Bijlage 1.9 Geohydrologisch onderzoek
Tekst van het document
Ontwerp bestemmingsplan; Waterhuiskundig plan en Geohydrologisch onderzoek Pastoor Smitsstraat 36 te Olland
November 2023
Bestemmingsplan:
Verbruggen Juridisch Advies Mr. A.W.R.A. Verbruggen Adriaen van Ostadehof 22 5753 CP Deurne a.verbruggen@verbruggenadvies.nl
Architect:
.EU Architecture and Urbanism Ir. B.W.H. Munsters Blasiusstraat 8 5754 AV Deurne
Opdrachtgever: Versie:
NL.IMRO.1948.BGXXXXXXXXX-ON01
Kenmerk:
BP.PastoorSmitsstraat-Roest.2022.06
Datum:
12 December 2023
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
4
Hoofdstuk 2 Waterhuishoudkundig systeem 2.1 Inleiding 2.2 Watersystemen Grondwater Oppervalktewater Afvalwater Hemelwater en in ltra e
11 11 12 12 14 15 16
Hoofdstuk 3 Afweging en planrealisa e
19
Hoofdstuk 4 Overige aandachtspunten en randvoorwaarden
24
Bijlagen: 1. 2.
Onderzoek doorlaa actor aan de pastoor smitsstraat 36 te olland tekening planvoornemen
ti
ti
fi
tf
3
Hoofdstuk 1
Inleiding
De planloca e is gelegen ten oosten van Roest en ten noorden van de Pastoor Smitsstraat in het zuiden van de kern Olland. Het plangebied wordt ontsloten op de Pastoor Smitsstraat, een straat die van oost naar west dwars door de kern Olland loopt. De Pastoor Smitsstraat verbindt aan de zuidzijde Olland met Sint Oedenrode. Roest loopt van de Pastoor Smitsstraat naar Horst en vormt voor een groot deel de grens van de kern Olland met het buitengebied. Aan de oost- en noordzijde grenst het plangebied aan agrarische percelen. Aan de west- en zuidzijde grenst het plangebied aan Roest en Pastoor Smitsstraat met aan de overzijde van de straat woningen. Ook aan de Pastoor Smitsstraat grenst het plangebied aan de oostzijde aan woningen. Tussen de percelen aan de Roest en de weg is een watergang gesitueerd. In de huidige situa e is in het plangebied één vrijstaande woning met bijbehorende bouwwerken aanwezig. Naast de gebouwen is er in het plangebied slechts beperkt verharding aanwezig, de percelen zijn voornamelijk als tuin ingericht. Daarnaast is een groot deel van het plangebied (gelegen in het bestemmingsplan Buitengebied) in gebruik als landbouwgrond. In dit deel van het plangebied is geen bebouwing of verharding aanwezig.
ti
ti
4
In opdracht van de ini a efnemer is een in ltra e/ onderzoek uitgevoerd en een waterparagraaf opgesteld voor de realisa e van nieuwe woningen in Olland. Onderstaande luch oto gee de huidige situa e weer. Het gaat om de loca e: Adres loca e:
Pastoor smitsstraat, Olland
Gemeente:
Meierijstad
Waterschap:
De Dommel
Kadastrale registra e: 7076
Olland, sec e I, nummers 7069, 7071 en 7072, 7074 en
Oppervlakte:
circa 1,1 hectare
Peil maaiveld (bestaand) :
Gemiddeld 9,0 m +NAP
Peil maaiveld (nieuw) :
Gemiddeld 9,2 m +NAP
Peil (nieuwbouw):
Gemiddeld 9,25 m +NAP
Gem. Hoogste grondwaterstand (MOS GEO) 8,2 + NAP Gem Laagste grondwaterstand (MOS GEO ) 7,1 + NAP Bodem WADI 8,4 + NAP (diepte 0,8m1, waking 0,2m1, waterschijf 0,6m1) Drooglegging hoofdwegen > 1,0 m1, secundaire wegen en woonstraten > 0,7m1 Drooglegging tuinen > 0,5 m1 Drooglegging woningen (kruipruimte) > 0,7 m1 Drooglegging woningen (zonder kruipruimte) > 0,5 m1 Luch oto: Plangebied roodomrand. De blauwe lijn met bolletjes gee de grens van beide bestemmingsplannen weer.
Bron: ruimtelijkeplannen.nl
ti
ti
ti
ft
fi
ti
ti
ft
ti
ti
tf
ti
ti
tf
5
Aanleiding De aanleiding voor het in ltra e onderzoek en het opstellen van de waterparagraaf is de voorgenomen planontwikkeling op het perceel en de verplich ng om aan te geven hoe omgegaan wordt met de toekoms ge (afval)waterstromen. Wateroverlast dient te allen jde vermeden te worden. In het planvoornemen 32 nieuwe en 1 bestaande woning opgenomen van verschillende bouw- en prijsklassen. Doel Het doel van deze rapportage is een beschrijving te geven aan de huidige bodemkundige en (geo)hydrologische situa e (bureaustudie), de gehanteerde uitgangspunten en de randvoorwaarden, en de mogelijkheden om (afgekoppelde) neerslag in de toekoms ge situa e te verwerken om tot een duurzame herontwikkeling te komen. Om na te gaan of de doorlatendheid van de bodem ter plaatse geschikt is, worden veldme ngen verricht. Middels de verzamelde informa e worden de K-waardes bepaald en de resultaten beschreven met aanbevelingen voor de gewenste herontwikkeling om te komen tot een klimaatbestendige herontwikkeling. Onderzoek .EU architecture and Urbanism en MOS grondmechanica BV werken voor de opdrachtgever als ona ankelijk adviesbureau, en hee geen binding met de onderzoeksloca e. Sinds 1 november 2003 is het we elijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten.
In de toelich ng bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het rapport en de verrichten onderzoeken zijn op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden zoals onder andere opgenomen in de Leidraad riolering, module C2510. Totdat hiervoor vastgestelde protocollen en richtlijnen worden opgesteld, is daar waar mogelijk aangesloten aan algemene kwaliteitseisen en geldende normen zoals deze voor o.a. bodemonderzoek gelden. Voorts is een in ltra e/ doorlaa actor onderzoek een momentopname van enkele willekeurig verspreide meetloca es, waardoor een zo goed mogelijk beeld van de geohydrologische situa e wordt verkregen. Het is mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van de bodem voorkomen. Het gevolg kan zijn dat resultaten van het in ltra eonderzoek binnen het plangebied onderling (sterk) verschillen. Derhalve is de auteur niet verantwoordelijk voor eventuele (vervolg)schade door onvoldoende gedimensioneerde voorzieningen.
ti
ti
ti
ft
ti
tf
ti
ti
ti
tt
ti
ti
ti
ti
fi
ti
fi
fh
ti
ti
ti
fi
6
De adviezen in dit rapport voldoen aan vigerende wet- en regelgeving van lokaal tot en met Europees niveau. Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water (22 december 2004) vertaald via rijks-, provinciaal, waterschaps- naar gemeentelijk beleid om samen de waterproblema ek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in de verplich ng een watertoets uit (te) laten voeren. De voorschri en zijn verder geïmplementeerd in het beleid om door samenwerking met de verschillende bevoegdheden te komen tot een duurzaam watersysteem. Provinciaal is het Regionaal Water en Bodemprogramma (RWP) van de provincie Noord-Brabant op 22 december 2021 in werking getreden. Doel van dit nieuwe RWP is een klimaatadap ef Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransi e. In aanslui ng is een Omgevingsvisie vastgesteld waarbij vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet al een aantal urgente onderwerpen in de Interim Omgevingsverordening doorgevoerd zijn. De de ni eve verordening wordt gelijk jdig met de Omgevingswet van kracht.
Voor het grotere oppervlaktewater zijn er in Nederland diverse waterschappen ac ef die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. De waterbeheerders werken daarom integraal samen met gemeenten, die het beheer over de ruimtelijke ordening en openbare ruimte hebben, om deze doelstellingen te halen. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. De doelen van het waterschap staan beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving. Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en lee are ruimtelijke inrich ng van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrij de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke ac viteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin con nu keuzes worden gemaakt.
De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspec ef van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden.
ti
ti
ti
ti
fi
fb
ft
ti
ti
ft
ti
ti
ti
ti
ti
ti
7
Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de ‘watertransi e’; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Er worden drie principes gehanteerd die inhoudelijke sturing geven aan de watertransi e: •
Elke druppel vasthouden en in ltreren waar deze valt
•
Func es passen zich aan het bodem- en watersysteem aan
•
Wat schoon is moet schoon blijven
We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteris eke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle par jen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, s kstof, economie, landbouwtransi e, energietransi e, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn (integraal).
De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: •
van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de anken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied.
•
van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied.
•
van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.
In de 'Keur Waterschap De Dommel 2015' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen.
ti
ti
ti
fi
ti
ti
fl
ti
ti
ti
8
Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding, beekdalen en a en egebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of ac viteiten plant in en om waterlopen of dijken, hee met de Keur te maken en moet a ankelijk van de werkzaamheden een vergunning aanvragen. De uitzonderingen staan beschreven in de Algemene regels. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt bij het overleg tussen ini a efnemer en waterbeheerders. Realisa e van nieuw verhard oppervlak en het a oppelen van verhard oppervlak moet op grond van de keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en op maal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De aanvrager/ini a efnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisa e van de verharding voldoende robuust blij . De gemeente Meierijstad hee een Programma Water en Riolering voor de periode 2022-2026, waarin het beleid ten aanzien van vuil-, grond- en hemelwater is vastgelegd.
Dit is grotendeels overeenkoms g met het beleid van het waterschap. De gemeente Meierijstad hee aanvullend beleid vastgesteld in de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad voor een klimaatbestendig en aantrekkelijkere gemeente. Het doel van de regels in dit hoofdstuk is het tegengaan van de verdroging en het ontlasten van riolering en rioolwaterzuiveringsinstalla es. Daartoe worden regels gesteld om de opvang van regenwater op eigen terrein te bevorderen en het lozen van hemel- en grondwater op de openbare riolering te voorkomen. Binnen de waterketen en het watersysteem benut men de economische poten e om duurzaam om te gaan met energie/grondsto en en water te (her)gebruiken voor recrea e en toerisme. Bij (her)ontwikkelingen en reconstruc es dient zo goed mogelijk de boven- en ondergrondse ruimte benut te worden. Een planontwikkeling mag niet leiden tot verhoging of verlaging van de grondwaterstand en de afvoer naar het oppervlaktewater, ook niet bij extremere omstandigheden. Op par culier terrein is primair de eigenaar verantwoordelijk voor de verwerking van het afgekoppelde water, bij voorkeur door in ltra e in de bodem. Inrich ngen van waterhuishoudingen voor nieuw(her/ver)bouwplannen worden door het bevoegd gezag getoetst en gekeurd. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergen-afvoeren”.
Vasthouden kan door hergebruik of door het in ltreren van water in de bodem.
ti
ti
ti
ti
fk
ti
fh
ti
ti
tt
ti
ti
ff
ti
ti
ft
fi
ft
ft
ti
ft
ti
ti
ti
ti
ti
fi
9
In geval niet of onvoldoende kan worden geïn ltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water jdelijk bergt. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwich ge wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Door middel van deze rapportage wordt het planvoornemen hydrologisch beschreven, waarna toetsing plaatsvindt door het bevoegd gezag. Leeswijzer In hoofdstuk 2 is aandacht besteed aan de huidige bodemkundige- en (geo)hydrologische situa e, de gehanteerde uitgangspunten en randvoorwaarden, en de (on)mogelijkheden om neerslag in de toekoms ge situa e te bergen en te in ltreren. In hoofdstuk 3 is een samenva ng voor de onderzoeksloca e opgenomen met in hoofdstuk 4 nog enkele algemene aandachtspunten.
ti
ti
ti
ti
fi
tti
ti
ti
fi
10
Hoofdstuk 2
Waterhuishoudkundig systeem
2.1 Inleiding Het plangebied ligt in het zuidoosten van Olland. Ten noorden grenst het plangebied aan de Roest. Aan de westzijde ligt de Koningsvaren en ten oosten de Zwembadweg. Deze wegen komen in de noordpunt van het plangebied bij elkaar. A eelding 1 gee het plangebied weer op de luch oto en in bijlage 1 is het topogra sch overzicht opgenomen. Voor de nieuwbouw van woningen is voldoende drooglegging benodigd om wateroverlast in de toekomst te vermijden. Hierbij is o.a. de bestaande hoogteligging van belang. Binnen het plangebied zijn lokaal nagenoeg geen hoogteverschillen aanwezig. Gemiddeld ligt het bestaande maaiveld op circa 9,0 m +NAP. Het hoogste punt is circa 9,1 m +NAP. Het laagste gedeelte ligt in het zuidelijk terreindeel waar het maaiveld a oopt naar circa 8,95 m +NAP. Gemiddeld ligt het bestaande terrein op 9,00 + NAP. De hier aanwezige woning (Peil, pastoor smisstraat) ligt op ca. 9,25 m + NAP. De pastoor smitsstraat en roest liggen op ca 9,20 + NAP. Onderstaande a eelding gee de genoemde hoogteverschillen weer. A eelding : Hoogtekaart plangebied en omgeving met aanduiding ligging (bron: AHN Nederland)
Bron: ruimtelijkeplannen.nl
ft
ft
fb
fb
fi
tf
fl
fb
11
2.2 Watersystemen De (water)systemen zoals die in het plangebied en omgeving voorkomen, worden onderverdeeld in grond-, oppervlakte-, afval- en hemelwater. Hieronder zijn deze aspecten kort beschreven. Grondwater Grondwater kan voor grote problemen zorgen als er niet genoeg ontwatering aanwezig is. Hierbij is de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) van belang tegenover de maaiveldhoogte van het terrein. Het geldende beleid is gericht op een duurzaam func onerend grondwatersysteem waarbij maatregelingen en doelstelling van toepassing zijn om nieuwe hinder te voorkomen. Bij de (her)inrich ng van het gebied en het (opnieuw) bouwrijp maken, moet de natuurlijke afwatering via de bodem of het oppervlaktewater zodanig zijn dat geen aanvullende randvoorzieningen voor grondwater nodig zijn en zodanig dat er geen problemen gaan ontstaan, ook niet voor de omgeving. Binnen het plangebied zijn grondwatermeetgegevens opgehaald door de plaatsing van peilbuizen door Mos grondmechanica, op 17 juli 2023. Rond NAP +8,0 m is oer in de grond aangetro en. Dit is een indica e dat de hoge grondwaterstand circa NAP +8,0 m bedraagt. In de omgeving zijn enkele droge greppels aanwezig met een bodem variërend tussen NAP +8,0 m en NAP +8,7 m. Volgens lokale informa e staat bij neerslag in de greppel nabij B4 soms water (bodem greppel op NAP +8,2 m).
De waterstand in de Ollandse waterloop is op twee punten gewaterpast op NAP +8,0 m. Op het moment van meten staat de waterstand dus hoger dan de grondwaterstand en in ltreert de Ollandse waterloop. Gezien de datum van peiling van de peilbuizen en de neerslag dit jaar kan de gepeilde grondwaterstand van circa NAP +7,3 m als lage grondwaterstand worden beschouwd. Via DinoLoket zijn gegevens van peilbuizen in de omgeving opgevraagd. In guur 3-1 zijn de loca es van de meest nabij gelegen peilbuizen weergegeven. Links en rechts van het symbool staan de afgeleide gemiddeld hoogste grondwaterstand/s jghoogte en de gemiddeld laagste grondwaterstand/ s jghoogte in m NAP. De meest nabij gelegen peilbuis betre een peilbuis met een diep lter (NAP -23 à -33 m) en is daarmee minder representa ef. Uit de peilbuizen (bijlage 1; Onderzoek doorlaa actor door MOS grondmechanica) volgt een seizoens uctua e van circa 1,0 m. Verder wordt voor het frea sche pakket globaal een GHG van circa NAP +8,2 m en een GLG van circa NAP +7,1 m afgeleid, dit komt aardig overeen met de me ngen op de loca e.
fi
ti
ti
ti
fi
ti
ti
tf
ti
ti
ft
ti
ti
ti
fi
ff
fl
ti
ti
12
Het niveau van het maaiveld ter plaatse van de onderzoeksloca es bedraagt circa NAP +8,9 à +9,0 m. Tot einddiepte van de boringen (3 m onder maaiveld) wordt voornamelijk ma g jn zand aangetro en. Bij twee boringen wordt op 1,5 à 1,7 m diepte een dun leemlaagje aangetro en. Vanaf maaiveld tot circa 1 m onder maaiveld betre het zwak sil g zand, daarna sterk sil g zand. De proeven zijn uitgevoerd in de zwak sil ge zandlaag. De doorlaa actor volgens de proeven is laag, in het algemeen tussen 0,1 en 0,6 m/d, alleen bij boring B4 worden wat hogere waarden gevonden. Mede gezien de aangetro en grondslag wordt uitgegaan van een gemiddelde doorlaa actor van 0,3 m/d. Vanaf 1 m onder maaiveld (tot einddiepte boring) wordt een lichtelijk lagere doorlaa actor verwacht. De boorloca es zijn opgenomen en de boorpro elen zijn opgenomen in bijlage 1. Het plangebied ligt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Zover bekend is ter plaatse geen (grond)waterverontreiniging aanwezig. Gezien de verplich ng tot waterreten e op eigen terrein en de verwachte ma ge tot goede doorlatendheid is het uitvoeren van enkele in ltra eme ngen in het veld geadviseerd om de daadwerkelijke in ltra emogelijkheid te bepalen. De uitgevoerde in ltra e/ doorlaa actor me ngen zijn beschreven in bijlage 1. Het plangebied zal derhalve licht opgehoogd worden.
Voor de nieuwbouwwoningen wordt ruimschoots voldaan aan de ontwateringsdieptes t.o.v. het bouwpeil (bij voorkeur geen kruipruimte). Voor de woningen is een bouwpeil van ca. 15 cm boven de weg geadviseerd (=9,25 m +NAP) waardoor dan ook geen grondwateroverlast te verwachten is. Voor zover bekend bevindt zich op en in de directe omgeving van het plangebied geen (geval van een) erns ge grondwaterverontreiniging. Wanneer een bronnering nodig is voor de bouwwerkzaamheden of bij andere ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing of werkzaamheden in de buurt van een watergang, moeten in het kader van de Waterwet vergunningen/meldingen aangevraagd worden volgens de daarvoor geldende procedure (omgevingsloket).
fi
ti
ti
ti
tf
ft
ti
ti
ti
fi
fi
ti
ti
ti
fi
ti
tf
ff
ti
ti
ti
tf
ff
ti
ff
tf
ti
fi
13
Oppervlaktewater Tussen het plangebied en de Roest (noordelijk) is een A-watergang aanwezig (Ollandse Waterloop DO78_HO11a). Deze watergang valt buiten het plangebied. De waterstand in de Ollandse waterloop is op twee punten gewaterpast op NAP +8,0 m. Op het moment van meten staat de waterstand dus hoger dan de grondwaterstand en in ltreert de Ollandse waterloop. De A-watergang hee een beschermingszone van 1 meter en een natuurlijke oever van 5 meter aan de plangebiedzijde, en een beschermingszone van 5 meter aan de wegzijde van de Roest. Binnen een beschermingszone is het niet toegestaan om obstakels te plaatsen, zodat onderhoud ongehinderd kan plaatsvinden. De Awatergang en bijbehorende beschermingszones vallen buiten de het plan gebied en zijn daarom niet op de verbeelding opgenomen.
A eelding: Uitsneden uit legger waterschap de Dommel 2023 (november)
Het is niet toegestaan om werkzaamheden binnen of nabij het oppervlaktewater uit te voeren zonder expliciete toestemming van het waterschap. Het (direct) lozen van hemelwater is alleen toegestaan met de toestemming van het waterschap, waarbij de waterkwaliteit niet mag verslechteren.
ft
fb
fi
14
Vanwege wisselende peilen kan de oever van de Ollandse Waterloop onderlopen. Uit de sta sche modellering van waterschap De Dommel blijkt dat een klein gebied buiten het plangebied (zuidwesten) langs de Ollandse Waterloop eens in de 100 jaar overstroomt. Het plangebied wordt opgehoogd waardoor geen inunda e in het gebouw vanuit de watergang te verwachten is.
A eelding: Uitsnede sta sche regenbui met aanduiding plangebied, waterschap De Dommel
Binnen de voornemens zijde ontwikkeling voor de realisa e van 32 nieuwe woningen worden diverse wadi’s op genomen dienend aan de structuur van de huidige op het plan gebied aanwezige kavelsloten. De kavelsloten aan de noordzijde van de bestaande woningen aan de Pastoor smitsstraat (vanaf 34) en de kavelsloten aan de onverharde weg (locht) blijven behouden. Afvalwater
De bestaande bebouwing in de omgeving is aangesloten op een gescheiden vrijvervalrioolstelsel aan de Pastoor Smits straat . De huidige planloca e is grotendeels onbebouwd (grasland). Het hemelwater in ltreert in de bodem en/ of wordt afgevoerd/ overstort naar de aanwezige watergang (B). De omliggende bebouwing is aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. Direct bij de brug Pastoor Smitsstraat komt een bestaande gemengde overstort uit in de Ollandse Waterloop a oms g van het rioolgemaal Olland. Dit rioolgemaal transporteert het afvalwater van Olland rich ng de RWZI van Sint Oedenrode. De ligging van het rioolgemaal en de bijbehorende gemengde overstort kan voor geurhinder zorgen. In de algemene regel wordt een geurhindercirkel van 30 meter aangehouden voor rioolgemalen. Er kan hier onderbouwd van worden afgeweken. In
ti
ti
ti
fi
ti
ti
fk
ti
ti
fb
15
de directe omgeving zijn momenteel ook reeds bestaande woningen aanwezig. De nieuwe woningen binnen het plangebied, vallen buiten de deurcirkel van 30 meter, en zijn gesitueerd op ca 50 meter. Binnen het plan gebied wordt een gescheiden stelsel aangelegd. De verwachte hoeveelheid afvalwater voor 32 nieuwe woningen kan op het bestaande riool aan de pastoor smitsstraat worden aangesloten. Gezien de bestaande woningbouw aan de overzijde zonder gekende klachten is bij het plangebied geen concrete overlast te verwachten. Daarmee wordt de A-watergang (Ollandse waterloop) aan de noordzijde van het plan gebied niet doorkruist. Voor de aanslui ng van het afvalwater naar het gemeentelijk stelsel is ten jde een vergunning/ overleg met de gemeente Meierijstad noodzakelijk.
Hemelwater en in ltra e onderzoek Het plangebied ligt in een in ltra egebied. Ter plaatse is een in ltra e onderzoek (MOS grondmechanica, bijlage) uitgevoerd om de doorlatendheid van de bodem vast te stellen. Bij voldoende in ltra esnelheid is het geadviseerd om het plangebied af te koppelen. Het a oppelen en in ltreren van neerslag levert een posi eve hydrologische bijdrage, mits de juiste milieuhygiënische maatregelen worden getro en. Bij nieuwe ontwikkelingen dient hemelwater, a oms g van ‘schoon’ afvoerend oppervlak, waar mogelijk, ter plaatse geïn ltreerd te worden. Bij nieuwbouw dient het schone hemelwater 100% gescheiden te blijven en in de mate van het mogelijke ter plaatse verwerkt te worden. Tevens mogen waterproblemen niet worden afgewenteld op de omgeving maar dienen deze zoveel mogelijk op of nabij de nieuwbouwloca e te worden opgevangen. Het in ltreren van hemelwater hee bij ontwikkelingen al jd de voorkeur. Door prak jkervaringen is vastgesteld dat een in ltra esnelheid van ca. 0,4 meter per dag vereist is voor het succesvol toepassen van een in ltra evoorziening. Bij een lagere doorlatendheid kunnen reducerende omstandigheden optreden in de onverzadigde zone, die een onguns ge invloed hebben op het verwerkingsvermogen van een voorziening. Om de doorlatendheid ter plaatse vast te stellen, zijn veldme ngen uitgevoerd.
De doorlatendheid van een bodem is a ankelijk van vele factoren, onder meer poriëngroo e, de con nuïteit van de poriën, de poriënvorm en -hoeveelheid en de diepte tot de grondwaterstand. De poriëngroo e en de verdeling ervan hangen in de eerste plaats van de bodemsoort en de bodemstructuur af. Bovendien is de doorlatendheid a ankelijk van de verzadigingsgraad, en kan ze beïnvloed worden door micro-organismen.
ti
ti
ti
fi
ti
ti
fk
ti
fi
ti
fi
ti
tt
fi
ti
fh
ft
ti
fi
ti
fi
fi
ti
ti
ti
ti
fi
fh
fk
tt
fi
ff
ti
16
Hieruit kan worden afgeleid dat de in ltra esnelheid van de ondergrond geen constante waarde hee , maar van plaats tot plaats varieert, waarbij zelfs op vrij kleine schaal belangrijke verschillen kunnen optreden. In de hydrogeologische literatuur worden diverse waarden gegeven voor de in ltra esnelheid van diverse afze ngen en sedimenten. Als eenheid is gekozen voor m/d, hoewel in de literatuur ook mm/h (landbouw) en m/ s (hydrogeologie) worden gehanteerd. De eenheid m/d sluit aan bij wat in Nederland gebruikelijk is en leidt bovendien tot overzichtelijke getallen. Opgemerkt wordt dat men in de hydrogeologie vooral is geïnteresseerd in de horizontale doorlatendheid, terwijl voor de in ltra esnelheid meestal juist de ver cale doorlatendheid van belang is. In het algemeen is de horizontale doorlatendheid een factor 5 – 25 groter dan de ver cale. Door de verzamelde gegevens uit de bureaustudie te combineren met een serie meetgegevens kan een uitspraak worden gedaan over de k-waarde van de bodem op de onderzoeksloca e. Binnen het onderzoeksgebied zijn op 17 juli 2023 veldme ngen uitgevoerd in de onverzadigde en verzadigde zone. De gebruikte meetmethoden worden reeds decennia lang toegepast en zijn uitvoerig gedocumenteerd. Binnen het onderzoeksgebied is de doorlatendheid in de verzadigde zone bepaald door middel in-situ doorlatendheidsproeven op het boorgat uit te voeren.
De doorlatendheidsproef is uitgevoerd met behulp van de 'K-Sat' van Eijkelkamp. In het boorgat is een waterkolom met een bepaalde hoogte gerealiseerd. De hoeveelheid water die benodigd is om de waterkolom op constant niveau te houden (constant head), wordt per jdseenheid geregistreerd. De me ng wordt doorgezet tot de wateraanvoer constant is. Op deze manier is de verzadigde doorlaa actor van de onverzadigde zone bepaald. Nadat het boorgat ini eel is bevoch gd zijn de proeven minimaal in duplo uitgevoerd. De proef is uitgewerkt aan de hand van de methode van Glover Hieruit wordt berekend hoe groot de in ltra esnelheid van het water in de bodem is. Deze is a ankelijk van de inwendige doorsnede van de buis, de drukhoogte (=de lengte van de waterkolom in de buis), het bodemtype en de snelheid waarmee het peil daalt. Met deze meetmethode wordt voornamelijk de ver cale in ltra esnelheid gemeten.
ti
fi
tf
ti
ti
ti
ti
fi
ti
ti
ti
ti
ti
fi
fi
ft
ti
ti
ti
fi
fh
tti
ti
17
Op basis van de uitkomsten van de me ngen en de afme ngen van de wadi's wordt een gemiddelde in ltra ecapaciteit afgeleid. Dit betekent dat verwacht kan worden dat, na volledige vulling, de wadi's na circa 1 etmaal (24 uur) weer leeg is. Wanneer noodzakelijk zou het hemelwater in extreme na e (winter)periodes via het oppervlaktewater afstromen omdat dit niet afdoende snel kan in ltreren in de bodem. De vier vrijstaande woningen en de twee-kappers in ltreren het hemelwater op eigen perceel , met 60mm per m2 verhard oppervlakte. De overige woningen, rijbanen, tro oirs, parkeervoorzieningen, en bergingen in ltreren (totaal 315,28m3) middels de wadi’s (rioolbuizen 600mm) binnen het plangebied (in ltra e/ bergingsvermogen 374,58m3, met 0,2m1 waking). De bergingsberekening op opgenomen in bijlage 2.
fi
ti
fi
ti
fi
fi
tt
ti
ti
fi
tt
18
Hoofdstuk 3
Afwegingen en planrealisa e
Nabij Pastoor Smisstraat 36 is het planvoornemen om 32 nieuwe woningen te realiseren. Voor de woningen is het belangrijk dat er voldoende ontwatering aanwezig is om toekoms ge grondwateroverlast in het plangebied te voorkomen. De aangrenzende woonpercelen zijn gebouwd op circa 9,2 m +NAP. Binnen het plangebied is de gemiddelde maaiveldhoogte momenteel van 9,00 m +NAP. De GHG ligt op basis van de gekende waterdata/ onderzoek naar verwach ng op ca. 8,2 m +NAP. Uitgangspunt is hydrologisch neutraal bouwen, waarbij de huidige grondwaterstanden en het oppervlaktewatersysteem in het gebied worden gehandhaafd. Op basis van de bekende gegevens wordt geadviseerd om delen van het plangebied op te hogen, waarmee wordt aangesloten bij de omliggende bebouwing. Op basis van de verwachte GHG op 8,2 m +NAP is voor de wegen derhalve een peil van minimaal 9,2 m +NAP geadviseerd (gelijkaardig aan bestaande woonkavels). Door de woningen minimaal 5 tot 15 cen meter boven kruin van de nabijgelegen weg te bouwen wordt voldaan aan de geadviseerde ontwateringsdiepte en wordt tevens de kans op instroom bij hevige neerslag verder ingeperkt. Binnen of vlakbij het onderzoeksgebied zijn geen grondwateron rekkingen bekend. De onderzoeksloca e ligt niet in een (grond)waterbeschermingsgebied.
Door het uitvoeren van het planvoornemen wordt geen direct nadelig e ect op het oppervlaktewater verwacht, mits er wordt voldaan de milieu hygiënische randvoorwaarden. Bij de nieuwbouw zal een gescheiden rioolstelsel worden aangelegd. Door de bouw van de woningen zal de vuilwaterstroom toenemen tot circa 1,1 m3/u (0,31 l/s). Aan de pastoor smitsstraat ten zuidwesten van het plangebied is reeds een gescheiden rioolstelsel aangelegd waarin de toename aan vuilwater verwerkt kan worden. Voor de aanslui ng van de woningen op het gemeentelijke rioolstelsel dient te zijner jd een aanvraag te worden ingediend bij de gemeente Meierijstad. Zuidwestelijk op circa 50 meter van de nieuw te bouwen woningen ligt een gemeentelijk rioolgemaal. Deze kunnen een risico vormen voor de toekoms ge leefomgeving. Vanuit het waterschap wordt geadviseerd om zeer terughoudend te zijn met het toestaan van nieuwe geurgevoelige objecten in de directe omgeving in verband met geurhinder (en in mindere mate ook voor geluid en trillingen). De geuremissie op een rioolgemaal en riooloverstort is per object verschillend en wordt bepaald door de aanvoersitua e. Gezien de gerealiseerde a oppeling van de wijken in de omgeving (lagere overstor requen e), de bestaande bebouwing direct aan de overzijde zonder gekende klachten en de geplande afstand tussen deze objecten en
ti
ti
ti
ti
tt
ff
fk
ti
ti
tf
ti
ti
ti
ti
19
de woningen (groter dan VNG-richtlijn) vormt dit aspect geen directe belemmering. Door het planvoornemen zal het verhard oppervlak binnen het plangebied toenemen. Verhard oppervlak zorgt voor een versnelde afvoer van hemelwater welke conform het actuele beleid van het waterschap en de gemeente gecompenseerd dient te worden (klimaatadap ef ontwikkelen). Het huidige verhard oppervlak is vastgesteld door middel van een recente luch oto. De toekoms ge verharding is vastgesteld op basis van de projec ekening (bijlage) en onderstaande uitgangspunten. Voor het verhard oppervlak in het openbaar gebied is uitgegaan van: • Half open parkeerplaatsen • Geen bergend vermogen aan toerekenen • Oppervlakte half open parkeerplaatsen voor 60% verhard (40% holle ruimtes) • In afwijking van eerder uitgangspunt wordt de verharding op de kleinere woonpercelen van het uitgee aar gebied in het openbaar gebied gecompenseerd. Voor het verhard oppervlak van deze kleinere woonpercelen is gerekend met de te bouwen woningen en bergingen, per perceel per type (hoek en tussen woningen 90%, en appartementen 100% van het uitgee aar oppervlakte) 8 percelen zijn ca 250m2 of groter (vrijstaande woningen en twee-kappers) en deze percelen dienen hun eigen hemelwater te verwerken.
Deze percelen zijn derhalve niet opgenomen in de berekeningen waarin het toekoms g verhard oppervlak voor het overige uitgee aar terrein en openbaar gebied bepaald is, zie bijlage 2. Uit de berekening is af te leiden dat het totaal verhard oppervlak circa (12.638+2.616,70m2) 5.254,70 m2 bedraagt (exclusief de vrije, grotere woonkavels). In het totaal verhard oppervlak zijn de half open parkeerplaatsen geheel opgenomen. Deze kunnen gezien hun waterdoorlatende fundering als 60% verhard meegerekend Ter compensa e dient conform de regels van de Keur een hemelwatervoorziening aangelegd te worden voor een bui van 60 mm of circa 315,28m3. Uit het in ltra eonderzoek kan worden geconcludeerd dat een in ltra evoorziening onder voorwaarde toepasbaar is binnen het plangebied. Voorts dient rekening gehouden te worden met een verwachte GHG op 8,2 m +NAP.
ti
fi
ti
ti
tf
fb
tt
ti
fb
fb
ti
ti
fi
20
Ter plaatse wordt hemelwater bij de nieuwbouw gescheiden gehouden. Naast het zoveel mogelijk beperken van nieuwe, gesloten verharding en eventueel hergebruik inpandig of voor de tuin en/of sedumdaken zijn hieronder enkele mogelijke HWAvoorzieningen opgesomd voor de lokale hemelwaterverwerking: •
Groene bergingen met wateropvang in bestaande en nieuw aan te leggen groensingels (met elkaar verbonden wadi’s)
•
Op eigen kavel bovengrondse verwerking of ondiepe ondergrondse hemelwaterverwerking rekening houdend met de verwachte GHG op 8,2 m +NAP
Bij de nieuwbouw wordt vanuit de gemeente gewenst dat de afvoer van het “dakwater” bovengronds plaatsvindt. Regenpijpen worden boven de grond afgezaagd om het water via maaiveld (verhardingen, tuin etc) in het hemelwatersysteem af te laten vloeien. Er worden geen ondergrondse huisaanslui ngen gemaakt. Voor de hemelwaterverwerking is uitgegaan van verwerking in groene verlaagde Wadi’s (bodem 8,4 +NAP). Hemelwater kan in de wadi’s lokaal in ltreren. De wadi’s zijn voldoende robuust, en voorzien in de noodzakelijke capaciteit en in ltra e, nie emin is er een mogelijkheid deze (ondergronds) te verbinden zodat eventuele piekhoeveelheden naar de noordelijke B-watergang kunnen overlopen. De vrijstaande woningen op de grotere percelen dienen hun eigen hemelwater te verwerken. Algemeen komt dit bij 60 mm waterberging neer op een in ltra evoorziening van ca. 10 m3. Als 60 mm op eigen terrein geborgen wordt, mag de noodoverloop bovengronds op het openbaar gebied plaatsvinden zodat bij boven norma eve neerslag ter plaatse geen overlast ontstaat. Het omliggend terrein dient zo aangelegd te worden dat excessief water oppervlakkig kan afstromen naar het openbaar gebied (in oostelijke rich ng naar reten evoorziening). Aan de noord-oostelijke randen van het plangebied zijn verlagingen gesitueerd die waarschijnlijk al erg lang een rol spelen in de ontwatering van het gebied.
Op deze loca e zijn ook de HNO-voorzieningen in de vorm van Wadi’s gepland. In de nieuwe situa e wordt rekening wordt gehouden met de bestaande func e van deze gronden door een ontwerp van een pro el dat voorziet in het bergen en ontwateren (zie onderstaand).
ti
ti
tt
ti
ti
fi
fi
ti
fi
ti
ti
ti
ti
fi
Afbeelding: schematische profiel, wadi/ ontwatering doorsnede noord-oostzijde plangebied.
21
Wanneer onvoldoende rekening wordt gehouden met de bestaande situa e zou de omliggende gronden kunnen verna en of de nieuwe bergingsvoorzieningen te snel overbelast worden en tot afvoer komen.
A eelding: Hoogte kaart met maaiveldhoogtes, waarbij de blauwe lijnen het laagst zijn gelegen en func oneren in de bestaande situa e als afwatering van de bestaande percelen.
Binnen het plangebied is afdoende ruimte aanwezig om hemelwater te verwerken. Een en ander is a ankelijk van de verdere planinvulling en de (gewenste) mogelijkheden in het openbaar gebied. Hierbij dient rekening gehouden te worden dat er geen belemmeringen voor de hemelwaterstroming aangelegd worden zoals bruggen, overkluizingen of andere obstakels zoals hekwerk. Voorafgaand aan de realisa e van de nieuwbouw woningen dient de hemel- en afvalwatervoorzieningen nader uitgewerkt te worden. Dit concreet bouwplan wordt te zijner jd opgemaakt en dient door het bevoegd gezag goedgekeurd te worden. Hierdoor is ter plaatse geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten en wordt klimaatrobuust ontwikkeld. Bij wijzigingen in/nabij het oppervlaktewater en bij de uiteindelijke planinvulling dient tevens het waterschap betrokken te worden zodat het bestaande watersysteem niet nega ef beïnvloed wordt en het risico op wateroverlast niet toeneemt. De bestaande A-watergang zuidwestelijk en de bijhorende beschermingszones van 1 meter vallen buiten het plangebied.
ti
ti
ti
tt
fh
ti
fb
ti
ti
22
Voor het planvoornemen dient voor de voorgenomen werkzaamheden, zijnde een langzaam verkeer bruggen over de A-watergang een watervergunning aangevraagd te worden. Eventueel benodigde vergunningen worden niet middels deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden zoals het Omgevingsloket.
A eelding: Voorgenomen planontwikkeling met mogelijke hemelwaterverwerking
fb
23
Hoofdstuk 4
Overige aandachtspunten en randvoorwaarden
A oppelen/niet aankoppelen staat voor het scheiden van hemelwater- en afvalwaterafvoer, op een afgewogen manier zodat een duurzaam watersysteem ontstaat. Daarbij moet men rekening houden met de waterhuishouding, de inrich ng van de openbare ruimte, de milieuhygiënische gevolgen en de zorg voor de volksgezondheid en welzijn. Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander tradi oneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om in de bodem te in ltreren. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve van het reinigen en het onderhoud. Regelma g onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven func oneren. Ook moet de (nood)overloop regelma g worden onderhouden. Ondergrondse voorzieningen dienen al jd voorzien te zijn van een goed bereikbare blad- en zandvanger en/of ontluch ngspunt/overloop. Toe te passen duurzame materialen: •
Daken: dakpannen van natuurlijk, beton, keramisch materiaal of bekleed met EPDM rubber of vergelijkbaar;
•
Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium, bij voorkeur ook geen gecoate materialen i.v.m. verwering.
•
Ontslui ngspaden / wegen / terrassen; voorzien van natuurlijk of nietuitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten.
Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het moet ten alle jden worden voorkomen dat wateroverlast bij bebouwing en bij derden ontstaat. Het gebruik en het overlopen van de hemelwatervoorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/ of indirect, die eventueel ontstaat is en blij voor rekening van de ontwikkelaar/eigenaar van het plangebied. In geen geval mag de afvalwaterriolering op een hemelwatervoorziening worden aangesloten.
ti
ti
ti
ti
ti
ti
fi
ft
ti
ti
ti
fk
24
Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenac viteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat b.v. het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze ac viteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzineafscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïn ltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd. Het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Daarnaast is toepassing van gladheidsbestrijding middels zout minder wenselijk geacht. Bij toepassing kunnen deze sto en met het hemelwater afstromen naar de bodem of het oppervlaktewater en deze nadelig beïnvloeden. Indien toepassing noodzakelijk blijkt, wordt geadviseerd dit zo e ec ef mogelijk te doen.
ti
ff
ff
ti
ti
fi
25
Opdracht : 2300358 Plaats : Olland Project : Project aan de Pastoor Smitstraat
Betreft
:
Onderzoek Smitstraat
doorlaatfactor
aan
de
Pastoor
te OLLAND
Opdrachtgever
:
.EU Architecture and Urbanism T.a.v. Dhr. B. Munsters Blasiusstraat 8 5754 AV DEURNE NL
Behandeld door :
ir. H.W. Thijssen (088-5130239)
Kenmerk
:
R2300358-01
Datum
:
24 juli 2023
MOS GRONDMECHANICA B.V. Correspondentieadres: Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam Tel: +31(0)88-5130200 www.mosgeo.com Mos Grondmechanica BV is gevestigd in Rotterdam met nevenvestigingen in Amsterdam, Enter en Helmond.
Opdracht : 2300358 Plaats : Olland Project : Project aan de Pastoor Smitstraat
Inhoudsopgave Pagina
1. INLEIDING ................................................................................................................................ 3 2. UITGEVOERD GRONDONDERZOEK ........................................................................................... 3 2.1
Boringen......................................................................................................................... 3
2.2
In-situ doorlatendheidsproeven (type constant head).................................................. 3
3. ANALYSE .................................................................................................................................. 5 3.1
Opbouw van de ondergrond en doorlaatfactoren ........................................................ 5
3.2
Grondwaterstand........................................................................................................... 5
4. WADI’S..................................................................................................................................... 7 4.1
Algemeen ....................................................................................................................... 7
4.2
Controle opzet ............................................................................................................... 8
Bijlage A
Boorstaten en peilbuisgegevens
Bijlage B
In-situ doorlatendheidstesten
Bijlage C
Situatietekening en waterpasstaat
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Opdracht : 2300358 Plaats : Olland Project : Project aan de Pastoor Smitstraat
-3-
1. INLEIDING Dit rapport betreft een verslag van het onderzoek naar infiltratie middels wadi’s aan de Pastoor Smitstraat te Olland. Specifiek is gevraagd om te beoordelen of de geplande wadi’s in het plan het hemelwater kunnen verwerken.
2. UITGEVOERD GRONDONDERZOEK 2.1
Boringen
Op 17 juli 2023 zijn door Mos Grondmechanica de boringen B1 tot en met B5 uitgevoerd tot maaiveld -3 m. De tijdens het boren vrijgekomen grondslag is visueel geclassificeerd en tot boorprofiel verwerkt. De boorprofielen zijn in bijlage A opgenomen. Tijdens het boren is vanaf 2,1 à 2,6 m onder maaiveld grondwater aangetroffen. De boringen B1, B2 en B4 zijn afgewerkt met een peilbuis op einddiepte. De peilbuisgegevens zijn eveneens opgenomen in bijlage A. De locaties van de boringen zijn door onze landmeetkundige dienst in het terrein uitgezet. Het niveau van het maaiveld en van bovenkant peilbuizen zijn gewaterpast ten opzichte van NAP. Voor de waterpasstaat en de locatietekening wordt verwezen naar bijlage C.
2.2
In-situ doorlatendheidsproeven (type constant head)
Naast de uitgevoerde boringen zijn korte boringen ten behoeve van de test uitgevoerd, ditmaal tot circa maaiveld -0,7 m. De boringen zijn uitgevoerd tot boven de grondwaterstand. Direct na het boren zijn de in-situ doorlatendheidsproeven op het boorgat uitgevoerd. De doorlatendheidsproef is uitgevoerd met behulp van de 'K-Sat' van Eijkelkamp. In het boorgat is een waterkolom met een bepaalde hoogte gerealiseerd. De hoeveelheid water die benodigd is om de waterkolom op constant niveau te houden (constant head), wordt per tijdseenheid geregistreerd. De meting wordt doorgezet tot de wateraanvoer constant is. Op deze manier is de verzadigde doorlaatfactor van de onverzadigde zone bepaald. Nadat het boorgat initieel is bevochtigd zijn de proeven minimaal in duplo uitgevoerd. De proef is uitgewerkt aan de hand van de methode van Glover. In tabel 2-1 zijn de resultaten weergegeven. De uitwerking van de testen is in bijlage B opgenomen.
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Opdracht : 2300358 Plaats : Olland Project : Project aan de Pastoor Smitstraat
Tabel 2-1:
-4-
Resultaten doorlatendheidsproeven Boring B1
Boring B2
Boring B3
Boring B4
Boring B5
[m]
[m]
[m]
[m]
[m]
diepte boring
0,70
0,70
0,70
0,70
0,70
hoogte waterkolom
0,25
0,28
0,12
0,21 / 0,35
0,16
[m/d]
[m/d]
[m/d]
[m/d]
[m/d]
0,1
0,2
0,3
1,3
0,6
doorlaatfactor
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Opdracht : 2300358 Plaats : Olland Project : Project aan de Pastoor Smitstraat
-5-
3. ANALYSE 3.1
Opbouw van de ondergrond en doorlaatfactoren
Het niveau van het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocaties bedraagt circa NAP +8,9 à +9,0 m. Tot einddiepte van de boringen (3 m onder maaiveld) wordt voornamelijk matig fijn zand aangetroffen. Bij twee boringen wordt op 1,5 à 1,7 m diepte een dun leemlaagje aangetroffen. Vanaf maaiveld tot circa 1 m onder maaiveld betreft het zwak siltig zand, daarna sterk siltig zand.
De proeven zijn uitgevoerd in de zwak siltige zandlaag. De doorlaatfactor volgens de proeven is laag, in het algemeen tussen 0,1 en 0,6 m/d, alleen bij boring B4 worden wat hogere waarden gevonden. Mede gezien de aangetroffen grondslag wordt uitgegaan van een gemiddelde doorlaatfactor van 0,3 m/d. Vanaf 1 m onder maaiveld (tot einddiepte boring) wordt een lichtelijk lagere doorlaatfactor verwacht.
3.2
Grondwaterstand
Een dag na plaatsing zijn de peilbuizen nogmaals gepeild. In tabel 4-3 zijn de metingen opgenomen.
Tabel 3-1:
Gemeten grondwaterstanden/stijghoogten Peilbuisgegevens [m NAP]
nummer peilbuis
P1
P2
P4
maaiveld
+9,00
+8,85
+8,86
bovenkant peilbuis
+8,88
+8,78
+8,81
Grondwaterstanden en stijghoogten [m NAP] 18 juli 2023
7,35
7,38
7,37
Rond NAP +8,0 m is oer in de grond aangetroffen. Dit is een indicatie dat de hoge grondwaterstand circa NAP +8,0 m bedraagt. In de omgeving zijn enkele droge greppels aanwezig met een bodem variërend tussen NAP +8,0 m en NAP +8,7 m. Volgens lokale informatie staat bij neerslag in de greppel nabij B4 soms water (bodem greppel op NAP +8,2 m). De waterstand in de Ollandse waterloop is op twee punten gewaterpast op NAP +8,0 m. Op het moment van meten staat de waterstand dus hoger dan de grondwaterstand en infiltreert de Ollandse waterloop. Gezien de datum van peiling van de peilbuizen en de neerslag dit jaar kan de gepeilde grondwaterstand van circa NAP +7,3 m als lage grondwaterstand worden beschouwd.
Via DinoLoket zijn gegevens van peilbuizen in de omgeving opgevraagd. In figuur 3-1 zijn de locaties van de meest nabij gelegen peilbuizen weergegeven. Links en rechts van het symbool staan de
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Opdracht : 2300358 Plaats : Olland Project : Project aan de Pastoor Smitstraat
-6-
afgeleide gemiddeld hoogste grondwaterstand/stijghoogte en de gemiddeld laagste grondwaterstand/ stijghoogte in m NAP.
Figuur 3-1
Peilbuizen Dinolokeet en GHG/GHS (links) en GLG/GLS (rechts)
De meest nabij gelegen peilbuis betreft een peilbuis met een diep filter (NAP -23 à -33 m) en is daarmee minder representatief. Uit de peilbuizen volgt een seizoensfluctuatie van circa 1,0 m. Verder wordt voor het freatische pakket globaal een GHG van circa NAP +8,2 m en een GLG van circa NAP +7,1 m afgeleid, dit komt aardig overeen met de metingen op de locatie.
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Opdracht : 2300358 Plaats : Olland Project : Project aan de Pastoor Smitstraat
-7-
4. WADI’S 4.1
Algemeen
In figuur 3-1 is het plangebied weergegeven met in groen indicatief de locaties van de geplande wadi’s. Uit de verstrekte tekening wordt afgeleid dat de wadi’s een bergingscapaciteit hebben van 57 + 8 +39 + 7 +24 = 135 m³.
Conform de waterbergingsopgave dient er 2.944 m² verharding te worden gecompenseerd. Met een bergingseis van 60 mm resulteert dit in 177 m³ waterberging binnen het plangebied. Deze waterberging wordt gerealiseerd door een HWA-leiding PVC 400 met een lengte van 350 m in te passen. Deze leiding bergt 44 m³. Daarnaast worden er wadi's ingepast. Hierbij is de klant uitgegaan van onderstaande uitgangspunten: Talud: 1 op 2 à 1 op 3; Waterschijf: 0,30 m; Waking: 0,20 m; Capaciteit in wadi's: 136 m³ op basis van 60 mm per m² toenemend verhardingsoppervlak volgens de normen van Gemeente Meierijstad.
De parkeervakken worden uitgevoerd in grasstenen waarbij wordt uitgaan van 40% holle ruimte.
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Opdracht : 2300358 : Olland Plaats Project : Project aan de Pastoor Smitstraat
4.2
-8-
Controle opzet
Bij een maaiveldniveau op NAP +8,9 à +9,0 m, een waking van 0,2 m en een waterschijf van 0,3 m komt de bodem van de wadi op circa NAP +8,4 à +8,5 m. Daarmee ligt de bodem van de wadi volgens de nu beschikbare gegevens boven de gemiddeld hoge grondwaterstand. De benodigde berging is door de opdrachtgever bepaald aan de hand van de eisen van de gemeente. Voor de infiltratie van water vanuit de wadi naar de ondergrond dient te worden uitgegaan van onderstaande: -
In de berekeningen is er vanuit gegaan dat 40% van de taluds bijdragen aan de infiltratie en 100% van de bodem.
-
Verder wordt ervan uitgegaan dat de waterstand in de wadi beperkt blijft tot 0,2 m onder aangrenzend maaiveldniveau (waking infiltratievoorziening).
-
Bij aanvang van de bui is het systeem leeg;
-
Alle neerslag op het verharde oppervlak stroomt direct af naar het infiltratiesysteem (geen vertraging);
-
De effectieve (onverzadigde) doorlaatfactor van de ondergrond voor de infiltratie bedraagt 0,3 m/d.
-
Bij toepassing van een grasmat in een wadi wordt in het algemeen gerekend met een doorlaatfactor van 0,5 m/d voor de grasmat, de grasmat is in dit geval dus geen beperkende factor;
-
Het systeem wordt aangelegd boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand.
Op basis van de afmetingen van de wadi wordt een gemiddelde infiltratiecapaciteit afgeleid van circa 125 m³/dag. Dit betekent dat verwacht kan worden dat, na volledige vulling, de wadi na circa 1 etmaal (26 uur) weer leeg is.
ir. H.W. Thijssen (088-5130239)
Rotterdam, 24 juli 2023 Mos Grondmechanica B.V.
Contr. : f. k.
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Opdracht : 2300358 Plaats : Olland Project : Project aan de Pastoor Smitstraat
Bijlage A Boorstaten en peilbuisgegevens
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
BOORBESCHRIJVING
P1-1
Opdracht : 2300358 Plaats : Olland Project : Project aan de Pastoor Smitstraat
Identificatie (veld) NEN-EN-ISO 14688-1:2019+NEN 8990:2020
BORING
:
Datum
: 17-07-2023
Boormethode
: Hand
Maaiveld
: NAP +9.00 m
Boormeester
: NK
GWS
: NAP +6.40 m
Beschrijver
: NK
B1 X, Y (RD) : 156625.530, 399020.710
Conditie monsters : QM5 geroerd, veldvochtig Boorprofiel +9.00
+8.00
+7.00
+6.00
Laag nr. 1 2 3 4 t/m 5 6 t/m 7 8 9 10
Beschrijfkwaliteit : B3 Diepte [m t.o.v. NAP] van tot
Omschrijving grondlaag
Kleur
1
+9.00
+8.60
Zand (fijn 150-200), sterk organisch
donkerbruin
2
+8.60
+8.15
Zand (fijn 150-200), siltig
lichtbruin
3
+8.15
+7.85
Zand (fijn 150-200), siltig
bruin
4
+7.85
+7.70
Zand (fijn 150-200), siltig
bruin
5
+7.70
+7.45
Zand (fijn 150-200), siltig
grijs
6
+7.45
+7.30
Zand (fijn 150-200), siltig, hout
donkergrijs
7
+7.30
+7.10
Zand (fijn 150-200)
bruin
8
+7.10
+6.75
Silt, sterk zandig
grijs
9
+6.75
+6.30
Zand (fijn 150-200), siltig
grijs
10
+6.30
+6.00
Zand (fijn 150-200), siltig
grijs
Afwerking boorgat
MOS GRONDMECHANICA B.V.
Diepte [m t.o.v. NAP] van tot
Aanvulmateriaal
+7.48
+7.05
kleistop
+7.05
+6.00
filtergrind
Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel: 088-5130200 - www.mosgeo.com
Opdracht : 2300358 Plaats : Olland Project : Project aan de Pastoor Smitstraat
Peilbuisnummer
PEILBUISGEGEVENS
P1-1
X (RD)
156625.53
Y (RD)
399020.71
Datum plaatsing
17-07-2023
Diameter buiten / binnen [mm]
32 / 28
Materiaal
HDPE
Filterkous
ja
Grind
ja
Lengte stijgbuis [m]
1.83
Lengte filter [m]
1.00
Lengte zandvang [m] Totale lengte [m]
2.83
MV [m t.o.v. NAP]
+9.00
bk stijgbuis [m t.o.v. NAP]
+8.88
bk filter [m t.o.v. NAP]
+7.05
ok filter [m t.o.v. NAP]
+6.05
bk kleistop [m t.o.v. NAP]
+7.48
ok kleistop [m t.o.v. NAP]
+7.05
GWS [m t.o.v. NAP]
+6.38
Beschermconstructie
straatpot
Schoongepompt
ja
Geplaatst door / met
Hand
Plaatsing (methode)
boren
Opmerking
MOS GRONDMECHANICA B.V.
Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel: 088-5130200 - www.mosgeo.com
BOORBESCHRIJVING
P2-1
Opdracht : 2300358 Plaats : Olland Project : Project aan de Pastoor Smitstraat
Identificatie (veld) NEN-EN-ISO 14688-1:2019+NEN 8990:2020
BORING
:
Datum
: 17-07-2023
Boormethode
: Hand
Maaiveld
: NAP +8.85 m
Boormeester
: NK
GWS
: NAP +6.65 m
Beschrijver
: NK
B2 X, Y (RD) : 156660.960, 399022.810
Conditie monsters : QM5 geroerd, veldvochtig Boorprofiel
+8.00
+7.00
+6.00
Laag nr. 1 2 t/m 3 4 5 6 7 8
Beschrijfkwaliteit : B3 Diepte [m t.o.v. NAP] van tot
Omschrijving grondlaag
Kleur
1
+8.85
+8.43
Zand (fijn 150-200), sterk organisch
donkerbruin
2
+8.43
+8.25
Zand (fijn 150-200), siltig
lichtbruin
3
+8.25
+8.15
Zand (fijn 150-200), siltig
bruin
4
+8.15
+7.75
Zand (fijn 150-200), siltig
grijs
5
+7.75
+7.35
Zand (fijn 150-200)
grijs
6
+7.35
+7.20
Silt, sterk zandig
grijs
7
+7.20
+6.65
Zand (fijn 150-200), siltig, hout
grijs
8
+6.65
+5.75
Zand (fijn 150-200), siltig
grijs
Afwerking boorgat
MOS GRONDMECHANICA B.V.
Diepte [m t.o.v. NAP] van tot
Aanvulmateriaal
+7.50
+6.85
kleistop
+6.85
+5.75
filtergrind
Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel: 088-5130200 - www.mosgeo.com
Opdracht : 2300358 Plaats : Olland Project : Project aan de Pastoor Smitstraat
Peilbuisnummer
PEILBUISGEGEVENS
P2-1
X (RD)
156660.96
Y (RD)
399022.81
Datum plaatsing
17-07-2023
Diameter buiten / binnen [mm]
32 / 28
Materiaal
HDPE
Filterkous
ja
Grind
ja
Lengte stijgbuis [m]
2.03
Lengte filter [m]
1.00
Lengte zandvang [m] Totale lengte [m]
3.03
MV [m t.o.v. NAP]
+8.85
bk stijgbuis [m t.o.v. NAP]
+8.78
bk filter [m t.o.v. NAP]
+6.75
ok filter [m t.o.v. NAP]
+5.75
bk kleistop [m t.o.v. NAP]
+7.50
ok kleistop [m t.o.v. NAP]
+6.85
GWS [m t.o.v. NAP]
+6.68
Beschermconstructie
straatpot
Schoongepompt
ja
Geplaatst door / met
Hand
Plaatsing (methode)
boren
Opmerking
MOS GRONDMECHANICA B.V.
Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel: 088-5130200 - www.mosgeo.com
BOORBESCHRIJVING
Opdracht : 2300358 Plaats : Olland Project : Project aan de Pastoor Smitstraat
Identificatie (veld) NEN-EN-ISO 14688-1:2019+NEN 8990:2020
BORING
:
Datum
: 17-07-2023
Boormethode
: Hand
Maaiveld
: NAP +9.00 m
Boormeester
: NK
GWS
: niet aangetroffen
Beschrijver
: NK
B3 X, Y (RD) : 156655.530, 398988.200
Conditie monsters : QM5 geroerd, veldvochtig Boorprofiel
Laag nr.
Diepte [m t.o.v. NAP] van tot
+9.00
+8.00
+7.00
1 2 3 t/m 4 5 6 7 8
+6.00
Beschrijfkwaliteit : B3 Omschrijving grondlaag
Kleur
1
+9.00
+8.40
Zand (fijn 150-200), sterk organisch
donkerbruin
2
+8.40
+8.15
Zand (fijn 150-200), siltig
bruin
3
+8.15
+7.95
Zand (fijn 150-200), siltig
donkerbruin
4
+7.95
+7.80
Zand (fijn 150-200), siltig
grijs
5
+7.80
+7.40
Zand (fijn 150-200)
grijs
6
+7.40
+7.30
Zand (fijn 150-200), siltig, hout
grijs
7
+7.30
+6.80
Silt, sterk zandig
grijs
8
+6.80
+6.00
Zand (fijn 150-200), siltig
grijs
Afwerking boorgat
MOS GRONDMECHANICA B.V.
Diepte [m t.o.v. NAP] van tot
Aanvulmateriaal
+9.00
opgeboorde grond
+6.00
Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel: 088-5130200 - www.mosgeo.com
BOORBESCHRIJVING
P4-1
Opdracht : 2300358 Plaats : Olland Project : Project aan de Pastoor Smitstraat
Identificatie (veld) NEN-EN-ISO 14688-1:2019+NEN 8990:2020
BORING
:
Datum
: 17-07-2023
Boormethode
: Hand
Maaiveld
: NAP +8.86 m
Boormeester
: NK
GWS
: NAP +6.76 m
Beschrijver
: NK
B4 X, Y (RD) : 156652.650, 398952.100
Conditie monsters : QM5 geroerd, veldvochtig Boorprofiel
Laag nr. 1
+8.00
+7.00
2 t/m 3 4 5 t/m 6 7 t/m 8 9
+6.00
10
Beschrijfkwaliteit : B3 Diepte [m t.o.v. NAP] van tot
Omschrijving grondlaag
Kleur
1
+8.86
+8.46
Zand (fijn 150-200), sterk organisch
donkerbruin
2
+8.46
+8.26
Zand (fijn 150-200), siltig
lichtbruin
3
+8.26
+7.96
Zand (fijn 150-200), siltig
bruin
4
+7.96
+7.56
Zand (fijn 150-200), siltig
grijs
5
+7.56
+7.41
Zand (fijn 150-200)
grijs
6
+7.41
+7.26
Silt, sterk zandig, hout
grijs
7
+7.26
+7.06
Silt, zwak zandig
donkerbruin
8
+7.06
+6.81
Silt, sterk zandig, hout
grijs
9
+6.81
+5.81
Zand (fijn 150-200)
grijs
10
+5.81
+5.79
Zand (fijn 150-200)
grijs
Afwerking boorgat
MOS GRONDMECHANICA B.V.
Diepte [m t.o.v. NAP] van tot
Aanvulmateriaal
+7.76
+6.86
kleistop
+6.86
+5.79
filtergrind
Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel: 088-5130200 - www.mosgeo.com
Opdracht : 2300358 Plaats : Olland Project : Project aan de Pastoor Smitstraat
Peilbuisnummer
PEILBUISGEGEVENS
P4-1
X (RD)
156652.65
Y (RD)
398952.10
Datum plaatsing
17-07-2023
Diameter buiten / binnen [mm]
32 / 28
Materiaal
HDPE
Filterkous
ja
Grind
ja
Lengte stijgbuis [m]
2.02
Lengte filter [m]
1.00
Lengte zandvang [m] Totale lengte [m]
3.02
MV [m t.o.v. NAP]
+8.86
bk stijgbuis [m t.o.v. NAP]
+8.81
bk filter [m t.o.v. NAP]
+6.79
ok filter [m t.o.v. NAP]
+5.79
bk kleistop [m t.o.v. NAP]
+7.76
ok kleistop [m t.o.v. NAP]
+6.86
GWS [m t.o.v. NAP]
+6.81
Beschermconstructie
straatpot
Schoongepompt
ja
Geplaatst door / met
Hand
Plaatsing (methode)
boren
Opmerking
MOS GRONDMECHANICA B.V.
Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel: 088-5130200 - www.mosgeo.com
BOORBESCHRIJVING
Opdracht : 2300358 Plaats : Olland Project : Project aan de Pastoor Smitstraat
Identificatie (veld) NEN-EN-ISO 14688-1:2019+NEN 8990:2020
BORING
:
Datum
: 17-07-2023
Boormethode
: Hand
Maaiveld
: NAP +9.03 m
Boormeester
: NK
GWS
: NAP +6.63 m
Beschrijver
: NK
B5 X, Y (RD) : 156698.970, 398989.740
Conditie monsters : QM5 geroerd, veldvochtig Boorprofiel
Laag nr.
Beschrijfkwaliteit : B3 Diepte [m t.o.v. NAP] van tot
Omschrijving grondlaag
Kleur
+9.00
+8.00
+7.00
1 2 3 4 5 t/m 6 7 8 9 10
1
+9.03
+8.43
Zand (fijn 150-200), sterk organisch
donkerbruin
2
+8.43
+8.13
Zand (fijn 150-200), siltig
lichtbruin
3
+8.13
+8.08
Zand (fijn 150-200), siltig
bruin
4
+8.08
+7.63
Zand (fijn 150-200), siltig
grijs
5
+7.63
+7.58
Zand (fijn 150-200), siltig
grijs
6
+7.58
+7.33
Zand (fijn 150-200), siltig, hout
grijs
7
+7.33
+7.18
Zand (fijn 150-200), siltig
grijs
8
+7.18
+6.68
Zand (fijn 150-200), siltig
grijs
9
+6.68
+6.58
Zand (fijn 150-200), siltig
grijs
10
+6.58
+6.03
Zand (fijn 150-200), siltig
grijs
Afwerking boorgat
MOS GRONDMECHANICA B.V.
Diepte [m t.o.v. NAP] van tot
Aanvulmateriaal
+9.03
opgeboorde grond
+6.03
Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel: 088-5130200 - www.mosgeo.com