CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.6 - Watertoets aanvulling

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, Koeveringsedijk ongenummerd'6.574 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Titel Opdrachtgever Adviesbureau

Watertoets aan Koeveringsedijk ong. te Sint-Oedenrode

Juridisch Adviesbureau Van der Aa b.v. Lindendijk 31 5491 GA Sint-Oedenrode

MILON bv Huygensweg 24 5482 TG Schijndel

Titel:

watertoets aan Koeveringsedijk ong. te Sint-Oedenrode

Status:

definitief

Datum:

27 mei 2021

Opdrachtgever:

Juridisch Adviesbureau Van der Aa b.v. Lindendijk 31 5491 GA Sint-Oedenrode

Contactpersoon: Telefoonnummer: E-mail:

de heer mr. A. van der Aa 0413 - 490773 info@vanderaajuristen.nl

Projectnummer:

20131054 en 20131054-1

Auteur: Projectleider: Telefoonnummer: Faxnummer: E-mail: Website:

ing. Tamara Heesakkers-Kivits/ing. Job Tijssen ing. Jan van Nuenen 073-5477253 073-5493955 info@milon.nl/jan@milon.nl www.milon.nl

Handtekening Projectleider:

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of MILON bv. Op al onze leveringen en diensten zijn onze algemene voorwaarden, gedeponeerd ter griffie van de Rechtbank ’s-Hertogenbosch d.d. 3 juni 2010, en de RVOI-2001 van toepassing. De tekst en inhoud van deze voorwaarden zijn te raadplegen via www.milon.nl of worden op verzoek gratis toegezonden.

MILON bv is gecertificeerd conform ISO 9001 en VCA** en erkend door het ministerie van VROM voor: ▪ BRL SIKB 1000 “Monsterneming voor partijkeuringen”, VKB-protocol 1001, 1002 en 1003; ▪ BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, VKB-protocol 2001, 2002, 2003 en 2018; ▪ BRL SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen, ingrepen in de waterbodem en nazorg” en VKB-protocol 6001 (processturing en verificatie).

Inhoudsopgave 1. Inleiding .................................................................................. 3 1.1. Opdrachtverlening .............................................................. 3 1.2. Aanleiding ......................................................................... 3 1.3. Doel .................................................................................. 3 1.4. Betrouwbaarheid ................................................................ 3 2. Onderzoekslocatie ................................................................... 4 2.1. Locatiegegevens ................................................................. 4 2.2. Historische informatie ......................................................... 5 2.3. Toekomstig bodemgebruik ................................................... 5 3. Watertoets ............................................................................... 6 3.1. Beleid ............................................................................... 6 3.1.1 Europees beleid ................................................................. 6 3.1.2. Rijksbeleid ........................................................................ 6 4.1.3. Provinciaal beleid .............................................................. 8 3.1.4 Waterschapsbeleid .............................................................

8 3.1.5 Gemeentelijk beleid .......................................................... 10 3.2. Waterhuishouding ............................................................. 11 3.3. Ruimtelijk plan of voornemen ............................................. 14 3.4. Wateradvies ..................................................................... 15 3.5 Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening .................. 15 3.6. Uitgangspunten en randvoorwaarden .................................. 17 4. Samenvatting en conclusies .................................................. 19

Bijlagen 1. Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie 2. Situatietekening met boorpunten 3. Boorbeschrijvingen 4. Toetsing van de analyseresultaten 5. Analysecertificaten laboratorium 6. Fragmenten grondwaterkaarten

1.

Inleiding

1.1.

Opdrachtverlening

Op 13 februari 2013 heeft MILON bv te Schijndel schriftelijk opdracht gekregen van de heer mr. A. van der Aa, namens Juridisch Adviesbureau Van der Aa b.v. te Sint-Oedenrode, voor het uitvoeren van een watertoets. De onderzoekslocatie is gelegen aan Koeveringsedijk ong. te Sint-Oedenrode. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden.

1.2.

Aanleiding

De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door de voorgenomen partiële herziening van het bestemmingsplan. Op de onderzoekslocatie zullen twee ruimtevoor-ruimtewoningen worden gerealiseerd.

1.3.

Doel

De watertoets heeft als doel om water als ordenend principe een rol te laten spelen bij ruimtelijke plannen en besluiten, door alle relevante waterhuishoudkundige aspecten vroegtijdig te betrekken bij de planvorming.

1.4.

Betrouwbaarheid

Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.

Pagina 3 van 27

2.

Onderzoekslocatie

2.1.

Locatiegegevens

De onderzoekslocatie bevindt zich aan de Koeveringsedijk, ten noordoosten van het centrum van Sint-Oedenrode. De locatie betreft grasland en er is op de onderzoekslocatie geen verharding en bebouwing aanwezig. Kadastraal is het perceel bekend als gemeente SintOedenrode, sectie S, nummer 939. In figuur 1 is een overzichtsfoto van de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuur 1: Overzichtsfoto onderzoekslocatie. (bron: Google)

Overig terrein en omgeving De locatie wordt aan de noord- en westzijde begrensd door de openbare weg Koeveringsedijk. Aan de oostzijde is Veghelseweg nummer 53 aanwezig. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de topografische kaart in bijlage 1 en de luchtfoto in figuur 2. Voor een indruk van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 2.

Figuur 2: Luchtfoto globale ligging onderzoekslocatie. (bron: Google)

Pagina 4 van 27

2.2.

Historische informatie

Geraadpleegde bronnen ▪ gemeentelijke informatie inzake bodemonderzoeken of verdachte locaties (per e-mail d.d. 20-02-2013, mevrouw F. Rense); ▪ historische topografische kaart uit historische atlas (www.watwaswaar.nl); ▪ actuele luchtfoto’s (GoogleMaps); ▪ kaart met provinciale grondwaterbeschermingsgebieden; ▪ opdrachtgever/eigenaar; ▪ bodemkaart; ▪ kadastrale gegevens; ▪ archeologie (http://www.sint-oedenrode.nl/portal/digitaledocumenten_3305/item/documenten-over-archeologiebeleid_11029.html); ▪ conventionele explosieven (MORA’s). Volgens de Grote Historische topografische Atlas van Noord-Brabant was de onderzoekslocatie vanaf 1928 tot heden in gebruik als grasland. De directe omgeving bestond uit grasland en enige bebouwing. Voor zover bekend heeft er nooit enige bebouwing op de onderzoekslocatie gestaan. Uit informatie van de opdrachtgever en de gemeente Sint-Oedenrode blijkt dat voor zover bekend binnen de onderzoekslocatie geen bodembedreigende bedrijfsactiviteiten zijn uitgevoerd en op de locatie geen boven- en ondergrondse brandstoftanks of andere verdachte locaties aanwezig zijn geweest. Uit informatie van de gemeente blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen ophooglagen aanwezig zijn en dat de locatie vanuit het verleden niet asbestverdacht is. Op de archeologische verwachtingskaart valt de onderzoekslocatie in categorie 5: hoge verwachting.

Tevens zijn er geen aanwijzingen voor conventionele explosieven.

2.3.

Toekomstig bodemgebruik

Het voornemen is om twee ruimte-voor-ruimte woningen te realiseren.

Pagina 5 van 27

3.

Watertoets

3.1.

Beleid

Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten bij ruimtelijke plannen. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De leidraad van de watertoets is het doorlopen van de drietrapsstrategie voor de omgang met water: vasthouden, bergen, afvoeren. Ook waterkwaliteit, waterschaarste, verdroging en het tegengaan van verzilting kunnen relevante onderwerpen zijn waarmee rekening gehouden dient te worden. Afvoeren naar lokaal oppervlaktewater of naar een afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI) is de minst gewenste optie. De waterhuishoudkundige situatie van het plangebied is onderzocht in het kader van de watertoets. In het waterhuishoudkundig onderzoek is uitgebreid aandacht besteed aan de huidige bodemkundige en(geo)hydrologische situatie, de gehanteerde uitgangspunten en randvoorwaarden, en de (on)mogelijkheden om neerslag in de toekomstige situatie te bergen en te infiltreren. Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via rijks-, provinciaal en waterschapsbeleid, naar gemeentelijk beleid. Dit resulteert in de verplichting een watertoets uit te laten voeren.

3.1.1. Europees beleid Op 22 december 2004 is de Kaderrichtlijn Water in werking getreden. De daarin gegeven voorschriften zijn bindend voor de Europese lidstaten. In de Kaderrichtlijn Water beoogt de EU vanuit een stroomgebiedbenadering en de basisbeginselen voor een duurzaam waterbeleid te komen tot: ▪ het behoeden van aquatische en terrestische systemen voor verdere achteruitgang; ▪ een verhoogde bescherming en verbetering van het aquatisch milieu; ▪ bevorderen van een duurzaam gebruik van water; ▪ geleidelijke vermindering van de vervuiling van het grondwater en het nemen van preventieve maatregelen; ▪ afzwakking gevolgen van overstroming en droogte; ▪ harmonisatie van Europese waterwetgeving.

3.1.2. Rijksbeleid Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden, waarmee een achttal wetten is samengevoegd tot één wet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. Minstens zo belangrijk is dat zoveel mogelijk activiteiten onder algePagina 6 van 27

mene regels vallen. In de regel komt dit neer op een meldingsplicht in plaats van een vergunningenprocedure. Niet alles is in algemene regels vast te leggen en voor deze activiteiten in, op, onder of over watersystemen is er de watervergunning. De Wet gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet. In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor: • Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater; • Het doelmatig nemen van maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Wet milieubeheer is de derde zorgplicht voor de gemeente opgenomen. De gemeente dient zorg te dragen voor het inzamelen transporteren van stedelijk afvalwater. Wet ruimtelijke ordening en de watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen (waaronder bestemmingsplannen) die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer (bijv. gemeente of projectontwikkelaar) worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt.

Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies. Nationaal Waterplan 2016-2021 In 2015 is het Nationaal Waterplan vastgesteld. Het plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Belangrijke punten uit het nationaal waterplan zijn: • Eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren; • Hemelwater zo veel mogelijk afkoppelen, mits schoon (anders eerst zuiveren); • Uitbreiding van verhard oppervlak zo veel mogelijk compenseren met hectares oppervlaktewater. Met deze punten zal rekening gehouden worden bij de uitvoering van de plannen.

Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot het aanscherping van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's. Ook is een nieuwe fase aangebroken in het samenwerkingsproces, waarbij het zwaartepunt verschuift van planvorming naar uitvoering. Het NBW

Pagina 7 van 27

is een uitwerking van de uitvoering van waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De belangrijkste doelen en taken zijn: • het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; • verbetering van de waterkwaliteitaspecten de status van structuurvisie.

4.1.3. Provinciaal beleid Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant Het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 (PMWP) is de strategische basis voor het Brabantse milieu- en waterbeleid en -beheer voor de korte en de lange termijn, rekening houdend met Europese, landelijke, provinciale en regionale doelen, duurzaamheid en klimaatveranderingen. Het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 integreert de milieuen de wateropgave. Het zet de nieuwe koers uit voor de provinciale inzet met betrekking tot water, bodem, lucht en de overige milieuaspecten. Het is een breed gedragen, integraal beleidsplan, omdat het tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met talloze belanghebbende (water)partijen in Brabant. Het PMWP staat voor: − voldoende water voor mens, plant en dier; − schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); − bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; − verduurzaming van onze grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. Interim Omgevingsverordening De Interim Omgevingsverordening vervangt onder meer de Verordening ruimte, Verordening water en Provinciale milieuverordening. In de Interim Omgevingsverordening staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen.

Zo zijn er de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden in opgenomen en worden gebieden aangewezen als reserveringsgebied voor waterberging. Deze gebieden worden ingezet om wateroverlast uit regionale watersystemen (beken, waterlopen) tegen te gaan. Voorts zijn normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming. Ook zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen worden beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning.

3.1.4 Waterschapsbeleid Waterbeheerplan 2016-2021 Het waterbeheerplan 'Waardevol Water' beschrijft de doelen van Waterschap De Dommel voor de periode 2016-2021. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterplan, het Provinciaal Milieu en Waterplan en het Stroomgebiedsbeheerplan. Meer dan voorheen wil het waterschap inspelen op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied. Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende waterthema’s: − droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen); − voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarvoor reguleert het waterschap het grond- en oppervlaktewater; − natuurlijk water: zorgen voor flora en fauna in en rond beken en sloten door deze Pagina 8 van 27

waterlopen goed in te richten en te beheren; Schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen; − mooi water: stimuleren dat mensen de waarde van water beleven, door onder meer recreatief gebruik. Het waterschap staat voor een aantal complexe uitdagingen, die zij in veel gevallen niet alleen kan realiseren. Deze uitdagingen geven invulling aan de verbinding van water met de maatschappelijke ontwikkelingen. Daarom zet het waterschap sterk in op samenwerking. In dit Waterbeheerplan nodigt het waterschap waterpartners, stakeholders, boeren, burgers en bedrijven nadrukkelijk uit om gezamenlijk te werken aan slimme, innovatieve oplossingen voor de complexe wateropgaven. Dit betekent onder meer dat het waterschap de bestaande samenwerking met alle partners in het gebied wil uitbreiden en ‘grenzeloos’ organiseren vanuit de kracht van ieders rol en verantwoordelijkheid. Wat zijn de belangrijkste uitdagingen voor de komende planperiode? − voldoende water voor landbouw en natuur; − wateroverlast en hittestress; − kringloop denken; − steeds meer ongewenste stoffen in het water, zoals medicijnen; − vergroten waterbewustzijn. Het waterbeheerplan is te vinden op de website van het waterschap.

Keur Waterschap Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel 2015 De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben nieuwe waterregels vastgesteld. De Keur kent gebods- en verbodsbepalingen die erop gericht zijn watergangen te beschermen. Zo is het in bepaalde gevallen verboden om zonder vergunning water te lozen of te onttrekken aan oppervlaktewater. Ook legt de Keur in sommige gevallen aan burgers een onderhoudsverplichting op. Daarnaast mag men zonder Keurontheffing geen activiteiten ontplooien of bouwwerken plaatsen die het onderhoud aan watergangen kunnen belemmeren. Dit betekent dat voor bepaalde activiteiten nabij watergangen of met mogelijke invloed op watergangen een ontheffing bij het waterschap moet worden gevraagd. De Keur van het waterschap is enkel van toepassing wanneer direct wordt geloosd naar een oppervlaktelichaam in beheer en eigendom van het waterschap. De Keur is een verordening waarin staat wat wel en niet mag rond watergangen, dijken en grondwater. Voor veel zaken hoeven burgers en bedrijven geen vergunning meer aan te vragen. Een melding aan het waterschap volstaat. Alle ingrepen welke een grote impact hebben op belangrijke watergangen en keringen blijven vergunningplichtig. Vanaf 1 maart 2015 geldt de nieuwe keur in de drie waterschappen.

Het doel van de regels is om de wateraanvoer en waterafvoer te waarborgen, Noord-Brabant te beschermen tegen overstromingen en de gevolgen van droogte te beperken. In de Keur is een Algemene Regel is een gevoeligheidsfactor opgenomen. Afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied wordt een gevoeligheidsfactor toegepast. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Er worden drie waarden voor de gevoeligheidsfactor gehanteerd: ¼, ½ en 1. Het is gezien het globale karakter van de toets niet zinvol hier meer detail in aan te brengen. Welke gevoeligheidsfactor van toepassing is, kan worden afgelezen van de Kaart Algemene Regel afvoer regenwater door verhard oppervlak 2015 (De gevoeligheidsfactoren worden alleen bij de Algemene Regel toegepast. Bij de toepassing van de Beleidsregel (vergunningen) wordt niet gewerkt met een gevoeligheidsfactor maar wordt maatwerk geleverd om de retentie-eis te bepalen.). Pagina 9 van 27

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater. De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 Maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. De beleidsterm ‘hydrologisch neutraal’ heeft dan ook vooral betrekking op het zo veel mogelijk (binnen de ontwikkeling) neutraliseren van de negatieve hydrologische gevolgen van (toekomstige) ruimtelijke ontwikkelingen in ruimte en tijd. De ontwikkeling mag geen hydrologische achteruitgang aan de randen van het plangebied ten opzichte van de referentiesituatie tot gevolg hebben: • Er is geen (onvertraagd) toename van de waterafvoer op de rand van het plangebied; • Er mogen geen veranderingen van oppervlaktewaterstanden optreden op de grens van het plangebied en daarbuiten (tenzij veranderingen gewenst zijn); • Er mag geen overlast optreden door extreme neerslag gebeurtenissen. De voorkeursvolgorde bij het nemen van maatregelen tegen wateroverlast gaan uit van het principe water vasthouden dan wel hergebruiken, water bergen en als laatste pas water afvoeren.

Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De grenswaarde in de algemene regels voor het compenseren van nieuw verhard oppervlak wordt aangepast van 2.000 m2 naar 500 m2.

3.1.5 Gemeentelijk beleid De gemeente Meierijstad heeft zijn speerpunten m.b.t. de waterhuishouding beschreven in het verbreed gemeentelijk rioleringsplan “Waardevol water in Meierijstad” (2017 t/m 2022). Deze speerpunten worden hieronder kort toegelicht: • Klimaatbestendig inrichten openbaar en particulier gebied, onder andere door het lokaal afkoppelen van verharde oppervlak. • Verhogen waterbewustzijn en stimuleren waterbewust handelen, onder andere door de kennis over waterbeheer te integreren in het onderwijssysteem. • Verduurzamen afvalwaterketen, door gesloten watercirculatiesystemen aan te leggen, het energieverbruik te minimaliseren en energie uit stromend water en afvalwater te halen. • Behalen KRW-doelen, door verbetermaatregelen zo efficiënt mogelijk uit te voeren zonder dat de kwaliteit verloren gaat. • Doelmatig verwerken afvalwater in het buitengebied, bijvoorbeeld door waar haalbaar dubbele riolen aan te leggen • Verhogen belevingswaarde en benutten water voor natuur en recreatie, bijvoorbeeld door de vuilbelasting op oppervlaktewateren te reduceren. • Verder professionaliseren van het stedelijk waterbeheer, bijvoorbeeld door het integreren van meetnetten en het uitvoeren van stresstesten. • Samenwerken bijvoorbeeld door samenwerktingsactiviteiten te organiseren en continue te streven naar verbetering in de communicatie naar burgers.

Pagina 10 van 27

3.2.

Waterhuishouding

Geologie Het onderzoeksterrein heeft een globale hoogteligging van 10,4 m+NAP (AHN-hoogtekaart). De gegevens van de bodemsamenstelling en de hydrologische gegevens zijn verkregen uit de TNO-grondwaterkaart (centrale slenk). De bodemopbouw is als volgt: Deklaag (0 - 25 meter beneden maaiveld) Vanaf maaiveld tot circa 25 m-mv is een deklaag aanwezig van slibhoudend middel fijn tot uiterst fijn zand (Nuenen-groep, Holoceen). Eerste watervoerende pakket (25 tot 95 meter beneden maaiveld) Onder de deklaag tot circa 95 m-mv bevindt zich het eerste watervoerende pakket dat voornamelijk uit matig grof tot uiterst grof zand bestaat (Formatie van Veghel, Sterksel). Volgens gegevens uit het DINO-loket blijkt dat ter plaatse van boring B51E1559 tot 3,4 mmv uit matig fijn zand bestaat. Ter plaatse van boring B51E0270 is tot 3,9 m-mv matig fijn zand aanwezig. Plaatselijk zijn leemlaagjes aanwezig. Voor de ligging van de boringen ten opzichte van de onderzoekslocatie zie figuur 3.

Figuur 3: Ligging boringen. (bron: DINO-loket)

Grondwater Tijdens de veldwerkzaamheden op 26 februari 2013 en de grondwaterbemonstering 5 maart 2013 zijn de grondwaterstanden bepaald. In tabel 6 is de grondwaterstand opgenomen. Tabel 6: grondwaterstanden locatie

Koeveringsedijk ongenummerd

peilbuis

1

grondwaterstand (m–mv) 26-02-2013

07-03-2013

1,40

0,95

Stromingsrichting grondwater en onttrekkingen De stromingsrichting van het freatische grondwater is regionaal noordwestelijk gericht. Volgens opgave van de provincie Noord-Brabant ligt het onderzoeksgebied niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Op de onderzoekslocatie wordt voor zover bekend geen grondwater onttrokken. De aanwezigheid van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Gemiddelde grondwaterstand Pagina 11 van 27

In de digitale Wateratlas van Provincie is de gemiddelde grondwaterstand aangegeven door middel van zogenaamde grondwatertrappen. De locatie bevindt zich in een gebied binnen de contouren van grondwatertrap VII (conform indeling provincie Noord-Brabant). Hierbij hoort een gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) van 0,8-1,4 m-mv en een gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) van >1,2 m-mv. De specifieke GHG die hierbij vermeld wordt, bedraagt 0,8 tot 1,0 m-mv. De specifieke GLG die hierbij vermeld wordt, bedraagt 1,8 tot 2,0 m-mv. Uit informatie van de eigenaar blijkt dat er nooit wateroverlast is geweest op de locatie. Op basis hiervan wordt een GHG aangehouden van 0,8 m-mv. In bijlage 6 zijn fragmenten van de grondwaterkaarten opgenomen. Kwel en infiltratie In de digitale Wateratlas is tevens te herleiden dat de locatie zich in een infiltratiegebied bevindt. In bijlage 6 is een fragment van de kwel- of infiltratiekaart opgenomen. Afvoercoëfficient Uit de afvoercoëfficiëntenkaart van Waterschap Aa en Maas en Waterschap De Dommel is te herleiden dat voor onderhavige locatie een afvoercoëfficiënt van 0,33 l/s/ha geldt. Dit is de maximale hoeveelheid water die vanuit het gebied tot afstroming mag komen naar het externe watersysteem. In bijlage 6 is een fragment van de afvoercoëfficiëntenkaart opgenomen.

Oppervlaktewater in de omgeving Uit de Wateratlas van de provincie Noord-Brabant komt naar voren dat ten westen van de projectlocatie een sloot aanwezig is, zie figuur 4. Uit gegevens van de gemeente blijkt dat ten noorden ook een sloot aanwezig is. Uit de Keurkaart van waterschap De Dommel komt naar voren dat op de onderzoekslocatie geen oppervlaktewater aanwezig is dat in beheer is van het waterschap, zie figuur 4. Er wordt in de toekomst geen sloot gedempt. Wel zullen duikers geplaatst worden om toegang te verschaffen naar de woningen. De bouw van de woningen hebben verder geen effect op de sloten. De sloten hebben een bergende en afvoerende functie.

Figuur 4: Oppervlaktewater onderzoekslocatie. (bron: Wateratlas provincie Noord-Brabant)

Pagina 12 van 27

Figuur 5: Fragment Keurkaart. (bron: Keurkaart waterschap De Dommel)

Waterstromen huidige situatie Regenwater en overige neerslag In de huidige situatie wordt neerslag ter plaatse geïnfiltreerd. Gezien de infiltratiecapaciteit van de bodem en de grondwaterstanden zal bij een bui van gemiddelde duur en intensiteit het hemelwater op het maaiveld infiltreren in de bodem. Er is voor zover bekend geen sprake van wateroverlast op de locatie. Op grond van gegevens uit het DINO-loket en literatuurgegevens wordt geconcludeerd dat de ondergrond geschikt is voor het infiltreren van regenwater. Overige aspecten Afvalwater Binnen het plangebied komt in de huidige situatie geen afvalwater vrij. Naar informatie van de gemeente Sint-Oedenrode is een drukrioolstelsel aanwezig. Verdroging Binnen het plangebied zijn geen karakteristieke grondwater afhankelijke ecologische systemen aanwezig, zodat geen beschermende maatregelen noodzakelijk zijn. Ecosystemen Voor zover bekend bevinden zich geen bomen of andere flora of fauna binnen het plangebied die behouden moeten blijven. Het aspect natuur speelt geen rol in het plangebied.

Pagina 13 van 27

Gevoeligheidsfactor De kaart Algemene regel afvoer regenwater door verhard oppervlak 2015 is gebaseerd op een combinatie van locatiespecifieke bodemkundige en hydrologische omstandigheden. De kaart kent drie verschillende gevoeligheidsgebieden (1, ½, ¼). Uit de kaart is te herleiden dat voor onderhavige locatie een gevoeligheidsfactor van ¼ geldt. In onderstaande afbeelding is een fragment van de kaart opgenomen. Gevoeligheidsfactor ¼ (vermenigvuldigt de berekende compensatie met een half) geeft aan dat met een gehalveerde compensatie volstaan kan worden.

3.3.

Ruimtelijk plan of voornemen

Op de onderzoekslocatie zal herinrichting plaatsvinden. Men is voornemens twee kavels met op iedere kavel een woning met bijgebouw te realiseren. In tabel 7 is weergegeven hoe de verhardingssituatie er in de huidige en toekomstige situatie uitziet. Tabel 7: verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie. Huidige m2 (circa)

Toekomstig m2 (circa)

4.489

-

Woning 1 + bijgebouw

-

250

Terreinverharding woning 1 (oprit, terras, bestrating)

-

250

Onverhard woning 1 (tuin)

-

1.840

Woning 2 + bijgebouw

-

250

Terreinverharding woning 2 (oprit, terras, bestrating)

-

250

Onverhard woning 2 (tuin)

-

1.649

Weide Woning 1

Woning 2

Pagina 14 van 27

Totaal verhard woning 1

0

500

Totaal verhard woning 2

0

500

Totaal terrein woning 1

-

2.340

Totaal terrein woning 2

-

2.149

Woning 1 De ontwikkeling op de onderzoekslocatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 500 m2. Woning 2 De ontwikkeling op de onderzoekslocatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verharde oppervlak toeneemt met circa 500 m2.

3.4.

Wateradvies

Wateradvies gemeente De gemeente Meierijstad sluit zich bij het beleid van waterschap De Dommel aan.

3.5

Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening

Bergings- of infiltratie eis Voor het toekomstige verhard oppervlak wordt de vereiste compensatie berekend door het toekomstige verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m) en met de plaatselijke gevoeligheidsfactor (0,25). Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m3). De benodigde compensatie bedraagt 7,5 m3 per woning (500 m2 x 0,06 x 0,25). Dimensionering infiltratie- en bergingsvoorziening Huishoudelijk afvalwater dat vrijkomt bij de toekomstige bebouwing zal afgevoerd worden naar het gemeentelijke rioolstelsel. Dit zal gebeuren in overleg met de rioolbeheerder, gemeente Meierijstad. Hemelwater wordt niet afgevoerd naar het rioleringsstelsel en te allen tijde gescheiden gehouden van huishoudelijk afvalwater. Hiermee wordt onnodige vervuiling tegengegaan. Hergebruik van hemelwater voor huishoudelijke doeleinden op een dergelijke kleine schaal is niet rendabel en wordt dan ook niet gestimuleerd. Daarom wordt uitgegaan van een oplossingsrichting waarbij hemelwater wordt geïnfiltreerd en/of geborgen in de bodem. De maximale aanlegdiepte van de infiltratie- of bergingsvoorziening wordt bepaald door de GHG van 0,8 m-mv. Op basis hiervan is het mogelijk hemelwater te bergen in de bodem. Gezien de bodemsamenstelling bepaald in het veld en uit de bodemkaart wordt ter plaatse van de bovengrond (max.

1,0 m-mv) uitgegaan van een doorlatendheid met k-waarde >1,0 m/d en ter plaatse van de ondergrond van een doorlatendheid met k-waarde <1,0 m/d. Op basis hiervan wordt verwacht dat de bovengrond voldoende infiltratievermogen heeft en dat een mogelijke infiltratievoorziening binnen 72 uur leeg is en beschikbaar voor de volgende bui. Bij situaties extremer dan T=10+10% zal de infiltratievoorziening mogelijk overlopen en zal hemelwater zich over het aangrenzend maaiveld verspreiden (net als in de huidige situatie). Ter plaatse van het maaiveld zal het water infiltreren.

Pagina 15 van 27

Afweging en conclusie Op basis van de onderzochte geohydrologische gegevens van de plangebieden is er een afweging gemaakt van toe te passen infiltratievoorzieningen. Voor infiltratie kan gebruik gemaakt worden van zowel ondergrondse als bovengrondse infiltratievoorzieningen. Hieronder is een overzicht van de verschillende mogelijkheden weergegeven. Bovengrondse infiltratie of berging ▪ waterdoorlatende verharding Hierbij kan het water door de poreuze stenen van de bestrating infiltreren in de ondergrond; ▪ waterpasserende verharding Hierbij kan het water door de voegen van de bestrating infiltreren in de ondergrond; ▪ wadi (een bufferings- en infiltratievoorziening) Het water wordt hierbij via een regenwaterafvoersysteem bovengronds naar de wadi gebracht, waar het infiltreert (bijv. zaksloten en zakvijvers). Ondergrondse infiltratie of berging Bij ondergrondse infiltratie wordt het water via de regenwaterriolering verzameld en naar de infiltratievoorziening gebracht. ▪ Infiltratie krat of watershells Deze voorziening bestaat uit prefab onderdelen. Via de wanden infiltreert het water in de bodem; ▪ infiltratie riolering Vanuit de verzamelleiding kan het water direct infiltreren in de bodem; ▪ grindpalen Indien het grondwater heel laag staat kan men het water infiltreren via grindpalen, hierbij wordt het water via de grindpaal over grote diepte geïnfiltreerd.

Deze voorziening heeft dan ook een zeer grote capaciteit; ▪ infiltratie put Bij deze kleinschalige voorziening wordt het regenwater in tanks van enkele kubieke meters inhoud verzamelt en via poreuze wanden geïnfiltreerd in de bodem. Woning 1 Kijkend naar de stedenbouwkundige invulling van het plangebied is er voldoende ruimte om een bovengrondse voorziening te realiseren. Daarom wordt geadviseerd om een zaksloot/zakvijver aan te leggen. Op de tekening in bijlage 2 is een mogelijke ligging weergegeven. Door de aanleg van de infiltratie- en bergingsvoorziening op het terrein wordt tegemoet gekomen aan de uitgangspunten van Waterschap De Dommel en wordt hydrologisch neutraal ontwikkeld. Woning 2 Kijkend naar de stedenbouwkundige invulling van het plangebied is er voldoende ruimte om een bovengrondse voorziening te realiseren. Daarom wordt geadviseerd om een zaksloot/zakvijver aan te leggen. Op de tekening in bijlage 2 is een mogelijke ligging weergegeven. Door de aanleg van de infiltratie- en bergingsvoorziening op het terrein wordt tegemoet gekomen aan de uitgangspunten van Waterschap De Dommel en wordt hydrologisch neutraal ontwikkeld.

Pagina 16 van 27

3.6.

Uitgangspunten en randvoorwaarden

Hierna worden de overige uitgangspunten aangegeven voor de infiltratie- of bergingsvoorziening. Wateroverlast Om wateroverlast op de locatie en de omgeving te voorkomen moet men rekening houden met: ▪ het afstromende hemelwater wordt zoveel mogelijk oppervlakkig (bovengronds) naar de infiltratie- of bergingsvoorziening afgevoerd; ▪ wateroverlast ter plaatse van de toekomstige bebouwing wordt mede voorkomen door een drempelhoogte van enkele decimeters boven maaiveld. Hemelwater zal zo in geen geval de panden instromen; ▪ indien wenselijk dient een overstortvoorziening naar het riool of oppervlaktewater opgenomen te worden om overlast te voorkomen tijdens extreem weer. Milieuhygiënische voorwaarden Om neerslag die van de daken en overige verharde oppervlakken afstroomt te mogen infiltreren/bergen, dient onder meer aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: ▪ vereist is de toepassing van niet-uitloogbare bouwmaterialen als kunststoffen en geen zink, lood, koper of asfalt. Staal, aluminium en zink voorzien van een duurzame coating kan wel worden toegepast. Hierbij ontstaan geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen); ▪ neerslag van (afgekoppelde) verhardingen zoals opritten en/of terrassen bij woningen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

Bij de communicatie met de toekomstige bewoners van het plangebied moet duidelijk worden gewezen op de risico’s van het toepassen van chemicaliën en dergelijke, en de gevolgen van het niet naleven van deze regels; ▪ het is nooit toegestaan afvalwater in de bodem te infiltreren of via infiltratievoorzieningen in de bodem te lozen. Onderhoud en vervuiling Om de werking van de infiltratie- of bergingsvoorziening in stand te houden dient men rekening te houden met: ▪ regelmatig onderhoud van de aanvoer- en afvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren; ▪ het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Het is niet wenselijk tijdens gladheid door bevriezing of sneeuwval zout en dergelijke gladheidbestrijdingsmiddelen op de bestrating en parkeerplaatsen e.d. toe te passen. Een alternatief kan zand zijn; ▪ Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat bv.

het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool(DWA-riool) moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd.

Pagina 17 van 27

▪

het is aan te bevelen de kwaliteit van de te lozen neerslag (in de loop van de tijd) te monitoren.

Communicatie Het is belangrijk om een grote betrokkenheid van de (aanstaande) gebruikers/eigenaren op te bouwen ten aanzien van de waterhuishouding en het milieu. Zo zal uitgelegd moeten worden waarom geen auto’s mogen worden gewassen op de parkeerplaatsen (ook privé plaatsen), geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen mogen worden toegepast en geen zout gebruikt wordt bij gladheidbestrijding etc.. Ook het in stand houden en onderhoud van de voorzieningen zijn essentiële aandachtspunten, in het bijzonder voor de eigenaren/gebruikers van het plangebied. Een en ander zal in een zo vroeg mogelijk stadium met de eigenaren/gebruikers moeten worden besproken. Ook de juridische aspecten van afkoppelen en wat erbij komt kijken, moeten helder naar eigenaren en gebruikers worden gecommuniceerd en op schrift worden gesteld. Verantwoordelijkheden moeten van te voren worden vastgelegd.

Pagina 18 van 27

4.

Samenvatting en conclusies

Door MILON bv te Schijndel is in opdracht van de heer mr. A. van der Aa, namens Juridisch Adviesbureau Van der Aa b.v. te Sint-Oedenrode, in februari en maart 2013 een watertoets uitgevoerd. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Koeveringsedijk ong. te SintOedenrode. De onderzoeken zijn uitgevoerd in verband met de voorgenomen partiële herziening van het bestemmingsplan. Het bodemonderzoek is uitgevoerd met als leidraad het onderzoeksprotocol NEN 5740. Hieronder zijn de onderzoeksresultaten samengevat. Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie bevindt zich aan de Koeveringsedijk ong., ten noordoosten van het centrum van Sint-Oedenrode. Kadastraal is het perceel bekend als gemeente SintOedenrode, sectie S, nummer 939. De locatie betreft grasland en er is op de onderzoekslocatie geen verharding en bebouwing aanwezig. Op de onderzoekslocatie zullen twee ruimtevoor-ruimtewoningen worden gerealiseerd. Watertoets Op de onderzoekslocatie zal herontwikkeling plaatsvinden. In tabel 9 is weergegeven hoe de verhardingssituatie er in de huidige en toekomstige situatie uitziet. Tabel 9: verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie. Huidige m2 (circa)

Toekomstig m2 (circa)

4.489

-

Woning 1 + bijgebouw

-

250

Terreinverharding woning 1 (oprit, terras, bestrating)

-

250

Onverhard woning 1 (tuin)

-

1.840

Woning 2 + bijgebouw

-

250

Terreinverharding woning 2 (oprit, terras, bestrating)

-

250

Onverhard woning 2 (tuin)

-

1.649

Totaal verhard woning 1

0

500

Totaal verhard woning 2

0

500

Totaal terrein woning 1

-

2.340

Totaal terrein woning 2

-

2.149

Weide Woning 1

Woning 2

Conclusie en aanbevelingen watertoets Woning 1 Kijkend naar de stedenbouwkundige invulling van het plangebied is er voldoende ruimte om een bovengrondse voorziening te realiseren. Daarom wordt geadviseerd om een zaksloot/zakvijver aan te leggen. Op de tekening in bijlage 2 is een mogelijke ligging weergegeven. Door de aanleg van de infiltratie- en bergingsvoorziening op het terrein wordt tegemoet gekomen aan de uitgangspunten van Waterschap De Dommel en wordt hydrologisch neutraal ontwikkeld. Pagina 19 van 27

Woning 2 Kijkend naar de stedenbouwkundige invulling van het plangebied is er voldoende ruimte om een bovengrondse voorziening te realiseren. Daarom wordt geadviseerd om een zaksloot/zakvijver aan te leggen. Op de tekening in bijlage 2 is een mogelijke ligging weergegeven. Door de aanleg van de infiltratie- en bergingsvoorziening op het terrein wordt tegemoet gekomen aan de uitgangspunten van Waterschap De Dommel en wordt hydrologisch neutraal ontwikkeld.

Pagina 20 van 27

Bijlagen

Bijlage 1

Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie Deze kaart is noordgericht

Ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

Bijlage 3

Projectnaam:

Koeveringsedijk ong.

Plaats:

Sint Oedenrode

Projectcode:

20131054

Projectleider:

Tamara Heesakkers

Veldwerkcoördinator:

J.F.J. (Joost) Cox

Pagina:

1 van 3

Boring 01

Boring 02

Datum: 26-2-2013

Datum: 26-2-2013 0

1

braak

0

Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, Edelmanboor

2

65

3

80

braak Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, Edelmanboor

40

2

60

Zand, matig fijn, matig siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor

3

4

110

120

Zand, zeer fijn, matig siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor

4

5

150

6

Zand, zeer fijn, matig siltig, licht grijsbeige, Zuigerboor

140

160

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, neutraal beigeoranje, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig humeus, sterk siltig, resten planten, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor

180

Leem, neutraal grijsbeige, Zuigerboor, dunne waterige leem

290

Boring 03

Boring 04

Datum: 26-2-2013

Datum: 26-2-2013 0

1 25

braak

0

Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

braak Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige

2 75

2 Zand, zeer fijn, matig siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor

3

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor

120

3

Zand, matig fijn, matig siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor

4 150

150

Boring 05

Boring 06

Datum: 26-2-2013

Datum: 26-2-2013 0

braak

0

Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

Boring 07

Boring 08

Datum: 26-2-2013

Datum: 26-2-2013 0

braak Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

braak

0

braak Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

Projectnaam:

Koeveringsedijk ong.

Plaats:

Sint Oedenrode

Projectcode:

20131054

Projectleider:

Tamara Heesakkers

Veldwerkcoördinator:

J.F.J. (Joost) Cox

Pagina:

2 van 3

Boring 09

Boring 10

Datum: 26-2-2013

Datum: 26-2-2013 0

braak

0

Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

Boring 11

Boring 12

Datum: 26-2-2013

Datum: 26-2-2013 0

braak

0

Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

Boring 13

Boring 14

Datum: 26-2-2013

Datum: 26-2-2013 braak

0

Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

1

15

2 50

Boring 15

Boring 101

Datum: 26-2-2013

Datum: 4-3-2013 0

1 25

2 50

braak Zand, matig fijn, zwak humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

0

Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

braak

braak Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

braak Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

0

tuin Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor

2

3 140

Zand, zeer fijn, matig siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor

4 170

Projectnaam:

Koeveringsedijk ong.

Plaats:

Sint Oedenrode

Projectcode:

20131054

Projectleider:

Tamara Heesakkers

Veldwerkcoördinator:

J.F.J. (Joost) Cox

Pagina:

3 van 3

Boring 102

Boring 103

Datum: 4-3-2013

Datum: 4-3-2013 0

tuin

0

Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

tuin Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

2 80

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor 3 130

Boring 104

Boring 105

Datum: 4-3-2013

Datum: 4-3-2013 0

tuin

0

Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

Boring 106

Boring 107

Datum: 4-3-2013

Datum: 4-3-2013 0

tuin Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

Datum: 4-3-2013 tuin Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

0

braak Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

Boring 108 0

Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

tuin

Bijlage 4

Pagina 1 van 6

Pagina 2 van 6

Pagina 3 van 6

Pagina 4 van 6

Pagina 5 van 6

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=81756aa5-8026-4b1e-9191-a872baebba53