikt leefgebied voor deze soorten. Voorbeelden zijn: de alpenwatersalamander, de heikikker, de vispootsalamander, de poelkikker en de rugstreeppad. Op de projectlocatie zijn geen amfibieën aangetroffen. De projectlocatie vormt wel een geschikt habitat voor algemene amfibiesoorten. De nattere lagere gedeeltes op het terrein kunnen als rust- en voortplantingsplaats dienen voor de bruine kikker en de gewone pad. Tijdens de voorgenomen activiteiten kunnen deze soorten beschutting en bescherming zoeken in de sloten en de begroeiing rondom de projectlocatie. De gewone pad en bruine kikker zijn in het kader van de Wet natuurbescherming provinciaal vrij gesteld. Een ontheffingsaanvraag is derhalve niet noodzakelijk. Wel is men gebonden aan de zorgplicht. Er dient derhalve zo zorgvuldig mogelijk omgegaan te worden in dit leefgebied van deze genoemde amfibiesoorten.

Overige soortgroepen: Gedurende het hele jaar kunnen overige soortgroepen zoals libellen, insecten en dagvlinders aanwezig zijn op de projectlocatie. Specifiek beschermde soorten zijn afhankelijk van specifieke terreinkenmerken met specifieke deelleefgebieden. Op de projectlocatie zijn geen deelleefgebieden aangetroffen die duiden op een specifiek beschermde soort zoals libelle, insecten of vlinders.

Vissen: Deze soortgroep kan buiten beschouwing gelaten worden. De projectlocatie beschikt niet over oppervlaktewater; een noodzakelijk onderdeel voor het habitat van de soortgroep vissen.

Pagina 16 van 20

5. Samenvatting: Met behulp van deze QuickScan is in beeld gebracht wat het effect is op de in de inleiding omschreven voorgenomen activiteiten op de projectlocatie aan de Heikampenweg 19 te SintOedenrode. Grondgebonden zoogdieren: Aan de achterzijde van de projectlocatie is een bijburcht van een das aangetroffen. Deze bijburcht heeft zijn enkele en enige uitgang buiten de projectlocatie. Het al jarenlang aanwezige hekwerk heeft voorkomen dat de locatie toegankelijk is voor de das. De projectlocatie maakt derhalve geen onderdeel uit van het foerageergebied dat zich enkel naar achteren uitstrekt over de aangrenzende weilanden en akkers. Op de projectlocatie zijn dan ook geen latrines, voetsporen en- of wroetsporen van de das aangetroffen. Op de akkers rondom echter zijn sporen aangetroffen die duiden op het gebruik van deze akkers en weilanden als foerageergebied. De bijburcht lijkt recent niet te zijn gebruikt. Gebruik in de toekomst is echter niet uit te sluiten. Op basis van deze informatie is het “kennisdocument Das” geraadpleegd. Op basis van bestudering van dit document kunnen de volgende conclusies getrokken worden: • het aangetroffen hol is een bijburcht. • de functienationaliteit van de bijburcht wordt niet aangetast bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden. • de projectlocatie maakt geen deel uit van het foerageergebied van de das.

• de geplande activiteiten kunnen uitgevoerd worden op een minimale afstand van 35 meter gemeten vanuit de bijburcht. • de geplande activiteiten op de projectlocatie tasten het primaire voedselgebied van de das niet aan. • de geplande activiteiten op de projectlocatie tasten het secundaire voedselgebied van de das niet aan. • bij de uitvoering van de geplande activiteiten worden geen landschapselementen aangetast. • bij de uitvoering van de geplande activiteiten worden geen migratieroutes aangetast. In het kader van deze zorgplicht is het wenselijk de volgende maatregelen te treffen: • een gebied met een straal van 20 meter rondom de bijburcht afzetten wanneer activiteiten uitgevoerd worden in de nabijheid van de burcht. Dit betreft een tijdelijke qua tijd, zo kort mogelijke afzetting bij een beperkt gedeelte, potentieel verstorende activiteiten die plaatsvinden rondom de bijburcht. Het uiterste punt van het te slopen gebouw bevindt zich buiten het foerageergebied op 35 meter vanaf de bijburcht. • Hoewel de activiteiten niet plaatsvinden in het foerageergebied van de das is het wenselijk deze uit te voeren na zonsopgang en voor zonsondergang. • Tijdens de geplande activiteiten is het wenselijk het hekwerk in stand te houden zodat de das het foerageergebied niet kan uitbreiden tijdens de uit te voeren werkzaamheden. ✓

Geconcludeerd kan worden dat de activiteiten die plaatsvinden op de projectlocatie geen negatief effect hebben op het leefgebied van de das. Een aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

Vleermuizen: ✓ Vleermuizen: Er zijn geen vaste- en/of tijdelijke voortplantingsplaatsen van de vleermuis aangetroffen. Een aanvullend onderzoek in het kader van de soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.

Pagina 17 van 20

Vogels: ✓ Er zijn geen vaste rust- en voortplantingsplaatsen van vogels aangetroffen op de projectlocatie. Door de voorgenomen activiteiten worden geen nesten beschadigd. Een aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Reptielen, amfibieën en vissen: ✓ Er zijn geen reptielen, amfibieën en vissen waargenomen. De instandhoudingsdoelen komen niet in het gedrang. Een aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Overige soortgroepen: (libellen, insecten, vlinders) ✓ Er zijn geen kenmerkende deelleefgebieden voor deze soortgroep aangetroffen derhalve is een aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Flora: ✓ Er is geen bijzonder flora aangetroffen op de projectlocatie en de directe omgeving hiervan. Een aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

Pagina 18 van 20

6.

Conclusie:

Op 28-12-2021 heeft RKS Advies B.V. een QuickScan Flora en Fauna uitgevoerd op de projectlocatie Heikampenweg 19 te Sint-Oedenrode. Met behulp van deze QuickScan is in beeld gebracht wat de effecten zijn van de in de inleiding beschreven voorgenomen activiteiten op de aanwezige Flora en Fauna op deze projectlocatie en of daarmee de voorgenomen activiteiten in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Extra focus in deze QuickScan ligt op de aanwezigheid van beschermde soorten en hun status. Onderzocht is wat de invloed van de voorgenomen activiteiten is op deze beschermde soorten en hun instandhouding. Bij overtreding van de Wet natuurbescherming wordt aangegeven op welke manier de negatieve effecten kunnen worden geminimaliseerd en welke stappen kunnen worden genomen om een eventuele ontheffing te verkrijgen. Uit de QuickScan is naar voren gekomen dat bij de uitvoering van de in de inleiding omschreven voorgenomen activiteiten geen onevenredig negatief effect uitgeoefend wordt op de in de zoals in de Wet natuurbescherming omschreven beschermde Flora en Fauna op de projectlocatie en directe omgeving. Aan de achterzijde van de projectlocatie is een zoals hierboven omschreven eventueel in gebruik zijnde, bijburcht van een das geconstateerd. Geconcludeerd kan worden dat de activiteiten die plaatsvinden op de projectlocatie geen negatief effect hebben op het leefgebied van de das.

Een aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Verder zijn in en rondom het te slopen gebouw op de projectlocatie zijn geen vaste rust- en voortplantingsplaatsen aangetroffen De sloopwerkzaamheden dienen bij voorkeur te worden uitgevoerd buiten het broedseizoen. Er behoeft geen aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Een ontheffing noodzakelijk bij een negatief effect op beschermde soorten is niet noodzakelijk. Incidenteel kunnen de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op algemene soorten. Van toepassing hierop is een provinciale vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkeling. Plaatselijk kunnen deze aanwezige algemene soorten de projectlocatie verlaten en eventueel tijdelijk een vervangend deelleefgebied opzoeken. De algemene Zorgplicht opgenomen in de Wet natuurbescherming blijft onverminderd van toepasing.

Pagina 19 van 20

7. Werkwijze en aansprakelijkheid: Deze QuickScan is met de grootst mogelijke zorg en nauwkeurigheid uitgevoerd door deskundige en gekwalificeerde medewerkers welke minimaal in bezit zijn van de wettelijk vereiste opleidingen en certificaten. Desondanks is het mogelijk dat zich door omstandigheden op de onderzoek locatie bepaalde soorten bevinden welke een zwaardere beschermde status bezitten als aangemerkt door de onderzoeker. Bij het uitvoeren van deze QuickScan wordt uitgegaan van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatsverplichting. Indien tijdens de geplande ruimtelijke activiteiten/ontwikkelingen alsnog beschermde soorten aangetroffen worden draagt RKS Advies V.O.F. hiervoor geen verantwoordelijkheid. Wel dient dit direct aan RKS Advies V.O.F. gemeld te worden zodat, eventueel met spoed, een aanvullend d onderzoek door RKS Advies V.O.F. uitgevoerd kan worden. RKS Advies V.O.F. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor niet waargenomen beschermde soorten of effecten van de activiteiten tenzij sprake is van grove nalatigheid.

8. Geraadpleegde bronnen en websites ✓ Wet Natuurbescherming. ✓ Provinciale verordening Wet natuurbescherming. ✓ Rode Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. ✓ Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). ✓ Ministerie van Landbouw, Natuur en voedselkwaliteit. ✓ www.natura2000.nl ✓ www.ruimtelijkeplannen.nl ✓ www.atlasleefomgeving.nl ✓ www.waarnemingen.nl ✓ www.zoogdierenvereniging.nl Bijlagen: ✓ 1. Ligging t.o.v. Natura 2000 gebieden ✓ 2. Ligging t.o.v. Natuur Netwerk Nederland ✓ 3. Overzicht NDFF ✓ 4. Gebied waarnemingen.nl ✓ 5. Gebied waarnemingen.nl ✓ 6. Vrijgestelde soorten per provincie ✓ 7. Bestemming locatie

Pagina 20 van 20

Heikampenweg 19 5491 TP Sint-Oedenrode 28-12-2021 Ligging Natura 2000: circa 12-18-20 KM vanaf projectlocatie

Loonse en Drunense duinen & Leemkuilen

Kampina en Oisterwijkse vennen

Deurnese Peel en Mariapeel

Strabrechtse Heide en Beuven

Heikampen 19 Sint-Oedenrode : ligging t.o.v. Natura 2000 gebieden

± 1350 m

Natuurnetwerk Nederland ligging circa 1160 m en 1350 m vanaf projectlocatie (bron: Atlas Leefomgeving)

Uitvoerportaal Overzicht NDFF

Alle in het verleden vastgestelde en ingevoerde soorten.

51 records Middelpunt < 1km2

Middelpunt > 5km2

Middelpunt 1km2 - 5km2

Vlak

schaal 1 : 1000

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 december 2021 19:17:26

1

Auteur: Jacques Rooijakkers

Uitvoerportaal Overzicht NDFF

Alle in het verleden vastgestelde en ingevoerde soorten. Zoekvraag Soort

Soortgroep

Soort

Datum

Boerenzwaluw

5 oktober 2011

Boomkruiper

1 januari 2012

Boomkruiper

Wet en Beleid

Einddatum

Periode

Bronhouder

Zoekgebied

Wet natuurbescherming

Ffwet tabel

Vrl

1

Aantal

Gedrag

2

ter plaatse

Hrl

Andere

2

3

Rode Liijst

x

Gevoelig

1 januari 2013

1

vastgesteld territorium

x

x

1 januari 2012

1 januari 2013

1

vastgesteld territorium

x

x

Braamsluiper

1 januari 2017

1 januari 2018

1

vastgesteld territorium

x

x

Canadese gans (soort onbekend)

1 januari 2011

1 januari 2012

1

vastgesteld territorium

Ekster

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Ekster

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Ekster

1 januari 2017

1 januari 2018

1

vastgesteld territorium

x

x

Fitis

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Fitis

1 januari 2011

1 januari 2012

1

vastgesteld territorium

x

x

Fitis

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Gekraagde roodstaart

1 januari 2011

1 januari 2012

1

vastgesteld territorium

x

x

Gele ganzenbloem

1 januari 1989

1 januari 1990

2

niet van toepassing

Goudhaan

1 januari 2018

1 januari 2019

1

vastgesteld territorium

x

x

Grasmus

1 januari 2018

1 januari 2019

1

vastgesteld territorium

x

x

Grasmus

1 januari 2011

1 januari 2012

1

vastgesteld territorium

x

x

Grauwe vliegenvanger

1 januari 2017

1 januari 2018

1

vastgesteld territorium

x

x

Groenling

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Groenling

1 januari 2018

1 januari 2019

1

vastgesteld territorium

x

x

Groenling

1 januari 2011

1 januari 2012

1

vastgesteld territorium

x

x

Groenling

1 januari 2011

1 januari 2012

1

vastgesteld territorium

x

x

Groenling

1 januari 2011

1 januari 2012

1

vastgesteld territorium

x

x

Houtduif

1 januari 2017

1 januari 2018

1

vastgesteld territorium

x

x

Houtduif

1 januari 2017

1 januari 2018

1

vastgesteld territorium

x

x

Houtduif

1 januari 2017

1 januari 2018

1

vastgesteld territorium

x

x

Houtduif

1 januari 2017

1 januari 2018

1

vastgesteld territorium

x

x

Kievit

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Kleine karekiet

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Kleine karekiet

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Kleine karekiet

1 januari 2011

1 januari 2012

1

vastgesteld territorium

x

x

Meerkoet

1 januari 2012

1 januari 2013

1

vastgesteld territorium

x

x

Gevoelig

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 december 2021 19:17:26

2

Auteur: Jacques Rooijakkers

Uitvoerportaal Overzicht NDFF

Alle in het verleden vastgestelde en ingevoerde soorten. Wet natuurbescherming

Ffwet tabel

Vrl

1

Soort

Datum

Einddatum

Aantal

Gedrag

Hrl

Andere

2

3

Merel

27 september 2017

27 september 2017

1

niet van toepassing

Patrijs

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

Putter

4 oktober 2011

2

ter plaatse

Ringmus

1 januari 2011

1 januari 2012

1

vastgesteld territorium

x

x

Roodborsttapuit

1 januari 1985

1 januari 1986

1

vastgesteld territorium

x

x

Spreeuw

1 januari 2011

1 januari 2012

1

vastgesteld territorium

x

x

Tuinfluiter

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Zanglijster

1 januari 2018

1 januari 2019

1

vastgesteld territorium

x

x

Zanglijster

1 januari 2012

1 januari 2013

1

vastgesteld territorium

x

x

Zanglijster

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Zwarte kraai

1 januari 2012

1 januari 2013

1

vastgesteld territorium

x

x

Zwarte kraai

1 januari 2017

1 januari 2018

1

vastgesteld territorium

x

x

Zwarte kraai

1 januari 2011

1 januari 2012

1

vastgesteld territorium

x

x

Zwartkop

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Zwartkop

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Zwartkop

1 januari 2018

1 januari 2019

1

vastgesteld territorium

x

x

Zwartkop

1 januari 2017

1 januari 2018

1

vastgesteld territorium

x

x

Zwartkop

1 januari 2011

1 januari 2012

1

vastgesteld territorium

x

x

Zwartkop

1 januari 2018

1 januari 2019

1

vastgesteld territorium

x

x

Zwartkop

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Rode Liijst

x x

x

Kwetsbaar

x Gevoelig

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

27 december 2021 19:17:26

3

Auteur: Jacques Rooijakkers

Plannaam:

Buitengebied Sint-Oedenrode

Datum afdruk:

2021-12-29

Naam overheid: Type plan: Planidn: Dossierstatus:

gemeente Sint-Oedenrode bestemmingsplan NL.IMRO.0846.BP2011BUIOUBUGEB11-va01 deels onherroepelijk in werking

IMRO-versie: Plan datum: Planstatus:

IMRO2008 2012-03-15 vastgesteld

Disclaimer: Er kunnen op geen enkele wijze rechten worden ontleend aan, noch aanspraak gemaakt worden op de inhoud van deze afdruk. Hoewel bij de samenstelling van de inhoud van deze afdruk de grootst mogelijke zorgvuldigheid wordt betracht, bestaat de mogelijkheid dat bepaalde informatie (na verloop van tijd) verouderd is of niet (meer) correct is. Het Kadaster is niet aansprakelijk voor de eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit het gebruik van gegevens van de afdruk.

Pagina 1 van 2

Legenda

Pagina 2 van 2

Plannaam:

Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 2

Datum afdruk:

2021-12-29

Naam overheid: Type plan: Planidn: Dossierstatus:

gemeente Sint-Oedenrode bestemmingsplan NL.IMRO.0846.BP2015BUIOUBUGEB15-vg02 geheel onherroepelijk in werking

IMRO-versie: Plan datum: Planstatus:

IMRO2012 2016-09-29 vastgesteld

Disclaimer: Er kunnen op geen enkele wijze rechten worden ontleend aan, noch aanspraak gemaakt worden op de inhoud van deze afdruk. Hoewel bij de samenstelling van de inhoud van deze afdruk de grootst mogelijke zorgvuldigheid wordt betracht, bestaat de mogelijkheid dat bepaalde informatie (na verloop van tijd) verouderd is of niet (meer) correct is. Het Kadaster is niet aansprakelijk voor de eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit het gebruik van gegevens van de afdruk.

Pagina 1 van 2

Legenda

Pagina 2 van 2

Te slopen voormalige kippenstal

Woning met garage

Woning en voormalige kippenstal.

Heikampenweg.

Percelen ten oosten van projectlocatie.

Percelen ten westen van projectlocatie.

Percelen achter de projectlocatie.

Tuin van de woning met rechts de te slopen voormalige kippenstal.

Metalen vogelschroot gemonteerd.

Gevelbekleding geïnspecteerd.

Gevarieerde beplanting rondom woning en projectlocatie.

Terrein is geheel afgezet met gaas.

Bij de pannen daken is eveneens vogelschroot gemonteerd.

Rij laag gesnoeide berkenbomen langs de Heikampenweg tegenover de woning.

Op 35 meter afstand van het te slopen gebouw, buiten de projectlocatie in de sloot is een bijburcht van een das aangetroffen.

Op de percelen rondom de projectlocatie zijn sporen van de das aangetroffen.

Het foerageergebied beperkt zich tot buiten de projectlocatie. Op de projectlocatie zijn geen sporen aangetroffen

Het aanwezige hekwerk van gaas rondom de projectlocatie.

Op de projectlocatie zijn geen sporen van de das aangetroffen.

In de tuin voor de woning zijn geen sporen van de das aangetroffen. Het foerageergebied strekt zich uit enkel achter de projectlocatie.

CERTIFICAAT Vereniging Stadswerk Nederland te Ede Verklaart dat: Naam:

J.J.M. Rooijakkers

Geboortedatum:

07 december 1966

te:

Son en Breugel

te:

Arnhem

Met succes heeft deelgenomen aan het examen:

Zorgvuldig handelen Wet natuurbescherming, Flora- en fauna-inspecteur Op:

17 september 2021

Toetsing heeft plaats gevonden conform: - Examenreglement IPC Groene Ruimte - Examendocument Flora- en Fauna-inspecteur, IPC Groene Ruimte, mei 2017 -Gedragscode soortbescherming gemeenten, Koninklijke Vereniging Stadswerk Nederland, door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurd op 17 december 2020 Dit certificaat is 5 jaar geldig Certificaathouder:

Exameninstelling:

de heer M. Loeffen

de heer E. Poelman

Directeur

Algemeen Directeur

CERTIFICAAT Vereniging Stadswerk Nederland te Ede Verklaart dat: Naam:

J.J.M. Rooijakkers

Geboortedatum:

07 december 1966

te:

Son en Breugel

te:

Arnhem

Met succes heeft deelgenomen aan het examen:

Zorgvuldig handelen Wet natuurbescherming, Flora- en faunacontroleur Op:

30 juni 2021

Toetsing heeft plaats gevonden conform: - Examenreglement IPC Groene Ruimte - Examendocument Flora- en Faunacontroleur, IPC Groene Ruimte, juni 2015 - Gedragscode Flora- en faunawet, bestendig beheer en onderhoud groenvoorzieningen, Vereniging Stadswerk Nederland en Branchevereniging VHG, door Staatssecretaris S.A.M. Dijksma van het Ministerie van Economische zaken goedgekeurd op 29 oktober 2014.

Dit certificaat is 5 jaar geldig Certificaathouder:

Exameninstelling:

de heer M. Loeffen

de heer E. Poelman

Directeur

Algemeen Directeur

CERTIFICAAT Vereniging Stadswerk Nederland te Ede Verklaart dat: Naam:

A.E.F. Rooijakkers - van de Laar

Geboortedatum:

09 mei 1969

te:

Sint Oedenrode

te:

Arnhem

Met succes heeft deelgenomen aan het examen:

Zorgvuldig handelen Wet natuurbescherming, Flora- en faunacontroleur Op:

30 juni 2021

Toetsing heeft plaats gevonden conform: - Examenreglement IPC Groene Ruimte - Examendocument Flora- en Faunacontroleur, IPC Groene Ruimte, juni 2015 - Gedragscode Flora- en faunawet, bestendig beheer en onderhoud groenvoorzieningen, Vereniging Stadswerk Nederland en Branchevereniging VHG, door Staatssecretaris S.A.M. Dijksma van het Ministerie van Economische zaken goedgekeurd op 29 oktober 2014.

Dit certificaat is 5 jaar geldig Certificaathouder:

Exameninstelling:

de heer M. Loeffen

de heer E. Poelman

Directeur

Algemeen Directeur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=b9321cc2-ef45-4cff-ab9b-296fb5fa67e6