Bijlage 1 bij Rapportage Onderzoek Heffingssystematiek_Notitie rioolheffing Meierijstad 2018
Tekst van het document
NOTITIE RIOOLHEFFING MEIERIJSTAD 2018
Notitie Rioolheffing Meierijstad 2018
Inhoud 1. INLEIDING..................................................................................................................................................3 2. BASIS VOOR DE RIOOLBELASTING...................................................................................................3 3. KEUZES .......................................................................................................................................................3 3.1 UITGANGSPUNTEN IN COALITIEAKKOORD ................................................................................................4 3.2. VERHALEN VAN KOSTEN DOOR MIDDEL VAN TWEE RIOOLHEFFINGEN ....................................................4 3.3.
TOEDELING TE BEHALEN OPBRENGST ......................................................................................................4 3.3.1 Huidige situatie en gevolgen............................................................................................................4 3.3.2 Gefaseerde invoering van de opbrengstverhouding ........................................................................4 3.4 DEGENE DIE DE BELASTING MOETEN BETALEN ........................................................................................5 3.5 BELASTINGOBJECTEN, HEFFINGSMAATSTAVEN EN DIFFERENTIATIE VAN TARIEVEN ................................5 3.5.1 Eigenarendeel ..................................................................................................................................5 3.5.2.Gebruikersdeel .................................................................................................................................6 3.6. GELIJKTIJDIGE UNIFORMERING VAN TARIEVEN .......................................................................................9 3.6.1 Vergelijking belastingdruk woningen ..............................................................................................9 3.6.2 Vergelijking belastingdruk niet-woningen .....................................................................................11 4. CONCLUSIES.
..........................................................................................................................................16
Zaaknummer 194846942
Pagina 2 van 17
datum 26 september 2017
Notitie Rioolheffing Meierijstad 2018
1. Inleiding Sinds 1 januari 2017 is de gemeente Meierijstad een feit. Niet alle heffingen zijn met ingang van die datum ook geharmoniseerd. De wet AHRI geeft de gemeente tot 1 januari 2019 de gelegenheid om de belastingverordeningen te harmoniseren. Onder andere de rioolbelastingen worden in 2017 nog geheven op basis van de bestaande verordeningen van de drie fusie gemeenten. De opzet van het kostenverhaal en de heffingswijzen in de verordeningen van de afzonderlijke woonplaatsen is erg verschillend. In de loop van 2016 is gestart gemaakt met een nieuw Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (verder te noemen VGRP) voor de gemeente Meierijstad. In de raadsvergadering van 21 september jl. is het nieuwe VGRP Meierijstad 2017-2022 vastgesteld. Binnen het VGRP is een keuze gemaakt voor het ambitieniveau van de gemeente Meierijstad en het daarbij behorende kostenverhaal. Deze notitie is gebaseerd op de keuzes die uw raad in de betreffende vergadering heeft gemaakt. Gelet op de grote verschillen tussen de “oude” rioolheffingen van de voormalige fusiegemeenten, moeten er ten behoeve van de geharmoniseerde verordening voor Meierijstad keuzes worden gemaakt. Die keuzes komen eveneens in deze notitie aan de orde.
2. Basis voor de rioolbelasting Er zijn drie belangrijke voorwaarden verbonden aan het heffen van belastingen door gemeenten: gemeenten heffen alleen belastingen die in de Gemeentewet of in andere wetten specifiek zijn benoemd; gemeentelijke belastingen mogen niet naar winst, vermogen of inkomen worden geheven; voorafgaand aan het heffen van de belasting, dient een verordening vastgesteld te worden. Artikel 228a van de Gemeentewet geeft de mogelijkheid om belasting te heffen ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. De rioolheffing hangt samen met de wettelijke zorgplicht voor drie beleidsvelden op het gebied van water. Doel van de rioolheffing is om inkomsten te verkrijgen om de kosten van deze zorgplicht te dekken. De rioolheffing betreft dus een bestemmingsbelasting. Dit betekent dat de opbrengsten van deze belasting bestemd zijn ter bestrijding van de hiervoor vermelde kosten en die kosten niet mogen overstijgen.
3. Keuzes De gemeente heeft veel vrijheid bij de inrichting van de rioolheffingen. De belangrijkste keuzes die bij het vaststellen van de belastingverordening gemaakt moeten worden zijn:
één belasting voor alle watertaken te heffen of twee belastingen gericht op afvalwater enerzijds en regenwater en grondwaterpeil anderzijds;
de mate van kostendekkendheid van de belastingopbrengst; wie de belasting moet betalen; de maatstaven die de belastingschuld bepalen; de hoogte en differentiatie van tarieven die de belastingschuld bepalen; de verdeling van de lasten tussen de groepen belastingplichtigen; de vrijgestelde belastingplichtigen of belastbare feiten.
Zaaknummer 194846942
Pagina 3 van 17
datum 26 september 2017
Notitie Rioolheffing Meierijstad 2018
3.1 Uitgangspunten in coalitieakkoord In het coalitieakkoord zijn de uitgangspunten voor de rioolheffing in grote lijnen vastgelegd. De coalitie kiest voor een heffing die 100% kostendekkend is. De tarieven voor 2018 worden gebaseerd op het eerder vermelde VGRP. In het akkoord is aangegeven dat er gekozen wordt voor het verhaal door middel van twee heffingen, een eigenarenheffing op basis van vastrecht en een gestaffelde heffing voor de gebruikersheffing. Daarmee is in feite de keuze voor de eerste 4 hiervoor vermelde keuzemogelijkheden al grotendeels gemaakt. Verder wordt in het akkoord aangegeven dat het aan het college is, om dit uit te werken.
3.2. Verhalen van kosten door middel van twee rioolheffingen De wet biedt de mogelijkheid om twee belastingen te heffen, waarbij de ene belasting kan dienen voor de kostendekking van inzameling, het transport en de zuivering van afvalwater. De andere belasting kan de kosten dekken die samenhangen met de afvoer van regenwater en het beheer van het grondwaterpeil. De gemeente is echter niet verplicht om de kosten met twee heffingen te dekken, maar kan volstaan met één rioolheffing voor de dekking van de kosten van alle taken. Het is ook mogelijk om binnen één verordening meerdere belastingen te heffen waarbij de opbrengst de totale kosten dekt. De coalitie heeft gekozen voor 100% kostenverhaal door middel van twee heffingen, namelijk een eigenarenheffing en een gebruikersheffing. Er is echter niet aangegeven dat deze heffingen worden ingezet om de kosten van de zorgtaken afzonderlijk te verhalen. De huidige keuze betekent dat de totale kosten verhaald worden door middel van twee heffingen die binnen één verordening worden opgenomen. Dit betekent dat jaarlijks bepaald moet worden welk percentage van de totale kosten verhaald wordt via welke heffing.
3.3. Toedeling te behalen opbrengst Uiteraard hebben zowel eigenaren als gebruikers belang bij een goede uitvoering van de gemeentelijke zorgplichten. Riolering ziet voornamelijk op de afvoer van regenwater. Als het regent stroomt het water van het verharde oppervlak, zoals de daken, in de riolering. En het zijn met name de eigenaren van de percelen die verantwoordelijk zijn voor de hoeveelheid verhard oppervlak dat is aangesloten op de riolering. Door aan te sluiten bij de kostensoorten voor de zorgplichten hebben we een algemeen als redelijk beschouwde basis voor het bepalen van het percentage van de totale kosten dat per heffing verhaald moet worden. In overleg met Arcadis (adviseur m.b.t. VGRP) is gekomen tot een globale toerekening. Grofweg gezien komen de vaste lasten voort uit de investeringen en de variabele lasten uit de exploitatiekosten. Gelet op het belang bij de investeringen kunnen deze kosten hoofdzakelijk verhaald worden via het eigenarendeel. De kosten van de exploitatie van het verbrede rioolstelsel zouden verhaald kunnen worden via het gebruikersdeel. Deze indeling zou ertoe leiden dat 33 % van de begrote opbrengst verhaald zou worden binnen het gebruikersdeel en 67 % binnen het eigenarendeel.
3.3.1 Huidige situatie en gevolgen Binnen de verordening van de voormalige gemeente Schijndel werd 25% van de totale kosten verhaald door middel van de eigenarenheffing en 75 % via het gebruikersdeel. In de voormalige gemeente Veghel was die verhouding duidelijk anders, respectievelijk: 56%: 44%. In de voormalige fusiegemeente Sint-Oedenrode werd er geen eigenarendeel geheven. Daar werd er alleen een belasting geheven van gebruikers, waardoor 100 % van de kosten werd verhaald. Als de, in het vorig onderdeel vastgestelde nieuwe verhoudingen meteen doorgevoerd zouden worden binnen de geharmoniseerde verordening, zou dit voor de belastingplichtigen in de voormalige gemeenten Sint-Oedenrode en Schijndel grote gevolgen hebben. Zeker voor de grote eigenaren (b.v. bouwverenigingen) zou dit mogelijk een onverwachte lastenverhoging met zich brengen.
Zaaknummer 194846942
Pagina 4 van 17
datum 26 september 2017
Notitie Rioolheffing Meierijstad 2018 3.3.2 Gefaseerde invoering van de opbrengstverhouding Om de directe verschuiving van de belastingdruk als gevolg van de nieuwe toedeling van de opbrengst aan de beide heffingen te beperken, stellen we voor om deze nieuwe toedeling gefaseerd in te voeren, gedurende de looptijd van het VGRP. De bedoeling is om voor het belastingjaar 2018 de verhouding tussen de huidige opbrengsten van de beide rioolheffingen, te hanteren. Dat betekent dat 40 % van de begrote opbrengst wordt verhaald via het eigenarendeel en 60% via het gebruikersdeel. In de komende jaren willen we deze verhouding stapsgewijs aanpassen, zodat de verhouding tussen de opbrengsten van beide belastingen na afloop van de looptijd van het VGRP (2022) 67% eigenarendeel en 33% gebruikersdeel is.
3.4 Degene die de belasting moeten betalen De coalitie heeft al vastgelegd dat het verhaal van de kosten van de wettelijke zorgplichten door middel van twee heffingen zal plaats vinden, een heffing van eigenaren en een heffing van gebruikers. Voor de verdere behandeling wordt ervan uitgegaan dat het gaat om de eigenaren en gebruikers van onroerende-zaken. Tevens wordt ervan uitgegaan dat bij de bepaling van het belastingobject wordt aangesloten bij de afbakening zoals die in het kader van de wet WOZ is vastgesteld. De rechtvaardiging voor de keuze voor deze heffingen en contribuanten ligt in het belang dat de belastingplichtigen van beide heffingen hebben, bij een goede uitvoering van de gemeentelijke zorgplichten.
3.5 Belastingobjecten, heffingsmaatstaven en differentiatie van tarieven Bij de zorgplicht voor de afvoer en verwerking van afvalwater zijn het de onroerende zaken, die al dan niet rechtstreeks, daadwerkelijk aangesloten zijn op de riolering, die een direct profijt hebben. Het belang bij de totale zorgplicht beperkt zich echter niet tot deze onroerende zaken die aangesloten zijn op het buizenstelsel van de riolering. Ook objecten die niet aangesloten zijn op het buizenstelsel hebben belang bij een goede uitvoering van de taken met betrekking tot de inzameling van hemelwater en de grondwaterstand. Een dergelijk belang is er minder voor ongebouwde onroerende zaken. Deze objecten bevorderen zelfs de afvoer van het hemelwater. De ongebouwde onroerende zaken worden dan ook buiten de rioolheffing gehouden.
3.5.1 Eigenarendeel De coalitie heeft aangegeven dat deze belasting geheven zal worden op basis van een vastrecht. Het begrip vastrecht komt over het algemeen voor bij nutsbedrijven. Het betreft het bedrag dat gebruikers van gas, water en elektra betalen ongeacht hun verbruik. Het vastrecht zijn de vaste kosten voor de aansluiting op de waterleiding of elektriciteitsnet, en staat los van het aantal kubieke meters gas en water dat men afneemt. In het volgende onderdeel worden de bekende toepassingen van het begrip vastrecht behandeld. Binnen de heffingsmethodes van de drie voormalige fusiegemeenten komen de 2 meest voorkomende vormen van een “vastrecht” voor. De gevolgen van beide heffingsmethoden voor de belastingbedragen lopen wel uiteen.
3.5.1.1 Vast bedrag per perceel Dit is een “enge” toepassing van het begrip vastrecht. Dit betekent dat voor elk belastingobject hetzelfde bedrag in rekening wordt gebracht, onafhankelijk van de afmetingen of waarde daarvan. Met andere woorden, voor een garagebox met een inhoud van 18 m3 en een waarde van € 10.000,00 moet dezelfde bijdrage betaald worden als voor een bedrijfspand van 5.000 m3 en een waarde van € 5.000.000,00. Daarmee komt het verschil in individueel profijt/belang dat de eigenaren hebben bij de uitvoering van de zorgplicht door de gemeente nauwelijks tot uitdrukking. Dit systeem werd gehanteerd in de voormalige fusiegemeente Veghel. Toepassing van deze methode in de gemeente Meierijstad zou ertoe leiden dat er per perceel (WOZ-object) een tarief van € 72,90 verschuldigd is.
Zaaknummer 194846942
Pagina 5 van 17
datum 26 september 2017
Notitie Rioolheffing Meierijstad 2018 3.5.1.2 Vastrecht percentage van de WOZ-waarde Ook hier is sprake van een “vastrecht”, maar doordat de hoogte van de heffingsmaatstaf varieert, verandert ook de hoogte van het verschuldigde belastingbedrag. De rechtvaardiging voor deze heffingsmethode is de opvatting dat hoe hoger de waarde van een onroerende zaak is, hoe meer belang de eigenaar heeft bij een goede bescherming, ergo een goed hemelwater en grondwater beheer. Voor de eigenaren van gebouwde onroerende zaken is het watersysteem derhalve van groot belang. Op deze wijze komt de mate van belang/profijt bij de wettelijke zorgplicht tot uitdrukking in de hoogte van het aanslagbedrag. In de voormalige fusiegemeente Schijndel werd deze heffingsmethode toegepast. Het toe te passen percentage bedraagt 0,02692%. Zoals vermeld varieert de hoogte van het belastingbedrag. Om een indruk te geven van de hoogte van de belastingbedragen in verhouding tot de WOZ-waarden het volgende overzicht.
Uiteraard geldt dat het belang bij de gemeentelijke zorgplichten niet oneindig is. Daarom wordt er een maximaal belastingbedrag gehanteerd van € 5.000,00 (WOZ-waarde van ± € 19.000.000,00).
3.5.2.Gebruikersdeel Het coalitieakkoord laat voor deze heffing veel ruimte aan het college. Er is enkel sprake van een gestaffelde heffing. Er is verder niet aangegeven wat de maatstaf van die heffing dient te worden. Het lijkt in dit geval logisch om voor de gebruikersheffing aan te sluiten bij de zorgplicht met betrekking tot de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater. Het zijn de gebruikers van de onroerende-zaken die het afvalwater produceren dat via het buizenstelsel wordt afgevoerd.
3.5.2.1. Belastingobject Omdat deze heffing is toegespitst op het gebruik van het buizenstelsel lijkt het ook logisch dat de heffing ook beperkt wordt tot die objecten die ook daadwerkelijk op dat buizenstelsel zijn aangesloten. Niet alle onroerende zaken hebben een zelfstandige aansluiting op het rioleringsstelsel, maar voeren via een andere aansluiting afvalwater af op het buizenstelsel. Het gaat dus over objecten die zowel direct als indirect via dit stelsel afvoeren. Naar schatting betreft dit in Meierijstad 34.500 objecten.
Zaaknummer 194846942
Pagina 6 van 17
datum 26 september 2017
Notitie Rioolheffing Meierijstad 2018 3.5.2.2 De heffingsmaatstaf De vraag werpt zich op welke maatstaf er gebruikt moet worden om de kosten te verdelen over de contribuanten. Daarbij is het profijtbeginsel een veel gehanteerd criterium. Het primaire profijt bij de aanwezigheid van het buizenstelsel is gelegen in het feit dat de mogelijkheid tot afvoeren van huishoudelijken bedrijfsafvalwater aanwezig is. De vervolgvraag is of er onderscheid gemaakt moet worden naar de mate van profijt. Hierbij speelt ook een rol of de mate van gebruik van de voorzieningen, de kosten van de voorzieningen beïnvloedt. Er zijn in de wet en jurisprudentie een aantal geschikte maatstaven aangegeven, namelijk, de waarde in het economisch verkeer (WOZ-waarde); een vast bedrag per onroerende zaak; een vast bedrag per gebruiker van een onroerende zaak; de hoeveelheid afgevoerd (toegevoerd) water. Gelet op de keuze in het coalitieakkoord voor een gestaffelde gebruikersheffing wordt de waarde in het economisch verkeer en een vast bedrag per perceel niet als een geschikte maatstaf beschouwd.
3.5.2.2.1 Heffingsmaatstaf woningen Met een vast bedrag per gebruiker van een onroerende zaak is een staffel mogelijk, terwijl daarmee ook de mate van gebruik/ profijt tot uitdrukking komt. Bij woningen is een directe koppeling met de basisregistratie personen mogelijk. Binnen de voormalige gemeente Sint-Oedenrode werd deze maatstaf al gebruikt. Daar werden 3 tarieven gehanteerd, namelijk voor: een woning gebruikt door 1 persoon; een woning gebruikt door 2 personen; een woning gebruikt door 3 of meer personen. In de gemeente Veghel was de eerste klassen met waterafvoer (tot 750 m3) dermate groot dat alle woningen normaal gesproken in het eerste tarief vielen. In Schijndel daarentegen was de klassenindeling erg klein (in de beginfase klassen oplopend met 100 m3). Deze methode was gebaseerd op de meeliftsituatie bij de waterleidingmaatschappij Brabant Water. Deze methode is bij een uitvoering in eigen huis praktisch niet uit te voeren. Om zoveel mogelijk recht te doen aan de bestaande situaties bij de drie fusiegemeenten, stellen we voor om als heffingsmaatstaf voor woningen het aantal gebruikers te hanteren, met 2 tarieven, één voor woningen gebruikt door 1 persoon en één tarief voor woningen gebruikt door meer personen.
Deze maatstaf doet recht aan het profijtbeginsel en is door middel van het hanteren van een peildatum, eenvoudig uit te voeren door middel van een koppeling tussen de basisregistratie personen en de belastingapplicatie. De tarieven worden dan: woningen bewoont door: tarief één persoon € 87,00 meer dan één persoon € 104,00
3.5.2.2.2 Gebruikersheffing niet-woningen Een maatstaf op basis van het aantal gebruikers is voor niet-woningen niet geschikt. Met een dergelijke maatstaf zou het profijt van de bedrijfsmatig gebruikte onroerende zaken (veelal één rechtspersoon als gebruiker) onvoldoende tot uitdrukking komen. Alle drie de fusiegemeenten kenden voorheen een heffing op basis van de hoeveelheid afgevoerd afvalwater. Dit werd in de verordening gelijkgesteld aan de hoeveelheid toegevoerd water. Deze maatstaf is ook binnen de gemeente Meierijstad goed te hanteren. Het is daarbij wel belangrijk om te beseffen dat de gemeente niet het gebruik van water belast, maar een vergoeding vraagt voor de kosten van de aanleg en onderhoud van het verbrede rioolstelsel. Daarbij moet in ogenschouw worden genomen dat de hoeveelheid afgevoerd afvalwater weliswaar een maatstaf is voor het profijt, maar
Zaaknummer 194846942
Pagina 7 van 17
datum 26 september 2017
Notitie Rioolheffing Meierijstad 2018 dat er geen causaal verband is tussen de hoeveelheid afgevoerd afvalwater en de kosten van aanleg en onderhoud van het rioolstelsel. Daarom is er gekozen voor een indeling in klassen waarbij geen tarief per m3 meer wordt toegepast maar een vast bedrag. Door een ruime staffel op te zetten, wordt het aantal mutaties tussen de verschillende groepen ook beperkt. Veruit de meeste bedrijven vallen in de eerste klasse, met een waterverbruik van 0 tot en met 500 m3 water. De verdere opbouw van de klassen is stapsgewijs in 8 klassen. De klassen zijn kleiner dan in de voormalige gemeente Veghel, maar groter dan in de voormalige gemeenten Schijndel en Sint-Oedenrode. Bij de verhouding tussen de tarieven tussen de klassen, is er in de klassen t/m 5.000 m3 sprake van een proportionele verhoging. Om de eerder genoemde reden dat de kosten van de riolering niet rechtstreeks in verband staat met het waterverbruik, is het van belang dat er rekening wordt gehouden met het zogenaamde grootverbruik. Er zijn een aantal “grootafvoerders”, die behalve het water dat toegevoerd wordt vanuit de waterleidingmaatschappij, ook zelf grondwater oppompen. Vanaf de klasse vanaf 5.001 m3 wordt er een toenemende degressie in de tarieven toegepast. Voor een waterafvoer vanaf 100.000 m3 geldt een maximum tarief van € 4.433,00.
In het verleden konden bij grootverbruikers in de gemeente Veghel en Sint-Oedenrode belastingaanslagen voor komen van tienduizenden euro’s. In deze opzet worden dergelijke hoge bijdragen van individuele belastingplichtigen niet redelijk geacht ten opzichte van de kosten die zij m.b.t. het verbrede rioolstelsel veroorzaken. De keuze voor een maximum tarief voor het gebruik wordt mede gerechtvaardigd doordat binnen de eigenarendeel in feite ook al rekening wordt gehouden met de omvang van een bedrijf. Verder moet er bij bedrijven rekening worden gehouden met de hoeveelheid water die als grondstof voor hun product wordt gebruikt en dus niet wordt afgevoerd. Daarvoor is er een bepaling in de verordening opgenomen. Voor het gebruikersdeel wordt de volgende klassenindeling gehanteerd: Afgevoerde hoeveelheid afvalwater tarief
1 t/m 500 m3 501 t/m 1.000 m3 1.000 t/m 2.000 m3 2.001 t/m 5.000 m3 5.001 t/m 10.000 m3 10.001 t/m 20.000 m3 20.001 m3 t/m 50.000 m3 50.000 m3 t/m 100.000 m3 meer dan 100.000 m3
€ 104,00 € 208,00 € 416,00 € 832,00 € 1.498,00 € 2.397,00 € 3.356,00 € 4.030,00 € 4.433,00
Binnen de gemeente Meierijstad zijn er op dit moment een zeer beperkt aantal bedrijven die een waterverbruik kennen van meer dan 100.000 m3. Daarvoor geldt dus een maximum tarief van € 4.333,00.
Zaaknummer 194846942
Pagina 8 van 17
datum 26 september 2017
Notitie Rioolheffing Meierijstad 2018
3.6. Gelijktijdige uniformering van tarieven Zoals ook al uit het voorgaande blijkt waren de verschillen tussen de drie voormalige fusiegemeenten met betrekking tot de wijze van het kostenverhaal en de hoogte van de tarieven groot. Door het vaststellen van deze nieuwe Verordening Rioolheffingen van de gemeente Meierijstad wordt de wijze van kostenverhaal en de gehanteerde tarieven geüniformeerd. Dat betekent dat er verschuivingen gaan optreden in de belastingdruk in de verschillende deelgemeenten. Dit is onvermijdelijk. In het volgende onderdeel wordt getracht om inzicht te geven in de gevolgen van de vereffening van de verschillen. Wij willen er wel op wijzen dat dit voorbeelden zijn, gebaseerd op vooraf gekozen uitgangspunten. Met name de eigenarenheffing op basis van de WOZ-waarde zal net als bij de OZB steeds afhankelijk zijn van de WOZ waarde van de individuele onroerende zaak.
3.6.1 Vergelijking belastingdruk woningen De gevolgen voor de eigenaren en gebruikers van woningen in de 3 fusiegemeenten zijn in de volgende voorbeelden door middel van grafieken zichtbaar gemaakt. Daarbij is uitgegaan van een aantal situaties die van invloed zijn op de hoogte van de belastingplicht binnen de diverse heffingssystemen. De heffing in de voormalige gemeenten in 2017 wordt in beeld gebracht naast de situatie van Meierijstad voor 2018 indien de eigenarenheffing gebaseerd wordt op een vast bedrag of op de WOZ-waarde.
In de vergelijking woningen 1 wordt zowel het eigenaren- als het gebruikersdeel in beeld gebracht, uitgaande van een woning bewoond door 1 persoon met een waterverbruik van 50 m3 (gemiddelde waterverbruik per persoon per jaar is ± 48 m3 ) en met een WOZ-waarde van € 245.000,00 (gemiddelde waarde woningen 2017). Voor de huishoudens die alleen gebruiker zijn van een woning, valt de nieuwe verordening voor de bewoners van de domeinen Schijndel en Veghel voordeliger uit. Voor deze huishoudens in Sint-Oedenrode blijft de heffing nagenoeg gelijk. Voor de eigenaren en de eigenaren/gebruikers van deze woning in het domein Veghel, wordt de aanslag een stuk lager. De eigenaren in Schijndel en Sint-Oedenrode zijn duurder uit. Zeker in Sint-Oedenrode, waar voorheen nog geen eigenarendeel bestond. .
Zaaknummer 194846942
Pagina 9 van 17
datum 26 september 2017
Notitie Rioolheffing Meierijstad 2018
In vergelijking woningen 2 is dezelfde situatie weergegeven, maar nu voor een pand met 3 bewoners of een waterverbruik van 150 m3. De WOZ-waarde blijft ongewijzigd. Verreweg de meeste gebruikers van de woningen (± 75%) vallen in deze tariefgroep. In deze gevallen gaan de gebruikers van de woningen in Schijndel en Sint-Oedenrode er op vooruit. De gebruikers in deze groep in Veghel gaan iets (± € 1,48 per jaar) meer betalen. De eigenaren in Veghel gaan erop vooruit. In totaliteit voor eigenaren en gebruikers hebben alle inwoners in deze groep een voordeel.
In vergelijking 3 wordt de WOZ waarde van de woning gesteld op € 570.000,00. Het aantal bewoners is gesteld op 1 met een waterverbruik van 50 m3. De conclusies m.b.t. de gebruikers is gelijk aan die in de vergelijking woningen 1. In deze gevallen is echter de hoogte van de WOZ-waarde bepalend voor de totale belastingdruk van de eigenaar en eigenaar/gebruiker van € 240,44. Ongeveer 2 % van de woningen kennen een WOZ waarde van meer dan € 570.000,00.
Zaaknummer 194846942
Pagina 10 van 17
datum 26 september 2017
Notitie Rioolheffing Meierijstad 2018
In vergelijking 4 wordt de vergelijking weergegeven bij de WOZ-waarde van € 570.000,00 en 3 bewoners met een waterverbruik van 150 m3. Alleen de eigenaren/gebruikers in de voormalige gemeente Schijndel hebben hier nog een voordeel (± € 4,00 per jaar). De eigenaren en de eigenaar/gebruikers in de andere domeinen gaan er op achteruit.
3.6.2 Vergelijking belastingdruk niet-woningen Zoals bij de drie voormalige fusiegemeenten wordt ook in Meierijstad de hoeveelheid afgevoerd afvalwater voorgesteld als heffingsmaatstaf. Ook wordt de hoeveelheid afgevoerd water in de verordening gelijk gesteld aan de hoeveelheid toegevoerd water. Het verschil in heffingsmethoden en opbouw van de tariefklassen is echter groot. In Sint-Oedenrode en Veghel werden in de klassen met een hoeveelheid toegevoerd water tot respectievelijk 500 m3 en 750 m3 vaste bedragen geheven. Zodra het waterverbruik hoger kwam, werd hier een prijs per m3 in rekening gebracht. In de opzet van de klassen in Meierijstad worden binnen alle klassen vaste bedragen voorgesteld.
3.6.2.1 Vergelijking gebruikersdeel bij “normaal” verbruik Voor deze vergelijking worden een beperkt aantal voorbeelden gebruikt. Bij de vergelijking moet hiermee rekening worden gehouden. De indeling in de klassen wordt aangepast. Het volgende plaatje geeft een beeld van de vergelijking van de huidige opbouw met de klasseindeling van de voormalige fusiegemeenten.
Zaaknummer 194846942
Pagina 11 van 17
datum 26 september 2017
Notitie Rioolheffing Meierijstad 2018
De meeste niet-woningen zitten in de klasse met een waterverbruik tot en met 500 m3. Met name bij een laag waterverbruik liggen de tarieven zo dicht bij elkaar dat de verschillen in de grafiek niet inzichtelijk zijn. Daarom hierna de bijbehorende tabel waterverbruik
Veghel 2017
Sint-Oedenrode 2017
Schijndel 2017
Meierijstad 2018
250 m3
€ 102,52
€ 135,36
€ 169,68
€ 104,00
501 m3
€ 102,52
€ 194,40
€ 275,28
€ 208,00
1.001 m3
€ 143,02
€ 1.008,00
€ 488,40
€ 416,00
3.000 m3
€ 548,02
€ 2.788,80
€ 1.496,28
€ 832,00
5.000 m3
€ 872,02
€ 4.209,60
€ 2.394,48
€ 1.498,00
10.001 m3
€ 1.682,02
€ 7.104,00
€ 3.352,32
€ 2.397,00
Evenals bij de woningen gaan ook hier de gebruikers uit het domein Veghel in de laagste groepen meer betalen dan voorheen. In de groep tot 500 m3 is dat slechts € 1,48. In de groepen tot en met 1.000 m3 loopt dat verschil op. Daarna wordt de vergelijking lastiger. In de klasse van 2.001 m3 tot en met 5.000 m3 is als peilpunt voor de belastingbedragen in de voormalige gemeenten Veghel en Sint-Oedenrode gekozen voor het midden van de klasse 3.000 m3. Als het peilpunt 4.000 m3 wordt gekozen zijn de bedragen in Meierijstad en Schijndel nog steeds hetzelfde. In Veghel en Sint-Oedenrode worden ze dan respectievelijk € 629,02 en € 3.499,50.
Zaaknummer 194846942
Pagina 12 van 17
datum 26 september 2017
Notitie Rioolheffing Meierijstad 2018
3.6.2.2 Vergelijking gebruikersdeel bij grootverbruik Voor deze vergelijking moet beseft worden dat het begrip grootverbruik in de voormalige gemeenten Schijndel en Sint-Oedenrode een andere dimensie heeft dan in het domein Veghel. Uit de opbouw van de tariefklassen van deze gemeente bleek dit al. De tariefklassen in Sint-Oedenrode en Schijndel stopte bij respectievelijk 10.000 m3 en meer en 20.000 m3 en meer. In Veghel liep de opbouw van de tariefklassen tot 400.000 m3. Daarbij moeten we wel vaststellen dat het aantal bedrijven met een waterverbruik van meer dan 20.000 m3 ook in Veghel beperkt blijft tot een zestal. Daar daar liepen de waterverbuiken op tot boven de 100.000 m3. De volgende grafiek loopt tot een waterverbuik van 160.000 m3. Zoals aangegeven in onderdeel gebruikersheffingen niet-woningen is het niet de bedoeling om door middel van de rioolheffing het waterverbruik te belasten. Binnen de tariefopbouw van de gemeente Meierijstad is dan ook vanaf een waterbruik van meer dan 100.000 m3 een maximum tarief voorzien van € 4.433,00. We zijn van mening dat een jaarlijkse bijdrage aan de kosten van aanleg en riolering voor een individuele gebruiker, tenzij er bijzondere specifieke omstandigheden zijn, in redelijkheid niet meer dan dit bedrag mag bedragen.Bij eventuele toekomstige tariefwijzigingen zullen ook de maximumbedragen worden aangepast.
Zaaknummer 194846942
Pagina 13 van 17
datum 26 september 2017
Notitie Rioolheffing Meierijstad 2018
Zaaknummer 194846942
Pagina 14 van 17
datum 26 september 2017
Notitie Rioolheffing Meierijstad 2018
3.6.2.3 Vergelijking niet-woningen eigenaar- en gebruikersheffing Evenals voor de woningen wordt ook voor de niet-woningen een eigenarendeel voorgesteld met de WOZ-waarde als heffingsmaatstaf. In onderdeel 3.5.1.2 is een grafiek van de ontwikkeling van de belastingbedragen bij de verschillende WOZ-waarden opgenomen. Nog meer dan bij de woningen, variëren de WOZ-waarden van de niet- woningen sterk binnen een range van € 5.000,00 tot € 45.000.000,00. In hetzelfde onderdeel is aangegeven dat er een maximaal belastingbedrag voor deze heffing wordt gehanteerd van € 5.000,00. De gevolgen voor het gebruikersdeel op zich hebben we hiervoor in beeld gebracht. Wat gebeurt er binnen de combinatie van het gebruikersdeel en het eigenarendeel. Daarvan een aantal voorbeelden. Bij de “kleinere” niet woningen met een waterverbruik tot 500 m3 en een WOZ-waarde tot € 570.000,00 wijken de ontwikkelingen nauwelijks af ten opzichte van de woningen.
Voor de volgende vergelijking is bewust gekozen voor berekeningen met percelen met hogere waterverbruiken en WOZ-waardes. Daarbij is het belangrijk om te beseffen dat ± 8 % van de percelen een waterverbruik hebben van 1.000 m3 of meer. En ongeveer 10% van de niet-woningen een waarde hebben van € 1.000.000, 00 of meer.
- 15 -
Notitie Rioolheffing Meierijstad 2018
In deze groep gaan de bedrijven in Veghel er op achteruit, terwijl dat dezelfde groep in de gemeente Schijndel en SintOedenrode minder gaan betalen.
Onder deze categorie vallen bijzonder weinig objecten. 0,4% van de WOZ-objecten kent een waarde van € 10.000.000,= of meer en er zijn een vijftal objecten die in deze groep van waterverbruik vallen.
- 16 -
Notitie Rioolheffing Meierijstad 2018
4. Conclusies. Er wordt voorgesteld om de totale kosten van het verbreed rioleringsstelsel voor 100% te verhalen door middel van twee heffingen die binnen één verordening worden opgenomen, zijnde een eigenarenheffing en een gebruikersheffing. Om nog omvangrijkere verschuivingen in de belastingbedragen te voorkomen willen we voor 2018 de opbrengstverdeling over beide belastingen handhaven op de verhouding zoals die bestond tussen het totaal van de opbrengsten van beide belastingen in de drie voormalige fusiegemeenten. Dat betekent dat 40% van de opbrengst moet voortkomen uit het eigenarendeel en 60 % uit het gebruikersdeel. Deze verhouding wordt in de komende jaren bijgesteld zodat we na afloop van het huidige VGRP in 2022, een opbrengstverhouding hebben bereikt van 67% eigenarendeel en 33% gebruikersdeel. Voor het eigenarendeel wordt gekozen voor een vast percentage van de WOZ-waarde voor alle gebouwde percelen. De ongebouwde objecten blijven buiten de heffing, omdat zij een bijdrage leveren aan de verwerking van hemelwater. Het toe te passen percentage bedraagt Het toe te passen percentage bedraagt 0,02692% met een maximum belastingbedrag van € 5.000,00. Het maximumbedrag wordt bij toekomstige tariefswijzigingen overeenkomstig aangepast. Voor het gebruikersdeel wordt voorgesteld om een onderscheid te maken tussen woningen en niet- woningen.
Voor de woningen willen we het aantal bewoners op als heffingsmaatstaf hanteren, waarbij we 2 klassen hebben. Éénpersoonshuishoudens en meer-persoonshuishoudens. Met deze eenvoudige en overzichtelijke indeling komt de mate van profijt bij de voorzieningen voldoende terug. De voorgestelde tarieven zijn: woningen bewoont door: tarief één persoon € 87,00 meer dan één persoon € 104,00 Voor het gebruikersdeel voor niet-woningen is het de bedoeling om zoals in de voormalige fusiegemeenten, als heffingsmaatstaf de afgevoerde hoeveelheid water te hanteren. Deze hoeveelheid wordt in de verordening gelijkgesteld aan de toegevoerde hoeveelheid water. De gemeente belast echter niet het gebruik van water, maar een vergoeding voor de kosten van de aanleg en onderhoud van het verbrede rioolstelsel. Een direct verband per m3 waterverbruik willen we dan ook niet leggen. We kiezen voor een opbouw in 9 klassen die voldoende ruim zijn opgezet om jaarlijkse wijzigingen van belastingplicht te voorkomen. Voor alle percelen die binnen een klasse vallen geldt hetzelfde vaste tarief. In de klassen met een waterverbruik vanaf 5.000 m3 wordt een degressie in het tarief ingebouwd. Het hoogste tarief geldt voor percelen met een waterverbruik van 100.000 m3 of meer. Hiervoor geldt het maximale tarief. De opbouw is als volgt: Afgevoerde hoeveelheid afvalwater tarief
1 t/m 500 m3 501 t/m 1.000 m3 1.000 t/m 2.000 m3 2.001 t/m 5.000 m3 5.001 t/m 10.000 m3 10.001 t/m 20.000 m3 20.001 m3 t/m 50.000 m3 50.000 m3 t/m 100.000 m3 meer dan 100.000 m3
€ 104,00 € 208,00 € 416,00 € 832,00 € 1.498,00 € 2.397,00 € 3.356,00 € 4.030,00 € 4.433,00
De harmonisatie van de verschillende heffingssystemen in de voormalige fusiegemeenten naar het heffingssysteem van de gemeente Meierijstad heeft verschuivingen in belastingdruk tussen de verschillen groepen belastingplichten tot gevolg. Dit is onvermijdelijk. Doordat de totale benodigde opbrengst van de rioolheffing voor 2018 binnen Meierijstad op basis van het nieuwe VGRP is verminderd, kunnen de nadelige gevolgen van de harmonisatie zoveel mogelijk beperkt worden. Individuele belastingplichtigen zullen echter voordeliger of nadeliger uit zijn ten opzichte van de situatie in belastingjaar 2018.
- 17 -