CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.5 U&HS ODBN werkprogramma gemeenten 2025

Raadsinformatiebrieven 31 december 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Uitvoerings- en handhavingsstrategie Omgevingsrecht Meierijstad en uitvoeringsprogramma 2025, d.d. 28-01-202515.980 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ODBN werkprogramma gemeenten 2025

's-Hertogenbosch, december 2024

Inhoud

2

1.

2.

3

Inleiding

4

1.1

Doel

6

1.2

Afbakening

6

3.5 Niet geprogrammeerd toezicht en handhaving 47 3.5.1 Controles milieu (losse opdrachten) 47 3.5.2 Beoordelen voorgeschreven onderzoeken 48

1.3

Uitgangspunten

6

3.5.3

Repressieve bestuursrechtelijke handhaving

49

1.4

Voorbereiding, vaststelling, coördinatie uitvoering en monitoring

8

3.5.4

Advies verzoek om handhaving/advies gedoogbeschikkingen

49

1.5

Financieel kader (in uren)

10

3.5.5

Repressieve strafrechtelijke handhaving

50

1.6

Algemene werkzaamheden

11

3.5.6

Behandelen klachten- en incidentmeldingen

51

1.7

Budgetten

11

3.6

Toezicht basistaken bodem en mobiel breken

52

Vergunningverlening

12

3.7

Toezicht sloop met asbest

53

2.1

Inleiding

14

3.8

Ketenaanpak en milieucriminaliteit (gefinancierd uit budget collectieve taken) 54

2.2

Bedrijfsgebonden milieubelastende activiteiten (MBA’s)

14

3.9

Budgetten

56

16

4.1

Algemeen

58

Afhandeling van meldingen, informatieplichten en vergunningen

19

4.2

Budgetten

58

2.2.4

Actualiseren van vergunningen

20

Overige verzoektaken

59

2.2.5

Intrekken van vergunningen

21

5.1

Algemeen

59

2.2.6

Overige werkzaamheden i.h.k.v. vergunningverlening

22

5.2

Uitvoering

59

2.2.6.1 Potentieel zeer zorgwekkende stoffen (ZZS)

22

5.3

Specialistische taken (VTH)

59

2.2.6.2 Energiebesparing bedrijven

22

5.4

Budgetten

61

2.2.6.3 Veehouderij en volksgezondheid

22

6.

2.2.6.4 Risicorelevante bedrijven

23

Bijlagen

2.2.6.5 E-PRTR

23

2.2.7

Rolopvatting

Omgevingswet

15

2.2.2

Transitie veehouderij

2.2.3

4.

55

Juridische ondersteuning (bezwaar en beroep)

2.2.1

3.

3

5.

Regionale dienstverlening

62 64

Bijlage 1: Overige verzoektaken per gemeente

66

Bijlage 2: Overzicht budgetten per gemeente

68

2.3

Meldingen basistaken bodem en mobiel breken

24

Bijlage 3: Beschrijving werkzaamheden overige verzoektaken

72

2.4

Meldingen sloop met asbest

25

Bijlage 4: Beschrijving risicomodel milieutoezicht

76

2.5

Budgetten

25

Toezicht en handhaving

26

3.1

Inleiding

28

3.2

Doelstellingen en indicatoren

28

3.3

Financieel kader geprogrammeerd toezicht (in uren)

29

3.4

Geprogrammeerd toezicht en handhaving

30

3.4.1

Voorbereidingsfase toezicht/bedrijvenlijst

30

Bedrijven met een vaste bezoekfrequentie

31

3.4.3

Prioritaire bedrijven

32

Branche en thema aanpak

33

3.4.4.1 Branche aanpak

34

3.4.4.2 Thema aanpak

38

Onbekende (illegale) activiteiten

44

3.4.2 3.4.4

3.4.5

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.3 december 2024

4

1 Inleiding

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

5

Versie 2.3 december 2024

6

1 Inleiding

7

Wettelijk kader (Omgevingswet) Vanaf 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Voor de uitvoering van dit werkprogramma is uitgegaan van de Omgevingswet. In paragraaf 1.5 Financieel kader (in uren), wordt aangegeven in hoeverre bij de financiële uitgangspunten rekening is gehouden met de Omgevingswet.

1.1 Doel Dit document het “ODBN werkprogramma gemeenten 2025” (hierna: werkprogramma) heeft als doel een zo goed mogelijk beeld te geven van de taken die voor 2025 aan de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) worden opgedragen. Met dit werkprogramma wordt, voor wat betreft de taken die bij de ODBN zijn belegd, invulling gegeven aan artikel 13.8 lid 1 van het Omgevingsbesluit.

1.2 Afbakening Het werkprogramma geldt voor geheel 2025 en betreft de basis- en VTH-verzoektaken en de overige verzoektaken. Voor de Collectieve taken (onderdeel van het Ontwikkelprogramma 2025), SSiB, Bodemloket, calamiteitenregeling (omgevingszorg) en klachtenregeling zijn alleen de financiële gegevens opgenomen in bijlage 2. De inhoudelijke uitvoering van deze taken (m.u.v. omgevingszorg en klachten) valt buiten het werkprogramma.

Beleidskader Voor 2025 is waar mogelijk geanticipeerd op de nog vast te stellen Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (hierna te noemen: UHS). De UHS vormt het kader waarbinnen uitvoering wordt gegeven aan vergunningverlening, toezicht en handhaving en vormt de basis voor het werkprogramma. De UHS vervangt het voormalige ROK-TH en -VV en bestaat uit verschillende componenten: de omgevingsanalyse, de daaruit voorvloeiende inhoudelijke doelstellingen voor de ODBN en het operationeel kader. Onderdeel van de nieuwe UHS is een terugkerende analysesystematiek waarmee de inhoudelijke doelstellingen en prioriteiten jaarlijks bepaald dan wel bijgesteld kunnen worden. Het doel van dit analysemodel is om de beschikbare capaciteit van de ODBN daar in te zetten waar de risico’s en het te bereiken effect het grootst zijn. Jaarlijks worden bestaande inhoudelijke prioriteiten voor vergunningverlening, toezicht en handhaving geëvalueerd en waar nodig bijgesteld, gebruikmakend van de kennis van de medewerkers en de informatie die uit data gedestilleerd kan worden. Dit gebeurt in nauwe afstemming met de deelnemende gemeenten, waarbij ook bestuurlijke prioriteiten worden meegewogen.

1.3 Uitgangspunten Iedere deelnemer is zelf verantwoordelijk voor het onderbrengen van het basistakenpakket bij de ODBN. Bij het uitvoeren van dit werkprogramma houdt ODBN zich aan de Algemene leveringsvoorwaarden en uniforme werkafspraken, zoals gepubliceerd op de website van de ODBN. De ODBN dient te voldoen aan de kwaliteitscriteria zoals die gelden voor vergunningverlening, toezicht en handhaving inzake het omgevingsrecht, voor zover betrekking hebbend op omgevingsdiensten. Ten slotte houdt de ODBN zich aan de – in 2022 tot stand gekomen – uniforme gemeentelijke mandaatbesluiten. Daarin is aan de directeur mandaat verleend voor het nemen van alle besluiten die voortvloeien uit de opdracht die is verleend aan de omgevingsdienst, zoals (onder meer) vastgelegd in dit werkprogramma. Daarin is ook mandaat verleend voor de elektronische publicatie van besluiten in het gemeenteblad (op www.overheid.nl). Als een gemeente ook wil publiceren in een lokaal weekblad, regelt zij dit zelf.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.3 december 2024

8

9

De UHS is op het moment van schrijven nog niet definitief vastgesteld, onder andere omdat de omgevingsanalyse nog uitgewerkt wordt. Daarom is in 2025 sprake van een schakeljaar. Dit houdt in dat ondanks het ontbreken van de omgevingsanalyse en de inhoudelijke doelstellingen wel een analyse is uitgevoerd naar de inhoudelijke prioriteiten voor het werkprogramma 2025. In gezamenlijke sessies met de deelnemende gemeenten zijn deze bepaald. De inbreng van de inhoudelijke deskundigen van de ODBN en van de deelnemende gemeenten is zorgvuldig verwerkt in dit werkprogramma. De lessen die de ODBN heeft geleerd in dit schakeljaar worden meegenomen in de analyse voor het werkprogramma 2026, waarbij ook de uitkomsten van de omgevingsanalyse en de inhoudelijke doelstellingen voor de ODBN worden betrokken.

1.4 Voorbereiding, vaststelling, coördinatie uitvoering en monitoring Het ODBN werkprogramma gemeenten 2025 is door de ODBN opgesteld. Begin maart 2024 is aan alle gemeenten het concept van bijlage 2 (budgeturen per gemeente) van dit werkprogramma toegestuurd zodat gemeenten hierop konden anticiperen in hun eigen begroting. De in bijlage 2 opgenomen definitieve budgeturen zijn in samenwerking met de betreffende gemeenten bepaald. Het werkprogramma wordt door alle gemeenten individueel vastgesteld.

De ODBN rapporteert periodiek over de uitvoering en voortgang van het werkprogramma. De individuele gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de monitoring van de budgetten en eventuele budgetoverschrijdingen.

Arbeidsmarkt De Arbeidsmarkt blijft een belangrijk thema. Lukte het voorheen nog redelijk tot goed om vacatures ingevuld te krijgen, is dat nu niet meer altijd het geval. De omvang van de opdracht aan de ODBN groeit nog ieder jaar. Tot en met 2022 is het gelukt om de organisatie mee te laten groeien. Soms met enige vertraging. In 2023 is de bezetting voor het eerst gedaald wegens tekorten op de arbeidsmarkt. De tekorten aan capaciteit doen zich nu voor bij de meeste disciplines. Ook in 2024 is de opdracht toegenomen. Dit fenomeen zien we ook weer in 2025. Dit betekent dat het kunnen realiseren van de opdracht steeds onzekerder wordt. De ODBN blijft continu werven en zelf opleiden. Echter ook daaraan zijn grenzen voor de bestaande organisatie. Er wordt blijvend gezocht naar een verantwoorde balans van ervaren, medior en junior medewerkers. Daarnaast blijft er ingezet worden op verdere digitalisering en uniforme werkwijzen en werkafspraken om maximale efficiency te bereiken. Dit alles sluit niet uit dat er keuzes gemaakt moeten gaan worden wat wel en niet opgepakt kan worden.

De ODBN coördineert de uitvoering van het werkprogramma.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.3 december 2024

10

1.5 Financieel kader (in uren) Dit werkprogramma is opgesplitst in de volgende hoofdstukken: ➜ Vergunningverlening (basis- en VTH-verzoektaken); ➜ Toezicht en handhaving (basis- en VTH-verzoektaken); ➜ Juridische ondersteuning (basis- en VTH-verzoektaken); ➜ Overige verzoektaken.

Bij het opstellen van dit werkprogramma zijn onderstaande financiële uitgangspunten gehanteerd: 1

2 3

4

Algemene werkzaamheden ten behoeve van het werkprogramma: Per gemeente 65 uur + 1,3% van het totaal aantal uren van het werkprogramma van de betreffende gemeente (excl. uren Intake en verzending). Intake en verzending: 15% van het totaal aantal uren van het werkprogramma van de betreffende gemeente (excl. uren Algemene werkzaamheden). Vergunningverlening bij bedrijfsgebonden MBA’s: Basis gemiddelde uurbesteding 2021, 2022 en 2023 aangevuld met een trendanalyse (stijgende of dalende lijn) op hoofdlijnen. De uren worden indien nodig bijgesteld op basis van deze trendanalyse om een realistischer beeld te geven. Basistaak bodem en mobiel breken: Basis gemiddelde uurbesteding 2021, 2022 en 2023 aangevuld met een trendanalyse (stijgende of dalende lijn) op hoofdlijnen. De uren worden indien nodig bijgesteld op basis van deze trendanalyse om een realistischer beeld te geven. Daarnaast zijn aanvullend uren opgenomen voor de nieuwe bodemtaken onder de Omgevingswet.

5

6 7

8

9

Sloop-/ asbesttaken: Basis gemiddelde uurbesteding 2021, 2022 en 2023 aangevuld met een trendanalyse (stijgende of dalende lijn) op hoofdlijnen. De uren worden indien nodig bijgesteld op basis van deze trendanalyse om een realistischer beeld te geven. Aanvullend zijn uren opgenomen voor de nieuwe sloop-/ asbesttaken onder de Omgevingswet. Geprogrammeerd toezicht: zie paragraaf 3.3. Niet geprogrammeerd toezicht: Basis gemiddelde uurbesteding 2021, 2022 en 2023 aangevuld met een trendanalyse (stijgende of dalende lijn) op hoofdlijnen. De uren worden indien nodig bijgesteld op basis van deze trendanalyse om een realistischer beeld te geven. Aanvullend zijn uren opgenomen voor: ➜ uitbreiding van de capaciteit voor strafrechtelijke handhaving. Juridische ondersteuning basistaken: Basis gemiddelde uurbesteding 2021, 2022 en 2023 aangevuld met een trendanalyse (stijgende of dalende lijn) op hoofdlijnen. De uren worden indien nodig bijgesteld op basis van deze trendanalyse om een realistischer beeld te geven. Overige verzoektaken: Basis gemiddelde uurbesteding 2021, 2022 en 2023 aangevuld met een trendanalyse (stijgende of dalende lijn) op hoofdlijnen. De uren worden indien nodig bijgesteld op basis van deze trendanalyse om een realistischer beeld te geven. Aanvullend zijn uren opgenomen voor de nieuwe slooptaken (zonder asbest) onder de Omgevingswet.

LET OP: Bovenstaande uitgangspunten worden gehanteerd voor het berekenen van de budgeturen. Afrekening vindt plaats op basis van daadwerkelijk gerealiseerde uren waardoor de percentages bij algemene werkzaamheden en intake en verzending kunnen afwijken. Daarnaast zijn eventuele projectkosten (werkzaamheden door derden zoals monsternames of emissiemetingen) niet in de berekende budgeturen opgenomen. Projectkosten komen niet ten laste van de budgeturen maar worden aanvullend in rekening gebracht.

1.6 Algemene werkzaamheden Ten behoeve van het werkprogramma worden een aantal algemene werkzaamheden uitgevoerd zoals het opstellen werkprogramma (incl. selectie bedrijven), monitoring, verantwoording, capaciteitsplanning en uitvoeren van analyses. Hiervoor wordt per gemeente 65 uur + 1,3% van het totaal aantal uren (excl. uren Intake en verzending) van het werkprogramma van de betreffende gemeente gereserveerd.

1.7 Budgetten In bijlage 2 zijn de budgeturen per gemeente voor de algemene werkzaamheden opgenomen.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.3 december 2024

11

12

2 Vergunningverlening

13

2

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 1.7 september 2024

13

14

2 Vergunningverlening

2.1 Inleiding De laatste jaren zijn er veel ontwikkelingen geweest met grote invloed op vergunningverlening. Ook voor 2025 lijkt dit nog steeds het geval. De ODBN werkt intensief samen met haar deelnemers aan deze ontwikkelingen, zoals de verdere implementatie van de Omgevingswet, de transitie van de veehouderij en de doorontwikkeling van de VTH-taken van de ODBN. De ontwikkelingen binnen de veehouderij zijn van grote invloed op het aantal vergunningaanvragen en meldingen maar zeker ook de afhandeling hiervan (zie paragraaf 2.2.2). Er zijn veel opgeschorte vergunningaanvragen die mogelijk wel afgehandeld kunnen worden in 2025. Daarnaast zijn medio 2024 veel initiatieven van rundveehouders ontvangen en worden er nog meer verwacht. Verder wordt opgemerkt dat rond de inwerkingtreding van de Omgevingswet een piek in het (agrarische) werk is ontstaan. Het gaat dan met name om initiatieven die nog op het laatste moment zijn ingediend onder het oude wettelijke regime. De afhandeling hiervan kent een doorloop naar 2025. Het bovenstaande zorgt er ook voor dat het merendeel van de werkzaamheden nog onder het oude wettelijke regime wordt uitgevoerd en dat er nog relatief weinig aanvragen en meldingen onder de nieuwe wettelijke regels worden afgehandeld. In 2025 zal hier nog meer ervaring mee opgedaan worden.

Het betreft het behandelen van een aanvraag, melding of informatieplicht inclusief het beoordelen van onderzoeken die hier deel van uitmaken. Daarnaast nog eventuele juridische inzet inclusief zienswijze maar exclusief bezwaar- en beroepsprocedures. Bezwaar- en beroepsprocedures zijn opgenomen in hoofdstuk 4 Juridische ondersteuning.

2.2.1 Omgevingswet In 2024 zijn de eerste ervaringen opgedaan met het afhandelen van vergunningen en meldingen onder de Omgevingswet. Het vooraf verwachte beeld van minder vergunningaanvragen lijkt nog niet geheel uit te komen. Er zijn weliswaar minder vergunningplichtige activiteiten, maar bepaalde wijzigingen die voorheen gemeld konden worden, leiden voortaan tot een aanvraag. Daarnaast heeft de nieuwe categorie ‘andere milieubelastende installatie’ eveneens meer vergunningaanvragen tot gevolg. Het vorenstaande geldt met name voor de agrarische sector. Bij industriële activiteiten speelt dit minder en zijn er minder aanvragen in 2024. Voor meldingen geldt dat het melden per milieubelastende activiteit tot meer procedures leidt. Daar komen de verschillende informatieplichten nog bij. Er wordt zoveel mogelijk geprobeerd om meerdere procedures te bundelen en tegelijk af te handelen, maar over het geheel genomen leidt de nieuwe systematiek tot een hogere workload. Efficiëntere afhandeling en doorontwikkeling van de werkwijzen hebben ook in 2025 de aandacht. De samenwerking met ketenpartners gaat via het DSO (digitaal stelsel Omgevingswet) wel een stuk eenvoudiger en sneller. Via de samenwerkingsfunctionaliteit (SWF) kunnen stukken gemakkelijk worden gedeeld en zijn adviezen eerder beschikbaar. Het bovenstaande schetst een eerste beeld van de ervaringen met de Omgevingswet.

Het zal echter nog tot ver in 2025 gaan duren om alle effecten van de Omgevingswet inzichtelijk te krijgen.

2.2 Bedrijfsgebonden milieubelastende activiteiten (MBA’s) De werkzaamheden voor vergunningverlening voor bedrijfsgebonden MBA’s omvatten: ➜ Behandelen aanvragen van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; ➜ Behandelen van aanvragen voor een vergunning omgevingsplan activiteit (OPA) ➜ Behandelen milieuneutrale wijziging omgevingsvergunning; ➜ Beoordelen omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) (aanvragen vóór 1 januari 2024); ➜ Actualiseren voorschriften omgevingsvergunning; ➜ Intrekken omgevingsvergunning; ➜ Overige adviezen m.b.t. omgevingsvergunningen (b.v. beoordelen aanmeldnotitie, beoordelen MER voorafgaande aan vergunningprocedure, toetsen rapportage E-PRTR); ➜ Beoordelen meldingen milieubelastende activiteiten; ➜ Beoordelen informatieplicht (gegevens en bescheiden) milieubelastende activiteiten; ➜ Opstellen maatwerkvoorschriften/ beoordelen gelijkwaardigheid.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.3 december 2024

15

16

➜ OW codering stalsystemen Er zijn diverse uitspraken gedaan over de houdbaarheid van individuele stalsystemen. Daarnaast lijkt ook de gehele systematiek rondom de OW (voorheen RAV) codering ter discussie te staan (studie Wageningen University & Research). Deze ontwikkelingen brengen grote onzekerheden met zich mee rondom vergunningverlening. In de kamerbrief Innovatie en borging van emissiearme stalsystemen van 30 juni 2023 heeft de minister aangegeven dat er een nieuw stelsel van stalbeoordeling moet komen. Er wordt ingezet op een robuust systeem van stalbeoordeling, dat geschikt is voor de omgevingsvergunning en een basis biedt voor de natuurvergunning. Het doel van de vernieuwde stalbeoordelingssystematiek is om tot betrouwbare emissie-indicatoren te komen, die gericht zijn op het bieden van voldoende zekerheid en die innovaties mogelijk maken en borgen. Om voor de bouw van stallen op de korte termijn helderheid te kunnen bieden, beziet het ministerie van LNV hoe op een juridisch houdbare wijze overgeschakeld kan worden op een emissiearm stalsysteem. Hiertoe wordt een handreiking opgesteld die handvatten biedt aan ondernemers voor het uitvoeren van een passende beoordeling.

2.2.2 Transitie veehouderij Binnen de veehouderij zijn al jaren vele ontwikkelingen die van invloed zijn op het aantal vergunningaanvragen en meldingen en daarnaast heel bepalend zijn voor de wijze waarop het werk uitgevoerd moet worden. De belangrijkste ontwikkelingen zijn: ➜ Omgevingsverordening (OV) In september 2023 is door de provincie Noord-Brabant aangegeven de stallendeadline voor aanpassing naar een emissiearm systeem voor melkveehouders en kalverhouders uit te stellen tot 1 januari 2026 (aanpassing OV met een zogenaamde ‘uitzingregeling’). Veehouders die het voornemen hebben om uiterlijk per 2028 te stoppen, hebben de mogelijkheid om op een andere manier aan de ammoniakreductie-eisen te voldoen, zoals het houden van minder dieren. Daarmee hoeven zij niet te voldoen aan de verplichte aanpassing van verouderde stalsystemen per 1 juli 2024 (varkens- en pluimveehouderijen) respectievelijk 1 januari 2026 (melkvee- en kalverhouderijen). ➜ Beëindiging veehouderij met als gevolg wijziging van activiteiten In Brabant en landelijk wordt ingezet op de gebiedsaanpak, inclusief mogelijke onteigeningen (zie Kamerbrief Minister vrijdag 1/4/22). Verder is er een nieuwe landelijke beëindigingsregeling in verband met de stikstofproblematiek (LBV) in werking getreden op 3 juli 2023. Deze regeling is verlengd en staat open tot 20 december 2024.

De tweede tranche van de Maatregel gerichte aankoop en beëindiging veehouderijen (MGA2) is in voorbereiding.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

➜ Innovatie en borging van emissiearme stalsystemen Op 30 juni 2023 heeft de minister (LNV) aangegeven dat de emissiearme vloeren voor melkveestallen, waaraan vóór 2021 een emissiefactor is toegekend voor ammoniak, in de praktijk geen significante emissiereductie te bieden. Deze vloeren zijn een van de weinige technieken voor melkvee met een OW code (nieuwe technieken vanaf 2021, zoals de Lely Sphere en het koetoilet, zijn niet meegenomen in dit onderzoek). De emissiefactoren voor staltechnieken voor melkvee van voor 2021 worden opnieuw bezien. De staatssecretaris van I&W heeft tevens aangegeven voornemens te zijn om de emissiefactoren voor nieuw te bouwen volièrestallen (pluimvee) tijdelijk met een factor 3 te verhogen. De verhoging van de emissiefactor betekent dat een andere staltechniek toegepast moet worden, die meer ammoniak reduceert. ➜ Beter Leven 1 Ster (BLK1*) In 2021 hebben de Nederlandse supermarkten, en verschillende partijen in andere afzetkanalen, aangegeven vanaf eind 2023 alleen nog maar kippenvlees te verkopen dat minimaal één ster van het Beter Leven keurmerk (BLK1*) van de Dierenbescherming draagt. Dit marktinitiatief verandert het aangezicht van de Nederlandse vleeskuikenhouderij; van de circa 625 vleeskuikenhouders in Nederland wil bijna 90% omschakelen of is reeds omgeschakeld.

Op 12 juni 2023 heeft de minister (LNV) aangegeven dat uit een impactstudie van de WUR is gebleken dat er onzekerheid is over de ammoniakemissie uit BLK1* bij vleeskuikens. Er is onvoldoende zekerheid om voor een individuele veehouder uitspraken te doen dat overstappen naar BLK1* niet leidt tot een depositiestijging met negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. Hierdoor is het nagenoeg onmogelijk om een natuurvergunning te krijgen voor de aanpassingen van de stal.

Versie 2.3 december 2024

17

18

➜ Wet geurhinder en veehouderij (Wgv)/ Omgevingsplan Op 7 juli 2023 heeft de minister van I&W uitgangspunten aan de Tweede Kamer gepresenteerd t.a.v. aanpassingen aan de Wgv/ Omgevingsplan (voor aanvragen vanaf 1 januari 2024). Een van de uitgangspunten is dat de 50%-regeling op den duur zal verdwijnen. Ook zullen de geurnormen worden aangescherpt. Gelet op de recente politieke ontwikkelingen is het niet zeker wanneer er verdere stappen worden genomen in het wijzigen van de Wvg/ Omgevingsplan.

2.2.3 Afhandeling van meldingen, informatieplichten en vergunningen

Het zal duidelijk zijn dat bovenstaande ontwikkelingen grote impact hebben op de agrarische vergunningverlening en dat de inzichten en werkwijzen blijven veranderen. Onzekerheid over de werking van stalsystemen leidt tot uitstelgedrag bij ondernemers. De aanvragen die wel worden ingediend, kunnen dan vaak niet worden afgehandeld door de onduidelijkheden over emissiearme stalsystemen.

Voor de overige bedrijven is in 2024 een risicogerichte afhandeling ontwikkeld. Industriële meldingen/ informatieplichten worden in principe enkel getoetst op de indieningsvereisten en of de melding gegrond is ingediend. Bij bedrijven waar klachten spelen of die bestuurlijk gevoelig zijn, worden de meldingen ook inhoudelijk beoordeeld. Een voorbeeld hiervan zijn informatieplichten van tennisverenigingen met padelbanen. Daarnaast wordt nog maar één keer verzocht om aanvullende stukken. Bij uitblijven hiervan wordt de meldingsprocedure stopgezet.

Op dit moment is het beeld dat deze vergunningaanvragen wellicht afgehandeld kunnen worden in 2025. Daarnaast zijn medio 2024 veel initiatieven van rundveehouders ontvangen en worden er nog meer verwacht. Er wordt in 2025 dan ook een piek in de agrarische vergunningverlening verwacht. Pieken kunnen ertoe leiden dat termijnen binnen vergunningverlening niet gehaald worden.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Voor de afhandeling van meldingen en informatieplichten (gegevens en bescheiden) die betrekking hebben op veehouderijen en voor aanmeldnotities m.e.r. wordt de systematiek gehanteerd die opgesteld is naar aanleiding van de maatregelen en aanbevelingen vanuit de Taskforce VTH en transitie veehouderij. Middels een checklist wordt bepaald of inhoudelijke toetsing nodig is. Zo niet, dan wordt de melding en/of informatieplicht direct afgewerkt. In 2024 is de checklist aangepast vanwege nieuwe inzichten en de Omgevingswet.

Het aspect geluid is losgekoppeld van de melding en wordt voortaan risicogericht benaderd. Geluid is sinds de Omgevingswet geregeld in het omgevingsplan. Indien aanvullende gegevens nodig zijn voor geluid of verdere beoordeling nodig is, wordt hiervoor een losse procedure gevolgd (informatieplicht).

Versie 2.3 december 2024

19

20

Vergunningen en OBM’s worden afgehandeld conform de wettelijke kaders en de werkwijze die de afgelopen jaren gehanteerd is. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het instrument OBM verdwenen. Voor OBM’s ingediend voor in de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt dat deze worden afgehandeld volgens het geldende recht op moment van indienen.

21

2.2.5 Intrekken van vergunningen Vergunningen (incl. OBM’s) van bedrijven die gestopt zijn met hun activiteiten worden waar mogelijk actief ingetrokken. Voor vergunningen (incl. OBM’s) van agrarische activiteiten wordt daarbij de werkwijze gevolgd die ontwikkeld is naar aanleiding van de maatregelen en aanbevelingen vanuit de Taskforce VTH en transitie veehouderij.

2.2.4 Actualiseren van vergunningen Actualisaties van vergunningen kunnen plaatsvinden op basis van drie aanleidingen: 1.

Er is sprake van BBT conclusies of een (andere) wijziging van wet- en regelgeving die noodzaken tot actualisatie. Hieraan zijn vaak wettelijke termijnen verbonden. Dit betreft over het algemeen meerdere vergunningen. De ODBN is aangesloten bij het Landelijk Netwerk BREF's. Daarnaast worden wijzigingen met betrekking tot BBT conclusies actief bijgehouden. Indien er sprake is van een wijziging in BBT conclusies, dan moet de vergunning vaak binnen 4 jaar geactualiseerd worden. De ODBN actualiseert de vergunning dan ambtshalve in het 4e jaar. Als het bedrijf binnen die 4 jaar zelf een vergunning aanvraagt, wordt de actualisatie in dezelfde procedure als de aanvraag meegenomen. In 2025 worden de omgevingsvergunningen binnen de voedingsmiddelenindustrie geactualiseerd. De voorbereidende werkzaamheden hiertoe zijn inmiddels gestart. In december 2023 zijn BBT-conclusies voor slacht- en destructiehuizen gepubliceerd. Hierdoor staan de slachterijen voor 2027 op het programma voor actualisatie (er zijn geen destructiehuizen binnen de regio).

2.

Er is sprake van signalen vanuit toezicht. Handhaving wordt bemoeilijkt door het feit dat een vergunning niet meer actueel is. Dit betreft over het algemeen een enkele vergunning. Op basis van risicoprioritering zal worden beoordeeld in hoeverre direct een actualisatie nodig is, dan wel dat het in een vergunningprocedure op termijn kan worden meegenomen.

3.

Tijdens het behandelen van een vergunningaanvraag wordt geconstateerd dat de vergunning niet meer op alle onderdelen actueel is. Dit betreft over het algemeen een enkele vergunning. Het actualiseren gebeurt in de procedure van het afhandelen van de aanvraag.

Bij het intrekken van een vergunning moeten verschillende belangen afgewogen worden, zoals het milieubelang maar ook het financiële (bedrijfs)belang. Ambtshalve intrekking van een vergunning gebeurt op basis van de volgende aanleidingen: 1. 2.

Door toezicht wordt geconstateerd dat er geen gebruik meer wordt gemaakt van een (deel van de) vergunning. Tijdens het behandelen van een vergunningaanvraag of melding wordt geconstateerd dat er geen gebruik meer gemaakt wordt van een (deel van de) vergunning.

De ODBN gaat in 2025 voorbereidende werkzaamheden uitvoeren zodat een beter inzicht in verleende vergunningen en OBM’s verkregen wordt en mogelijke intrekkingen snel in beeld gebracht kunnen worden (bijvoorbeeld door een match met de Kernregistratie dierverblijven). Voordat daadwerkelijk tot intrekken wordt overgegaan, vindt altijd afstemming met de betreffende gemeente plaats (behoudens intrekkingen op verzoek van de vergunninghouder).

Om goede uitvoering te kunnen geven aan het type actualisaties genoemd onder 1, is inzicht nodig in alle verleende vergunningen en de inhoud ervan. Met de komst van de Omgevingswet hebben er ook verschillende wijzigingen plaatsgevonden rond de vergunningplicht. De ODBN gaat in 2025 verdere werkzaamheden uitvoeren zodat een beter inzicht in verleende vergunningen verkregen wordt en in de toekomst actualisaties snel in beeld gebracht kunnen worden..

PGS-richtlijnen Door de komst van de Omgevingswet wordt ook pseudo wetgeving zoals de PGS richtlijnen vernieuwd. De meeste van deze richtlijnen zijn nog niet definitief. Er wordt al wel geanticipeerd door de nieuwe PGS-richtlijnen (in samenspraak met het betreffende bedrijf ) reeds op te nemen in de omgevingsvergunning.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.3 december 2024

22

2.2.6 Overige werkzaamheden i.h.k.v. vergunningverlening 2.2.6.1 Potentieel zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) De laatste jaren is de aanwezigheid van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) een urgent thema. De aanwezigheid van ZZS speelt breed: in lucht, water en bodem. Deze stoffen zijn geclassificeerd als de gevaarlijkste stoffen voor mens en milieu en het is het streven om deze stoffen uit de leefomgeving te weren. Binnen toezicht (paragraaf 3.4.4.2) worden inspanningen verricht om bedrijven met ZZS inzichtelijk te krijgen. Waar nodig zullen vergunningen worden geactualiseerd of maatwerkvoorschriften worden opgelegd. 2.2.6.2 Energiebesparing bedrijven Op 1 juli 2023 is de ‘aangescherpte energiebesparingsplicht’ van kracht geworden in het Activiteitenbesluit. Per 1 januari 2024 is dit onderdeel geworden van de Omgevingswet. De energiebesparingsplicht werkt sindsdien rechtstreeks door naar vergunningen en dat maakt energievoorschriften in de vergunning overbodig. Vanwege overgangsrecht blijven in specifieke gevallen de oude energievoorschriften nog enkele jaren van kracht. 2.2.6.3 Veehouderij en volksgezondheid Voor vergunningaanvragen die betrekking hebben op de MBA Veehouderij wordt in een aantal gevallen een advies opgevraagd bij de GGD. Het wel of niet opvragen van een advies is afhankelijk van het risico voor de omgeving van het aangevraagde initiatief.

Het GGD-advies wordt meegenomen in de beoordeling van de aanvraag.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Verder worden aanvragen getoetst aan het in Brabant ontwikkelde Endotoxinetoetsingskader. Dit toetsingskader is opgesteld door het Ondersteuningsteam veehouderij en volksgezondheid. Daarnaast is een goede afstemming tussen milieu, ruimtelijke ordening en natuur nodig. Voor deze integrale afweging is (voor)overleg tussen veehouder, omwonenden en/of bevoegd gezag van belang. Dit vooroverleg wordt onder de Omgevingswet ingevuld middels het omgevingsoverleg (de omgevingstafel). 2.2.6.4 Risicorelevante bedrijven De toezichtaanpak voor Risicorelevante bedrijven zal ook in 2025 worden voortgezet en een nieuwe impuls krijgen. Op basis van toezichtsignalen zullen vergunningen waar nodig worden gewijzigd of geactualiseerd. 2.2.6.5 E-PRTR Het Integraal Pollutant Release and Transfer Register (PRTR)-verslag is een verplichte jaarlijkse milieujaarrapportage voor bepaalde industriële bedrijven. Hierin moeten deze bedrijven rapporteren over hun afval, energie- en waterverbruik en emissies naar lucht, water en bodem. Het integraal PRTR-verslag bestaat uit de rapportage in het kader van de Europese PRTR-verordening, aangevuld met noodzakelijke bevragingen. Van alle bedrijven wordt het PRTR-verslag beoordeeld. Waar nodig wordt een aanvullende controle uitgevoerd op het verifiëren van de ingevulde data.

Versie 2.3 december 2024

23

24

25

2.2.7 Rolopvatting Bij complexe en/of meervoudige cases vindt participatie (door de ODBN) aan de omgevingstafel plaats en ligt het casemanagement bij het bevoegd gezag (rolbeschrijvingen vastgelegd bij Vereniging Nederlandse Gemeenten). In enkelvoudige cases (alleen milieu) ligt het casemanagement bij de ODBN. Een initiatief tot een omgevingstafel ligt echter bij het bevoegd gezag. De ODBN heeft het interne proces voor het participeren aan de omgevingstafel inmiddels uitgewerkt. Externe afstemming met de verschillende gemeenten moet nog plaatsvinden. Pas nadat deze afspraken gemaakt zijn, kan implementatie plaats vinden.

2.3 Meldingen basistaken bodem en mobiel breken Het beoordelen van verschillende typen meldingen en informatieplichten die betrekking hebben op de bodem en mobiel breken.

Taken: ➜ Het beoordelen van meldingen toepassen en (tijdelijk) opslaan van grond (zeven, ontwateren, samenvoegen van grond of baggerspecie/ toepassen van grond of baggerspecie/ toepassen van bouwstoffen en opslaan), risicogericht met behulp van een quick-scan. ➜ Het beoordelen van meldingen mobiel breken volgens een risicogerichte werkwijze. ➜ Het beoordelen van informatieplichten graafactiviteiten in schone grond (gelijk aan of onder interventiewaarde). ➜ Het beoordelen van meldingen en informatieplichten graafactiviteiten kleiner en groter dan 25 m³ in verontreinigde grond (boven interventiewaarde) > er is bij deze werkzaamheden geen sprake van daadwerkelijke sanering. ➜ Het beoordelen van meldingen in het kader van het uitvoeren van bodemsaneringen. ➜ Het beoordelen van meldingen gesloten bodemenergiesystemen. ➜ Het beoordelen van meldingen toepassen van grond of baggerspecie als bovenafdichting op een voormalige stortplaats in het kader van functionele toepassing/ in stand houden afdeklaag. ➜ Het beoordelen van informatieplichten voor de toepassing van immobilisaten. In 2024 wordt de aanpak, uitvoering en de wijze van prioriteren van bovenstaande taken beschreven in een bodemnotitie. Deze nieuwe notitie vervangt de huidige notitie “Overdracht reguliere taken Besluit bodemkwaliteit”. De bodemnotitie wordt na gereed komen aan de deelnemers voorgelegd.

Naar verwachting zal dit medio 2025 zijn. In 2025 worden de taken volgens deze notitie uitgevoerd.

2.4 Meldingen sloop met asbest Het beoordelen van verschillende typen meldingen en informatieplichten die betrekking hebben op asbestverwijdering en bouwkundige sloop.

Taken: ➜ Het beoordelen van sloopmeldingen asbestverwijdering en gecombineerde meldingen asbestverwijdering/ bouwkundige sloop. Onderdeel van deze beoordelingen vormt het toetsen van asbestinventarisatierapporten. ➜ Het beoordelen van stukken met betrekking tot de informatieplicht bij meer dan 10 m³ sloopafval en/of asbestafval (risicomatrix, sloopveiligheidsplan en stikstofmaatregelen). ➜ Het toetsen/ beoordelen van een sloopmelding voor particuliere asbestverwijdering (sloop van minder dan 35 m² asbest). Deze verzoektaak is bij dit onderdeel opgenomen omdat de omvang hiervan te gering is om dit apart in te regelen. In 2024 wordt de aanpak, uitvoering en de wijze van prioriteren van bovenstaande taken beschreven in een notitie sloop en asbest. Deze nieuwe notitie vervangt de huidige notitie “De aanpak van de ODBN op het gebied van Asbest”. De notitie sloop en asbest wordt na gereed komen aan de deelnemers voorgelegd. Naar verwachting zal dit begin 2025 zijn. In 2025 worden de taken volgens deze notitie uitgevoerd.

2.5 Budgetten In bijlage 2 zijn de budgeturen per gemeente voor vergunningverlening opgenomen.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.3 december 2024

26

3 Toezicht en handhaving

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

27

Versie 2.3 december 2024

28

3 Toezicht en handhaving

In de nog vast te stellen nieuwe uitvoerings- en handhavingsstrategie (zie paragraaf 1.3 Uitgangspunten, beleidskaders) worden bovenstaande elementen geborgd en zal invulling gegeven worden aan dit artikel.

Indicatoren en monitoring

3.1 Inleiding Binnen alle vormen van toezicht wordt gekeken op welke wijze het toezicht effectiever en efficiënter uitgevoerd kan worden. Informatie gestuurd werken (IGW) is een belangrijk hulpmiddel om slimmer te werken. Het vergroot de effectiviteit, efficiëntie, transparantie en flexibiliteit. Dit is onmisbaar in een omgeving waarin steeds meer van de ODBN wordt gevraagd. Bij het geprogrammeerd toezicht wordt gebruik gemaakt van het risicomodel milieutoezicht (zie bijlage 4 voor de beschrijving van het risicomodel). Het doel hiervan is te focussen op locaties waar de (milieu)risico’s het grootst zijn en/of het naleefgedrag laag is. Daarmee wordt de beschikbare tijd zo nuttig mogelijk ingezet. Het risicomodel milieutoezicht is een dynamisch model, wat betekent dat de gegevens die het model voeden met de tijd kunnen veranderen (bijvoorbeeld gemelde afvalstromen, nieuwe MBA’s of ingezet handhavingstraject). Hierdoor is een bepaalde selectie van bedrijven altijd een momentopname. In 2024 is voor het eerst gebruik gemaakt van het risicomodel milieutoezicht om industriële bedrijven te selecteren voor het geprogrammeerd toezicht. Dit wordt voortgezet in 2025. Het risicomodel is een belangrijk hulpmiddel bij de selectie van bedrijven, maar de uiteindelijke keuze om een bedrijf wel of niet te controleren volgt na een menselijke check.

Het effect van het gebruik van het model wordt nauwlettend gevolgd en geëvalueerd met als doel het model verder door te ontwikkelen. Naast de bedrijven met de hoogste risicoscores is het ook van belang om voor het toezicht een goede dwarsdoorsnede van het bedrijvenbestand te hebben. Hierdoor blijft er ook aandacht voor bedrijven waarbij de milieurisico’s (voor zover bekend) beperkter zijn. Dit heeft verschillende redenen:

Pas nadat er doelen geformuleerd zijn, kunnen indicatoren benoemd worden die gemonitord kunnen worden.

Rapportage Op basis van artikel 13.11 lid 1 van het Omgevingsbesluit moet (minimaal) jaarlijks gerapporteerd worden over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen.

3.3 Financieel kader geprogrammeerd toezicht (in uren) Uitvoering van regulier toezicht op bedrijfsgebonden milieubelastende activiteiten vindt in beginsel in 2025 plaats op basis van de budgeturen die volgens het Level-Playing-Field (LPF; bijlage 4 uit Bedrijfsplan 2012) noodzakelijk zijn. Aangevuld met uren voor:  e uitvoering van het toezicht bij bedrijven die onder de Omgevingswet van bevoegd gezag ➜ d wisselen (van provincie naar gemeente);  e ex-VVGB-bedrijven: in 2025 is het budget gelijk aan het in 2024 gereserveerde budget voor ➜ d geprogrammeerd toezicht en handhaving;  et Energiebod; ➜ h ➜ ( administratief ) toezicht op de verplichtingen rond de nieuwe basistaak werkgebonden personenmobiliteit.

➜ Op dit moment is nog niet over elk bedrijf evenveel informatie beschikbaar. Om tunnelvisie te voorkomen worden er bewust ook bedrijven geselecteerd die een lagere risicoscore hebben om ‘het net op te halen’. Uitkomsten hiervan worden vervolgens gebruikt om het risicomodel te voeden.  e toezichtstaken goed af te stemmen op de beschikbare toezichtcapaciteit. Controles ➜ D bij bedrijven met een hoge risicoscore zijn vaak complex en niet geschikt voor junior toezichthouders.

3.2 Doelstellingen en indicatoren Artikel 13.5 lid 2 van het Omgevingsbesluit stelt dat de bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst zorgen voor een uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid. Daarin moet gemotiveerd worden aangegeven welke doelen de omgevingsdienst moet behalen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten daartoe door de omgevingsdienst uitgevoerd worden.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.3 december 2024

29

30

31

Deze uitgangspunten worden gehanteerd voor basis- en verzoektaakbedrijven. De volgens het LPF noodzakelijke budgeturen worden bepaald op basis van de kengetallen en controlefrequenties uit het LPF en de in het LPF opgenomen uitgangspunten voor herinspecties (m.u.v. van het kengetal voor herinspecties, dat in 2019 van 4 naar 5 uur is gegaan). De bepaling heeft plaatsgevonden op basis van het huidige inrichtingen-/ MBA-bestand van de ODBN.

3.4 Geprogrammeerd toezicht en handhaving In dit onderdeel worden de verschillende toezichttaken beschreven. Onder toezicht worden hier alle handelingen verstaan tot bestuursrechtelijke handhaving. Dat wil zeggen dat het voornemen dwangsom/ bestuursdwang (en eventuele zienswijzen) nog wel onder geprogrammeerd toezicht valt, maar vanaf de definitieve beschikking de werkzaamheden vallen onder repressieve bestuursrechtelijke handhaving (niet-geprogrammeerd toezicht). In dit hoofdstuk wordt aangegeven op welke wijze in 2025 invulling wordt gegeven aan geprogrammeerd toezicht. Dit wordt gedaan aan de hand van de volgende onderdelen: ➜ Voorbereidingsfase toezicht ➜ Bedrijven met een vaste bezoekfrequentie ➜ Prioritaire bedrijven ➜ Branche en thema aanpak ➜ Onbekende (illegale) activiteiten

3.4.1 Voorbereidingsfase toezicht/bedrijvenlijst Door de steeds grotere inbedding van het informatiegestuurd werken (IGW) wordt meer tijd besteed aan de voorbereiding van toezicht. Dit wordt voornamelijk vormgegeven door voorafgaande aan het toezicht informatie te verzamelen en een informatieanalyse uit te voeren. IGW is het op gerichte wijze verzamelen en analyseren van data om de daaruit voortkomende informatie en inzichten te gebruiken bij het maken van keuzes en het verbeteren van de organisatie van het toezicht. Bij de totstandkoming van dit werkprogramma en de bedrijvenselectie voor 2025 speelt IGW een belangrijke rol. Daarvoor worden diverse risicomodellen gebruikt. Deze werkwijze heeft ook tot gevolg dat de selectie van bedrijven pas in de voorbereidingsfase plaatsvindt en het totaal aantal uit te voeren inspecties niet in dit werkprogramma is opgenomen. De selectie van bedrijven wordt voorafgaand aan controle (in delen) gepresenteerd aan de gemeenten, zodat zij in de gelegenheid zijn om bij hen bekende informatie over deze bedrijven te delen of om aan te haken bij de controle (bijv. in het kader van ruimtelijke ordening).

3.4.2 Bedrijven met een vaste bezoekfrequentie Een bepaalde categorie bedrijven wordt niet met het risicomodel geselecteerd maar kent een vaste bezoekfrequentie van 2x per jaar, jaarlijks of eenmaal per 2 jaar. Hiervoor kunnen uiteenlopende redenen zijn zoals, bestuurlijke gevoeligheid, complexiteit, IPPC bedrijf (industrieel) of specifieke klachtsituatie. Deze bedrijven worden zowel door de ODBN (meest recente informatie van toezichthouders) als door de gemeenten aangedragen en jaarlijks onderling besproken. Een aantal van de gehanteerde selectiecriteria zijn inmiddels opgenomen in het risicomodel en op termijn zal het risicomodel wellicht leidend worden in de selectie. Op dit moment komt dat nog te vroeg omdat zaken als bestuurlijke gevoeligheid, complexiteit bedrijf of gevoelig voor ondermijning moeilijk (geautomatiseerd) ontsloten kunnen worden. De voormalige branche autodemontage is aan deze groep bedrijven toegevoegd. Ook vallen controles in het kader van de E-PRTR (zie paragraaf 2.2.6.5) onder deze categorie. Voor 2025 zijn alle bestaande bedrijven met een vaste bezoekfrequentie heroverwogen en is de lijst waar mogelijk opgeschoond.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.3 december 2024

32

Mengvoederindustrie Voedingsmiddelenindustrie Voorzieningen en installaties Chemische industrie Rubber- en kunststofbedrijven Horeca Garagebedrijven Mestverwerking (navolging thema aanpak 2024) Akkerbouwbedrijven Glastuinbouw (navolging branche aanpak 2024) X-aantal bedrijven met de hoogste risicoscore (onafhankelijk van bovengenoemde sectoren)

Risicorelevante bedrijven (RRB) Omdat op de risicorelevante bedrijven specifieke criteria van toepassing zijn en deze een eigen aanpak kennen, vormt dit een subgroep binnen de categorie bedrijven met een vaste bezoekfrequentie. Net als in voorgaande jaren zal in 2025, waar mogelijk, de interventiemethodiek worden toegepast. Risicorelevante bedrijven worden in een aantal gevallen gezamenlijk met de Veiligheidsregio en/of een Waterschap bezocht. De methodiek is gericht op een proactieve houding en risicogericht toezicht, waarbij wordt gestuurd op eigen verantwoordelijkheid van de bedrijven. De aanpak is gestart in 2019 met een meerjarenperspectief en hierna voortgezet en ingebed binnen de organisatie. Naast het toepassen van de interventiemethodiek neemt de ODBN deel aan het Brabantbreed Platform Risicorelevante bedrijven, waar met drie pijlers wordt gewerkt (inhoud, samenwerking en uitstraling).

➜ ➜ ➜ ➜ ➜ ➜ ➜ ➜ ➜ ➜ ➜

3.4.3 Prioritaire bedrijven

Bij de meeste sectoren zal een bepaald percentage van het totaal gecontroleerd worden, bij voorkeur bedrijven die lang niet bezocht zijn.

In 2025 wordt voor alle industriële bedrijven het risicomodel milieutoezicht ingezet voor het bepalen van de individuele risicoscore’s. De bedrijven met een vaste bezoekfrequentie (zoals beschreven in de vorige paragraaf ) en de bedrijven bezocht namens de branche- en thema aanpak worden hierbij uitgesloten van het risicomodel (omdat deze al gecontroleerd zullen worden). Voor alle overige bedrijven wordt op basis van de risicoscore’s een selectie gemaakt van bedrijven die (na menselijke check) in 2025 ingepland worden voor controle. Om te voorkomen dat bedrijven waarover weinig informatie beschikbaar is, en die dus laag in het risicomodel staan, niet worden bezocht is bepaald welke sectoren in 2025 zwaarder wegen en dus hoger in het risicomodel komen. Dit is gedaan doormiddel van een analyse waarbij is gekeken naar naleefgedrag, milieueffect, percentage lang niet bezochte bedrijven binnen een sector. De sectoren die in 2025 extra aandacht krijgen zijn:

In het kader van de oog- en oorfunctie zal de ODBN bij de sectoren akker- en glastuinbouw speciale aandacht besteden aan de huisvesting van arbeidsmigranten. Signalen worden actief gedeeld met de betrokken gemeenten. Veehouderijen In 2025 wordt op basis van één van de risicomodellen bepaald bij welke veehouderijen toezicht wordt gehouden. Dit risicomodel is ontwikkeld in samenwerking met de OMWB en de ODZOB en is gebaseerd op zowel kwantitatieve als kwalitatieve analysemethoden. Op basis van beschikbare informatie over veehouderijen (zoals bijvoorbeeld overtredingen, klachten, naleefgedrag, milieubelastende activiteiten, etc.) zijn de belangrijkste milieurisico’s geïdentificeerd die zijn verbonden aan het fokken en houden van dieren. De ODBN zet zich in om op een zo objectief mogelijke manier het risico op overtredingen binnen de branche veehouderijen vast te stellen. Op deze manier vindt het toezicht bij de meest risicovolle veehouderijen plaats. Doordat de drie Brabantse omgevingsdiensten op een eenduidige manier werken ontstaat binnen de provincie Noord-Brabant een gelijkwaardig speelveld.

3.4.4 Branche en thema aanpak Voor 2025 zijn in samenspraak met de deelnemers een aantal branches en thema’s geselecteerd op basis van ervaringen in voorgaande jaren, nieuwe wetgeving en (maatschappelijke) actualiteit. Voor de uiteindelijke selectie van bedrijven, die binnen een branche of thema bezocht zullen worden, zal het risicomodel zo veel als mogelijk worden ingezet. Aanvullend gaat de ODBN in 2025 een inventarisatie doen op de verschillende aanpakken die er zijn; branche-, thema- en ketenaanpak. Deze inventarisatie zal bestaan uit definiëring van de aanpakken, hoe de tijdspaden van het werkprogramma ten opzichte van de uitvoering van de aanpakken is, de aanpakken stroomlijnen, de rollen binnen de ODBN vastleggen en de wijze van financiering vastleggen (ook ten aanzien van de voorbereidende werkzaamheden en evaluatie van de verschillende aanpakken).

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.3 december 2024

33

34

3.4.4.1 Branche aanpak Binnen dit onderdeel wordt voor elke branche een specifieke aanpak/ brancheplan opgesteld waarbij wordt ingezoomd op één of meerdere milieurisicovolle onderwerpen binnen deze specifieke doelgroep. De volgende branches zijn geselecteerd: 1. Afvalverwerkingsbedrijven 2. LPG-tankstations 3. Dienstverlening landbouw (loonwerkers) 4. Metalektro 5. Padelbanen 6. Verkooppunten particulier vuurwerk

Toelichting brancheprojecten 2025 1 Afvalverwerkingsbedrijven Afvalverwerking blijft een actueel onderwerp. In het land vinden steeds meer calamiteiten bij afvalverwerkingsbedrijven plaats, zoals felle en langdurige branden. Ook de problematiek die ontstaat rondom de opslag van te veel afvalstoffen bij dit soort bedrijven komt steeds vaker voor. Relevante onderwerpen daarbij zijn: ➜ inname van vergunde afvalstoffen ➜ het scheiden en opslaan van afval met de juiste veiligheidsprotocollen ➜ het goed registreren van afvalstromen

Dit lijkt te komen doordat bepaalde grote exploitanten, die meerdere tankstations beheren, de overtredingen repeterend begaan. Op het gebied van LPG kan dit voor onaanvaardbare risico’s zorgen. Afgelopen periode hebben zich ongewone voorvallen voorgedaan met betrekking tot lekkende onderdelen van de LPG-installatie. Voor 2025 worden een aantal LPG-tankstations geselecteerd die eerder overtredingen hebben begaan op dit vlak. Hierbij worden ook andere milieubelastende activiteiten betrokken indien hierop meer dan 2 jaar geen controle heeft plaatsgevonden. 3 Dienstverlening landbouw (loonwerkers) De regio Brabant Noord is een agrarische regio. De agrarische sector is in transitie waardoor de rol van loonwerkbedrijven binnen de sector aan het veranderen is. Loonwerkbedrijven bieden steeds meer diensten aan zoals grondverzet/ -opslag of bijvoorbeeld inname van afvalstoffen zoals afgewerkte olie. Veel loonwerkbedrijven zijn hierdoor aan het groeien maar zijn zich niet bewust van de bijhorende milieuwetgeving. Ook door de komst van de Omgevingswet zijn er wijzigingen die invloed hebben op de milieubelastende activiteiten binnen deze branche. De ODBN ziet loonwerkbedrijven, gezien de aard van de uitgevoerde activiteiten en het ontbreken van vee, als industriële bedrijven opererend binnen de agrarische sector. In 2023 en 2024 zijn deze bedrijven gecontroleerd.

Voor 2025 wordt onderzocht welke loonwerkers interessant zijn om vaker te controleren in een kortere periode. Dit is vooral gerelateerd aan de afval- en grondstromen. Onderdeel van de selectie zijn de bevindingen uit het brancheproject van 2023/2024. Team bodem wordt hier vanwege hun expertise nog intensiever bij betrokken.

Verder wordt opgemerkt dat door de Omgevingswet nieuwe regels zijn gekomen die van grote invloed kunnen zijn bij een deel van de afvalverwerkingsbedrijven, zoals de metaalrecycling. Uit data-analyse blijkt dat er veel overtredingen zijn bij deze bedrijven. Wat daarbij opvalt is dat: ➜ een relatief klein aantal bedrijven verantwoordelijk is voor een groot deel van de overtredingen; ➜ de drie bovenstaande activiteiten een hoger overtredingspercentage laten zien. In 2025 wordt een inspanning gedaan om vanuit data van het Landelijk Meldpunt afvalstoffen (LMA) na te gaan waar opslag/ verwerking van afval plaats vindt. Ook wordt een extra screening uitgevoerd vanuit google maps/ GIS-viewer om vooraf na te gaan of deze activiteiten daadwerkelijk (zichtbaar) plaatsvinden. Dit helpt bij de prioritering. Daarnaast zal bij een selectie van bepaalde bedrijven worden bekeken of de wetswijzigingen grote invloed hebben op de activiteiten binnen het bedrijf. 2 LPG-tankstations Tankstations met een afleverzuil voor LPG leveren een verhoogd veiligheidsrisico op voor de omgeving. Uit data-analyse blijkt bovendien dat: ➜ het aantal gecontroleerde tankstations dat in overtreding hoog is; ➜ er gemiddeld veel overtredingen per overtreder worden geconstateerd.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.3 december 2024

35

36

37

4 Metalektro Deze branche is nieuw in 2025. Lassen mag in beginsel per 1 januari 2026 niet meer in de buitenlucht tenzij maatwerkvoorschriften worden verleend. Met lassen in de buitenlucht wordt de lasrook niet afgezogen en gefilterd maar komen de schadelijke stoffen uit de lasrook direct in de omringende lucht terecht. Hoewel het verbod pas op 1 januari 2026 ingaat, is het zinvol om nu al te inventariseren waar dit speelt (ter voorbereiding op eventuele handhaving), bedrijven te informeren en voorbereidingen te treffen voor maatwerk. Het tweede aspect binnen deze branche is het gebruik van koelemulsie waaraan geregeld middelen worden toegevoegd tegen bacteriegroei. Er zijn signalen dat hierin zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) aanwezig zijn. Dit geldt ook voor het gebruik van ontvetters. Dit aspect wordt daarom ook beschreven in de het thema-aanpak zeer zorgwerkende stoffen (paragraaf 3.4.4.2). In 2025 wordt een aantal bedrijven geselecteerd die zowel lassen (in de buitenlucht) als metaalbewerking met koelemulsiegebruik uitvoeren. Ook wordt gekeken naar bedrijven die hoog scoren in het risicomodel, maar waarvan het nog niet bekend is of deze activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden. Bij deze groep wordt wellicht breder gekeken dan alleen bovenstaande aspecten. Dit wordt verwerkt in het brancheplan.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

5 Padelbanen Ook deze branche is nieuw in 2025. Padel is een sport die meer en meer aan populariteit wint binnen Nederland. Dit kan zowel binnen als buiten worden gespeeld. In vergelijking met tennis, wordt vaak een hoger decibelniveau gemeten bij padel en wordt het specifieke (doffe) geluid als hinderlijker ervaren. Dit komt deels doordat de banen van padel kleiner zijn, waardoor het geluid geconcentreerd wordt. Omdat padelbanen kleiner zijn, kunnen daarnaast meerdere banen op dezelfde oppervlakte worden aangelegd. Ook geeft het type racket en het gebruik van wanden een afwijkend (dof ) geluid. Door deze aspecten is de kans op geluidsoverlast een stuk hoger dan bij tennis. Gezien de actualiteit en groei van deze sport is gericht toezicht op zijn plaats. In 2025 worden inspanning verricht om een compleet beeld te krijgen van alle padelbanen in het werkgebied. Deze zijn niet allemaal bekend omdat de aanleg (binnen bestaande tennisverenigingen) in lang niet alle gevallen gemeld is/ wordt. Daarnaast worden controles uitgevoerd en zal voorlichting worden geven over de problematiek bij padel. Tot slot lopen er momenteel verschillende maatwerkprocedures bij padelbanen met klachtsituaties. De locaties waarbij deze procedures in 2025 zijn doorlopen, krijgen specifieke aandacht.

6 Verkooppunten particulier vuurwerk De vuurwerkbedrijven worden al lange tijd elk jaar intensief gecontroleerd. Zowel voorafgaand aan de verkoop als ook tijdens de verkoopdagen. Voor het gros van de te bezoeken bedrijven geldt echter dat het naleefgedrag zeer goed is. Standaard alle bedrijven bezoeken is daarom niet meer zinvol. Omdat het onderwerp actueel blijft, het bestuurlijk gevoelig is en deze bedrijven een specifieke aanpak kennen, blijft de brancheaanpak wel van toepassing. In 2025 worden alleen

Versie 2.3 december 2024

38

39

de ‘probleem’ locaties (met overtredingen op belangrijkste risico's) en locaties in woonwijken gecontroleerd. De niet-geselecteerde bedrijven worden per brief geïnformeerd over hun verplichtingen. 3.4.4.2 Thema aanpak Binnen dit onderdeel wordt voor elk thema een specifieke aanpak/ themaplan opgesteld waarbij wordt ingezoomd op één onderwerp. Dit onderwerp kan binnen allerlei type bedrijven spelen en dus branche overstijgend zijn. De volgende thema’s zijn geselecteerd: 1. Milieubelastende activiteit (MBA) stuifklassen 2. Lozingen; ➜ Indirecte lozingen ➜ noodtrayvelden aardbeienteelt 3. Energie 4. Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) 5. Lithium-ion batterijen/ energiedragers 6. Terugdringen milieuklachten

Toelichting themaprojecten 2025 1 Milieubelastende activiteit (MBA) stuifklassen Dit betreft een nieuw thema in 2025. Stuifgevoelige goederen in de klasse S2 of S4 mogen, door de komst van de Omgevingswet, niet meer opgeslagen worden in de buitenlucht. Hiervan kan worden afgeweken als maatwerk is verleend voor 1 januari 2026. Omdat er veel bedrijven zijn met buitenopslagen (in deze klassen) en de opslagen vaak van grote omvang zijn, brengt deze wijziging nogal wat teweeg. Zowel voor het bedrijf maar ook voor gemeenten. Het kan namelijk ook effect hebben op het wijzigingen van een Omgevingsplan (bestemming) en acties tot ruimtelijke ordening. De ODBN kijkt daarom intern ook naar andere oplossingen. Te denken valt aan het opnemen van deze activiteit in het bodemplan als alternatieve maatregel die vervolgens in het Omgevingsplan verwerkt kan worden. In dat geval zou individueel maatwerk niet meer nodig zijn. In 2025 worden bij een aantal branches zoals de betonindustrie en opslaan van goederen een aantal bedrijven geselecteerd. Daar wordt o.a. gecontroleerd of de opgeslagen goederen daadwerkelijk onder de stuifklassen S2 of S4 vallen. Hoewel het verbod pas op 1 januari 2026 ingaat, is het zinvol om nu al te inventariseren waar dit speelt (ter voorbereiding op eventuele handhaving), bedrijven te informeren en voorbereidingen te treffen voor maatwerk.

Ook zal bekeken worden wat de mogelijkheden zijn voor een bedrijf. 2 Lozingen De ODBN is bij lozingen aan zet als deze indirect op het oppervlaktewater plaats vinden (via riolering en waterzuivering). Voor lozingen direct op het oppervlaktewater is het Waterschap het bevoegde gezag. Binnen dit thema wordt intensief samengewerkt met de waterschappen, waar veel specialistische kennis aanwezig is over onderstaande onderwerpen.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

➜ Indirecte lozingen: Schoon water wordt steeds minder vanzelfsprekend in Nederland. De Nederlandse waterschappen waarschuwen voor de problematiek rondom de waterkwaliteit en in de media is steeds vaker te lezen dat ons watergebruik, mede door klimaatverandering, op verschillende vlakken moet veranderen. Niet alleen bij particulieren of in de agrarische sector maar ook vanuit de industrie. De ODBN zet zich daarom in 2025 opnieuw in om de indirecte lozingen, het lozen van schadelijk afvalwater op het gemeentelijke rioolsysteem, door industriële bedrijven grondiger te controleren. Door aangescherpt toezicht op dit thema wordt een signaal afgegeven bij de betreffende bedrijven, de kennis en bewustwording vergroot en wordt een significante kwaliteitsverbetering verwacht. ➜ Noodtrayvelden aardbeienteelt Noodtrayvelden voor de aardbeienteelt is een seizoensgebonden activiteit met een specifieke problematiek. Water met bestrijdingsmiddelen en meststoffen wordt veelal niet opgevangen (wat wettelijk verplicht is) waardoor lozingen in sloot en/of bodem kunnen ontstaan. Daarnaast is de activiteit vaak niet toegestaan volgens het omgevingsplan. Hierdoor worden meestal geen (opvang) voorzieningen aangelegd. Dit speelt jaarlijks in enkele gemeenten met grote kwekers/ fruittelers.

Het valt moeilijk te voorspellen waar deze activiteiten zich zullen ontplooien omdat vooraf onbekend is of de velden dat jaar gebruikt gaan worden en locaties jaarlijks kunnen verschillen. In 2024 zijn een aantal grote kwekers/ fruittelers geattendeerd op het project. De terugkomende signalen zijn zorgelijk. Daarom blijft inzet genoodzaakt in 2025 en worden er controles uitgevoerd daar waar de activiteiten zich ontplooien.

Versie 2.3 december 2024

40

41

3. Energie Energiebod Sinds 1 juli 2023 is energietoezicht een wettelijke basistaak. Op basis van de afspraken in het Energiebod (2021), blijft ook in 2025 het uitgangpunt dat de ODBN tussen 2022 en 2030 alle energierelevante bedrijven controleert waar de gemeente een wettelijke toezichttaak heeft. Dit kan een fysieke of administratieve controle zijn. De verwachting is dat het energietoezicht ca. 20% kan bijdragen aan de besparingsdoelstelling van de Regionale Energiestrategie (RES): 11% energiebesparing in 2030 ten opzichte van 2017. SPUK-THE subsidie Het energietoezicht op basis van de SPUK-THE subsidie maakt formeel geen onderdeel uit van dit werkprogramma, vanwege de alternatieve financiering en uitvoeringseisen. Voor de volledigheid wordt deze wel benoemd. De ODBN zal ook richting subsidieverstrekker en gemeenten verantwoorden wat voor de SPUK-subsidiegelden is gedaan. De SPUK-THE subsidie is beschikbaar van 2022 tot en met 2026.

Vanuit de SPUK-THE subsidie financiert de ODBN een deel van de organisatiekosten (max. 30% van de totale SPUK-besteding) en wordt energietoezicht uitgevoerd als aanvulling op het Energiebod. Die aanvulling is nodig omdat sinds 1 juli 2023 het aantal wettelijke taken is toegenomen. Vanaf dat moment kwamen ook de ETS bedrijven onder gemeentelijk toezicht en zijn omgevingsdiensten belast met toezicht op de onderzoeksplicht voor bedrijven die meer dan 170.000 m³ gas en/of 10 miljoen kWh elektriciteit verbruiken. De Omgevingswet bepaalt dat het toezicht zich richt op zowel de gebouweigenaar als de uitvoerder van de activiteit en ook dat zal leiden tot meer inzet. Energielabel C voor kantoren Sinds 1 januari 2023 zijn kantoren verplicht tenminste energielabel C te hebben (Bbl). Een aantal gemeenten heeft de uitvoering van toezicht en handhaving als verzoektaak belegd bij de ODBN. Het toezicht op deze verplichting is in beginsel administratief. Eventuele handhaving is intensiever maar kan in gevallen gecombineerd worden met het reguliere energietoezicht als onderdeel van de gemeentelijke opdracht voor energie (Energiebod). Registratieverplichting werkgebonden personenmobiliteit Vanaf 1 juli 2024 is de Registratieverplichting Werkgebonden Personenmobiliteit (WPM) van kracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=77a7ad09-7fbe-4540-8463-1d8214faf766