Bijlage 1 - Beleidsplan hondenvoorzieningen openbare ruimte
Tekst van het document
Beleidsplan hondenvoorzieningen gemeente Meierijstad 2025
Colofon Beleidsplan hondenvoorzieningen gemeente Meierijstad 2025 Gemeente Meierijstad Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Vastgesteld door de gemeenteraad op: [invullen]
Inhoudsopgave 1.
Aanleiding ..................................................................................................................................1
2.
Doelstellingen ............................................................................................................................1
3.
Problematiek ..............................................................................................................................2 3.1 Overlast door hondenpoep......................................................................................................2 Risico voor mens en dier ...........................................................................................................2 3.2 Hondenwelzijn .........................................................................................................................2 3.3 Agressieve honden .................................................................................................................2 3.4 Effecten op de fauna ...............................................................................................................3
4.
Inventarisatie huidige situatie ....................................................................................................4 4.1 Aantal honden .........................................................................................................................4 4.2 Hondenvoorzieningen voormalige gemeenten........................................................................4 Schijndel ....................................................................................................................................4 Sint-Oedenrode .........................................................................................................................4 Veghel .......................................................................................................................................4 4.3 Wet- en regelgeving ................................................................................................................4 Gemeentewet ............................................................................................................................4 Algemene Plaatselijke Verordening (APV) ................................................................................4 4.4 Leefbaarheidsmonitor .............................................................................................................5 4.5
Meldingen................................................................................................................................6 Meldingen algemeen .................................................................................................................6 Meldingen overlast hondenpoep ...............................................................................................7 Analyse meldingen overlast hondenpoep..................................................................................8 Meldingen bijtincidenten en agressie ........................................................................................9 Meldingen loslopende honden...................................................................................................9 4.6 Conclusies inventarisatie ......................................................................................................10
5.
Visie .........................................................................................................................................11
6.
Uitvoering.................................................................................................................................12 6.1 Inrichting................................................................................................................................12 Losloopgebieden .....................................................................................................................12 Overige voorzieningen.............................................................................................................12 6.2 Beheer...................................................................................................................................13 Uitgangspunten .......................................................................................................................13 Cyclisch beheer losloopgebieden ............................................................................................13 Incidentele beheer ...................................................................................................................14
Monitoring en inspectie............................................................................................................14 Vervanging ..............................................................................................................................14 6.3 Handhaving ...........................................................................................................................14 6.4 Participatie ............................................................................................................................14 6.5 Communicatie .......................................................................................................................15 Doel .........................................................................................................................................15 Algemene communicatie .........................................................................................................15 Maatwerk .................................................................................................................................15 Participatietraject .....................................................................................................................15 7.
Aanleg van nieuwe voorzieningen ...........................................................................................16
8.
Planning ...................................................................................................................................17
Bijlage wet- en regelgeving.............................................................................................................18 Gemeentewet ..........................................................................................................................18 Algemene Plaatselijke Verordening (APV) ..............................................................................18
1. Aanleiding Sinds 1 januari 2017 zijn de gemeenten Sint-Oedenrode, Schijndel en Veghel gefuseerd tot één gemeente: Meierijstad. Iedere gemeente had haar eigen beleidsplan hondenvoorzieningen. Tot op de dag van vandaag zien we dat terug in de gemeente. Als we kijken naar de verschillende kernen zien we namelijk geen eenduidig beeld in de hondenvoorzieningen. De aanleiding van het herzien en herschrijven van dit beleidsplan hondenvoorzieningen is dan ook om gemeente breed één lijn te trekken in deze voorzieningen.
2. Doelstellingen Honden maken deel uit van onze samenleving. Zij verrijken het leven van hun eigenaren en hebben een positieve invloed op hun welzijn. Daarnaast zien we dat honden (met name de uitwerpselen) voor overlast zorgen. Het doel van dit beleidsplanhondenvoorzieningen is het verminderen van overlast die door honden wordt veroorzaakt, het vergroten van het welzijn van honden en het vergroten van het verantwoordelijkheidsgevoel van hondenbezitters en -begeleiders.
1
3. Problematiek 3.1 Overlast door hondenpoep Overlast door het niet opruimen van hondenpoep is één van de grootste ergernissen van inwoners. Het is een probleem waar elke Nederlandse gemeente met grote regelmaat mee wordt geconfronteerd en waarmee al veel is geëxperimenteerd. Alhoewel een doeltreffend hondenbeleid een deel van de (ervaren) overlast kan wegnemen, is het een illusie om te veronderstellen dat het probleem helemaal kan worden opgelost. Acceptatie dat het een niet-geheel oplosbaar probleem is, maar wel een beheersbaar probleem is een belangrijke stap om tot een succesvol beleidsplan hondenvoorzieningen te komen.
Risico voor mens en dier Verschillende ziekten kunnen van hond op hond worden overgedragen waarbij hondenpoep de besmettingsbron vormt. Honden kunnen besmet raken met hondenspoelwormen en eitjes uitscheiden via hun ontlasting. Spoelwormeieren zijn vaak te vinden op plekken waar honden en katten hun behoefte doen, zoals hondentoiletten, losloopterreinen, tuinen, plantsoenen, groenstroken en zandbakken. Andere dieren maar ook mensen kunnen ook geïnfecteerd raken. Infecties verlopen meestal zonder ernstige ziekteverschijnselen.
3.2 Hondenwelzijn Welzijn wordt gedefinieerd als kwaliteit van leven, waarbij de hond zich niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk en sociaal goed voelt. Denk hierbij aan het kunnen uitvoeren van plezierige sociale gedragingen met de houder en eventueel andere honden. Daarnaast zijn gepaste beweging, rondscharrelmogelijkheden en neusgebruik van belang. Voldoende beweging draagt bij aan de ontwikkeling van spieren, aan het voorkomen van overgewicht door vetverbranding en aan de gedragsmatige behoeftes van honden. Door het welzijn te garanderen, is de hond minder geneigd ongewenst gedrag te tonen. En daarmee een grotere meerwaarde voor de omgeving en de houder.
3.3 Agressieve honden Naast de problematiek ten aanzien van hondenuitwerpselen is de problematiek ten aanzien van de omgang met gevaarlijke en/of agressieve honden een terugkerend onderwerp op de politieke agenda. Jaarlijks worden in Nederland enkele tienduizenden mensen gebeten door honden. Ook binnen onze gemeente zijn gevallen bekend. De mate van agressiviteit van een hond wordt voornamelijk bepaald door twee hoofdzaken: de genetische aanleg en de wijze van opvoeding. De wijze van opleiding/opvoeding in de eerste levensfase van de hond is van cruciaal belang voor de mate van socialisatie, en bij een gebrek hieraan, agressiviteit. Genetische aanleg speelt bij een goede opvoeding een ondergeschikt belang. Dat betekent dat de hondenbezitter een directe verantwoordelijkheid heeft voor agressief gedrag van de hond. In dit beleidsplan beperken we ons tot de voorzieningen met als aandachtspunt het beperken van het risico. Onze middelen hiervoor zijn de aanlijnplicht en plekken waar honden hun sociale gedrag kunnen ontwikkelen. De eigenaren hebben hierbij echter de belangrijkste taak.
2
3.4 Effecten op de fauna Veel in het wild levende dieren zien honden instinctief als een bedreiging. Het zijn immers roofdieren. Alleen de wolf kan een hond ook zien als een prooi. Het jagen op prooidieren hoort bij het natuurlijk gedrag van honden. Dit wordt versterkt door roedelgedrag. Het opjagen van dieren kan ingrijpend zijn, soms met de dood als gevolg. Gevolg van het instinctieve gevoel van bedreiging is dat wilde dieren plekken mijden waar veel honden komen. Dit kan op sommige plekken een voordeel zijn maar vaker veroorzaakt het een verstoring van het natuurlijke gedrag. Dit effect wordt versterkt door loslopende honden op plekken waar dat niet is gewenst. Ook mensen kunnen bang zijn van honden, vooral bij agressief gedrag en bij loslopende honden. Het aanlijnen van honden is dus belangrijk ter voorkoming van verstoring en angst.
3
4. Inventarisatie huidige situatie 4.1 Aantal honden We weten zelf niet hoeveel honden er zijn in Meierijstad. Er is geen gemeentelijke registratie en er wordt geen hondenbelasting geint als indicatie van de populatie. Landelijk gezien wordt gerekend met één hond per vijf huishoudens. Voor Meierijstad schatten we het aantal honden daarmee op 7.400.
4.2 Hondenvoorzieningen voormalige gemeenten Zoals eerder benoemd zijn er op dit moment gemeente breed verschillende hondenvoorzieningen. Dit komt nog uit de tijd van de voormalige gemeenten. Hieronder benoemen we de hondenvoorzieningen zoals die nu voor handen zijn in de verschillende grote kernen.
Schijndel In Schijndel zijn hondentoiletten en honden losloopgebieden voor handen. Daarnaast staan er verspreid door het gebied dispensers voor hondenpoepzakjes. Goed om te benoemen is dat deze dispensers worden aangevuld door vrijwilligers. Ook staan er verschillende afvalbakken welke speciaal bedoeld zijn voor het deponeren van gevulde hondenpoepzakjes.
Sint-Oedenrode In de kernen van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode zijn de hondentoiletten in het verleden vanwege bezuinigingen opgeheven. De laatster jaren zijn er enkele dispensers voor poepzakjes geplaatst. Verder zijn er geen gemeentelijke hondenvoorzieningen.
Veghel In Veghel wordt gewerkt met honden losloopgebieden en gemarkeerde gebieden/groenstroken waar geen ruimplicht is.
4.3 Wet- en regelgeving Gemeentewet De burgemeester is verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid in de gemeente. Denk hierbij aan: het voorkomen van overlast en ordeverstoringen bestrijden. Het verbieden van openbare bijeenkomsten als er geen garantie voor de veiligheid is. In de Gemeentewet zijn bepalingen opgenomen over deze bevoegdheden. In dat kader heeft de burgemeester bevoegdheden gekregen die vervolgens ook zijn vertaald naar de lokale regelgeving.
Algemene Plaatselijke Verordening (APV) De APV wordt grotendeels vervangen door de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL). Voor een deel is dat al gebeurd maar regels over honden zijn op dit moment van echter nog steeds onderdeel van de APV. In de APV zijn namelijk regels opgenomen die een relatie hebben met overlast, openbare orde en veiligheid. De huidige regels m.b.t. het beleid honden voorzieningen staan hieronder weergegeven. Daarnaast is een knipsel uit de APV ook als bijlage toegevoegd aan dit beleidsstuk.
4
Verboden gebieden Dit is verboden een hond te laten verblijven of te laten lopen op een openbare kinderspeelplaats, zandbak of speelweide, een terrein voor de sportbeoefening of een andere door het college aangewezen plaats. Loslopende honden Dit is verboden een hond onaangelijnd te laten verblijven of te laten lopen binnen de bebouwde kom op de weg, buiten de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond zich onder het directe toezicht van de eigenaar of houder bevindt, buiten de bebouwde kom in bossen en overige natuurterreinen, de daarin gelegen wegen inbegrepen, of op een door het college aangewezen plaats, als de hond niet is aangelijnd en op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. Deze verboden zijn niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen, zoals losloopgebieden. Verontreiniging door honden Mensen die honden uitlaten zijn verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. Uitzonderingen op deze regel zijn mensen die zich vanwege hun handicap door een geleidehond of sociale hulphond laten begeleiden. Deze regel is ook niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
Draagplicht ruimmiddel Eigenaren of houders van een hond moeten op een openbare plaats een middel hebben dat dient tot het opruimen van hondenuitwerpselen. Ze moeten dit op verzoek van een toezichthouder laten zien.
4.4 Leefbaarheidsmonitor De gemeente heeft in 2019 en in 2022 een uitgebreid onderzoek gehouden om inzicht te krijgen in de leefbaarheidsbeleving van inwoners van de wijken en dorpen. In dit onderzoek zijn verschillende thema’s onderzocht. Ook ‘overlast hondenpoep’ kwam hierin naar voren. Hieronder daarom een weergave van de opgehaalde resultaten.
5
Overlast hondenpoep 2019 (leefbaarheidsmonitor) 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Veel overlast 2019 Erp
Beetje overlast 2019
Schijndel
Sint-Oedenrode
Geen overlast 2019 Veghel
Overlast hondenpoep 2022 (leefbaarheidsmonitor) 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Veel overlast 2022 Erp
Beetje overlast 2022
Schijndel
Sint-Oedenrode
Geen overlast 2022 Veghel
Opvallend is de toename van overlast die inwoners zijn gaan ervaren op het gebied van hondenpoep als we de gegevens van 2019 vergelijken met die van 2022. Het aandeel ‘geen overlast’ is gedaald en het aandeel ‘beetje overlast’ is gestegen, terwijl noch het beleid noch de voorzieningen in die periode gewijzigd zijn. Tevens is te zien dat er geen duidelijk verschil is in de ervaren overlast kijkende naar de verschillende grote kernen. Opgemaakt kan worden dat gemeente breed ongeveer evenveel overlast wordt ervaren.
4.5 Meldingen Meldingen algemeen We hebben alle meldingen over honden in Melddesk geanalyseerd (het systeem waarin de meldingen voor de openbare ruimte geregistreerd werden). In de periode 1 januari 2018 t/m eind juni 2023 betrof het totaal 2.068 meldingen. De aard en de aantallen zijn hieronder aangegeven:
6
Verreweg de meeste meldingen gaan over hondenpoep in de openbare ruimte. Dit blijkt een grote ergernis te zijn. Hieronder gaan we verder in op deze categorie van meldingen.
Meldingen overlast hondenpoep Ervaren overlast vanwege hondenpoep betreft verreweg de meeste meldingen die we hebben ontvangen. We hebben vooral uit de grotere kernen veel meldingen ontvangen over hondenpoep. Alleen uit de kern Boerdonk hebben we niks ontvangen, Uit de kernen Keldonk, Olland, Mariaheide en Zijtaart is het aantal meldingen heel laag. Uit Boskant, Nijnsel en Wijbosch hebben we meer meldingen ontvangen. Er is een duidelijke relatie met de aard van een gebied en het aantal meldingen over hondenpoep. In de grotere kernen krijgen we meer meldingen dan in de kleine kernen. Zie onderstaande kaart.
7
Uit het deelgebied Veghel hebben we het grootste aantal meldingen ontvangen, ook als je dat relateert aan het aantal inwoners in het deelgebied. In Schijndel is het aantal meldingen lager, gevolgd door Sint-Oedenrode op de derde plek. Uit het deelgebied Erp hebben we de minste meldingen ontvangen. In dit gebied bevinden zich geen grotere kernen.
Analyse meldingen overlast hondenpoep Het is opvallend dat het gebied Veghel hoog scoort terwijl we daar de meest uitgebreide voorzieningen hebben. In het gebied Sint-Oedenrode hebben we bijna geen voorzieningen en is het aantal meldingen per 1.000 mensen ongeveer de helft. In de gebieden Veghel en Erp is het niveau van aanwezige hondenvoorzieningen vergelijkbaar. Toch hebben we veel minder meldingen uit Erp ontvangen. Erp is wel een veel kleinere kern.
8
De omvang van de kern, het aantal inwoners, lijkt veel bepalender voor de ervaren overlast door hondenpoep dan de aanwezigheid van gemeentelijke voorzieningen. De cijfers laten geen relatie zien tussen de aanwezigheid van voorzieningen en de ervaren overlast. We krijgen overal meldingen over hondenpoep.
Meldingen bijtincidenten en agressie
Bijtincidenten en agressie door honden worden overal gemeld. Het heeft in de bebouwde kom ook een directe relatie met het loslopen van honden terwijl daar een aanlijnplicht geldt.
Meldingen loslopende honden Hieronder een beeld van de ontvangen meldingen over loslopende honden. Op de meeste plekken betreft het een overtreding van de APV omdat het in de bebouwde kommen en natuurgebieden niet is toegestaan met uitzondering van de daartoe aangewezen terreinen.
9
4.6 Conclusies inventarisatie Uit de analyse blijkt dat het voorzieningenniveau géén invloed heeft op het gedrag van hondenbezitters. We verwachten dat de intensiteit van handhaving wel een bepalende factor is: het risico dat men een bekeuring krijgt lijkt nu niet groot genoeg. Dit kunnen we door gebrek aan gegevens echter niet met zekerheid zeggen. We kunnen beter investeren in losloopgebieden ter bevordering van hondenwelzijn en het sociale gedrag van de hond en het stimuleren van gedragsverandering hondenbezitter om zelf de hondenpoep op te ruimen. Meer handhaving is geen reële optie, we kunnen wel de handhaving optimaliseren. Gedragsverandering voor hondenbezitters is de grootste uitdaging.
10
5. Visie Wat gaan we in de toekomst bieden aan voorzieningen? 1. We vragen de hondenbezitters om binnen de bebouwde kom en in natuurterreinen zelf de hondenpoep op te ruimen. We helpen ze hierbij door het beschikbaar stellen van hondenpoep zakjes. 2. We hebben aandacht voor het welzijn van honden. We leggen losloopgebieden aan, binnen de bebouwde kom, die vanwege het intensieve gebruik van de openbare ruimte een beperkte omvang hebben. En volgen hierin het advies van de Koninklijke Hondenbescherming 3. We breiden de communicatie uit zodat het voor de inwoners duidelijker wordt hoe en wat we doen als het gaat om de hondenvoorzieningen. Met als doel de overlast terug te dringen. 4. We optimaliseren de handhaving van de regels door effectievere inzet van de beschikbare capaciteit. Door minimaal éénmaal per jaar extra aandacht te schenken aan de hondenvoorzieningen en de geldende APV. 5. We monitoren de meldingen voor inzicht in de gevolgen van de nieuwe werkwijze. 6. We focussen ons met dit beleid op de hondenvoorzieningen. Goed om te weten is dat dit geen katten, dan wel overig dierenbeleid is. Hiervoor verwijzen we naar, indien beschikbaar, de landelijke wet- en regelgeving.
11
6.
Uitvoering
In dit hoofdstuk beschrijven we de gewenste kwaliteit, welke maatregelen genomen worden om de voorzieningen aan te leggen, vervolgens de beheermaatregelen en als laatste de communicatie. In de inventarisatie is speciale aandacht gevraagd voor monitoring, communicatie en handhaving. Hier zal in dit hoofdstuk op in worden gegaan.
6.1 Inrichting In dit hoofdstuk beschrijven we welke inrichtingsmaatregelen genomen worden om aan de gewenste kwaliteit te voldoen. Het gaat hierbij om de incidentele investeringen.
Losloopgebieden In dit document is een losloopgebied een terrein waar honden onaangelijnd mogen verblijven in een omgeving met een aanlijnplicht. Soms wordt hiervoor ook de term uitrenterrein gebruikt. Voor onze eisen en wensen voor losloopgebieden hebben we het 'Witboek hondenlosloopgebieden en welzijn’ geraadpleegd van de Koninklijke Hondenbescherming. De belangrijkste aanbevelingen zijn: • De oppervlakte van een losloopgebied is liefst 5.000 m2 of meer; • Het terrein is langgerekt om rennen te stimuleren; • De hondenpoep wordt regelmatig opgeruimd; • Geen (brom)fietspaden door het gebied; • Niet langs een drukke weg; • Geen bronnen van harde geluiden in de omgeving; • Een afrastering van liefst 1,5 meter hoogte, voorzien van meerdere ingangen; • Zowel zonnige plekken als schaduw in het gebied; • De ondergrond mag niet te hard zijn, liefst gras of andere natuurlijke materialen; • Geen giftige of gevaarlijke planten. Denk hierbij aan Reuzenberenklauw of hoog gras met aren; • De maximum loopafstand naar het terrein is 1.000 meter vanaf de woning. Binnen de bebouwde omgeving kunnen we aan de meeste aanbevelingen voldoen. Een uitzondering is de aanbeveling van een oppervlakte groter dan 5.000 m2. In de bestaande openbare ruimte zijn die niet te vinden. Daarom gaan we uit van een minimum oppervlakte van 1.500 m2.
We hebben momenteel twee bestaande losloopgebieden welke voldoen kunnen voldoen aan bovenstaande criteria. Deze terreinen hebben een raster van circa 1,2 meter hoogte. Tot de eerste vervanging zullen we dat raster handhaven, daarna plaatsen we een raster van 1,5 meter hoogte. Om afknelling of verwonding te voorkomen plaatsen we een hekwerk met staafmatten. De looppoorten dienen zelfsluitend te zijn, liefst door middel van zwaartekracht. Het terrein dient toegankelijk te zijn voor minder validen en voor onderhoudsmachines.
12
Overige voorzieningen Uitgiftelocaties poepzakjes We stellen gratis hondenpoep zakjes beschikbaar voor hondenbezitters. Dit doen we op de gebruikelijke locaties waar men nu al zakken voor het plastic afval kan ophalen. Bebording We plaatsen in de openbare ruimte geen verbodsborden. In de APV zijn hiervoor regels opgenomen die iedereen moet kennen. Bovendien is het openbaar gebied zo groot dat dit een enorme kostenpost zou zijn, voor het plaatsen en voor het beheer en onderhoud.
6.2 Beheer In dit hoofdstuk beschrijven we welke beheermaatregelen genomen worden om aan de gewenste kwaliteit te voldoen.
Uitgangspunten We beheren de openbare ruimte planmatig en gebruiken hiervoor de Plan Do Check Act (PDCA) systematiek en de risico benadering. De hondenvoorzieningen moeten schoon en veilig zijn. Om dit te realiseren voeren we cyclische en incidentele beheersmaatregelen uit:
Cyclisch beheer losloopgebieden Het cyclisch beheer bestaat uit het opruimen van hondenpoep en het maaien van het gras in de losloopgebieden. Buiten deze gebieden ruimen we geen hondenpoep op. In een gebied met kort gras handhaven we dit beeld op basis van de gewenste beeldkwaliteit in de omgeving. We hanteren hiervoor de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte (KOR) 2023 van de C.R.O.W. In een gebied met een langere kruidachtige vegetatie verhogen we de maaifrequentie om zo het opruimen van hondenpoep niet te hinderen. We streven dan naar 4 keer per jaar maaien en ruimen van de vegetatie. De honden poep wordt in korte kruidachtige vegetatie gedurende het hele jaar regelmatig opgeruimd om te voldoen aan de eisen van kwaliteitsniveau B. Beeldmeetlat:
13
Incidentele beheer Dit bestaat uit het oplossen van meldingen en reparaties naar aanleiding van inspecties.
Monitoring en inspectie We monitoren de staat van de losloopgebieden volgens de beeldsystematiek van de CROW. We streven hierbij naar een beeldkwaliteit niveau B. We inspecteren afrasteringen, poorten en bebording jaarlijks. Hierbij worden gebreken vastgelegd en de algemene staat beoordeeld in relatie tot vervanging.
Vervanging Afrasteringen, poorten en bebording worden vervangen aan de hand van de resultaten van cyclische monitoring en inspectie. De benodigde financiële middelen worden aangevraagd via de P&C cyclus.
6.3 Handhaving Handhaving op overlast van hondenpoep is lastig blijkt uit overleggen met de BOA's. Ook met het oog op de capaciteit zijn we gaan zoeken naar een alternatief. Eén a tweemaal per jaar zal de ‘week van het honden voorzieningenbeleid’ uitgerold worden. Tijdens deze weken worden de hondenvoorzieningen en de wat mag wel en wat mag niet m.b.t. het uitlaten van de hond onder de aandacht gebracht. De BOA's zullen tijdens deze weken ook de focus leggen (waar mogelijk) op de ‘handhaving’ m.b.t de honden gerelateerde punten uit de APV. De focus ligt dan op het actief aanspreken van hondeneigenaren, het uitdelen van hondenpoepzakjes etc.
6.4 Participatie In eerste instantie gaat het eerst om informeren over de keuze voor het soort type hondenvoorziening en de eisen die we eraan stellen. De inwoners, zowel hondenbezitters als niet hondenbezitters, hebben vervolgens de mogelijkheid om in een werkgroep mee te denken over de locaties van de losloopgebieden en zeker niet onbelangrijk over de op te stellen gedragsregels bij een losloopgebied. Deze regels worden vervolgens op een bord bij ieder losloopgebied geplaatst, en/of op een andere manier bekend gemaakt in het betreffende gebied. Uit onderzoek blijkt dat je betrokken voelen bij regelgeving een significante en positieve invloed heeft op gezamenlijke actie en gemeenschapszin, waar het hondenlosloopgebieden betreft (Matisoff & Noonan, 2012).
14
6.5 Communicatie Doel Zoals gezegd; honden zijn onderdeel van onze samenleving. Het nieuwe hondenvoorzieningenbeleid treft in principe alle mensen; zowel de hondenbezitters als de niethondenbezitters. Voor beiden is het belangrijk te weten hoe het hondenvoorzieningenbeleid in Meierijstad eruitziet: wat is waar toegestaan en wat niet; wat verwachten we van hondenbezitters, wat kunnen inwoners van de gemeente verwachten en waar kunnen inwoners elkaar op aanspreken.
Algemene communicatie Heldere informatie daarover kan bijdragen aan wederzijds begrip en dat is een belangrijke basis waardoor mensen meer rekening met elkaar houden. De toon van de communicatie stemmen we daarop af; we willen verwijdering tussen groepen (hondenbezitters en niet hondenbezitters) voorkomen. Tegelijk willen we nadrukkelijk het gewenste gedrag van de hondenbezitter stimuleren. Deze doelgroep geven we extra aandacht door hen direct aan te spreken. Omdat overlast een terugkerend probleem blijkt, is periodieke herhaling van deze algemene communicatie belangrijk. Dit vertalen we in een campagne met een jaarplanning.
Maatwerk Gerichte communicatie zetten we in als er in een bepaald gebied sprake is van hardnekkig en opvallend veel overlast, blijkens de meldingen. Dit is altijd maatwerk; wat betreft de inhoud en vorm, de kanalen die we inzetten en met wie we dat doen.
Participatietraject Voor het hiervoor beschreven participatietraject om tot locatiekeuze en -afspraken te komen, stellen we een apart communicatieplan op.
15
6. Aanleg van nieuwe voorzieningen Dit vraagt incidenteel capaciteit in de eerste fase van de implementatie. Het tijdspad is afhankelijk van het beschikbare budget. Dit wordt projectmatig opgezet waarbij participatie een belangrijk onderdeel is. We weten op dit moment nog niet hoeveel losloopgebieden we in de praktijk kunnen realiseren. Binnen of nabij de bebouwde omgeving hebben we 20 zoeklocaties op het oog die potentieel geschikt zijn voor de aanleg van een losloopgebied. We hebben een loopafstand van 1.000 meter gebruikt als richtlijn voor de maximale afstand voor hondenbezitters binnen de bebouwde omgeving. Over de zoeklocaties is nog niet gecommuniceerd met bewoners dus betreft het een streefgetal. In de kern van Boerdonk, Boskant, Keldonk, Mariaheide, Nijnsel zijn geen geschikte locaties voorhanden. Deze kleine kernen liggen wel dicht bij het buitengebied waar geen aanlijnplicht geldt op en langs openbare wegen. Er is wel sprake van een toezicht plicht door de hondenbezitter. Afhankelijk van de realisatie van deze terreinen kan het noodzakelijk zijn om alternatieve locaties te zoeken, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. In toekomstige nieuwbouwlocaties wordt ruimte gereserveerd voor een nieuw losloopgebied indien de afstand tot bestaande terreinen te groot is. De nabijheid van een losloopgebied bevordert het gebruik en vermindert zo mogelijk de overlast elders.
16
7. Planning Na vaststelling van het beleid worden de huidige voorzieningen gefaseerd verwijderd met uitzondering van bestaande losloopgebieden. Zodra het investeringsbudget beschikbaar is gesteld starten we met de aanleg van de nieuwe losloopgebieden. De prioriteiten en volgorde is afhankelijk van het draagvlak en eventuele bezwaren uit de wijk. We verwachten dat de totale aanleg twee jaar zal duren. Na de aanleg van een nieuw losloopgebied worden oude resterende voorzieningen in de omgeving opgeruimd.
17
Bijlage wet- en regelgeving Gemeentewet De burgemeester is verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid in de gemeente. Denk hierbij aan: het voorkomen van overlast en ordeverstoringen bestrijden. Het verbieden van openbare bijeenkomsten als er geen garantie voor de veiligheid is. In de Gemeentewet zijn bepalingen opgenomen over deze bevoegdheden. In dat kader heeft de burgemeester bevoegdheden gekregen die vervolgens ook zijn vertaald naar de lokale regelgeving. Artikel 172 1 De burgemeester is belast met de handhaving van de openbare orde. 2 De burgemeester is bevoegd overtredingen van wettelijke voorschriften die betrekking hebben op de openbare orde, te beletten of te beëindigen. Hij bedient zich daarbij van de onder zijn gezag staande politie. 3 De burgemeester is bevoegd bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de bevelen te geven die noodzakelijk te achten zijn voor de handhaving van de openbare orde. 4 De commissaris van de Koning geeft, indien een ordeverstoring van meer dan plaatselijke betekenis dan wel ernstige vrees voor het ontstaan van zodanige ordeverstoring zulks noodzakelijk maakt, de burgemeesters in de provincie zoveel mogelijk na overleg met hen, de nodige aanwijzingen met betrekking tot het door hen ter handhaving van de openbare orde te voeren beleid.
De aanwijzingen worden zo enigszins mogelijk schriftelijk gegeven.
Algemene Plaatselijke Verordening (APV) De APV wordt grotendeels vervangen door de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL). Voor een deel is dat al gebeurd. Regels over honden zijn op dit moment van echter nog steeds onderdeel van de APV. In de APV van Meierijstad zijn de onderstaande bepalingen opgenomen over hondenoverlast: Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. Op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide, terrein voor de sportbeoefening of op een andere door het college aangewezen plaats; b. Binnen de bebouwde kom op de weg, als de hond niet is aangelijnd; c. Buiten de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond zich onder het directe toezicht van de eigenaar of houder bevindt; d. Buiten de bebouwde kom in bossen en overige natuurterreinen, de daarin gelegen wegen inbegrepen, of op een door het college aangewezen plaats, als de hond niet is aangelijnd,
18
e. Op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 3. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met d, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. Artikel 2.58a Draagplicht ruimmiddel 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden zich met die hond te bevinden op een openbare plaats zonder een middel dat dient tot het opruimen van hondenuitwerpselen. 2. De eigenaar of houder die zich met de hond op een openbare plaats bevindt, is verplicht het ruimmiddel op eerste vordering van de met toezicht op de naleving van dit artikel belaste ambtenaren te tonen.
Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. 2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. 3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. Vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b. Door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en c. Zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. 4.
Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder e, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is. Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein
19
1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen, als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk. 2. Het verbod geldt niet als: a. Op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht; b. Het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en c. Het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen. Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. Aanwezig te hebben; b. Aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. Aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; of d. Te voeren. 2.
Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats, ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste lid.
20