Bijlage 1.6 Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode
Projectgegevens Rapportnummer Datum rapportage Versienummer
: C230271.001.004/YST : 20 november 2023 : 1
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode
Opdrachtgever
: De heer W. van der Velden-Jonkers Bobbenagelseweg 9 5491 VL SINT-OEDENRODE
Contactpersoon Aelmans Milieu Ecologisch medewerker Datum uitvoering veldwerk
: de heer P.A.M. Heesakkers : de heer J.G.A. Timmermans : 6 november 2023
Opsteller rapportage Handtekening
: mevrouw Y.C. van der Sterren :
Controle rapportage Handtekening
: de heer P.A.M. Heesakkers :
Rapportstatus
: definitief
Aelmans Milieu is een handelsnaam van Aelmans Milieu Asten B.V. Koningsplein 18 5721 GJ Asten T 0493 671818 asten@aelmans.com www.aelmans.com/milieu
Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Milieu Asten B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com. Aelmans Milieu Asten B.V., h.o. Aelmans Milieu, is inschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 17159750. Dit rapport is opgesteld in opdracht, is vertrouwelijk en mag niet worden gedupliceerd of aan derden openbaar worden gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. Alleen aan het volledige originele document kunnen rechten worden ontleend door de opdrachtgever. Derden (met uitzondering van bevoegde gezagen) kunnen geen rechten ontlenen aan dit rapport. Aelmans Milieu is niet aansprakelijk voor schade die direct dan wel indirect voortvloeit uit conclusies, aannames en/of aanbevelingen die vermeld staan in dit rapport. Aelmans Milieu is niet aansprakelijk voor mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van dit rapport zelf neemt
Sjabloonversie september 2023
Samenvatting De heer W. van der Velden-Jonkers heeft, in verband met sloop- en bouwwerkzaamheden, aan Aelmans Milieu opdracht gegeven voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het perceel 't Achterom te Sint Oedenrode. De quickscan heeft tot doel vast te stellen of de beoogde ingrepen van invloed kunnen zijn op beschermde soorten en beschermde gebieden. In de quickscan wordt de (mogelijke) aanwezigheid beschreven van de in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming (Wnb) opgenomen soorten. Op basis van de resultaten van de uitgevoerde quickscan kan worden uitgesloten dat de beoogde activiteiten een negatieve invloed zullen hebben op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming. Voor de geplande ingreep blijven alle aanwezige bomen en struiken behouden. Bomen kunnen tijdens het broedseizoen niet jaarrond beschermde nesten bevatten. In de bomen zijn geen gaten of holen aanwezig en zijn voor vleermuizen derhalve ongeschikt als verblijfplaats. De bomen maken geen onderdeel uit van een lijnvormig element. Onder artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming geldt er een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten en ook gebieden.
Volgens de zorgplicht dienen er, in redelijkheid, zo veel mogelijk maatregelen genomen te worden om onnodig doden, verwonden of schade aan dieren, planten en gebieden te voorkomen. Dit geldt in praktijk voornamelijk voor de minder streng beschermde soorten, waarbij onnodig doden, verwonden of beschadigen vermeden dient te worden. Door tijdens de ontwerpfase te denken aan “natuurinclusief” bouwen kan het nieuwe gebouw meer natuurwaarde bieden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld ingebouwde nestkasten voor vleermuizen of huismussen en gierzwaluwen, maar ook aan het aanplanten van inheemse struiken en bomen.
Inhoud 1
Inleiding .............................................................................................................. 1 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................... 1 1.2 Doelstelling ............................................................................................................................. 1 1.3 Werkwijze ............................................................................................................................... 1
2
Wettelijk kader ................................................................................................... 3 2.1 Wet natuurbescherming ........................................................................................................ 3 2.2 Zorgplicht ................................................................................................................................ 4 2.3 Gebiedsbescherming .............................................................................................................. 4 2.4 Houtopstanden ....................................................................................................................... 5 2.5 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ............................................................................ 6
3
Plangebied .......................................................................................................... 7 3.1 Plangebied huidig ................................................................................................................... 7 3.2 Geplande ingrepen ................................................................................................................. 7 3.3 Nabij gelegen Natura2000 gebieden ...................................................................................... 8 3.4 Provinciaal natuurbeleid & Natuur Netwerk Nederland ........................................................ 8
4
Quickscan ......................................................................................................... 10 4.1 Locatiebezoek ....................................................................................................................... 10 4.2 Resultaten quickscan ............................................................................................................ 11
5
Toetsing van de bevindingen ............................................................................. 17
6
Conclusies en aanbevelingen ............................................................................. 18
Bijlage 1
Kaartmateriaal
Bijlage 2
Foto’s
Bijlage 3
Gegevens Natuurloket
Bijlage 4
Checklist onderzoek vleermuizen
Bijlage 5
Literatuurlijst
C230271.001.004/YST
1 Inleiding 1.1
Aanleiding De heer W. van der Velden-Jonkers heeft, in verband met sloop- en bouwwerkzaamheden, aan Aelmans Milieu opdracht gegeven voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het terrein aan de 't Achterom te Sint Oedenrode. De contactpersoon namens de opdrachtgever was de heer W. van der Velden-Jonkers. De werkzaamheden bij Aelmans Milieu zijn gecoördineerd door de heer P. Heesakkers.
1.2
Doelstelling De quickscan heeft tot doel vast te stellen of de geplande ingrepen van invloed zijn op beschermde soorten en gebieden. In de quickscan wordt de (mogelijke) aanwezigheid beschreven van de in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming (Wnb) opgenomen soorten. Ook wordt er vastgesteld of bij de beoogde werkzaamheden rekening gehouden dient te worden met soorten en gebieden om een overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Om een overtreding met de Wet natuurbescherming te voorkomen kunnen maatregelen en/of soortgericht onderzoek geadviseerd worden.
1.3
Werkwijze Een quickscan wordt uitgevoerd door het verrichten van een bureauonderzoek en een veldbezoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid op of nabij de onderzoekslocatie van de te verwachten beschermde soorten en geschikt habitat voor deze soorten. De quickscan is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn voor de quickscan geen ecologische inventarisaties uitgevoerd naar specifieke soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie beslaat vaak meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar. Tijdens het bureauonderzoek wordt aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten voor kunnen komen op de onderzoekslocatie. Ook zijn provinciale gebiedsbescherming en Natura 2000 gegevens geraadpleegd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn opgevraagd. De beoordeling van de verspreidingsgegevens wordt beperkt tot de soorten die binnen een straal van 5 kilometer van de onderzoekslocatie geregistreerd zijn.
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode Aelmans Milieu
1
C230271.001.004/YST
Tijdens het veldbezoek is, voor zover mogelijk, de gehele onderzoekslocatie en de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van de aanwezige habitat. Naast de aanwezige habitat zijn directe en indirecte indicaties betreffende het voorkomen van beschermde soorten opgenomen. Dit geldt voor het aantreffen van een exemplaar, holen, uitwerpselen, vraat-, loop- en veegsporen, prooiresten en andere sporen. Deze waarnemingen zijn meegenomen in de beoordeling.
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode Aelmans Milieu
2
C230271.001.004/YST
2 Wettelijk kader 2.1
Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) is gericht op het beschermen en ontwikkelen van de natuur en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit. De Wnb deelt soorten in drie beschermingsregimes in: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (§3.1 van de wet). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd (§3.2 van de wet). 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers (onderdeel A van de bijlage), hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen en vaatplanten (onderdeel B van de bijlage) voorkomend in Nederland (§3.3 van de wet). Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Volgens de zorgplicht dienen er, in redelijkheid, zo veel mogelijk maatregelen genomen te worden om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.
2.1.1 Vrijgestelde soorten
De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Dit is voor de provincie Noord-Brabant geregeld in de interim omgevingsverordening Noord-Brabant, geconsolideerd op 21 maart 2023. In de bijlagen van deze verordening zijn soorten opgenomen welke bij ruimtelijke ontwikkeling binnen de provincie zijn vrijgesteld voor de aanvraag van een ontheffing. In onderstaande tabel zijn de vrijgestelde soorten vermeld.
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode Aelmans Milieu
3
C230271.001.004/YST
Tabel 1. Provinciaal vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen en bestendig beheer. Soortgroep
Soort
Periode
Soortgroep
Soort
Periode
Amfibieën
Bastaardkikker
Gehele jaar
Zoogdieren
Konijn
Gehele jaar
(middelste groene kikker)
Ondergrondse
Bruine kikker
woelmuis
Gewone pad
Ree
Kleine watersalamander
Rosse woelmuis
Meerkikker Zoogdieren
Aardmuis
Steenmarter
de bebouwde kom
Bosmuis
2.2
Alleen bij schade of overlast binnen
Gehele jaar
Dwergmuis
Tweekleurige
Dwergspitsmuis
bosspitsmuis
Egel
Veldmuis
Gewone bosspitsmuis
Vos
Haas
Wild zwijn
Huisspitsmuis
Woelrat
Gehele jaar
Zorgplicht Onder artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming geldt er een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten en ook gebieden. Volgens de zorgplicht dienen er, in redelijkheid, zo veel mogelijk maatregelen genomen te worden om onnodig doden, verwonden of schade aan dieren, planten en gebieden te voorkomen. Dit geldt in praktijk voornamelijk voor de minder streng beschermde soorten, waarbij onnodig doden, verwonden of beschadigen vermeden dient te worden.
2.3
Gebiedsbescherming Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Onder Natura 2000gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn aangewezen/ aangemeld als essentieel leefgebied voor bepaalde soorten. De Europese Unie heeft deze twee richtlijnen vastgesteld die moeten zorg dragen voor de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden: de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992. Hoewel het om twee afzonderlijke richtlijnen gaat, worden ze vanwege hun overeenkomsten vaak in één adem genoemd. Men spreekt dan over de ‘Vogel- en Habitatrichtlijn’. De Europese Unie heeft alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ondergebracht in een samenhangend netwerk ‘Natura 2000’. Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en kwalificerende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden centraal.
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode Aelmans Milieu
4
C230271.001.004/YST
De wet biedt verschillende instrumenten om deze instandhoudingsdoelstellingen te realiseren: • Beoordelingsplicht voor plannen, projecten en andere handelingen die kunnen leiden tot (significante) verslechtering of significante verstoring van Natura 2000-gebieden. • Het treffen van instandhoudingsmaatregelen. • Het treffen van passende maatregelen om te voorkomen dat de kwaliteit van habitats verslechterd en/of soorten verstoord worden. Voor projecten en andere handelingen geldt daartoe een vergunningplicht. Het is verboden zonder vergunning een project uit te voeren dat, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (art 2.7 lid 2 Wnb). Wanneer het een project betreft dat niet direct verband houdt met, of nodig is voor het beheer van een gebied, en dat afzonderlijk of in cumulatie significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, wordt de vergunning niet verleend totdat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (art 2.7 lid 3 onder a en art 2.8 lid 1 Wnb).
Een uitzondering is een project dat een herhaling of voortzetting is van een ander project, of deel uitmaakt van een ander plan, waarvoor al een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling geen nieuwe gegevens of inzichten op kan leveren (art 2.8 lid 2 Wnb). De vergunning voor een project wordt alleen verleend wanneer zeker is dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast en de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar worden gebracht, dit geldt ook voor externe werking. Hiervan mag alleen worden afgeweken wanneer alternatieve oplossingen voor het project ontbreken en wanneer sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang. Bovendien moet voorafgaande aan het toestaan van een afwijking zeker zijn dat alle schade gecompenseerd wordt (de ADC-toets) (art 2.8 lid 4). Onderdeel van de instandhoudingsmaatregelen is het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een landelijk samenhangend ecologisch netwerk van gebieden aangewezen door de gedeputeerde staten in hun eigen provincies. De gedeputeerde staten dragen de zorg voor de totstandkoming en instandhouding van dit netwerk.
Het NNN is ten gunste van de instandhoudingsdoelstellingen en het herstel van biotopen en leefgebieden voor alle in de Wet natuurbescherming genoemde soorten die in Nederland in het wild voorkomen, de in Nederland voorkomende typen natuurlijke habitats, (bijlage I Habitatrichtlijn ), en de uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende dier- en plantsoorten (artikel 1.5 lid 4 Wnb). Tevens kunnen gedeputeerde staten gebieden aanwijzen die buiten het natuurnetwerk Nederland liggen maar wel van een provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarde. Deze gebieden worden aangeduid als bijzondere provinciale natuurgebieden.
2.4
Houtopstanden Conform hoofdstuk 4 van de Wnb is een kapmelding verplicht bij de kap van ten minste 10 are of meer dan 20 bomen buiten de door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. Indien dit het geval is wordt de kapmelding ingediend bij de provincie.
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode Aelmans Milieu
5
C230271.001.004/YST
Artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming verplicht een 1-op-1 compensatie, beter bekend als de herplantplicht, binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond. Kap van bos en bomen in beschermde natuurgebieden als onderdeel van het NNN dienen mogelijk extra gecompenseerd te worden conform provinciale beleidsregels. Dunningswerkzaamheden in het kader van natuurbeheer of boskap ten behoeve van realisatie van instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied zijn in beginsel vrijgesteld van herplantplicht, maar dienen wel gemeld te worden. De wet houtopstanden heeft geen betrekking op: • fruitbomen in boomgaarden en bijbehorende windschermen, • lijnvormige beplantingen van wilgen of populieren bij wegen, waterwegen of landbouwgronden, • naaldbomenproductie voor “Kerstbomen” die niet ouder zijn dan twintig jaar. • houtopstanden op erven en tuinen • boomkwekerijen • houtproductie van populier, wilg, es of els aangeplant na 2013 en welke eens per 10 jaar geoogst wordt. De desbetreffende kapwerkzaamheden hoeven daarom niet gemeld worden in het kader van de Wnb. Overigens is het mogelijk dat de provincie een kapverbod instelt, bijvoorbeeld ten behoeve van bescherming van natuur- en landschapswaarden, voor de duur van telkens maximaal 5 jaar per besluit.
2.5
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Ecologisch onderzoek valt niet onder een erkenningsregeling, er worden echter wel randvoorwaarden gesteld aan de competenties van de personen die het veldwerk uitvoeren. Door het RVO is een omschrijving opgesteld van een ecologisch deskundige. Een ecologische deskundige is iemand die ecologisch advies geeft of werkzaamheden begeleidt op het gebied van habitats en soorten. Hij of zij heeft schriftelijk voldoende aantoonbare ervaring en specifieke ecologische kennis om ecologisch onderzoek te kunnen doen. Hij of zij: • (her)kent de functionaliteit van leefgebieden van beschermde soorten; • heeft kennis van de algemeen erkende onderzoeksmethoden; • kan ecologische werkprotocollen uitwerken; • kan specifieke maatregelen begeleiden. De heer J.G.A. Timmermans voldoet aan de bovengenoemde voorwaarden.
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode Aelmans Milieu
6
C230271.001.004/YST
3 Plangebied 3.1
Plangebied huidig De onderzoekslocatie staat kadastraal bekend als gemeente Sint Oedenrode, sectie P, nummers 539 en 540. De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van Sint Oedenrode. De directe omgeving van de locatie bestaat uit: -
3.2
Noordzijde: agrarische percelen en enkele bedrijven zoals een houthandel Oostzijde: agrarische percelen Zuidzijde: agrarische percelen met daarachter de Dommel Westzijde: agrarische percelen en enkele bosrijke percelen
Geplande ingrepen Het voornemen bestaat om het terrein te herontwikkelen (figuur 1). De bestaande stal zal hiervoor worden gesloopt en worden vervangen door een nieuw gebouw. De bestaande paardenbak zal worden uitgebreid in westelijke en zuidelijk richting.
Figuur 1: Schets van de toekomstige situatie op de onderzoekslocatie
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode Aelmans Milieu
7
C230271.001.004/YST
3.3
Nabij gelegen Natura2000 gebieden Circa 8,7 kilometer ten westen van de onderzoekslocatie zijn de Kampina & Oisterwijkse Vennen gelegen dat is aangewezen als Natura 2000 gebied (figuur 2). Gezien de afstand van de activiteit worden geen nadelige effecten op het natuurgebied verwacht. De ingreep leidt vermoedelijk niet tot een toename van de stikstofdepositie in het Natura2000 gebied. Om te bepalen of dit het geval is zou een Aerius-berekening kunnen worden uitgevoerd.
Kampina & Oisterwijkse Vennen
Figuur 2: nabij gelegen Natura2000 gebied.
3.4
Provinciaal natuurbeleid & Natuur Netwerk Nederland De locatie valt niet binnen de natuurbeheergebieden van de Provincie Noord-Brabant of binnen het Natuurnetwerk Brabant (figuur 3). Circa 28 meter ten westen van de onderzoekslocatie zijn gebieden gelegen welke zijn aangewezen als nog om te vormen landbouwgrond naar natuur (N00.01), kruiden- en faunarijk grasland (N12.02) en rivier- en beekbegeleidend bos (N14.01). Gezien de aard van de ingreep worden als gevolg van de ingreep geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden.
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode Aelmans Milieu
8
C230271.001.004/YST
Figuur 3: nabij gelegen beheertypen & Natuurnetwerk Brabant (NNB).
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode Aelmans Milieu
9
C230271.001.004/YST
4 Quickscan 4.1
Locatiebezoek Het veldbezoek is op 6 november 2023 tussen 12:30 en 15:20 uitgevoerd. Het locatiebezoek is uitgevoerd door de heer J.G.A. Timmermans. De weersomstandigheden zijn opgenomen in tabel 2. In bijlage 2 zijn foto’s van het locatiebezoek opgenomen. Tabel 2. Bewolking
Neerslag
Wind
Temperatuur
zware
lichte
ZW 5 BFT
12 °C
Opmerkingen
Ten tijde van het locatiebezoek is geconstateerd dat op de onderzoekslocatie sprake is van een oude varkensstal met enkele buitenboxen voor paarden en een onoverdekte paardenbak (figuur 4).
Figuur 4: luchtfoto onderzoekslocatie.
De varkensstal was ten tijde van het veldbezoek niet meer als zodanig in gebruik. De stal bestaat uit bakstenen gevels met een spouw en een dak bestaande uit asbesthoudende golfplaten met dakbeschot. Het geplaatste afdichtingsprofiel aan de westzijde van de stal onder het golfplaten dak is verzakt waardoor hier openingen tussen de gevel en het dak aanwezig zijn. Aan de oostzijde sluit het afdichtingsprofiel wel goed aan. Aan de oostzijde zijn tegen de dakrand ventilatiekokers bevestigd, welke aan de onderzijde zijn afgewerkt met kippengaas. Aan de westzijde van de stal is een luchtwasserunit gesitueerd. In verband met de persoonlijke veiligheid vanwege vervuilde lucht is de binnenzijde van de stal maar kortstondig geïnspecteerd. Van binnen bestaat de stal uit lange gangen en metalen varkenshokken met mestroosters. De mestkelder stond ten tijde van het veldbezoek vol met mest. In en rondom de stal zijn geen sporen of beschermde diersoorten aangetroffen.
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode Aelmans Milieu
10
C230271.001.004/YST
De buitenboxen voor paarden zijn aan de zuidzijde tegen de varkensstal aangebouwd. De boxen bestaan uit enkelwandige muren en een dak van golfplaten zonder dakbeschot. Het dak en de muur sluiten aan de noordzijde niet met elkaar aan waardoor hier een groot gat aanwezig is. Ten oosten van de varkensstal en ten westen van de paardenbak is een groenstrook aanwezig bestaande uit struiken en jonge bomen van eik, els, es , Gelderse roos, hazelaar, kardinaalsmuts, rode kornoelje, ruwe berk en sleedoorn. De onoverdekte paardenbak stond ten tijde van het veldbezoek blank.
4.2
Resultaten quickscan In de volgende paragrafen wordt beschreven welke soorten binnen de onderzoekslocatie zijn waargenomen of waarvan sporen zijn aangetroffen. Ook wordt op basis van het aanwezige biotoop en de inventarisatiegegevens uit de regio beschreven welke soorten binnen de onderzoekslocatie potentieel voorkomen. Voor de (potentieel) aanwezige soorten wordt waar mogelijk beschreven of de onderzoekslocatie rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied en migratieroutes biedt. Ook worden de effecten van de voorgenomen ingrepen op de (potentieel) aanwezige soorten beschreven. De inventarisatiegegevens vanuit de omgeving zijn opgevraagd via quickscanhulp.nl (bijlage 3), dat door de NDFF is opgesteld en door, indien aanwezig, provinciale databanken.
4.2.1 Amfibieën
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de alpenwatersalamander, bastaardkikker (middelste groene kikker), boomkikker, bruine kikker, gewone pad, kamsalamander, kleine watersalamander en poelkikker zijn waargenomen. Van de door de NDFF geregistreerde soorten zijn de bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander in Noord-Brabant vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Gezien er circa 62 meter ten oosten van de onderzoekslocatie een kleine poel is gesitueerd is het (sporadisch) voorkomen van deze soorten niet uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie. De alpenwatersalamander heeft een voorkeur voor zandige leemgronden, waar hij voorkomt in beboste gebieden (loofbos) of kleinschalige landschappen met heggen en struwelen. De soort komt ook veel voor in heidegebieden en op ruderale terreinen. In het voorjaar is deze soort in allerlei typen water te vinden, zolang het niet snel stromend of rijk aan vis is. De meeste dieren overwinteren op het land. Hiervoor kunnen allerlei holten, houtwallen, overhoekjes, houtstapels, stenen en afvalhopen dienst doen. Op circa 60 meter ten oosten van de onderzoekslocatie is het dichtstbijzijnde water gesitueerd, waardoor de geplande activiteiten geen negatief effect zullen hebben op dit water.
Op en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn geen houtwallen, houtstapels en dergelijke aanwezig waar de soort in kan overwinteren. Hierdoor is het voorkomen van de alpenwatersalamander uit te sluiten op de onderzoekslocatie. Door het ontbreken van geschikt habitat in en nabij de onderzoekslocatie is het voorkomen van de boomkikker, kamsalamander en poelkikker binnen de onderzoekslocatie eveneens uit te sluiten.
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode Aelmans Milieu
11
C230271.001.004/YST
4.2.2 Dag-, nachtvlinders
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder en teunisbloempijlstaart zijn waargenomen. Door het ontbreken van geschikte waardplanten voor de grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder en teunisbloempijlstaart op de locatie of zijn directe omgeving is geen sprake van essentieel leefgebied en zullen de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op deze soorten. 4.2.3 Kevers
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de vermiljoenkever zijn waargenomen. Door het ontbreken van oude of holle bomen met veel dood hout of de aanwezigheid van heldere, schone wateren met waterplanten is het voorkomen van de vermiljoenkever en andere beschermde kevers binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. 4.2.4 Libellen
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de bosbeekjuffer zijn waargenomen. Door het ontbreken van (helder) stromend open water op of in de nabijheid van de locatie (<25 meter) is het voorkomen van beschermde libellen binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. 4.2.5 Reptielen
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de hazelworm, levendbarende hagedis en muurhagedis zijn waargenomen. De habitat van de hazelworm bestaat uit vochtige, begroeide omgevingen met een strooisellaag waarin het dier kan schuilen en jagen. De hazelworm is voornamelijk te vinden in bossen op open plekken, bosranden en houtwallen. In meer agrarisch georiënteerde landschappen is de hagedis te vinden in de overgangen van het landschap en hoekjes van het terrein die niet omgeploegd worden door landbouwwerktuigen. Een belangrijke voorwaarde die gesteld wordt is de aanwezigheid van schuilplaatsen, zoals houtstapels of dichte bodemvegetatie. Door het ontbreken van strooisellagen, houtstapels en dichte bodemvegetatie is de hazelworm uit te sluiten op de onderzoekslocatie. De muurhagedis is een warmteminnende soort en kwam oorspronkelijk voor op warme, stenige plekken, zoals rotswanden. Met de bouw van stadsmuren kreeg de soort ook de gelegenheid om zich op muren te vestigen. De muurhagedis is een cultuurvolger. De vegetatie wordt door de muurhagedis gebruikt als schuilplaats en voor de thermoregulatie en vormt tevens habitat voor ongewervelde dieren die als voedsel dienen. De varkensstal is de enige stenige structuur op de onderzoekslocatie en hier is nauwelijks tot geen begroeiing aanwezig waar de soort kan schuilen of foerageren.
Hierdoor kan de muurhagedis op de onderzoekslocatie uitgesloten worden.
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode Aelmans Milieu
12
C230271.001.004/YST
Reptielen zijn gebonden aan heide- en hoogveenlandschap, ruige landschappen of bos(randen). Veelal betreffen dit vochtige terreinen met dicht bedekte vegetatie en open zones. Door het ontbreken van dergelijk habitat op de locatie en in zijn omgeving is het voorkomen van de levendbarende hagedis alsmede andere reptielen binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. 4.2.6 Vaatplanten
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de kartuizer anjer, kluwenklokje en ruw parelzaad zijn waargenomen. De bovengenoemde soorten zijn hoofdzakelijk afhankelijk van kalkrijke, stikstofarme, zwak tot matig voedselrijke ruderale gronden. Aangezien sprake is van een soortenarm intensief onderhouden agrarisch perceel, is het voorkomen van de kartuizer anjer, kluwenklokje en ruw parelzaad binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. Op of direct nabij de onderzoekslocatie zijn geen monumentale bomen bekend. 4.2.7 Vissen
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie geen beschermde vissen zijn waargenomen. Door het ontbreken van geschikt jaarrond waterhoudend oppervlaktewater op de onderzoekslocatie is het voorkomen van beschermde vissoorten binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. 4.2.8 Vleermuizen
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis zijn waargenomen. De gewone dwergvleermuis is een soort die in gebouwen verblijft. De gewone grootoorvleermuis en meervleermuis kunnen zowel in bomen als in gebouwen verblijven. De beoordeling van de onderzoekslocatie is uitgevoerd met behulp van de checklist van het vleermuisprotocol 2021 (Bijlage 4). Op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving staan enkel struiken en jonge bomen. Deze struiken en jonge bomen hebben geen geschikte holten of scheuren om te dienen als verblijfsplaats voor vleermuizen. Hierdoor zijn verblijfsplaatsen van boombewonende vleermuissoorten uit te sluiten op de onderzoekslocatie. Gezien de bouwwijze en het niet aansluitende dak bieden de buitenboxen geen geschikte verblijfsplaatsen en microklimaat. Het geplaatste afdichtingsprofiel onder het golfplaten dak van de varkensstal is verzakt waardoor hier openingen tussen de gevel en het dak aanwezig zijn. Echter bestaat het dak uit asbesthoudende golfplaten welke snel opwarmen en afkoelen waardoor hier geen geschikt microklimaat voor vleermuizen aanwezig is. Hierdoor zijn verblijfsplaatsen voor gebouwbewonende vleermuissoorten eveneens uit te sluiten op de onderzoekslocatie.
De struiken en jonge bomen op de onderzoekslocatie zijn geen onderdeel van een lijnvormig element. Hierdoor zijn essentiële vliegroutes van vleermuizen uit te sluiten op de onderzoekslocatie.
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode Aelmans Milieu
13
C230271.001.004/YST
De struiken en jonge bomen op en nabij de onderzoekslocatie zijn mogelijk wel geschikt als foerageergebied. Echter zijn in de directe omgeving voldoende gelijkwaardige en geschiktere foerageergebieden aanwezig, waardoor er op de onderzoekslocatie geen sprake is van essentieel foerageergebied. Hierdoor zullen de voorgenomen werkzaamheden geen negatieve effecten hebben op mogelijk foerageergebied van vleermuizen, mits er tijdens en na de voorgenomen werkzaamheden geen kunstmatig licht op gericht wordt. 4.2.9 Vogels
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw zijn waargenomen. Van de genoemde soorten zijn de gierzwaluw, de huismus, kerkuil en de steenuil voor hun nest gebonden aan gebouwen. De gierzwaluw komt in dorpen en steden voor. Deze soort nestelt graag onder scheefliggende dakpannen. Ook moet de uitvliegopening minimaal 3 meter hoog zitten. Gezien de bouwwijze en het ontbreken van holten bieden de buitenboxen geen geschikte verblijfsplaatsen voor de gierzwaluw. Het dak van de varkensstal bestaat uit plaatmateriaal wat ongeschikt is voor deze soort. Daarbij is de goothoogte lager dan 3 meter, op de plaatsen waar openingen tussen het dak en de gevel aanwezig zijn. Hierdoor zijn verblijfsplaatsen van de gierzwaluw uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie. De huismus broedt graag in kolonieverband onder de dakpannen van huizen. De soort gebruikt zijn nest gedurende het gehele jaar. Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen waargenomen op de onderzoekslocatie. Gezien de bouwwijze en het ontbreken van holten bieden de buitenboxen geen geschikte verblijfsplaatsen voor de huismus.
Het geplaatste afdichtingsprofiel onder het golfplaten dak aan de westzijde van de varkensstal is verzakt waardoor hier openingen tussen de gevel en het dak aanwezig zijn, echter zijn hier geen nesten of nestmateriaal aangetroffen. Daarbij bestaat het dak van de varkensstal uit plaatmateriaal wat eveneens ongeschikt is voor de huismus. Hierdoor kan de huismus worden uitgesloten binnen de onderzoekslocatie. De kerkuil en steenuil nestelen graag in grote open gebouwen zoals bijvoorbeeld schuren. Vaak maken ze een nest in een wat afgesloten ruimte. Gezien de bouwwijze en de aanwezigheid van paarden bieden de buitenboxen geen geschikte verblijfsplaatsen voor uilen. De varkensstal is goed afgesloten waardoor hier geen geschikte openingen aanwezig zijn voor uilen om de stal binnen te kunnen komen. Ook zijn er in, op en rondom de bebouwing geen sporen van uilen (braakballen of fecaliën) of sporen van (oude) nesten aangetroffen. Hierdoor zijn uilen uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie. Voor de overige vogelsoorten, met een jaarrond beschermd nest, zijn binnen de onderzoekslocatie geen nestmogelijkheden aanwezig en/of sporen (veren, krijtstrepen of braakballen) aangetroffen. In de gegevens van de NDFF zijn eveneens diverse categorie 5 soorten opgenomen (oa. blauwe reiger, boomklever, ekster, mezen, spechten en spreeuw).
Gelet op het gebruik van de onderzoekslocatie zijn in de struiken en jonge bomen nesten van algemene vogelsoorten als mezen, merels en dergelijke te verwachten. Dit zijn algemene soorten die vaak terugkeren naar de plaats waar zij het
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode Aelmans Milieu
14
C230271.001.004/YST
jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Voor deze soorten is het aanvragen van een ontheffing niet noodzakelijk indien vergelijkbaar habitat beschikbaar is, wat op de huidige onderzoeklocatie het geval is. Daarbij zal de geplande ingreep tevens zorgen voor nieuwe nestmogelijkheden. 4.2.10 Weekdieren
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie geen beschermde weekdieren zijn waargenomen. Door het ontbreken van heldere, schone wateren met waterplanten is het voorkomen van beschermde weekdieren binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. 4.2.11 Overig zoogdieren
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de aardmuis, bever, boommarter, bosmuis, bunzing, damhert, das, dwergmuis, eekhoorn, edelhert, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, steenmarter, veldmuis, vos, wezel en woelrat zijn waargenomen. Voor diverse van deze soorten geldt binnen de provincie Noord-Brabant een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Deze soorten zijn onderstreept en weergegeven in tabel 1 (paragraaf 2.1). Van deze soorten is het (sporadisch) voorkomen van de muizen, egel, haas, konijn, ree en vos niet uit te sluiten binnen of direct nabij de onderzoekslocatie. Gezien het gebruik en de ligging van de onderzoekslocatie zijn de bever, boommarter, damhert, eekhoorn en edelhert uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie. Voor deze soorten ontbreekt geschikt habitat of is er te veel menselijke activiteit. De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook andere open terreinen, zoals rivierdalen zijn geschikte gebieden. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed kunnen graven. Op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving zijn geen sporen van de das (fecaliën, prenten, burcht of vluchtpijp) aangetroffen.
Het is mogelijk dat de das een verblijfsplaats heeft in het rivier- en beekbegeleidend bos, circa 185 meter ten westen en de onderzoekslocatie, en dat de locatie deel uitmaakt van het foerageergebied. Echter is er geen sprake van een essentieel deel van het foerageergebied op de onderzoekslocatie, gezien er in de omgeving soortgelijke akkerpercelen en betere gebieden aanwezig zijn. Hierdoor zal de geplande ingreep geen nadelige effecten hebben op het voorkomen van de das.
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode Aelmans Milieu
15
C230271.001.004/YST
Als rust- en verblijfplaats voor marterachtigen (bunzing, steenmarter en wezel) worden aangemerkt: • holen • houtstapels • holle bomen • mollennesten • drainagepijpen • takkenrillen • hooi- en strobalen • stapels stenen en puin • gaten en holten • open schuurtjes, stallen, kelders en hooizolders Waarbij deze goed geïsoleerd/beschut moeten zijn om onderkoeling te voorkomen. Bij de keuze voor een locatie voor de rustplaatsen is het van belang dat de in- en de uitgang van de rustplaats dekking biedt en in verbinding staat met lijnvormige groene elementen zodat de rustplaats veilig kan worden bereikt. De foerageergebieden zijn hoofdzakelijk struwelen, bosranden en groene oevers. Op de onderzoekslocatie zijn geen potentiële nest- of schuilplaatsen voor marterachtigen aangetroffen. Daarbij zijn er ook geen sporen (fecaliën, prenten, prooiresten) van deze soorten waargenomen op de locatie. Wel is het mogelijk dat de onderzoekslocatie onderdeel is van het foerageergebied van marterachtigen. Echter is de locatie geen essentieel onderdeel van het foerageergebied, gezien er in de omgeving voldoende gelijkwaardige en geschiktere foerageergebieden aanwezig. Daarbij zal de onderzoekslocatie door de geplande ingreep geschikter worden voor deze soorten. Hierdoor zal de geplande ingreep geen nadelige effecten hebben op het voorkomen van marterachtigen op de onderzoekslocatie .
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode Aelmans Milieu
16
C230271.001.004/YST
5 Toetsing van de bevindingen Op de onderzoekslocatie zullen sloop- en bouwwerkzaamheden worden gerealiseerd. Voor de geplande ingreep zullen alle aanwezige bomen en struiken behouden blijven. Deze bomen en struiken kunnen tijdens het broedseizoen gebruikt worden door algemene (niet-jaarrond beschermde) vogelsoorten. In de bomen zijn geen gaten of holen aanwezig en zijn voor vleermuizen derhalve ongeschikt als verblijfplaats. De bomen maken geen onderdeel uit van een lijnvormig element. Zoals beschreven in hoofdstuk 4 kunnen er op de onderzoekslocatie soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze soorten, waaronder algemene vogelsoorten of provinciaal vrijgestelde soorten, ondervinden geen negatieve invloed van de beoogde werkzaamheden. Bij naleving van de zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb) is er voor deze soorten geen sprake van een overtreding van de Wnb.
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode Aelmans Milieu
17
C230271.001.004/YST
6 Conclusies en aanbevelingen Op basis van de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het perceel 't Achterom te Sint Oedenrode kan worden uitgesloten dat de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden een negatieve invloed heeft op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming en natuurgebieden. Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden (NNB/ Natura 2000). De ruimtelijke ontwikkeling leidt vermoedelijk niet tot een toename van de stikstofdepositie op de naburige Natura 2000 gebieden. Om te bepalen of dit het geval is zou een Aerius-berekening kunnen worden uitgevoerd. Voor de geplande ingreep blijven alle aanwezige bomen en struiken behouden, welke als nestgelegenheid kunnen dienen voor diverse algemene vogels. Op basis van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Wnb) is het verboden om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Gezien er op de onderzoekslocatie vrijgestelde en/of algemene soorten voor kunnen komen dient men zich aan de zorgplicht te houden. Geadviseerd wordt om een ecologisch werkprotocol aan te houden. Door bijvoorbeeld één werkrichting vast te leggen kunnen dieren wegvluchten van de werkzaamheden.
De vluchtrichting moet wel naar een realistisch vluchtgebied leiden. Door tijdens de ontwerpfase te denken aan “natuurinclusief” bouwen kan het nieuwe gebouw meer natuurwaarde bieden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld ingebouwde nestkasten voor vleermuizen of huismussen en gierzwaluwen, maar ook aan het aanplanten van inheemse struiken en bomen.
Quickscan Flora en Fauna 't Achterom te Sint Oedenrode Aelmans Milieu
18
Bijlage 1 Kaartmateriaal
Bijlage 2 Foto’s
Foto 1 Impressie van de varkensstal kijkend naar de noordelijke en oostelijke zijden.
Foto 2 Impressie van de varkensstal kijkend naar de zuidelijke en westelijke zijden.
Foto 3 De oostelijke gevel van de varkensstal met links de oostelijke gevel van de paardenboxen.
Foto 4 Het geplaatste afdichtingsprofiel aan de westzijde van de stal dat is verzakt.
Foto 5 Impressie van de binnenzijde van de varkensstal.
Foto 6 Impressie van de binnenzijde van de varkensstal.
Foto 7 De paardenboxen aan de zuidzijde van de varkensstal.
Foto 8 De paardenbak (links) en de groenstrook (rechts) kijkend naar het noorden.
Bijlage 3 Gegevens Natuurloket
Project
: C230271.001
Referentie : C230271.001 Datum
: 19 oktober 2023
Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 19 oktober 2023' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van HetNatuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333
Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Hoewel het Natuurloket en Regelink Ecologie & Landschap hun uiterste best doen voor het correct weergeven van de data op quickscanhulp.nl kunnen zij niet aansprakelijk gesteld worden voor enige fouten of het gebruik van de data. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 19 oktober 2023'
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Aardmuis
Zoogdieren
wnb-andere
0 - 1 km
Bever
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Blauwe reiger
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Boerenzwaluw
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Boomklever
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Boomkruiper
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Boomvalk
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Bosmuis
Zoogdieren
wnb-andere
0 - 1 km
Bosuil
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Bruine kikker
Amfibieën
wnb-andere
0 - 1 km
Buizerd
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Bunzing
Zoogdieren
wnb-andere
0 - 1 km
Das
Zoogdieren
wnb-andere
0 - 1 km
Dwergmuis
Zoogdieren
wnb-andere
0 - 1 km
Eekhoorn
Zoogdieren
wnb-andere
0 - 1 km
Ekster
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Gekraagde roodstaart
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Gewone pad
Amfibieën
wnb-andere
0 - 1 km
Gierzwaluw
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Grauwe vliegenvanger
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Groene specht
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Grote bonte specht
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Grote gele kwikstaart
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Haas
Zoogdieren
wnb-andere
0 - 1 km
Havik
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Huismus
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Huisspitsmuis
Zoogdieren
wnb-andere
0 - 1 km
IJsvogel
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Kerkuil
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Kleine bonte specht
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Konijn
Zoogdieren
wnb-andere
0 - 1 km
Koolmees
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Oeverzwaluw
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Ooievaar
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Pimpelmees
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Ransuil
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Ree
Zoogdieren
wnb-andere
0 - 1 km
Roek
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Rosse woelmuis
Zoogdieren
wnb-andere
0 - 1 km
Sperwer
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Spreeuw
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Steenuil
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Torenvalk
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Veldmuis
Zoogdieren
wnb-andere
0 - 1 km
Vermiljoenkever
Geleedpotigen
wnb-hrl
0 - 1 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Vos
Zoogdieren
wnb-andere
0 - 1 km
Wespendief
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Woelrat
Zoogdieren
wnb-andere
0 - 1 km
Zwarte kraai
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Zwarte roodstaart
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Alpenwatersalamander
Amfibieën
wnb-andere
1 - 5 km
Bastaardkikker
Amfibieën
wnb-andere
1 - 5 km
Bonte vliegenvanger
Vogels
jaarrond nest
1 - 5 km
Boomkikker
Amfibieën
wnb-hrl
1 - 5 km
Boommarter
Zoogdieren
wnb-andere
1 - 5 km
Bosbeekjuffer
Libellen
wnb-andere
1 - 5 km
Brilduiker
Vogels
jaarrond nest
1 - 5 km
Damhert
Zoogdieren
wnb-andere
1 - 5 km
Draaihals
Vogels
jaarrond nest
1 - 5 km
Edelhert
Zoogdieren
wnb-andere
1 - 5 km
Egel
Zoogdieren
wnb-andere
1 - 5 km
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Gewone grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Groene kikker (Onb.)
Amfibieën
wnb-andere
1 - 5 km
Grote vos
Dagvlinders
wnb-andere
1 - 5 km
Grote weerschijnvlinder
Dagvlinders
wnb-andere
1 - 5 km
Hazelworm
Reptielen
wnb-andere
1 - 5 km
Hop
Vogels
jaarrond nest
1 - 5 km
Huiszwaluw
Vogels
jaarrond nest
1 - 5 km
Iepenpage
Dagvlinders
wnb-andere
1 - 5 km
Kamsalamander
Amfibieën
wnb-hrl
1 - 5 km
Kartuizer anjer
Vaatplanten
wnb-andere
1 - 5 km
Kleine ijsvogelvlinder
Dagvlinders
wnb-andere
1 - 5 km
Kleine watersalamander
Amfibieën
wnb-andere
1 - 5 km
Kluwenklokje
Vaatplanten
wnb-andere
1 - 5 km
Levendbarende hagedis
Reptielen
wnb-andere
1 - 5 km
Meervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Muurhagedis
Reptielen
wnb-hrl
1 - 5 km
Oehoe
Vogels
jaarrond nest
1 - 5 km
Poelkikker
Amfibieën
wnb-hrl
1 - 5 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Raaf
Vogels
jaarrond nest
1 - 5 km
Ruw parelzaad
Vaatplanten
wnb-andere
1 - 5 km
Slechtvalk
Vogels
jaarrond nest
1 - 5 km
Steenmarter
Zoogdieren
wnb-andere
1 - 5 km
Tapuit
Vogels
jaarrond nest
1 - 5 km
Teunisbloempijlstaart
Nachtvlinders
wnb-hrl
1 - 5 km
Wezel
Zoogdieren
wnb-andere
1 - 5 km
Zeearend
Vogels
jaarrond nest
1 - 5 km
Zwarte mees
Vogels
jaarrond nest
1 - 5 km
Zwarte specht
Vogels
jaarrond nest
1 - 5 km
Zwarte wouw
Vogels
jaarrond nest
1 - 5 km
Beekrombout
Libellen
wnb-andere
5 - 10 km
Bokkenorchis
Vaatplanten
wnb-andere
5 - 10 km
Bosvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Bruine eikenpage
Dagvlinders
wnb-andere
5 - 10 km
Drijvende waterweegbree
Vaatplanten
wnb-hrl
5 - 10 km
Dwergspitsmuis
Zoogdieren
wnb-andere
5 - 10 km
Gevlekte witsnuitlibel
Libellen
wnb-hrl
5 - 10 km
Gewone/Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Gewone / Rugstreeppad
Amfibieën
wnb-andere
5 - 10 km
Glanskop
Vogels
jaarrond nest
5 - 10 km
Grote modderkruiper
Vissen
wnb-andere
5 - 10 km
Heikikker
Amfibieën
wnb-hrl
5 - 10 km
Hermelijn
Zoogdieren
wnb-andere
5 - 10 km
Knolspirea
Vaatplanten
wnb-andere
5 - 10 km
Kwabaal
Vissen
wnb-andere
5 - 10 km
Laatvlieger
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Meerkikker
Amfibieën
wnb-andere
5 - 10 km
Myoot (soort onbekend)
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Ringslang
Reptielen
wnb-andere
5 - 10 km
Rosse vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Rugstreeppad
Amfibieën
wnb-hrl
5 - 10 km
Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Schubvaren
Vaatplanten
wnb-andere
5 - 10 km
Sierlijke witsnuitlibel
Libellen
wnb-hrl
5 - 10 km
Speerwaterjuffer
Libellen
wnb-andere
5 - 10 km
Stijve wolfsmelk
Vaatplanten
wnb-andere
5 - 10 km
Vinpootsalamander
Amfibieën
wnb-andere
5 - 10 km
Waterspitsmuis
Zoogdieren
wnb-andere
5 - 10 km
Watervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Wilde ridderspoor
Vaatplanten
wnb-andere
5 - 10 km
Wolf
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Baardvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Baardvleermuis / Brandts vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Beekprik
Vissen
wnb-andere
10 - 25 km
Blaasvaren
Vaatplanten
wnb-andere
10 - 25 km
Brave hendrik
Vaatplanten
wnb-andere
10 - 25 km
Dennenorchis
Vaatplanten
wnb-andere
10 - 25 km
Dreps
Vaatplanten
wnb-andere
10 - 25 km
Eider
Vogels
jaarrond nest
10 - 25 km
Eikelmuis
Zoogdieren
wnb-andere
10 - 25 km
Franjestaart
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Gaffellibel
Libellen
wnb-hrl
10 - 25 km
Gentiaanblauwtje
Dagvlinders
wnb-andere
10 - 25 km
Gestreepte waterroofkever
Kevers
wnb-hrl
10 - 25 km
Gevlekte glanslibel
Libellen
wnb-andere
10 - 25 km
Gewone bronlibel
Libellen
wnb-andere
10 - 25 km
Gewone/Kleine dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Gewone/Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Groot spiegelklokje
Vaatplanten
wnb-andere
10 - 25 km
Grote leeuwenklauw
Vaatplanten
wnb-andere
10 - 25 km
Kempense heidelibel
Libellen
wnb-andere
10 - 25 km
Kleine dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Kleine wolfsmelk
Vaatplanten
wnb-andere
10 - 25 km
Knoflookpad
Amfibieën
wnb-hrl
10 - 25 km
Kommavlinder
Dagvlinders
wnb-andere
10 - 25 km
Korensla
Vaatplanten
wnb-andere
10 - 25 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Kortsnavelboomkruiper
Vogels
jaarrond nest
10 - 25 km
Kranskarwij
Vaatplanten
wnb-andere
10 - 25 km
Kruipend moerasscherm
Vaatplanten
wnb-hrl
10 - 25 km
Kruiptijm
Vaatplanten
wnb-andere
10 - 25 km
Ondergrondse woelmuis
Zoogdieren
wnb-andere
10 - 25 km
Oostelijke witsnuitlibel
Libellen
wnb-hrl
10 - 25 km
Otter
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Pimpernelblauwtje
Dagvlinders
wnb-hrl
10 - 25 km
Rivierrombout
Libellen
wnb-hrl
10 - 25 km
Spiegeldikkopje
Dagvlinders
wnb-andere
10 - 25 km
Tweekleurige vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Veldparelmoervlinder
Dagvlinders
wnb-andere
10 - 25 km
Vliegend hert
Kevers
wnb-andere
10 - 25 km
Vroedmeesterpad
Amfibieën
wnb-hrl
10 - 25 km
Wezel/Hermelijn
Zoogdieren
wnb-andere
10 - 25 km
Wilde weit
Vaatplanten
wnb-andere
10 - 25 km
Wild zwijn
Zoogdieren
wnb-andere
10 - 25 km
Zandhagedis
Reptielen
wnb-hrl
10 - 25 km
Zandwolfsmelk
Vaatplanten
wnb-andere
10 - 25 km
Zomerschroeforchis
Vaatplanten
wnb-hrl
10 - 25 km
Aardbeivlinder
Dagvlinders
wnb-andere
25 - 50 km
Akkerboterbloem
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Akkerdoornzaad
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Akkerogentroost
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Bergnachtorchis
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Blauw guichelheil
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Brede wolfsmelk
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Geel schorpioenmos
Mossen
wnb-hrl
25 - 50 km
Getande veldsla
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Gevlekt zonneroosje
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Gewone bosspitsmuis
Zoogdieren
wnb-andere
25 - 50 km
Gewone zeehond
Zoogdieren
wnb-andere
25 - 50 km
Glad biggenkruid
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Gladde slang
Reptielen
wnb-hrl
25 - 50 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Grote bosaardbei
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Grote vuurvlinder
Dagvlinders
wnb-hrl
25 - 50 km
Hoogveenglanslibel
Libellen
wnb-andere
25 - 50 km
Ingekorven vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Karwijselie
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Kleine vliegenvanger
Vogels
jaarrond nest
25 - 50 km
Knollathyrus
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Liggende ereprijs
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Meer-/Bastaardkikker
Amfibieën
wnb-andere
25 - 50 km
Muurbloem
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Naakte lathyrus
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Naaldenkervel
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Noordzeehouting
Vissen
wnb-hrl
25 - 50 km
Pijlscheefkelk
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Platte schijfhoren
Weekdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Roggelelie
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Rosse / Bos- / Tweekleurige vleermuis / Laatvlieger
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Rozenkransje
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Schubzegge
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Sleedoornpage
Dagvlinders
wnb-andere
25 - 50 km
Smalle raai
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Stofzaad
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Tengere distel
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Tonghaarmuts
Mossen
wnb-hrl
25 - 50 km
Tweekleurige bosspitsmuis
Zoogdieren
wnb-andere
25 - 50 km
Vuursalamander
Amfibieën
wnb-andere
25 - 50 km
Wilde averuit
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Wolfskers
Vaatplanten
wnb-andere
25 - 50 km
Zilveren maan
Dagvlinders
wnb-andere
25 - 50 km
Adder
Reptielen
wnb-andere
50 - 100 km
Bechsteins vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Beekdonderpad
Vissen
wnb-andere
50 - 100 km
Berggamander
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Bosboterbloem
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Bosdravik
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Bosparelmoervlinder
Dagvlinders
wnb-andere
50 - 100 km
Brandts vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Bruin dikkopje
Dagvlinders
wnb-andere
50 - 100 km
Bruinrode wespenorchis
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Bruinvis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Bultrug
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Butskop
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Donker pimpernelblauwtje
Dagvlinders
wnb-hrl
50 - 100 km
Echte gamander (subsp. germanicum)
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Elrits
Vissen
wnb-andere
50 - 100 km
Europese rivierkreeft
Geleedpotigen
wnb-andere
50 - 100 km
Europese steur
Vissen
wnb-hrl
50 - 100 km
Franjegentiaan
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Geelbuikvuurpad
Amfibieën
wnb-hrl
50 - 100 km
Geelgroene wespenorchis
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Gestippelde alver
Vissen
wnb-andere
50 - 100 km
Gladde zegge
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Grijze zeehond
Zoogdieren
wnb-andere
50 - 100 km
Groene glazenmaker
Libellen
wnb-hrl
50 - 100 km
Groene nachtorchis
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Groenknolorchis
Vaatplanten
wnb-hrl
50 - 100 km
Groensteel
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Grote bosmuis
Zoogdieren
wnb-andere
50 - 100 km
Grote parelmoervlinder
Dagvlinders
wnb-andere
50 - 100 km
Hamster
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Hazelmuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Heldenbok
Geleedpotigen
wnb-hrl
50 - 100 km
Juchtleerkever
Kevers
wnb-hrl
50 - 100 km
Kalkboterbloem
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Kalketrip
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Kleine heivlinder
Dagvlinders
wnb-andere
50 - 100 km
Kleine schorseneer
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Laatvlieger / Tweekleurige vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Lederschildpad
Reptielen
wnb-hrl
50 - 100 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Mopsvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Noordse woelmuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Rood peperboompje
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Rosse / Bosvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Spits havikskruid
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Tengere veldmuur
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Trosgamander
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Tuimelaar
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Vale vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Veenbloembies
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Veldspitsmuis
Zoogdieren
wnb-andere
50 - 100 km
Vliegenorchis
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Vroege ereprijs
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Water-/Meervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Wilde kat
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Zinkviooltje
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Zweedse kornoelje
Vaatplanten
wnb-andere
50 - 100 km
Brede geelgerande waterroofkever
Geleedpotigen
wnb-hrl
100 - 250 km
Breed wollegras
Vaatplanten
wnb-andere
100 - 250 km
Donkere waterjuffer
Libellen
wnb-andere
100 - 250 km
Duinparelmoervlinder
Dagvlinders
wnb-andere
100 - 250 km
Dwergvinvis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Geplooide vrouwenmantel
Vaatplanten
wnb-andere
100 - 250 km
Gestreepte dolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Gewone dolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Gewone spitssnuitdolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Gewone vinvis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Griend
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Grote hoefijzerneus
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Honingorchis
Vaatplanten
wnb-andere
100 - 250 km
Kleine ereprijs
Vaatplanten
wnb-andere
100 - 250 km
Kleine vlotvaren
Vaatplanten
wnb-hrl
100 - 250 km
Lange zonnedauw
Vaatplanten
wnb-andere
100 - 250 km
Moerasgamander
Vaatplanten
wnb-andere
100 - 250 km
Moerasparelmoervlinder
Dagvlinders
wnb-hrl
100 - 250 km
Noordse winterjuffer
Libellen
wnb-hrl
100 - 250 km
Orka
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Potvis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Scherpkruid
Vaatplanten
wnb-andere
100 - 250 km
Steenbraam
Vaatplanten
wnb-andere
100 - 250 km
Veenbesblauwtje
Dagvlinders
wnb-andere
100 - 250 km
Veenbesparelmoervlinder
Dagvlinders
wnb-andere
100 - 250 km
Veenhooibeestje
Dagvlinders
wnb-andere
100 - 250 km
Walrus
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Witflankdolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Witsnuitdolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Bijlage 4 Checklist onderzoek vleermuizen
Vleermuizenprotocol
(versie 1 januari 2021)
Inleiding Ga eerst na welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld (binnen 20 km van het plangebied, denk daarbij indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken te worden welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Hiervoor kan de onderstaande checklist of geheugensteun worden gebruikt. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. De hieronder aangegeven soorten en/of soortgroepen zijn niet dekkend. Hou rekening met het voorkomen van zeldzaam voorkomende soorten. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Dat blijkt vaak pas uit het (nader) onderzoek. Checklist 1. Dikke bomen Is in of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dikke boom (doorsnede globaal > 3 dm op borsthoogte) aanwezig? JA / NEE a) Zijn er zichtbare holtes, spleten, scheuren of losse bast aanwezig? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar (winter-,) kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten. b) Maakt de boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar vliegroutes van alle (in de omgeving) voorkomende vleermuissoorten.
c) Maakt de boom (bomen) deel uit of vormt deze mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen. 2. Opgaande gewassen Is op of grenzend aan het plangebied één (of zijn meerdere) dunne bomen (doorsnede globaal. < 3 dm op borsthoogte) en/of struiken/gewassen > 1,5 meter aanwezig? JA / NEE a)
Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding (lijnelement)? JA / NEE Zo ja, onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen.
b)
Zijn er zichtbare holtes, spleten, scheuren of losse bast in de boom (bomen)? Zo ja, nader onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten.
c)
Vormt het opgaand groen mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied (let vooral op kleinschalig gebied of parkachtige omgeving)? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.