CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Beoordelingsform Meierijstad 2024

Raadsinformatiebrieven 31 december 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Plan van aanpak n.a.v. oordeel IBT Omgevingsrecht, 27-08-20244.818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beoordelingsformulier 2024 systematisch toezicht IBT-omgevingsrecht Gemeente Meierijstad

Procesinformatie Beoordeelde documenten: Uitvoerings- & handhavingsstrategie:

VTH-beleidsplan Meierijstad 2018-2022 (verlengd tot en met 2024)

Uitvoeringsprogramma U&H 2024:

VTH-uitvoeringsprogramma 2023 & Evaluatie 2022 Meierijstad

Evaluatieverslag VTH 2023:

Evaluatierapportage VTH-beleidsplan Meierijstad 2018-2024

Reactie gevraagd:

Reactie ontvangen:

Reactie verwerkt:

24 mei 2024

17 juni 2024

10 juli 2024

Beoordelingsvragen Deze beoordelingsvragen zien op de tijdigheid/actualiteit en kwaliteit van de wettelijk vereiste documenten voor de uitoefening van de uitvoerings- en handhavingstaak (hierna: U&H-documenten of ook wel VTHdocumenten) van gemeenten. De wettelijke basis daarvan ligt in de Omgevingswet met bijbehorende uitvoeringsbesluiten (Omgevingsbesluit met de zogeheten procescriteria U&H) en de provinciale Verordening systematisch toezichtinformatie Noord-Brabant. Het doel van de wetgever is dat provincies, gemeenten en waterschappen hun U&H-organisatie zodanig professioneel inrichten dat een goede kwaliteit van de uitvoering van die taken is gewaarborgd. Daaronder verstaat de wetgever met name dat de U&H-taken op een strategische en programmatische manier worden gedaan met aandacht voor onderlinge afstemming van de werkzaamheden. Dat levert een stevige bijdrage op aan het realiseren van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. En deze op een duurzame en doelmatige wijze te behouden en te ontwikkelen voor het bereiken van maatschappelijke opgaven. Met interbestuurlijk toezicht draagt de provincie bij aan een bestendig en veilig Brabant met een sterke kwaliteit van het openbaar bestuur. Een bestuur dat het goede voorbeeld geeft richting burgers en bedrijven. Een bestuur waar de mensen op kunnen vertrouwen.

Een tijdige en goede naleving van de procescriteria U&H is niet alleen wettelijke verplicht. Het is ook belangrijk voor een goede sturing op de U&H-beleidscyclus en voor de instandhouding van een professionele U&Hstructuur om risico’s te voorkomen op het gebied van volksgezondheid, veiligheid of onomkeerbare schade aan de leefomgeving. De ambitie van de provincie is samen met gemeenten en waterschappen ervoor te zorgen dat alle U&Hdocumenten 100% actueel en op tijd zijn en voldoen aan de procescriteria U&H. De normering voor het eindoordeel is toegelicht onderaan dit format van het beoordelingsformulier. De conceptbeoordelingsvragen met bijbehorende beoordelingscriteria zijn via de mail op 20 december 2023 bekend gemaakt aan de contactpersonen IBT Omgevingsrecht bij gemeenten en waterschappen met gelegenheid voor reactie. Er zijn een aantal reacties ontvangen. Het definitieve beoordelingsformulier samen met een overzicht van de ingekomen reacties en de reactie van IBT daarop is vervolgens op 1 februari 2024 gemaild aan de contactpersonen en ook geplaatst op de website IBT-omgevingsrecht in de SharePoint werkomgeving.

1

Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) Vraag 1: Stelt de gemeenteraad regels over de uitoefening van de U&H-taken of de daarmee samenhangende werkzaamheden die in opdracht van B&W worden uitgevoerd om een goede kwaliteit van de uitoefening van die taken door de omgevingsdiensten te waarborgen? (Ow art. 18.23, lid 1, onder a (kwaliteit basistakenpakket omgevingsdiensten) Toelichting wetgever: Voor de invulling van deze verplichting is door de VNG en het IPO een Modelverordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht opgesteld, die voor gemeenten en provincies gelijkluidend is. Definitief oordeel: Voldoet Gemeente heeft op 3 november 2022 de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht vastgesteld. In deze verordening zijn opgenomen de regels over de uitoefening van de U&H-taken of de daarmee samenhangede taken die door of in opdracht van burgemeester en wethouder worden uitgevoerd. Vraag 2.a. Evalueren B&W jaarlijks over de naleving van de actuele kwaliteitscriteria U&H voor de eigen organisatie en de omgevingsdienst en doen zij daarover mededeling aan de gemeenteraad? Vraag 2.b. Als blijkt dat de kwaliteitscriteria U&H niet zijn of niet konden worden nageleefd, motiveren B&W dan de reden waarom en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd? (Modelverordening U&H omgevingsrecht art.

5, lid 2 en 3) Toelichting wetgever: Over de naleving van de kwaliteitscriteria wordt jaarlijks mededeling gedaan aan de gemeenteraad. Het gaat hier om een belangrijke inhoudelijke mededelingsplicht die kan worden meegenomen in bestaande jaarlijkse rapportages, in de op grond van het Omgevingsbesluit op te stellen documenten. Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk Omgevingsdienst (voldoet) In het VTH-uitvoeringsprogramma 2023 en Evaluatieverslag 2022 bijlage 5 paragraaf 1.3 wordt aangegeven dat de Omgevingsdienst dient te voldoen aan de Kwaliteitscriteria. In de Jaarstukken 2023 van de Omgevingsdienst Brabant Noord par. 1.3 wordt aangegeven dat de Omgevingsdienst voldoet aan de kwaliteitscriteria. Om te blijven voldoen aan de kwaliteitscriteria is de Omgevingsdienst gestart met het project Borgen en Valideren van de Kwaliteitscriteria VTH. Tekortkomingen: In het VTH-uitvoeringsprogramma 2023 en Evaluatieverslag 2022 par. 1.2 en 1.4 wordt ingegaan op de implementatie van de Kwaliteitscriteria VTH.

In bijlage 2 wordt aangegeven dat de raad in 2018 de Verordening kwaliteit VTH heeft vastgesteld, dat voor 2019 voor het laatst is vastgesteld dat hieraan wordt voldaan en dat in de tweede helft van 2023 gebruikt wordt om te onderzoeken in hoeverre de gemeente voldoet aan de (nieuwe) verordening zoals vastgesteld op 3 november 2022 en wat er eventueel moet gebeuren om hieraan te (blijven) voldoen. Dit betekent dat de raad niet is geïnformeerd over de jaren 2022 en 2023 of de gemeente voldoet aan de Kwaliteitscriteria VTH met betrekking tot de kritieke massa van de organisatie (bijlage B) en de eigen kwaliteitsdoelen met betrekking tot dienstverlening, uitvoeringskwaliteit van diensten & producten en de financiën, zoals genoemd in de (oude en nieuwe) verordening. Wij hebben ook geen informatie ontvangen waaruit blijkt hoe de kwaliteitsdoelen voor de eigen organisatie zijn uitgewerkt. Dit betreft een herhaalde tekortkoming. Ook in 2022 en 2023 hebben wij deze tekortkoming geconstateerd.

2

Verbeterpunten: Evalueer over de naleving van de Kwaliteitscriteria en –doelen van uw eigen organisatie zodat burgemeester en wethouders jaarlijks hierover mededeling aan de raad kunnen doen. Maak voor de evaluatie van de criteria voor kritieke massa, gebruik van deel B van de landelijk ontwikkelde geldende kwaliteitscriteria, die zijn ontwikkeld in samenwerking tussen IPO, VNG en BZK. Stel uiterlijk 1 oktober 2024 een kort en krachtig plan van aanpak op met duidelijkheid over de aanpak en termijn van de evaluatie. Stuur dat aan team IBT Omgevingsrecht via: ibt@brabant.nl Reactie gemeente: Op 3 november 2022 heeft onze raad de Verordening uitvoering en handhaving Omgevingsrecht Meierijstad vastgesteld. Deze verordening is tegelijk met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 inwerking getreden zoals verwoord in art. 6 lid 1 van deze verordening. Voor het jaar 2023 was deze dus nog niet van toepassing. In hoofdstuk 1 van onze evaluatierapportage staat op pagina 4 onder het kopje algemeen een tekst opgenomen over de naleving van verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving Omgevingsrecht. Daarin geven we aan dat we in 2020 hebben vastgesteld hieraan te voldoen. De jaren daarna geven we aan dat we waarschijnlijk niet meer voldoen. Tevens geven we aan waarom dat het geval is in de kolom onder resultaat.

Bij de conclusie en aanbeveling in de laatste kolom geven we aan wat we hieraan gaan doen. Deze rapportage is tevens ter informatie aan onze raad aangeboden en zij hebben hier inmiddels kennis van genomen. Kortom de conclusie dat we (waarschijnlijk nu nog) niet voldoen aan de kwaliteitscriteria klopt, maar we hebben onze raad daar wel gemotiveerd over geïnformeerd. Verwerking reactie: Dank voor de reactie. De evaluatierapportage is op dit punt opnieuw gelezen. Er staat: “Nieuw onderzoek doen naar hoe structureel aan de actuele kwaliteitscriteria te voldoen. Zorg voor een flexibele schil.” Daaruit blijkt niet wanneer en hoe de in dit procescriterium bedoelde evaluatie gereed is. Het vorlopig oordeel blijft ongewijzigd. Met de opmerking dat we uiterlijk 1 oktober 2024 een kort en krachtig plan van aanpak van de gemeente verwachten met duidelijkheid over de aanpak en termijn van de evaluatie. Definitief oordeel: Voldoet gedeeltelijk Vraag 3. Voldoen B&W aan deskundigheidsgebied 27 (Cultuurhistorie) van de actuele kwaliteitscriteria U&H? Toelichting wetgever: Deskundigheidsgebied 27 van de actuele kwaliteitscriteria 2.3 (deel B kritieke massa) bevat de eisen aan de U&H-medewerkers en aan de organisaties die de daar genoemde activiteiten op het gebied van cultuurhistorie uitvoeren. De criteria voor kritieke massa hebben geen relatie met de omvang van het werkaanbod.

Ze geven de organisaties een ondergrens van het aantal medewerkers en hun deskundigheid, die nodig is om activiteiten in continuïteit uit te kunnen voeren. Voorlopig oordeel: Voldoet niet Tekortkomingen: In de Evaluatierapportage VTH-beleidsplan Meierijstad 2018-2024 wordt niet ingegaan op de naleving van de geldende kwaliteitscriteria voor de eigen organisatie voor het deskundigheidsgebied Cultuurhistorie. Hierdoor kunnen wij niet vaststellen of aan dit kwaliteitscriteria wordt voldaan. Verbeterpunten: 3

Evalueer over de naleving van de Kwaliteitscriteria en doe hierover mededeling aan uw raad. Aanbeveling: Neem in het verslag een bijlage op waarin volgens de indeling van de deskundigheidsgebieden van de (geldende) kwaliteitscriteria inzicht gegeven wordt in opleiding, ervaring, kennis en specialisme van de medewerkers, die een bijdrage leveren aan VTH-producten. Reactie gemeente: Zie onze reactie onder 2. Verwerking reactie: Dank voor de reactie. Daaruit blijkt niet dat de gemeente aan dit onderdeel voldoet. Het voorlopig oordeel blijft ongewijzigd. Definitief oordeel: Voldoet niet.

Uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&H-strategie) Vraag 4: Stellen B&W een U&H-strategie vast in een of meer documenten waarin

gemotiveerd wordt aangegeven welke U&H-doelen worden gesteld en welke werkzaamheden met het oog op die doelen zullen worden verricht? (Ob art. 13.5, lid 1 en Ob art. 13.6) Toelichting wetgever: Het is de bedoeling dat gemeenten en waterschappen ieder voor zich een U&H-strategie vaststellen en schriftelijk vastleggen. Dat kan in een gezamenlijk U&H-document of apart. U&H-strategie bevat het geheel van prioriteiten, doelstellingen, strategie en werkwijze. Voor uitvoering hoort daar een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen bij. Het op elkaar afstemmen van doelen van uitvoering en handhaving is belangrijk. U&H-strategie wordt, indien nodig, ook afgestemd met andere bestuursorganen. Met wie hangt af van de vraag welke andere bestuursorganen door het beleid worden geraakt, bijvoorbeeld omdat samenwerking aan de orde is. Een goede interne afstemming tussen de werkeenheden uitvoering en handhaving en met andere werkterreinen binnen de eigen organisatie is ook van belang. Definitief oordeel: Voldoet Het VTH-Beleidsplan is door het college vastgesteld op 30 januari 2018. Op 24 januari 2023 heeft het college besloten om de beleidsperiode te verlengen tot en met 2023. Op 5 december 2023 heeft het college besloten het VTH-beleidsplan nogmaals met een jaar te verlengen en ook het VTH-uitvoeringsprogramma 2023 nog door te laten lopen in 2024.

Gemeente geeft aan dat dit besluit heeft te maken met het opnieuw uitstellen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet naar 1 januari 2024. Gemeente is gestart met het opstellen van onze uitvoerings- en handhavingsstrategie (UHS) zoals het VTH-beleid onder de Omgevingswet wordt genoemd. De verwachting is dat deze UHS in het derde of vierde kwartaal van 2024 wordt vastgesteld. In het VTH-beleidsplan bladzijde 14 wordt ingegaan op de doelen en de prestatie indicatoren. In het VTHuitvoeringsprogramma 2023 en evaluatieverslag 2022 hoofdstukken 2, 3, 4, 5 en 6 wordt aangegeven welke activiteiten daartoe worden uitgevoerd. Vraag 5: Wordt de handhavingsstrategie gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet? (Ob art. 13.5, lid 4) Toelichting wetgever: Er moet sprake zijn van door het bestuursorgaan schriftelijk vastgelegde handhavingsdoelstellingen. Deze moeten gebaseerd zijn op een probleemanalyse waarbij het bestuursorgaan in kaart heeft gebracht voor welke regelgeving (de Ow en het bij of krachtens de andere betrokken wetten bepaalde) het de zorg voor de 4

bestuursrechtelijke handhaving is opgedragen, wat de kansen op overtredingen van die regelgeving zijn en wat de effecten van die overtredingen voor de fysieke leefomgeving zijn. Een goede probleem- of risicoanalyse is één van de belangrijkste factoren om een kwalitatief goede beleidscyclus te realiseren. Op basis van de probleemanalyse bepaalt het bestuursorgaan welke activiteiten nodig zijn om de in kaart gebrachte handhavingsdoelen te bereiken en welke prioriteiten het daarbij stelt. Definitief oordeel: Voldoet In het VTH-beleidsplan pagina 7 wordt ingegaan op de werkwijze bij het opstellen van de Wabo brede probleemanalyse (opgebouwd uit een omgevings- en risicoanalyse) en de totstandkoming van de prioriteiten. De tabel van de bestuurlijke prioritering is opgenomen in pagina 11. Da handhavingsstrategie wordt verder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma. Vraag 6: Gaan B&W in de U&H-strategie ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed? (Ow art. 1.2 en Ob art. 13.5) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 1.2 dat de fysieke leefomgeving in ieder geval ook het onderdeel erfgoed omvat. Daarmee zijn de wettelijke procescriteria U&H ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan.

Dat wil zeggen dat in de omgevings-/probleemanalyse en de prioriteitenstelling die tot de U&Hstrategie behoren wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Als gemeenten de U&H-taken op het gebied van erfgoed niet goed uitvoeren, is het risico groot dat cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat. Definitief oordeel: Voldoet In het VTH-beleidsplan bladzijde 11 i.c.m. bijlage 1 onder paragraaf 2.5.1 wordt bij het onderdeel Bouwen/Ruimtelijke Ordening de bestuurlijke prioriteiten weergegeven, voor archeologie/monumenten wordt een lage prioriteit toegekend (groen). In het VTH-beleidsplan bijlage 2 onder paragraaf 3.4 en 4.1 wordt ingegaan op de vergunningen- en nalevingsstrategie en in paragraaf 3.5 en 4.2 worden de benodigde capaciteit en middelen weergegeven. Aanbeveling: Ga na in hoeverre de gekozen werkwijze Toetsen aan Monumentenwet en gemeentelijke verordening overeenstemt met het beoordelingskader Monumenten voor de vergunningen- en nalevingsstrategie omgevingsrecht, zoals verwoord in het Toetsingskader (sloop)vergunning Rijksmonumenten (artikel 2.1 eerste lid onder f Wabo) en Toetsingskader omgevingsvergunning gemeentelijk monument (artikel 2.2. eerste lid onder b Wabo). Vraag 7: Gaan B&W in de U&H-strategie ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het omgevingsplan? (Ow art. 1.2, 2.4 en Ob art.

13.5) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 2.4 dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De wettelijke procescriteria U&H zijn ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in de omgevings-/probleemanalyse en de prioriteitenstelling die tot de U&H-strategie behoren wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Definitief oordeel: Voldoet In het VTH-beleidsplan bladzijde 11 i.c.m. bijlage 1 onder paragraaf 2.5.3 wordt bij het onderdeel Ontwikkelingen in het buitengebied de bestuurlijke prioriteiten weergegeven, voor de bestuursrechtelijke handhaving van de Wro en worden aan de activiteiten verschillende prioriteiten toegekend. In het VTHbeleidsplan bijlage 2 onder paragraaf 3.4 en 4.1 wordt ingegaan op de vergunningen- en nalevingsstrategie en in paragraaf 3.5 en 4.2 worden de benodigde capaciteit en middelen weergegeven. 5

Uitvoeringsprogramma Vraag 8. Werken B&W jaarlijks de U&H-strategie uit in een uitvoeringsprogramma, waarin wordt aangegeven welke werkzaamheden het komende jaar zullen worden verricht, waarbij zij rekening houden met de gestelde doelen en gestelde prioriteiten? (Ob art. 13.6 lid 1) Toelichting wetgever: Het uitvoeringsprogramma dat het bestuursorgaan jaarlijks moet opstellen voor zijn activiteiten, legt een relatie met de geldende vastgestelde U&H-strategie. Het programmeren van de activiteiten moet plaatsvinden in lijn met de prioriteitenstelling van activiteiten die op haar beurt weer in relatie moet staan met het bereiken van de door het bestuursorgaan geformuleerde doelen. Definitief oordeel: Voldoet Op 5 december 2023 heeft het college besloten het VTH-uitvoeringsprogramma 2023 nog door te laten lopen in 2024. In het VTH-uitvoeringsprogramma 2023 en evaluatie 2022 paragraaf 2.5, 3.5, 4.5 en 5.3 wordt aangegeven welke van de vastgestelde activiteiten het komende jaar worden uitgevoerd. Vraag 9. Gaan B&W in het uitvoeringsprogramma U&H ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed? (Ow art. 1.2 en Ob art. 13.6 lid 1) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 1.2 dat de fysieke leefomgeving in ieder geval ook het onderdeel erfgoed omvat.

Daarmee zijn de wettelijke procescriteria U&H ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in het uitvoeringsprogramma ook wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Als gemeenten de U&H-taken op het gebied van erfgoed niet goed uitvoeren, is het risico groot dat cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat. Definitief oordeel: Voldoet In het VTH-beleidsplan bijlage 2 onder paragraaf 3.4 en 4.1 wordt ingegaan op de vergunningen- en nalevingsstrategie en in paragraaf 3.5 en 4.2 worden de benodigde capaciteit en middelen weergegeven. In het VTH-uitvoeringsprogramma 2023 en evaluatie 2022 paragraaf 2.5 en 2.6 alsmede paragraaf 4.5 en 4.6 wordt ingegaan op de uitvoering en handhaving van de Monumentenwet. In paragraaf 2.8 en 4.8 worden de beschikbare capaciteit en middelen inzichtelijk gemaakt. Vraag 10: Gaan B&W in het uitvoeringsprogramma U&H ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het omgevingsplan? (Ow art. 1.2, 2.4 en Ob art. 13.6 lid 1) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 2.4 dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De wettelijke procescriteria U&H zijn ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan.

Dat wil zeggen dat in het uitvoeringsprogramma ook wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Definitief oordeel: Voldoet In het VTH-beleidsplan bijlage 2 onder paragraaf 3.4 en 4.1 wordt ingegaan op de vergunningen- en nalevingsstrategie en in paragraaf 3.5 en 4.2 worden de benodigde capaciteit en middelen weergegeven. 6

In het VTH-uitvoeringsprogramma 2023 en evaluatie 2022 paragraaf 2.5 en 2.6 alsmede paragraaf 4.5 en 4.6 wordt ingegaan op de uitvoering van de bestuurlijke handhaving van de Wro. In paragraaf 2.8 en 4.8 worden de beschikbare capaciteit en middelen inzichtelijk gemaakt. Vraag 11: Stellen B&W het uitvoeringsprogramma U&H jaarlijks vóór 1 februari vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant) Toelichting wetgever: Jaarlijks wordt de U&H-strategie uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma met de uit te voeren activiteiten in het komende jaar. De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Definitief oordeel: Voldoet Op 5 december 2023 heeft het college besloten het VTH-uitvoeringsprogramma 2023 nog door te laten lopen in 2024.

Borging van middelen Vraag 12: Dragen B&W er zorg voor dat: a. De voor het bereiken van de doelen en voor het verrichten van de werkzaamheden, benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd; b. Voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn? (Ob art. 13.10) Toelichting wetgever: De gemeente zorgt ervoor dat de voor de uitvoering van de U&H-strategie benodigde en beschikbare financiële en personele middelen in de begroting worden opgenomen en worden toegelicht. Voor de in het uitvoeringsprogramma concreet beschreven activiteiten moet worden aangegeven wat de voor die activiteiten benodigde en beschikbare capaciteit en financiële middelen zijn. Capaciteit en financiële middelen moeten uiteraard toereikend zijn voor de uitvoering van het programma. Dit geldt niet alleen bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma; ook tijdens de uitvoering moeten de capaciteit en financiële middelen worden bewaakt. Definitief oordeel: Voldoet 12a Voldoet VTH-beleidsplan wordt ingegaan op de vertaling van het strategische kader naar het operationele kader ten behoeve van kwaliteitsborging tezamen met een sluitende planning & control cyclus.

De doorwerking van de prioriteiten en doelen op de personele en financiële capaciteit vindt plaats in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. VTH-Beleidsplan Missie, Visie prioritering doelen blz. 9 wordt ingegaan op hoe de capaciteit en financiële middelen die nodig zijn voor het uitvoeren van de doelstelling en prioriteiten en in de begroting wordt geborgd. VTH-Beleid bijlage 2 wordt een aanzet gegeven van de benodigde financiële en personele middelen en dat deze worden meegenomen in de begroting. In de jaarlijks op te stellen uitvoeringsplannen zal een concreter uitwerking worden gegeven aan de benodigde middelen en capaciteit ten behoeve van de inzet voor de betreffende jaren. In het VTH-IV Uitvoeringsprogramma 2023 en evaluatie 2022 par. 2.8, 3.7, 4.7 en 5.4 en de bijlage 5 wordt de wijze van berekening van de benodigde financiële en personele middelen inzichtelijk gemaakt. 12b Voldoet VTH-Beleidsplan blz. 13 wordt aangegeven dat In een jaarlijks op te stellen verslag zal de raad worden geïnformeerd over de behaalde doelen en eventuele noodzaak voor aanpassingen in het beleid, de prioriteiten 7

en/of gestelde doelen. Deze zullen verwerkt worden in het daaropvolgende uitvoeringsprogramma en het opvolgende beleid.

Evaluatierapportage Vraag 13. Rapporteren B&W jaarlijks over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen? (Ob art. 13.11, lid 1) Toelichting wetgever: Een cyclisch verlopend uitvoeringsproces wordt door middel van evaluatie afgesloten met een rapportage over en verantwoording van de uitgevoerde activiteiten aan de gemeenteraad. Daarbij wordt getoetst of de geleverde inspanningen ook het bereiken van de uitvoeringsdoelstellingen hebben opgeleverd. Indien deze doelstellingen zijn bereikt, zal dit in algemene zin leiden – indirect – tot positieve effecten op de omgevingskwaliteit. Indien deze doelstellingen niet zijn bereikt, kan dit leiden tot conclusies en aanbevelingen over aanpassingen van de U&H-strategie, het uitvoeringsprogramma of de uitgevoerde U&H-activiteiten. Voor input voor het uitvoeringsprogramma van het komende jaar is het belangrijk dat de interne evaluatie voorafgaand aan het opstellen van het uitvoeringsprogramma wordt gedaan.

Definitief oordeel: Voldoet In het Evaluatierapport VTH-beleidsplan Meierijstad rapporteren B&W over de mate waarin de uitvoeringsprogramma’s van de eigen organisatie, de omgevingsdienst en van de veiligheidsregio heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van gestelde doelen. Aanbeveling: Het Evaluatierapport VTH-beleidsplan Meierijstad gaat niet in op de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma van de eigen organisatie voor het onderdeel vergunningverlening en toezicht & Handhaving heeft plaatsgevonden (Wat hebben we gedaan in 2023). Verzoek is om dit op te nemen in het Jaarverslag UH 2024. Vraag 14. Wordt naar aanleiding van het evaluatierapport de uitvoerings- en handhavingsstrategie bezien en zo nodig aangepast? (Ob, art. 13.11, lid 2) Toelichting wetgever: De U&H-strategie wordt regelmatig bezien en waar nodig aangepast. De periode waarop de strategie betrekking dient te hebben, is niet voorgeschreven. Het ligt echter voor de hand dat het beleid betrekking heeft op een periode van minstens een jaar. Het bestuursorgaan is vrij om een langere periode te kiezen. Het feit dat de periode waarvoor het beleid wordt vastgesteld meerdere jaren kan bedragen, neemt niet weg dat ten minste eenmaal per jaar moet worden bezien of de vastgestelde strategie door wijziging van het desbetreffende document moet worden aangepast.

Tussentijdse aanpassingen doorvoeren en opnemen als strategie is ook mogelijk. Definitief oordeel: Voldoet In het VTH-beleidsplan wordt aangegeven dat in een jaarlijks op te stellen verslag de raad zal worden geïnformeerd over de behaalde doelen en eventuele noodzaak voor aanpassingen in het beleid, de prioriteiten en/of gestelde doelen, welke worden verwerkt in het daaropvolgende uitvoeringsprogramma en het opvolgende beleid. In het Evaluatierapport VTH-beleidsplan zijn de doelen/resultaatafspraken, het bereikte resultaat en de conclusies /aanbeveling voor de U&H-strategie weergegeven. Vraag 15. Gaan B&W in het evaluatierapport ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed? (Ow art. 1.2 en Ob art. 13.11) 8

Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 1.2 dat de fysieke leefomgeving in ieder geval ook het onderdeel erfgoed omvat. Daarmee zijn de wettelijke procescriteria U&H ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in het evaluatierapport wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Het gaat daarbij mede om de manier waarop is omgegaan met klachten en verzoeken van burgers. Als gemeenten de U&H-taken op het gebied van erfgoed niet goed uitvoeren, is het risico groot dat onroerend cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat.

Opmerking IBT: het evaluatierapport gaat over het uitvoeringsjaar 2023. In dat jaar was de Wabo nog van toepassing met verwijzing naar de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedwet (Wabo art. 5.1). Dwz dat in de evaluatie aandacht dient te worden besteed aan de uitvoering en de handhaving van het onderdeel ‘vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering’. Het gaat daarbij mede om de manier waarop is omgegaan met klachten en verzoeken van burgers. Voorlopig oordeel: Voldoet niet Tekortkomingen: Het Evaluatierapport VTH-beleidsplan Meierijstad wordt niet ingegaan op de uitoefening van de uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed. Verbeterpunten: Verzoek is om dit op te nemen in het Jaarverslag UH 2024. Reactie gemeente: In onze op te stellen U&HS, waar we nu mee bezig zijn, nemen we dit onderwerp mee. Verwerking reactie: Dank voor de reactie. Compliment voor de constructieve manier waarop dit verbeterpunt wordt opgepakt. Het voorlopig oordeel blijft ongewijzigd. Definitief oordeel: Voldoet niet. Vraag 16: Gaan B&W in het evaluatierapport ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het bestemmingsplan (oud, vanaf 1-1-2024: omgevingsplan)? (Ow art. 1.2, 2.4 en Ob art.

13.11) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 2.4 dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De wettelijke procescriteria U&H zijn ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in het evaluatierapport ook wordt ingegaan op voornoemd onderdeel.

Opmerking IBT: het evaluatierapport gaat over het uitvoeringsjaar 2023. In dat jaar was de Wabo nog van toepassing met verwijzing naar de Wet ruimtelijke ordening (Wabo art. 5.1). Dwz dat in de evaluatie aandacht dient te worden besteed aan de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de Wro en de verlening van omgevingsvergunningen voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, b, c en g, van de Wabo. De genoemde omgevingsvergunningen gaan over de Wabo activiteiten bouwen van een bouwwerk, het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheerverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheerverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wro of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, 9

tweede volzin, van die wet en het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheerverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald. Voorlopig oordeel: Voldoet niet Tekortkomingen: Het Evaluatierapport VTH-beleidsplan Meierijstad wordt niet ingegaan op de uitoefening van de uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed. Verbeterpunten: Verzoek is om dit op te nemen in het Jaarverslag UH 2024. Reactie gemeente: De hier opgenomen tekortkomingen en verbeterpunten zijn dezelfde als opgenomen onder vraag 15. Ik neem aan dat dit een vergissing is. Uit onze evaluatierapportage kunt u opmaken dat we aan dit beoordelingscriterium (beoordelingscriterium 16) voldoen. Verwerking reactie: Dank voor de reactie. Excuses voor de vergissing met de tekst. Daar waar staat ‘onderdeel cultureel erfgoed’ moet staan ‘onderdeel VTH-taken bestemmingsplan’. Na herlezing zien we dat het evaluatierapport op blz. 8 onder het kopje toezicht en handhaving op blz. 8 inderdaad kort ingaat op het onderdeel handhaving bestemmingsplan (Project Veghels buiten en landschappelijke inpassing). Informatie over het onderdeel vergunningverlening bestemmingsplan zoals in dit procescriterium is bedoeld, ontbreekt. Het voorlopig oordeel wordt positief aangepast. Definitief oordeel: Voldoet gedeeltelijk. Vraag 17.

Stellen B&W het evaluatierapport jaarlijks vóór 1 mei vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant) Toelichting wetgever: Jaarlijks evalueert een gemeente of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de vastgestelde beleidsdoelen. De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Definitief oordeel: Voldoet Het college heeft op 30 april 2024 de Evaluatierapportage VTH-beleidsplan 2018-2024 vastgesteld.

10

Eindoordeel Op basis van de behaalde scores en conform de vastgestelde beoordelingscriteria en normen, is het eindoordeel: voldoet Aantal

Punten

Toetsingsvragen

17

-

Score Voldoet (2 punten)

13

26

Score Voldoet gedeeltelijk (1 punt)

2

2

Score Voldoet niet (0 punten)

2

0

Totaal aantal punten

-

28

Eindoordeel o.b.v. punten

28/34 x 100 = 82,4%

Toelichting eindoordeel:

≥ 80 = Voldoet ≥ 60 en < 80 = Voldoet gedeeltelijk < 60 = Voldoet niet

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=cce7133d-deb3-4627-aee3-5d3f752aae2f