Bijlage 1.5 Flora en Fauna
Tekst van het document
QUICK SCAN FLORA EN FAUNA
Pastoor Smitsstraat 36, Olland
Datum
: 25 februari 2022
Rapportnummer
: 222-OPS36-nw-v1
Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519
Project
: Quick scan flora en fauna in de omgeving Pastoor Smitsstraat 36 te Olland
Opdrachtgever
: .EU Architecture and Urbanism
Datum rapport
: 25 februari 2022
Van toepassing zijnde certificaat Van toepassing zijnde protocollen Nummer certificaat
: NEN-EN-ISO 9001, 2015 : -: EC-KWA-00044
Projectleider Collegiale toets
: Dhr. Ir. W.A. van Aerle : Mevr. Ing. A. van der Vleuten
Voor akkoord: W.A. van Aerle
Voor akkoord: A. van der Vleuten
Pastoor Smitsstraat 36, Olland
M&A Omgeving BV
Inhoudsopgave Hfdst.
Titel
Blz.
1.
Inleiding
1
2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
Inventarisatie flora en fauna Algemeen Beschrijving literatuuronderzoek Natuurnetwerk Nederland Vleermuissoorten Veldonderzoek door M&A Informatie door de KNNV Resultaten literatuuronderzoek Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling
2 2 3 4 5 6 8 8 8
3.
Conclusie
11
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
: Situatietekening en luchtfoto : Foto’s locatie en omgeving : Natuurgegevens provincie Noord-Brabant
Pastoor Smitsstraat 36, Olland
M&A Omgeving BV
1. Inleiding Op 19 januari 2022 is door .EU Architecture and Urbanism aan M&A Omgeving BV opdracht verleend tot het uitvoeren van een quick scan flora en fauna voor de sloop van drie stallen / schuren en de ruimtelijke procedure voor een woningbouwplan op de locatie aan de Pastoor Smitsstraat 36 te Olland. De uitvoering van de quick scan is een eerste stap om te vermijden dat soorten verstoord of vernietigd kunnen worden bij de uitvoering van nieuwe ontwikkelingen. Met een bureauonderzoek en veldwerkonderzoeken wordt vastgesteld of er bij de plannen sprake kan zijn op overtreding van de Wet natuurbescherming, of dat deze met eenvoudige maatregelen zijn te voorkomen. Door de gemeente Meierijstad is de eis gesteld dat in verband met de sloopmelding op de locatie, wordt aangetoond dat er geen negatieve consequenties gelden voor de natuurwaarden in het gebied. De onderzoekslocatie is gesitueerd in het oosten van de bebouwde kom van Olland. Dit natuurwaardenonderzoek beschrijft of het voornemen van de sloop consequenties kunnen hebben voor de in het gebied aanwezige beschermde flora en fauna en met name voor jaarrond beschermde soorten. Met name Huismussen, Gierzwaluwen, uilen en vleermuizen zijn hierbij speciaal onderzocht. De luchtfoto van de locatie is weergegeven in bijlage 1.
1
Pastoor Smitsstraat 36, Olland
M&A Omgeving BV
2. Inventarisatie flora en fauna 2.1 Algemeen In dit onderzoek zijn de huidige natuurwaarden onderzocht middels actuele literatuurgegevens. Hiervoor kan op een drietal manieren informatie worden verkregen: 1. Literatuuronderzoek door gegevens op te vragen bij het Natuurhistorisch Genootschappen, de provincie, SOVON, Vlinderstichting, RAVON, FLORON, VZZ en EIS. 2. Literatuuronderzoek middels het nemen van contact met plaatselijke natuur- en milieu instanties als IVN-afdelingen, vogelwachten, kringen van het Natuurhistorisch Genootschap etc. 3. Aanvullende hierop, het uitvoeren van een veldonderzoek. In onderhavige situatie zijn in eerste instantie stappen 1 en 3 uitgevoerd. Het opnemen met plaatselijke natuurverenigingen was ons inziens in dit geval niet noodzakelijk, daar de inventarisatie voldoende duidelijke gegevens opleverde. Algemeen doel van het onderzoek is een beeld te krijgen van de aanwezige flora en fauna. Daarbij is de nadruk gelegd op beschermde, bedreigde en schaarse soorten en soorten die specifieke milieuomstandigheden indiceren.
2
Pastoor Smitsstraat 36, Olland
M&A Omgeving BV
2.2 Literatuuronderzoek Bij het literatuuronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd; 1. Het Natuurloket (SOVON, De Vlinderstichting, RAVON, EIS Nederland, FLORON, VZZ, BLWG, NMV) 2. Ministerie EZ; Vogel- en Habitatrichtlijngebieden 3. Natuurnetwerk Nederland (natuurbeheerplan Provincie Limburg en Actieplan bedreigde soorten van Peel en Maas en Meerlo-Wanssum) 4. Wet natuurbescherming (van kracht per 1-1-2017) Vervolgens is gekeken naar de status van de waarnemingen binnen de Wet natuurbescherming (Wnb), Commissie van Bern en de Nederlandse Rode Lijst. Voor deze en een aantal extra soorten geldt het “Nee, tenzij” principe als deze soorten in het plangebied voorkomen en bij ingrepen die het leefgebied aantasten. Indien beschermde vogel- en/of zoogdiersoorten voorkomen, gelden binnen de Wet natuurbescherming bij de aanleg van een nieuwe functie in een gebied de voorwaarden van hoofdstuk 3. Hierin wordt voor soorten volgens de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn het verbod om dieren te doden en verwonden, te verontrusten en de nesten, holen of andere voortplantings- of vaste verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren, te beschadigen of weg te nemen. Dit betekent voor permanente nest- en/of verblijfplaatsen van beschermde soorten dat altijd een ontheffing van de Wnb aangevraagd dient te worden bij Gedeputeerde Staten.
Binnen het broedseizoen wordt geen ontheffing verleend voor de verstoring hiervan. Voor beschermde soorten die alleen in het broedseizoen op de locatie nestelen en/of verblijven, betekent dit dat geen bouw- en sloopwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd in deze periode. Over het algemeen betreft deze periode het voorjaar en begin van de zomer, globaal van 15 maart tot 15 juli. Indien binnen deze periode bouw- en / of sloopwerkzaamheden worden verricht, dan moet een ontheffing in het kader van de Wnb bij Gedeputeerde Staten worden aangevraagd.
3
Pastoor Smitsstraat 36, Olland
M&A Omgeving BV
2.3 Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (voorheen ecologische hoofdstructuur) is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Planten en dieren kunnen zich zo van het ene naar het andere gebied verplaatsen. Op plekken waar gaten in het netwerk zitten, legt de provincie nieuwe natuur aan. In de omgeving van de onderzoekslocatie is op een afstand van ongeveer 500 meter ten zuidwesten een Natte Natuurparel ‘De Geelders / Dommeldal’ gesitueerd. Er zijn geen Natura2000 gebieden in de omgeving gesitueerd. Op 450 meter ten zuidoosten zijn percelen van het Natuurnetwerk Brabant gesitueerd. De gronden van de onderzoekslocatie zijn niet aangewezen als gewenste nieuwe natuur of te verwerven percelen in het kader van natuurbeheer. De afstanden tot de beschermde natuurgebieden zijn voldoende groot, om te kunnen stellen dat de invloed van de sloopactiviteiten niet relevant zijn voor genoemde gebieden.
4
Pastoor Smitsstraat 36, Olland
M&A Omgeving BV
2.4 Vleermuissoorten De meest voorkomende soorten in Nederland volgens de ‘Verspreidingsatlas vleermuizen’, maar ook in het betreffende gebied, zijn de Bruine Grootoorvleermuis, de Gewone Dwergvleermuis en de Ruige Dwergvleermuis. Verder komen in de regio de Laatvlieger, Rosse Vleermuis en Baardvleermuis veelvuldig voor in de bebouwde omgeving.
Gewone Dwergvleermuis
Bruine Grootoorvleermuis
De vleermuissoorten hebben een divers leefgebied (bossen, begroeide landschappen, nabij open water etc.). Vleermuizen hebben hun habitat (winter-, kraam-, zomer- en paar-verblijfplaatsen) vaak in bebouwing, bomen of opgaande gewassen. Foerageergebieden en vlieg-/migratieroutes zijn afhankelijk van landschappelijke kenmerken zoals water, lijnvormige landschapselementen (kust, dijken, duinen, rivierdalen en waterpartijen) en kleinschalige groenelementen (parken, kleine bossen). Mogelijke verblijfplaatsen van de zoogdieren zijn gebouwen, bomen, grotten, groeves, kelders, bruggen, tunnels of andere objecten met ruimte.
5
Pastoor Smitsstraat 36, Olland
M&A Omgeving BV
2.5 Veldonderzoek door M&A Op 1 februari 2022 zijn veldonderzoeken uitgevoerd op de onderzoekslocatie, door W.A. van Aerle. De heer van Aerle heeft deskundigheid op het gebied van flora en fauna en in het bijzonder in inheemse zoogdieren en broedvogels. De buitentemperatuur bedroeg op 1 februari 2022 ongeveer 10 °C, luchtvochtigheid 40% en 5/8 bewolkingsgraad. Tijdens de veldbezoeken is gekeken naar flora en fauna. Daarbij is rondom de bebouwing op het perceel rastermatig het gebied verkend. De milieuhinder (geluid, geur, luchtkwaliteit, licht etc.), door de sloop van de drie stallen/schuren aan de Pastoor Smitsstraat 36 te Olland, zal reeds op een afstand van 100 meter minimaal zijn. Eventuele natuurwaarden op grotere afstand zullen geen enkele invloed meer ondervinden van de werkzaamheden. Broedvogelsoorten Tijdens het veldonderzoek op 1 februari zijn een aantal inheemse soorten (Koolmees, Merel, Roodborst, Vink, Huismus) waargenomen. Tijdens het veldonderzoek in de dagperiode zijn geen verblijfplaatsen / nesten van jaarrond beschermde soorten zoals bijvoorbeeld Huismussen, Gierzwaluwen of uilen waargenomen. In de bebouwing zijn de mogelijke locaties voor nesten onderzocht middels een camera. Hierbij is niets aangetroffen. De openingen in de gevels alsmede de aansluitingen van de daken op de wanden zijn nader onderzocht middels een camera (Novascope).
Ook hierbij is niets aangetroffen. Bij de inventarisatie is ook speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten, zoals uitwerpselen en achtergelaten nestmateriaal.
6
Pastoor Smitsstraat 36, Olland
M&A Omgeving BV
Vleermuizen Bij het veldbezoek is met name speciaal gelet op de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor vleermuizen. Deze zijn echter niet aangetroffen in de bebouwing op het perceel. Er is op de locatie geen avondbezoek uitgevoerd, vanwege de lage buitentemperatuur. Ook andere hulpmiddelen, zoals een mistnetonderzoek of boomcamera zijn niet toegepast omdat met onderhavig onderzoek reeds voldoende informatie is verkregen over de aanwezigheid van vleermuizen.
2.6 Informatie door het KNNV Bij het KNNV te Zeist, Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, een vereniging voor veldbiologie, is navraag gedaan over informatie met betrekking tot natuurdata over de locatie Pastoor Smitsstraat 36 in Olland. Uit dit telefonisch contact is duidelijk geworden dat de vereniging van de omgeving geen nadere natuurinformatie heeft.
2.7 Resultaten literatuuronderzoek 2.7.1 Vogel- en Habitatrichtlijngebieden Via het ministerie van EZ zijn de Vogel- en Habitatrichtlijnkaarten beschouwd en hieruit kan worden geconcludeerd dat er geen Natura 2000 gebieden aanwezig zijn in de omgeving. De ontwikkelingen op het perceel hebben gezien de afstand tot het gebied geen invloed op beschermde natuurgebieden.
7
Pastoor Smitsstraat 36, Olland
M&A Omgeving BV
2.8. Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling De fysieke ontwikkeling ter plaatse betreft de sloop van drie stallen / schuren op het perceel. Het aantal verkeersontwikkelingen zal door de werkzaamheden niet toenemen. De emissie van geluid, geur of stof zal door de nieuwe ontwikkeling ruimschoots binnen de te stellen normering blijven. Per natuursoort zal worden aangegeven wat de invloed van de ontwikkeling is op de mogelijk voorkomende natuursoorten zal zijn. Flora Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten planten aangetroffen. Er is dus geen invloed van de ontwikkeling hierop. Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied geschikt is als onderdeel van het foerageergebied. Er is begroeiing aanwezig aan de randen van het perceel in de vorm van struiken en bomen, zodat broedplaatsen hier mogelijk zijn. Er zijn tijdens het veldonderzoek een aantal inheemse soorten waargenomen. Er zijn in de te slopen bebouwing geen broed- / verblijfplaatsen aanwezig. Omdat bij de inventarisatie geen schaarse of bedreigde soorten zijn waargenomen, is het niet waarschijnlijk dat verstoring optreedt bij de sloopwerkzaamheden. Door het onderzoek kan met zekerheid worden gesteld dat Huismussen en Gierzwaluwen de locatie niet gebruiken als verblijfplaats. Er zijn geen uilen of verblijfplaatsen aangetroffen in de te slopen bebouwing.
In de nieuwe situatie zullen, door de sloop van de drie gebouwen, meer foerageermogelijkheden ontstaan. Ook in de omgeving blijven ruimschoots voldoende verblijfsmogelijkheden over voor fauna, zodat de invloed op de vogels buiten het broedseizoen te verwaarlozen is.
8
Pastoor Smitsstraat 36, Olland
M&A Omgeving BV
Zoogdieren Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied geschikt is voor een aantal grondgebonden zoogdieren (o.a. Konijn en Mol). Tijdens het veldbezoek zijn echter geen sporen aangetroffen van beschermde zoogdieren. Rondom het plangebied zijn geen sporen of mogelijk verblijfplaatsen aangetroffen van vleermuizen. De bebouwing is hierop degelijk onderzocht. Het is wel mogelijk dat het gebied wordt gebruikt als foerageergebied. De werkzaamheden tijdens de sloop zullen dus geen verstoring betekenen van eventueel vleermuizen. Ook hiervoor geldt dat er voldoende mogelijkheden in de directe omgeving resteren, zodat de invloed van de ontwikkeling op genoemde soorten als klein beschouwd kan worden. In de regio komen Dassen regelmatig voor. Op de onderzoekslocatie zijn geen sporen van de Das aangetroffen. Ook van marterachtigen zoals de Bunzing, Hermelijn en Fret zijn geen sporen aangetroffen. Reptielen en amfibieën Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat de omgeving van het onderzoeksgebied niet geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel reptielen als amfibieën. De voorwaarde hiervoor is de aanwezigheid van water in de onmiddellijke nabijheid en dat is hier niet het geval.
Voor reptielen die op droge gronden habiteren is het perceel en omgeving minder geschikt, vanwege het feit dat de aangrenzende wei- en akkerlanden in het gebied met enige regelmaat worden bewerkt. Vlinders en libellen Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksperceel zelf minder geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel vlinders als libellen, vanwege het ontbreken van waadplanten op het perceel. In de omgeving van het onderzoeksgebied is wel een juiste biotoop voor vlinders en libellen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten geconstateerd.
9
Pastoor Smitsstraat 36, Olland
M&A Omgeving BV
Mieren en kevers of overige ongewervelden Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied niet geschikt is voor beschermde soorten kevers, omdat er geen geschikte biotopen aanwezig zijn. Voor het voorkomen van beschermde soorten mieren is de aanwezigheid van open naaldbossen een voorwaarde. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten geconstateerd. Ook hier geldt dat de ontwikkeling op het perceel geen invloed heeft op de aanwezigheid van mieren, kevers of overige ongewervelden in het gebied. Vissen Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat in de omgeving van het onderzoeksgebied geen vissen kunnen voorkomen, omdat er geen water in de directe nabijheid aanwezig is.
10
Pastoor Smitsstraat 36, Olland
M&A Omgeving BV
3. Conclusie De uitvoering van de quick scan is een eerste stap om te vermijden dat soorten verstoord of vernietigd kunnen worden bij de uitvoering van nieuwe ontwikkelingen. Met een bureauonderzoek en veldwerkonderzoeken wordt vastgesteld of er bij de plannen sprake kan zijn op overtreding van de Wet natuurbescherming, of dat deze met eenvoudige maatregelen zijn te voorkomen. Door het literatuuronderzoek van de inventarisatie is aangetoond dat het mogelijk is dat in het gebied beschermde flora of fauna (voornamelijk vleermuizen, broed- en wintervogels) voor kunnen komen (zie inventarisatie Natuurloket). In de nabijheid van het perceel zijn tijdens het veldbezoek in februari 2022 echter geen waarnemingen gedaan van schaarse soorten. Ook rondom het perceel zijn bij de inventarisaties geen waarnemingen gedaan van beschermde soorten. Hierbij is met name gecontroleerd op jaarrond beschermde soorten (waaronder Huismussen, Gierzwaluwen, uilen en vleermuisssoorten). De veldonderzoeken, uitgevoerd in de dagperiode op 1 februari 2022, zijn buiten het broedvogelseizoen uitgevoerd. Daarom is er speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten. Onder andere uitwerpselen van broedvogelsoorten en hun kuikens, achtergebleven nestmaterialen, vraatsporen en uitwerpselen zijn kenmerken waarop speciaal is gelet.
Het veldonderzoek kan daarom als vrij uitvoerig worden beschouwd. Bij de inventarisatie is ook aandacht besteed aan verblijfplaatsen van vleermuizen en nestkasten en -mogelijkheden in het gebied. Bij de inventarisatie van de vleermuizen is extra aandacht besteed aan mestsporen, keutels en vraatsporen. De kieren en openingen in de stallen / schuren zijn onderzocht met een camera (Novascope) en hierbij zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor verblijfplaatsen van fauna. De afstanden tot de ecologische verbindingszones en waardevolle natuurgebieden zijn voldoende groot om te kunnen stellen dat de ontwikkelingen in het plangebied een positieve invloed zullen hebben op deze gebieden.
11
Pastoor Smitsstraat 36, Olland
M&A Omgeving BV
Door de sloop van de gebouwen en de toekomstige realisatie van woningen op de locatie, wordt het karakter van het gebied positief beïnvloed. Het open karakter in de omgeving blijft behouden door de plannen. Er verdwijnen geen verblijfs- of broedmogelijkheden. Bij de werkzaamheden dient niettemin aandacht te worden besteed aan eventuele verstoring van natuurwaarden in het algemeen. Door extra zorg hieraan de besteden tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden, wordt vermeden dat de dieren hiervan teveel hinder zullen ondervinden. Op grond van deze inventarisatie gelden er geen belemmeringen voor de plannen op grond van de natuurwaarden.
12
Pastoor Smitsstraat 36, Olland
Bijlage 1 : Situatietekening en luchtfoto
M&A Omgeving BV
Pastoor Smitsstraat 36, Olland
Bijlage 2 : Foto’s locatie en omgeving
M&A Omgeving BV
Pastoor Smitsstraat 36, Olland
M&A Omgeving BV
Bijlage 3 : Natuurnetwerk provincie Noord-Brabant