CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.7 Stikstofnotitie incl. bijlagen

Raadsvergadering 10 april 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan en vaststelling beeldkwaliteitsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3'4.744 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Pouderoyen Tonnaer is een handelsnaam van Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B.V.

Notitie beoordeling stikstof Aan

Walter van der Velden Jonkers

Van

R.S. de Haas

Tweede lezer

R.P.E.F. van Meurs

Datum

5 december 2023

Betreft

Notitie beoordeling stikstof

Project

P222372.003

Vestigingen te Nijmegen, Vught, Baexem en Voerendaal

Geachte heer van der Velden Jonkers, Op het perceel ’t Achterom 3 te Sint-Oedenrode bestaat het voornemen om een intensieve varkenshouderij definitief te beëindigen, de stal te slopen en een privé-stal te realiseren. Voor deze ontwikkeling is een beoordeling ten aanzien van het aspect stikstof aan de orde. In onderstaande notitie wil ik daar nader op ingaan. Aanleiding Aanleiding voor deze notitie is de situatie die is ontstaan na de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019, waarin zij heeft geoordeeld dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis mag worden gebruikt voor toestemming voor activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming, zoals een vergunning of een melding. Ook de “standaard grenswaarde” die in het PAS was opgenomen, kan nu niet meer worden gebruikt Zo waren veel woningbouwprojecten tot voor kort voor het aspect stikstof vergunningsvrij en was ook een melding vaak niet nodig, omdat de extra stikstofemissies beperkt waren en de depositie onder de grenswaarde lag. Nu de landelijke grenswaarde onder de PAS niet meer kan worden gebruikt, is een stikstofbeoordeling en mogelijk ook een vergunning Wet natuurbescherming voor heel veel activiteiten nodig is. Voor elke toename, hoe klein ook, is vooralsnog een eigen onderbouwing nodig.

Voor ruimtelijke ontwikkelingen kan, naast een planologische titel en/of een omgevingsvergunning voor (o.a.) bouwen, ook een Wet natuurbescherming (Wnb) toestemming (o.a. i.v.m. stikstof) nodig zijn. Of er Wnbtoestemming vanwege stikstof nodig is, is afhankelijk van een stikstofberekening en/of een ‘voortoets’ (= milieukundig/ecologisch vooronderzoek). Het is niet zo dat nu voor ieder project een Wnb-toestemming nodig is. Maar er is geen (generieke) drempelwaarde meer waaronder een vergunning niet nodig is. Dat moet nu per aanvraag beoordeeld worden. Dat is nodig bij planologische procedures (zoals een bestemmingsplan) en bij de verlening van een omgevingsvergunning (i.v.m. het zogenaamde ‘aanhaken’). Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 voorwaarden van toepassing die u vindt op pouderoyentonnaer.nl

J219863.005/RME, pagina 2 van 14

Ligging plangebied Het plangebied bestaat uit twee delen. De noordzijde van het plangebied is gelegen ten noorden van 't Achterom en grenst aan de Bobbenagelseweg. Het betreft een onderdeel van het perceel kadastraal bekend als gemeente Sint Oedenrode, sectie P, nummer 816. De zuidzijde van het plangebied is gelegen ten zuiden van 't Achterom en betreft de percelen kadastraal bekend als gemeente Sint Oedenrode, sectie P, nummers 538 (deels), 539, 540 en 849. De noord- en oostzijde buiten het plangebied bestaat overwegend uit woonpercelen en agrarische gronden. De zuid- en westelijke zijde betreft meer natuurgronden en agrarische gronden. Het plangebied is als het ware gelegen in de overgangszone tussen deze gebieden.

Figuur 1

Luchtfoto van het plangebied

Voor het plangebied zijn relevant het ca. 8,7 kilometer van het plangebied gelegen Natura 2000 gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ en het op ca. 13,6 km gelegen Natura 2000 gebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’.

J219863.005/RME, pagina 3 van 14

Figuur 2 Plangebied en nabij gelegen Natura 2000 gebieden, plangebied bij 1 Het bouwplan In onderstaande tekening is het planvoornemen indicatief weergegeven. Het planvoornemen bestaat concreet uit de definitieve beëindiging van een varkensstal, de sloop van de varkensstal en de realisatie van een privé-stal op locatie ’t Achterom 3 te Sint-Oedenrode.

Figuur 3

indicatieve tekening planvoornemen

J219863.005/RME, pagina 4 van 14

Wettelijk kader sinds 2 november 2022 De uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 heeft bepaald dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis gebruikt mag worden voor toestemming voor activiteiten in het kader van de Wnb en dat de “standaard grenswaarde” uit het PAS niet meer gebruikt mag worden. Dit houdt in dat voor planologische procedures en bij de verlening van een omgevingsvergunning een stikstofbeoordeling en, afhankelijk van een stikstofberekening en/of voortoets, mogelijk ook een vergunning Wet natuurbescherming nodig is. Voor elke toename in stikstofneerslag boven de 0,00 mol/ha/jaar, hoe klein dan ook, is een onderbouwing nodig. Na de PAS uitspraak van mei 2019 werd er gewerkt aan een nieuw wettelijk kader om de stikstofproblematiek aan te pakken. Uitvloeisel daarvan was de Wet Stikstofreductie en Natuurherstel. Met deze wet werd voorzien in de wettelijke verankering van de door het kabinet aangekondigde structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De wet werd op 17 december 2020 aangenomen door de Tweede Kamer en op 9 maart 2021 aangenomen door de Eerste Kamer. Op 1 juli 2021 trad de wet in werking. Onderdeel van deze wet was een partiële vrijstelling voor bouwactiviteiten van de natuurvergunningplicht als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid Wnb, opgenomen in artikel 2.9a Wnb.

Hierin waren de tijdelijke bouwactiviteiten generiek vrijgesteld van beoordeling en was voor plannen en projecten enkel een beoordeling van de permanente gebruikseffecten aan de orde. Op 2 november 2022 is door de Raad van State uitspraak gedaan in de zaak betreffende het ondergrondse CO2-opslagproject Porthos waarin de vrijstelling van deze bouwactiviteiten ter beoordeling voor lag. Het college heeft geoordeeld dat de stikstof die in de bouwfase vrijkomt niet buiten beschouwing mag worden gelaten. Concreet betekent dit dat de bouwvrijstelling geschrapt is en de juridische situatie teruggedraaid is naar het wettelijk kader vóór 1 juli 2021. Dit houdt in dat voor alle plannen en projecten zowel de tijdelijke bouwfase alsook de permanente gebruiksfase beoordeeld dient te worden.

J219863.005/RME, pagina 5 van 14

Stikstofemissie Op basis van dit bouwplan zijn ten aanzien van het aspect stikstof verschillende fasen te onderscheiden: 1. Bestaande gebruiksfase: effecten ten aanzien van huidige gebruik; 2. Realisatiefase: tijdelijke effecten ten gevolge van sloop-, bouw- en aanlegactiviteiten; 3. Gebruiksfase: effecten voor onbepaalde tijd na ingebruikname van de nieuwbouw. Navolgend worden de stikstofrelevante activiteiten per fase beschreven. Daarbij is in eerste instantie de emissie als gevolg van de het planvoornemen in kaart gebracht. Dat wil zeggen de emissie die aan de orde is in de realisatiefase en de nieuwe gebruiksfase. Indien de emissie van stikstof in deze fases niet leidt tot een significante toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen natura 2000 gebieden (d.w.z. een toename groter dan 0,00 mol/ ha/ jaar), dan kan het planvoornemen doorgang vinden zonder vergunningsplicht ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Indien er door het planvoornemen wel een toename in de stikstofdepositie ontstaat op nabijgelegen Natura 2000-gebieden, dan kan er worden gekeken naar deze toename ten opzichte van de stikstofemissie in de huidige situatie. Er wordt dan een verschilberekening gemaakt tussen het huidige gebruik en de stikstofemissies in de realisatiefase en nieuwe gebruiksfase.

Mogelijk leidt dit per saldo niet tot een toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Dit is het zogenaamde intern salderen: indien een planvoornemen per saldo (ten opzichte van het huidige, legale en feitelijke gebruik) niet leidt tot een overschrijding (intern salderen) dan is er sinds de Logtsebaan uitspraak (zie uitspraak ECLI:NL:RVS:2021:71) geen noodzaak meer tot een ontheffing in het kader van de Wnb. Inschatting van emissies planvoornemen Om op basis van de Aerius calculator te komen tot een analyse van effecten van het planvoornemen zal er een inschatting dienen te worden gemaakt van de emissies per fase. Onderstaand zijn op basis van de huidige plangegevens de emissiebronnen per fase inzichtelijk gemaakt. Bestaande gebruiksfase - Emissies ten aanzien van de bestaande intensieve varkenshouderij; Realisatiefase - Emissies ten aanzien van de sloop van de bestaande bebouwing; - Emissies ten aanzien van inzet mobiele werktuigen bij realisatie nieuwbouw; Nieuwe gebruiksfase - Emissies ten aanzien van verkeersgeneratie nieuwe functie; - Geen stookemissies, want gasloos gebouwd.

J219863.005/RME, pagina 6 van 14

Referentiesituatie In de huidige situatie is de locatie in gebruik als intensieve varkenshouderij. Allereerst moet bepaald worden of er sprake is van een referentiesituatie en zo ja, welke referentiesituatie dit is. Vervolgens kan de stikstofruimte welke beschikbaar gesteld mag worden voor intern salderen bepaald worden aan de hand van deze referentiesituatie. De referentiesituatie in het kader van de Wet natuurbescherming is afhankelijk van de planologische procedure. Er wordt een plantoets en projecttoets onderscheiden. De plantoets is van toepassing bij bestemmingsplanprocedures, de projecttoets bij omgevingsvergunningen en andere vergunningstrajecten. Bij de plantoets mag als referentie worden gebruikt het planologisch toegestane en feitelijke gebruik ten tijde van het vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan. Bij een projecttoets geldt als referentie een geldende Wnb vergunning. Indien deze vergunning er momenteel niet is, dan wordt teruggevallen op het legale en feitelijke gebruik ten tijde van de aanwijzing van de Natura 2000-gebbieden waarop een mogelijk effect aan de orde is. Dit gebruik moet dan onafgebroken zijn voortgezet. In de huidige situatie wordt de locatie geëxploiteerd als een intensieve varkenshouderij met een vergunning voor maximaal 972 vleesvarkens.

Hierbij is sprake van een NH3-emissie van 1.539 kg/j, een fijnstof-emissie van 16.794 g/j en een geuremissie van 82.836 ouE/s. Op de locatie is tevens een agrarisch bouwvlak van circa 1 hectare groot gelegen.

Tabel 1: Emissies NH3, fijnstof en geur gedurende referentiefase De emissies uit het huidige gebruik van de locatie voor de intensieve varkenshouderij kunnen worden ingezet als referentiesituatie en afgezet worden tegen de emissies voortvloeiende uit de realisatie en het gebruik van de beoogde situatie. Het voorgaande staat bekend als intern salderen, hetgeen momenteel (september 2023) niet vergunningplichtig is in het kader van de Wet natuurbescherming. Indien er middels intern salderen geen stikstofdepositie optreedt op nabijgelegen Natura 2000gebieden groter dan de grenswaarde van 0,00 mol N/ha/jaar, dan kunnen op basis daarvan significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van deze Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten in de zogenaamde voortoets. Uit deze conclusie volgt in dat geval dat er geen noodzaak is tot het aanhaken van de Wet natuurbescherming bij de bestemmingsplanprocedure. Voorwaarde voor intern salderen is voorts dat er een functionele samenhang bestaat tussen enerzijds het beëindigen van het huidige gebruik en anderszijds het realiseren van het beoogde gebruik. Op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 2’ is het

J219863.005/RME, pagina 7 van 14

gebruik van de intensieve veehouderij binnen de geldende bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ toegestaan. Met het planvoornemen wordt de intensieve veehouderij definitief beëindigd en op locatie wordt een privé-stal gerealiseerd. Hiermee komt het planvoornemen in aanmerking om intern te salderen. In onderhavige casus is er namelijk sprake van een functionele samenhang tussen het te beëindigen huidige gebruik en het te realiseren beoogde gebruik. Daarnaast is middels de planologische en fysieke realisatie van het beoogde voornemen geborgd dat het gebruik ook planologisch en feitelijk onmogelijk wordt. Er wordt met onderhavige ontwikkeling geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om intern te salderen. Realisatiefase Sloopfase Op de locatie zijn sloopwerkzaamheden aan de orde. Om tot een inschatting te komen van de inzet van mobiele werktuigen is onderstaand eerst een inschatting gemaakt van de werkzaamheden op de locatie en de tijdsduur die daarmee gemoeid is. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

De inzet van mobiele werktuigen zal zoveel mogelijk worden beperkt op locatie;

•

•

Om tot een inschatting te komen van de sloopwerkzaamheden is een inschatting gemaakt van het bouwvolume op het plangebied. De te slopen bebouwing bestaat uit de bestaande varkensstal van circa 1.100 m2. Binnen het vigerende bestemmingsplan geldt een maximum goothoogte van 5,5 meter en een maximum bouwhoogte van 11,0 meter. In de huidige situatie is de bestaande bebouwing voorzien van een schuin dak. De gemiddelde bouwhoogte bedraagt circa 6 meter. Op basis van deze footprint en de ingeschatte gemiddelde bouwhoogte is het maximaal te slopen bouwvolume binnen het plangebied bepaald. Dit bedraagt 6.600 m3. Er wordt uitgegaan dat het sloopvolume 25% van het bouwvolume behelst;

•

Het voorgaande leidt tot een te slopen volume van ca. 1.650 m3;

• •

Om tot sloop van deze woningen te komen zal een sloopkraan worden ingezet; Verder zullen er vrachtwagens worden ingezet om het puin weg te voeren;

• •

Er wordt aangenomen dat de puinfractie gelijk is aan het te slopen volume. Daarmee leiden de sloopwerkzaamheden tot 1.650 m3 aan puin. Er is uitgegaan van een gemiddeld laadvermogen van een vrachtwagen van ca. 25 m3;

•

Er wordt voorts uitgegaan van een laad- en lostijd van ca. 15 minuten per vrachtwagen;

•

Tijdens het laden en lossen wordt aangenomen dat de vrachtwagen 20% van de tijd stationair draait; Daarmee komt het aantal stationaire draaiuren per laadbeurt neer op 3 minuten.

•

J219863.005/RME, pagina 8 van 14

Het voorgaande leidt tot de volgende inschatting van draaiuren voor de mobiele werktuigen tijdens de sloopfase: Activiteit

Hoeveelheid

Eenheid

Werktuig

Aantal dagen

Uren/ dag

Uren/ jaar

Sloopwerkzaamheden

1.650 m3

500 m3/ dag

sloopkraan

3,5

8

28

Activiteit Afvoer puin

Hoeveelheid 3

1.650 m

Eenheid 3

25 m / wagen

Werktuig

Aantal

Min/wagen

Uren/ jaar

vrachtwagen

66

3

4

En daarnaast tot het volgende aantal verkeersbewegingen ten aanzien van de afvoer van het puin en sloopwerkzaamheden: Activiteit Hoeveelheid Eenheid Wagens Bewegingen Aantal / jaar Afvoer puin bouwvakkers

1.650 m3

25 m3/ wagen

66

132

132 100

J219863.005/RME, pagina 9 van 14

Bouwfase Er wordt met het planvoornemen een privé-stal van circa 1.300 m2 en een inhoud van circa 8.000 m3 gerealiseerd. Tevens wordt de bestaande buitenrijbak kleinschalig vergroot. Voor de bouwwerkzaamheden worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Er wordt uitgegaan van een betonfundering. Uitgaande van een funderingspercentage van 10% en betondikte van 70 centimeter, betreft de betonhoeveelheid 91 m3; •

Er wordt aangenomen dat de betonmixers een laadvermogen hebben van 20 m 3 en de betonstorters een stortvermogen van 100 m3/uur. Daarmee zijn er 5 betonmixers nodig en 1 uur storten;

•

Daarnaast wordt er uitgegaan van een betonvloer van 19 centimeter. Dit leidt tot een hoeveelheid beton van 247 m3. Op basis van de capaciteit van betonmixers en betonstorters leidt dit tot 13 betonmixers en 3 uur betonstorten;

•

De lange zijdes van de rijhal bestaan voor de eerste meter vanaf maaiveld uit rode bakstenen, wat grofweg 120 m2 aan aanleg van rode bakstenen betreft. De korte zijdes bestaan grofweg voor 50% uit rode bakstenen, wat grofweg 140 m2 aan aanleg van rode bakstenen betreft. De 160 m2 aan rode bakstenen wordt door de bouwvakkers op locatie handmatig aangelegd. Om een gedegen inschatting te maken wordt hierbij aangenomen dat aan de korte zijdes in totaal voor maximaal 2 werkdagen een verreiker gebruikt zal worden.

•

Het overige oppervlak van de lange zijdes bestaat uit gepotdekselde platen, wat grofweg 384 m2 aan aanleg van gepotdekselde platen betreft. De korte zijdes bestaan voor 50% uit gepotdekselde platen, wat grofweg 140 m2 aan gepotdekselde platen betreft. De 524 m2 aan gepotdekselde platen wordt geplaatst met behulp van een mobiele kraan. Hierbij wordt aangenomen dat de mobiele kraan 100 m2/uur kan plaatsen. Dit leidt tot 6 draaiuren van de mobiele kraan op locatie. De vrachtwagens die de gepotdekselde platen aanleveren hebben een aangenomen laadvermogen van 50 m2 per vrachtwagen. Dit komt neer op 11 vrachtwagens. Het dakoppervlak van de rijhal wordt ingeschat op maximaal 1.400 m2. Op basis van het vermogen van een mobiele kraan en het laadvermogen van de vrachtwagens komt dit neer op 14 draaiuren van de hijskraan en 28 vrachtwagens.

•

• •

Er wordt aangenomen dat voor de afbouw en het leidingwerk 13 uren voor de mobiele kraan aan de orden zijn en 18 uren voor de kleine graafmachine. De kleinschalige vergroting van de bestaande buitenrijbak zal plaatsvinden door de aangenomen inzet van de kleine graafmachine voor 8 uur en de ingeschatte inzet van 6 bouwvakkers voor 40 uur. Dit leidt tot 30 middelzware verkeersbewegingen, aangenomen dat er 2 bouwvakkers per busje vervoerd worden.

J219863.005/RME, pagina 10 van 14

Resumerend komt dit neer op de volgende draaiuren: Activiteit

Hoeveelheid

Eenheid

Werktuig

Uren/ jaar

Fundering storten

91 m3

100 m3/ uur

Betonstorter

1

Betonvloer storten

247 m3

100 m3/ uur

Betonstorter

3

Muur rode bakstenen

160 m2

10 m2/uur

Verreiker

16

Gepotdekselde platen

524 m2

100 m2/ uur

Mobiele kraan

6

Daken plaatsen

1.400 m2

100 m2/ uur

Mobiele kraan

14

Afbouw en leidingwerk

1.300 m2

100 m2/ uur

Mobiele kraan

13

Afbouw en leidingwerk

1.300 m2

75 m2/ uur

18

Vergroting bestaande buitenrijbak

-

-

Kleine graafmachine Kleine graafmachine

En tot de volgende verkeersbewegingen: Activiteit Hoeveelheid Eenheid

8

Wagens

Bewegingen

Aantal / jaar

Fundering storten Betonvloer storten

91 m3

20 m3/ wagen

5

10

10

247 m2

20 m2/ wagen

13

26

26

Gepotdekselde platen Daken plaatsen

524 m2

50 m2/ wagen

11

22

22

1.400 m2

50 m2/ wagen

14

28

28

2

1 bewegingen/ 20 m2 -

65

130

130

15

30

30

Licht verkeer

1.300 m

Licht verkeer

-

Redelijkerwijs kan worden aangenomen dat mobiele werktuigen van minstens Stageklasse IV ingezet worden. Voor de betonstorter wordt een brandstofverbruik van 30 liter per uur aangenomen. De mobiele kraan én de sloopkraan hebben een ingeschat brandstofverbruik van 19 liter per uur en de kleine graafmachine én de verreiker hebben een ingeschat brandstofverbruik van 12 liter per uur. De vrachtwagen kent een geschat brandstofverbruik van 8 liter per uur. Daarnaast wordt voor deze mobiele werktuigen een vermogensklasse ingeschat van 75-560 kW. Het is gebruikelijk om hierbij een AdBlue verbruik van 5% van het brandstofverbruik per uur aan te nemen. Het voorgaande leidt tot de volgende kenmerken van de inzet van mobiele werktuigen:

J219863.005/RME, pagina 11 van 14

werktuig

Stageklasse

Vermogen

Brandstof verbruik [liter/jaar]

AdBlue verbruik [liter/jaar]

Uren/jaar

Sloopkraan Vrachtwagen Betonstorter/ mixer Verreiker Mobiele kraan Kleine graafmachine

IV IV IV IV IV IV

75-560 kW 75-560 kW 75-560 kW 75-560 kW 75-560 kW 75-560 kW

532 32 120 192 627 312

-

28 4 4 16 33 26

Verkeersgeneratie sloop- en bouwfase De totale verkeersgeneratie in de sloop- en bouwfase betreft, zoals hierboven gemotiveerd, 130 lichte verkeersbewegingen, 100 middelzware verkeersbewegingen en 218 zware verkeersbewegingen. Ten aanzien van het modelleren van verkeersstromen in de AERIUS Calculator is de vraag aan de orde op welk moment het verkeer op gaat in het heersende verkeersbeeld en dus niet meer onderscheidend is door het planvoornemen. Er wordt verondersteld dat er tijdens de realisatiefase sprake is van één aannemer en dat het verkeer via ’t Achterom, de Bobbenagelseweg en de Ollandseweg afwikkelt op de Rijksweg A50, vanwaar het verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld. Er is een stagnatiepercentage van 10% verondersteld op dit traject. Berekening sloop- en bouwfase Bovenstaande inschattingen van de emissies tijdens de sloop- en bouwfase zijn ingevoerd in de AERIUS Calculator. Uit de berekening van de emissies tijdens de bouw- en sloopfase volgen geen rekenresultaten die leiden tot een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jaar. De berekening is bijgevoegd als bijlage 1.

J219863.005/RME, pagina 12 van 14

Gebruiksfase De gebruiksfase betreft alle permanente stikstofuitstoot op jaarbasis ten gevolge van ingebruikname van het planvoornemen. De nieuwe privé-stal wordt gasloos gerealiseerd. Ten gevolge van de ingebruikname van de privé-stal, die uitsluitend is bestemd voor privégebruik, is er geen sprake van een toename aan verkeersgeneratie op locatie. De privé-stal binnen het plangebied biedt onderdak aan circa 5 paarden. Op basis van kengetallen geldt dat een paard een jaarlijkse emissie van 5 kg NH3 uitstoot. Dit resulteert met het planvoornemen ten gevolge van de huisvesting van 5 paarden in een jaarlijkse uitstoot van 25 kg NH3. Bovenstaande inschattingen van de emissies tijdens de gebruiksfase zijn ingevoerd in de AERIUS Calculator. In de berekening is een jaarlijkse uitstoot van 40 kg NH3 (8 paarden) opgenomen om aan te tonen dat het theoretisch houden van 8 paarden niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Uit de berekening van de emissies tijdens de gebruiksfase volgen geen rekenresultaten die leiden tot een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jaar. De berekening is bijgevoegd als bijlage 2.

Conclusie • Initiatiefnemer kan 8 paarden houden op locatie; • Rekening houdend met voorgaande conclusies kunnen significant nadelige effecten op Natura2000-gebieden ten gevolge van de realisatie- en gebruiksfase worden uitgesloten. Conclusies Het bouwplan leidt in de realisatie- en gebruiksfase niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Voor het plan is derhalve geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming vereist. Hopende u voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, Pouderoyen Tonnaer

Pouderoyen Tonnaer

R.S. de Haas

R.P.E.F. van Meurs

J219863.005/RME, pagina 13 van 14

Bijlage 1

AERIUS-berekening realisatiefase

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Pouderoyen Tonnaer Berlicumseweg 6D, 5248 NT Rosmalen 't Achterom 3 Realisatiefase 't Achterom 3

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RnRWytHbTBY1 05 december 2023, 16:28 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Realisatiefase - Beoogd Realisatiefase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RnRWytHbTBY1 (05 december 2023)

2023 -

0,5 kg/j

63,4 kg/j

2/7

Projectberekening

Realisatiefase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Consumenten mobiele werktuigen | Inzet mobiele werktuigen  Verkeersnetwerk

RnRWytHbTBY1 (05 december 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,4 kg/j 71,9 g/j

60,5 kg/j 2,8 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RnRWytHbTBY1 (05 december 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Realisatiefase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RnRWytHbTBY1 (05 december 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Realisatiefase, Rekenjaar 2023 1

Mobiele werktuigen | Consumenten mobiele werktuigen

Naam Locatie Oppervlakte

Inzet mobiele werktuigen X:157850,82 Y:397965,81 1,07 ha

Sloopkraan

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

Vrachtwagen

Naam

60,5 kg/j 0,4 kg/j

Brandstof­verbruik

Draaiuren AdBlue verbruik

28 u/j

0 l/j

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

32 l/j

4 u/j

0 l/j

17,7 kg/j NH₃ 0,1 kg/j NOₓ 1,1 kg/j

Betonstorter/mixer Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

120 l/j

16 u/j

0 l/j

NH₃ 7,7 g/j NOₓ 4,0 kg/j

Verreiker

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

192 l/j

16 u/j

0 l/j

NH₃ 28,8 g/j NOₓ 6,4 kg/j

Mobiele kraan

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

627 l/j

33 u/j

0 l/j

Kleine graafmachine

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

312 l/j

26 u/j

0 l/j

2

Stageklasse

NOₓ NH₃

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

532 l/j

Verkeer X:158836 Y:397801,12 2.438,57 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

NOₓ

NH₃ 46,1 g/j NOₓ 20,9 kg/j NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 10,4 kg/j NH₃ 74,9 g/j

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

130,0 /jaar 130,0 /jaar 218,0 /jaar 0,0 /jaar

Stof Emissie

2,8 kg/j 0,7 kg/j 71,9 g/j

In file

10,0 % 10,0 % 10,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. RnRWytHbTBY1 (05 december 2023)

6/7

Projectberekening

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RnRWytHbTBY1 (05 december 2023)

7/7

J219863.005/RME, pagina 14 van 14

Bijlage 2

AERIUS-berekening gebruiksfase

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Pouderoyen Tonnaer Berlicumseweg 6D, 5248 NT Rosmalen 't Achterom 3 Gebruiksfase 't Achterom 3

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RfY6hAu5Kxc4 05 december 2023, 16:44 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RfY6hAu5Kxc4 (05 december 2023)

2024 -

40,0 kg/j

-

2/6

Projectberekening

Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1

Anders... | Anders... | Paarden

RfY6hAu5Kxc4 (05 december 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

40,0 kg/j

-

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RfY6hAu5Kxc4 (05 december 2023)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RfY6hAu5Kxc4 (05 december 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

Gebruiksfase, Rekenjaar 2024 1

Anders... | Anders...

Naam Paarden Uittreedhoogte Locatie X:157827,07 Warmteinhoud Y:397908,69 Spreiding Oppervlakte 2,69 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

0,0 m 0,000 MW 0m

NH₃

40,0 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RfY6hAu5Kxc4 (05 december 2023)

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=2629ca7e-1fda-4f9e-a195-28ed2e9fcc66