Bijlage 1.8 - Ecologische Quickscan
Tekst van het document
erl Buro Ma L a n
d s c
h a p
,
l o E c o
g i e
&
ant
t e R u i m
l i j k e
O rd
e n i n
g
B M- R APPOR T 2020
Sint-Oedenrode Koeveringsedijk Ecologische quickscan J. va n Suijle kom, 3 ma a rt 2020
Inhoud Blz 1
Inleiding
3
1.1
Algemeen
3
1.2
Methode / doel
3
1.3
Beschrijving van het plangebied en de ingrepen
3
2
Wet- en regelgeving
4
2.1
Wet natuurbescherming
4
3
Bronnenonderzoek
8
3.1
Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)
8
3.2
Gebiedsbescherming
8
4
Resultaten van het veldonderzoek
8
4.1
Algemeen
8
4.2
Beschermde soorten: resultaten en verwachting
8
5
Conclusie en advies
11
Conclusie
11
Advies
11
Literatuur
12
I m p re ss i e v a n h e t plangebied F oto ’s : B u ro M a e r l a n t 27-01-2020.
Sint-Oedenrode Koeveringsedijk Ecologische quickscan
2
1 Inleiding 1.1 Algemeen Op verzoek van de heer Van der Aa heeft Buro Maerlant een ecologische quickscan uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ingrepen in het plangebied Sint-Oedenrode Koeveringsedijk in de gelijknamige gemeente. Het veldbezoek werd uitgevoerd op 27 januari 2020. Aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen realisatie van twee ruimte voor ruimtewoningen. Voor dit doel dient het bestemmingsplan te worden gewijzigd. Reeds in 2013 heeft Buro Maerlant het plangebied middels een quickscan onderzocht. Dit onderzoek is inmiddels niet meer actueel. Onderhavig rapport dient ter vervanging van het eerder uitgevoerde onderzoek en advies.
1.2 Methode / doel De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek en de verslaglegging daarvan. Tijdens het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van diersporen zoals uitwerpselen, krab- en graafsporen, en is de vegetatie bekeken. Tevens zijn waarnemingen van aanwezige diersoorten gedaan. Op basis van expert-judgement is een inschatting gemaakt van het mogelijke voorkomen van beschermde soorten. Dit is afgewogen tegen de toekomstige ontwikkelingen. Doel van het onderzoek is een goed onderbouwde inschatting te geven, zodat kan worden gehandeld conform de Wet natuurbescherming.
1.3 Beschrijving van het plangebied en de ingrepen Het plangebied Koeveringsedijk ligt in het buitengebied van Sint-Oedenrode, even ten westen van de rijksweg A50 en omvat een weide (figuur 1). Men is voornemens het perceel op te splitsen in twee kavels voor de bouw van twee ruimte voor ruimtewoningen. Fi guur 1 Gl obal e begrenz i ng v an het pl angebi ed (rood). B ron l ucht f ot o: Googl e.
Sint-Oedenrode Koeveringsedijk Ecologische quickscan
3
Wet- en regelgeving 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Europese Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn zijn in deze wet geïmplementeerd. Bevoegdheden inzake ontheffingen en vrijstellingen komen met deze wet te liggen bij de provincie. In sommige situaties is het Rijk bevoegd gezag. Soortbescherming: drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent inzake soortbescherming drie aparte beschermingsregimes: voor soorten van de Vogelrichtlijn, van de Habitatrichtlijn inclusief het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en voor andere nationaal beschermde soorten. Per beschermingsregime gelden aparte verbodsbepalingen en bijbehorende vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden (zie onderstaande tabel). Tab el 1 Ver bod sb e p a l i n g e n We t n atuu r b e s c h e r m i n g . B ron: b ro c h u re so o r t b e s cher m i n g b i j r u i m t e l i j k e ingrepe n , M i n i s t e r i e v a n E con om i sc h e Z a k e n .
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime andere
Vogelrichtlijn § 3.1 Wn
Habitatrichtlijn § 3.2 Wn
soorten § 3.3 Wn
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid 1a
Het is verboden in het wild
Het is verboden soorten in hun
Het is verboden soorten opzettelijk
levende vogels opzettelijk te
natuurlijke verspreidingsgebied
te doden of te vangen
doden of te vangen.
opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk
Het is verboden de voortplan-
Het is verboden de vaste voort-
nesten, rustplaatsen en eieren
tingsplaatsen of rustplaatsen
plantingsplaatsen of rustplaatsen
van vogels te vernielen of te
van dieren te beschadigen of te
van dieren opzettelijk te beschadi-
beschadigen, of nesten van
vernielen
gen of te vernielen
Art 3.1 lid 3
Art 3.5 lid 3
Niet van toepassing
Het is verboden eieren te
Het is verboden eieren van
rapen en deze onder zich te
dieren in de natuur opzettelijk te
hebben
vernielen of te rapen
Art 3.1 lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid 2
Het is verboden vogels op-
Het is verboden dieren opzette-
zettelijk te verstoren, tenzij de
lijk te verstoren
vogels weg te nemen
Niet van toepassing
verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden plantensoorten
Het is verboden plantensoorten in
in hun natuurlijke verspreidings-
hun natuurlijke verspreidingsgebied
gebied opzettelijk te plukken en
opzettelijk te plukken en te ver-
te verzamelen, af te snijden, te
zamelen, af te snijden, te ontworte-
ontwortelen of te vernielen
len of te vernielen
Sint-Oedenrode Koeveringsedijk Ecologische quickscan
4
Ontheffing en vrijstelling Op basis van een ontheffing of een vrijstelling is overtreding van de verbodsbepalingen in principe mogelijk. Aangetoond dient te worden dat er sprake is van geen andere bevredigende oplossing (alternatief), er sprake is van een door de wet genoemd belang (bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid) en de ingreep geen afbreuk doet aan de gunstige instandhouding van de soort. Nieuw in de wet is dat voor alle soorten de mogelijkheid wordt geboden te werken volgens een goedgekeurde gedragscode. Indien aan bovenstaand wordt voldaan geldt een vrijstelling als aantoonbaar wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. De verbodsbepalingen zijn gericht op het individu, echter wordt bij de beoordeling of kan worden afgeweken van de bepalingen gekeken naar de gunstige instandhouding van de soort. De zorgplicht blijft in de Wet natuurbescherming evenwel van toepassing, óók voor niet beschermde soorten, dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor alle planten en dieren en de leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, echter kan hierop door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Jaarronde bescherming vogels Nesten van vogels zijn doorgaans alleen beschermd tijdens het broedseizoen.
Van een beperkt aantal vogelsoorten zijn nesten ook in de niewe wet buiten het broedseizoen en dus jaarrond beschermd (zie tabel 2). Categorie
Omschrijving Jaarrond beschermde nesten
Ta b e l 2 B e sc h e r m i n g sc a tegori e ë n n e s t e n , w a a rop d e v e r b o d sb e p a l i ngen v a n a r t i k e l 3 . 1 en 3. 5 W n b v a n t o e p a s s i n g z i j n : J a a r ro n d (1 t/ m 4 ) o f t i j d e n s h e t b ro e d se i z o e n ( c a t eg o r i e 5 ).
1
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil).
2
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De fysiekke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus).
3
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk).
4
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Niet jaarond beschermde nesten Let op: onderbouwing en eventueel nader onderzoek echter gewenst. Indien sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden, zijn ook deze nesten beschermd.
5
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (voorbeeld: boerenzwaluw, ekster, groene specht en spreeuw.
Sint-Oedenrode Koeveringsedijk Ecologische quickscan
5
Van alle categorieën vogels in hierboven genoemde tabel is het belangrijk aan- of afwezigheid van nesten / territoria aan te tonen en sprake is van een mogelijk effect. Via een omgevingscheck en eventueel nader onderzoek is dit mogelijk. Voor categorie 5 - soorten is een potentie inschatting doorgaans voldoende. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming is gebiedsbescherming op vergelijkbare wijze geregeld als de voormalige Natuurbeschermingswet 1998. Ook in de Wet natuurbescherming wet beoogt men bescherming van gebieden die nationaal en internationaal van belang zijn. Het betreft de bescherming van gebieden op Nederlands grondgebied die vanuit de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn zijn aangewezen. Gezamenlijk vormen deze gebieden een Europees netwerk: Natura 2000. De status van beschermde natuurmonumenten is bij de inwerkingtreding van de nieuwe wet komen te vervallen. Het merendeel van de voormalig beschermde gebieden maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en zijn op deze wijze beschermd. Ingrepen en effecten In de Wet natuurbescherming is bepaald, dat handelingen of projecten die mogelijk schadelijk invloed hebben op Natura 2000-gebieden vergunningsplichtig zijn. Door middel van toetsing wordt bepaald of sprake is van effecten,en zo ja in welke mate dit is. Toetsing vindt plaats in drie fasen:
» » orientatiefase of voortoets; » » verstorings- en verslechteringstoets (bij mogelijke negatieve, maar géén significant negatieve effecten);
» » passende beoordeling (kans op significant negatieve effecten). Als uit de verstorings- en verslechteringstoets blijkt, dat sprake is van mogelijk negatieve effecten dient in een aanvullende toetsing een effectbeoordeling plaats te vinden en is een vergunning nodig. Het bevoegd gezag (de provincie en in sommige situaties het Ministerie) verleent een vergunning onder strikte voorwaarden, waarbij met voldoende mitigerende en compenserende maatregelen de instandhoudingsdoelstellingen zijn gewaarborgd.
Sint-Oedenrode Koeveringsedijk Ecologische quickscan
6
3 Bronnenonderzoek 3.1 Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Voor het onderzoek zijn de gegevens uit de NDFF middels quickscanhulp opgevraagd. Het betreft waarnemingen van beschermde soorten krachtens de Wet natuurbescherming binnen een straal van 0 tot 5 km ten opzichte van het plangebied. Dit is exclusief algemene beschermde soorten waarvoor bij ruimtelijke ingrepen een provinciale vrijstelling geldt. De gegevens zijn in de onderstaande tabel weergegeven (tabel 4). Ta b e l 4 Da t a u i t d e N D F F : waarnemingen s tr i k t e r b e s c h e rmd e so o r t e n i n de omgeving van het plangebied, ex c l u s i e f a l g e m e n e soorten waarvoor ee n p ro v i n c i a l e vrijstelling geldt. © N D F F - q u i c k s c a nhulp.nl 02-03-2020
Naam Alpenwatersalamander Kamsalamander Buizerd Grote Gele Kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Sperwer Eekhoorn Steenmarter Wezel Heikikker Poelkikker iepenpage Gevlekte witsnuitlibel Sierlijke witsnuitlibel Speerwaterjuffer teunisbloempijlstaart Hazelworm Levendbarende hagedis Boomvalk Gierzwaluw Oehoe Slechtvalk Steenuil Wespendief Zwarte Wouw Bever Bunzing Das Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Gewone/Kleine dwergvleermuis Laatvlieger Ruige dwergvleermuis
Groep Amfibieën Amfibieën Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Amfibieën Amfibieën Dagvlinders Libellen Libellen Libellen Nachtvlinders Reptielen Reptielen Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren
Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km
Bij de uitwerking van de resultaten van het veldonderzoek (zie hier onder) wordt een verwachting uitgesproken in hoeverre deze beschermde soorten ín het plangebied aanwezig kunnen zijn en in hoeverre effecten zijn te verwachten.
3.2 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op ruime afstand (>13 km) van Natura 2000-gebieden. Externe werking, en in het bijzonder depostie van stikstof, is door de geringe aard van de ingrepen en de ruime afstand met zekerheid uit te sluiten. Een zone met productiebos op een afstand van circa 500 meter ten noorden van het plangebied, maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (of NNN). Er vinden geen ingrepen plaats aan deze structuur, zodat effecten redelijSint-Oedenrode Koeveringsedijk Ecologische quickscan
7
kerwijs zijn uit te sluiten. Door de relatief grote afstand en de lokale / beperkte aard van de ingrepen zijn ook effecten op het NNN in de omgeving uit te sluiten.
4 Resultaten van het veldonderzoek 4.1 Algemeen Het veldonderzoek werd uitgevoerd in de vroege middag van 27 januari 2020. Tijdens het veldbezoek was het bewolkt en droog, was sprake van enige wind, bij een temperatuur van circa 7 °C. Biotopen Biotopen Het plangebied zijn de volgende biotopen aanwezig:
» » Grasland / weide, voedselrijk, met overwegend Engels raaigras, kropaar, gestreepte witbol en enkele plekken met Canadses fijnstraal. Lokaal was sprake van opslag van robinia. Aan de wegzijde was jonge aanplant aanwezig van beuk. Het plangebied werd deels omgeven door droge grepppels. In de omgeving van het plangebied waren de volgende biotopen aanwezig:
» » Randen met relatief jongen bomen, ondermeer de ruwe berk, en struiken, en gazon overig; » » Verharde weg met laanbomen (populier) met verspreide, grotendeels agrarische, bebouwing met bijbehorende erven en tuinen.
4.2 Beschermde soorten: resultaten en verwachting Planten In de nabije en ruimere omgeving van het plangebied ontbreken waarnemingen van beschermde vaatplanten (zie data NDFF in tabel 4). In het plangebied zijn geen beschermde planten aangetroffen, dan wel kon het mogelijke voorkomen op basis van het habitat op voorhand worden uitgesloten. Er was sprake van (uiterst) voedselrijke omstandigheden en een vrij dichte vegetatie van algemene grassen. De aanwezigheid van beschermde vaatplanten kan op basis van deze habitatscan redelijkerwijs worden uitgesloten. Zoogdieren algemeen In de omgeving van het plangebied zijn naast de aan wateren gebonden bever, de eekhoorn, de das, en diverse diverse kleinere marters aangetroffen. In het plangebied ontbrak voor de eekhoorn op voorhand geschikte biotoop. Sporen van de das en/of kleinere martererachtigen werden niet aangetroffen, ook geen holen. De aanwezigheid van strikter beschermde zoogdieren binnen de werkgrenzen / het bouwblok kan op basis van deze habitatscan en de gekende verspreidingsgegevens redelijkerwijs worden uitgesloten.
Sint-Oedenrode Koeveringsedijk Ecologische quickscan
8
Vleermuizen Verblijfplaatsen In de omgeving van het plangebied zijn diverse soorten vleermuizen aangetroffen, onder meer de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. Het betreft soorten, die ook in deze context kunnen worden verwacht. In het plangebied ontbraken elementen die kunnen dienen als verblijfplaats zoals geschikte gebouwen of bomen (met holten of andere toegankelijke delen). De aanwezigheid van verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. Foerageergebied en vliegroutes De laanbomen in de omgeving van het plangebied hebben potentieel functie als foerageergebied en als vliegroute. Daar de bomen niet bij de ingrepen worden betrokken zijn effecten op deze functies op voorhand uit te sluiten. Boomkronen zijn namelijk fors en hoog, zodat eventuele lichtuitstraling vanuit de nieuwe woningen afdoende wordt tegengehouden. Als foerageergebied heeft het plangebied mogelijk enige betekenis, echter is het oppervlak gering, in verhouding tot ruimschoots aanwezig geschikter jachtgebied in de omgeving. Negatieve effecten op de navigeer- en foerageermogelijkheden van vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Vogels Algemene / flexibele soorten, niet jaarrond beschemd In het plangebied zelf werden tijdens het veldbezoek geen vogels aangetroffen. Het bouwblok zelf heeft door het huidige gebruik en het ontbreken van opgaande beplantingen voor broedvogels weinig te bieden.
Aan de randen kunnen diverse vogels broedend worden verwacht. Door met het grondwerk rekening te houden met de broedperiode worden effecten op broedende vogels eenvoudig voorkomen. Jaarrond beschermde soorten In de nabije omgeving zijn blijkens data uit de NDFF diverse jaarrond beschermde vogels aangetroffen, onder meer diverse soorten roofvogels, uilen en soorten als de huismus, de steenuil en de kerkuil. In het plangebied ontbraken potenties (om te nestelen) voor jaarrond beschermde soorten doordat bomen ontbraken en sprake was van onvoldoende beschutting. De aanwezigheid van nesten van jaarrond beschermde vogels in de ruimere omgeving is voor de plannen niet relevant. Als jachtgebied heeft het plangebied mogelijk enige betekenis, echter is het oppervlak gering in verhouding tot overig aanwezig (geschikter) potentieel jachtbiotoop. Vissen In het plangebied ontbreekt open water. Effecten op vissen zijn dan ook niet van toepassing. Amfibieën Blijkens de data uit de NDFF zijn in de omgeving van het plangebied enkele soorten strikter beschermde amfibieën aangetroffen, waaronder de Alpenwatersalamander en de kamsalaSint-Oedenrode Koeveringsedijk Ecologische quickscan
9
mander in de nabije omgeving. Het plangebied heeft doordat water ontbreekt en sprake is van vrij homogeen grasland, weinig te bieden voor amfibieën. De aanwezigheid van strikter beschermde amfibieën in de omgeving is voor de plannen niet relevant. Reptielen Blijkens de database van de NDFF komen in de ruimere omgeving de levendbarende hagedis en de hazelworm voor. Het plangebied heeft voor beide soorten op voorhand weinig te bieden doordat sprake is van een vrij homogene grasmat. Zowel de levendbarende hagedis als de hazelworm prefereren een meer afwisseld biotoop met voldoende rust en beschutte plekken om te kunnen zonnen. De aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen van reptielen kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Insecten In de ruimere omgeving zijn diverse beschermde libellen waargenomen en de teunisbloempijlstaart. Mede door de afwezigheid van water heeft het plangebied voor de aangetroffen soorten niets te bieden. Op basis van het aangetroffen biotoop kan de aanwezigheid van vaste voortplantings- of rustplaatsen van beschermde insecten worden uitgesloten. Overige soortgroepen Voor de overige door de Wet natuurbescherming strikter beschermde soortgroepen ontbreekt geschikt leefgebied in het plangebied. Effecten zijn door de aard van de ingrepen ook niet aan de orde.
Sint-Oedenrode Koeveringsedijk Ecologische quickscan
10
5 Conclusie en advies Conclusie Soorten In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden:
» » Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd). Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Beschermde gebieden Het plangebied ligt niet in beschermde gebieden krachtens Natura 2000, EHS / de Provinciale Verordening. Er is voldoende aannemelijk gemaakt, dat effecten van de plannen op beschermde gebieden in de ruimere omgeving uitgesloten zijn.
Advies Als broedbiotoop zijn de beplantingen aan de randen (buiten het bouwvlak) geschikt voor diverse vogels. Bij werkzaamheden met groot materieel nabij deze beplantingen in het voorjaar of de zomer, is het wenselijk deze te controleren op in gebruik zijnde nesten. Als nesten zijn verlaten / of afwezig zijn, is het zonder meer mogelijk ook in deze periode te werken. Het verstoren van broedende vogels, dat leidt tot het permanent verlaten van een nest, is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan. Voor alle soortgroepen geldt de zorgplicht, waarbij wordt verwacht, dat men voorzichtig omgaat met planten en dieren in het algemeen.
Sint-Oedenrode Koeveringsedijk Ecologische quickscan
11
Literatuur Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk, en J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Diepenbeek, A. van, 1999. Veldgids Diersporen (tweede druk, 2003). KNNV Uitgeverij, Utrecht. Meijden, R. van der, 2005. Heukel’s flora van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen.
Internet » » Google maps » » http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/ » » http://www.natuurindegemeente.nl/aandeslagmetdenatuurwet/wp-content/uploads/2016/12/Soortenbescherming_bij_ruimtelijke_ingrepen_1.3_15122016.pdf
» » www.nederlandsesoorten.nl
Sint-Oedenrode Koeveringsedijk Ecologische quickscan
12
Buro Maerlant Dorpsstraat 17 4271 AA Dussen T 085 877 86 85 E info@BuroMaerlant.nl I www.BuroMaerlant.nl KvK 69667705
Sint-Oedenrode Koeveringsedijk Ecologische quickscan
13